08. Concept Verordening Parkeerbelastingen 2025 Was-wordt lijst
Tekst van het document
Verordening 2024 Verordening op de heffing en de invordering van parkeerbelastingen 2024
Concept Verordening 2025 Verordening parkeerbelastingen 2025
Was Wordt Verordening op de heffing en Verordening de invordering van parkeerbelastingen 2025 parkeerbelastingen 2024
Geldend van …2023 t/m heden Geldend van …2024 t/m heden 2023 Intitulé Intitulé Verordening op de heffing en de invordering van parkeerbelastingen 2024 Verordening op de heffing en de invordering van parkeerbelastingen 2025 2024
De raad van de gemeente De Ronde Venen; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders;
2025
De raad van de gemeente De Ronde Venen; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders;
gelet op de artikelen 156, eerste en tweede lid, aanhef en onderdeel h en gelet op de artikelen 156, eerste en tweede lid, aanhef en onderdeel h en 225 van de Gemeentewet; 225 van de Gemeentewet; De vigerende parkeerverordening; De vigerende parkeerverordening; besluit vast te stellen de volgende verordening: besluit vast te stellen de volgende verordening: Verordening op de heffing en de invordering van parkeerbelastingen 2024 Verordening op de heffing en de invordering van parkeerbelastingen 2025 2024
Artikel 1. Definities Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
Artikel 1. Definities Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
a. autodate: het herhaald en opeenvolgende gezamenlijk gebruik van motorvoertuigen op grond van een overeenkomst tussen natuurlijke personen en een aanbieder of tussen natuurlijke personen uit meer dan een huishouden;
a. autodate: het herhaald en opeenvolgende gezamenlijk gebruik van motorvoertuigen op grond van een overeenkomst tussen natuurlijke personen en een aanbieder of tussen natuurlijke personen uit meer dan een huishouden;
b. houder: degene op wiens naam het motorrijtuig ten tijde van het b. houder: degene op wiens naam het motorrijtuig ten tijde van het parkeren in het kentekenregister, bedoeld in de Wegenverkeerswet 1994, parkeren in het kentekenregister, bedoeld in de Wegenverkeerswet 1994, was ingeschreven; was ingeschreven; c. motorvoertuigen: hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV 1990 c. motorvoertuigen: hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV 1990 met inbegrip van brommobielen, zoals bedoeld in artikel 1 van het RVV met inbegrip van brommobielen, zoals bedoeld in artikel 1 van het RVV 1990; 1990; d. parkeerapparatuur: parkeermeters, parkeerautomaten, met inbegrip d. parkeerapparatuur: parkeermeters, parkeerautomaten, met inbegrip van verzamelparkeermeters, en hetgeen naar maatschappelijke opvatting van verzamelparkeermeters, en hetgeen naar maatschappelijke opvatting overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan; overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan; e. parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten e.
parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een voertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en staan van een voertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van personen dan wel gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van zaken, op binnen de gemeente het onmiddellijk laden of lossen van zaken, op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een wettelijk weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden; voorschrift is verboden; Artikel 2. Belastbaar feit
2024
Artikel 2. Belastbaar feit
2025
Opmerkingen Titel is op advies van de afdeling Juridische Zaken aangepast naar de citeertitel.
Onder de naam ‘parkeerbelastingen’ worden de volgende belastingen geheven: a. een belasting ter zake van het parkeren van een motorvoertuig op een bij, dan wel krachtens deze verordening in de daarin aangewezen gevallen door het college van burgemeester en wethouders te bepalen plaats, tijdstip en wijze;
Onder de naam ‘parkeerbelastingen’ worden de volgende belastingen geheven: a. een belasting ter zake van het parkeren van een motorvoertuig op een bij, dan wel krachtens deze verordening in de daarin aangewezen gevallen door het college van burgemeester en wethouders te bepalen plaats, tijdstip en wijze;
b. een belasting ter zake van een van gemeentewege verleende vergunning voor het parkeren van een voertuig op de in die vergunning aangegeven plaats en wijze.
b. een belasting ter zake van een van gemeentewege verleende vergunning voor het parkeren van een voertuig op de in die vergunning aangegeven plaats en wijze.
Artikel 3. Belastingplicht 1. De belasting als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven van degene die het voertuig heeft geparkeerd. 2. Als degene die het voertuig heeft geparkeerd wordt mede aangemerkt: a. degene die de belasting voldoet, dan wel te kennen geeft of heeft gegeven de belasting te willen voldoen; b. zolang geen voldoening van de belasting als genoemd in artikel 2, onderdeel a, heeft plaatsgevonden: de houder van het voertuig, met dien verstande dat
Artikel 3. Belastingplicht 1. De belasting als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven van degene die het voertuig heeft geparkeerd. 2. Als degene die het voertuig heeft geparkeerd wordt mede aangemerkt: a. degene die de belasting voldoet, dan wel te kennen geeft of heeft gegeven de belasting te willen voldoen; b. zolang geen voldoening van de belasting als genoemd in artikel 2, onderdeel a, heeft plaatsgevonden: de houder van het voertuig, met dien verstande dat
I. als er voor ten hoogste drie maanden aangegane I. als er voor ten hoogste drie maanden aangegane huurovereenkomst wordt overgelegd waaruit blijkt wie ten tijde van het huurovereenkomst wordt overgelegd waaruit blijkt wie ten tijde van het parkeren ingevolge deze overeenkomst de huurder van het motorvoertuig parkeren ingevolge deze overeenkomst de huurder van het motorvoertuig was, niet de houder maar de huurder wordt aangemerkt als degene die was, niet de houder maar de huurder wordt aangemerkt als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd; het motorvoertuig heeft geparkeerd; II. als blijkt dat een ander in het kentekenregister had moeten staan II. als blijkt dat een ander in het kentekenregister had moeten staan ingeschreven, die ander wordt aangemerkt als degene die het ingeschreven, die ander wordt aangemerkt als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd. motorvoertuig heeft geparkeerd. 3. De belasting als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt niet geheven 3.
