Overzicht technische vragen 28 mei 2026
Tekst van het document
Technische vragen bij Raadsplein donderdag 28 mei 2026 Steller PRO
Onderwerp Commissie over de gemeenschappelijke regelingen – GISD
Vraag Op pagina 2 van het Raadsvoorstel is sprake van de formatie voor de (beleids)voorbereiding van de regionale programma's WMO, Jeugd en Onderwijs. Gezien de nadruk bij de GISD op uitvoering, en de rol van raden en colleges bij beleidswijzigingen (ongewijzigd beleid hoeft immers niet voorbereid te worden) leeft bij ons de vraag hoe en door wie die beleidsvoorbereiding wordt aangestuurd.
Antwoord Voor de (beleids)voorbereiding van de regionale programma’s Wmo, Jeugd en Onderwijs is de formatie personeel technisch ondergebracht bij de GISD Regio Alkmaar. De beleidsmatige aansturing cq. het formuleren van de beleidsmatige kaders van deze formatie voor de regionale programma’s valt niet onder de taken van GISD. De (beleids)voorbereiding van de regionale programma's WMO, Jeugd en Onderwijs gebeurt ambtelijk in de regionale beleidsoverleggen Wmo, Jeugd en Onderwijs. Bestuurlijk wordt dit afgestemd in het Portefeuillehouders Overleg Regio Alkmaar (PORA), dat hierbij fungeert als bestuurlijk opdrachtgever.
PRO
Commissie over de gemeenschappelijke regelingen – Omgevingsdienst
Waarom is de kadernota 2027 nooit vastgesteld (pag. 3 van het Raadsvoorstel)?
De Kadernota 2027 is niet afzonderlijk vastgesteld. Tijdens de behandeling bleek dat er nog discussie bestond over de structurele financiering van robuustheid, de onderbouwing van enkele taakuitbreidingen en de invulling van efficiencymaatregelen. Daarom heeft het Algemeen Bestuur op 17 april 2026 alleen ingestemd met het opstellen van de conceptbegroting 2027, waarin de zienswijzen en aandachtspunten zijn verwerkt.
PRO
Commissie over de gemeenschappelijke regelingen – Omgevingsdienst
In het besluit resultaatbestemming 2025 staat dat de milieutaken enerzijds en de VTHplustaken anderzijds altijd strikt gescheiden zijn gehouden (waardoor, zoals over 2025, een positief resultaat uit de VTH-plustaken niet kan worden aangewend t.g.v. het negatieve
De milieutaken en de provinciale VTH-plustaken kennen afzonderlijke financieringsstromen en resultaatsverantwoordelijkheden. Positieve of negatieve resultaten worden daarom per taakveld verantwoord en verrekend met de betreffende deelnemers. Hierdoor kan een positief resultaat op de VTH-plustaken niet automatisch
Pagina 1 van 33
resultaat uit de milieutaken), maar er staat niet waarom dat zo is. Uit de pagina's 41 en 42 van de begroting 2027 blijkt dat er wel een bestemmingsreserve VTH-plustaken is, maar geen bestemmingsreserve milieutaken. Waarom deze strikte scheiding resp. dit verschil?
worden ingezet ter dekking van een negatief resultaat op de milieutaken. Uit de pagina's 41 en 42 van de begroting 2027 blijkt dat er wel een bestemmingsreserve VTH-plustaken is, maar geen bestemmingsreserve milieutaken. Dat klopt. Uit pagina’s 41 en 42 van de Ontwerpbegroting 2027 blijkt dat uitsluitend voor de VTH-plustaken een afzonderlijke bestemmingsreserve aanwezig is. Voor de milieutaken bestaat geen vergelijkbare bestemmingsreserve. Hierdoor kunnen positieve resultaten binnen de VTH-plustaken alleen binnen dat taakveld worden aangewend en niet ter dekking van tekorten op de milieutaken. De VTH-plustaken worden uitgevoerd voor de provincie Noord-Holland en kennen een afzonderlijke financierings- en verantwoordingssystematiek. Daarom is hiervoor ook een aparte bestemmingsreserve gevormd. De milieutaken betreffen daarentegen de reguliere gemeentelijke basistaken, waarbij resultaten rechtstreeks met de deelnemende gemeenten worden verrekend en kennelijk geen aparte bestemmingsreserve is ingesteld. Daardoor blijven beide taakvelden financieel strikt gescheiden.
PvdD
Commissie over de gemeenschappelijke regelingen – Omgevingsdienst
In de Ontwerpbegroting 2027 wordt expliciet gesteld dat voor het onderwerp Energiebesparende Maatregelen (EML) voor 2027 geen structurele bijdrage is opgenomen omdat de omvang nog niet bekend is, en dat de financiële effecten van de door de provincie aangekondigde structurele taakstelling van € 1.000.000 voor 2027 eveneens niet volledig zijn verwerkt en nog 'niet kunnen worden voorzien'. Tegelijkertijd Pagina 2 van 33
De Ontwerpbegroting 2027 gaat uit van voortzetting van de wettelijke taakuitvoering. Voor gewasbeschermingsmiddelen wordt in 2027 gestart met een voorlopige basisinspanning. Daarmee wordt beoogd uitvoering te geven aan onder meer toezicht, handhaving en vergunninggerelateerde werkzaamheden. Voor EML is geen structurele bijdrage opgenomen, omdat de structurele taakomvang nog niet bekend is. Ook de financiële effecten van de provinciale taakstelling zijn nog niet volledig verwerkt, omdat deze nog niet kunnen worden
PvdD
Commissie over de gemeenschappelijke regelingen – Omgevingsdienst
PvdD
Commissie over de gemeenschappelijke regelingen – Omgevingsdienst
wordt in de Impactanalyse Gewasbeschermingsmiddelen en de begroting zelf aangegeven dat 2027 het startjaar is voor een voorlopige basisinspanning om grip te krijgen op dit complexe en juridisch gevoelige thema, waarbij de verwachting is dat de taakomvang in de loop der jaren zal toenemen. Hoe wordt gegarandeerd dat de uitvoering van deze juridisch complexe taken (zoals het behandelen van handhavingsverzoeken en het toetsen van natuurvergunningen voor gewasbeschermingsmiddelen) niet wordt onderbroken of vertraagd door het ontbreken van een structureel budget voor EML en de onzekerheid over de impact van de provinciale taakstelling? Welk concreet plan is er om financiële onzekerheden (EML en taakstelling) in 2026 op te lossen, zodat in 2027 niet met een 'gat' in de begroting moet worden gewerkt waarmee de continuïteit van de uitvoering wordt bedreigd?
Vragen bij Adviseur Water: De zienswijze van Castricum (en andere gemeenten) vraagt om financiering binnen bestaande middelen. De OD NHN stelt dat zonder deze specialistische kennis het risico op verontreiniging (zoals brijnlozingen en PFAS) toeneemt en de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) niet Pagina 3 van 33
voorzien. Uit de stukken volgt daarom geen absolute garantie dat deze onzekerheden geen effect hebben op capaciteit, prioritering of doorlooptijden. De verdere financiële uitwerking moet in 2026 plaatsvinden en zo nodig worden betrokken bij begrotingsactualisaties.
In de stukken is geen concreet uitgewerkt plan opgenomen waarmee de financiële onzekerheden rond EML en de provinciale taakstelling in 2026 worden opgelost. Er staat alleen dat deze onderwerpen nog nader worden uitgewerkt en dat de financiële effecten nog niet volledig kunnen worden voorzien. Daarmee is op dit moment niet concreet vastgelegd hoe wordt voorkomen dat in 2027 een financieel tekort of uitvoeringsknelpunt ontstaat. De gemeente onderbouwt niet dat de huidige versnipperde kennis over waterkwaliteit tussen gemeenten, waterschappen en de OD voldoende is om de KRW-doelen voor 2027 te halen. De onderbouwing in de stukken komt van de OD NHN en wijst juist op het tegenovergestelde: door de verdeling van verantwoordelijkheden over provincie, gemeenten, waterschappen en omgevingsdiensten is
gehaald wordt. Hoe onderbouwt de gemeente dat de huidige versnipperde kennis over waterkwaliteit tussen gemeenten, waterschappen en de OD voldoende is om de KRW-doelen voor 2027 te halen? Waarom wordt dit gezien als een nieuwe taak in plaats van een versterking van een bestaande wettelijke basis?
