02-12-2020 Commissie RZ en PW
Tekst van het document
Een voorbeeld voor andere visies. De heer Evers is zeer tevreden over het feit dat de visie is gemaakt in samenwerking met alle belangengroepen. Er ligt en mooie goed afgewogen visie. Spreker denkt dat op het water drijvende vakantieverblijven een risico van permanente bewoning met zich meebrengen. Klopt het dat er meer vrije ligplaatsen voor dit soort verblijven komen? Men heeft nu voornamelijk vaste ligplaatsen. Op het land moet men bij recreatie denken aan parkeerplaatsen en laadpalen. Wordt daarin voorzien? Wat is de consequentie voor de gemeente van het aantal te verwachten hotelbedden in Amsterdam? Wanneer men in Amsterdam aangeeft minder verblijfsrecreatie te willen, is de gemeente daarop voorbereid? Dan de pilot bij de vakantieparken. Wanneer krijgt de raad daar inzicht in? Wanneer is het pilotplan bekend? Wanneer wordt de pilot uitgevoerd? De heer Luijer schaart zich achter wat beide vorige sprekers hebben aangegeven over de inhoud van de visie. Het is voor spreker een voortzetting van het bestaande beleid. Dat is uitgebreid met wat wettelijke regels voor Bed & Breakfasts en het eventueel toestaan van drijvende verblijven in jachthavens. Er is een bijlage toegevoegd, Monitor economische betekenis toerisme, uit 2019. De cijfers die erin zitten zijn van 2017.
Is dat nog wel relevant na corona? Gaat het college nog iets doen aan de eventuele concurrentievervalsing door het wel of niet heffen van toeristenbelasting
21
tussen hotels en Airbnb’s? Wat gaat men doen om deze belasting te heffen bij Airbnb’s? Alleen erop wijzen zal niet voldoende zijn. De heer Luijben kan zich geheel vinden in de woorden van de heer Rouwenhorst. Men kan er mee verder. Mevrouw Groen sluit zich eveneens aan bij vorige sprekers. Wel wil spreekster het punt handhaving nog even onder de aandacht brengen. Men kan meer toeristen verwachten in verband met corona. Er komen ook meer wintertoeristen. Heeft men daar rekening mee gehouden in relatie tot handhaving? De heer Schreurs kan zich vinden in de gemaakte analyse. Het schetst goed de afweging die men moet maken bij het behoud van het karakter van deelgebieden en bij het vinden van een goede balans tussen ontwikkeling en bescherming. Dan het punt duurzaamheid. In het antwoord op de vraag daarover geeft het college aan dat men het belangrijk vindt om dit onderwerp een plek te geven in nieuwe initiatieven voor verblijfsrecreatie. Vervolgens geeft men aan dat daaraan nog geen specifieke eisen gekoppeld zijn.
Komen die specifieke eisen er wel? En wanneer komen die eisen dan? Hoe ziet het college het toekomstbeeld nu men zelf heeft voorgesteld om even niet verder te gaan met de dorpsvisie van Vinkeveen in verband met het uitstel van de behandeling van de verkeersstructuur in Vinkeveen? De ontwikkeling van Vinkeveen speelt een belangrijke rol bij de ontwikkeling van de recreatie. Dan het deelgebied Vinkeveense Plassen. Aangegeven is dat de zandeilanden een uitdaging vormen. Het gaat daarbij hoofdzakelijk over dagrecreatie, maar het wel een belangrijk deelgebied. In hoeverre beïnvloeden de problemen bij die eilanden de ontwikkeling van de verblijfsrecreatie? Volgens spreker loopt de eerder genoemde pilot met betrekking tot recreatieparken al heel lang. Wat is de stand van zaken? Wat betekent de uitslag voor de potentie van de recreatieparken? Wanneer de kans aanwezig is dat recreatiewoningen omgezet kunnen worden naar permanente bewoning, dan is het geen stimulans voor ondernemers om een park te revitaliseren. De heer Stam vindt de visie een goed document. Nog een enkel punt. Er is in de loop der tijd een vrij groot aantal vakantieparken gekomen binnen de gemeente. Een deel van de recreatiewoningen is omgezet naar permanente woningen. Hierdoor is een deel van de parken niet meer rendabel als vakantiepark.
Waar gaat men hierdoor naar toe met die parken? Wat betekent dit voor de groei van de verblijfsrecreatie? Moet men weer extra parken aanleggen? Komt daar dan ook weer illegale permanente bewoning? Dan de vrijkomende agrarische bebouwing. De stoppende agrariër de mogelijkheid te geven om op zijn terrein iets anders te ontwikkelen. Hoe ziet het college dit voor zich? Gelden er nog beperkingen qua omvang voor een dergelijke ontwikkeling? Kan de wethouder een en ander toelichten? De heer Brunia kan zich bij veel van wat gezegd is aansluiten. Wat betreft de recreatieparken, daarvan wordt ongeveer de helft aangemerkt als niet vitaal. Dat is relatief veel.
