18-02-2021 Gemeente De Ronde Venen Politieke commissie ABZF SI
Tekst van het document
POSTADRES
BEZOEKADRES
Postbus 250
T
0297 29 16 16
3640 AG Mijdrecht
F
0297 28 42 81
Croonstadtlaan 111
E
gemeente@derondevenen.nl
3641 AL Mijdrecht
I
www.derondevenen.nl
Vergadering politieke commissie Algemeen Bestuurlijke Zaken/ Financiën Datum:
18 februari 2021
Tijd:
19:30 uur
Plaats:
Digitaal via Teams
Registratienummer: Voorzitter:
De heer H.J. van der Greft
Griffier:
De heer M. de Graaf
Raadsleden:
Mevrouw M.M.C. Becker (Seniorenpartij), mevrouw S. Borgstede (CDA), de heer C.W. Brouwer (CDA), de heer M.H. Brunia (D66), de heer R. Evers (VVD), de heer A.J.C. Goldhoorn (Ronde Venen Belang), mevrouw A.E. Groen (Lijst 8 Kernen), de heer M. Klijn (Lijst 8 Kernen), de heer L.G.J. Rouwenhorst (CDA), de heer E.R. Schreurs (PvdAGroenLinks), de heer W.H.P. Stam (ChristenUnie-SGP)
Meesprekers:
Geen
Wethouders:
De heer M. Divendal, mevrouw A.G. Schuurs (VVD)
Ambtenaren:
Geen
Notulist:
De heer H.C. Meinhardt
Notulen 1.
Opening De voorzitter opent de vergadering en heet de aanwezigen welkom. De vergaderregels die samenhangen met het digitaal vergaderen, worden nog even onder de aandacht van de deelnemers gebracht. Daarnaast wordt er tijdens deze vergadering iets nieuws toegevoegd aan digitaal vergaderen. Kijken of interrumperen mogelijk is. Wanneer men wil interrumperen dan kan men dit aangeven met het handje en tegelijkertijd met een interruptiemelding via de chat.
2.
Spreekrecht inwoners Er heeft zich niemand aangemeld voor niet geagendeerde onderwerpen.
1
3.
Vaststellen agenda De voorzitter geeft aan dat op verzoek van de VVD voorgesteld wordt om agendapunt 7a (Invulling bezuiniging amendement apparaatskosten 2021 en invulling bezuinigingen Programmabegroting 2021) van de agenda te halen en door te schuiven naar de commissie van 18 maart. Vervolgens stelt de voorzitter vast dat niemand daar bezwaar tegen heeft. Met deze wijziging wordt de agenda vastgesteld.
4.
Notulen commissie Algemeen Bestuurlijke Zaken/ Financiën en Samenleving & Inwonerszaken d.d. 14 januari 2021 De heer Stam meldt dat er op pagina 14 van de notulen AGU wordt genoemd als klein opgezette GR. Dat moet zijn AVU. Met deze aanpassing worden de notulen worden vastgesteld. Er zijn vragen naar aanleiding van de notulen.
5.
Voortgang en overige ontwikkelingen
a.
Toezeggingen De heer Stam stelt vast dat toezegging 166/20 zou worden afgedaan met een informatienota in februari. Spreker vraagt wanneer die nota komt. Wethouder Schuurs kan de vraag niet beantwoorden. Men zal bij de betreffende portefeuillehouder navraag doen. De heer Stam verwacht dan van deze portefeuillehouder een reactie. Wethouder Schuurs meldt zojuist vernomen te hebben dat de informatienota komende week is toegevoegd aan de griffiebrief. Burgemeester Divendal meldt dat toezegging 214/20 in maart afgedaan zal worden. Misschien wordt het begin april. Spreker verzoekt de raadsleden in geval men nog vragen heeft over het onderwerp deze door te geven. Dan kan men die meenemen bij de voorbereiding van de informatienota. Dat is beter dan de vragen te laten liggen tot de commissie in april. De voorzitter stelt vast dat er geen vragen meer zijn over de toezeggingen. Daarmee is dit agendapunt gesloten.
b.
Informatie-uitwisseling De heer Evers stelt vast dat het Rijk voor ondernemers meerdere steunmaatregelen heeft opgesteld om de gevolgen van de coronamaatregelen te verzachten. Er zijn echter ook ondernemers die tussen wal en schip vallen. Er zijn gemeenten die extra meetregelen hebben genomen om die groep ondernemers toch te kunnen helpen. Wil het college alert zijn op signalen dat er mogelijk in de gemeente ondernemers zijn die tussen wal en schip vallen?
2
Wanneer die signalen er zijn, de vraag of het college de raad daarover wil informeren. Dan kan men als gemeente misschien aanvullende actie ondernemen. De heer Stam brengt de verkiezingen volgende maand ter sprake. In het verleden stonden er in de gemeente een twintig grote publicatieborden waarop de partijen posters konden plakken. Gehoord is dat men het dit jaar anders gaat doen in de gemeente. Het zouden digitale borden moeten worden. Hoe is men tot dit besluit gekomen? Wat zijn de kosten van deze oplossing? Waarom is die verandering niet met lokale partijafdelingen gedeeld? In het verleden waren er ook reclameborden aan lantarenpalen beschikbaar. Zijn die dit jaar ook beschikbaar? Zo ja, hoe gaat het dat in zijn werk? Dan de stembureaus. De eerste twee dagen is een beperkt aantal bureaus open. Op de ‘gewone’ dag zijn ze allemaal open. Vinder er nog aanpassingen plaats wat betreft de openingstijd? Hoe loopt het met de personele bezetting van de bureaus? Wat zijn de coronamaatregelen? De heer Brouwer geeft aan dat tijdens de afgelopen ijsperiode veel schaatsers daarvan gebruik hebben gemaakt. Het was bekend dat de ijsclubs geen activiteiten konden organiseren in verband met corona. Daardoor zijn ook de faciliteiten als verkeersregelaars en parkeergelegenheden weggevallen.
Eerder is gevraagd hoe de gemeente de veiligheid voor schaatsers en de hulpdiensten zou kunnen waarborgen. Men heeft er wel aandacht aan gegeven. Toch zijn er bij Botshol zaken geëscaleerd waardoor de hulpdiensten er niet bij konden komen. Er is kennelijk een inschattingsfout gemaakt. Men is ervan uitgegaan dat iedereen dicht bij huis zou gaan schaatsen. Men heeft de aantrekkingskracht van Botshol i.c. de Plassen onderschat. Circa driekwart van de schaatsers bij Botshol kwamen uit een andere gemeente. Hierdoor was de toegankelijkheid voor hulpdiensten daar niet gewaarborgd. Wat is de mening van het college over die situatie? Kan het college een draaiboek opstellen op basis waarvan dit soort zaken niet meer voor kan komen? De heer Schreurs heeft een vraag in het verlengde van wat de heer Evers heeft ingebracht. Hoe kan men als gemeente proactief zijn in het ondersteunen van bedrijven en inwoners in deze crisistijd? Kan men inventariseren wat er her en der in het land wordt gedaan? Men hoeft het wiel niet opnieuw uit te vinden. Daarnaast moet men kijken welke mogelijkheden de wetgeving op het punt ondersteuning biedt. Kunnen bijvoorbeeld mensen op persoonlijke titel op een bepaald moment is een winkel worden uitgenodigd? Dan zijn er toch beperkt activiteiten mogelijk. Op een goede manier kijken naar wat er wel en niet mogelijk is.