PvdD
Commissie over de gemeenschappelijke regelingen – Omgevingsdienst
De impactanalyse ZZS (pagina 7) noemt de komst van een openbare emissiedatabase en de verplichting voor omgevingsdiensten om gegevens te valideren. Is de benodigde capaciteit (1.250 uur per jaar) en de kennis in de organisatie voldoende om deze validatie taak te verrichten zonder dat dit ten koste gaat van andere handhavingstaken? Zo ja, hoe wordt dit onderbouwd?
PvdD
Commissie over de gemeenschappelijke regelingen – Omgevingsdienst
In de Ontwerpbegroting 2027 (pagina 9 en 34) wordt gesteld dat een structurele efficiencytaakstelling van 5% vanaf 2029 realiseerbaar is, maar alleen onder de voorwaarde dat er nu wordt geïnvesteerd in Pagina 4 van 33
volgens de OD aanvullende inhoudelijke afstemming nodig. De OD geeft aan dat zij op dit moment geen Adviseur Water heeft en dat kennis en capaciteit daardoor onvoldoende en versnipperd zijn. De gemeente ziet dit daarom niet als onderbouwing dat de huidige kennis voldoende is, maar als onderbouwing van de OD voor extra formatie. Technisch gezien gaat het daarbij niet om een volledig nieuwe wettelijke taak. De OD heeft al een wettelijke basistaak voor toezicht en handhaving op indirecte lozingen door bedrijven, inclusief vergunningvoorschriften. Ook is er een zorgplichtrol bij grondwater onder de Omgevingswet. De voorgestelde Adviseur Water betreft daarom vooral een versterking van kennis, coördinatie en ondersteuning bij bestaande taken. Uit de impactanalyse ZZS blijkt niet dat met zekerheid kan worden vastgesteld dat de geraamde 1.250 uur per jaar en de aanwezige kennis volledig voldoende zijn om de validatietaak uit te voeren zonder gevolgen voor andere toezicht- en handhavingstaken. De impactanalyse bevat wel een urenraming en noemt opleidingen, kennisopbouw en mogelijke inzet van specialisten. Tegelijkertijd staat erin dat extra inzet binnen reguliere controles en vergunningprocedures niet afzonderlijk is begroot en invloed heeft op bestaande kengetallen en capaciteit.
Daarmee kan niet worden uitgesloten dat de uitvoering van deze taken effect heeft op andere toezicht- en handhavingstaken. Ook blijkt dat specialistische kennis deels nog moet worden opgebouwd. In de stukken is geen concreet plan opgenomen voor de situatie waarin de beoogde 5% efficiencywinst vanaf 2029 niet of niet volledig wordt gerealiseerd. Ook zijn geen alternatieve structurele dekkingsbronnen benoemd.
PvdD
Commissie over de gemeenschappelijke regelingen – Omgevingsdienst
de organisatieontwikkeling (Plan van Aanpak Robuustheid). De zienswijze van Castricum (pagina 1) verzoekt expliciet om deze 5% te gebruiken als dekking voor de kosten van dit plan. Is het niet riskant om de financiering van de noodzakelijke robuustheid (die wettelijk verplicht is om aan de landelijke eisen te voldoen) te koppelen aan een toekomstige efficiencywinst die nog niet is bewezen en afhankelijk is van succesvolle implementatie van maatregelen die nog niet zijn uitgewerkt? Wat is het concrete plan van het Dagelijks Bestuur als deze 5% efficiencywinst in 2029 niet wordt gehaald? Leidt dit dan tot een tekort in de begroting dat de continuïteit van de robuuste organisatie (en daarmee de uitvoering van wettelijke taken) in gevaar brengt, of zijn er alternatieve dekkingen? De jaarstukken 2025 melden grote uitdagingen door krapte op de arbeidsmarkt en een ziekteverzuim van 6,7%. Hoe wordt in de begroting 2027 gegarandeerd dat er voldoende gekwalificeerd personeel is om de toename van taken (zoals ZZS, water, gewasbescherming) uit te voeren, zonder dat de werkdruk leidt tot verdere achteruitgang van de kwaliteit van de dienstverlening?
Pagina 5 van 33
De stukken gaan ervan uit dat de efficiencytaakstelling vanaf 2029 kan bijdragen aan de dekking, maar de maatregelen en financiële effecten moeten nog nader worden uitgewerkt. Als de efficiencywinst niet wordt gehaald, kan dit financiële druk op de begroting geven. In de stukken is niet concreet uitgewerkt hoe dan wordt voorkomen dat dit gevolgen heeft voor de continuïteit van de robuuste organisatie en de uitvoering van wettelijke taken.
De begroting 2027 bevat geen concrete garantie dat voldoende gekwalificeerd personeel beschikbaar is om de uitbreiding van taken, zoals ZZS, water en gewasbeschermingsmiddelen, uit te voeren zonder risico’s voor werkdruk of kwaliteit van dienstverlening. De stukken noemen maatregelen die daaraan moeten bijdragen, zoals organisatieontwikkeling, opleidingen, kennisopbouw, harmonisatie van processen en versterking van de robuustheid. Uit de impactanalyses blijkt echter ook dat aanvullende specialistische kennis nodig is, dat kennis deels nog moet worden opgebouwd en dat mogelijk externe expertise nodig blijft. Daarnaast melden de jaarstukken 2025 arbeidsmarktkrapte en een ziekteverzuim van 6,7%. Een concrete personeelsplanning, capaciteitsreserve of uitgewerkt scenario waaruit blijkt dat de extra
PvdD
Commissie over de gemeenschappelijke regelingen – Omgevingsdienst
In de Ontwerpbegroting 2027 (pagina 31) staat dat de OD NHN uiterlijk 1 april 2026 moet voldoen aan de robuustheidscriteria van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, maar dat de organisatie op dit moment nog niet volledig aan deze criteria voldoet. In het Raadsvoorstel Castricum (pagina 6) wordt expliciet het risico benoemd dat het Rijk toezicht houdt op het VTH-stelsel en zo nodig kan interveniëren als de OD NHN niet robuust is. Wat zijn de consequenties als de OD NHN niet aan deze criteria voldoet? Leidt dit tot ingrijpen door het Rijk (zoals gespecificeerd in het Raadsvoorstel Castricum, pagina 6), en zo ja, wat houdt dat ingrijpen in (bijv. sancties, verplichte aanpassingen, of financiële gevolgen?
PRO
Commissie over de gemeenschappelijke
Jaarrekening 2025 BUCH: 1. Is de cyber-/dataveiligheid van Castricum op orde? Maken we al gebruik van Pagina 6 van 33
werkzaamheden zonder extra werkdruk of kwaliteitsverlies kunnen worden opgevangen, is niet opgenomen. Als de OD NHN niet voldoet aan de landelijke robuustheidscriteria, voldoet de dienst niet aan de landelijke ondergrens die wordt gesteld aan de kwaliteit, continuïteit en uitvoeringskracht van omgevingsdiensten. De robuustheidscriteria worden landelijk verankerd via aanpassing van de Omgevingswet en nadere uitwerking bij algemene maatregel van bestuur. Het niet voldoen leidt niet automatisch tot een directe boete of vaste sanctie. Wel kan dit leiden tot interbestuurlijk toezicht en herstelmaatregelen. In het landelijke voorstel wordt uitgegaan van een interventieladder. Dat betekent dat eerst wordt gestuurd op herstel. Als herstel uitblijft, kan de minister bevoegdheden inzetten om noodzakelijke maatregelen af te dwingen. In zwaardere gevallen kan dit betekenen dat de minister namens betrokken gemeenten of provincies besluiten neemt die nodig zijn om alsnog aan de eisen te voldoen. Ook kan tijdelijk worden bepaald dat een gemeente of provincie voor bepaalde VTH-milieutaken niet langer bevoegd gezag is. Daarbij kunnen ook financiële gevolgen ontstaan, omdat aanvullende capaciteit, organisatieaanpassingen of samenwerking nodig kunnen zijn om alsnog aan de landelijke eisen te voldoen.
Een concrete vaste sanctie of standaardboete is hierbij niet aan de orde; het gaat om toezicht, herstelmaatregelen, mogelijke bevoegdheidsinterventie en eventuele financiële doorwerking. 1. Aan de cyber- en dataveiligheid van Castricum wordt dagelijks op gestructureerde en planmatige wijze hard gewerkt. Het is een thema dat nooit af is, aangezien de
regelingen – Werkorganisatie BUCH 2.
3.
4.
5.
