Overzicht technische vragen 21 januari 2021
Tekst van het document
Technische vragen bij Raadsplein 21 januari 2021 Steller GroenLinks
Onderwerp Groenbeleidsplan
GroenLinks
Groenbeleidsplan
GroenLinks
Groenbeleidsplan
GroenLinks
Groenbeleidsplan
Vraag Op pag 28 van het Groenbeleidsplan is een tabel met scores opgenomen. Op GroenAlgemeen scoren alle kernen van onze gemeente een A+. Wat wordt er precies gemeten op deze waarde en op grond waarvan komt deze hoge score uit de bus? Op pag 35 wordt gesproken over het beplanten van boomspiegels, terecht een een goede en relatief eenvoudige manier om biodiversiteit te vergroten. In de ambitietabel en in de financiële tabel aan het einde van de nota komt dit punt echter niet terug. Zijn er SMART-doelstellingen te formuleren en zijn hier geen kosten aan verbonden? Op pag 37 wordt gesproken over de bestrijding van invasieve exoten. We juichen het uitgangspunt dit te doen zonder chemische bestrijdingsmiddelen uiteraard toe. Hoe is de samenwerking met Prorail op dit punt? Bekend is dat met name langs het spoor er een nieuw "invasief lint" is ontstaan. Op pag 47 wordt een uitleg gegeven over de Boomveiligheidscontrole. Gesteld wordt dat de frequentie verhoogd wordt van eens in de 5 jaar naar eens in de 3 jaar. Uiteraard leidt dat tot een forse kostenstijging, mede omdat er externe inhuur nodig is. Het is mijn fractie echter niet duidelijk welk voordeel hiermee behaald wordt. Kan de wethouder uitleggen 1
Antwoord Groen-algemeen bestaat uitsluitend uit de beeldmeetlat Grofvuil op gras en in beplanting en deze wordt jaarlijks gemeten. Indien bij de beeldinspectie niet of nauwelijks grofvuil wordt aangetroffen dan krijgt deze meetlat een A+.
Het beplanten van boomspiegels is een eenvoudige maatregel. Bij nieuwbouw en herinrichting zal dit in de projectkosten worden opgenomen. Veel boomspiegels zijn al beplant. In gevallen dat dit nog niet is gebeurd kunnen de kosten geput worden uit de bestaande begroting. In sommige gevallen kan, gezien de ouderdom van de boom en aanwezigheid van wortels, geen beplanting worden aangebracht.
De samenwerking met ProRail is goed te noemen sinds circa twee jaar. De gemeente en ProRail proberen zoveel als mogelijk samen op te gaan tegen de bestrijding van de Japanse duizend knoop die aanwezig is bij het spoorlint. De gemeente bestrijdt daar d.m.v. elektrocutie, voor ProRail is deze methode daar niet mogelijk vanwege de vele kabels en leidingen in het areaal. ProRail is actief bezig met het bekijken en testen voor de beste mogelijkheid op hun areaal. als uitgangspunt (leidraad) wordt bij laan- en straatbomen een BVC om de drie jaar uitgevoerd. Deze leidraad vindt zijn basis in het Handboek Bomen. De gemeente heeft hiervoor een licentie en werkt volgens dit handboek. De mate van gevaarzetting (risico) wordt gevormd door de omgeving. Een laan of straatboom vormt meer risico voor de omgeving als een boom in een bos. De controle van 5 jaar naar drie jaar brengen is noodzakelijk om de veiligheid te waarborgen. Uit deze controle vloeien
wat de voordelen zijn van deze frequentieverhoging?
veiligheidsmaatregelen voort zoals snoeien en kappen. Maatregelen dienen binnen drie maanden uitgevoerd te worden. Alleen op deze wijze is de veiligheid gewaarborgd en heeft de gemeente voldoende waarborgen tegen aansprakelijkheidsstelling bij ongevallen zoals vallende takken en het omwaaien van bomen. Naast het veiligheidsaspect is het van belang om de bomen op tijd te snoeien om de gezondheid van deze bomen te waarborgen. Te laat snoeien is van invloed op de veiligheid maar veroorzaakt ook grote snoeiwonden. Dit gaat ten koste van de conditie van bomen door inrotting. Hierdoor hebben bacteriën en schimmels meer kans. door toenemende vraag naar elektriciteit om de duurzaamheidsdoelen te bereiken zullen meer verdeelstations (trafo’s) noodzakelijk zijn. Bij de plaatsing van deze stations is sprake van een groot maatschappelijk belang.
CDA
Groenbeleidsplan
Graag een voorbeeld van groot maatschappelijk belang op pagina 21.
CDA
Lijst bijzondere bomen
indien geen bijzondere bomen aanwezig zijn dan is dat de reden van ontbrekende kaartbladen.
CDA
Lijst bijzondere bomen
Klopt het dat de kaarten onder 03 Kaarten niet onze hele gemeente beslaan? Wij denken o.a. delen van Akersloot (Sluisweg, Klein Dorregeest) en Duin en Bosch te missen. Wanneer deze kaarten er wel zijn, graag toevoegen. Er staan nog bomen 'in het rood' op de lijst. Graag aangeven wat het proces is met bijbehorende termijnen voor zienswijze e/o bezwaar.
GroenLinks
Doelgroepenverordening 2021
Art. 1 sub g: is de term 'huurder' voor een huurder in Castricum niet verwarrend voor de lezer, want wel erg afwijkend van het
Deze omschrijving wordt zo gebruikt.
