160626 - Technische vragen - PRO - 1e bestuursrapportage
Tekst van het document
Gemeenteraad De Ronde Venen Vragen vanuit de Raad aan het College A. B. C.
Technische vragen B
Schriftelijke vragen als bedoeld in artikel 40 Reglement van orde (beantwoording binnen 30 dagen) Technische vragen vergadering (beantwoording zo snel mogelijk) (Technische vragen overig)
Indiener: Fractie: Datum van Indienen: Onderwerp:
Pieter Kroon, PRO PRO 16-6-2026 Eerste bestuursrapportage 2026
Portefeuillehouder Anja Vijselaar Behandelend ambtenaar: Gilbert Okx, Martijn van Norden, Eelke Verheij, Angelique de Regt, Anneke Koeleman, Marella den Ouden, Marjon Miggels, Yermo de Wever Datum beantwoording: 18-6-2026 Volgnummer: Klik of tik om tekst in te voeren. Inleiding n.v.t. Vragen: 1.
Op pagina 6 lezen we dat de resultaten van de inclusieagenda zijn geborgd. Hoe wordt gemeten of er ook daadwerkelijk sprake is van betere toegankelijkheid en inclusie? Antwoord:De Inclusieagenda is afgerond en de resultaten zijn waar mogelijk geborgd in reguliere werkzaamheden en bestaande samenwerkingen, Onder andere met Samens vinden periodiek gesprekken plaats over signalen, knelpunten en ontwikkelingen die betrekking hebben op toegankelijkheid en inclusie.Er vindt momenteel geen afzonderlijke effectmeting plaats op de inclusieagenda. De afronding van de agenda betekent echter niet dat deze thema's geen aandacht meer krijgen. Inclusie en toegankelijkheid blijven belangrijke aandachtspunten binnen het sociaal domein en er wordt momenteel nagedacht over een passend vervolg.Om zicht te houden op ontwikkelingen wordt gebruik gemaakt van verschillende bronnen en signalen en meldingen via Discriminatie.nl. Deze informatie geeft inzicht hoe toegankelijk en inclusief de gemeente in de praktijk wordt ervaren.
2. Op pagina 9 zien we een stijging in de uitgaven voor uitkeringen, betekent dit ook dat het aantal bijstandsgerechtigden toeneemt? Hoe ontwikkelt het bestand zich ten opzichte van 2025? Antwoord: Het aantal bijstandsgerechtigden dat een bijstandsuitkering ontving in Q1 2024 was 507. In Q1 2025 was dit 532 en in Q1 2026 was dit 523. Dat het aantal bijstandsgerechtigden min of meer gelijk blijft, maar de uitkeringen wel stijgen, komt door een tweejaarlijkse ophoging van het wettelijk minimumloon. 3. Op pagina 9 lezen we dat er 557.000 euro extra uitvoeringskosten waren voor het bestemmingsplan Vinkeveense Plassen. Worden deze kosten ook komende jaren verwacht? Antwoord: De externe juridische advieskosten zijn incidenteel, voor 2026 is € 110.000 opgenomen. Voor 2027 wordt dit bedrag ook verwacht. De kosten van ambtelijke capaciteit zijn structureel en zullen in 2027 verder toenemen. Dit wordt verwerkt in de programmabegroting. 4. Op pagina 10 lezen we een nadeel van 98.000, waaronder bodemtaken die tot en met 2025 door de provincie werden bekostigd en vanaf 2026 voor rekening van de gemeente komen. Dat deze taken overgedragen zouden worden was vooraf bekend. Hoe komt het dat hier toch een nadeel ontstaat? Is daar geen rekening mee gehouden in de begroting? Antwoord: Het is correct dat al langere tijd bekend was dat deze taken weer richting gemeenten zouden worden belegd.