Nederlandse dan wel Europese software en dataopslag? Er is een verzuimadviseur ingezet (€ 67.799) om het ziekteverzuim omlaag te brengen. Dit zien wij nog niet echt terug in de cijfers (€ 7.789.000). Is er al een evaluatie waarin duidelijk wordt waarom deze inzet niet werkt, en wat dan wel de oplossing is? Waarom wordt er een Plustaak ingezet als de vraag van alle gemeenten gelijk is (SPUK CDOKE, uitvoering kosten klimaat)? Op p.22 RISK0067 staat dat er een risico is dat er (on)bewust niet aan de aanbestedingsregels voldaan kan worden. De kans daarop wordt op 90% ingeschat. 1. Lopen alle aanbestedingen via de afdeling Inkoop? 2. Zo niet, waarom niet, zeker gezien een kans van 90% dat er (on)bewust aanbestedingsregels worden overschreden? 3. Zo ja, is er een borging bij de afdeling Inkoop en de andere afdelingen voor het naleven van de regels? 4. Hoe grijpt het management in om dit te voorkomen, en lopen wij de kans op een jaarrekening zonder goedkeurende accountantsverklaring? Op p.28 staat dat bij de aanbestedingen in 2025 meer dan de toegestane 2% fouten voorkomen. Er is ons uitgelegd dat dit steeds minder zou moeten voorkomen, omdat als er een fout wordt gemaakt, deze nog een aantal jaren doorzet. Welke Pagina 7 van 33
2. 3.
4.
5.
ontwikkelingen op het gebied van cyber- en dataveiligheid elkaar in rap tempo opvolgen. Wat betreft digitale autonomie volgen wij de lijn van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG). Zie beantwoording van vraag hierover van Partij voor de Dieren. Dit betreft een uitzondering op de regel. De SPUK is in dit geval niet voor iedere gemeente gelijk en wijkt af van de verdeelsleutel. Daarnaast waren de bedragen nog niet definitief, terwijl het van belang is om deze inzichtelijk te houden. Om die reden is ervoor gekozen dit (voorlopig) als plustaak te laten staan. Indien de SPUK structureel wordt omgezet naar de algemene uitkering, zal dit vervolgens als een reguliere taak worden opgenomen in plaats van een plustaak. Naar verwachting wordt dit in de meicirculaire aangepast. Het inkoop- en aanbestedingsbeleid van de werkorganisatie BUCH en de gemeenten schrijft voor dat alle inkopen boven de €10.000 moeten worden aangemeld bij de Inkoop. Op die manier wordt getoetst welke procedure van toepassing is en borgt de organisatie dat inkoop volgens de geldende aanbestedingsregels verloopt. Het betreft vier dossiers in de jaarrekening 2025, waarvan één dossier ook al in de jaarrekening 2024 was opgenomen. Vooralsnog zijn er geen nieuwe aanbestedingsfouten geconstateerd bij verplichtingen die in 2025 zijn aangegaan.
De bestaande dossiers hebben dus betrekking op eerder ontstane situaties die doorwerken in latere jaren. De betreffende dossiers zijn in beeld en onder de aandacht bij de afdeling Inkoop.
PRO
Commissie over de gemeenschappelijke regelingen – Werkorganisatie BUCH
fouten in aanbestedingen en voor welk bedrag zijn in 2025 gemaakt, waardoor we nog jaren met deze fout te maken houden? 6. p.43. Vlottende activa. De verhoging op openbare lichamen loopt van € 1.576.000 op 31-12-2024 naar € 6.469.000 op 31-122025. Wat zijn hiervan de verklaring en de gevolgen? Begroting 2027 BUCH: 1. Op p.3 staat dat er extra 3,5 FTE moeten worden ingezet om o.a. de wachttijden te verkorten. In de vorige raadsperiode heeft de Raad ongeveer 5,5 FTE toegestaan om datzelfde probleem op te lossen. Welke garantie is er dat het met deze extra FTE nu wel lukt? En wordt er ook gekeken naar een andere werkwijze om te zorgen dat die wachttijden binnen de wettelijk toegestane 8 weken blijven, bijvoorbeeld door chronisch zieken niet langer te keuren? 2. Op p. 11 staat dat er alternatieve financieringsmethodes nodig zijn om externe inhuur te voorkomen. Is hiervoor al een idee, plan dan wel voorstel? 3. Op p. 13 spreekt men over een onderzoek naar de afdeling inkoop om er ook voor te zorgen dat de regels van de aanbestedingen worden nageleefd. Is er een mogelijkheid om geen enkele aanbesteding meer toe te staan zonder
Pagina 8 van 33
6. Dit zijn vorderingen op de BUCH gemeenten inzake plustaken en inhuur. Deze kosten moeten nog verrekend worden met de BUCH gemeenten.
1. In juli 2022 is het sociaal team op een nieuwe manier gaan werken, met de focus op preventie. Met deze nieuwe werkwijze zijn een aantal door de vier gemeenteraden ingevoerde beheersmaatregelen geborgd en is de basiscapaciteit van de uitvoering op orde gebracht. Dit op basis van de vraag in 2022. De 5,5 fte die per 2023 door de vier gemeenteraden structureel beschikbaar is gesteld was voor de algemene versterking van de uitvoering door het sociaal team en ter ondersteuning van de nieuwe werkwijze. De 5,5 fte maakte onderdeel uit van bredere verandering van het sociaal domein naar aanleiding van de ingezette inhoudelijke koersverandering. De verwachting was dat door het versterken van het sociaal team de wachttijden zouden worden teruggedrongen. Dat is voor Preventie, Jeugd, en Wmo ook gebeurd, echter voor Wmo nog niet in die mate dat de wachttijden binnen de wettelijke termijnen vallen. We zien de afgelopen jaren een stijging van het aantal unieke cliënten met een Wmo voorziening (begeleiding en/of huishoudelijke hulp). Daarbij is de complexiteit van de hulpvragen de afgelopen jaren toegenomen. Dit maakt dat er per client meer tijd
inmenging/uitvoering van de afdeling Inkoop? 4. Op p.33 staat een overzicht van de verplichte indicatoren. Hier staat dat de externe inhuur terugloopt van 17,8% in 2025 naar 3,6% in 2026. Klopt dat? En wat is het plan om dat voor elkaar te krijgen? Hetzelfde geldt voor de overhead, die in 2025 41% is (aan de hoge kant als je naar de cijfers voor de kleinere gemeenten kijkt) en terugloopt naar 37,9%? 5. Op p. 37: Baten en lasten van taakvelden. Betreft het hier de afwijkingen van de begroting 2026 en het reële bedrag vanuit de jaarrekening 2025?
Pagina 9 van 33
nodig is voor onderzoek, waarmee de afhandeling binnen de wettelijke termijn een uitdaging blijft. De gevraagde uitbreiding van 3,5 fte voor 2027 is specifiek voor de versterking van Wmo maatwerk en gericht op het terugdringen van de wachttijden. Daar waar de 5,5 fte uit 2022 ook voor versterken van het sociaal team op jeugd en preventie was. Bij de uitbreiding in 2022 is aangegeven dat na een aantal jaar opnieuw gekeken zou worden of de capaciteit in de pas loopt met de vraag van dat moment. De benodigde 3,5 fte is tot stand gekomen op basis van de volgende zaken: − de kleine vier jaar ervaring van het sociaal team met de huidige werkwijze, de ontwikkeling van de vraag naar Wmo maatwerk (zowel de omvang van de vraag als de complexiteit ervan), − de maatregelen die al of nog genomen worden gericht op efficiëntie van de bedrijfsvoering. Een voorbeeld van een efficiëntie maatregel is het indiceren voor langere tijd voor mensen met chronische en of progressieve aandoeningen of inwoners dan ouder van 85 jaar. Volgens het Wmo voorspelmodel neemt de vraag naar Wmo ondersteuning en voorzieningen nog steeds toe in de toekomst. Of deze 3,5 fte ook in de toekomst voldoende is om de toenemende vraag aan te kunnen is geen garantie af te geven. Begin mei heeft de gemeenteraad van Castricum een Raadinformatiebrief ontvangen met daarin
zowel informatie over de wachttijden als de maatregelen die daarop worden genomen. 2. Momenteel worden verschillende mogelijkheden onderzocht om de kosten binnen het domein structureel beter te dekken en daarmee de inzet van externe inhuur zoveel mogelijk te beperken. Daarbij wordt onder andere gekeken naar optimalisatie van de financiële systematiek, zoals de wijze van urenverantwoording en doorbelasting aan de deelnemende gemeenten. Vooralsnog wordt uitgegaan van oplossingen die passen binnen de bestaande verdeelsystematiek en de bestaande financiële kaders van de gemeenschappelijke regeling. Het BUCH- bestuur wordt naar verwachting rond de zomer geïnformeerd over de voortgang en de mogelijke uitwerkingen hiervan. 3. In 2026 wordt inderdaad een onderzoek uitgevoerd naar de inkoopfunctie. Daarin worden meerdere scenario’s in beeld gebracht, waaronder het scenario van centralisatie van alle Inkoop. De voor- en nadelen van een dergelijk scenario vragen een zorgvuldige afweging. 4. 3,6% was een momentopname op basis van op dat moment bekende verplichtingen voor 2026. De verwachting is logischerwijs dat dit percentage gedurende het jaar oploopt. Belangrijk om te vermelden, is dat 2025 wat betreft inhuur in het teken heeft gestaan van het compliant worden aan de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties (DBA). Dat is een flinke opgave geweest.