Mevrouw Groen constateert dat werkdruk bij de handhavers erg hoog moet zijn gedurende de avondklok. Hoe is het in de gemeente? Soms is het vrij rustig, maar soms is het na 21.00 uur nog behoorlijk druk. Burgemeester Divendal merkt op dat de vragen over de verkiezingen waren aangekondigd. Daardoor kon men nog wat uitzoeken. Spreker was zelf ook verrast door het achterwege blijven van de grote publicatieborden. Daardoor heeft men niet iedereen geïnformeerd. Waarvoor excuus. Vanuit verschillende kanten is de vraag gesteld of men in plaats van de publicatieborden niet voor een meer professionele aanpak kon kiezen. Met name omdat er veel partijen meedoen aan de verkiezingen. De mensen die over de borden gaan, kwamen 3
erachter dat die toe waren aan vervanging. Toen is besloten om ze te vervangen voor de digitale borden. Dat kon binnen het voor de verkiezingen beschikbare budget. Er is voor de digitale borden een contract afgesloten voor vier verkiezingen. De gecontracteerde partij neemt over het gebruik contact op met de partijen. Bij een gemeenteraadsverkiezing zijn dat de lokale partijen. Er komen twaalf grote digitale publicatieborden. Het is netter dan plakken en men hoeft geen mensen meer te rekruteren om te plakken. Per verkiezing kost het ongeveer 10.000 euro. Daarvoor wordt alles gedaan, van plaatsing van de borden tot weghalen, het ‘aanbrengen’ van de posters, het onderhoud en het opslaan. De heer Stam begrijpt dat er sprake is van twaalf borden, die verdeeld worden over de kernen. Op de oude borden kon men twaalf tot veertien posters plakken. Hoe werken de digitale borden? Wat betreft de kosten, spreker begrijpt dat dit per jaar 10.000 euro meer kost dan de oude borden. Burgemeester Divendal merkt op dat de kosten hetzelfde zijn. Het geld komt uit het budget dat normaal voor de andere verkiezingszaken werd gebruikt. Het is budgettair neutraal. Daarom heeft men het niet van tevoren aan de burgemeester voorgelegd. Bij landelijke verkiezingen gebruikt men kleine digitale posters. Dan passen er meer op het bord.
Bij de raadsverkiezingen wordt het formaat posters aangepast aan het aantal partijen dat aan de verkiezingen meedoet. De heer Goldhoorn stelt dat in de oude situatie de partijen niet voor de borden hoefden te betalen. Betekent het nu dat alle zevenendertig partijen die aan de landelijke verkiezing meedoen ook op die digitale borden terecht komen? Mevrouw Borgstede heeft nooit gehoord dat iemand zich heeft beklaagd over het rommelige karakter van de oude borden. Men is benieuwd hoe het proces voor verandering verlopen is. Waar is de gedachte voor verandering vandaan gekomen? Het is jammer dat de fracties niet geïnformeerd zijn. Spreekster sluit zich aan bij de vragen van de heer Stam. Burgemeester Divendal meldt dat het initiatief is gekomen van de mensen die elke keer zorgden voor de oude borden. Die hebben vragen gehad over plakken. Bij de vervanging door digitale borden dacht men ook dat het en mooie service zou zijn om de borden bij plaatsing klaar te hebben. Omdat de burgemeester bij Tweede Kamerverkiezingen niet een halfjaar van tevoren met de lokale partijafdelingen spreekt, is het punt niet aan de orde geweest. De partijen hoeven niet te betalen voor een plek op de digitale borden. De digitale borden worden het nieuwe systeem.
Bij de gemeenteraadsverkiezingen krijgen de partijen op kosten van de gemeente de mogelijkheid om extra driehoeksborden te gebruiken (bij lantaarnpalen). Bij andere verkiezingen gebeurt dat niet. Het voornemen is om volgend jaar dat weer gewoon te doen. De heer Goldhoorn herhaalt zijn vraag of al de zevenendertig partijen nu op het digitale bord een plek krijgen. Voor zover burgemeester Divendal weet krijgen alle partijen die in een kieskring meedoen aan de verkiezingen een plaats op het bord. 4
De heer Evers vraagt of het goed begrepen is dat bij de gemeenteraadsverkiezingen volgend jaar er sprake is van digitale borden en driehoeksborden. Dus niet de oude borden waar men posters op moest plakken. Burgemeester Divendal meldt dat de gemeente ruim voor de gemeenteraadsverkiezingen het gesprek met de lokale partijafdelingen aangaat. De digitale borden komen er en daarnaast koopt de gemeente de driehoeksborden in. De stembureaus vinden een plek in bestaande in gebruik zijnde panden. Dit jaar moeten de stembureaus ruimer van opzet zijn. Ook kan men niet op alle locaties drie dagen terecht. Mevrouw Borgstede brengt de communicatie naar inwoners over het stemmen naar voren. Er zijn andere locaties en men kan op meer dagen stemmen. Wanneer gaat men hierover communiceren met de inwoners? Burgemeester Divendal meldt dat er al iets over gecommuniceerd is. Er ligt ook een communicatieplan klaar. De communicatie start op het moment dat de inwoners hun stempas krijgen. Er zijn vier stembureaus op maandag en dinsdag open. Die bureaus zijn ook op woensdag op. Iedereen mag daar op een van de drie dagen stemmen. In de communicatie zal worden benadrukt dat de locaties op maandag en dinsdag bedoeld zijn voor de kwetsbare inwoners. De bureaus worden coronaproef ingericht. De 70-plussers kunnen op elke dag stemmen, ze kunnen per post stemmen of ze kunnen iemand machtigen.
Het belangrijkst is dat men twee weken voor de verkiezingen vol gaat inzetten op communicatie. Men probeert de verkiezingen zo veilig mogelijk te organiseren. Dan het schaatsen. Daar zijn uitgebreide discussies over geweest met betrokkenen. Men heeft de algemene lijn gevolgd. Geen schaatstochten of –wedstrijden. Recreatief schaatsen mag. Met politie en anderen is gekeken hoe men dat zo veilig mogelijk kan organiseren. Men heeft bij Botshol bijvoorbeeld eenrichtingsverkeer ingesteld. Over het algemeen ging dat goed. Alleen nam op vrijdag de drukte onverhoeds sterk toe. Er heeft zich een situatie voorgedaan waarbij de bereikbaarheid door hulpdiensten dreigde onmogelijk te worden. Het is goed afgelopen. Er is toen wel direct geconstateerd dat men het gebied rond Botshol volledig moest afsluiten, de beperking tot eenrichtingsverkeer was onvoldoende. Het blijft altijd een afweging tussen iedereen te laten genieten van wat men graag wil en de zaak logistiek zo regelen dat het proportioneel is ten opzichte van wat er gebeurt. Men is de dagen vroeg begonnen met verkeersregelaars met de mogelijkheid om op te schalen. In verband met de sneeuw konden er geen extra parkeerplekken in de buurt gerealiseerd worden. Uiteindelijk is de indruk dat alles redelijk goed verlopen is. Misschien had men vrijdag al moeten besluiten om het gebied helemaal af te sluiten.