Een concrete uitwerking en inzicht in de impact per gemeente liet echter langere tijd op zich wachten. Hierdoor kon dit nog niet worden verwerkt in de programmabegroting. Om die reden wordt dit alsnog opgenomen en hersteld via de 1e bestuursrapportage. 5. Op pagina 10 zien we dat de kosten voor sport, kunst, cultuur en bibliotheek zijn met 64.000 euro toegenomen. a. Wat is hiervan de reden? Antwoord: Bij kunst en cultuur betreft dit extra bijdragen aan het Cultuurhuis Abcoude en Stichting Kunst Centraal. Bij de bibliotheek gaat het om activiteiten voor het DigiTaalhuis. Bij sport zijn de onderhoudskosten van sportpark Vinkeveen gestegen als gevolg van reguliere prijsontwikkelingen b. Hoe zijn deze kosten over sport, kunst, cultuur en bibliotheek verdeeld? Antwoord: Kunst en cultuur (+ € 20.000) Bibliotheek (+ € 30.000) Sport (+ € 14.000) c.
Is deze stijging incidenteel of structureel? Antwoord: Alle mutaties zijn structureel en opgenomen in de Kadernota 2027. Ten aanzien van de hogere uitgaven voor het Digitaalhuis. De structurele verhoging wordt gedekt door extra beschikbare middelen vanuit de Wet Educatie en Beroepsonderwijs (WEB) die naar verwachting eind 2026 worden uitgekeerd.
d. Heeft de invoering van de wettelijke zorgplicht voor bibliotheken financiële gevolgen voor De Ronde Venen? Antwoord: Ja. De invoering van de zorgplicht uit de gewijzigde bibliotheekwet kan op termijn financiële gevolgen hebben voor gemeenten. De exacte impact voor De Ronde Venen is op dit moment nog niet bekend. Dit is mede afhankelijk van de wijze waarop de zorgplicht verder wordt uitgewerkt, de afspraken die regionaal worden gemaakt en eventuele aanvullende middelen die het Rijk beschikbaar stelt. e. Is het huidige subsidiebedrag op dit moment voldoende om de ambities uit het bibliotheekconvenant en de bibliotheekwet uit te voeren? Antwoord: Op dit moment voert Bibliotheek Utrechtse Venen de wettelijke bibliotheekfuncties uit binnen de beschikbare subsidiebudgetten. In het kader van het opstellen van het meerjarenplan 2027-2030 wordt onderzocht welke ambities voortvloeien uit het bibliotheekconvenant, de bibliotheekwet en de toekomstige zorgplicht en welke financiële consequenties daaraan verbonden zijn. f.
In andere gemeenten wordt een gratis lidmaatschap van de bibliotheek tot 27 jaar onderzocht. Is dat ook hier onderzocht? Zo ja, wat zijn daarvan de uitkomsten? Antwoord: Binnen de regio wordt dit onderwerp momenteel verkend. De gemeenteraad van Stichtse Vecht heeft het college verzocht om samen met Bibliotheek Utrechtse Venen en de deelnemende gemeenten de mogelijkheden voor een gratis bibliotheeklidmaatschap voor jongeren tot 27 jaar te onderzoeken. Daarbij worden nadrukkelijk de financiële en organisatorische gevolgen in beeld gebracht. De uitkomsten van deze regionale verkenning zijn op dit moment nog niet beschikbaar.
6. Op pagina 16 lezen we dat de kosten voor de tweede tranche oeverconstructies zorgt voor een overschrijding van het budget van 1.184.000 euro. Dit is een flink verschil met het geld dat er begroot is. Hoe komt het dat deze overschrijding zo groot is ten opzichte van het begrote bedrag? Antwoord: In 2015 is op basis van het Toekomstplan Vinkeveense Plassen een raming gemaakt voor de kosten van het herstel van de oeverbeschoeiingen, waarbij de kosten verdeeld werden tussen de gemeente Amsterdam, de provincie Utrecht en De Ronde Venen. In totaal ging het voor De Ronde Venen om 5.297.400 euro, zoals vastgelegd in de uittredingsovereenkomst met de gemeente Amsterdam. Dit is verdeeld over 4 uitvoeringstranches als investeringsbudget opgenomen. De eerste tranche is op basis hiervan in de periode 2018 – 2021 uitgevoerd. Voor de tweede tranch was 786.000 euro gereserveerd. In maart van dit jaar heeft het recreatieschap ons gevraagd de benodigde middelen voor de tweede tranche ter beschikking te stellen. De gereserveerde middelen zijn gebaseerd zijn op een raming uit 2015. Sindsdien de materiaal-, energie- en arbeidskosten flink gestegen. Daardoor voldoet het budget niet meer en wordt een verhoging voorgesteld. De uitvoering van de werkzaamheden vindt plaats in de periode 2026 – 2028. 7.
