CConstaterende datDe Ronde Venen
Koppel je AI →
Document · PDF

04. Concept Verordening Riool en waterzorgheffing 2025 Was-wordt lijst 18806

Voorbereidende bijeenkomst 18 september 2024, gemeente De Ronde VenenBij agendapunt: 19.30 - 21.00 Lokale heffingen 20253.262 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Verordening 2024 Verordening op de heffing en de invordering van riool- en waterzorgheffing 2024

Concept Verordening 2025 Verordening riool- en waterzorgheffing 2025.

Was Wordt Verordening op de heffing en Verordening riool- en de invordering van riool- en waterzorgheffing 2025. waterzorgheffing 2024

Geldend van …..2023 t/m heden Intitulé Verordening op de heffing en de invordering van riool- en waterzorgheffing 2024

Geldend van …..2025 t/m heden Intitulé Verordening op de heffing en de invordering van riool- en waterzorgheffing 2025

2023

2025

2024

2025

De raad van de gemeente De Ronde Venen gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders,

De raad van de gemeente De Ronde Venen gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders,

gelet op artikel 228a van de Gemeentewet; gelet op artikel 228a van de Gemeentewet; gezien het advies van […]; gezien het advies van […]; besluit vast te stellen de volgende verordening: besluit vast te stellen de volgende verordening: Verordening op de heffing en invordering van riool- en waterzorgheffing Verordening op de heffing en invordering van riool- en waterzorgheffing 2024 2024 2025 Artikel 1. Definities Artikel 1. Definities Deze verordening verstaat onder: Deze verordening verstaat onder: a. gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van a. gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van voorzieningen voor inzameling, verwerking, zuivering of transport van voorzieningen voor inzameling, verwerking, zuivering of transport van afvalwater, hemelwater, grondwater of oppervlaktewater, in eigendom, in afvalwater, hemelwater, grondwater of oppervlaktewater, in eigendom, in beheer of in onderhoud bij de gemeente; beheer of in onderhoud bij de gemeente; b. verbruiksperiode: de periode waarop de afrekening van het waterbedrijf betrekking heeft; Artikel 2. Aard van de belasting Onder de naam riool- en waterzorgheffing wordt een directe belasting geheven ter bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan:

b. verbruiksperiode: de periode waarop de afrekening van het waterbedrijf betrekking heeft; Artikel 2. Aard van de belasting Onder de naam riool- en waterzorgheffing wordt een directe belasting geheven ter bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan:

a. de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en a. de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk afvalwater; en bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk afvalwater; en b. de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het b. de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken.

Artikel 3. Belastbaar feit en belastingplicht 1. De belasting wordt geheven van:

Artikel 3. Belastbaar feit en belastingplicht 1. De belasting wordt geheven van:

2025

Opmerkingen Titel is op advies van de afdeling Juridische Zaken aangepast naar de citeertitel

a. degene die op 1 januari van het belastingjaar het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van een perceel, verder te noemen: eigenarendeel; en

a. degene die op 1 januari van het belastingjaar het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van een perceel, verder te noemen: eigenarendeel; en

b. van degene die een perceel van waaruit water direct of indirect op de b. van degene die een perceel van waaruit water direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd al dan niet krachtens eigendom, gemeentelijke riolering wordt afgevoerd al dan niet krachtens eigendom, bezit of beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt, verder te noemen: bezit of beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt, verder te noemen: gebruikersdeel. gebruikersdeel. 2. Voor het eigenarendeel wordt, als het perceel een onroerende zaak is, als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van het belastingjaar als zodanig in de basisregistratie kadaster is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is.

2. Voor het eigenarendeel wordt, als het perceel een onroerende zaak is, als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van het belastingjaar als zodanig in de basisregistratie kadaster is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is.

