1. Raadsinfonota Ontwerp Nota bodembeheer
Tekst van het document
Informatienota raad AAN DATUM ORGANISATIEONDERDEEL PORTEFEUILLEHOUDER BEHANDELEND AMBTENAAR TOESTELNUMMER
de gemeenteraad 18 januari 2022 RU Cees van Uden Flip van Leeuwe 0297-291833
REGISTRATIENUMMER TER INZAGE BIJLAGE(N)
1. Ontwerp Nota bodembeheer 2. Beleidsnota PFAS 3. Rapport BKK PFAS 4. BKK eindrapport
Onderwerp Ter inzage leggen ontwerp Nota bodembeheer werkgebied ODRU
Waarom naar de raad Om de raad te informeren over de actualisering van ons bodembeleid.
Inleiding Binnen het werkgebied van de ODRU is sprake van een verscheidenheid aan bodemkwaliteitskaarten en nota’s bodembeheer, die is ontstaan door oude samenwerkingsverbanden en gemeentelijke herindelingen. Door gezamenlijk een bodemkwaliteitskaart en een bodembeleidskader voor het hele werkgebied van de ODRU op te stellen kunnen gemeenten veel kosten en tijd besparen. Met één beleidskader worden de regels voor het grondverzet en voor het graven en saneren, eenduidig binnen het hele bodembeheergebied wat de kans op naleving van de regels aanzienlijk vergroot en toezicht en handhaving eenvoudiger maakt. Door de beleidscyclus van geldigheid bodemkwaliteitskaart (BKK) en beleid (Nota bodembeheer) regionaal ook in de tijd gelijk te trekken, leggen we de basis om het beleid samen regionaal bij te blijven houden. De synergie zorgt daarmee ook bij het herzien van beleid en kaart, voor een efficiënter proces (ten opzichte van herziening van beleid en kaart per individuele gemeente op verschillende momenten in de tijd). Het vorige grondstromenbeleid stamt uit 2015 en is niet meer actueel. De oude bodemkwaliteitskaart voor de standaardstoffen (BKK-S) stamt ook uit die tijd en is sindsdien niet meer geactualiseerd. Het is nodig om het voorliggende beleid vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet (dat wordt waarschijnlijk 1 juli 2022) vast te laten stellen door de gemeenteraad.
Alleen dan komt het vastgestelde gebiedsspecifieke beleid (deel 1 van de voorliggende Nota) namelijk automatisch via het Overgangsrecht in het tijdelijke deel van het Omgevingsplan terecht en hoeven de afzonderlijke gemeenten dit niet uit te werken in de Omgevingsplannen.
Informatienota raad - documentnummer: 53937
De bevoegdheid van de gemeente om gebiedsspecifiek beleid te kunnen vaststellen komt voort uit het Besluit bodemkwaliteit, artikel 44, lid 1
Kernboodschap Met regionaal bodembeleid faciliteert de gemeente het grondverzet Met vaststelling van de voorliggende regionale Nota bodembeheer werkgebied ODRU en de bijbehorende kaartlagen van de bodemkwaliteitskaarten heeft de gemeente, de komende 10 jaar, weer een beleid voor het grondverzet dat aansluit bij de laatste inzichten over risico’s van verontreinigde grond voor mens en milieu en bij de gemeentelijke bodemsituatie, ambities en opgaven. Met de voorgestelde gebiedsspecifieke beleidskeuzes faciliteert de gemeente het grondverzet zo goed mogelijk, zowel in doorloopsnelheid als in kosten, en houdt de gemeente rekening met ecologische en humane risico’s. Grootste deel van het bestaande beleid wordt ongewijzigd opnieuw vastgesteld Met het opstellen van dit beleidskader zijn de (beleids)regels uit de bestaande Nota bodembeheer opnieuw beoordeeld. Waar de oude beleidsregels nog passend zijn, stelt de gemeente ze, omwille van de integraliteit, opnieuw vast. Tekstuele aanpassingen en kleine wijzigingen van de bestaande beleidsregels werden nodig geacht om te komen tot een eenduidig gezamenlijk grondstromenbeleid voor alle gemeenten in het werkgebied van de ODRU. De voorliggende Nota bodembeheer wijkt voor De Ronde Venen op de volgende punten inhoudelijk af van de nota uit 2015 a.
Er worden restricties gesteld aan het toegestane loodgehalte bij het toepassen van grond in tuinen (par. 5.2.3 van de Nota) In tuinen bij woningen mag in het generieke kader maximaal klasse Wonen-grond worden toegepast. De maximale waarde (MW) voor lood in klasse Wonen-grond is 100 mg hoger dan de door de GGD aanbevolen maximale norm van 100 mg/kg. Kinderen kunnen bij het spelen in de tuin, grond binnen krijgen en daardoor aan een hoger loodgehalte blootgesteld worden dan wenselijk is. Boven de 100 mg/kg lood in de bodem kan dit al leiden tot IQ-puntenverlies bij kinderen onder de zes jaar. Daarom scherpt de gemeente het maximale loodgehalte aan tot 100 mg/kg voor grond die wordt opgebracht in tuinen. b. Lokale toetsingsregels voor hergebruik gebiedseigen grond met partijkeuringsrapport (par. 5.3.2 en 5.3.3 onder B van de Nota) In de meeste gevallen kan de BKK gebruikt worden om grond toe te passen en is er geen partijkeuring meer nodig. Om te zorgen dat de ODRU grond die in een partijkeuring is onderzocht, niet te snel afkeurt, terwijl vastgesteld is dat het om gebiedseigen grond gaat, toetst de ODRU partijkeuringsresultaten aan de gebiedseigen kwaliteit van de ontvangende bodem (uitgedrukt in een percentielwaarde van de ontvangende bodem).
Informatienota raad - documentnummer: 53937 - pagina 2
c.
Het eigen bodembeheergebied wordt uitgebreid naar het hele werkgebied van de ODRU (par. 5.1.3 van de Nota) Alle ODRU-gemeenten stellen dezelfde gebiedsspecifieke regels vast. De gebiedsspecifieke regels die in eigen gemeente gelden, kunnen ook van toepassing worden verklaard op grond uit andere gemeenten. Hierdoor kan grond tussen ODRU-gemeenten eenvoudig uitgewisseld worden onder dezelfde voorwaarden. Dit maakt het uitwisselen van grond eenvoudig, bespaart kosten voor de afvoer van grond én vermindert het vrachtverkeer en de uitstoot van luchtvervuilende stoffen, omdat grond vaker op korte afstand van de herkomstlocatie weer nuttig kan worden toegepast. Door dit beluit te nemen accepteert de gemeente de opgestelde bodemkwaliteitskaarten (voor standaardstoffen en voor PFAS) als bewijsmiddel om ook grond uit een andere ODRU-gemeenten toe te kunnen passen. Hierdoor zijn minder onderzoeken (o.a. partijkeuringen) nodig. De bodemkwaliteitskaart is voor alle ODRU gemeenten samen opgesteld. Deze kaart kan daarom worden gebruikt voor het hele werkgebied van de ODRU.
Consequenties N.v.t.
Communicatie N.v.t.
Vervolg De ontwerp en de Nota bodembeheer en de Bodemkwaliteitskaarten worden 6 weken ter inzage gelegd. Daarna worden de zienswijzen verwerkt en worden de stukken ter vaststelling aan de gemeenteraad aangeboden.
Informatienota raad - documentnummer: 53937 - pagina 3