Het goede nieuws is dat alle inhuur binnen de werkorganisatie BUCH vanaf 1 januari 2026 compliant is. Hierbij hebben wij profijt Pagina 10 van 33
gehad van de interne centrale inhuurdesk die in het jaar daarvoor is opgezet. Alle inhuur verloopt via deze inhuurdesk, zodat wij grip hebben en in overleg met het verantwoordelijke management kunnen afwegen of inhuur de beste optie is. Per geval wordt hier een afweging in gemaakt. Het verminderen van externe inhuur is geen doel op zich. Voor ziektevervanging, pieken en projecten en gezien de omstandigheden op de arbeidsmarkt zal inhuur nodig blijven. In 2026 wordt inhuurbeleid opgesteld dat een leidraad biedt bij het afwegen van de inzet van inhuurkrachten.
PvdD
Commissie over de gemeenschappelijke regelingen – Werkorganisatie BUCH
De begroting noemt een verduurzaming van het wagenpark, maar geeft geen concrete cijfers over het huidige percentage elektrische voertuigen of de doelstelling voor 2030. Is er Pagina 11 van 33
Antwoord overhead: Uit benchmarks werkorganisaties (GR) blijkt dat de bandbreedte die landelijk als 'normaal' wordt beschouwd, grofweg van 25% tot 40% loopt. Met 41% zit de BUCH dus net boven de bovenkant van deze gemiddelde range. Sinds de aanscherping van de BBV-richtlijnen (Besluit Begroting en Verantwoording) eind 2023 moeten overheadkosten zeer strikt en transparant worden gecodeerd. Als een organisatie heel nauwkeurig alle ondersteunende uren registreert, valt het percentage op papier vaak hoger uit dan bij organisaties die dit minder strikt doen. 5. Dat klopt in de kolom 2025 zijn de realisatie cijfers uit de jaarrekening 2025 verwerkt. Op 19 februari was de laatste boeking gedaan voor 2025, daardoor kon de kolom, zowel in de jaarrekening als in de begroting meegenomen worden. Binnen het wagenpark bestaat categorie N1 (B-rijbewijs) uit 92 voertuigen (personen- en bedrijfsauto’s), waarvan 30 volledig elektrisch zijn. Daarnaast beschikken we over 29
een overzicht van de huidige samenstelling van het wagenpark en de doelstelling om in 2030 volledig emissieloos te zijn?
vrachtwagens in de categorieën N2 en N3 (C-rijbewijs, 7,5 tot 50 ton). Waar mogelijk wordt HVO100 toegepast in onze dieselvoertuigen. Dit is een duurzaam alternatief voor fossiele diesel dat direct inzetbaar is en de CO₂-uitstoot aanzienlijk verlaagt. Daarnaast zorgt het voor een schonere verbranding, zonder dat aanpassingen aan bestaande voertuigen nodig zijn, wat het praktisch maakt voor het huidige wagenpark.
PvdD
PvdD
PvdD
Commissie over de gemeenschappelijke regelingen – Werkorganisatie BUCH Commissie over de gemeenschappelijke regelingen – Werkorganisatie BUCH
Commissie over de gemeenschappelijke
Hoe wordt de ecologische voetafdruk van de ICT-voorzieningen (zoals dataopslag in de cloud en energiegebruik van servers) gemeten en gemonitord? De BUCH voert een onderzoek uit naar de inkoopfunctie naar aanleiding van eerdere onrechtmatigheden. Het inkooponderzoek dat in 2026 wordt uitgevoerd, richt zich op rechtmatigheid. Wordt in dit onderzoek ook expliciet gekeken naar de mogelijkheid om duurzaamheidseisen, dierenwelzijnscriteria en klimaatvoorwaarden op te nemen in de inkoopvoorwaarden? Het ziekteverzuim stijgt (van 6,14% naar 6,70%) ondanks preventieve maatregelen. De begroting voorziet in een verzuimadviseur, Pagina 12 van 33
Verder vindt op korte termijn een artikel 2.13A-onderzoek plaats, waarin de verduurzaming van het BUCH-wagenpark centraal staat. De uitkomsten hiervan vormen tevens input voor een strategische visie op het wagenpark voor de toekomst. De doelstelling voor 2030 wordt hiermee ook helder. Vooralsnog wordt dat niet gemeten en gemonitord. De focus ligt in deze fase primair op het toekomstbestendig maken van de (technische) ICT. Dat is een complexe opgave die alle aandacht vraagt. Nee, het onderzoek richt zich specifiek op de rechtmatigheid van inkoop en het borgen daarvan.
de afgelopen twee jaar heeft de BUCH werkorganisatie actief ingezet op het verder terugdringen van het verzuim. Hiervoor is onder meer binnen bestaande middelen
PvdD
regelingen – Werkorganisatie BUCH
maar de concrete maatregelen om het verzuim te verlagen zijn onduidelijk. Welke concrete, meetbare en tijdgebonden maatregelen worden in 2027 ingezet om het verzuim daadwerkelijk te verlagen, en hoe wordt de effectiviteit van deze maatregelen gemeten? Is er een analyse gemaakt van het verzuim per domein of team? Zijn er specifieke afdelingen waar het verzuim disproportioneel hoog is, en wat is daar de oorzaak van (bijv. werkdruk, werkomgeving)?
Commissie over de gemeenschappelijke regelingen – Werkorganisatie BUCH
Hoe verhoudt de huidige inhuur van externen (die in 2025 € 2,3 mln kostte) zich tot de wens om de inhuur van externen te beperken en te vervangen door vaste aanstellingen? Is er een plan om de inhuur structureel terug te dringen?
Pagina 13 van 33
formatie gevonden om een verzuimadviseur aan te stellen. Er is onder meer ingezet op het voeren van actief casemanagement op langdurig verzuim en frequent verzuimgesprekken. Ziekteverzuim bij gemeenten is landelijk echter historisch hoog (6,7%) en ook bij de BUCH werkorganisatie is het verzuim hoog. Daarom doen wij een aantal aanvullende interventies. Zo wordt er een structurele aanpak voor duurzame inzetbaarheid opgezet en wordt samen met de bedrijfsarts en arbo-adviseur vanuit verschillende perspectieven naar verzuim en inzetbaarheid gekeken. Voor managers en HR business partners is het essentieel om concreet zicht te hebben op de oorzaken van verzuim en op basis daarvan de juiste interventies te kiezen. In de praktijk wordt een trits aan maatregelen genomen. Voorbeelden zijn het aanbieden van preventief medisch onderzoek, inzet van preventiemedewerkers en vertrouwenspersonen, inzet van coaches en initiatieven op het vlak van vitaliteit en sociale verbinding. De huidige inzet van externen hangt nauw samen met de systematiek van plustaken binnen de werkorganisatie. Wanneer deelnemende gemeenten aanvullende werkzaamheden vragen bovenop het reguliere basispakket, worden hiervoor veelal tijdelijke middelen beschikbaar gesteld.
Omdat deze middelen een tijdelijk karakter hebben, is het binnen de huidige afspraken en het bestaande construct van de Werkorganisatie niet mogelijk om hiervoor vaste formatie aan te stellen en wordt in de praktijk gebruikgemaakt van externe inhuur. Hetzelfde geldt bijvoorbeeld voor de activiteiten ten behoeve van ruimtelijke projecten, die ook voornamelijk met tijdelijke middelen worden gedekt.