22
De heer Stam heeft nog een vraag in aansluiting op een opmerking van de heer Brunia. In een van de antwoorden op schriftelijke vragen van diverse commissieleden kwam spreker het vitaliteitsonderzoek aan. Dat rapport heeft spreker niet gevonden. Is dat rapport met de raad gedeeld? Zo niet, dan zou men het alsnog graag ontvangen. De heer Brunia vervolgt zijn bijdrage. Duidelijk is dat er wat nodig is bij de parken. Dat revitaliseren moet niet blijven steken in het woordgebruik. Met klem brengt spreker naar voren dat het toekennen van een woonbestemming of wel het legaliseren van permanente bewoning ………….. in verband met een interruptie. De heer Evers denkt dat de discussie de kant op gaat van wat men eigenlijk niet wil. Het gaat nu weer over permanente bewoning van recreatiewoningen. Men moet het nu hebben over verblijfsrecreatie en toerisme. Spreker pleit ervoor de discussie over permanente bewoning van recreatiewoningen te parkeren tot een ander moment. De heer Brunia was zonet bezig met een analyse en niet met een uitspraak. De heer Schreurs vraagt zich af, nu de heer Evers het niet wil hebben over permanente bewoning in de parken, wanneer er dan wel over gesproken kan worden. De heer Evers stelt zich die vraag ook. Benieuwd wanneer daar een discussie over komt. Echter, wanneer men nu langer bij dit onderwerp stilstaat, dan komt men niet verder met de visie.
Er komt een pilot over de legalisering. Daar is sinds twee jaar terug nauwelijks iets over vernomen. Men heft gelezen dat er een plan is. Maar de uitvoering moet nog komen. Indien men dit punt nu zou bespreken, dan blokkeert men de verdere commissievergadering. De heer Stam snapt de opmerking van de heer Evers. Echter, tegelijkertijd is de recreatiewoning wel een van de verblijfsvormen die in de visie genoemd wordt. Er wordt ook gesproken over groei. Vanuit dit gezichtspunt moet men wel kijken naar de consequentie van de keuzes in relatie tot het probleem van de permanente bewoning. De heer Evers wil het punt zeker niet wegstoppen. De heer Brunia merkt op dat een van de belangrijkste punten uit de visie de revitalisering van de vakantieparken is. Spreker is het daarmee eens. Dat moet gebeuren. Om de parken te revitaliseren kan men niet volstaan met de legalisatie van een woonbestemming. Dan moet men meer doen dan wat de laatste jaren gedaan is. De vrijkomende agrarisch bebouwing zou zich uitstekend lenen om als camperplaats gebruikt te worden. De eigenaar moet het natuurlijk wel willen. Dan de ambitie. Men wil 3% groei, terwijl men de laatste jaren 6% groei kende. De gemeente blijft achter bij de ontwikkeling van de verblijfsrecreatie ten opzichte van de regio Amstelmeerland. Dat betekent dat de mogelijkheden groter zijn dan de ambitie.
De heer Evers is verbaasd door de reactie van de heer Brunia. Die pleit kennelijk voor heel veel toeristen, terwijl de heer Brunia een pleitbezorger is voor de bescherming van de Plassen. Daarnaast is er niet goed naar de cijfers gekeken. De regio rond De Ronde Venen 23
beschikken over veel hotels. Die zijn verantwoordelijk voor veel bestedingen. Men kan die bestedingen niet vergelijken met bestedingen op campings. De gemeente blijft dus niet achter. De heer Brunia heeft gezien dat men in groei achterblijft. Over de hoogte van de bestedingen is niet gesproken. Wanneer men in groei wil matigen, dan verwacht spreker ook voorstellen om de stroom verblijfsrecreanten af te remmen. De voorstellen die gedaan worden, maken de gemeente alleen maar aantrekkelijker. Graag wat meer aandacht voor dit punt. Wethouder Schuurs heeft veel positieve reactie gehoord. Waarvoor dank. Met een doorvertaling van de visie in acties zal de visie ingepast worden in de ruimtelijke plannen. Men zal zeker aandacht geven aan het voorkomen van permanente bewoning van drijvende vakantieverblijven. Bij nieuwe ontwikkelingen wordt aan de initiatiefnemers gevraagd om aan te geven hoe men permanente bewoning wil uitsluiten. Het punt parkeren en laadpalen zal men in de gaten houden. De pilot met betrekking tot recreatieparken is een soort aanpalend onderwerp. De pilot heeft vertraging opgelopen door capaciteitsproblemen bij de Provincie. Er wordt nu gewerkt aan een plan van aanpak voor de pilot. Het is ook van belang om dat snel te doen, anders kan men moeilijk revitaliseren. Bij een revitalisering gaat men terug naar een vakantiepark zonder permanente bewoning.
