CConstaterende datDe Ronde Venen
Koppel je AI →
Document · PDF

11-05-2021 Gemeente De Ronde Venen Politieke commissie RZ PW 1088

Commissie Ruimtelijke Zaken 15 juni 2021, gemeente De Ronde VenenBij agendapunt: Notulen commissie Ruimtelijke Zaken & Publieke Werken Algemeen Bestuurlijke Zaken / Financiën & Samenleving en Inwonerszaken d.d. 11 mei 202110.234 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

POSTADRES

BEZOEKADRES

Postbus 250

T

0297 29 16 16

3640 AG Mijdrecht

F

0297 28 42 81

Croonstadtlaan 111

E

gemeente@derondevenen.nl

3641 AL Mijdrecht

I

www.derondevenen.nl

Vergadering politieke commissie Ruimtelijke Zaken & Publieke Werken Algemeen Bestuurlijke Zaken / Financiën & Samenleving en Inwonerszaken Datum:

11 mei 2021

Tijd:

19:30 uur

Plaats:

Digitaal via Teams

Registratienummer: Voorzitter:

De heer E.A. Dohle

Griffier:

Mevrouw J. Jonker

Raadsleden:

Mevrouw M.M.C. Becker (Seniorenpartij), de heer C.W. Brouwer (CDA), de heer M.H. Brunia (D66), de heer M.B.M. van Dijkman (VVD), de heer E. Doorn (D66), de heer R. Evers (VVD), de heer J. Geijtenbeek (Seniorenpartij), de heer A.J.C. Goldhoorn (Ronde Venen Belang), de heer H.J. van der Greft (Ronde Venen Belang), mevrouw A.E. Groen (Lijst 8 Kernen), mevrouw Y.M.G. van den Heerik (Ronde Venen Belang), mevrouw B.Y. Janmaat (CDA), de heer M. Klijn (Lijst 8 Kernen), de heer T. Klinkhamer (D66), de heer P.C. Kroon (PvdA-GroenLinks), de heer A.P.M. Luijben (Seniorenpartij), de heer B. Richter (VVD), de heer L.G.J. Rouwenhorst (CDA), de heer E.R. Schreurs (PvdA-GroenLinks), de heer T. van Sligtenhorst (ChristenUnie-SGP), de heer W.H.P. Stam (ChristenUnie-SGP)

Meesprekers:

Geen

Wethouders:

De heer M. Divendal, de heer R. Kroon (CDA), mevrouw A.G. Schuurs (VVD), de heer C. van Uden (D66)

Ambtenaren:

Mevrouw L. Hoogendoorn (6a), mevrouw T. Hooijman (6d), mevrouw J. Landstra (6c), mevrouw M. Rodewijk (6c), de heer D. Roodenburg (6b)

Notulist:

De heer H.C. Meinhardt (Notuleerservice Nederland)

Notulen

1

1.

Opening De voorzitter opent de vergadering en heet de aanwezigen welkom. De vergaderregels die samenhangen met het digitaal vergaderen, worden nog even onder de aandacht van de deelnemers gebracht. Wanneer men wil interrumperen dan kan men dit aangeven met het handje en tegelijkertijd met een interruptiemelding via de chat.

2.

Spreekrecht inwoners Er heeft zich niemand aangemeld voor niet geagendeerde onderwerpen.

3.

Vaststellen agenda De voorzitter heeft begrepen dat er een verzoek ligt van de VVD om agendapunt 7a van de agenda te halen. De heer Evers meldt en dat is ook aangegeven bij de fractievoorzitters, dat het onderwerp wat ingehaald is door de tijd. Daarnaast is er sprake van een overvolle agenda. Zijn er echter commissieleden die het agendapunt wel willen bespreken, dan staat men daar voor open. De heer Schreurs vraagt vanuit nieuwsgierigheid naar de inhoudelijke reden om het van de agenda te halen. Wellicht is dat wel een zeer interessante reden. De heer Evers geeft aan dat het belangrijkste argument is dat er een nieuwe informatienota is verschenen. Daarin geeft het college aan dat men zoekt naar een strategie voor legalisatie op basis van de pilot. Ondertussen heeft het Rijk een nieuwe strategie ontwikkeld waar de provincie vol in mee gaat. Dat is een nieuwe kans om op een andere manier naar de problematiek te kijken. Op een gegeven moment zal de nieuwe informatienota van het college in de commissie besproken gaan worden. De heer Schreurs kan zich in het antwoord wel vinden. Zeker als het onderwerp op een ander moment terugkomt. De heer Klijn heeft een algemene opmerking over de agenda. Gebruikelijk is dat de vergaderingen in mei betrekking hebben op de Kadernota. Het is niet de eerste keer dat er allerlei onderwerpen toch op de agenda worden geplaatst.

Dat is niet de bedoeling. Kan men dit in de komende jaren wel goed regelen? Zodat mei alleen gebruikt wordt voor de Kadernota. De voorzitter meldt dat het punt in de agendacommissie is besproken. Omdat er nog heel veel onderwerpen behandeld moeten worden voor het zomerreces is het besluit voor deze vergadering genomen. Het punt is ook in het presidium besproken. Dat heeft ook geen bezwaar gemaakt. Morgen is de gehele avond uitgetrokken voor de Kadernota. Burgemeester Divendal brengt nog naar voren dat het qua planning ook niet anders kan. Men moet met een oordeel komen over jaarstukken en de geactualiseerde begroting 2021 en de begroting 2022 van de GR’en. Dat kan nadat die partijen hun Kadernota hebben 2

vastgesteld en voordat de gemeente de eigen Kadernota vaststelt. Een eerdere of latere behandeling van de stukken van de GR’en kan hierdoor niet. De stukken horen eigenlijk ook wel thuis in de cyclus van de Kadernota. De heer Klijn vindt de uitleg duidelijk. De voorzitter brengt het verzoek van wethouder Kroon over om na de openbare vergadering nog even bijeen te blijven voor een bijeenkomst in beslotenheid. De wethouder wil dan een vertrouwelijke mededeling doen. Vervolgens stelt de voorzitter vast dat op punt 7a na de agenda ongewijzigd wordt vastgesteld.

4.

Notulen commissie Ruimtelijke Zaken & Publieke Werken d.d. 7 april en notulen Algemeen Bestuurlijke Zaken / Financiën & Samenleving en Inwonerszaken d.d. 8 april 2021 De notulen worden ongewijzigd vastgesteld. Er zijn geen opmerkingen of vragen naar aanleiding van de notulen.

5.

Voortgang en overige ontwikkelingen

a.

Toezeggingen De voorzitter geeft aan dat er vanavond sprake is van een gecombineerde commissie. Om die reden komen eerst de toezeggingen RZ & PW aan de orde. Daarna komen de toezeggingen ABZ/F & SI. Wethouder Schuurs brengt toezegging 215/20, de parkeervisie Abcoude, ter sprake. Men is er hard mee bezig. Volgende week dan wel de week erna komt er een informatienota over het verloop van het proces. Daarin heeft het communicatieproces met omwonenden een belangrijke plaats. Mevrouw Van den Heerik wenst de nieuw aangetreden wethouder Van Uden veel sterkte met wat er nog allemaal bereikt moet worden deze maand. Burgemeester Divendal merkt op dat de informatienota Evaluatie vaarseizoen Vinkeveen, toezegging 214/20, al wel naar de raad is gegaan. Dit staat niet correct op de lijst. Wethouder Schuurs meldt dat toezegging 182/19, de nota Gezondheidszorg, naar september is doorgeschoven in verband met de volle agenda in juni. Bij de griffiebrief van vorige week zat al wel een preventieakkoord. Dat heeft men al moeten maken, omdat de gemeente daarvoor geld kon aanvragen bij het Rijk. Mocht de behandeling van de nota Gezondheidszorg in september ertoe leiden dat het preventieakkoord aangepast moet worden, dan gebeurt dat. In het licht van toezegging 12/21 geeft de wethouder aan men samen met Tympaan/de Baat gestart is.

Toezegging 170/20 wordt tot uitvoering gebracht bij de programmabegroting in het najaar. 3

De voorzitter stelt vast dat er geen vragen of mededelingen meer zijn over de toezeggingen. Daarmee is dit agendapunt gesloten

b.

