180626 - Beantwoording technische vragen - Lokaal en Fair - Kadernota
Tekst van het document
Gemeente De Ronde Venen Vragen vanuit de raad aan het college Categorie: B Naam indiener: Simone Borgstede, Niels van Nobelen Fractie: Lokaal en Fair Datum van indiening: 16 juni 2026 Onderwerp: Kadernota 2027
Vragen Pagina 7 ●
Wat is de oorzaak van de stijging van het aantal fte binnen de organisatie?
Antwoord: In de kadernota van 2027 zit geen stijging van het aantal FTE verwerkt. In 2025 en 2026 is er wel een toename van het aantal FTE geweest. Deze toename is gepresenteerd door de directie aan de raad op 17 september 2025. Dit komt enerzijds door een uitbreiding van wettelijke taken (bijvoorbeeld wet inburgering, spreidingswet, cyberbeveiligingswet, landelijke aanpak adreskwaliteit) en extra bestuurlijke ambities (bijvoorbeeld bestemmingsplan Vinkeveense plassen en een extra BOA).
Pagina 9 7. Het actualiseren van de berekening van de algemene uitkering – waarbij het jaar 2029 is doorgeschoven naar 2030 – leidt tot een opbrengststijging van € 2.050.000. ● ● ●
Kan het college toelichten waardoor deze stijging ontstaat? Hoe realistisch acht het college deze opbrengst? Welke risico’s zijn verbonden aan deze raming?
Antwoord: De Rijksbijdrage uit het gemeentefonds is één van de grootste financiële onzekerheden voor de gemeente De Ronde Venen. De uiteindelijke hoogte kan veranderen door nieuwe inzichten of beleidswijzigingen van het Rijk. In 2026 verschijnen drie nieuwe circulaires (mei, september en december). Deze kunnen leiden tot bijstellingen van de huidige raming en daarmee gevolgen hebben voor de financiële positie van de gemeente.
Pagina 11 ●
2028 wordt inmiddels beschouwd als het nieuwe ravijnjaar. Tegelijkertijd staan in dat jaar diverse investeringen gepland. Acht het college deze investeringen financieel haalbaar en welke risico’s ziet het daarbij?
Antwoord: Het college volgt hierin de lijn van de VNG en Provincie om een sluitende begroting 2027 te presenteren en voor de jaren 2028 en verder af te wachten in welke mate er Rijksmiddelen vrij komen. Indien Rijkmiddelen achterblijven wordt het 5-stappenplan uit het coalitieakkoord gevolgd.
Pagina 21 Nr. 49 en 50 ●
Waarom worden de Herenweg in Vinkeveen en de kruising Pieter Joostenlaan met de toeritten naar het CSW aangepakt, terwijl op die locaties nog omvangrijke bouwactiviteiten zijn voorzien waardoor de wegen mogelijk opnieuw beschadigd raken?
Antwoord: De Herenweg is het tweede deel van het project Herenweg zuid, dat valt buiten de ontwikkeling van Vinkeveen. En wordt niet/ minimaal belast met bouwverkeer. De kruising Pieter Joostenlaan/CSW/Willestee wordt omgevormd naar een rotonde. Er is hierbij rekening gehouden met de inbreng van de inwoners over de verkeersveiligheid met de komst van de school en de supermarkt. Een rotonde zorgt voor een veilige oversteek voor fietsers en voetgangers. In de overeenkomst tussen gemeente en Jumbo is afgesproken dat deze afgerond is, voordat de Jumbo op de nieuwe locatie opengaat. Nr. 52 ●
In Amstelhoek staan de komende jaren omvangrijke woningbouwontwikkelingen gepland. Is het verstandig om de betreffende weg voorafgaand aan deze werkzaamheden aan te pakken, terwijl de kans groot is dat deze daarna opnieuw schade oploopt?
Antwoord: De bouwverkeersbewegingen zullen niet over de burgemeester Fernhoutlaan plaats vinden. Dit is een wegdeel waar groter onderhoud nodig is. Nr. 56 en 58 ● ●
De oevervoorziening aan de Rijksstraatweg wordt aangepakt. Enkele jaren geleden is de oevervoorziening aan de overzijde van de Rijksstraatweg door het waterschap uitgevoerd en bekostigd. Waarom wordt deze oevervoorziening niet door het waterschap uitgevoerd en betaald?
Antwoord: Het waterschap is verantwoordelijk voor de waterkering, zoals dijken. In veel gevallen vervult de beschoeiing echter niet de functie van waterkering, maar dient deze ter ondersteuning van de weg die over de waterkering loopt. De gemeente is in deze situaties de wegbeheerder en heeft de verantwoordelijkheid om de weg in stand te houden. Bijlage 2 van het beheerplan oppervlaktewater
en oeverconstructies staat een overzicht van de verschillende verantwoordelijkheden die bij een oeverconstructie kunnen spelen. ●
Zijn hierover afspraken gemaakt met het waterschap?