Ingeschat was dat eenrichtingsverkeer voldoende soelaas bood. Dan kon men aan een kant van de weg parkeren. Helaas heeft niet iedereen zich daaraan gehouden. Daarnaast verschijnen op social media de vreemdste verhalen over de situatie. Er zijn geen conflicten geweest tussen schaatsliefhebbers en boa’s of verkeersregelaars. De heer Brouwer kan heel ver meegaan in de reactie van de burgemeester. Echter, tijdens warme of koude periodes komt er telkens een soort van escalatie en dat men tijdens die escalaties tot het inzicht komt dat men extra maatregelen moet treffen. Daar maakt spreker zich zorgen over. Dat men de situatie niet van tevoren goed inschat. Het verzoek is om wat er in het verleden is gebeurd mee te nemen in een plan van aanpak voor komende periodes. 5
Burgemeester Divendal is het grotendeels eens met de heer Brouwer. Op een punt echter niet. Soms moeten zaken kunnen escaleren. Men moet ervoor oppassen dat men vanuit organisatorisch of financieel oogpunt een overkill aan maatregelen neemt die buitenproportioneel zijn. De heer Brouwer brengt naar voren dat het escaleren wat nu was toegestaan geleid heeft tot dat iedereen erbij kon komen waardoor er niemand er meer bij kon komen. Burgemeester Divendal begrijpt niet meer wat de heer Brouwer wil zeggen. Men moest verder lopen en er waren plekken waar geparkeerd kon worden. De heer Brouwer brengt naar voren dat die parkeerplekken ook afgesloten waren. De voorzitter grijpt in. Het wordt een soort herhaling van zetten. Nu eerst d andere vragen. Burgemeester Divendal vindt het vervelend wanneer er iets blijft hangen tussen hem en de heer Brouwer. Dat is niet nodig. Men kijkt naar wat er gebeurt en men leert ervan. In de informatienota over het afgelopen vaarseizoen komen structurele maatregelen aan de orde voor het komende seizoen. Spreker wilde alleen aangeven dat men een escalatiemodel heeft. Daar kan men het een volgende keer over hebben. De inbreng van de heer Brouwer daarbij wordt zeer op prijs gesteld. Nu corona. In het begin was men bang dat de avondklok zou leiden tot rellen. Dat is meegevallen. Op dit moment loopt het goed.
Het aantal bekeuringen dat wordt uitgedeeld is beperkt. Er wordt wel fors op gehandhaafd. Bijna alle mensen die men na 21.00 uur ziet hebben daarvoor een verklaring bij zich. Bij de coronasituatie kiest men ervoor om zich aan de regels te houden en om mee te denken over mogelijkheden die zich voordoen. Men denkt goed mee. Bij elke nieuwe maatregel spreken boa’s met de eigenaren. Men probeert flexibel mee te denken in de uitvoering van de regels op veel terreinen. Maatwerk is het uitgangspunt. Ook komen er veel vragen bij de gemeente binnen over zaken waar men wil overleggen. De regels mag men niet overschrijden. Wel kijken wat mogelijk is. Men is continue in overleg over mogelijkheden wanneer er regels vrijgegeven worden. Wethouder Schuurs stelt dat er voor ondernemers heel veel regels gelden, maar dat er ook veel maatregelen voor hen getroffen zijn om ze te helpen. Wat er nu nieuw aankomt is de TONK, de tegemoetkoming noodzakelijke kosten. Dat is een extra mogelijkheid om mensen met een inkomensterugval te ondersteunen. Het gaat dan om noodzakelijke kosten met name op het gebied van wonen. De gemeente is nu bezig daar regels voor op te stellen. Het is een regeling vanuit het Rijk, maar met vrijheid voor de gemeenten wat betreft de invulling. Het lijkt een beetje op de bijzondere bijstand. Wat de aanpak van de gemeente wordt, komt nog naar de raad.
Dat er ondernemers tussen wal en schip vallen is duidelijk. Het is moeilijk om aan te geven om hoeveel ondernemers het gaat. Net zoals het moeilijk is om aan te geven hoe men hen anders kan compenseren. Het Rijk doet het niet en de gemeente kan niet alles compenseren. Het is een ingewikkelde situatie. Volgende week valt de gemeentelijke belastingaanslag in de digitale brievenbus. Daarover komt nog communicatie dat er daarvoor uitstel verkregen kan worden voor mensen die het in verband met corona nodig hebben. Dat
6
kan de gemeente doen. Voor de rest kan men de ontwikkeling in de gaten houden en kijken waar de gemeente kan bijspringen. Het is lastig om meer te doen, dan er nu als is. De heer Schreurs heeft gevraagd om te inventariseren wat er in andere gemeenten gedaan wordt om ondernemers te ondersteunen. Om een beeld te krijgen van maatregelen die men nog niet kent. Wellicht dat daar maatregelen bij zijn die voor de inwoners en de ondernemers interessant zijn. Dat vereist wel een proactieve opstelling. Wethouder Schuurs denkt dat daarnaar gekeken is. Bijvoorbeeld de grotere terrassen die toegestaan zijn en het op afspraak kopen in keukenshowrooms. Men heeft contact met andere gemeenten over dit soort zaken. Tot nu toe constateert men geen grote verschillen tussen de gemeente. Maar men houdt de voelsprieten open. De heer Goldhoorn wil het college het advies meegeven om in de communicatie heel voorzichtig te zijn. De 88% OZB-verhoging klinkt nog steeds na. Wethouder Schuurs meldt dat de verhoging ondertussen naar 44% is gegaan. De heer Schreurs constateert dat het college niet precies in beeld heeft wat er elders gebeurt. Men gebruikt de voelsprieten, maar meer ook niet. Is het college beried om actief te kijken naar wat er wel elders gebeurt? Men mag aannemen dat dit toch met de juiste contacten toch niet al te moeilijk is.
Wethouder Schuurs geeft aan dat de ambtenaren niet al de andere gemeenten hierover gaan bellen. Via de U16 en de regio Amsterdam heeft men allerlei informatie en zaken in beeld. Daar maakt men geen lijsten of overzichten van. Men houdt oren en ogen open. Men moet ook voor ogen houden dat wat andere gemeenten doen wel geld kost. Men heeft in deze gemeente geen geld apart gezet om zaken voor ondernemers te regelen. Men kan geen extra’s meer doen ten opzichte van wat men nu al doet. Hoever moet men dan gaan om te inventariseren wat andere gemeenten doen? De heer Evers heeft bedoeld om eerst de knelpunten vast te stellen. Kijken of ondernemers in de knel komen. Op basis daarvan kan men actie ondernemen. Het is niet de bedoeling om andersom te handelen. De voorzitter sluit dit agendapunt na geconstateerd te hebben dat er geen vragen meer zijn.
c.
Gemeenschappelijke Regelingen De voorzitter constateert dat er geen punten voor dit agendapunt zijn.
6.
Punten voor de raad van 4 maart 2021
7
a.
