11. Was-wordt lijst Verordening liggeld woonschepen 2025
Tekst van het document
Artikel 1
a. b. Artikel 2 1.
2. 3.
Artikel 3 1.
Verordening 2024 Verordening op de heffing en invordering van liggeld voor woonschepen 2024
Concept Verordening 2025 Verordening liggeld woonschepen 2025
Geldend van 01-01-2024 t/m heden Intitulé Verordening op de heffing en invordering van liggeld voor woonschepen 2024 De raad van de gemeente De Ronde Venen; gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders; gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van de Gemeentewet; besluit: vast te stellen de volgende verordening: Verordening op de heffing en invordering van liggeld voor woonschepen 2024 Begripsomschrijvingen Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder
Geldend van 01-01-2025 t/m heden 2024 Intitulé Verordening op de heffing en invordering van liggeld voor woonschepen 2024 2025 De raad van de gemeente De Ronde Venen; gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders;
woonschip: een vaartuig dat uitsluitend of hoofdzakelijk als woning wordt gebruikt of daartoe is bestemd; kalenderjaar: de periode van 1 januari tot en met 31 december.
Artikel 1
a. b.
Belastbaar feit en tarief Artikel 2 Voor het innemen van een ligplaats met een woonschip in openbaar 1. water wordt een recht geheven van € 25,00 per maand of gedeelte van een maand. Per kalenderjaar is niet meer verschuldigd dan € 240,00. 2. De rechten zijn slechts verschuldigd voor elke maand of gedeelte 3. van een maand waarmee het verblijf in bedoeld openbaar water binnen deze gemeente een termijn van veertien al dan niet achtereenvolgende dagen te boven gaat. Belastingplicht Artikel 3 De precariobelasting, bedoeld in artikel 2 wordt geheven van degene 1. die de ligplaats inneemt. Als degene die de ligplaats inneemt, wordt aangemerkt de houder van een ligplaatsvergunning, en bij gebreke van een ligplaatsvergunning de hoofdbewoner van het woonschip. Wie als hoofdbewoner wordt aangemerkt wordt naar de omstandigheden beoordeeld.
Was Wordt Opmerkingen Verordening op de Verordening liggeld Titel is op advies van heffing en woonschepen 2025 de afdeling invordering van Juridische Zaken liggeld voor aangepast naar de woonschepen 2024 citeertitel.
gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van de Gemeentewet; besluit: vast te stellen de volgende verordening: Verordening op de heffing en invordering van liggeld voor woonschepen 2024 2025 Begripsomschrijvingen Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder
2025 2025
2025
woonschip: een vaartuig dat uitsluitend of hoofdzakelijk als woning wordt gebruikt of daartoe is bestemd; kalenderjaar: de periode van 1 januari tot en met 31 december. Belastbaar feit en tarief Voor het innemen van een ligplaats met een woonschip in openbaar € 25,00 water wordt een recht geheven van € 26,00 per maand of gedeelte van een maand. Per kalenderjaar is niet meer verschuldigd dan € 249,00 € 240,00 De rechten zijn slechts verschuldigd voor elke maand of gedeelte van een maand waarmee het verblijf in bedoeld openbaar water binnen deze gemeente een termijn van veertien al dan niet achtereenvolgende dagen te boven gaat. Belastingplicht Het liggeld, bedoeld in artikel 2 wordt geheven van degene die de ligplaats inneemt. Als degene die de ligplaats inneemt, wordt aangemerkt de houder van een ligplaatsvergunning, en bij gebreke van een ligplaatsvergunning de hoofdbewoner van het woonschip. Wie als hoofdbewoner wordt aangemerkt wordt naar de omstandigheden beoordeeld.
De precariobelasting
€ 26,00
Index 3,5%
€ 249,00
Index 3,5%
Het liggeld
2.
Bij gebreke van een vergunninghouder dan wel hoofdbewoner, wordt 2. de precariobelasting geheven van de eigenaar van het woonschip.