Antwoord: Voor dit project zijn nog geen projectspecifieke afspraken met het waterschap gemaakt.
Pagina 22 Nr. 65 ●
Welke concrete plannen liggen aan deze investering ten grondslag?
Antwoord: Samen met de Provincie (afdeling openbaar vervoer) wordt de optimalisatie van het busstation Mijdrecht onderzocht in het kader van het verbeteren van het integraal gebruik van het (openbaar en deel) vervoer in een sociaal veilige omgeving. ●
Heeft het college hierover al nadere informatie die nog niet met de raad is gedeeld?
Antwoord: Er wordt op dit moment gewerkt aan een schetsontwerp voor de Mobiliteitshub Mijdrecht. Zodra er meer duidelijk is over de haalbaarheid van dit schetsontwerp, kan dit worden gedeeld tijdens een voorbereidende bijeenkomst. Nr. 66 ●
Is deze weg niet recent volledig gerenoveerd? Zo ja, waarom is opnieuw een investering noodzakelijk?
Antwoord: Nee, de Oosterlandweg is niet volledig gerenoveerd. Dit betrof het gedeelte tussen de Molenland en de Dr. J. van der Haarlaan. Het te verbreden gedeelte betreft het wegvak tussen de Dr. J. van der Haarlaan en de Oude Spoorbaan. Deze verbreding is noodzakelijk in verband met de bouw van Het Oosterland en de toename van het verkeer als gevolg van de bouw.
Pagina 24 ● ●
Bij het Veenweidebad worden energiebesparende maatregelen getroffen. Hierdoor dalen de energielasten van de exploitant. Profiteert de gemeente mee van deze besparing? Zo ja, op welke wijze?
Antwoord: Tot het moment dat de energiebesparende maatregelen leiden tot een daling van de energielasten in relatie tot de energiebesparende maatregelen stelt de gemeente, overeenkomstig het raadsbesluit van 11 november 2025, aan Optisport DRV een jaarlijkse energiebijdrage van € 75.000 beschikbaar. Deze jaarlijkse energiebijdrage vervalt op het moment dat energiebesparende maatregelen
operationeel zijn en bij Optisport leiden tot een daling van de energiekosten.
Pagina 26 Nr. 7 ●
Is er een actuele leerlingprognose beschikbaar? Zo ja, kan deze met de raad worden gedeeld?
Antwoord: Ja, deze is beschikbaar en zal gedeeld worden met de raad. Zie bijlage.
Bestuur Pagina 29 ●
Wat is de beoogde personeelsinzet (in fte en kosten) voor 2027?
Antwoord: Aan de personeelsbegroting 2027 wordt op dit moment nog gewerkt. Echter in de programmabegroting van 2026 is voor het jaar 2027 een ambtelijk personeelsbudget verwerkt van € 37,5mln (excl. Bestuur en griffie) opgenomen en een formatie van 377,3 fte. ●
Hoeveel fte heeft de gemeente jaarlijks in dienst gehad vanaf 2023 tot en met 2026?
Antwoord: December 2023: 311 fte December 2024: 336 fte December 2025: 352 fte Juni 2026: 372 fte ●
Wat zijn de geraamde kosten voor externe inhuur in 2027?
Antwoord: Kosten voor externe inhuur worden niet specifiek in de begroting geraamd. Inhuur is meer een bestedingscategorie van de capaciteitskosten of een project. De totale verwachtte besteding voor 2027 zal rond de € 7mln uitkomen is de verwachting. ●
Wat waren de jaarlijkse kosten voor externe inhuur vanaf 2023 tot en met 2026?
Antwoord: 2023: € 7,4mln 2024: € 7,5mln 2025: € 7,2mln 2026 t/m mei 2026: € 2,5mln
Pagina 30 ●
Er worden extra ICT-kosten genoemd. Welke kosten betreft dit precies?
Antwoord: Hogere ICT- en datakosten zijn ontstaan doordat het aantal medewerkers is gegroeid. Meer personeel betekent meer benodigde accounts, licenties, apparatuur en dataverwerking om de organisatiedoelen goed te kunnen uitvoeren. Grofweg is de verdeling van het opgenomen verhoging bedrag deels voor de verhoging van de data- en telefoniekosten. Dit betreft abonnementskosten voor medewerkers en apparatuur (bv esim in apparatuur). En daarnaast voor de verhoging voor allerhande licenties, denk hierbij aan licenties voor Microsoft (stijging in aantal en stijging door afname meer functionaliteit), backupvoorzieningen en uitbreiding aantal gebruikerslicenties voor vakapplicaties. ●
Is de gemeente gecertificeerd volgens de NEN 7510-norm en andere relevante informatiebeveiligingsnormen? Zo ja, welke?