Informatie-uitwisseling Ook bij dit agendapunt stelt de voorzitter voor om eerst onderwerpen RZ & PW aan te dragen en vervolgens onderwerpen ABZ/F & SI. De heer Evers was bij een webinar van de gedeputeerde Hanke Bruins Slot. Het ging over de regionale Veenweidestrategie in de provincie Utrecht. Spreker stelde daar een vraag over. Er is sprake van een sterke bodemdaling in het Veenweidegebied. Van het totale gebied ligt 80% in de gemeente De Ronde Venen. Het is vreemd de provincie te horen praten over die gebieden, terwijl het feitelijk over deze gemeente gaat. Daarom de volgende vragen aan het college. Op welke manier wordt de raad op tijd, dus niet achteraf, op de hoogte gehouden van de keuzes die men heeft om de bodemdaling tegen te gaan? Hoe komt men tot de keuzes, aangezien daar meer partijen bij betrokken zijn? Wat is de visie van de gemeente op de bodemdaling? Hoe beziet het college de Veenweidestrategie in relatie tot de (mogelijke) uitbreiding van recreatiegebieden in de gemeente? He kijkt men aan tegen de koppeling van de bodemdaling en de mogelijke plaatsing van zonnevelden? De voorzitter vraagt of het goed is dat de vragen schriftelijk beantwoord worden. Wethouder Kroon gaat er liever direct op in. Het Rijk heeft aangegeven dat er een strategie moet komen voor het Veenweidegebied. Die taak is neergelegd bij de provincie.

De provincie heeft ervoor gekozen om de drie grootste gemeenten uit het Veenweidegebied in een kerngroep op te nemen. De Ronde Venen maakt deel uit van die kerngroep. Men is nu bezig met het maken van een startdocument. De gemeente heeft aangegeven dat de raadsleden daarbij een rol hebben. Op 18 mei ’s avonds komt er een webinar over het startdocument. Daarbij worden alle betrokken gemeenten uitgenodigd, negen van de zestien gemeenten van de U16. De provincie geeft het uiteindelijke startdocument op 26 mei vrij. Dan moet de gemeente vervolgens aan de slag om te kijken wat men ermee gaat doen en op welke wijze men dat wil. Men kan natuurlijk in een polder die het sterkst daalt woningen gaan bouwen. Men kan ook gebieden natter laten om de bodemdaling te stabiliseren. Volgens de wethouder roept de motie van vorig jaar op om in te spelen op de bodemdaling, dus een koppeling met zonnevelden. Dit laatste wordt ook meegenomen in de aanwijzing van de zoekgebieden. De heer Evers veronderstelt dat de koppeling terugkomt in het startdocument, evenals de recreatiegebieden. Krijgt de raad inzage in het startdocument? Wethouder Kroon bevestigt dit. De wethouder heeft bij de provincie al aangegeven dat de rol van de raad in het document geborgd moet worden. Het mag niet zo zijn dat men achter de feiten aan moet hollen. De wethouder denkt dat het goed komt.

De heer Stam meldt dat een vorige bijeenkomst spaak liep door dubbele agenda’s. Op 18 mei is er weer sprake van dubbele agenda’s. De vraag is of de bijeenkomst terug te luisteren is. 4

Volgens wethouder Kroon kan men via een link de bijeenkomst online terugzien. De heer Evers meldt dat de link naar de vorige bijeenkomst gestuurd is naar de deelnemers. En dat deze link tijdelijk beschikbaar was. De voorzitter vraagt de griffier een en ander uit te zoeken. De heer Geijtenbeek memoreert de vraag van omwonenden begin maart over de afwijking van het bestemmingsplan langs de Tweede Zijweg. De omwonenden worden ongeduldig. Ze zijn voornemens om binnenkort een WOB-procedure te starten. Kan men snel op de vraag reageren? Wethouder Kroon leeft in de veronderstelling dat de vraag al beantwoord is. De heer Geijtenbeek brengt naar voren nog geen antwoord op de vraag gezien te hebben. De heer Kroon vraagt of er al wat meer bekend is over de herplanting van de bomen op de Stationslocatie. Wanneer gaat dat gebeuren? Het is opgevallen dat De Ronde Venen geen lid is van het platform Kleine landschapselementen van de provincie. Dat men daardoor ook niet in aanmerking komt voor subsidies daarvoor. Waarom is de gemeente daar geen lid van? Kan men alsnog lid worden om gebruik te kunnen maken van de subsidiemogelijkheden? Als laatste de plastic gietranden bij jonge bomen. Deze randen blijken af te brokkelen. De afgebrokkelde deeltjes komen in het milieu.

Is voor dit probleem aandacht binnen de organisatie? Zijn er alternatieven voor de gietranden? Wethouder Kroon zal het punt van de heer Geijtenbeek checken. De reactie volgt zo spoedig mogelijk. Over de herplanting op de Stationslocatie lopen de gesprekken. Voor zover bekend kunnen de bomen op dit moment niet herplant worden omdat het niet het juiste moment is. Daarnaast is volgens inschatting van de wethouder de ondernemer op zoek naar een adres waar hij die komen vandaan gaat halen. Zodra er iets te melden is, komt de wethouder erop terug. De heer Stam kan zich voorstellen dat het punt bomen op de Stationslocatie nog een tijdje gaat duren. Welke garanties heeft men dat de herplanting wel wordt gerealiseerd en niet op kosten van de gemeente? Wethouder Kroon meldt dat de gemeente de ondernemer aansprakelijk heeft gesteld. Men weet nog niet hoe het af gaat lopen. Hopelijk heeft men voor het einde van het jaar een aantal dan wel alle bomen terug. Mevrouw Van den Heerik vindt de vragen van beide raadsleden wel van belang. Een boom bij een kweker kost veel geld. Hoeveel bomen zijn er ten onrechte gekapt? Dat moet men wel weten bij den aansprakelijkheidsstelling. Is er een rapport over de kap, aantal omvang en dergelijke? Na het aansprakelijk stellen komt het pas. Dan moet men zelf stappen ondernemen. Men moet bij de ondernemer aangeven welke bomen er terug moeten komen; 5

de grootte van de bomen, de soort en om hoeveel bomen het gaat. Dan moet men vervolgens de ondernemer om het contract vragen waaruit blijkt dat alles in orde is. Dan kan men toekomstige problemen vermijden. Wethouder Kroon zegt toe met een informatienota te komen over de herplanting van bomen op de Stationslocatie. Daarin zal men ook het proces duiden. Wel weet de gemeente precies welke en hoeveel bomen er stonden. Men weet dus ook wat er terug geplant moet worden. Leverancier van de bomen en het moment van herplanting neemt de wethouder ook mee. Dan de subsidies op kleine landschapselementen. Wanneer de heer Kroon de informatie toe wil sturen, dan gaat de wethouder kijken of de kosten van het lidmaatschap in verhouding staan tot de subsidiestroom. Zijn die kosten hoger dan kan men beter de inwoners een bedrag geven als bijdrage voor onderhoud. Wethouder Van Uden zegt toe terug te komen op de vraag over de plastic gietranden bij geplante jonge bomen. Wethouder Schuurs brengt twee punten naar voren waarover vragen gesteld zijn in eerdere commissievergaderingen. Allereerst de TONK-regeling. Er wordt veel minder een beroep gedaan op deze regeling dan men verwachtte. Dat beeld ziet men ook in de gemeente, hoewel men probeert mensen op de regeling te attenderen. Dan de schuldhulpverlening en de vraag of de saneringskredieten meer worden gebruikt.

Met de nieuwe schuldhulpverlener is het gebruik iets toegenomen. De heer Stam is benieuwd naar de reden waarom men zo weinig van de TONK-regeling gebruik maakt. Gaat het om een overbodige regeling waar geen behoefte aan is of is het de onbekendheid met de regeling? Dit laatste werd ook in de pers gesuggereerd. Wethouder Schuurs stelt dat het achterblijvende gebruik van de regeling een landelijk fenomeen is. Onbekendheid ervan kan een reden zijn. Daarnaast lijkt het erop dat mensen enige angst hebben om van de regeling gebruik te maken omdat er een zekere angst is dat men niet voldoet aan de gestelde criteria. De gemeente probeert mensen erop te attenderen, wanneer men denkt dat ze er recht op zouden kunnen hebben. Men monitort de ontwikkeling. Wethouder Van Uden wil nog terugkomen op drie toezeggingen. Dat kan nu, maar ook volgende maand. De voorzitter geeft er de voorkeur aan om het nu te doen. Wethouder Van Uden begint met toezegging 111/20. Wanneer er mensen zijn die de middelen niet hebben om het grof vuil op te laten halen er eigenlijk geen goede oplossing voor het probleem is. Men denkt er iets op gevonden te hebben. Inwoners die gebruik maken van de bijstandsregeling kunnen het grof vuil kosteloos laten ophalen. Men kijkt nu naar een automatische koppeling tussen beide zaken. De wethouder komt er op terug op het moment dat de regeling definitief van start gaat.