PvdD
PRO
Commissie over de gemeenschappelijke regelingen – Werkorganisatie BUCH
Commissie over de gemeenschappelijke regelingen – GGD Hollands Noorden
Bij welke leveranciers wordt de cloudomgeving ondergebracht, en hoe wordt voorkomen dat de BUCH afhankelijk wordt van big tech-bedrijven? Is er een migratieplan naar open source- en openstandaardtoepassingen? Hoe wordt gewaarborgd dat AI-toepassingen voldoen aan privacy-by-design, geen discriminerende effecten hebben, en dat de energiebesparingsplicht wordt nageleefd? Is er een ethisch kader voor het gebruik van AI binnen de BUCH? Voor de financiële indexaties rekent de BUCH op 4% CAO-verhoging en 2,5% prijsindexatie. De GGD werkt met een CAO-verhoging van 8,4% en met een prijsindexatie van 5,7%. Hoe kan dat als in Nederland de inflatie toch gelijk is? Pagina 14 van 33
Tegelijkertijd bestaat nadrukkelijk de wens om de afhankelijkheid van externe inhuur waar mogelijk te verminderen. Daarom worden momenteel verschillende mogelijkheden uitgewerkt om binnen de bestaande randvoorwaarden van de gemeenschappelijke regeling meer ruimte te creëren voor de inzet van vaste formatie, ook bij tijdelijk gefinancierde werkzaamheden. Daarbij wordt onder andere gekeken naar aanpassingen in de financiële systematiek en de wijze van verrekening. Dit kan op termijn leiden tot lagere kosten voor deelnemende gemeenten, aangezien vaste inzet doorgaans goedkoper is dan externe inhuur. Het is de verwachting dat het ook bij zal dragen aan het behouden en versterken van kennis en kwaliteit binnen de organisatie. Evenals vele andere overheidsorganisaties is de werkorganisatie deels afhankelijk van big tech-bedrijven. De discussie over digitale autonomie hoort op landelijk niveau thuis. Wij volgen hiervoor de lijn van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG). De werkorganisatie voert bewust alleen op beperkte schaal kleine en gecontroleerde experimenten uit met het gebruik van generatieve kunstmatige intelligentie, zodat onder meer de privacy zorgvuldig kan worden geborgd. De reden hiervoor is dat wij eerst de governance op orde willen brengen, voordat vervolgstappen worden gezet. De GR-en bepalen zelf de indexatiemethodiek niet in de begroting.
De afspraken voor GR-en over loon- en prijsindexatie hebben alle gemeenteraden in de regio NHN laten vastleggen in de financiële uitgangspunten gemeenschappelijke regelingen Noord-Holland-Noord (de FUGR).
De Regietafel NHN ondersteunt hierin namens de gemeenten en maakt de percentages via de indexeringsbrief kenbaar aan de GR-en. Kort gezegd bestaat het indexatiepercentage uit de verwachte indexatie voor het begrotingsjaar zelf en de nacalculatie van 3 jaar geleden. Het indexatiepercentage loonkosten in de begroting 2027 bestaat dus niet alleen uit de verwachte Cao-stijging van 2027. De FUGR wordt momenteel door gemeenten en GR-en uitgebreid geëvalueerd door de Regietafel NHN. Zie hieronder nog de toelichting in de begroting 2027: Indexatie De indexaties voor 2027 zijn overgenomen uit de indexatiebrief van de Regietafel Noord-Holland Noord over de Kadernota 2027. In de financiële uitgangspunten gemeenschappelijke regelingen Noord-Holland-Noord (FUGR) is opgenomen dat voor indexatie uitgegaan wordt van de meest recente cijfers zoals deze door het Centraal Planbureau (CPB) worden gepubliceerd. Voor de indexatiecijfers voor 2027 zijn dat de cijfers uit het Centraal Economisch Plan (CEP 2025, Februari 2025). Voor de nacalculatie 2024 heeft de Regietafel Noord-Holland-Noord gebruik gemaakt van cMEV kerngegevenstabel van juli 2025. PRO
Commissie over de gemeenschappelijke regelingen – RAUM
Is er al meer bekend over de toekomst van het RAUM?
Pagina 15 van 33
Er is nog geen definitief besluit genomen, omdat de deelnemers hierover nog met elkaar in gesprek zijn. De verwachting is dat voor het einde van het jaar meer duidelijkheid ontstaat over de bestuurlijke toekomst van het RAUM. De gemeenteraad wordt geïnformeerd over de stand van zaken tijdens de raadsinformatieavond van 2 juli.
PvdD
Commissie over de gemeenschappelijke regelingen – Cocensus
De accountant signaleert een rechtmatigheidsfout van € 783.000 bij het project 'Datagedreven Werken' door het niet volgen van de Europese aanbestedingsregels. Welke concrete, structurele maatregelen zijn in de begroting 2027 opgenomen om te voorkomen dat dit zich herhaalt? Is er een nieuwe inkoopprocedure of een ethisch kader voor inkoop ingevoerd?
Cocensus was zich bewust van het feit dat de uitgaven de drempelbedragen voor Europese aanbesteding zouden kunnen overschrijden, heeft dit gecommuniceerd met de accountant, echter in het innovatie-ontwikkeltraject was er geen zicht op de mogelijke effecten en bijbehorende bedragen. Wel is er tussentijds gerapporteerd en gepresenteerd over de stand van zaken. In 2026 is nog steeds een effect te verwachten want de technieken ontwikkelen zich snel en er zijn ook resultaten te verwachten bij het waarderen van niet-woningen. Dit is een bijzonder project, heeft iets van pionieren in zich, maar wel met bewuste keuzes en uitgangspunten én met een bedrijfsmatige inslag. Voor de bedrijfsvoering wordt altijd het Inkoopbeleid en de aanbestedingsregels gevolgd en via de Spend-analyse over de voortgang gerapporteerd. In dat kader hoeven er geen specifieke maatregelen getroffen te worden. Meer uitgebreid is in de bijlage een weergave gegeven van hoe het proces in 2025 is verlopen.
PvdD
Commissie over de gemeenschappelijke regelingen – Veiligheidsregio
De begroting 2027 noemt toenemende risico’s als gevolg van klimaatverandering, waaronder natuurbrand en extreem weer. Kan worden toegelicht welke structurele middelen in 2027 specifiek beschikbaar zijn voor preventieve maatregelen en voorbereiding op deze risico’s? Is in de begroting 2027 aanvullende capaciteit opgenomen voor natuurbrandpreventie of terreinverkenning in natuurgebieden? Onder welke post?
Pagina 16 van 33
Er zijn wel structurele middelen voor preventie en voorbereiding, maar: verspreid over meerdere programma’s integraal onderdeel van bredere brandweer- en crisisbeheersingstaken niet afzonderlijk zichtbaar of geoormerkt voor klimaat/natuurbrand Geen aparte of herkenbare uitbreiding specifiek voor natuurbrandpreventie. In het beleid van de brandweer NHN is er veel aandacht voor natuurbrandbeheersing. Zo ook is er een bestuurlijke commissie binnen de VR NHN voor natuurbrandbeheersing.
PvdD
Commissie over de gemeenschappelijke regelingen – Veiligheidsregio
De Veiligheidsregio benoemt maatschappelijke weerbaarheid als belangrijk aandachtspunt. Welke concrete activiteiten en capaciteit vallen in 2027 onder deze begrotingspost? Pagina 17 van 33
Dit valt niet zonder meer uit de begroting af te lezen. NHN beschikt over speciale natuurbrandbestrijdingsvoertuigen. De planvorming blijft in ontwikkeling in samenspraak met het NIPV en andere natuurbrandregio’s. Afgezien van de structurele middelen is er door de provincie subsidie toegekend aan de veiligheidsregio. • Om binnen alle gemeenten met een natuurbrandrisico een natuurbrand aanspreekpunt in te richten Dit aanspreekpunt zal dienstdoen bij het in verbinding blijven met ander bij natuurbrand betrokken partijen en ook een vraagbaak vormen voor burgers. • Tot stand brengen van een regionale visie op natuurbrand-beheersing voor alle gemeenten binnen de veiligheidsregio Noord-Holland Noord met een verhoogd natuurbrandrisico. Als onderdeel van de visie wordt er ook een risico-inventarisatie per gemeente worden uitgevoerd voorzien van een advies op beheersmaatregelen, een prioritering en een uitvoeringsplan. De gemeente Castricum heeft in het kader van natuurbrandbeheersing subsidie ontvangen voor maatregelen op en bij Camping Castricum; De camping heeft het grootste natuurbrandrisico van de gemeente met de Zeeweg als enige ontsluitingsroute. Ingezet wordt op een blusvijver of alternatieve bluswatervoorziening.
