Notitie aandachtspunten collegevorming incl. bijlagen
Tekst van het document
AANDACHTSPUNTEN COLLEGEVORMING
Gemeenteraadsverkiezingen 2022
Proces totstandkoming college Formeel is er weinig geregeld over het proces van collegevorming. In het verleden was het in Castricum gebruikelijk dat de grootste fractie het voortouw nam bij de formatie. In de afgelopen raadsperiode heeft de raad geëxperimenteerd met een andere vorm om tot een college te komen. Er is gewerkt met een raadsprogramma in combinatie met een raads- of minderheidscollege. Deze werkwijze is in september 2021 door de toenmalige raad geëvalueerd. De opbrengst van deze sessie is bijgevoegd als bijlage. Uiteindelijk beslist u als nieuwe raad in meerderheid over het te volgen proces na de verkiezingen. In deze notitie geven we u in dat kader een aantal aandachtspunten mee. Qua proces zou u bijvoorbeeld kunnen kijken naar het model zoals dat door de Tweede Kamer is gehanteerd. Vertaalt naar de gemeente komt dat in hooflijnen neer op het werken met - in eerste instantie - een informateur die verkennende gesprekken voert met alle partijen. Doel van deze informatiefase is de mogelijkheden voor een nieuw college te onderzoeken aan de hand van onder andere de volgende vragen:
Proces totstandkoming college Welke politieke keuzes liggen ervoor? Wat zijn de wensen van de raadsfracties? Waar zijn partijen het over eens, en waarover niet? Wat zijn de politiek gevoelige onderwerpen? Welke partijen willen met elkaar samenwerken, welke niet? Worden er partijen uitgesloten? Wat zijn kansrijke collegevarianten? Resultaat is een advies voor de volgende fase. Het advies wordt toegelicht in een openbare vergadering van de raad. Vervolgens kan een formateur aan het werk. Doelen in de formatiefase zijn: Een inhoudelijke visie met een agenda voor de nieuwe raadsperiode op te stellen (een programma) op basis van de input uit de informatiefase. Kandidaat-wethouders te inventariseren en te selecteren. Een college te formeren en wethouders benoemen.
Proces totstandkoming college Er zijn meerdere manieren waarop het inhoudelijk programma en het college van B&W tot stand kunnen komen. In de traditionele variant stelt de coalitie een coalitieakkoord op, onder leiding van een formateur, en levert de wethouders. Vier jaar geleden heeft u geëxperimenteerd met een raadsbreed opgesteld programma, uit te voeren door een minderheidscollege (ook wel raadscollege genoemd). Ook zijn allerlei tussenvarianten denkbaar. Zo is bij de evaluatie van de werkwijze met een raadsprogramma bijvoorbeeld geopperd te werken met een raadsagenda, waarbij vanuit de raad de belangrijkste thema’s voor de komende jaren worden benoemd die in ieder geval terug moeten komen op de agenda, zonder dat al nader inhoudelijk uit te werken. Zaken om over na te denken zijn de wijze waarop de raad wordt geïnformeerd over de voortgang van de coalitievorming, de mate van openbaarheid van het proces en de communicatie met de lokale samenleving, begeleiding door een al dan niet externe informateur en formateur, etc.
Rol burgemeester bij collegevorming Ook ten aanzien van de rol van de burgemeester in het proces van collegevorming is weinig geregeld. Artikel 35 van de Gemeentewet bepaalt alleen dat de burgemeester wordt geïnformeerd over de uitkomsten van de college-onderhandelingen en dat hij alsdan in de gelegenheid wordt gesteld om zijn opvattingen over voorstellen ten behoeve van het collegeprogramma kenbaar te maken. De burgemeester is evenwel bewaker van de eenheid van het collegebeleid, voorzitter van de raad, bewaker van de kwaliteit van de besluitvorming en heeft een brugfunctie tussen raad en college. Het is daarom van belang om de rol die de burgemeester gevraagd wordt te spelen voorafgaand aan de collegeonderhandelingen met betrokken partijen te bespreken en te bepalen op welke wijze en op welke momenten hij bij, of in de onderhandelingen wordt betrokken.