Dan toezegging 192/20. Bij bankjes die geplaatst worden in het kader van de schenkingsregeling wordt een afvalbak geplaatst. Tenminste wanneer de bankjes in de 6

bebouwde kom staan. In het buitengebied waar de gemeente de afvalbakken niet leegt, wordt geen bak geplaatst. Vervolgens het losse gras dat na maaien blijft liggen, toezegging 35/21. Het gaat om een combinatie van factoren. Als gevolg van het weer was het gras begin dit jaar wat langer. Daarnaast laat men het maaisel liggen vanuit een kostenoverweging. Normaal wordt het gras zo vaak gemaaid waardoor de overlast van het losse gras beperkt is. De heer Kroon merkt op dat het goed voor de biodiversiteit is wanneer het maaisel een paar dagen blijft liggen. De voorzitter sluit dit agendapunt na geconstateerd te hebben dat er geen vragen of mededelingen meer zijn.

c.

Gemeenschappelijke Regelingen De heer Evers begint over het recreatieschap (in ontbinding). Daar komt iets anders voor in de plaats. Op 28 april was er een informatieavond over de reorganisatie voor raden en Staten. De presentatie daar leek het beeld op te leveren dat men als gemeente in een nieuwe samenwerkingsvorm terecht komen met dezelfde gemeenten en de provincie. Op het eerste gezicht lijkt er dus niet veel te veranderen. Klopt deze indruk? Hoe kan het college bij de reorganisatie zo goed mogelijk vasthouden aan de unaniem door de raad aangenomen motie? Wethouder Schuurs constateert dat de heer Evers de presentatie wat anders bekijkt dan wat bij de wethouder is overgekomen. Er werd ook aangegeven dat de bestuurders nog geïnterviewd zullen worden over hoe het verder zal gaan. Die interviews komen nog en die vinden groepsgewijs plaats. De wethouder zal samen met de collega’s uit Wijdemeren en Stichtse Vecht worden geïnterviewd. Een reden daarvoor is om te kijken of men meer met deze gemeenten kan samenwerken. De door de gemeente ingediende zienswijze wordt bij de reorganisatie ook meegenomen. Men is nog volop bezig om de reorganisatie vorm te geven. Op dit moment ligt de uitkomst zeker niet vast. De conclusie van de heer Evers is wat voorbarig. Wanneer het goed is kan het college voor de zomer een uitspraak geven.

Die kan men na de zomer aan de raad en andere raden voorleggen en bespreken. Daarbij neemt men de motie zoveel mogelijk mee. Daarna heeft men een beeld van hoe de reorganisatie vorm krijgt. Op dit moment is er nog geen antwoord van de provincie op de vraag of men mee wil betalen op het moment dat de gemeente het recreatieschap alleen voortzet. Wanneer dat antwoord er is, komt dat naar de raad. De heer Evers heeft begrepen dat het tweede halfjaar echt nodig is om de reorganisatie goed voor te bereiden. Hoe rijmt men dat met het punt dat er voor de zomer een besluit moet worden genomen? Of is er sprake van een nieuwe tijdlijn? Wethouder Schuurs geeft aan dat de colleges zich voor de zomer uitspreken. Dan kan men het reorganisatieplan na de zomer aan de raden voorleggen. Er is tijd noch ruimte voor de raden om voor de zomer te kunnen besluiten. Daarbij gaat zorgvuldigheid voor snelheid.

7

De voorzitter constateert dat er geen punten meer zijn voor dit agendapunt. Daarmee is de discussie over dit punt gesloten.

6.

Punten voor de raad van 2 en 3 juni 2021

a.

Jaarstukken 2020 Omgevingsdienst Regio Utrecht (ODRU) ter kennisname en zienswijze 1e ontwerp-begrotingswijziging 2021 en ontwerpbegroting 2022 ODRU, raadsvoorstel 23/21 De heer Stam kan wel leven met de zienswijze. De gestelde vragen zijn afdoende beantwoord. Misschien is de lange lijst van taken een interessant stuk in het kader van de discussie over de 100.000 euro bezuiniging. Spreker is benieuwd naar de opvatting van de raadsrapporteurs over de ODRU-stukken. Men vindt het goed dat de ODRU in 2022 het klanttevredenheidsonderzoek ook echt wil gaan doorvoeren. Vooral omdat het onderzoek betrekking moet hebben op de tevredenheid van de ‘eindklanten’. Zij kunnen het best een oordeel vellen over de kwaliteit van de ODRU. Uit de antwoorden op de vragen over de inhuur krijgt men nog niet het goede gevoel dat de ambitie van de ODRU, het verrichten van de basistaken zonder inhuur, waar gemaakt zal worden. Echter, het is wel belangrijk dat dit kan. Wanneer men nog veel werk via inhuur moet verrichten, dan kan dat effecten tot gevolg hebben waar men niet blij mee is. Het kan tot gevolg hebben dat het vergunningsaanvraagtraject langer wordt en waardoor de ingehuurde kracht extra uren maakt. Dit punt mag in de zienswijze nog opgenomen worden. Het is van belang dat de ODRU zoveel mogelijk met eigen mensen werkt. Dat de ODRU deze ambitie gaat waarmaken.

De heer Klijn kan zich eveneens vinden in de zienswijze. Naar aanleiding van het antwoord op de technische vraag nog een vraag. Geconstateerd is dat de ODRU een positief resultaat heeft en dat de gemeente geconfronteerd wordt met een negatief resultaat. Uit de beantwoording van de vraag hierover geeft man aan dat de meerkosten van de extra aanvragen betaald worden uit de extra legesopbrengsten. Hoe is het dan mogelijk dat de gemeente een negatief resultaat heeft? De heer Schreurs is benieuwd naar wat de raadsrapporteurs nog te melden hebben. Men kan zich wel vinden in de zienswijze. Daarbij heeft men wel het gevoel dat het om een herhaling van zetten gaat. Heeft het college wel het gevoel dat er bij de ODRU sprake is van een positieve ontwikkeling? Ziet men iets dat hoop geeft voor de toekomst? Het gaat daarbij om de kwaliteit die men als gemeente mag verwachten van de verleende diensten waar de gemeente iets mee moet. Daarnaast gaat het om de kwaliteit die de inwoners van de ODRUdiensten mogen verwachten. Er zijn regelmatig opmerkingen van inwoners die hun ontevredenheid over de kwaliteit van het werk van de ODRU naar voren brengen. Dan is het opmerkelijk dat in de ontwerpbegroting 2022 staat dat de ODRU vanuit een dienstverlenende houding wil werken. Wat de uitwerking daarvan betekent voor de eindgebruiker van de diensten komt men in de nota niet tegen.

Hoe denkt het college over dit punt? Hoe denkt het college de kwaliteitsverbetering bij de ODRU tot stand te brengen?

8

De heer Doorn ondersteunt de woorden van de heer Schreurs betreffende de mening van de inwoners over de kwaliteit en hun tevredenheid. Die woorden hoort men ook bij ondernemers. Deze punten verdienen de nodige aandacht bij de ODRU. Die kwaliteit moet meetbaar zijn. Ook in relatie tot de kosten. Er moeten kengetallen komen met betrekking tot de vergunningverlening. Het moet niet zo zijn dat de ODRU-kas steeds voller raakt en de gemeentekas steeds leger. De gemeente is voornemens om een aardig bedrag bij de ODRU te bezuinigen. Dat wordt al meerdere jaren aangegeven. Er wordt aangegeven dat dit zou kunnen via de dienstverleningsovereenkomst. Tegelijkertijd heeft men het over allerlei nieuwe taken voor de ODRU. Hoe denkt men de bezuiniging te realiseren? Aan welke taakgroep moet men dan denken? Met de zienswijze kan spreker wel instemmen. Die kan misschien wat bijgesteld worden. Belangrijker is dat men weet waar men geld in investeert. De heer Evers stelt vast dat er sprake is van een herhaling van zetten. Er is onvoldoende opvolging gegeven aan eerdere zienswijzen. Hoe gaat men hiermee om? Volgens spreker mag de in te dienen zienswijze aanmerkelijk scherper. De ODRU reageert niet dan wel zeer onvoldoende op eerdere zienswijzen. Men is eigenlijk nu zover dat men zich de vraag stelt of men met de ODRU wel door moet.