Na vaststelling van de optimale ontsluiting zal een secundaire ontvluchtingsroute worden gerealiseerd Onder “maatschappelijke weerbaarheid” in 2027 vallen concreet: Activiteiten • Risicodialogen en bewustwording • Crisiscommunicatie
• • • • •
PvdD
Commissie over de gemeenschappelijke regelingen – Veiligheidsregio
Zijn dieren expliciet opgenomen in regionale crisis- en evacuatieplannen, en zo ja, op welke wijze?
PvdD
Commissie over de gemeenschappelijke regelingen – Veiligheidsregio
PvdD
Commissie over de gemeenschappelijke regelingen – Veiligheidsregio
Wordt binnen de crisisorganisatie structureel samengewerkt met dierenambulances, dierenopvangcentra of wildopvangorganisaties bij calamiteiten waarbij dieren betrokken zijn? Heeft de Veiligheidsregio inzicht in de mogelijke gevolgen van langdurige hitte of droogte voor de inzetbaarheid van hulpdiensten en materieel, en is dit verwerkt in de meerjarenraming? Pagina 18 van 33
Versterken zelfredzaamheid inwoners Netwerkontwikkeling met partners Inrichting noodsteunpunten Burgerparticipatie (bijv. crisisteams) Monitoring en voorbereiding op crises
Capaciteit • Primair inzet binnen crisisbeheersing en partners • Aanvullende capaciteit nodig voor steunpunten en netwerk • Flexibele inzet (incl. mogelijke inhuur bij crises) • Financieel ondersteund door BDuR-middelen (extra rijksbijdrage) De brandweer (en veiligheidsregio) heeft als wettelijke opdracht het redden van mens en dier. Weliswaar is dit op veel plaatsen niet specifiek in planvorming opgenomen maar maakt onderdeel uit van het basisoptreden van de hulpdienst. Bij evacuaties in het kader van bijvoorbeeld ‘overstromingsplannen’ wordt rekening gehouden met huisdieren en vee. Bij grootschalige evacuatieoefeningen (tabletop) is het redden en opvangen van dieren een aspect dat altijd meespeelt. Via de meldkamer wordt altijd gezocht naar juiste opvang vaak in samenspraak met de dierenambulance. De dierenambulances zijn regionaal georganiseerd en kunnen via de meldkamer altijd worden opgeroepen. Dit geldt ook voor dierenartsen etc. Ingeval van hitte wordt er sneller opgeschaald en afgelost. Dat betekent dat er meer mensen en middelen worden ingezet bij incidente,n dit leidt automatisch tot hogere kosten Tekort aan bluswater komt voor in natuurgebieden daar worden projecten voor opgezet om toch water ter plekke te kunnen krijgen.
Dit is niet specifiek terug te vinden in de meerjarenramingen Voor de brandweer is alleen op hoofdlijnen geraamd:
PvdD
Commissie over de gemeenschappelijke regelingen – Veiligheidsregio
De Veiligheidsregio benoemt preventie en risicobeheersing als belangrijke taken. Zijn er wijzigingen voorzien in budget of personele capaciteit voor deze taken ten opzichte van voorgaande jaren? Zijn binnen de begroting middelen of capaciteit opgenomen voor toezicht of advisering rondom brandveiligheid bij veehouderijen?
PvdD
Commissie over de gemeenschappelijke regelingen – Veiligheidsregio
PvdD
Commissie over de gemeenschappelijke regelingen – Veiligheidsregio
De begroting bevat investeringen in materieel en bedrijfsvoering. Kan worden aangegeven welk deel hiervan betrekking heeft op verduurzaming van vastgoed, wagenpark of materieel?
PvdD
Commissie over de gemeenschappelijke
Hanteert de Veiligheidsregio duurzaamheidscriteria bij aanbestedingen en Pagina 19 van 33
Ramingsposten Brandweer: • Diensten en middelen • ICT • Wagenpark • HRM Op dit moment zijn er geen wijzigingen voorzien.
Dit heeft landelijk de aandacht maar is niet specifiek in de begroting opgenomen. Toezicht op brandveiligheid ligt meer bij de omgevingsdienst. Controle op brandveiligheid ligt weliswaar bij de OD maar gelet op de grote risico’s en impact bemoeit de brandweer zich landelijk actief met dit specifieke onderwerp. Op dit moment geen expliciet percentage of bedrag voor verduurzaming in de begroting Wel duidelijke ambitie en eerste stappen (met name wagenpark). Grootste potentiële impact: voertuigvervanging (brandweer + ambulance) Realisatie afhankelijk van: • financiële ruimte • bestuurlijke keuzes • technische haalbaarheid (operationaliteit brandweer/ambulances) De VR hanteert duurzaamheidscriteria bij aanbestedingen en investeringen. Welke criteria worden toegepast wordt nader uitgezocht.
PvdD
regelingen – Veiligheidsregio Commissie over de gemeenschappelijke regelingen – Veiligheidsregio
investeringen, en zo ja, welke criteria worden daarbij toegepast? De stukken noemen verschillende toekomstige risico’s en opgaven. Kan worden toegelicht welke risico’s volgens de Veiligheidsregio richting 2030 momenteel nog onvoldoende structureel financieel zijn afgedekt?
De Veiligheidsregio benoemt dat vooral de volgende risico’s richting 2030 nog onvoldoende structureel financieel zijn afgedekt: • • • • • • • •
Langdurige crises (extra capaciteit/inhuur) Weerbaarheid en noodsteunpunten (structureel beheer) Digitalisering en informatieveiligheid (toekomstige uitbreidingen) Stijgende kosten brandweermaterieel en rente Financieringsdruk door investeringen en rentestijging Personele risico’s (PTSS, tekorten, vrijwilligersstelsel) Cyberdreigingen en IT-risico’s Toenemende zorg- en maatschappelijke opgaven
Veel risico’s zijn wel onderkend en deels incidenteel of via reserves afgedekt, maar structurele financiering ontbreekt nog of is afhankelijk van: • rijksbijdragen, • gemeentelijke keuzes, • nog uit te voeren onderzoeken (efficiency, capaciteitsbehoefte). PRO
TAM IMRO Geesterduin 2.0
Gezien de notitie Presentatie 260521 Geesterduin 2.0, de Oplegmemo presentatie wijziging omgevingsplan voor bouw 215 woningen en uitbreiding winkelcentrum (Geesterduin 2.0), het artikel in het Noord Hollands Dagblad van 25 mei 2026 getiteld “BP-tankstation gaat waarschijnlijk weg”, van Marije de Leeuw: Pagina 20 van 33
In het ter inzage liggende Ontwerp TAM-IMRO Omgevingsplan Geesterduin 2.0 en de bijbehorende presentatie wordt uitgegaan van een uitbreiding van het winkelvloeroppervlak met maximaal 500 m². Op de website van Hoorne Vastgoed en in eerdere planfasen (waaronder een passage in hoofdstuk 22b van 22 april 2026) wordt gesproken over 700 m². De verschillende specificaties over de verdeling (428 m² Vomar, 60 m² overig commercieel,
PRO
TAM IMRO Geesterduin 2.0
Onduidelijkheid rondom uitbreiding winkelvoorraad Het is onduidelijk of de winkelvoorraad zal groeien met 500 of 700m2. In de presentatie en in de TAM IMRO is sprake van 500m2. Op de eigen website van Hoorne Vastgoed staat dat er met 700m2 wordt uitgebreid. Ook staat in het TAM-omgevingsplan van hoofdstuk 22b van 22 april 2026 een nuancering: 700m2 bvo, waarvan 550m2 bvo voor de Vomar. Op een andere plek wordt dit weer tegengesproken, daar staat dat 428 m2 bvo voor de Vomar is gereserveerd, 60 m2 bvo voor overig commercieel winkeloppervlak en 184 m2 bvo voor fietsenstalling en toilet. Ook is er op meerdere plekken sprake van de wens te verbinden met de Dorpsstraat (lees winkels in de oude dorpskern). Welke getallen zijn de juiste. Wat betekent dit concreet voor de beoogde branchering in de gemeente en welk aanbod verdwijnt waar, of welk aanbod verplaatst naar waar? En hoe verhoudt zich dit tot het gestelde in de kadernota over het teruglopen van het fysieke detailhandelsaanbod door online aanbod? Onduidelijkheid over de uitkoop van BP In een artikel in het Noord Hollands Dagblad van Marije de Leeuw, wordt beschreven dat de deal met BP voorwaardelijk is, namelijk onder voorwaarde van vaststelling van de wijziging van het Omgevingsplan door de raad. Hoe verhoudt zich dit tot het gevestigde Pagina 21 van 33
184 m² fietsenstalling/toilet) maken deel uit van de doorlopende planuitwerking en worden nader gedetailleerd in het definitieve ontwerp en het inrichtingsplan. Branchering en relatie met de Dorpsstraat De beperkte uitbreiding is primair gericht op kwaliteitsverbetering, optimalisatie van routing om het bestaande winkelcentrum vitaal en toekomstbestendig te houden. Er is geen sprake van het verdwijnen of verplaatsen van winkels uit de Dorpsstraat naar Geesterduin. De beoogde ontwikkeling past binnen de gemeentelijke visie uit de Kadernota Detailhandel. Deze nota constateert inderdaad het teruglopen van fysiek detailhandelsaanbod door online winkelen en kiest daarom bewust voor concentratie van het aanbod in bestaande centra (waaronder Geesterduin) en voor een bescheiden, complementaire uitbreiding. Ook uit het distributieplanologisch onderzoek van Sweco dat onderdeel is van de onderzoeken, volgt dat Geesterduin wordt aangemerkt als een kansrijk winkelgebied, waarbij een beperkte uitbreiding van het winkelvloeroppervlak van het bestaande aanbod passend wordt geacht binnen de gemeentelijke detailhandelsstructuur.