Richtinggevende uitspraken toekomstige samenwerking recreatieschappen, raadsvoorstel 06/21 De heer Goldhoorn is van mening dat het voorliggende voorstel te snel is uitgebracht. In oktober is een motie aangenomen met vier punten: 1. Uitvoering zelfstandig als dat kan 2. Behoud van kennis en kunde 3. Indien samenwerking, dan zo kleinschalige mogelijk 4. Behoud van subsidie van de provincie Utrecht Deze motie moet in de discussie de boventoon voeren. Op dit moment maakt de gemeente deel uit van SGL, maar wat betreft de Vinkeveense Plassen zijn alle risico’s voor de gemeente. Deel uit maken van SGL heeft een zeer beperkte toegevoegde waarde. Wil men uitvoering kunnen geven aan de motie, dan moet men zekerheid hebben over het eerste en het vierde punt. Voordat het voorstel naar de raad gaat, moet men aan de Provincie de vraag voorleggen onder welke voorwaarden het recreatiegebied Vinkeveense Plassen met hetzelfde virtuele hek als nu door de Provincie financieel gesteund kan worden. Welke waarborgen heeft de Provincie daarvoor nodig? Helder is dat onderhoud en handhaving op de Plassen plaats moet vinden. Of daarvoor een bovenliggend bestuursorgaan voor nodig is, is de vraag. Indien de Provincie voldoende garanties krijgt, dezelfde als die nu gelden over het risico van het gebied, dan is er geen reden voor de Provincie om af te zien van een financiële bijdrage.
Daarnaast nog de opmerking dat het weinig zinvol is om veel geld uit te geven aan toekomstvisies zolang er nog geen bestemmingsplan Vinkeveense Plassen is. Wanneer dat plan er is, is het aan de ondernemers om richting te geven aan de ontwikkelingen. Daarvoor komt men naar de gemeente. Graag een reactie van de collega’s. Kan men zich vinden in deze aanpak? Dat men van de Provincie moet weten onder welke voorwaarden men het recreatiegebied Vinkeveense Plassen financieel wil blijven ondersteunen zonder dat er sprake is van een bovenliggend bestuursorgaan. Wanneer men dat antwoord heeft, dan kan men verder met het voorliggende raadsvoorstel. De heer Schreurs vindt de gedachte voor voorgaande spreker interessant. Wat opvalt is dat de inhoud van de besturen brief en de inhoud van het raadsvoorstel niet op elkaar aansluiten. In de brief komt naar voren wat de raad via de motie heeft vastgelegd. In het raadsvoorstel gaat men voor een deel concreet in op de uitwerking. Het raadsvoorstel is geen reactie op het eigenlijke beslispunt over het recreatieschap. Hoe verhouden de brief en het raadsvoorstel zich tot elkaar? Wanneer de brief leidend is, dan hoeft men nog niet te besluiten over het raadsvoorstel. Dan zou men de door de heer Goldhoorn naar voren gebrachte punten eerst nader moeten onderzoeken.
Ook kan men dan nog eens kijken naar de varianten die de raadsrapporteurs naar voren hebben gebracht. De heer Brunia voelt wel iets voor wat beide sprekers hebben gezegd. Terecht wordt opgemerkt dat er wat spanning zit tussen de brief en het raadsvoorstel. In het raadsvoorstel worden alle punten belicht. Het eigenlijke voorstel aan SGL is de brief. Kan de wethouder die spanning toelichten? Kan de wethouder toelichten wat de verhouding is tussen de brief en het besluit dat de raad kort daarna neemt? Wat een vreemde move in de brief is, is het vraagteken dat geplaatst wordt bij de haalbaarheid van de liquidatie van RMN per 1 januari 2022. Dat vraagteken kan er wel zijn, 8
maar men heeft er als raad baat bij dat de liquidatie voor die datum plaatsvindt. Men moet dus niet de indruk wekken dat de liquidatie niet per se voor de genoemde datum moet plaatsvinden. Spreker vindt niet dat het voorstel te snel komt. Men moet als raad zoveel mogelijk duidelijkheid geven, waardoor men te realiseren kansen kan maximaliseren. Dat men de Provincie moet vragen of men de subsidie wil continueren zonder bovenliggend bestuursorgaan mag duidelijk zijn. De vraag is of de Provincie daar direct een antwoord op geeft. Men zal meer stappen van de gemeente verwachten. Het is dus belangrijk dat de gemeente zelf richting bepaalt en aangeeft wat men wil. De vier punten uit de motie gaan niet automatisch samen. In dat geval moet de raad een keuze maken. Spreker wil graag meer aandacht voor het zicht op een mogelijke samenwerking met Loosdrecht. Die gemeente gaat iets onderzoeken. Echter, De Ronde Venen moet daarbij een actieve rol hebben. Niet afwachten waar Loosdrecht mee komt. Mevrouw Becker vindt dat men met de concept reactie geconfronteerd worden met een voldongen feit. Men had verwacht dat de voorstellen van de raadsrapporteurs in de reactie zouden worden meegenomen. In het raadsvoorstel staat dat men zelfstandig verder gaan (bijna) uitsluit door de geringe omvang van de gemeente. Kennis en kunde moeten gewaarborgd worden en de kosten daarvan gedekt.
Daarnaast loopt het verkrijgen van de subsidie van de Provincie gevaar bij een zelfstandig verder gaan. Daar moet men eerst meer over weten voordat men kan besluiten. Dan weet men ook of men een nieuw samenwerkingsverband moet aangaan. Ook kan men dan bekijken of bij zelfstandig verder gaan een samenwerking mogelijk is met niet commerciële partijen zoals Natuurmonumenten. Daarmee kan men dan zorgafspraken maken. Dan moet men de handhaving zelf ter hand nemen. De denkrichting om met Wijdemeren samen wat te doen is ook een soort voldongen feit. Daarover is vooraf nooit gesproken. Hoe komt het dat men die richting heeft gezocht? De heer Evers dankt voor de notitie. Die geeft richting. Tegelijkertijd wil spreker voorkomen dat men een afslag neemt, waarbij de richting zo definitief is dat andere opties niet meer mogelijk zijn. Klopt het dat het college voorsorteert op een centrumconstructie met de Provincie? Is dat niet erg voorbarig? Het lijkt er hierbij op dat men risicomijdend handelt om te voorkomen dat de subsidie wegvalt. Zijn er gesprekken met de Provincie gevoerd over het behoud van subsidie in geval men zou kiezen voor een andere constructie? Bijvoorbeeld meer zelfstandigheid. Kan men zelfstandig met subsidie door zonder ons aan de Provincie te verplichten? Het college geeft aan dat het zinvol is om samenwerking met Wijdemeren te onderzoeken.
Spreker is die mening ook toegedaan. Hoe voortvarend kan men zelf dat onderzoek op pakken? Wijdemeren lijkt wel een straatlengte voor te liggen. Die heeft zichzelf al als centrumgemeente genoemd. Waar staat deze gemeente dan in eventuele die samenwerking? Of kan men met Wijdemeren als twee gelijkwaardige gemeenten samenwerken? In zo’n samenwerking is er wel sprake van een zekere risicospreiding, maar men is niet geheel afhankelijk van de Provincie. De heer Rouwenhorst sluit zich aan bij de opmerking van de heer Schreurs betreffende het verschil tussen de brief aan de recreatieschappen en het raadsvoorstel.