Zijn er alternatieven? De heer Luijben kan akkoord gaan met de zienswijze, met de toevoeging dat men de suggestie van de heer Stam over de eigen mensen en de inhuur daarin wel wil meenemen. De heer Brouwer spreekt als raadsrapporteur. Geconstateerd wordt dat er veel onvrede is. Daar is over gesproken. De raadsrapporteurs hebben aan men de ODRU-directeur deze zomer nog een keer wil uitnodigen om ermee te praten. Het zou dan wel mooi zijn dat er dan meer partijen aanwezig zijn dan tijdens een vorig gesprek. Wanneer men aangeeft dat men niet tevreden is dan moet men bij het gesprek zijn om dat aan te kaarten. Wanneer men de takenlijst van de ODRU bekijkt, kan men zich afvragen of de dienstverlening wel zo slecht is. Moet men wellicht de dienstverlening van de ODRU in relatie tot het aantal taken op een andere wijze toetsen? Daar wil spreker zich best mee bezighouden als raadsrapporteur. Mevrouw Van den Heerik voegt als mede raadsrapporteur aan toe nu een beter gevoel te hebben dan de afgelopen jaren. Er is sprake van verbeteringen. Men moet zich niet focussen op de enkele keren dat het niet lijkt te gaan zoals men het graag ziet. Er komt nu ook een klanttevredenheidsonderzoek. Dat raadsleden van buitenaf geluiden horen dat het niet goed gaat, is goed. Het college moet door de raadsleden op de hoogte gebracht worden van deze geluiden, anders kan men er niets mee doen.

Het is wat makkelijk om nu ineens wel met de problemen te komen. Er zullen best problemen zijn, maar dat komt voor bij iedere organisatie. De besparing van 100.000 euro zal een hele toer zijn. Het is de afgelopen jaren ook een hele toer geweest om de ODRU te vormen tot de organisatie die er nu is. Men probeert te besparen, maar een garantie kan men niet geven. Men is afhankelijk van de (te vinden) werknemers. Goede werknemers zijn schaars. Kortom, spreekster is positief over de ODRU, maar wat minder positief over het behalen van de besparingsdoelstelling. Extra inhuur kent men ook bij de gemeente. Het zou oneerlijk zijn om aan te geven dat de gemeente dit wel mag doen, maar de ODRU niet. 9

Het is goed dat men de directeur uitnodigt voor een gesprek. Dat de raadsleden alle levende vragen aan hem kunnen voorleggen. Dan kan men samen bespreken hoe de organisatie verder verbeterd kan worden. Wethouder Van Uden is blij met het betoog van mevrouw Van den Heerik. Wat de ODRU probeert is het aantal extra uren dat elk jaar wordt afgenomen zoveel mogelijk in te vullen met eigen mensen. Dit jaar is tot nu toe een bijzonder jaar geweest, omdat er sprake was van enorm veel eenmalige extra aanvragen. Die kon men niet afdekken met eigen mensen. Inhuur was noodzaak. In de begroting is aangegeven dat men de uren waarvan men relatief zeker weet dat die komen met eigen mensen gaat invullen. Daarmee is men op de goede weg. Wil men dat punt in de zienswijze wat scherper formuleren dan is dat geen probleem. Echter, men kiest nu juist de goede route. Het punt meeropbrengst bij de ODRU en het negatief resultaat bij de gemeente komt door het feit dat de extra leges in een ander potje komen. Bij de jaarrekening wordt dat glad getrokken. Extra geld besteed aan de ODRU komt binnen via extra leges. Spreker heeft een positief beeld over de ontwikkeling bij de ODRU. Er is sprake van een relatief goede tevredenheid over de verleende diensten. Dat komt naar voren uit de kwartaalrapportages. Om er een beter zicht op te hebben, komt het klanttevredenheidsonderzoek.

Er loopt een nieuwe discussie over de bodemtaken die vanuit het Rijk of de provincie naar de omgevingsdiensten gaan. Nog niet zeker is of er geld meekomt of hoe het meekomt. De deelnemende gemeenten in de ODRU hebben aangegeven nog niet mee te gaan in het aannemen van nieuwe taken, zolang er niets bekend is over de financiering. Hierover komt over twee maanden een informatienota. De wethouder deelt de mening niet dat de ODRU de zienswijzen negeert. Organisaties veranderen alleen heel langzaam. De gemeente heeft wel aangegeven dat de afspraken die ruim twee jaar geleden gemaakt zijn met betrekking tot de VTH-taken met de kennis van nu misschien niet de meest verstandige zijn. Daar gaat men samen met de raad naar kijken. Voor de zomer komt men erop terug. Dan kan men wellicht een andere afweging maken. Tweede termijn De heer Schreurs constateert dat het antwoord van de wethouder precies laat zien waarom de vraag gesteld is. De raad staat op afstand van de ODRU en ontvangt een paar keer per jaar documenten waarover men moet oordelen. De raadsleden krijgen wel meldingen van de inwoners over de ODRU. Die worden gemeld bij het college. Het punt is dat inwoners niet altijd tevreden zijn over de dienstverlening van de ODRU. Die opmerkingen laten ook een beeld zien over het verloop van de tevredenheid over de afgelopen jaren. Kennelijk gebeurt er iets bij de ODRU.

Het college is er positief over. Wanneer de raad over de ontwikkelingen regelmatig op de hoogte gehouden worden, dan heeft men inzicht wat er bij de ODRU gebeurt. Dan kan men bij een volgende gelegenheid, wanneer men iets moet vinden over de ODRU, die kennis meenemen. De heer Stam constateert dat sommige collega’s zijn opmerkingen en vragen anders begrepen hebben. Spreker heeft twee inhoudelijke opmerkingen gemaakt. Een over de klanttevredenheidsmeting. Uit de antwoorden is begrepen dat de ODRU daar in 2022 mee 10

begint onder de eindgebruikers. Dat is belangrijk, omdat vanuit die nogal eens negatieve geluiden komen. Inmiddels heeft spreker begrepen dat het wat beter gaat bij de ODRU. Dat is positief. Wel is een goede rapportage in 2022 vanuit een klanttevredenheidsmeting bij de eindafnemers belangrijk. Betreffende de inhuur begrijpt spreker de uitleg. De ODRU zegt dat men voor 80% van het werk, de basis, eigen mensen wil inzetten. Wanneer men nu kijkt naar de cijfers dan haalt men het bij lange na niet. Er is nu sprake van 60% eigen mensen. Hoe men die omslag wil maken, is nog niet duidelijk. Daarom is het goed om bij de ODRU onder de aandacht te brengen dat men de basis, vast gecontracteerd, met eigen medewerkers gaat invullen. Dat geeft meer duidelijkheid over de kosten en het komt de kwaliteit ten goede. De heer Doorn geeft aan dat meldingen over ontevredenheid over de ODRU niet altijd worden doorgegeven omdat men het niet altijd nodig vindt om het ambtelijk apparaat daarmee te belasten. Een klantwaarderingsonderzoek onder eindgebruikers kan een beter licht op de zaal laten schijnen. In hoeverre is de ODRU in staat de kwaliteit van de dienstverlening te borgen. Tot nu toe heeft men het niet gehad over de gevolgen van de Omgevingswet. Elders heeft men dat proces in drie stukken geknipt. Gevraagd wordt om te anticiperen op het proces, dat blijkbaar doorgang gaat vinden.

Kan de wethouder toelichten wat de stand van zaken is bij dit proces? De heer Luijben adviseert de voorzitter om los van het onderwerp eerst de raadsrapporteurs het woord te geven. Die hebben bij dit onderwerp verstandige zaken naar voren gebracht. Dat is beter voor de discussie. Wethouder Van Uden kan zich vinden in de opmerkingen over vast en inhuur. Daarover wordt een scherpere zinsnede in de zienswijze opgenomen. Over de gevolgen van de Omgevingswet weet de wethouder niet veel meer dan wat vandaag in Binnenlands Bestuur stond. De wethouder heeft op dat punt alleen te maken met de ODRU. De rest valt onder collega Kroon. Die kan volgende maand waarschijnlijk alles vertellen over de ontwikkelingen. De voorzitter denkt dat met. deze laatste opmerking de discussie over het agendapunt gesloten kan worden. Geconstateerd wordt dat het voorstel naar de besluitnemende raad kan.

b.