Hoorne Vastgoed Ontwikkeling B.V. en bp Retail Netherlands B.V. (bp) hebben de gemeente medegedeeld dat zij overeenstemming hebben bereikt over de verkoop van de BP-locatie aan Hoorne Vastgoed Ontwikkeling B.V. Op de locatie Soomerwegh 3 is door het college van B&W op 10 december 2024 een voorkeursrecht gevestigd op grond
voorkeursrecht? Welke risico’s zouden hieruit voor de gemeente kunnen voortvloeien?
van de Omgevingswet. Het voorkeursrecht is gevestigd om regie te houden op de gebiedsontwikkeling. Aangezien er op de BP-locatie een voorkeursrecht is gevestigd, zal bp, op grond van artikel 9:10 Omgevingswet, het college van B&W moeten vragen om een, wegens gewichtige redenen, ontheffing te verlenen van de aanbiedingsplicht aan het college. Voor het in behandeling nemen van dit verzoek, zal bp een koopovereenkomst moeten overleggen aan het college. Door het college zal vervolgens beoordeeld worden of en zo ja, onder welke voorwaarden deze ontheffing aan bp verleend kan worden. Zoals hiervoor aangegeven, zal een koopovereenkomst nog aan het college van B&W moeten worden toegezonden. Uit de thans overlegde stukken door partijen aan het college is gebleken dat de koop gesloten zal worden onder voorbehoud van de hiervoor bedoelde ontheffing van de aanbiedingsplicht door het college en met het uitgangspunt dat levering van de BP-locatie wordt uitgesteld, totdat er voor het bouwplan een onherroepelijke omgevingsvergunning verleend is. Aldus betekent dit dat de koop niet voorwaardelijk is, wél dat het moment waarop de BP-locatie geleverd wordt onzeker is omdat nog niet duidelijk is wanneer het omgevingsplan, die de ontwikkeling op de BP-locatie mogelijk maakt, onherroepelijk zal worden.
Risico’s voor de gemeente • Indien op enig moment blijkt dat het Omgevingsplan, zelfs niet na aanpassing, onherroepelijk vastgesteld kan worden, waardoor de beoogde ontwikkeling op de BP-locatie, niet gerealiseerd kan worden, dan is het aan partijen om
Pagina 22 van 33
•
PRO
TAM IMRO Geesterduin 2.0
Onduidelijkheid over de participatie Wij horen van verschillende belanghebbenden dat zij zich niet gehoord voelen (o.a. rondom parkeren, bouwhinder door de fasering, tempo waarin sociaal huur wordt gerealiseerd en de risico’s voor zittende ondernemers). Dit is onwenselijk, omdat hieruit mogelijk rechtszaken voortkomen die het proces zullen Pagina 23 van 33
te beslissen of de koop alsnog ontbonden kan worden. De voorwaarden daarvan zijn (nog) niet bekend bij het college. Eventuele contractuele gevolgen daarvan liggen primair tussen Hoorne en bp, de gemeente is geen partij bij de koopovereenkomst. De eventueel verleende ontheffing van de aanbiedingsplicht door het college aan bp komt dan wel te vervallen. Dit houdt in dat het voorkeursrecht op de BP-locatie zal blijven rusten tot en met 26 februari 2028 en automatisch verlengd zal worden voor een periode van vijf jaar indien er uiterlijk op laatstgenoemde datum een omgevingsplan wordt vastgesteld waarbij de functie wonen en/of commercieel/ detailhandel voor de BPlocatie wordt toegedeeld. bp kan in deze periode zijn activiteiten als verkooppunt motorbrandstoffen blijven voortzetten; Indien de situatie zich voordoet dat het omgevingsplan die de (her) ontwikkeling van de BPlocatie mogelijk maakt is vastgesteld, en BP toch afziet van het voornemen om te locatie te vervreemden (evenwel aan Hoorne of aan de gemeente), dan zal de gemeente kunnen besluiten om tot onteigening over te gaan.
Het college heeft signalen ontvangen dat sommige belanghebbenden het gevoel hebben onvoldoende gehoord te zijn, onder andere over parkeren, bouwhinder door fasering, de planning van sociale woningbouw en de gevolgen voor zittende ondernemers. Het college betreurt dit gevoel. Het participatieproces voor het project Geesterduin 2.0 is zorgvuldig ingericht conform de eisen van de Omgevingswet
vertragen. Het project wordt gefaseerd uitgevoerd, waarbij de sociale woningbouw vaak als sluitstuk wordt opgeleverd, waardoor het wel denkbaar is dat die woningen pas over tien jaar worden opgeleverd. In het TAM IMRO lezen we dat niet alle wensen konden worden meegenomen, vanwege technische, financiële of planologische randvoorwaarden. Welke wensen waren dat en welke technische, financiële of planologische randvoorwaarden stonden daaraan in de weg en waarom was er geen aanleiding om een wijziging van het Omgevingsplan bij onderhavige wijziging mee te nemen om toch die wensen tegemoet te komen? Hoe kan in de toekomst de participatie verbeteren, zodat er meer sprake is van het tijdig meenemen van belanghebbenden in een project (onboarding in het project), in plaats van tijdig informeren over een project (communicatievraag)?
en het gemeentelijke participatiebeleid. Het project kan in dat opzicht juist als een goed voorbeeld worden gezien van hoe participatie in een complex ruimtelijk project kan worden vormgegeven. Omwonenden en andere belanghebbenden zijn uitgebreid betrokken via: • Zeven inloopavonden (o.a. 28 september 2022, 1 februari 2023, 12 juli 2023, 27 maart 2024, 24 september 2024, 18 juni 2025 en 26 november 2025); • Gerichte gesprekken met (delen van) bewonersgroepen, onder meer via een onafhankelijke moderator; • De projectpagina Geesterduin 2.0, waarop alle participatiemomenten zijn aangekondigd en alle verslagen zijn gepubliceerd. Alle ingebrachte suggesties en reacties zijn systematisch verzameld, beoordeeld en waar mogelijk verwerkt in het plan. Dit heeft geleid tot concrete aanpassingen, zoals lagere bouwhoogtes op bepaalde locaties, extra setbacks en meer groen. Iedere suggestie die niet is overgenomen, is gemotiveerd. Dit is op onderstaande afbeelding visueel weergegeven:
Kort per onderdeel samengevat: Parkeren De parkeerbehoefte en de verkeerskundige effecten van de ontwikkeling zijn onderzocht door gespecialiseerde Pagina 24 van 33
verkeerskundige bureaus en beoordeeld aan de hand van het gemeentelijk parkeerbeleid. Uit de onderzoeken volgt dat wordt voldaan aan de gemeentelijke parkeernormen. Verkeer In de verkeerskundige onderzoeken is specifiek aandacht besteed aan de verkeerssituatie rondom de Molenweide en het kruispunt Soomerwegh – Geesterduinweg. Door adviesbureau Goudappel en de gemeente is onderzocht of sprake is van een verkeerskundig knelpunt. Uit het onderzoek volgt dat de verkeersafwikkeling in de toekomstige situatie, inclusief autonome verkeersgroei en het effect van de ontwikkeling, als goed wordt beoordeeld. Goudappel concludeert dat verkeerssituaties zoals deze ook bij andere winkelcentra in Nederland voorkomen tijdens piekmomenten, zoals zaterdagmiddag. Op basis van de onderzoeken ziet Goudappel momenteel geen aanleiding voor aanvullende verkeersmaatregelen, waaronder eenrichtingsverkeer op de Geesterduinweg. Ook eerder onderzoek naar mogelijk sluipverkeer heeft niet geleid tot de conclusie dat sprake is van een verkeerskundig knelpunt. De gemeente blijft de verkeerssituatie monitoren. Mocht in de praktijk alsnog sprake zijn van knelpunten, dan kunnen aanvullende maatregelen worden overwogen. Daarbij wordt gezocht naar een balans tussen leefbaarheid voor de omgeving én de woning- en voorzieningenbehoefte van Castricum.