3. Voor het gebruikersdeel wordt: a. gebruik van een perceel door de leden van een huishouden aangemerkt als gebruik door het door de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar aangewezen lid van dat huishouden;

3. Voor het gebruikersdeel wordt: a. gebruik van een perceel door de leden van een huishouden aangemerkt als gebruik door het door de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar aangewezen lid van dat huishouden;

b. gebruik door degene aan wie een deel van een perceel in gebruik is gegeven, aangemerkt als gebruik door degene die dat deel in gebruik heeft gegeven;

b. gebruik door degene aan wie een deel van een perceel in gebruik is gegeven, aangemerkt als gebruik door degene die dat deel in gebruik heeft gegeven;

c. het ter beschikking stellen van een perceel voor volgtijdig gebruik c. het ter beschikking stellen van een perceel voor volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene die dat perceel ter beschikking heeft aangemerkt als gebruik door degene die dat perceel ter beschikking heeft gesteld. gesteld. 4. In afwijking van het eerste lid, onderdeel b juncto het derde lid wordt 4. In afwijking van het eerste lid, onderdeel b juncto het derde lid wordt voor de heffing van de belasting als bedoeld in artikel 2, in de gevallen dat voor de heffing van de belasting als bedoeld in artikel 2, in de gevallen dat het een bedrijfsverzamelgebouw betreft waarbij er sprake is van één het een bedrijfsverzamelgebouw betreft waarbij er sprake is van één watermeter, als gebruiker aangemerkt, de eigenaar van het perceel. watermeter, als gebruiker aangemerkt, de eigenaar van het perceel. Artikel 4. Voorwerp van de belasting 1. Voorwerp van de belasting is een perceel. 2. Als perceel wordt aangemerkt: a. de onroerende zaak, bedoeld in hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken; b. de roerende zaak, welke duurzaam aan een plaats gebonden is;

Artikel 4. Voorwerp van de belasting 1. Voorwerp van de belasting is een perceel. 2. Als perceel wordt aangemerkt: a. de onroerende zaak, bedoeld in hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken; b. de roerende zaak, welke duurzaam aan een plaats gebonden is;

c. een gedeelte van een in onderdeel b bedoelde roerende zaak dat blijkens zijn indeling is bestemd om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt;

c. een gedeelte van een in onderdeel b bedoelde roerende zaak dat blijkens zijn indeling is bestemd om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt;

d. een samenstel van twee of meer in onderdeel b bedoelde roerende zaken of in onderdeel c bedoelde gedeelten daarvan die bij dezelfde persoon in gebruik zijn en die, naar de omstandigheden beoordeeld, bij elkaar behoren;

d. een samenstel van twee of meer in onderdeel b bedoelde roerende zaken of in onderdeel c bedoelde gedeelten daarvan die bij dezelfde persoon in gebruik zijn en die, naar de omstandigheden beoordeeld, bij elkaar behoren;

e. het binnen de gemeente gelegen deel van de in onderdeel b bedoelde e. het binnen de gemeente gelegen deel van de in onderdeel b bedoelde roerende zaak, van een in onderdeel c bedoeld gedeelte daarvan of van roerende zaak, van een in onderdeel c bedoeld gedeelte daarvan of van een in onderdeel d bedoeld samenstel. een in onderdeel d bedoeld samenstel.

Artikel 5. Vrijstellingen 1. De belasting als bedoeld in artikel 3, lid 1, sub a is niet verschuldigd ter zake van percelen met een WOZ-waarde minder dan € 30.000,00 met uitzondering van een eigendom, roerend of onroerend, dat dient tot wonen, dan wel bestemd is om enigszins duurzaam voor menselijke woning te dienen;

Artikel 5. Vrijstellingen 1. De belasting als bedoeld in artikel 3, lid 1, sub a is niet verschuldigd ter zake van percelen met een WOZ-waarde minder dan € XXXX met uitzondering van een eigendom, roerend of onroerend, dat dient tot wonen, dan wel bestemd is om enigszins duurzaam voor menselijke woning te dienen;

2. De belasting als bedoeld in artikel 3, lid 1, sub b is niet verschuldigd 2. De belasting als bedoeld in artikel 3, lid 1, sub b is niet verschuldigd ter zake van: ter zake van: a. percelen die bedrijfsmatig in gebruik zijn als jachthaven; a. percelen die bedrijfsmatig in gebruik zijn als jachthaven; b. voor de land- , bosbouw, veeteelt of overige zorg voor hoefdieren b. voor de land- , bosbouw, veeteelt of overige zorg voor hoefdieren bedrijfsmatig geëxploiteerde percelen, daaronder mede begrepen de bedrijfsmatig geëxploiteerde percelen, daaronder mede begrepen de gebouwde eigendommen inclusief glasopstanden, die bedrijfsmatig gebouwde eigendommen inclusief glasopstanden, die bedrijfsmatig aangewend wordt voor de kweek of teelt van gewassen, zonder daarbij de aangewend wordt voor de kweek of teelt van gewassen, zonder daarbij de ondergrond als voedingsbodem te gebruiken. ondergrond als voedingsbodem te gebruiken. Artikel 6. Maatstaf van heffing 1. De belasting voor het eigenarendeel als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, wordt geheven naar een vast bedrag per perceel.