Voorlopige jaarstukken 2020, ontwerpbegroting 2022 en geactualiseerde begroting 2021 Veiligheidsregio Utrecht (VRU), raadsvoorstel 27/21 De voorzitter geeft aan eerst de raadsrapporteurs op dit onderwerp het woord te willen geven. De heer Richter geeft aan dat de stukken duidelijk en helder zijn. Ze geven een waardevol beeld. Van belang is dat men bij het opstellen van een zienswijze een correctie aangeeft ten opzichte van een eerder ingediende zienswijze. Dan moet men weer stelling nemen voor de komende jaren. Op dat punt kan men de zienswijze aanvullen. Voordat dit gebeurt gaat spreker in op het raadsvoorstel. Daar staat in dat door de hervorming van het OMS-stelsel voor 2022 en verder dat dit resulteert in de verhoging van de

11

gemeentelijke bijdrage. Dat is nog geen feit. Men heeft eerder aangegeven bij de Kadernota dat er rekening gehouden moet worden met de financiële positie van de gemeente. Dan de zienswijze zelf. Het punt om rekening te houden met de financiële positie van de gemeente kan stelliger. Het niet verhogen van dan wel bezuinigingen op de gemeentelijke bijdragen vraagt om bestuurlijke overweging om de effecten te overzien. Om die vooral te koppelen aan de nieuwe beleidsperiode 2024 – 2027. Dat moet terugkomen in de zienswijze. Dat men geen verhogingen voor 2022en 2023 zal accepteren. Bij het kijken naar de eigen organisatie stelt spreker voor die tekst in de zienswijze ook iets uit te breiden. Een uitbreiding die betrekking heeft op de huisvesting in verband met meer thuiswerk. Minder huur van externe kantoorruimte. Het punt moet iets meer specifiek. Als laatste de betrokkenheid van de raad bij toekomstige ontwikkelingen. In de brief staat dat men actief betrokken wil zijn bij de evaluatie van de Wet op de veiligheidsregio’s. Dat moet uitgebreid worden met het punt dat men actief betrokken wil worden bij de taakdifferentiatie van de vrijwillige brandweer als gevolg van de Europese regelgeving. De redenen daarvoor zijn dat dit een grote impact heeft op alle vrijwilligers die erbij betrokken zijn en ten tweede het effect dat aangegeven wordt in de risicoparagraaf.

De heer Van der Greft kan zich in grote lijnen aansluiten bij wat vorige spreker naar voren heeft gebracht. Wanneer men het raadsvoorstel doorleest, dan is het op een aantal punten tegenstrijdig. Eerst staat er bij de ontwerpbegroting 20220 dat de bijdrage voor het gemeentelijke basispakket minimaal wijzigt ten opzichte van de VRU Kadernota 2022. Vervolgens ziet men in het overzicht dat de gemeente 200.000 euro extra moet bijdragen. Vervolgens geeft de gemeente aan dat men als gevolg van de financiële positie wil voorkomen dat er een verhoging van de gemeentelijke bijdrage komt. Spreker voelt iets voor het voorstel van de heer Richter om de punten in de brief meer concreet te maken. Men moet aangeven dat de gemeente niet akkoord gaat met een structurele verhoging van de gemeentelijke bijdrage. Dat doet recht aan de bijdrage die men levert. Spreker wil de punten verwerkt zien in de zienswijze en ook in het raadsvoorstel. Het voorstel mag naar de besluitnemende raad, maar wanneer de aanpassingen niet tot tevredenheid zijn dan wordt het teruggehaald naar de meningvormende raad. De heer Doorn reageert op de heer Van der Greft. Spreker is het eens met het punt dat de zienswijze scherper moet. Echter, niet zo scherp als vorige spreker naar voren brengt. Uiteindelijk is de VRU een GR waaraan de gemeente deelneemt.

Men kan niet zeggen dat men niet meer bijdraagt of dat men geen deelnemer meer wil zijn. Het punt van de raadsrapporteur, dat moet men neerleggen bij de portefeuillehouder, vraagt om een heroriëntatie. Men kan zaken in de zienswijze benoemen zonder te veel in de details te treden. Dat is aan het college. De zienswijze moet wel genuanceerd blijven. De heer Van der Greft denkt dat door de nuance de zienswijze tegenstrijdig is. Met de nuance geeft men geen krachtig signaal af. De afgegeven boodschap wordt er alleen maar onduidelijker door. De heer Rouwenhorst heeft alleen kanttekeningen op de brief. Het voorstel is om de brief te bekorten vanaf de tweede alinea met vier regels. Alleen de eerste regel handhaven.

12

De rapportage van de VRU is degelijk en doelmatig. Spreker heeft begrepen dat de Europese regelgeving nog tamelijk ver weg is. Graag iets meer informatie daarover? Geldt die regelgeving al wel? Begrepen is dat er een denktank aan de gang is met verschillende burgemeesters over het punt. Moet men zich al zorgen maken over de vrijwilligers? Dan de kosten en de mededeling dat de gemeente een slechte financiële positie heeft. Daarbij vraagt men om verlaging van de bijdrage. Wat betekent in dit verband de zinsnede ‘zet de gemeente in op’? Volgens spreker is het gewoon vragen om. Men kan beter om een bezuinigingstaakstelling vragen. Tenslotte vraagt spreker aan de voorzitter van de raad of die op korte termijn een contact kan organiseren met de vrijwilligers van de brandweer. Spreker kan zich vinden in het betoog van de heer Richter. De heer Schreurs kan meegaan met de voorstellen van de raadsrapporteur. Dat moet dan zowel in de zienswijze als in het raadsvoorstel worden verwerkt. Wat betreft de financiën heeft een aantal gemeenten gevraagd om het wegvallen van de concessievergoeding OMS te compenseren in de eigen begroting. Dat doet de gemeente niet. De vraag is waarom niet? De gemeente komt niet verder dan een oproep om een verlaging van de gemeentelijke bijdrage. Misschien kan dit stelliger.

Mevrouw Becker kan zich vinden in de oproep van de raadsrapporteur om de zienswijze aan te passen. Men gaat ook mee met de suggesties op dit punt van de heer Van der Greft. Voor de rest zijn de stukken duidelijk. Burgemeester Divendal denkt dat bij de punten die de heer Richter aansnijdt men een aansluiting moet zoeken bij de zienswijze van de gemeente op de Kadernota van de VRU. Op die punten moet men scherper stellen. Het is een goede zaak om dat te doen. Daarmee kan men de gevoelens van de raad beter tot uitdrukking brengen. Voor een deel gaan de opmerkingen verder dan de begroting 2022. Men kan in de reactie op de begroting 2022 het vergezocht wel benoemen, maar dat moet dan wel expliciet worden gedaan. Zoals het er nu staat is er inderdaad sprake van een zekere tegenstrijdigheid. Eigenlijk zegt men in de zienswijze dat men geen moeite heeft met ontwerpbegroting 2022, maar dat men voor de jaren daarna aangeeft dat men de verhoging van de bijdrage niet wil. De OMS mag niet leiden tot een verhoging. Spreker denkt dat, wanneer men in deze zienswijze meer helder kan maken wat men vindt van de begroting 2022, maar dat men ook de punten die verder aangeroerd worden zo belangrijk vindt dat men die verder wil benadrukken, het misverstand dan weg is. Men moet punten die betrekking hebben op de verdere toekomst scherper benoemen.

Dat men dan meer rekening moet houden met de financiële positie van de gemeente(n). Dan moet de VRU met beleidskeuzes komen om dat waar te maken. De heer Richter heeft daarvoor een aantal suggesties aangedragen. Als gevolg van de komende Europese regelgeving komt de vraag op hoe men met de taakdifferentiatie kan en wil omgaan. Dat moet men dan ook zo benoemen. De taakdifferentiatie kan voor sommige veiligheidsregio’s een groot probleem opleveren. Binnen de VRU zijn de problemen te overzien. Er moet wel meer duidelijkheid komen over de taakdifferentiatie. De denktank komt op dit punt nog met een reactie. Men weet ook nog niet wat er gebeurt wanneer men zich niet houdt aan de Europese regelgeving. Echter, men moet er actief met de vrijwilligers mee bezig zijn.