Er zijn ook andere opties denkbaar. De heer Evers vraagt om concrete data wat betreft de pilot. Wanneer ontvangt de raad het plan en wanneer vindt de uitvoering plaats? De heer Stam vindt een toezegging van een initiatiefnemer met betrekking tot het voorkomen van permanente bewoning wat dun. Er moet een beleid zijn waardoor men bij een nieuw vakantiepark permanente bewoning kan uitsluiten. Daarover heeft spreker niets gehoord. Wethouder Schuurs is van mening dat men daar bij een nieuwe situatie zeker voor moet zorgen. Er zijn echter nog geen initiatieven voor nieuwe parken. De heer Stam heeft wel gelijk. Bij een nieuw park moet men permanente bewoning uitsluiten. Wethouder Kroon geeft aan morgen geïnterviewd te worden over de stand van zaken betreffende de verblijfsrecreatie. Dat gebeurt door het bureau dat in ingehuurd door de Provincie en het ministerie. Dit interview neemt het bureau ook af in Stichtse Vecht en Vijfherenlanden. Op basis daarvan maakt men een plan van aanpak. Daarbij zal de wethouder aangeven dat er in de gemeente een andere situatie speelt dan bij de vakantieparken elders. Elders gaat het om veel huisjes van een eigenaar. In deze gemeente gaat het om veel huisjes met veel eigenaren. De Provincie is daarvan op de hoogte. De gemeente heeft de Provincie wel gevraagd of men de pilot wil laten starten.
Starten met wee sporen, de pilot naast het onderzoek van het ingehuurde bureau. De heer Evers is door de mededeling van de wethouder gerust gesteld. Wethouder Schuurs zegt om de concurrentievervalsing tussen hotels en Airbnb’s tegen te gaan eerst de komende wetgeving op dit punt af te wachten. Kijken hoe die wet eruit ziet en
24
wat de gemeente op basis daarvan kan doen. Naar het punt handhaving zal de wethouder kijken. Wat betreft duurzaamheid is het uitgangspunt het klimaatplan 2030 – 2040. Daarin staan de zaken die men in de gemeente gerealiseerd wil hebben. Dat is niet gericht op recreatie, maar men kan recreatie er wel in meenemen. Over de verkeersstructuur in Vinkeveen komt men in het eerste kwartaal terug. Wanneer dat voorstel is aangenomen, kan men verder met de dorpsvisie. Over de zandeilanden is vorig jaar een rapport verschenen over hoe men daarmee om kan gaan. Men neemt dat mee bij het bestemmingsplan. Over de planning bij het bestemmingsplan komt begin 2021 een informatienota. Bij vrijgekomen agrarische bebouwing moet men in geval van recreatie denken aan een kleinschalige opzet. Een camperplaats zou prima kunnen. Men heeft in de visie een groei van 3% aangegeven, omdat men dit verwacht. Daarnaast streeft men geen grote groei na, omdat dit effect heeft op de bereikbaarheid, de drukte en de aantrekkelijkheid. De heer Brunia vindt het antwoord van de wethouder logisch klinken, maar men ontwijkt daarmee het aangekaarte punt. Wethouder Schuurs begrijpt de redenatie van de heer Brunia. Daar moet men toch nog evenaar kijken. Men is nu bij de groei uitgegaan van het landelijk gemiddelde.
De voorzitter is benieuwd of de commissie een tweede termijn wil of dat het voorstel naar de meningvormende raad kan. Tweede termijn De heer Schreurs komt terug op zijn vraag over de dorpsvisie Vinkeveen. In hoeverre kan men niet verder met de dorpsvisie van Vinkeveen als gevolg van het mogelijke besluit over de verkeersstructuur aldaar. Wat is de invloed daarvan op deze visie? De heer Stam meldt dat het voorstel ook naar de besluitnemende raad kan. Wethouder Schuurs begrijpt de heer Schuurs. Echter, de verkeersstructuur heeft invloed op de ontwikkelingen in Vinkeveen en dus ook op de recreatievoorzieningen. De heer Schreurs is benieuwd wat er gebeurt wanneer door de verkeersstructuur in Vinkeveen geen ontwikkelingen meer mogelijk zijn. In hoeverre is deze visie dan nog haalbaar? Omdat Vinkeveen het belangrijkste deelgebied is binnen deze visie. Wethouder Schuurs antwoordt dat het niet alleen om Vinkeveen gaat. Er zijn meer deelgebieden. Ook kijkt men naar de verbreding van het seizoen. Ook het buitengebied biedt mogelijkheden. Wanneer het deelgebied Vinkeveen problemen zou opleveren, dan blijft de visie toch goed bruikbaar. Volgens de voorzitter is geconcludeerd dat het voorstel naar de meningvormende raad gaat. Daarmee is de discussie over dit agendapunt gesloten. 25
Vervolgens wijst de voorzitter op de besloten vergadering, die gepland is na de zojuist beëindigde vergadering. Wil men die besloten vergadering nu nog laten doorgaan of moet men daarvoor een andere datum bepalen? De voorzitter stelt vast dat men nu met de besloten vergadering verder gaat. Daarvoor is een aparte link.
5.
Sluiting Niets meer aan de orde zijnde, sluit de voorzitter na de aanwezigen bedankt te hebben voor hun bijdrage de vergadering om 23.10 uur. Aldus vastgesteld in de raadscommissie RZ&PW 13 januari 2021. De griffier,
de voorzitter,
26