Op pagina 19 staan 1.1.1 en 1.1.2 als lopende acties (oranje) opgenomen, terwijl deze in de tweede bestuursrapportage van vorig jaar als afgerond (groen) zijn aangemerkt. a. Waarom worden activiteiten zoals het toepassen van de Huisvestingsverordening en de Woonvisie als afzonderlijke acties gerapporteerd? Op basis van welke criteria worden activiteiten als afzonderlijke actie opgenomen in de
bestuursrapportage? Hoe wordt daarbij onderscheid gemaakt tussen een (tijdelijke) actie en de doorlopende uitvoering van vastgesteld beleid? Antwoord: Het opstellen van een Woonvisie of Huisvestingsverordening die afgerond wordt met het vaststellen door de raad is een tijdelijke/projectmatige actie. Het toepassen van de Woonvisie of Huisvestingsverordening is een structurele uitvoeringsactiviteit. b. Zijn er meer acties in de bestuursrapportages die een structureel karakter hebben en jaarlijks terugkeren? Kan in toekomstige bestuursrapportages onderscheid worden gemaakt tussen tijdelijke/projectmatige acties en structurele uitvoeringsactiviteiten? Antwoord: De suggestie om onderscheid te maken tussen tijdelijke/projectmatige acties en structurele uitvoeringsactiviteiten wordt onderzocht en meegenomen bij de volgende bestuursrapportage. 8. Actie 1.1.1 gaat over het toewijzen van het wettelijk maximum aantal nieuwbouwwoningen aan eigen inwoners. Wordt dit momenteel gehaald en kunnen de realisatiecijfers en percentages daarvan worden gedeeld? Antwoord: Voor de sociale huurwoningen zijn van de 203 toegewezen woningen 26% met lokale binding toegewezen en 24% met regionale binding toegewezen. Onder de regionale binding valt o,a, de van Groot naar Beter regeling, urgenties en de uitstroom uit maatschappelijke opvang.
De voorrang met lokale binding en met regionale binding moet gezamenlijk onder 50% van de toewijzingen uitkomen. Dit geldt voor de toewijzing van de sociale huurwoningen in de bestaande bouw en nieuwbouw gezamenlijk. Voor de nieuwbouw woningen in de betaalbare koopsegment is nog niet inzichtelijk hoeveel % van de woningen is toegewezen aan eigen inwoners. Hiervoor zijn cijfers nodig van de ontwikkelaars van de betaalbare koopwoningen. Het wettelijk maximumaantal toewijzingen met bindingseisen wordt daarmee behaald. 9. Actie 1.1.2 gaat over het toepassen van de percentages uit de Woonvisie. Wat zijn de gerealiseerde aantallen en percentages sociale huur, betaalbare koop en betaalbare huur sinds vaststelling van de Woonvisie, zowel inclusief als exclusief de door de raad uitgezonderde projecten (incl. en excl. de in de Woonvisie uitgezonderde projecten)? Antwoord: De Woonvisie 2025-2030 is in januari 2025 vastgesteld. Uitgaande van de woningen waarvan de bouw is gestart in 2025, zijn van het totaal van 144 woningen, 92 sociale huurwoningen (64%) en 15 betaalbare koopwoningen (10%) (verkoopprijs onder 420.000 euro, prijspeil 2026). Voor een goede effectmeting van de Woonvisie 2025-2030 worden de cijfers over meerdere jaren bijgehouden. 10. Op pagina 24 staat actie 1.5.2, die gaat over het herstel van monumenten die in slechte staat verkeren. a.
Hoeveel monumenten zijn door de gemeente aangemerkt als “in slechte staat van onderhoud” en om welke monumenten gaat het?