13

Men zal kijken naar de suggestie van de heer Rouwenhorst om wat regels uit de tweede alinea van de brief te schrappen. Het punt om een eventuele bijeenkomst met de vrijwilligers te beleggen, neemt de burgemeester op met de postcommandant. Het afgelopen jaar is men in verband met corona op dit punt zeer voorzichtig geweest. De burgemeester wil wanneer mogelijk dit zeker doen. Waarschijnlijk wordt dat na de vakantie. De heer Rouwenhorst vindt de reactie van de burgemeester positief. Het hoeft niet gelijk te leiden tot een ontmoeting, maar het is wel goed wanneer het gemeld wordt. Burgemeester Divendal geeft aan dat het wegvallen van de concessievergoeding OMSsysteem opgevangen moet worden in de eigen begroting van de VRU. Dat leidt ertoe dat men scherpere keuzes moet maken. Dat moet komen uit de eigen organisatie, huisvesting of andere overhead. Spreker heeft het gevoel dat de door de heer Richter en anderen ingebrachte punten leiden tot een verbetering van de zienswijze. Men zal de zienswijze op die punten aanpassen. Ook om het verschil aan te geven tussen 2022 en later. Daarmee vervalt de tegenstelling qua inzet in de zienswijze van de raad. Men moet op kortere en langere termijn een financiële slag maken binnen deze GR. Spreker zal de opmerkingen vanuit de commissie in de brief verwerken.

De heer Richter meldt dat de raadsrapporteurs een tekstueel voorstel hebben gedaan voor een aanpassing. Daar komen alle punten in terug die aan de orde zijn geweest. Wanneer die in de brief terugkomen, dan kan het voorstel naar de besluitnemende raad. Wanneer iemand het voorstel alsnog wil bespreken dan wordt het de meningvormende raad. De voorzitter stelt vast dat alle commissieleden het eens zijn met de suggestie. Het voorstel gaat naar de besluitnemende raad. Het kan worden teruggehaald wanneer de zienswijze niet correct verwoord is.

c.

Wijziging statuten van stichting WerkwIJSS-schoon en begroting 2022, raadsvoorstel 28/21 De heer Kroon vindt het antwoord op de technische vraag of er bij het vastleggen van een nieuw schoonmaakbedrijf wordt voorzien in werk voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt nogal vrijblijvend. Kan het college garanderen dat er daadwerkelijk voor deze groep mensen werk komt? Is dat dan ook in dezelfde mate als bij WerkwIJSS-schoon het geval is? Dan de inzet van de sociale werkbedrijven voor de nieuwe doelgroep. Men heeft tenslotte ook met Wsw’ers in de gemeente te maken. Wordt daar voldoende naar gekeken? Worden voor werk voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt actief bedrijven benaderd? Hoe kijkt het college aan tegen het ontwikkelperspectief van de sociale werkbedrijven? De heer Klinkhamer kan zich voor een groot deel vinden in de woorden van de heer Kroon. Had het college niet kunnen kijken of er andere bedrijven bereid zouden zijn geweest om gebruik te maken van WerkwIJSS-schoon? Dan zou men ook meer Wsw’ers kunnen plaatsen.

14

Dat is niet gebeurd. Hoe zorgt men ervoor dat het nieuwe schoonmaakbedrijf zoveel mogelijk Wsw’ers en mensen uit de nieuwe doelgroep in dienst neemt? De heer Goldhoorn kan zich vinden in het raadsvoorstel. Op dit moment heeft WerkwIJSSschoon geen toegevoegde waarde. Dan moet men kijken naar andere mogelijkheden om mensen via het Werkcentrum aan een goede werkkring te helpen. De heer Van Dijkman vindt het uittreden uit de stichting WerkwIJSS-schoon begrijpelijk. Voor de toekomst wil spreker bij een nieuwe aanbesteding dat personen die ingeschreven staan bij het Werkcentrum een baan krijgen bij dat nieuwe schoonmaakbedrijf. Met de andere punten van het voorstel kan men instemmen. Het voorstel kan naar de besluitnemende raad. Mevrouw Janmaat is ook van mening dat het voorstel naar de besluitnemende raad kan. Mevrouw Groen sluit zich aan bij de woorden van beide vorige sprekers. Wethouder Schuurs is blij dat men het inzicht van het college betreffende WerkwIJSS-schoon deelt. Er is geprobeerd om meer mensen uit de gemeente bij het bedrijf aan het werk te krijgen. Dat is niet gelukt. Mensen uit de doelgroep of via het Werkcentrum worden vooral te werk gesteld bij Kansis Groen en Kringkoop. Wel is het gelukt om mensen, gestart bij WerkwIJS, onder te brengen bij een ander schoonmaakbedrijf. Deze activiteit wil men doorzetten. De aanbesteding voor een nieuw schoonmaakbedrijf loopt nu.

Met het schoonmaakbedrijf dat de aanbesteding wint, worden goede afspraken gemaakt over het in dienst nemen van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Of het beter had gekund met WerkwIJSS is lastig in te schatten. Het is in elk geval niet van de grond gekomen. Dat komt mede door de afstand De Ronde Venen – IJsselstein. Tweede termijn De heer Kroon vindt het antwoord helder. Hoe wordt er gewerkt aan de ontwikkeling van de werkbedrijven waardoor er meer werkgelegenheid wordt gecreëerd? Is men bezig met het aantrekken van nieuwe opdrachtgevers voor de werkbedrijven? De heer Klinkhamer kan na de beantwoording van de vragen instemmen met de verwijzing van het voorstel naar de besluitnemende raad. Wethouder Schuurs is het eens met de heer Kroon. Het is belangrijk aandacht te geven aan de ontwikkeling van de werkbedrijven zodat er ook nieuwe mensen geplaatst kunnen worden. De groep Wsw’ers uit de oude regeling wordt kleiner, maar de nieuwe doelgroep neemt toe. Die moeten ook een werkplek hebben. Die ontwikkeling komt steeds beter van de grond. Men zet ook in op de ontwikkeling van werknemers, waardoor die mogelijk kunnen doorstromen. De heer Goldhoorn heeft vernomen dat er wel degelijk mensen uit de nieuwe doelgroep bij reguliere werkgevers worden geplaatst. Is die observatie juist?

15

De heer Kroon denkt dat men een alternatief moet hebben op het moment dat voor sommige mensen plaatsing bij een regulier werkgever geen goede oplossing is. De eerdere specifieke vraag was of eraan gewerkt wordt om meer opdrachtgevers voor de werkbedrijven aan te trekken. Dan schept men ook banen bij de werkbedrijven. Wethouder Schuurs antwoordt dat dit een impliciet onderdeel is van de ontwikkeling van de werkbedrijven. Men moet ervoor zorgen dat er voldoende werk is en blijft. De observatie van de heer Goldhoorn is correct. Dat is een gewenste situatie. De heer Kroon geeft aan dat het voorstel naar de besluitnemende raad kan. De voorzitter stelt vast dat het voorstel op de agenda van de besluitnemende raad komt.

d.

Ontwerpjaarverslag en –rekening 2020 en ontwerpbegroting 2022 Recreatieschap Stichtse Groenlanden, raadsvoorstel 26/21 De voorzitter denkt dat het goed is dat eerst de raadsrapporteurs het woord krijgen. De heer Brunia merkt op dat men te maken heeft met een merkwaardige situatie. Enerzijds gaat SGL een onzekere toekomst tegemoet en anderzijds moet er ondanks dat een begroting worden gemaakt. Lastig, omdat door de onzekere toekomst een aantal posten uit de begroting niet duidelijk zijn. Die begroting is dan ook verre van compleet. Niet alle voorziene uitgaven of stijgingen van voorziene uitgaven zijn in de begroting opgenomen. De begroting is eigenlijk te laag en zou de gemeente moeten aandringen op een begroting die meer uitgaven omvat. Probleem is dat die uitgaven wel bekend zijn, maar dat ze niet gekwantificeerd kunnen worden. Dit dilemma is goed in de zienswijze verwoord. De zienswijze is voldoende kritisch van aard. De raadsrapporteurs vragen de raad om akkoord te gaan met de zienswijze. Men moet vooral inzetten op een goede transitie van RMN en daarmee van SGL. De heer Van Sligtenhorst stelt vast dat in de begroting het ontbreken van het bestemmingsplan Vinkeveense Plassen een gemis op de ontwikkelingen van de legakkers en de zandeilanden. Dat er nog geen bestemmingsplan is, komt onder andere doordat de gemeente en de provincie nog niet op een lijn zitten.