Rol burgemeester bij collegevorming De burgemeester kan actief betrokken zijn bij het proces door: voorafgaand aan en gedurende de onderhandelingen te worden geïnformeerd; hem de kans te geven om te waarschuwen indien hij problemen voorziet; hem de mogelijkheid te bieden om (vooraf en tussentijds) te adviseren en gehoord te worden. Ook behoort de burgemeester van de raad en de collegeonderhandelaars de ruimte te krijgen om zich voorafgaand aan, of tijdens het proces, uit te spreken over de samenstelling en de inhoud van zijn portefeuille. U kunt in dit kader ook nog een brief van de burgemeester tegemoet zien om u enkele aandachtspunten mee te geven.
Ondersteuning griffier & secretaris bij collegevorming Ambtelijke ondersteuning bij het proces van collegevorming kan een secretarieel-administratief, procesmatig en/of inhoudelijk karakter hebben. De raadsgriffier heeft de taak de hele raad te ondersteunen (neutraliteit). De vraag is of de griffier vanuit die positie een ondersteunende taak naar de coalitie kan hebben. Gelet op de neutraliteit van de griffier zijn er twee hoofdkeuzes mogelijk: De griffier heeft geen rol bij de coalitie- en collegevorming en ondersteunt alleen de plenaire openbare vergaderingen van alle raadsfracties en raadsvergaderingen waarin de resultaten van coalitieen collegevorming worden besproken. Desgewenst worden de onderhandelingsbijeenkomsten van de mogelijke collegepartijen ambtelijk ondersteund. Of De griffier ondersteunt ook de coalitievorming en de daarbij behorende onderhandelings-bijeenkomsten tot het moment dat bepaalde partijen besluiten met elkaar een college te vormen en er coalitieafspraken op papier .
Ondersteuning griffier & secretaris bij collegevorming worden gezet. Eventueel zou dan een beroep op de ambtelijke organisatie kunnen worden gedaan, bijvoorbeeld als het gaat om de financiële vertaling van e.e.a. Afhankelijk van de keus die gemaakt wordt kan desgewenst ambtelijke ondersteuning worden geboden. De volgende stukken worden sowieso beschikbaar t.b.v. de onderhandelingen: een overzicht van geldend beleid een overdrachtsdossier een overzicht van de standpunten per partij op thema op basis van de verkiezingsprogramma's (bijgevoegd)
Benoeming wethouders Wethouders worden benoemd door de gemeenteraad. Op grond van de Gemeentewet gelden een aantal wettelijke criteria ten aanzien van de benoembaarheid van kandidaat wethouders: Wettelijke benoembaarheidsvereisten (artikel 36a) Voor het wethouderschap van de raad is vereist dat men ingezetene van de gemeente is, de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt en niet is uitgesloten van het kiesrecht. De raad kan voor de duur van een jaar ontheffing verlenen van het vereiste van ingezetenschap. De ontheffing kan in bijzondere gevallen, telkens met een periode van maximaal één jaar worden verlengd. Aanvullende eisen gelden voor hen die geen onderdaan van een lidstaat van de Europese Unie zijn. Onverenigbare betrekkingen (artikel 36b) Als een wethouder andere betrekkingen uitoefent naast zijn politieke ambt, kan dit leiden tot belangenverstrengeling. Dat kan de ambtsdrager in kwestie bij zijn onafhankelijk oordeel in de weg staan. Daarom is voor alle groepen politieke ambtsdragers op vrijwel dezelfde wijze vastgelegd welke betrekkingen hoe dan ook onverenigbaar zijn met het politieke ambt.