9
Allereerst de reactie naar de recreatieschappen. Daarin staat dat de gemeente in basis positief staat tegenover de richtinggevende uitspraken. Dat is wel erg vaag. Wat houdt ‘in basis’ in? Bij de richtinggevende uitspraken gaat het over negen stuks die zijn verstopt in vier punten. Voordat men het eens is met de uitspraken moet men die wel goed bekijken. Men is het in elk geval eens met de uitspraak dat RMN moet worden opgeheven. Dan blijven er nog acht punten over. Daarvan zijn er vier aan Loosdrecht gericht. Daar heeft onze gemeente niets over te zeggen. De punten uit de motie komen onvoldoende in de brief terug. De raad gaat uit van zoveel mogelijk zelfstandigheid terwijl de brief vooral samenwerking uitstraalt. Een punt is ook dat in een eventuele samenwerking met Wijdemeren die gemeente voor zichzelf al een centrumpositie heeft geclaimd. Dat moet nog wel besproken worden. Waarom is het wenselijk dat er een gesprek wordt aangegaan met niet-commerciële terreinbeheerders? Onder welke condities gaat men eventueel dat gesprek aan? Bij die uitspraken wordt ook genoemd dat men wil onderzoeken of de taken van toezicht en handhaving kunnen worden ondergebracht bij de RUD. Noch onze gemeente noch Wijdemeren is aangesloten bij de RUD.
Waarom die taken dan daar? Kortom, kan men wel akkoord gaan met deze gang van zaken? Men heeft grote bedenkingen tegen de zinsnede in de brief dat men positief staat tegenover de richtinggevende uitspraken. Op dit punt moet de brief aangepast worden. Aan de vier punten van de motie wordt in de brief te weinig recht gedaan. De heer Goldhoorn is benieuwd wat de heer Rouwenhorst vindt van het punt om van de Provincie te horen onder welke voorwaarden men de subsidie in stand wil houden wanneer de gemeente zelfstandig doorgaat. De heer Rouwenhorst wilde zijn eerste termijn juist afsluiten met de vraag of de gemeente al contact heeft gehad met de Provincie om de subsidie die men krijgt te behouden. Zonder dat men het eens zou moeten zijn met die richtinggevende uitspraken. De zaak wordt formalistisch erg opgetuigd. De vraag is of dit de gemeente op korte termijn gaat helpen. De heer Klijn concludeert, na alles gehoord te hebben, dat het erop lijkt dat de gemeente een wat passieve houding aanneemt. Zou de gemeente niet actiever moeten zijn. Wanneer men op deze manier verder gaat, zou de gemeente wel eens in een nadelige situatie terecht kunnen komen. Graag een reactie van de wethouder op het punt van een meer actieve rol in het hele proces. De heer Stam stelt vast dat er een aantal interessante vragen en opmerkingen door de diverse sprekers naar voren is gebracht.
De beantwoording ervan wacht spreker even af. Wel een paar opmerkingen. Als eerste het punt van de heer Goldhoorn. Kijken of men het zelfstandig kan en dat de Provincie daarin meegaat. Wat maakt dat qua risico uit. Technisch gezien heeft de heer Goldhoorn een punt. Echter, een risico is ook dan men nu gebruik maakt van RMN, een organisatie die van de hoed en de rand weet. Die kent het gebied en denkt goed mee over het beheer. De vraag is hoe men dat moet organiseren wanneer men zelfstandig opereert. Dan moet men iets optuigen waarbij lokale kennisdragers met elkaar bepalen wat er moet gebeuren. Dat dient dan als opdracht voor uitvoerende partijen.
10
Vervolgens gaat de discussie erg over de Vinkeveense Plassen. Echter, de gemeente is groter dan de Plassen. Hoe gaat men in de vervolgperiode om met de rest van het gemeentelijke gebied? Dan de opmerkingen met betrekking tot een constructie met Wijdemeren. De een is er positief over, de ander beziet het met een zekere scepsis. Of een dergelijke samenwerking kan met twee centrumgemeenten is de vraag. Daarnaast heeft men te maken met twee plassengebieden die in zekere zin elkaars concurrent zijn. Wat dit betekent kan spreker niet inschatten, maar men moet er wel over nadenken. Dat kan gevolgen hebben voor wie bepaalt wat waar gebeurt en wie is leidend. Wethouder Schuurs plaats voorafgaand aan de beantwoording van de vragen eerst een opmerking. Het voorstel is een richtinggevend voorstel. Een stap in het proces. Kijken naar de keuzes die voorliggen om de juiste richting te bepalen waar men naar toe wil werken. Men zit nu in een samenwerkingsverband. Men moet het proces dan ook met elkaar door. Men moet zich zeker niet uitspreken over de uitgangspunten voor Loosdrecht. Het gaat vooral over de zaken waarbij onze gemeente belang bij heeft. Nu de vragen. De heer Evers merkt op dat er nu precies naar voren komt wat men eerde heeft aangegeven. Er wordt duidelijk een richting gegeven. Een zekere twijfel over de optie samenwerking met Wijdemeren.
Dat is een mogelijkheid, maar het lijkt erop dat men daar nu al van wil afzien. Spreker maakt bezwaar tegen het laatste. Men mag niet voorbijgaan aan de optie samenwerking met Wijdemeren. Wethouder Schuurs kan de heer Evers niet volgen. Op pagina 2 van het voorstel wordt duidelijk aangegeven dat de samenwerking met Wijdemeren een van de mogelijke richtingen is. Als onderwerp om gewoon uit te werken. Wijdemeren heeft aangeduid dat men voor wat men gaat doen een centrumgemeente wil zijn. SGL is nog niet zover. SGL heeft het idee dat de provincie Utrecht of een gemeente als centrumgemeente kan fungeren. Wanneer men de ‘natte’ taken samen met Wijdemeren zou gaan uitvoeren, heeft die gemeente aangegeven centrumgemeente te willen zijn. Dat wordt een discussiepunt. Of er sprake kan zijn van twee centrumgemeenten moet onderzocht worden. Aangegeven is dat er bij wat men wil geen extra bestuursorgaan nodig is. Dat klopt voor sommige taken. Een samenwerking op het gebied van beheer & onderhoud en toezicht & handhaving zou via een convenant geregeld kunnen worden. De wethouder kan zich voorstellen dat men de Provincie eerst moet vragen wat de voorwaarden zijn om de subsidie te behouden. Met eventueel in het achterhoofd ‘het zelf doen’. Misschien had men op het laatste wat dieper in moeten gaan in het raadsvoorstel. Als organisatie denkt men dat dit echt (te) veel gevraagd is.