Ook moeten er nog onderzoeken worden gedaan, onder andere over de stikstofproblematiek. Kan men het bestemmingsplan niet splitsen, waardoor men met een aantal werkzaamheden wel door kan gaan? In april zou er een bestuurlijk overleg zijn met de provincie. De raad heeft over het resultaat van het overleg nog niets gehoord. Is dat overleg geweest? Zo ja, wat heeft dat opgeleverd? Na het lezen van de stukken vraagt spreker of de opmerking die het college in de zienswijze maakt terecht is. Men heeft het gevoel dat het ontbreken van het bestemmingsplan de grootste reden is voor het ontbreken van het onderhoudsplan. Spreker denkt ook dat de bestemmingsreserve onvoldoende is voor de uitvoering van de onderhoudsplannen. De kosten zijn immers gebaseerd op prijsopgaven van twee jaar geleden. De heer Rouwenhorst spreekt over een duidelijke zienswijze. Dat is goed. Nog een opmerking over de laatste alinea van de zienswijze. Wanneer verwacht het college dat die gevraagde verduidelijking komt? Kan men daar niet beter een datum bijzetten? 16

De heer Goldhoorn merkt op dat in de zienswijze op het jaarverslag een opmerking staat over het meerjarenonderhoudsplan. Er wordt geconstateerd dat het weer niet gerealiseerd is. Dat is wat te vriendelijk. Spreker wil van SGL weten waarom het niet op orde is. Dan de begroting 2022. Er wordt gewerkt aan de erfpacht voor de horeca op zandeiland 1. Wat nu aan huur wordt gevraagd is vele malen lager dan de marktprijs op dit moment. Op pagina 14 gaat het over doorbelasten van personele lasten. Het is bekend dat RMN niet functioneert. Het is bekend dat het bestemmingsplan stagneert. Het kan dus niet zo zijn dat er mensen op dit moment aan recreatieve ontwikkelingen werken. Hopelijk zijn alle tijdelijke krachten van RMN vertrokken, dus niet meer in dienst van RMN. Hoe kan het dan dat alle personeelskosten van RMN volgens de begroting 2022 worden doorbelast naar SGL? RMN had al eerder veel kleiner kunnen zijn, omdat veel activiteiten niet worden uitgevoerd. Splitsing van het bestemmingsplan is indertijd al gevraagd door Ronde Venen Belang. De wethouder vond het toen een onbegaanbare weg. Mevrouw Becker vindt de zienswijze scherp genoeg. Daar kan men mee verder. Spreekster maakt zich zorgen over de brief van SGL. Dat heeft betrekking op de samenvatting van hoe de gemeente over de situatie denkt.

De Ronde Venen is de enige gemeente die niet akkoord gaat met de richtinggevende uitspraken. In die samenvatting wordt de gemeente op achterstand gezet wat betreft toekomstige samenwerking op recreatief gebied. Hoe kan men hierdoor de eigen rol spelen en hoe kan men de neergelegde wensen gerealiseerd krijgen? Zoals het er nu uitziet, loopt men achter de feiten aan. De heer Schreurs heeft een vraag die van gelijke strekking is als de door het CDA gestelde vraag. In de zienswijze wordt gesproken over zo snel mogelijk. Wat betekent dat? Men laat de termijn van reactie over aan SGL. Misschien zou de gemeente er toch een termijn aan moeten hangen. Men kan ambtelijk best inschatten wat daarbij een realistische veronderstelling is. Bij de gevraagde verduidelijking in de laatste alinea kan men ook een vraagteken plaatsen. Wanneer die verduidelijking geen antwoord geeft op bestaande vragen heeft men nog niets. Spreker roept het college op om goed na te denken over een andere formulering van die alinea. Opdat men krijgt wat men vraagt. Als laatste een vraag aan de heer Brunia. Kan de heer Brunia zijn betoog verduidelijken op de punten begroting en transitie? De heer Brunia meent dat, wanneer men SGL zou zien als elke andere GR, men met de voorliggende begroting niet zou kunnen aankomen. Echter, men kan als gemeente zelf niets aan die begroting veranderen.

Men kan hooguit de wethouder vragen ervoor te zorgen dat de begroting zo compleet mogelijk is. In de in te dienen zienswijze wordt gevraagd om de PMposten zo spoedig mogelijk te kwantificeren en een begrotingswijziging in te dienen. Dat is essentieel. Aan de andere kant weet men dat SGL in de huidige vorm in 2022 niet meer bestaat. Dat RMN in 2022 helemaal niet meer bestaat. RMN is nog steeds de grootste kostenpost van SGL. Dat kan betekenen dat er straks sprake is van een totaal andere begroting. Men moet de betrekkelijkheid van deze begroting gezien de omstandigheden inzien. De heer Schreurs is benieuwd naar de reactie van het college. Aan de ene kant vraagt men om meer duidelijkheid over de PM-posten en aan de andere kant heeft men te maken met de 17

nuance die de heer Brunia aanbrengt. Wanneer men die punten samenvoegt, kan men zich afvragen wat de vraag aan SGL nog gaat opleveren. Mevrouw Groen had in eerste instantie het gevoel dat het voorstel gelijk naar de besluitnemende raad kon. Gezien de discussie is men nu eerst benieuwd naar de antwoorden van de wethouder. De heer Evers reageert namens de fractie en niet als raadsrapporteur. Spreker reageert op mevrouw Becker op de mogelijke samenwerking met Wijdemeren. Die mogelijkheid moet men goed onderzoeken. Dan de zienswijze. Daarin wordt aangegeven dat het plan groot onderhoud nog niet inzichtelijk is. Wij hebben toch zelf verstand hiervan. Waarom gaan wij niet proactief zelf een begroting opstellen? Hierdoor heeft men zelf al inzicht en is men niet afhankelijk van andere begrotingen. Met zelf begroten is men ook voorbereid op veranderingen die nu nog niet bekend zijn. De heer Goldhoorn is benieuwd wat de heer Evers bedoeld met ‘wij’. Is dat de fractie of is dat de heer Evers? De heer Evers heeft aangegeven te spreken namens de fractie. De heer Goldhoorn constateert daaruit dat die fractie weet wat beschoeien kost. De heer Evers ontkent dit. De vraag om zelf te begroten is gesteld aan het college. De gemeente zou zelf inzicht kunnen krijgen wat beschoeien kost. Dat in voorbereiding op de onzekere situatie die gaat komen. Dat moet men onderzoeken.

Dan heeft spreker nog een suggestie voortkomend uit een motie in een vorige periode. Waarom zou men ook niet kunnen kijken naar een samenwerkingsverband met OuderAmstel? Wethouder Schuurs kan zich de opmerkingen over de begroting voorstellen. Men weet te weinig. Waar het omgaat is wat de nieuwe situatie wordt. Men moet goed in kaart hebben wat de nieuwe situatie betekent. Daar moet men de aandacht op richten. Het wel of niet beschoeien heeft niets te maken met het ontbreken van het bestemmingsplan. Dat is een punt dat samenhangt met het ontbreken van een vergunning en de stikstofproblematiek. De heer Van Sligtenhorst geeft aan dat men tijdens de vorige raadsperiode hier al mee bezig was. Toen heeft de Groene Venen het probleem van de stikstof al naar voren gebracht. Toen heeft het college aangegeven daar niets mee te maken te hebben. Nu, vier jaar verder, lijkt het onderhoud, waaronder beschoeien, erop vast te zitten. Wethouder Schuurs denkt dat er sprake is van twee verschillende zaken. Het ene is het beschoeien. Dat probleem kwam vorig jaar in verband met stikstof naar voren. Tranche 1 is gewoon beschoeid. Bij tranche 2 heeft men te maken met stikstof. Het andere wat de heer Van Sligtenhorst bedoeld gaat over het ontwikkelscenario van de zandeilanden. Dat is een

18

onderdeel van het bestemmingsplan. De uitvoering van de beschoeiing staat los van het bestemmingsplan. Het bestuurlijk overleg in april heeft niet plaatsgevonden. Het college heeft daarover een brief naar de provincie gestuurd. Die brief zat volgens de wethouder bij de griffiebrief. De indruk is dat er wat beweging op dit punt plaatsvindt. Begin juni is een nieuw bestuurlijk overleg in gepland. Ambtelijk wordt er ook verder gesproken. Hopelijk gaat er nu wat gebeuren met het bestemmingsplan. Dat is erg belangrijk. Het onderhoudsplan moet nog opnieuw gemaakt worden. Dan weet men ook de kosten die ermee gemoeid zijn. Men is er volop mee bezig. Het is wel complex met betrekking tot de jaarrekening en de nog komende begroting. Alles loopt in elkaar over. Men gaat kijken of men concreter kan zijn over een datum. Echter, dat betekent niet dat men niet zou kunnen instemmen met het jaarverslag en de begroting. Men moet sowieso instemmen met het jaarverslag. Over de begroting zijn aanvullende vragen gesteld. Het gaat echter om een ontwerpbegroting. Hoe de daadwerkelijke begroting 2022 eruit ziet moet men voor het najaar weten. Dan moet er meer duidelijkheid zijn over SGL/RMN. Dat het meerjarenonderhoudsplan nog niet op orde is, heeft te maken met een capaciteitstekort. Het is niet voor niets dat de gemeente ontevreden is over RMN.