Antwoord: De NEN 7510 is een normenkader voor medisch instellingen. Hij is niet van toepassing op de gemeente. De gemeente heeft zich aan de BIO (Baseline Informatieveiligheid Overheden) geconformeerd. Met de komst van de Cyberbeveiligingswet (CBW) is de BIO een wettelijke verplichting voor gemeenten.
Pagina 33 Nr. 3 ● ● ●
Welke aannames liggen ten grondslag aan deze raming? Welke risico’s ziet het college hierbij? In hoeverre bestaat het risico dat de gemeente zich financieel rijk rekent?
Antwoord: In de Kadernota 2027 is de doorrekening van de decembercirculaire 2025 met één jaar verlengd tot en met 2030. Deze verlenging vormt de basis voor de gehanteerde aannames. De omvang van de algemene uitkering vormt één van de grootste financiële risico’s voor de gemeente. Dit komt doordat de hoogte hiervan grotendeels wordt bepaald door rijksbeleid. Daarnaast bestaat er onzekerheid over de ontwikkeling van de rijksbijdragen, met name voor de jeugdzorg en de Wmo. Gemeenten worden via circulaires van het Rijk geïnformeerd over ontwikkelingen in de algemene uitkering. Met de raad is afgesproken dat zij hierover wordt geïnformeerd via een raadsinformatiebrief.
Subsidies Pagina 44 en 47 ●
Hoeveel peuters maken momenteel gebruik van een peuterspeelzaal?
Antwoord: Er maken op dit moment ongeveer 225 peuters gebruik van de peuterspeelzaal. ● Wat is het verschil tussen peuterspeelzaalwerk, peuteropvang en kinderopvang? Antwoord: Peuteropvang (voorheen peuterspeelzaalwerk) is bedoeld voor kinderen van 2 tot 4 jaar en wordt aangeboden in dagdelen. De nadruk ligt op spelenderwijs leren, ontwikkeling en voorbereiding op de basisschool, met speciale aandacht voor het voorkomen en verminderen van (taal- en ontwikkelings)achterstanden. Kinderopvang is bedoeld voor kinderen van 0 tot 4 jaar en biedt hele dag opvang. Dit is primair gericht op het combineren van arbeid en zorg voor ouders. ●
Wat is het verschil tussen de subsidie voor peuterspeelzalen en de subsidie voor voorschoolse voorzieningen?
Antwoord: Het gaat om één geïntegreerd aanbod van peuteropvang, met daarin zowel een aanbod voor kinderen met een VVE indicatie (4 dagdelen) als voor kinderen waarvoor ouders geen kinderopvangtoeslag ontvangen (2 dagdelen). De subsidie voor kinderen met een VVE indicatie is specifiek bedoeld voor peuters met een risico op (taal- en ontwikkelings)achterstanden. De subsidie voor kinderen van ouders die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag is bedoeld om peuteropvang toegankelijk te houden voor deze kinderen. ●
Hoeveel kinderen worden met deze regelingen bereikt?
Antwoord: Ongeveer 225 kinderen worden op dit moment met de regeling bereikt. ●
Worden deze subsidies volledig bekostigd uit de doeluitkering van het Rijk of worden hiervoor ook gemeentelijke middelen ingezet? Zo ja, hoeveel?
Antwoord: De subsidies worden volledig bekostigd uit de doeluitkering van het Rijk.
Pagina 46 ●
Welke activiteiten of voorzieningen worden niet langer uitgevoerd als gevolg van deze ontwikkeling?
Antwoord: De NPO middelen waren de Corona achterstandsmiddelen vanuit het Rijk ten behoeve van de Corona achterstanden in het onderwijs. Deze SPUK middelen zijn ingezet op eenmalige acties ten behoeve
van het inlopen van leerachterstanden, waarvan van tevoren duidelijk was dat deze niet structureel konden worden vanwege het tijdelijke karakter van het budget. Er is in de periode juli 2021 t/m juli 2025 ingezet op naschoolse beweegactiviteiten, een extra impuls op Techniekonderwijs, extra jongerenwerk op school en straat, versterken taalonderwijs, NT2 trainingen voor onderwijzend personeel, aanschaf ondersteuningsmaterialen NT2, tijdelijke uitbreiding van de taalklas, ambtelijke capaciteit om dit NPO uit te rollen, Leesbevordering en zomerschool. Nogmaals al deze activiteiten waren gericht op het inlopen van Corona achterstanden en dus van tijdelijk aard.
Pagina 48 ●
Welke kinderen komen niet in aanmerking voor kinderopvangtoeslag?