Bij gebreke van een vergunninghouder dan wel hoofdbewoner, wordt de precariobelasting geheven van de eigenaar van het woonschip.
Het recht wordt geheven van degene die de ligplaats inneemt.
Het recht wordt geheven van degene die de ligplaats inneemt.
Wijze van heffing Artikel 4 Het recht wordt geheven door middel van een gedagtekende schriftelijke kennisgeving. Het gevorderde bedrag wordt door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt. Belastingtijdvak Artikel 5 Het belastingtijdvak is gelijk aan het kalenderjaar. Ontstaan belastingschuld en heffing naar tijdsgelang Artikel 6 Het recht als bedoeld in artikel 2 is verschuldigd bij het begin van het 1. belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak 2. aanvangt, is het recht verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat tijdvak verschuldigde recht als er in dat belastingtijdvak, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
Wijze van heffing Het recht wordt geheven door middel van een gedagtekende schriftelijke kennisgeving. Het gevorderde bedrag wordt door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt. Belastingtijdvak Het belastingtijdvak is gelijk aan het kalenderjaar. Ontstaan belastingschuld en heffing naar tijdsgelang Het recht als bedoeld in artikel 2 is verschuldigd bij het begin van het belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.
3.
Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt, 3. bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat belastingtijdvak verschuldigde recht als er in dat belastingtijdvak, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. Het verzoek om ontheffing dient binnen zes weken na de opgetreden wijziging te zijn ingediend.
Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat belastingtijdvak verschuldigde recht als er in dat belastingtijdvak, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. Het verzoek om ontheffing dient binnen zes weken na de opgetreden wijziging te zijn ingediend.
Artikel 7 1.
Termijnen van betaling In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet een kennisgeving worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van de kennisgeving is vermeld, en de tweede twee maanden later.
Termijnen van betaling In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet een kennisgeving worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van de kennisgeving is vermeld, en de tweede twee maanden later.
Artikel 4
Artikel 5 Artikel 6 1.
2.
Artikel 7 1.
Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt, is het recht verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat tijdvak verschuldigde recht als er in dat belastingtijdvak, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
2.
In afwijking van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van de 2. op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan minder is dan € 10.000,00 en zolang de verschuldigde bedragen door een automatische betalingsincasso van de betaalrekening van de belastingschuldige kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in negen opeenvolgende gelijke, met uitzondering van kleine afrondingsverschillen, maandelijkse termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.
In afwijking van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan minder is dan € 10.000,00 en zolang de verschuldigde bedragen door een automatische betalingsincasso van de betaalrekening van de belastingschuldige kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in negen opeenvolgende gelijke, met uitzondering van kleine afrondingsverschillen, maandelijkse termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.
3.
De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de 3. voorgaande leden gestelde termijnen. Kwijtschelding Artikel 8 Ter zake de belasting, zoals bedoeld in deze verordening, wordt geen kwijtschelding als bedoeld in artikel 26 van de Invorderingswet 1990 verleend. Overgangsrecht en inwerkingtreding Artikel 9 Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na 1. die van de bekendmaking. De ‘Verordening liggeld woonschepen 2023’ wordt ingetrokken met 2. ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.
De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen. Kwijtschelding Ter zake de belasting, zoals bedoeld in deze verordening, wordt geen kwijtschelding als bedoeld in artikel 26 van de Invorderingswet 1990 verleend. Overgangsrecht en inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. De ‘Verordening liggeld woonschepen 2024’ wordt ingetrokken met 2023 ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.
De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2024. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening liggeld woonschepen 2024.
De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2025. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening liggeld woonschepen 2025.
Artikel 8
Artikel 9 1. 2.
3. 4.
3. 4.
Ondertekening Aldus door de raad vastgesteld in de openbare vergadering van xxxx
Ondertekening Aldus door de raad vastgesteld in de openbare vergadering van xxxx
De voorzitter, De griffier,
De voorzitter, De griffier,
2024
2024 2024
2025 2025
voorzitter griffier
De voorzitter, De griffier,