Artikel 6. Maatstaf van heffing 1. De belasting voor het eigenarendeel als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, wordt geheven naar een vast bedrag per perceel.

2. De belasting voor het gebruikersdeel als bedoeld in artikel 3, eerste 2. De belasting voor het gebruikersdeel als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, wordt geheven naar het aantal kubieke meters dat wordt lid, onderdeel b, wordt geheven naar het aantal kubieke meters dat wordt afgevoerd voor zover dat aantal meer bedraagt dan driehonderd (300) afgevoerd voor zover dat aantal meer bedraagt dan driehonderd (300) kubieke meters. kubieke meters. 3. Het aantal kubieke meters water dat wordt afgevoerd wordt gesteld op het aantal kubieke meters leidingwater, grondwater en oppervlaktewater dat in de aan het begin van het belastingjaar voorafgaande verbruiksperiode naar het perceel is toegevoerd of opgepompt. Als de verbruiksperiode niet gelijk is aan een periode van twaalf maanden, wordt de hoeveelheid water door herleiding naar tijdsgelang bepaald. Bij die herleiding wordt een gedeelte van een kalendermaand voor een volle maand gerekend.

3. Het aantal kubieke meters water dat wordt afgevoerd wordt gesteld op het aantal kubieke meters leidingwater, grondwater en oppervlaktewater dat in de aan het begin van het belastingjaar voorafgaande verbruiksperiode naar het perceel is toegevoerd of opgepompt. Als de verbruiksperiode niet gelijk is aan een periode van twaalf maanden, wordt de hoeveelheid water door herleiding naar tijdsgelang bepaald. Bij die herleiding wordt een gedeelte van een kalendermaand voor een volle maand gerekend.

4. Ingeval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die pompinstallatie zijn voorzien van een watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan worden afgelezen, of bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een pompinstallatie met vaste capaciteit in bedrijf is geweest kan worden afgelezen. De eerste volzin is niet van toepassing indien vaststelling van de hoeveelheid opgepompt water geschiedt op grond van enige andere wettelijke bepaling.

4. Ingeval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die pompinstallatie zijn voorzien van een watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan worden afgelezen, of bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een pompinstallatie met vaste capaciteit in bedrijf is geweest kan worden afgelezen. De eerste volzin is niet van toepassing indien vaststelling van de hoeveelheid opgepompt water geschiedt op grond van enige andere wettelijke bepaling.

€ 30.000

XXXX

5. Het bepaalde in het vierde lid, lijdt uitzondering indien de gebruiker van een daar bedoeld perceel een door burgemeester en wethouders goedgekeurde meetinstallatie aanbrengt, waarvan het waterverbruik kan worden afgelezen. In dat geval is het tweede lid, van toepassing, met dien verstande dat de verbruiksperiode wordt gesteld op de aan het belastingjaar voorafgaande periode 1 januari tot en met 31 december.

5. Het bepaalde in het vierde lid, lijdt uitzondering indien de gebruiker van een daar bedoeld perceel een door burgemeester en wethouders goedgekeurde meetinstallatie aanbrengt, waarvan het waterverbruik kan worden afgelezen. In dat geval is het tweede lid, van toepassing, met dien verstande dat de verbruiksperiode wordt gesteld op de aan het belastingjaar voorafgaande periode 1 januari tot en met 31 december.