2
Na vaststelling van de lijst in het college zullen eigenaren een brief ontvangen met als inhoud een besluit van de betreffende boom op de lijst. Op dit besluit kan een bezwaar worden ingediend. Burgemeester en wethouders beslissen in beginsel binnen zes weken na de dag van het verstrijken voor het indienen van het bezwaarschrift. Op basis van het bezwaar vindt een heroverweging van het besluit plaats (artikel 7:11, lid 1, Awb). De reactie op de zienswijze is geformuleerd in de reactienota.
GroenLinks
Doelgroepenverordening 2021
GroenLinks
Doelgroepenverordening 2021
GroenLinks
Doelgroepenverordening 2021 Doelgroepenverordening 2021
GroenLinks
dagelijkse taalgebruik? Wie de term 'huurder' tegenkomt, zal de definitie daarvan niet zo gauw voor de zekerheid in artikel 1 nazoeken. Art. 1 sub o lijkt me geen definitie, maar een stelling. Is 'een instelling als bedoeld in ....' niet passender? Toelichting art. 2 en 3: de bedragen zijn inmiddels resp. € 752,33, € 633,25 en € 768,66. Art. 4: wat voegt lid 2 toe aan de leden 1 en 3? Toelichting art. 4: het is maar een klein verschil, maar waarom is de maximale koopprijs in Castricum bepaald op € 199.400,i.p.v. de landelijk vastgestelde € 200.000,- en waar is dit zo bepaald? - Wat is een EPC? Iets met energie? - Is de verhoging van de maximale koopprijs met € 20.000,- bij een gunstige EPC niet in strijd met de landelijk vastgestelde maximale koopprijs?
Het is een omschrijving van de definitie. Klopt, dit wordt elk jaar geïndexeerd. Hiermee zeggen wij dat de maximale aanvangskoopprijs niet jaarlijks wordt geïndexeerd zoals wel in artikel 3 wordt bepaald.
Met de regiogemeenten hebben we categorie 1 vastgesteld op € 199.400,-. Vandaar de keuze voor dit bedrag. De Energieprestatiecoëfficiënt (EPC) is een index die de energetische efficiëntie van nieuwbouw aangeeft, en wordt bepaald door berekeningen vastgelegd in de norm NEN 7120 die sinds 1 juli 2012 de normen NPR 2916 (utiliteitsbouw) en NPR 5128 (woningbouw) vervangt. Indien een woning een EPC kent die 25% lager is dan de op dat moment geldende norm uit het Bouwbesluit heeft dit een positief effect op het verbruik voor de eigenaar en draagt dit bij aan de duurzaamheidsambities van Castricum. Castricum heeft grote ambities op het gebied van duurzaamheid en dit vergt ook meer van bouwers. Door een gunstigere EPC heeft de woning lagere netto woonlasten waardoor dit een iets hogere koopprijsgrens rechtvaardigt. Er zijn verschillende gemeente die deze methodiek toepassen.
GroenLinks
Doelgroepenverordening 2021
Art. 5: waarom is in lid 1 sprake van 'DAEMnorm' (hier is trouwens 'de' weggevallen) en 3
Deze bedragen zijn hier opgenomen ter verduidelijking.
GroenLinks
Doelgroepenverordening 2021
GroenLinks
Doelgroepenverordening 2021
GroenLinks
Doelgroepenverordening 2021
in de leden 2 en 3 niet, zoals in de toelichting, van 2 resp. 1,5 maal de DAEB-norm, maar van bedragen in euro's? - Lid 4 ontbreekt. - In lid 5 staat dat B&W de vrijheid hebben "deze norminkomens" jaarlijks aan te passen, dus ook het norminkomen in lid 1 voor sociale huurwoningen. Is dat niet in strijd met artikel 48 lid 1 van de Woningwet, waarnaar de definitie van de DAEB-norm in art. 1 sub c verwijst? Art. 6 lid 2 en 3: in lid 2 wordt alleen naar art. 5 lid 3 verwezen als de toepasselijke inkomenseis wordt bedoeld, en in lid 3 sub c is eenvoudigweg van 'de inkomenseis' sprake. Het is voor de lezer niet meteen duidelijk dat hiermee hetzelfde wordt bedoeld. Misschien is het duidelijker om ook in lid 3 sub c de inkomenseis te verduidelijken door naar art. 5 lid 3 te verwijzen? Art. 7 lid 1: vóór 'blijven' is 'te' weggevallen. - Toelichting lid 4: In dit lid staat dat van de instandhoudingstermijn kan worden afgeweken ten gunste van de aanvrager; deze kan dan dus eerder voor een volgens de doelgroep te hoge prijs verhuren of verkopen. Maar hoe kan, zoals in de toelichting als voorbeeld staat, een economische crisis daartoe aanleiding zijn? Art. 8 lid 1: hier wordt een minimale gebruiksoppervlakte bepaald voor onzelfstandige woonruimte. Maar valt onzelfstandige woonruimte niet buiten de 4
Dit lid ontbreekt niet maar telling moet worden aangepast. Lid 5 heeft betrekking op lid 2 en 3.
De huidige verwijzing is voldoende.
Economische omstandigheden kunnen voor een forse verandering in de vraag naar woningen (bv verandering van bevolkingssamenstelling, verandering van doelgroep) zorgen waardoor de aanvrager van de instandhoudingstermijn kan afwijken.
In de begripsomschrijvingen staat het begrip woning uitgelegd. Dit is een zelfstandige woning. Een onzelfstandige woonruimte (kamers) valt niet buiten deze verordening. Corporaties beschikken over onzelfstandige woonruimte. Voor het waarborgen van
werkingssfeer (en dus ook buiten de handhavingsmogelijkheden) van deze verordening, die, als ik het goed zie, alleen over woningen gaat - zelfstandige woonruimten volgens art. 1 sub p?
5
de minimale prijs-/kwaliteitsverhouding is het belangrijk dit vast te leggen.