Realisatie sociale/betaalbare woningbouw De realisatie van het sociale programma is juridisch en Pagina 25 van 33
contractueel geborgd in de anterieure overeenkomst (AOK). Binnen fase 1 worden reeds 60 sociale huurwoningen en 24 sociale koopwoningen gerealiseerd. In de overeenkomst zijn niet alleen aantallen en woningcategorieën vastgelegd, maar ook afspraken over: • instandhoudingstermijnen; • doelgroepen; • fasering; • handhaving; • toetsing per ontwikkelfase. De ontwikkeling is expliciet opgezet als een gefaseerde ontwikkeling met bindende afspraken per deelfase. Per fase moeten afzonderlijke overeenkomsten worden gesloten en moet aan specifieke voorwaarden worden voldaan voordat levering en uitvoering kunnen plaatsvinden. De gemeente behoudt daarbij een toetsende rol, onder meer via goedkeuring van bedingen in leveringsakten en controle op verhuurvoorwaarden. De borging vindt daarmee zowel publiekrechtelijk als privaatrechtelijk plaats. Waar mogelijk is dit aanvullend planologisch verankerd in het omgevingsplan. Ondernemers / compensatie Met ondernemers zijn gedurende het proces meerdere gesprekken gevoerd, onder meer via inloopavonden, individuele gesprekken en overlegmomenten met betrokken partijen. Hoorne heeft hierover gesprekken gevoerd met diverse eigenaren/huurders. Ondernemers beschikken over bestaande huurcontracten en rechtsposities. Dat betreft in de basis een privaatrechtelijke relatie tussen verhuurder en huurder.
Waar mogelijk wordt gezocht naar maatwerk ten Pagina 26 van 33
aanzien van (tijdelijke) verplaatsing. Vanwege de omvang van de herontwikkeling is gekozen voor een gefaseerde uitvoering, zodat het winkelcentrum tijdens de werkzaamheden zo goed mogelijk kan blijven functioneren en ondernemers perspectief behouden. Daarbij wordt tevens onderzocht of toepassing van modulaire bouw mogelijk is, zodat de bouwtijd en overlast zoveel mogelijk kunnen worden beperkt. Alternatieve bevoorradingsmogelijkheden Vanuit omwonende zijn er een drietal alternatieve bevoorradingsmoeilijkheden benoemd zoals: Optie 1: Bevoorrading aan de oostzijde van Geesterduin (verplaatsing losruimte Vomar). Optie 2: Verticalisering van de bevoorrading via een lift van boven naar beneden. Optie 3: Verticalisering van de bevoorrading via een lift van beneden naar boven (met verdieping onder het Westplein). Maar uit onderzoeken is expliciet gesteld dat van de onderzochte varianten de gekozen inpandige oplossing (met linksom achteruit manoeuvreren naar het expeditiehof) de meest verkeersveilige en ruimtelijk uitvoerbare is. De benoemde opties waren vooral technisch en financieel niet haalbaar. Participatieverslag In het Participatieverslag (bijlage 2 bij het Ontwerp Omgevingsplan) en in de Nota van Zienswijzen is uitgebreid beschreven welke input is ontvangen en hoe daarmee is omgegaan.
Niet alle wensen konden worden meegenomen vanwege technische, financiële of planologische randvoorwaarden. Dit is per punt gemotiveerd. Pagina 27 van 33
PRO
TAM IMRO Geesterduin 2.0
Onduidelijkheid over hinder bij het laden en lossen bij de Vomar Een aantal zienswijzen vragen aandacht voor de verwachte toename in hinder voor bewoners van het Eerste Kwartier bij het verplaatsen van het laden en lossen van de Vomar. Er staat dat een toename van 61 naar 63 dB een geringe toename is, maar als je bedenkt dat een toename van 3dB wordt ervaren als een verdubbeling in geluid, dan lijkt me dit niet een geringe toename. Hoe wordt hinder voor omwonenden bij het inrijden van de inpandige laad- en loszone voorkomen of beperkt?
Pagina 28 van 33
De Omgevingswet schrijft voor dat belanghebbenden zorgvuldig worden betrokken (meeweten en meedenken), maar kent geen recht op instemming of doorslaggevende invloed. Het feit dat niet alle aangedragen punten hebben geleid tot aanpassing van het plan, betekent niet dat het participatieproces onzorgvuldig is geweest. In het ontwerp-omgevingsplan is de bevoorrading van zowel de Vomar als de Albert Heijn inpandig georganiseerd in twee afzonderlijke expeditiehoven. Hiermee wordt de huidige situatie met laden en lossen in de openbare ruimte aanzienlijk verbeterd. De laad- en losvoorzieningen zijn gesitueerd aan de zijde van de Soomerwegh en worden fysiek gescheiden van de openbare ruimte en omliggende woningen door middel van groenvoorzieningen, afscheidingen en de situering van het gebouw (het Eerste Kwartier). Geluidshinder Er worden wat zaken door elkaar gehaald. De wijziging van 61 naar 63dB heeft niks te maken met laden en lossen, maar heeft betrekking op de maximale geluidsbelasting op de gevel van de nieuwe woningen als gevolg van wegverkeerslawaai. Als gevolg van aanpassingen in het verkeersonderzoek is ook de gevelbelasting opnieuw berekend daar komt de wijziging vandaan. De geluidsbelasting op de gevel is ook relevant voor de aan te brengen gevelwering bij de nieuwe woningen om het vereiste binnenniveau te verkrijgen.
Er is ook gekeken naar de toename van verkeer en de akoestische gevolgen hiervan voor de bestaande woningen (indirecte effecten). Op basis van een vuistregel verkeerstoename minder 40%=minder dan 1,5 dB toename) is geconcludeerd dat de toename aanvaardbaar is.
Daarnaast is onderzoek gedaan naar het geluid vanwege laden en lossen. Dit onderzoek richt zich primair op de nieuw te bouwen woningen. Het toont aan dat aan de voldaan wordt aan de grenswaarden uit het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Ook aan de zijde van het Eerste Kwartier. Het is aannemelijk dat ook ter plaatse van de bestaande woningen aan de normen wordt voldaan. In het omgevingsplan van Castricum zijn hiertoe ook geluidsregels opgenomen (de zogenaamde Bruidsschat). Piekgeluiden tijdens de dagperiode zijn overigens uitgezonderd van toetsing. Laden en lossen vindt alleen overdag plaats; na sluiting van het winkelcentrum is laden en lossen niet mogelijk. Over de bevoorradingssituatie heeft overleg plaatsgevonden met bewoners van het Eerste Kwartier, onder andere via gesprekken met de VvE, de gemeente, Hoorne, Goudappel en de stedenbouwkundige. De huidige uitwerking van de bevoorrading maakt bovendien al onderdeel uit van de Ontwikkelvisie Geesterduin 2.0 uit 2023. Voorafgaand aan deze uitwerking zijn verschillende bevoorradingsscenario’s onderzocht, waarbij specifiek is gekeken naar manoeuvreerruimte, verkeersveiligheid en de impact op het woongebouw Eerste Kwartier. Tijdens de gesprekken zijn zorgen geuit over bevoorrading, verkeersveiligheid en het woon- en leefklimaat. Bewoners hebben daarbij ook alternatieve oplossingen aangedragen.