6. De op de voet van het derde lid berekende hoeveelheid toegevoerd of 6. De op de voet van het derde lid berekende hoeveelheid toegevoerd of opgepompt water wordt verminderd met de hoeveelheid water die niet is opgepompt water wordt verminderd met de hoeveelheid water die niet is afgevoerd. afgevoerd. Artikel 7. Belastingtarieven Artikel 7. Belastingtarieven 1. Het eigenarendeel, als bedoeld in artikel 3, lid 1 letter a, bedraagt per 1. Het eigenarendeel, als bedoeld in artikel 3, lid 1 letter a, bedraagt per € 235,20 perceel € 235,20 per jaar. perceel XXXX per jaar. 2. Het eigenarendeel, als bedoeld in artikel 3, lid 1 letter a, voor 2. Voor het eigenarendeel, als bedoeld in artikel 3, lid 1 letter a, voor Het eigenarendeel; percelen met een WOZ-waarde van € 30.000 tot € 50.000 bedraagt het percelen met een WOZ-waarde van € XXXX tot € XXXX bedraagt het tarief € 30.000; tarief € 117,60 zijnde 50% van het onder lid 1 genoemde tarief, met XXXX zijnde 50% van het onder lid 1 genoemde tarief, met uitzondering €50.000; uitzondering van een eigendom, roerend of onroerend, dat dient tot van een eigendom, roerend of onroerend, dat dient tot wonen, dan wel €117,6 wonen, dan wel bestemd zijn om enigszins duurzaam voor menselijke bestemd zijn om enigszins duurzaam voor menselijke woning te dienen; woning te dienen; 3.

Het gebruikersdeel, als bedoeld in artikel 3, lid 1 letter b, bedraagt € 0,89 per kubieke meter boven het aantal van 300 kubieke meters.

3. Het gebruikersdeel, als bedoeld in artikel 3, lid 1 letter b, bedraagt XXXX per kubieke meter boven het aantal van 300 kubieke meters.

Artikel 8. Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel 9. Wijze van heffing De belasting wordt bij wege van aanslag geheven. Artikel 10. Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

Artikel 8. Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel 9. Wijze van heffing De belasting wordt bij wege van aanslag geheven. Artikel 10. Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

1. De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of voor 1. De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of voor het gebruikersdeel, als dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. het gebruikersdeel, als dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar voor het 2. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar voor het gebruikersdeel aanvangt, is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gebruikersdeel aanvangt, is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde gebruikersdeel als er in dat gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde gebruikersdeel als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. overblijven. 3. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar voor het gebruikersdeel eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat jaar verschuldigde gebruikersdeel als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

3. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar voor het gebruikersdeel eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat jaar verschuldigde gebruikersdeel als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

€ 0,89

XXXX Voor het eigenarendeel; XXXX; XXXX; XXXX

XXXX

4. Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar van een ander perceel gebruik maakt.

4. Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar van een ander perceel gebruik maakt.

Artikel 11. Termijnen van betaling Artikel 11. Termijnen van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet een aanslag worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de moet een aanslag worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later. maanden later. 2. In afwijking van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van de 2.

In afwijking van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan minder is dan € 10.000,00 en zolang de aanslag bevat het bedrag daarvan minder is dan € 10.000,00 en zolang de verschuldigde bedragen door een automatische betalingsincasso van de verschuldigde bedragen door een automatische betalingsincasso van de betaalrekening van de belastingschuldige kunnen worden afgeschreven, betaalrekening van de belastingschuldige kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in negen opeenvolgende gelijke, dat de aanslagen moeten worden betaald in negen opeenvolgende gelijke, met uitzondering van kleine afrondingsverschillen, maandelijkse met uitzondering van kleine afrondingsverschillen, maandelijkse termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.

3. De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de 3. De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen. voorgaande leden gestelde termijnen. Artikel 12. Kwijtschelding Artikel 12. Kwijtschelding Ter zake de riool- en waterzorgheffing, zoals bedoeld in deze verordening, Ter zake de riool- en waterzorgheffing, zoals bedoeld in deze verordening, wordt geen kwijtschelding als bedoeld in artikel 26 van de Invorderingswet wordt geen kwijtschelding als bedoeld in artikel 26 van de Invorderingswet 1990 verleend. 1990 verleend. Artikel 13. Overgangsrecht De “Verordening riool- en waterzorgheffing 2023” wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 14, tweede, lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

Artikel 13. Overgangsrecht De “Verordening riool- en waterzorgheffing 2024” wordt ingetrokken met 2023 ingang van de in artikel 14, tweede, lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

Artikel 14. Inwerkingtreding 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2024. Artikel 15. Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening riool- en waterzorgheffing 2024.

Artikel 14. Inwerkingtreding 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2025. Artikel 15. Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening riool- en waterzorgheffing 2025.

2024

2024

2025

2024

2025

Ondertekening Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van ….. 2023.

Ondertekening Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van ….. 2024.

voorzitter griffier

voorzitter griffier

2023

2024

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14509823/1