De belasting als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt niet geheven van degene die op de voet van het tweede lid, onderdeel b, als degene die van degene die op de voet van het tweede lid, onderdeel b, als degene die het voertuig heeft geparkeerd wordt aangemerkt, als deze aannemelijk het voertuig heeft geparkeerd wordt aangemerkt, als deze aannemelijk maakt dat ten tijde van het parkeren een ander tegen zijn wil van het maakt dat ten tijde van het parkeren een ander tegen zijn wil van het voertuig heeft gebruik gemaakt en dat hij dit gebruik redelijkerwijs niet voertuig heeft gebruik gemaakt en dat hij dit gebruik redelijkerwijs niet heeft kunnen voorkomen. heeft kunnen voorkomen. 4. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven van degene die de vergunning heeft aangevraagd. Artikel 4. Maatstaf van heffing, belastingtarief en belastingtijdvak 1. Het tarief voor het parkeren bij parkeerapparatuur als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, bedraagt op het parkeerterrein “Achterbos” te Vinkeveen, € 10,00 per dag.
4. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven van degene die de vergunning heeft aangevraagd. Artikel 4. Maatstaf van heffing, belastingtarief en belastingtijdvak 1. Het tarief voor het parkeren bij parkeerapparatuur als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, bedraagt op het parkeerterrein “Achterbos” te Vinkeveen, XXXX per dag.
€ 10,00
XXXX
2. Voor de toepassing van lid 1 wordt een gedeelte van een dag voor een 2. Voor de toepassing van lid 1 wordt een gedeelte van een dag voor een volle dag gerekend. volle dag gerekend. 3. Het tarief voor een parkeervergunning als bedoeld in artikel 2, 3. Het tarief voor een parkeervergunning als bedoeld in artikel 2, € 47,25 onderdeel b, bedraagt € 47,25. onderdeel b, bedraagt XXXX. Artikel 5. Wijze van heffing Artikel 5. Wijze van heffing
XXXX
1. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte. Als voldoening op aangifte wordt aangemerkt het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur op de daartoe bestemde wijze en met inachtneming van de door het college van burgemeester en wethouders gestelde voorschriften.
1. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte. Als voldoening op aangifte wordt aangemerkt het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur op de daartoe bestemde wijze en met inachtneming van de door het college van burgemeester en wethouders gestelde voorschriften.
2. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte. Artikel 6. Ontstaan van de belastingschuld 1. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, is verschuldigd bij de aanvang van het parkeren.
2. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte. Artikel 6. Ontstaan van de belastingschuld 1. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, is verschuldigd bij de aanvang van het parkeren.
2. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, is verschuldigd op het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend. Artikel 7. Termijnen van betaling 1. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, moet overeenkomstig de aangifte worden betaald bij de aanvang van het parkeren. 2. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, moet overeenkomstig de aangifte worden betaald op het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend.
2. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, is verschuldigd op het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend. Artikel 7. Termijnen van betaling 1. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, moet overeenkomstig de aangifte worden betaald bij de aanvang van het parkeren. 2. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, moet overeenkomstig de aangifte worden betaald op het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend.
3. Een naheffingsaanslag moet terstond worden betaald. Artikel 8. Bevoegdheid tot aanwijzing parkeerplaatsen De aanwijzing van de plaats waar, het tijdstip en de wijze waarop tegen betaling van de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, mag worden geparkeerd geschiedt in alle gevallen door het college van burgemeester en wethouders bij openbaar te maken besluit.
3. Een naheffingsaanslag moet terstond worden betaald. Artikel 8. Bevoegdheid tot aanwijzing parkeerplaatsen De aanwijzing van de plaats waar, het tijdstip en de wijze waarop tegen betaling van de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, mag worden geparkeerd geschiedt in alle gevallen door het college van burgemeester en wethouders bij openbaar te maken besluit.
Artikel 9. Kosten De kosten van de naheffingsaanslag ter zake van de belasting als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, bedragen € 70,54. Artikel 10. Kwijtschelding Ter zake de parkeerbelasting, zoals bedoeld in deze verordening, wordt geen kwijtschelding als bedoeld in artikel 26 van de Invorderingswet 1990 verleend.
Artikel 9. Kosten De kosten van de naheffingsaanslag ter zake van de belasting als bedoeld € 70,54 in artikel 2, onderdeel a, bedragen XXXX. Artikel 10. Kwijtschelding Ter zake de parkeerbelasting, zoals bedoeld in deze verordening, wordt geen kwijtschelding als bedoeld in artikel 26 van de Invorderingswet 1990 verleend.
Artikel 11. Overgangsrecht Artikel 11. Overgangsrecht De ‘Verordening parkeerbelastingen 2023’ wordt ingetrokken met ingang De ‘Verordening parkeerbelastingen 2024’ wordt ingetrokken met ingang 2023 van de in artikel 12 tweede lid genoemde datum van de heffing, met dien van de in artikel 12 tweede lid genoemde datum van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. die datum hebben voorgedaan. Artikel 12. Inwerkingtreding
Artikel 12. Inwerkingtreding
XXXX
2024
1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van bekendmaking. 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2024. Artikel 13. Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening parkeerbelastingen 2024. Ondertekening Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van … 2023. De voorzitter, De griffier,
1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van bekendmaking. 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2025. 2024 Artikel 13. Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening parkeerbelastingen 2024 2025. Ondertekening Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van … 2024. 2023 De voorzitter, De griffier,
2025 2025
2024