05. Concept Verordening Forensenbelasting 2025 Was-wordt lijst 17515
Tekst van het document
Verordening 2024
Concept Verordening 2025
Verordening op de heffing en de invordering van forensenbelasting 2024 Verordening forensenbelasting 2025 Geldend van ….-….-2023 t/m heden Intitulé
Geldend van ….-….-2024 t/m heden Intitulé
Verordening op de heffing en de invordering van forensenbelasting 2024
Verordening op de heffing en de invordering van forensenbelasting 2025
De raad van de gemeente De Ronde Venen;
De raad van de gemeente De Ronde Venen;
gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders,
gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders,
gelet op artikel 223 van de Gemeentewet; besluit vast te stellen de volgende verordening:
gelet op artikel 223 van de Gemeentewet; besluit vast te stellen de volgende verordening:
Was Wordt Verordening op de heffing en Verordening de invordering van forensenbelasting 2025 forensenbelasting 2024 2023
2024
2024
2025
2024
2025
Artikel 4. Maatstaf van heffing en belastingtarief
Artikel 4. Maatstaf van heffing
Opmerkingen Titel is op advies van de afdeling Juridische Zaken aangepast naar de citeertitel.
Verordening op de heffing en de invordering van forensenbelasting 2024 Verordening op de heffing en de invordering van forensenbelasting 2025 Artikel 1. Definities Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder woning: een gemeubileerde woning als bedoeld in artikel 223 van de Gemeentewet. Artikel 2. Belastbaar feit en belastingplicht
Artikel 1. Definities Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder woning: een gemeubileerde woning als bedoeld in artikel 223 van de Gemeentewet. Artikel 2. Belastbaar feit en belastingplicht
1. Onder de naam 'forensenbelasting' wordt een directe belasting geheven van de natuurlijke personen, die, zonder in de gemeente hoofdverblijf te hebben, er op meer dan 90 dagen van het belastingjaar voor zich of hun gezin een gemeubileerde woning beschikbaar houden.
1. Onder de naam 'forensenbelasting' wordt een directe belasting geheven van de natuurlijke personen, die, zonder in de gemeente hoofdverblijf te hebben, er op meer dan 90 dagen van het belastingjaar voor zich of hun gezin een gemeubileerde woning beschikbaar houden.
2. Of iemand in de gemeente hoofdverblijf heeft, wordt naar de omstandigheden beoordeeld. Artikel 3. Vrijstellingen
2. Of iemand in de gemeente hoofdverblijf heeft, wordt naar de omstandigheden beoordeeld. Artikel 3. Vrijstellingen
Niet belastingplichtig is degene die ter tijdelijke waarneming van een openbare betrekking of ter bijwoning van de vergaderingen van een algemeen vertegenwoordigend lichaam, waarvan hij het lidmaatschap bekleedt, dan wel ingevolge last of bevel van de overheid, buiten de gemeente van zijn hoofdverblijf vertoeft.
Niet belastingplichtig is degene die ter tijdelijke waarneming van een openbare betrekking of ter bijwoning van de vergaderingen van een algemeen vertegenwoordigend lichaam, waarvan hij het lidmaatschap bekleedt, dan wel ingevolge last of bevel van de overheid, buiten de gemeente van zijn hoofdverblijf vertoeft.
Artikel 4. Maatstaf van heffing en belastingtarief
Artikel 4. Maatstaf van heffing
1. De belasting wordt geheven naar de heffingsmaatstaf voor de 1. De belasting wordt geheven naar de heffingsmaatstaf voor de onroerendezaakbelastingen zoals die voor het belastingobject waarvan de onroerendezaakbelastingen zoals die voor het belastingobject waarvan de woning deel uitmaakt, voor het tijdvak waarbinnen het belastingjaar valt is woning deel uitmaakt, voor het tijdvak waarbinnen het belastingjaar valt is vastgesteld. vastgesteld.
Het woord belastingtarief is weggehaald, omdat het bij artikel 5 apart wordt benoemd.
2. In afwijking van het eerste lid wordt de belasting geheven naar de 2. In afwijking van het eerste lid wordt de belasting geheven naar de waarde, indien de heffingsmaatstaf voor de onroerendezaakbelastingen waarde, indien de heffingsmaatstaf voor de onroerendezaakbelastingen voor het belastingobject waarvan de woning deel uitmaakt voor het voor het belastingobject waarvan de woning deel uitmaakt voor het belastingjaar is vastgesteld met toepassing van artikel 16, onderdeel e, van belastingjaar is vastgesteld met toepassing van artikel 16, onderdeel e, van de Wet waardering onroerende zaken. de Wet waardering onroerende zaken. 3. In geval geen heffingsmaatstaf voor de onroerendezaakbelastingen is 3. In geval geen heffingsmaatstaf voor de onroerendezaakbelastingen is vastgesteld, wordt de belasting geheven naar de waarde. vastgesteld, wordt de belasting geheven naar de waarde. 4. De vaststelling van de waarde bedoeld in het tweede en derde lid 4. De vaststelling van de waarde bedoeld in het tweede en derde lid geschiedt overeenkomstig de artikelen 220 tot en met 220d van de geschiedt overeenkomstig de artikelen 220 tot en met 220d van de Gemeentewet, met dien verstande dat daarbij artikel 16, onderdeel e, van Gemeentewet, met dien verstande dat daarbij artikel 16, onderdeel e, van de Wet waardering onroerende zaken niet wordt toegepast.