Benoeming wethouders Onverenigbaar met het politieke ambt zijn onder meer de betrekking van minister, lid van de Raad van State en de Algemene Rekenkamer, lid van de rekenkamer van de gemeente of provincie, van Nationale ombudsman en van ambtenaar aangesteld of ondergeschikt aan het desbetreffende bestuursorgaan. Nevenfuncties (artikel 41b) Een wethouder mag geen nevenfuncties vervullen waarvan de uitoefening ongewenst is met het oog op een goede invulling van het wethouderschap. Een wethouder maakt zijn nevenfuncties openbaar en meldt zijn voornemen tot aanvaarding van een nevenfunctie aan de raad. Een wethouder die zijn ambt niet in deeltijd vervult, maakt tevens de inkomsten uit nevenfuncties openbaar. Verboden handelingen (artikel 41c) Om de verhouding tussen de politieke ambtsdrager en het bestuursorgaan zuiver te houden, zijn bepaalde handelingen, vooral in de economische sfeer, verboden. Welke dat zijn en op wie dit verbod betrekking heeft, is geregeld in artikel 41c van de Gemeentewet.
Benoeming wethouders Het gaat hierbij bijvoorbeeld om werkzaamheden als advocaat of adviseur voor het gemeentebestuur of voor de tegenpartij daarvan. Ook is het verboden om een derde te vertegenwoordigen of te adviseren die met het bestuursorgaan een bepaalde overeenkomst sluit, bijvoorbeeld voor de verkoop of verhuur van onroerend goed of het aannemen van werk. Verklaring Omtrent het Gedrag Aanvullend op bovenstaande wettelijke bepalingen is in artikel 4 derde lid van het regelement van orde bepaald dat kandidaat wethouders eveneens een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) overleggen met het screeningsprofiel ‘politieke ambtsdragers’ als bedoeld in artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens. Overigens heeft de Tweede Kamer momenteel een wetsvoorstel in behandeling waarin het overleggen van een Verklaring Omtrent het Gedrag een wettelijk vereiste wordt voor kandidaat wethouders.
Benoeming wethouders Commissie van onderzoek Artikel 4 van het reglement van orde van uw raad bepaalt verder dat de raad, bij de benoeming van een wethouder, een commissie instelt bestaande uit drie raadsleden. Deze commissie onderzoekt of benoeming van de kandidaat voldoet aan de vereisten van artikel 36a, 36b, 41b, eerste, derde en vierde lid en 41c, eerste lid van de Gemeentewet en brengt conform artikel 2, tweede lid, van dit reglement aan de raad verslag uit. De kandidaat wethouder legt aan de commissie documenten en informatie over die nodig zijn om aan de raad verslag omtrent de benoembaarheid te kunnen uitbrengen. Screeningsonderzoek Net als in 2014, 2016 en 2018 - wordt voorafgaand aan de benoeming een screeningsonderzoek door een extern bureau uitgevoerd naar de kandidaat wethouders. Doelstelling van een dergelijke screening is mogelijke integriteitrisico’s zoveel mogelijk te vermijden omdat ze van te voren bekend zijn en zaken als (de schijn van) belangenverstrengeling op voorhand te voorkomen omdat maatregelen kunnen worden getroffen.
Benoeming wethouders Professionalisering Hoewel de benoeming van een wethouder van oudsher de uitkomst van onderhandelingen tussen fracties is, pleiten de ontwikkelingen voor professionalisering. De gemeenteraad zou kunnen overwegen om, net als in 2018, een profielschets op te stellen voor wethouders. De profielschets uit de raadsperiode 2018 – 2022 is bijgevoegd als bijlage. Ook kunnen de kandidaat wethouders – met als in 2018 - gevraagd worden om voorafgaand aan de benoeming een assessment af te leggen. In de afgelopen raadsperiode heeft de raad er voor gekozen om te werken met een ‘marginale toets’ waarbij kandidaat wethouders voorafgaand aan de benoeming kennis maken met alle fractievoorzitters. Ten slotte is er deze raadsperiode voor gekozen om jaarlijks klankbordgesprekken te voeren met de wethouders.