Wanneer men het zelf wil doen, dan moet men ook zeker weten dat men het kan. Daarom ziet men meer in een zo klein als mogelijke samenwerking. Wanneer men kijkt naar de problematiek bij RMN zit het probleem vooral in de overheadkosten van de bedrijfsvoering. Men moet voorkomen dat men in de toekomst daar weer mee geconfronteerd wordt. Dan de aansluiting tussen brief en raadsvoorstel. De brief is veel korter dan het voorstel. In het raadsvoorstel heeft men meer duiding willen geven hoe men erin zit en hoe men dit beoordeelt in het licht van de aangenomen motie. Recht doen aan de motie die er ligt. De brief is de inbreng naar SGL. Wanneer men iets anders wil, dan moet de brief aangepast worden. 11
De opmerking over de datum van 1 januari 2022 zou men eruit kunnen halen. Het was bedoeld als aanduiding dat de tijd krap is. Het college weet dat en het DB van SGL ook. Het doel is om de datum te halen. Men wil af van de situatie RMN. Op basis van wat men vanavond bespreekt, past men al dan niet de brief aan. Die gaat dan in concept naar SGL. Na de raadsvergadering gaat de definitieve brief naar SGL. Tot nu toe ligt er niets vast. Het gaat om richtinggevende keuzes. Gedurende het gehele proces gaat men naar de raad voor de volgende stap. Men moet goed met elkaar in gesprek gaan over de kant die men opgaat. Zoals eerder aangeven is samenwerking geen vaststaand feit, maar een mogelijke optie. Of risicomijdend een voorwaarde is, kan de wethouder niet zeggen. Men wil toe naar een toekomstbestendige situatie waarbij men de recreatieve situatie goed kan onderhouden en waarbij men kan doen wat men wil doen. De financiële bijdrage van de Provincie is nog niet expliciet besproken omdat er nog geen helderheid is over de toekomstige situatie. Een lichte vorm van samenwerking over beheer & onderhoud en toezicht & handhaving is wellicht wel een goed idee. De Provincie heeft wel te maken met de RUD. Er wordt gesproken met de RUD. De huidige boa’s van RMN komen daar ook vandaan. Wanneer men een probleem heeft met ‘het in basis eens zijn’ dan moet de formulering anders.
Graag daarvoor een suggestie. De richtinggevende uitspraken worden nog verder uitgewerkt. Wanneer men met de uitspraken instemt, dan wordt er vanuit de uitspraken verder gewerkt. De heer Rouwenhorst heeft al eerder aangegeven dat een aantal van die richtinggevende uitspraken niet van toepassing zijn. Over een aantal andere valt nog wel wat te zeggen. Dat neemt niet weg dat spreker zich zorgen maakt over ‘richtinggevend’. Dat begint al veel op een kader te lijken. De opmerking over het hier mee eens zijn, moet in de brief genuanceerd worden. Daar vraagt spreker aandacht voor en wil best nadenken over een tekstvoorstel. Wethouder Schuurs denkt dat het tekstvoorstel geen probleem is. Wanneer men over de uitspraken wat wil zeggen, dan is dit het moment om dat te doen. De heer Rouwenhorst is van mening dat dit in de eerste termijn al duidelijk is gebeurd. De voorzitter stelt voor hier in de tweede termijn op terug te komen. Eerst het afronden van de eerste termijn. Wethouder Schuurs heeft nog niet goed begrepen over welke toezegging men in de brief een opmerking zou moeten maken. De motie is gewoon opgenomen in de brief. De wethouder heeft op dit punt voor de aanpassing meer richting nodig. Dat kan via een amendement. De opmerking over een passieve houding begrijpt de wethouder niet. Er is al heel vaak binnen de raad over het onderwerp gesproken.
Het college en het ambtelijk apparaat zijn er ook druk mee bezig. De wethouder vraagt zich af hoe men een beraad met lokale kennisdragers voor zich ziet en wat men daarmee zou willen. Dat de gemeente groter is dan de Plassen is natuurlijk waar. Echter, wat RMN op dit moment voor de gemeente doet, speelt zich af op de Plassen. De opmerking over de concurrerende positie van de Vinkeveense Plassen ten opzichte van de Loosdrechtse Plassen is een interessante. Die houdt men in gedachte. Tweede termijn 12
De heer Goldhoorn is geschrokken van de antwoorden van de wethouder. Het zou niet verstandig zijn om de uitvoering zelfstandig te doen. Dat staat echter wel in de motie. Wanneer de wethouder dit niet verstandig vindt, dan wil spreker daar graag een onderbouwing van hebben en dan had de wethouder dit ook eerder moeten terugmelden aan de raad. Dat zelf doe lastig is om het vorm te geven, is mogelijk. Het kan echter wel. Onderhoud en toezicht kan men inhuren. Concreet, is de wethouder bereid met de Provincie in overleg te gaan om voor de raadsvergadering van hen op papier te krijgen wat hun voorwaarden zijn om de gemeente de uitvoering zelfstandig te laten doen. Dat staat los van de beslissing dat de raad al besloten heeft dat men het gaat doen. Voor het besluit weet de raad dan in elk geval aan welke randvoorwaarden men moet voldoen. Dan weet men ook beter wat men in de zienswijze moet vermelden. Ook hoort spreker graag de mening van de collega’s hierover. Wethouder Schuurs wil graag antwoord geven voordat er andere vragen over dit punt gesteld worden. In het raadsvoorstel op pagina 3 geeft men aan dat men het zelfstandig doen voor de uitvoerende taken niet uitsluit. Echter, het is niet een voor de hand liggende keuze in verband met de kwetsbaarheid van de gemeente bij het zelf uitvoeren van deze taken.
Samenwerking op dit punt is belangrijk om het behoud van kennis en kunde te waarborgen en de kosten te kunnen dekken. Dit zijn de redenen om het niet zelf te gaan doen. De heer Goldhoorn merkt op dat in de motie als eerste punt staat ‘zelfstandig als dat mogelijk is’. De wethouder zegt dat dit niet verstandig is door de geringe omvang van de gemeente. Wat is dan de toegevoegde waarde wanneer men bijvoorbeeld toetreedt tot een samenwerking met Loosdrecht? Wethouder Schuurs antwoordt dat dit wel of niet moet blijken uit het onderzoek naar het vervolg. Welke vorm van samenwerking men eventueel aangaat. De heer Goldhoorn vraagt of het dan niet verstandig is om de randvoorwaarden te kennen voor een bijdrage van de Provincie. Er wordt voortdurend aangegeven dat het onzeker is dat de Provincie die bijdrage wil blijven verstrekken. Wat zijn de voorwaarden om wel te blijven geven? Wethouder Schuurs hanteert als argument om de uitvoering niet zelfstandig te doen. Daarbij speelt de geringe omvang van de gemeente een rol. En het behoud van kennis en kunde. Men kan als middelgrote gemeente heel veel zelf, maar wanneer men dit doet loopt men een groot risico dat men eenmensfuncties krijgt. Dat punt staat als kwetsbaarheid in het raadsvoorstel. Daarna komt de mening van de Provincie. De heer Stam vraagt zich af of er niet langzamerhand een academische discussie aan het ontstaan is.