Antwoord: Kinderen van ouders die niet werken of studeren komen niet in aanmerking voor kinderopvangtoeslag. ● Er wordt aangegeven dat de gemeente rekening houdt met de Spreidingswet. ● Op welke locatie(s) en vanaf welk moment verwacht het college de eerste opvang van asielzoekers binnen de gemeente? Antwoord: Het college is zich bewust van de wettelijke taak die voortvloeit uit de Spreidingswet; tegelijkertijd is sinds 2024 gebleken dat het voor het COA complex is om in afstemming met de provincie en het gemeentebestuur, een geschikte en bestuurlijk en ruimtelijk passende locatie binnen De Ronde Venen te realiseren. Hierdoor kan op dit moment geen concrete locatie en startdatum voor opvang kan worden benoemd. Mede in opdracht van de minister van Asiel en Migratie, mijnheer van den Brink, blijft het COA samenwerken met gemeenten aan het realiseren van passende opvangcapaciteit. Op welke manier het COA samen met het college de verkenning voortzet wordt de raad geïnformeerd zodra er meer duidelijkheid is. ● ●
Volgens onze informatie eindigen de SPUK GALA-middelen in 2026. Kan het college aangeven wanneer deze middelen exact aflopen?
Antwoord: De looptijd van de SPUK GALA is van 2023 tot en met 2026. De middelen die vanuit het GALA zijn verstrekt voor 2026 kunnen niet in 2027 worden uitgegeven. De looptijd is dus tot eind 2026. ●
Indien deze middelen wegvallen, worden de buurtsportcoaches, de stimulering van sportdeelname en de basissubsidies voor kunst en cultuur dan voortgezet uit gemeentelijke middelen? ● Hoe is hiermee rekening gehouden in de meerjarenbegroting? Antwoord: Het ministierie van VWS verkent de mogelijkheid om per 2027 een nieuwe SPUK Sport en Bewegen aan te bieden, waarin de middelen voor de Brede Regeling Combinatiefuncties en de SPUK Stimulering Sport (waar de genoemde activiteiten nu mee worden gefinancierd) worden samengevoegd. Medio juni zal VWS hierover duidelijkheid geven.
Voor kunst en cultuur komt alleen de subsidie voor cultuurcoach uit het GALA-budget. De kans bestaat dat dit ook onderdeel wordt van de nieuwe SPUK Sport en Bewegen. Zo niet, dan komt deze financieringsbron voor de cultuurcoach te vervallen. ● Vanaf 2027 wordt gesproken over Domein Overstijgende Samenwerking (DOS). ● Kan het college toelichten wat hieronder wordt verstaan? ● Hoe bereidt de gemeente zich hierop voor? Antwoord: Uit de Kadernota is niet goed te herleiden waar deze vragen op zien. Een nadere duiding ontvangen we graag.
Pagina 62 ● ● ●
Dorpshuis De Willisstee wordt de komende twee jaar verbouwd. Wat gebeurt er gedurende deze periode met de geraamde exploitatiebijdrage? Worden deze middelen tijdelijk ingezet voor andere dorpshuizen of maatschappelijke voorzieningen?
Antwoord: De exploitatiebijdrage wijzigt niet tijdens de sluitingsperiode. Tijdens de sluitingsperiode is er weliswaar sprake van lagere kosten, maar daar staat tegenover dat de baten eveneens lager uitvallen. Er zijn immers geen inkomsten vanuit gebruikersvergoedingen van ruimtes in het dorpshuisgedeelte van De Willisstee.
Pagina 68 en 69 ● ●
Het college heeft plannen aangekondigd voor de ontwikkeling van sociale teams. Hoe verhouden deze sociale teams zich tot de huidige wijkteams en servicepunten?
Antwoord: De stevige sociaal lokale teams hebben de opdracht om passende en samenhangende basishulp te bieden. Zij doen dit vanuit een integrale aanpak die past bij wat nodig is. Deze stevige sociaal lokale teams staan zowel in verbinding met het voorliggende aanbod (de sociale basis) als met specialistische hulp. Door de komst van de lokale teams wordt ook de toegang tot maatwerk anders ingericht. Hoe dit het beste vormgegeven kan worden wordt de komende periode in overleg met de maatschappelijke partners verder uitgewerkt. ●
Welke taken krijgen de verschillende organisaties?
Antwoord: In het najaar 2026 wordt, samen met betrokken organisaties, een pilot gestart om de bestaande hulp in de gemeente efficienter te koppelen aan inwoners en aan elkaar. Bij de start van de pilot is er meer duidelijkheid over de taken van de verschillende organisaties. ●
Hoe wordt het beschikbare budget over deze onderdelen verdeeld?
Antwoord: Ook hierbij geldt dat hierover meer duidelijkheid is bij de pilot. Zie antwoord op de vorige vraag.