Bijlagen Evaluatie werkwijze met raadsprogramma en raadscollege een overzicht van de standpunten per partij op thema op basis van de verkiezingsprogramma's Profielschets wethouders 2018 – 2022
Bijlagen Aan
: Gemeenteraad
Afdeling
: Griffie
Opsteller
: R. Slootweg
Datum
: 1 oktober 2021
Onderwerp
: Evaluatie werkwijze met een raadsprogramma 2018 - 2022
In 2018 besloot de gemeenteraad van Castricum om deze raadsperiode een experiment aan te gaan: in plaats van ‘klassieke coalitievorming’ werd gekozen voor de werkwijze met een raadsprogramma in combinatie met een ‘raadscollege’ dat niet bij voorbaat kan rekenen op een meerderheid in de raad. Wellicht is het ten geleide goed even kort terug te grijpen naar de aanleiding om in 2018 voor deze aanpak te kiezen. De bestuurscrisis in 2016 heeft de verhoudingen destijds behoorlijk verstoord. Om de crisis weer te boven te komen is flink geïnvesteerd in het verbeteren van de onderlinge verhoudingen. Zo heeft onderzoeksbureau BMC een onderzoek gedaan naar de bestuurscultuur (opgeleverd medio 2017) en is vervolgens een breed samengestelde raadswerkgroep aan de slag gegaan met de aanbevelingen uit het onderzoeksrapport. De afspraken over werkwijze en omgangsvormen zijn unaniem aanvaard in de laatste raadsvergadering voor de verkiezingen en overgedragen aan de nieuwe raad tijdens een ‘heidag’ die onderdeel uitmaakte van het inwerkprogramma. Onderdeel van deze afspraken is o.a. meer tijd te nemen voor onderling debat, de raad vroegtijdig te betrekken bij grote onderwerpen en inwoners (nog) meer ruimte te geven hun mening kenbaar te maken. Daarnaast heeft de burgemeester in aanloop naar de verkiezingen van 2018 het initiatief genomen om te komen tot een maatschappelijke agenda.
Om hiertoe te komen is een zo divers mogelijke groep van ‘verkenners’ samengesteld. De deelnemers waren afkomstig uit de verschillende kernen en werkzaam in diverse sectoren. De verkenners zijn in gesprek gegaan met allerlei groepen betrokken inwoners uit de gemeente en hebben op basis daarvan een maatschappelijke agenda opgesteld waarin de belangrijkste beelden en ambities voor de toekomst van onze gemeente zoals ze gezien worden door inwoners/bedrijven/organisaties zijn opgenomen. Kernboodschap van de maatschappelijke agenda is de oproep aan de politiek (en de ambtenarij) om te investeren in de relatie tussen overheid en samenleving en op zoek te gaan naar manieren om écht samen te werken. De maatschappelijke agenda is aangeboden aan de politieke partijen in Castricum als input voor de verkiezingsprogramma’s Met het oog op het voeren van een meer open proces waarbij de verschillende fracties allen hun inbreng zouden kunnen leveren over waar het de komende vier jaar over moet gaan, is in 2018 gekozen voor het opstellen van een raadsbreed programma onder leiding van een onafhankelijke informateur. De informateur heeft vervolgens een advies uitgebracht over de samenstelling van een college dat de uitvoering van het raadsprogramma ter hand zou kunnen nemen.