Wanneer men gaat voor en oplossing waarbij de Provincie een soort centrumgemeente is en de gemeente een constructie kent met een stuurgroep en convenanten, afgestemd met de Provincie, dan wordt de overhead eigenlijk verlegd naar de Provincie. Maar, de facto is er sprake van een hoogwaardige zelfstandigheid. De heer Schreurs komt terug op de brief en het raadsvoorstel. Eigenlijk is de passage in de brief over dat men is basis positief staat tegenoever de richtinggevende uitspraken vervangen 13
worden door de opmerking dat men de voorstellen in het raadsvoorstel goed vindt en die gaat men uitwerken. Dan kan men zich vervolgens afvragen hoe zich dat verhoudt tot het volgende punt in de brief over de vier punten van de motie. Wanneer SGL de brief leest, kan spreker zich voorstellen dat men zich afvraagt wat de gemeente wil. In het raadsvoorstel staan onder 1.1 staan drie punten die over Loosdrecht gaan (1a, 1b en 1c). Wat moet deze raad besluiten over Loosdrecht? Spreker kan zich voorstellen na alles wat vanavond naar voren is gebracht, dat men in de brief aangeeft dat er een paar interessante opties voor nadere uitwerking aangegeven zijn. Echter, dat de gemeente ook nog wat andere opties uitgewerkt wil zien. Daarmee houdt men ruimte om op basis van informatie die men later ontvangt andere keuzes te maken. Men kan dan verder onderzoek doen naar varianten om het mogelijk te maken om op het moment dat de raad daarover spreekt betere keuzes te kunnen maken. Dat heeft men nu niet. Er wordt een richting aangegeven die men gaat onderzoeken. Misschien denkt men vervolgens dat dit niet de oplossing is en wil men weer een volgende richting gaan onderzoeken. Dat gebeurt nu ook een beetje met het oordeel over de zelfstandigheid. Nergens is aangegeven wat dat precies betekent en hoe lastig de werkelijkheid kan zijn.
Men moet er in de komende tijd toch nog even over moeten nadenken of de brief naar SGL niet een andere tekst zou moeten hebben. Dat men in elk geval aangeeft dat er ook andere varianten bekeken moeten worden. De heer Brunia constateert dat de brief aangepast zal worden. Met name ook dat de twijfel over 1 januari 2022 eruit gaat. Dat het van belang is om 1 januari te halen. Wat betreft de richtinggevende uitspraken zoals die er liggen, dan constateert spreker twee zaken. Bij uitspraak 2c staat dat de uitkomsten van de verkenning van de samenwerking worden meegenomen. Er moet dus eerst een verkenning zijn voordat wordt meegenomen. Het idee is dat de verkenning op dit moment zelfstandig door Wijdemeren wordt gedaan. Het moet echter een onderzoek zijn dat door Wijdemeren en De Ronde Venen gezamenlijk wordt doorgevoerd. Wat is de inbreng van onze gemeente in het onderzoek? Dan de centrumconstructie. Spreker denkt dat het goed mogelijk is om een format te vinden waarbij men komt tot een gezamenlijke uitvoeringsorganisatie zonder er bestuurlijk iets boven te hangen. Dan wordt dat heel kleinschalig waarbij zoveel mogelijk zelfstandigheid aanwezig is. Dat zou goed voldoen aan de punten in de motie. Pas wanneer dat niet kan, komt een convenant met SGL aan de orde. Bij een samenwerking met Wijdemeren heeft men niets meer te maken met SGL.
Wanneer RMN geliquideerd is dan heeft SGL voor de gemeente geen voldoende waarde meer. Tenzij het gaat over risicodeling en tenzij de Provincie zonder SGL geen bijdrage meer wil leveren. Wanneer men de Provincie naar de voorwaarden voor de bijdrage gaat vragen, dan zal men waarschijnlijk dezelfde voorwaarden noemen die vier jaar geleden geformuleerd zijn. Men moet zelf nadenken over wat men wil en breder kijken naar de mogelijkheden. Dat moet ook uit de brief blijken. De heer Goldhoorn vindt het frappant dat de heer Brunia weet wat de Provincie gaat antwoorden. Wanneer dat bekend zou zijn, dan had dit antwoord ook in het raadsvoorstel kunnen staan. Spreker heeft nog nooit een officiële brief van de Provincie gezien met hun daadwerkelijke voorwaarden. Zeker niet bij de plaatsing van het virtuele hek rond de Vinkeveense Plassen zoals dat ook bij SGL is gedaan.
14
De heer Brunia baseert zijn opmerking over het antwoord van de Provincie op ervaring. Het is geen wetenschap. Men kan de vraag stellen, maar men moet zich niet op voorhand rijk rekenen. In de brief zou ook iets moeten staan, naast de mogelijke constructie met Wijdemeren, over het losser maken van de constructie met de RUD. Het is niet erg wenselijk dat er op de Plassen voor toezicht en handhaving mensen van de RUD en de ODRU naast elkaar aan het werk zijn. De heer Rouwenhorst brengt naar voren dat de heer Schreurs al de kernpunten voor de brief aan de DB’s van de schappen. Die spreken bijzonder aan. Men kan in de brief in elk geval aangeven dat de gemeente een mening heeft over richtinggevende uitspraken die betrekking hebben op De Ronde Venen. Wanneer men de richtinggevende uitspraken bekijkt die betrekking hebben op SGL, dan kan men zich afvragen wat daarvan overblijft in het licht van de motie. Bij punt 2b van die uitspraken zou men moeten aangeven dat er sprake moet zijn van een zo beperkt mogelijke samenwerking. Dan het punt van gesprekken aangaan met niet-commerciële terreinbeheerders (punt 2.b.2) vindt spreker te mager. Waarom niet ook met commerciële partijen? Wat is de insteek van die gesprekken? Dat staat niet in de richtinggevende uitspraken. In punt 2.b.3 heeft men het over een mogelijke overdracht van taken aan de RUD.
Waarom staat de ODRU daar ook niet vermeld? Het gaat tenslotte om De Ronde Venen. Als laatste punt 3, de gevolgen onderzoeken van de wijzigingen voor externe opdrachten. Het gaat niet om de gevolgen te onderzoeken. Het gaat erom dat men onderzoekt wat de gevolgen zijn. Mevrouw Becker merkt op dat de wethouder bij de beantwoording aangaf dat er nog helemaal niets vastligt. Echter, men heeft de indruk dat er al te veel wordt voorgesorteerd op de richtinggevende uitspraken. Er is bij een aantal punten nog sprake van veel onduidelijkheid. Is de gemeente te klein om zelfstandig beheertaken uit te voeren? Kan het behoud van kennis en kunde gewaarborgd worden? Kunnen de kosten gedekt worden? Krijgt men de subsidie van de Provincie? Zelf geeft het college aan dat de organisatie het zelfstandig uitvoeren van taken niet ziet zitten. Dat geeft feitelijk de richting aan die men voorstaat. Graag hierop een reactie? Kan men ook andere mogelijkheden uitwerken voordat men de richting van de richtinggevende uitspraken gaat volgen? Wanneer RMN straks geliquideerd wordt, heeft SGL geen toegevoegde waarde meer voor de gemeente. De heer Stam haakt aan bij de opmerking van de heer Schreurs dat er wat te kiezen moet zijn, er moeten alternatieven zijn. Wanneer men de insteek van de stukken bekijkt, krijgt men toch de indruk dat er al voor een marsroute gekozen is.