de Wet waardering onroerende zaken niet wordt toegepast. Artikel 5. Belastingtarief Artikel 5. Belastingtarief Het tarief van de belasting bedraagt een percentage van de Het tarief van de belasting bedraagt een percentage van de 0,0622% heffingsmaatstaf. Het percentage bedraagt 0,0622 %. heffingsmaatstaf. Het percentage bedraagt XXXX. Artikel 6. Belastingjaar Artikel 6. Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel 7. Wijze van heffing Artikel 7. Wijze van heffing De belasting wordt bij wege van aanslag geheven. De belasting wordt bij wege van aanslag geheven. Artikel 8. Ontstaan van de belastingschuld Artikel 8. Ontstaan van de belastingschuld De belasting is verschuldigd op het moment dat de gemeubileerde woning De belasting is verschuldigd op het moment dat de gemeubileerde woning meer dan 90 dagen in het belastingjaar beschikbaar is gehouden als meer dan 90 dagen in het belastingjaar beschikbaar is gehouden als bedoeld in artikel 2. bedoeld in artikel 2. Artikel 9. Termijnen van betaling Artikel 9. Termijnen van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 1.
In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet een aanslag worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de moet een aanslag worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later. maanden later.
2. In afwijking van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van de 2. In afwijking van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, minder is dan € 10.000,00 en zolang de aanslag bevat het bedrag daarvan, minder is dan € 10.000,00 en zolang de verschuldigde bedragen door een automatische betalingsincasso van de verschuldigde bedragen door een automatische betalingsincasso van de betaalrekening van de belastingschuldige kunnen worden afgeschreven, betaalrekening van de belastingschuldige kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in negen opeenvolgende gelijke, dat de aanslagen moeten worden betaald in negen opeenvolgende gelijke, met uitzondering van kleine afrondingsverschillen, maandelijkse met uitzondering van kleine afrondingsverschillen, maandelijkse termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.
3. De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen. Artikel 10. Aanmeldingsplicht
3. De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen. Artikel 10. Aanmeldingsplicht
XXXX
1. De belastingplichtige als bedoeld in artikel 2, die voor de eerste maal een gemeubileerde woning in de zin van artikel 1 beschikbaar houdt, is verplicht om dat binnen een maand na de aanvang van het beschikbaar houden, te melden aan de heffingsambtenaar.
1. De belastingplichtige als bedoeld in artikel 2, die voor de eerste maal een gemeubileerde woning in de zin van artikel 1 beschikbaar houdt, is verplicht om dat binnen een maand na de aanvang van het beschikbaar houden, te melden aan de heffingsambtenaar.
2. De verplichting als bedoeld in het voorgaande lid geldt niet voor de belastingplichtige die met betrekking tot het jaar voorafgaand aan het belastingjaar in de heffing van de forensenbelasting betrokken is. Artikel 11. Kwijtschelding Ter zake de forensenbelasting, zoals bedoeld in deze verordening, wordt geen kwijtschelding als bedoeld in artikel 26 van de Invorderingswet 1990 verleend. Artikel 12. Overgangsrecht
2. De verplichting als bedoeld in het voorgaande lid geldt niet voor de belastingplichtige die met betrekking tot het jaar voorafgaand aan het belastingjaar in de heffing van de forensenbelasting betrokken is. Artikel 11. Kwijtschelding Ter zake de forensenbelasting, zoals bedoeld in deze verordening, wordt geen kwijtschelding als bedoeld in artikel 26 van de Invorderingswet 1990 verleend. Artikel 12. Overgangsrecht
De ‘Verordening forensenbelasting 2023’ wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 13, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.
De ‘Verordening forensenbelasting 2024’ wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 13, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.
Artikel 13. Inwerkingtreding 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2024. Artikel 14. Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening forensenbelasting 2024. Ondertekening Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van …2023. De voorzitter, De griffier,
Artikel 13. Inwerkingtreding 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2025. Artikel 14. Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening forensenbelasting 2025. Ondertekening Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van …2024. De voorzitter, De griffier,
2023
2024
2024
2025
2024
2025
2023
2024