Antwoord: Binnen de gemeente zijn twee rijksmonumenten aangemerkt als slecht onderhouden. Daarnaast betreft het circa 30 gemeentelijke monumenten met een matige tot plaatselijk slechte onderhoudstoestand. Daarbij gaat het veelal om onderdelen; de algehele bouwkundige staat is in veel gevallen nog redelijk. Vanwege het feit dat monumenten vaak particuliere woonadressen betreffen, worden deze locaties niet openbaar gedeeld. Indien de raad dat wenst, kunnen de betreffende adressen vertrouwelijk via de griffie worden ingezien.
b. Welke vormen van ondersteuning worden in het kader van actie 1.5.2 aangeboden, en wanneer en hoe wordt besloten over te gaan tot handhaving? Antwoord: De gemeente zet primair in op ondersteuning van eigenaren, via advies, informatie over wet- en regelgeving en het benutten van subsidies en financieringsmogelijkheden. Ook wordt gebruikgemaakt van inspecties en adviezen van Monumentenwacht. Voor rijksmonumenten ligt de ondersteuning grotendeels bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), die eigenaren ondersteunt met kennis, advies en financiële regelingen. Handhaving wordt alleen ingezet bij ernstige achteruitgang én wanneer eigenaren, ondanks herhaald contact, geen actie ondernemen. c.
Welke concrete resultaten zijn er gekoppeld aan actie 1.5.2 in 2026 en hoe wordt vastgesteld of deze actie aan het eind van het jaar succesvol is afgerond? Antwoord: De actie wordt aan het eind van 2026 als succesvol beschouwd wanneer: - bij een substantieel deel van de monumenten met een (matig) slechte onderhoudstoestand aantoonbare stappen richting herstel zijn gezet (zoals uitgevoerd onderhoud, lopende werkzaamheden of concrete herstelplannen); - eigenaren in beeld zijn en actief betrokken zijn bij verbetering van de onderhoudssituatie; - en, waar vrijwillige verbetering uitblijft, de gemeente aantoonbaar heeft opgeschaald richting handhaving.
11. Op pagina 32 staat dat de nieuwe sociale kaart is gelanceerd. a. Hoe worden het gebruik en de resultaten hiervan gemonitord? Antwoord: Ja, het gebruik en de resultaten worden gemonitord door ondermeer monitoring van de bezoekers. b. Zijn hiervan al cijfers beschikbaar? Antwoord: Er zijn cijfers van de eerste maanden van gebruik, met name door medewerkers van de gemeente en betrokken maatschappelijke organisaties.
c.
Wordt ook onderzocht of de sociale kaart hulpvragen afbuigt? Antwoord: De gemeente probeert op meerdere manieren hulpvragen af te buigen, het wordt betwijfeld of een één op één relatie met de sociale kaart kwantitatief is vast te stellen
12. Op pagina 38 gaat het over de voortgang ICT. In de introductie lezen we dat er steeds meer eisen gesteld worden. Eén daarvan is ook onafhankelijkheid van buitenlandse software. Zo kiezen steeds meer overheden voor Nederlandse en/of Europese software en/of opslag, om zo de afhankelijkheid bijvoorbeeld Amerikaanse software te verminderen. a. Is dat ook een criterium dat wordt gehanteerd bij de inkoop van ICT in De Ronde Venen? Antwoord: Nee er is geen criterium dat onafhankelijkheid van buitenlandse software beoogd, in aanbestedingstrajecten wordt wel vereist dat data niet buiten de EER (Europese Economische Ruimte) mag worden geplaatst. Vooralsnog is het niet realistisch om te vereisen dat er geen afhankelijkheid mag zijn van buitenlandse software, er zijn (nog) geen goed bruikbare alternatieven voor de vereiste en gewenste functionaliteit. b. De gemeente maakt ook gebruik van cloudopslag. Is deze cloudopslag lokaal, Nederlands, Europees of elders gehost? Antwoord: Zie antwoord a, de opslag van data is verspreid over verschillende locaties. Zo is veel data geplaatst bij de leverancier(s) van applicaties.