Het punt over de horeca op zandeiland 1 heeft de heer Goldhoorn gelijk. Daar vindt overleg over plaats. Dan het punt doorbelasten personele kosten. Recent is in het DB besproken wat voor werk men wel of niet moet blijven doen. De gemeente wil in relatie tot de ontwikkelingen in Vinkeveen we veel zaken laten doorgaan. Met de ontwikkeling wil men met een aantal zaken wel doorgaan. Opdat men in een nieuwe situatie vervolgstappen kan ondernemen. De ontwikkeling van de zandeilanden komt los van het bestemmingsplan in de raad van september. Dan kan men op dat punt al een stap zetten. Nadat de raad zich heeft uitgesproken, kan men de ontwikkeling zo snel mogelijk implementeren. De heer Goldhoorn geeft aan dat zijn vraag, doordat het bestemmingsplan niet echt snel verloopt, was dat het aantal mensen dat eraan werkt en dat het aantal uren dat eraan besteed wordt aanzienlijk minder is geworden. Dan kan het toch niet zo zijn dat alle personeelslasten in 2022 eenvoudig doorbelast worden? Wanneer RMN geen taken uitvoert, waarom zitten er dan nog wel mensen voor? Dat gaat met name over de inhuur. Wethouder Schuurs geeft aan dat het klopt. De ingehuurde projectleider voor de beschoeiing is er niet meer. Wat er nu nog loopt wordt door vaste medewerkers gedaan. Dat gebeurt ook op het ontwikkeltraject. Er wordt in een ander tempo doorgewerkt.

Men heeft een aantal zaken door laten lopen om op het moment dat het bestemmingsplan er komt men gewoon verder kan. Wat betreft de vraag over de concrete datum gaat men kijken wat men hiermee kan doen. Men zal ook kijken naar een eventueel aangepast tekstvoorstel voor de laatste alinea. Men heeft een inzicht in de kosten van de beschoeiing. Afhankelijk van de tijd die er met de beschoeiing gemoeid is kunnen de prijzen stijgen. Men weet wel iets van de kosten, maar daarom is het nog niet logisch om zelf een begroting te maken. Men zit niet voor niets in een GR.

19

Kijken naar het noorden. De Ouderkerkerplas zit in een recreatieschap dat veel groter is. Daar is nog nooit over gesproken. Om dat te realiseren op 1 januari 2022 is niet realistisch en wanneer men meer zelfstandig zou willen opereren is het al helemaal niet realistisch. De voorzitter memoreert nog even het punt van de splitsing van het bestemmingsplan. Wethouder Schuurs merkt op dat daar eerder over gesproken is. De wethouder kan zich dat slecht voorstellen. Hoe zou men moeten splitsen en wat kan men dan apart doen? Nu ziet men een bestemmingsplan als een geheel. De wethouder weet niet goed wat men met een splitsing aan zou moeten. Men ziet weinig mogelijkheden om een splitsing aan te brengen. Tweede termijn De heer Goldhoorn brengt naar voren dat de raad heeft uitgesproken dat de eerste optie is dat men zelfstandig verder gaat, het zelfstandig beheren van de Vinkeveense Plassen. In hoeverre heeft de provincie aangegeven wanneer dat mogelijk is of wanneer dat niet mogelijk is? Wethouder Schuurs kan daarop nog geen antwoord geven. Het punt is aan de orde geweest binnen de provincie. Men overlegt nog. Een bericht hierover wordt vrij snel verwacht. De heer Van Sligtenhorst komt terug op de nog niet bekende kosten. Dat is vreemd. Een aantal jaren geleden is er al een raming opgesteld voor de verschillende tracés.

Die raming staat in de begroting en die bedragen worden al een aantal jaren doorgeschoven. Feitelijk is er dus wel iets bekend over de kosten. Hoe zit dat nu precies? Men begrijpt dat het lastig is om een bestemmingsplan in delen te knippen. Het ziet er echter naar uit dat men het verdienmodel niet gaat halen. Dat heeft men echter wel nodig. Hoe denkt men dit op te lossen? De heer Schreurs heeft vragen gesteld om zaken concreter te maken wat betreft zaken die men meegeeft in de zienswijze. Vervolgens hoort spreker de wethouder zeggen dat men met het jaarverslag 2020 wel moet instemmen. Dat staat anders in de zienswijze. Spreker zou willen dat er concreet in de zienswijze moet staan dat men voor de raadsvergadering de verduidelijking wil waarom wordt gevraagd. Wanneer die er niet komt, dan kan men niet instemmen met de jaarrekening en de ontwerpbegroting. Of die tijdsruimte er is, kan spreker niet inschatten. Het ambtelijk apparaat kan dat mogelijk wel. Uiteindelijk gaat het wel om het resultaat. Gezamenlijk moet men komen tot een verduidelijking van de zienswijze die werkelijk iets oplevert. Het is op dit moment lastig om met dit voorstel in te stemmen in verband met het ontbreken van informatie. Wanneer men nu wel instemt, weet men niet wat er daarna gaat gebeuren. Wethouder Schuurs denkt dat men de laatste alinea moet splitsen.

Men moet akkoord gaan met het ontwerpjaarverslag 2020 en dat met voorbehoud inclusief een datum mee kan kaan met de ontwerpbegroting 2022. Er is meer informatie nodig over 2022, maar eigenlijk ook over 2021.

20

De heer Schreurs hoort wat de wethouder zegt. Echter, wanneer men kijkt wat er in de zienswijze wordt gezegd, dan staat er dat men door het ontbreken van het meerjarenonderhoudsplan grote zorgen heeft. Daar vraagt men om zo snel mogelijk daarover uitsluitsel te geven. Wanneer men met de jaarrekening instemt, dan ontstaat er een lastige combinatie. In de laatste alinea komen de jaarrekening en de begroting samen. Spreker is het ermee eens dat het goed is om die alinea, het besluit, te splitsen. Dan blijft het probleem van de jaarrekening en het ontbreken van het meerjarenonderhoudsplan. Wethouder Schuurs stelt dat het meerjarenonderhoudsplan er niet was in 2020. De accountant heeft de jaarrekening goedgekeurd ondanks dat het plan er niet is. Daar kan men zich bij aansluiten. Voor 2021 is het plan wel nodig. Men moet dus goed helder maken dat men de jaarrekening 2020 kan accorderen, maar dat dit voor 2021 nog een vraag gaat worden. men moet het meerjarenonderhoudsplan ook meenemen naar een nieuwe organisatie. De wethouder gaat de laatste alinea splitsen en zegt toe naar de rest van de tekst van de zienswijze te zullen kijken of dat allemaal klopt of dat er nog een aanpassing nodig is. De heer Brunia merkt op dat het om de ontwerpbegroting gaat. De definitieve begroting krijgt de raad niet ter vaststelling voorgelegd. Dat is voorbehouden aan het AB.

Men kan dus sowieso niet zeggen dat men instemt. Via de zienswijze kan de raad kanttekeningen plaatsen. Wethouder Schuurs denkt dat de heer Brunia gelijk heeft. Op de vraag van de heer Van Sligtenhorst over de beschoeiing komt de wethouder schriftelijk terug. Het verdienmodel is al een aantal jaren geleden tot stand gekomen. Toen is bedacht wat men nodig zou hebben om de zaak sluitend te krijgen. Men weet niet hoe dat in de nieuwe situatie gaat uitpakken. Men gaat ervan uit, en daar werkt men ook aan, dat nieuwe situatie niet duurder is dan wat men nu met SGL en RMN heeft. Het bedrag van de 78.000 euro is echter al een aantal jaar geleden vastgesteld. Daar is geen indexering op toegepast. Men moet straks wel heel goed kijken of er bijstellingen nodig zijn. Op dit moment is het punt niet erg actueel. De voorzitter heeft van de raadsrapporteur gehoord dat het voorstel naar de besluitnemende raad zou kunnen. De wethouder heeft aanpassingen toegezegd van de zienswijze. Het voorstel is om het voorstel naar de besluitnemende raad te brengen. Indien nodig kan het voorstel altijd teruggehaald worden naar de meningvormende raad. Na raadpleging stelt de voorzitter vast dat men dit traject volgt. Daarmee is het agendapunt afgesloten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10183643/1