Een constructie met stuurgroepen en gesloten convenanten waarvan compleet onduidelijk is hoe dat gaat werken. Waarbij bij voorkeur de Provincie de centrumgemeente wordt en waarbij men misschien nog iets met Wijdemeren gaat doen. Het zou goed zijn dat men bij SGL aangeeft dat er ook een ander alternatief onderzocht moet worden. Onderzoeken in hoeverre de gemeente zelfstandig de taken kan uitvoeren met behoud van de provinciale subsidie. Ook kan men kijken naar de AVU-constructie. Dat is een kleine goedwerkende GR. Het is goed dat deze punten in de reactie terugkomen. Al was het maar om te kunnen bepalen hoe goed of hoe slecht de primair gekozen marsroute is. Hoe zelfstandig is de gemeente binnen de gekozen richting? Dat moet 15
men weten. Het moet helder zijn hoe die constructie werkt wanneer het gaat over verantwoordelijkheden, taken en risico’s. Dan het punt RUD. Het is wat bijzonder om de taken van toezicht en handhaving over te dragen aan de RUD, terwijl het grootste gedeelte van het gebied waar SGL werkt een ODRUgebied is. Dat is toch vreemd. Het zou een onderdeel van het onderzoek moeten zijn hoe men zoveel mogelijk kan aansluiten bij bestaande partners in het betreffende gebied. Het is de heer Evers opgevallen dat uit de presentatie Berenschot komt dat de Loosdrechtse Plassen en de Vinkeveense Plassen twee bijzondere gebieden zijn. Er is echter wel een kans om samen te werken. Dan moeten ook twee provincies daarin meegaan. Het lijkt nu wel of men in deze gemeente daar een zekere angst voor heeft. Wanneer men kijkt naar de motie dan ligt die samenwerking het meest voor de hand om onderzocht te worden. Lukt die samenwerking niet, dan moet men iets doen samen met de Provincie. De voorzitter constateert dat er, gezien de verschillende reacties en verzoeken van aanpassingen van de brief, een lastige klus voor de wethouder ligt. Kan de weethouder aangeven tot welke aanpassingen het college bereid is? Daarna kan men de fracties vragen of het voorstel wel of niet naar de meningvormende raad kan. Wethouder Schuurs merkt op dat er eigenlijk geen concrete vragen gesteld zijn.
Op basis van de opmerkingen wil de wethouder aangeven wat men concreet in de brief wil gaan aanpassen. Wanneer de commissie met die richting instemt, dan komt men een stuk verder. Wat de wethouder niet wil aanpassen is de zinsnede ‘In de basis……’. Dat staat er omdat men vervolgens een aantal kanttekeningen plaatst. Daar komen nu nog meer opmerkingen bij. De wethouder wil toevoegen dat men een aantal varianten wil laten uitzoeken. Het gaat om de varianten: zelf doen, de AVU-optie en de samenwerking Wijdemeren – De Ronde Venen. Daarbij wordt geen voorkeur uitgesproken. Bij punt liquidatie RMN aangeven dat men de datum 1 januari 2022 ambitieus vindt, maar wel dat men het punt zo belangrijk vindt dat die datum het doel blijft. Een opmerking maken over de ODRU naast de RUD. Of dat wel handig is en dat men zou moeten onderzoeken of de ODRU die taken niet kan doen. Ook komt er een opmerking in over commerciële en niet-commerciële terreinbeheerders. Wat betreft het raadsvoorstel wil de wethouder het stukje ‘Voor het Plassenschap Loosdrecht’ eruit halen. Het is niet aan deze raad om daarmee in te stemmen. De vraag over de voorwaarden gekoppeld aan de provinciale financiële ondersteuning zal de wethouder bij de Provincie neerleggen. De heer Rouwenhorst vindt wat de wethouder zegt aantrekkelijk klinken. Men gaat het binnen de fractie bespreken.
Dan nog het punt van de gevolgen onderzoeken van de wijzigingen van de externe opdrachten. Het gaat erom dat men onderzoekt wat de gevolgen zijn. (punt 3 bij de richtinggevende uitspraken) Wethouder Schuurs begrijpt wat er gezegd wordt. Op dit punt past de wethouder het voorstel aan. De voorzitter constateert dat de wethouder een aantal toezeggingen heeft gedaan over de aanpassing van de brief en het raadsvoorstel. Zijn de aanpassingen voldoende om het 16
voorstel in te brengen bij de meningvormende raad? Of vindt men het voorstel in aangepaste vorm nog niet rijp voor behandeling? De heer Evers kan zich in de aanpassingen vinden. De heer Schreurs heeft bij de varianten er een gemist. Wellicht kan de wethouder die herhalen. Wethouder Schuurs herhaalt de varianten: met Wijdemeren, zelf doen en de AVU-optie. De heer Schreurs is het eens met het voorstel om een brief op te stellen met de genoemde aanpassingen. Kan het aangepaste raadsvoorstel ruim voor de raadsvergadering toegezonden worden. Dan kan het in de fractie behandeld worden en zo nodig kunnen de fracties er samen nog contact over hebben. In principe kan het aangepaste voorstel naar de meningvormende raad. Mevrouw Becker kan zich goed vinden in de toezeggingen van de wethouder. Men is benieuwd naar de uitwerking van de drie varianten. Het voorstel kan naar de meningvormende raad. De heer Goldhoorn is blij met de constructieve toezegging van de wethouder om met de Provincie te praten over het op schrift krijgen van hun voorwaarden voor de subsidieverlening. Het voorstel kan met de aanpassingen naar de meningvormende raad. De heer Brunia is tevreden met de toezeggingen voor de aanpassing van de brief. Wel nog een toezegging, maar die hoeft niet in de brief, dat men vanuit de gemeente actief de samenwerking met Wijdemeren wil onderzoeken.
Dat men actief bij het onderzoek betrokken wil worden. Het voorstel kan met de aanpassingen naar de meningvormende raad. De heer Klijn gaat akkoord met de voorgestelde aanpassingen. Het voorstel kan naar de meningvormende raad. De heer Stam denkt dat de keuze van het aantal scenario’s te onderzoeken een goede is om een en ander aan te passen. Wat spreker betreft, meningvormende raad. De heer Rouwenhorst stelt het coöperatieve meedenken van de wethouder met de commissie zeer op prijs. Het voorstel kan naar de meningvormende raad. De voorzitter concludeert dat de brief en het raadsvoorstel in gewijzigde vorm naar de meningvormende raad kunnen. De heer Rouwenhorst vraagt of de wijzigingen in de nieuwe documenten gearceerd kunnen worden aangebracht. De voorzitter denkt dat met deze laatste opmerking de discussie over het agendapunt gesloten kan worden. 17
7.
Overige punten
a.
Invulling bezuiniging amendement apparaatskosten 2021 en invulling bezuinigingen Programmabegroting 2021 Dit agendapunt is doorgeschoven naar de commissie van 18 maart.
8.
Sluiting Niets meer aan de orde zijnde, sluit de voorzitter na de aanwezigen bedankt te hebben voor hun bijdrage de vergadering om 21.50 uur. Aldus vastgesteld in de raadscommissie ABZ/F & SI 18 maart 2021. De griffier,
de voorzitter,
18