Een onafhankelijke formateur heeft vervolgens het stokje overgenomen en heeft de gemeenteraad uiteindelijk geadviseerd een minderheidscollege te benoemen waarbij door drie partijen elk één wethouder werd geleverd. Zijn advies voor de vorming van een minderheidscollege was gelegen in de overtuiging dat een dergelijke constructie, die niet op voorhand verzekerd is van een meerderheid in de raad, het debat in de raad stimuleert, de kwaliteit van besluitvorming bevordert, ruimte geeft aan betrokkenen vanuit de samenleving, de maximale inbreng van alle raadsleden garandeert en zorgt voor openheid en transparantie. Nu het einde van deze raadsperiode in zicht komt, is afgesproken de in 2018 gekozen werkwijze met elkaar te evalueren in een gezamenlijke bijeenkomst. Ter voorbereiding is een overzicht toegezonden van alle activiteiten, bijeenkomsten en stukken van de afgelopen jaren rond het raadsprogramma (bijlage 1). Een nieuwe manier van werken vraagt immers nieuwe processen en structuren, daar is dan ook regelmatig in gezamenlijkheid bij stilgestaan tijdens o.a. presidia, jaarlijkse heisessies en een aantal aparte werkbijeenkomsten. Castricum is met dit experiment overigens niet uniek. Een toenemend aantal gemeenteraden is deze raadsperiode de zoektocht aangegaan om de klassieke werkwijze met een coalitieprogramma en vaste coalitie- oppositieverhoudingen te doorbreken.
Over de ervaringen in den lande zijn inmiddels diverse onderzoeksrapporten verschenen. Een aantal van de belangrijkste constateringen, conclusies en aanbevelingen uit die rapporten (Handreiking Leerkring raadsakkoorden uit juni 2020 & Een routekaart voor raadsakkoorden uit april 2021) zijn kort op een rijtje gezet en konden ook benut worden als input voor de evaluatie (bijlage 2). Tijdens de heisessie van 26 augustus 2021 is de werkwijze met een raadsprogramma geëvalueerd met raads- en commissieleden en het college van burgemeester en wethouders onder leiding van Fons Nijnens. Centraal stond de vraag hoe het werken met een raadsprogramma en een raadscollege de afgelopen jaren is bevallen. Zou u een nieuwe raad adviseren opnieuw op deze wijze te werken, en zo ja, wat zou u dan als tips en adviezen meegeven? Zo nee, welke elementen uit deze manier van werken zouden voor u de moeite waard zijn om te behouden? In groepjes van 4 of 5 deelnemers van wisselende samenstelling is er een antwoord geformuleerd op een zestal vragen over de voor- en nadelen van het werken met een raadsprogramma. De verschillende groepjes koppelden na iedere ronde hun gesprekken terug aan de andere aanwezigen. Op hoofdlijnen komt daaruit het volgende beeld naar voren:
Wat gaat in Castricum echt goed? Wat is de winst? Wat maakt het lastig?
De winst van het werken met een raadsprogramma is dat het mogelijk is om als fractie of als individueel raadslid meer voor elkaar te krijgen. Je bent immers niet beperkt door een vooraf gemaakt coalitieakkoord en iedereen is in de gelegenheid om aan de voorkant bij te dragen. Partijen die dat willen kunnen veel voor elkaar krijgen. Iedereen kan het verschil maken. Dit vraagt echter wel een actieve rol van raad en raadsleden, je moet elkaar opzoeken. Die actieve rol is echter ook veeleisender, kleinere fracties hebben soms het gevoel dat ze verzuipen.
2
Het systeem is dualer en daarmee democratischer geworden. Het is mogelijk om tegen voorstellen van de ‘eigen’ wethouder te stemmen en daardoor kan er beter aan de fractieidealen worden vastgehouden. Ook moet het college actief op zoek naar een meerderheid waardoor de raad veel vaker in een vroeg stadium bij voorstellen wordt betrokken, er meer discussie in de raad plaatsvindt en kleine fracties meer gehoord worden. Er is meer ruimte voor inhoudelijk debat en de meeste voorstellen worden met een ruime meerderheid van stemmen aangenomen. Het raadsprogramma is, vooral in de eerste jaren, goed geweest voor de onderlinge verhoudingen. Zeker na de bestuurscrisis was hier behoefte aan. Het werken met een raadsprogramma brengt ook nieuwe dilemma’s met zich mee. Vier jaar vooruit kijken is lastig. Door onverwachte zaken als Corona en de bezuinigingen kunnen de gestelde kaders onder druk komen te staan. Hoe je omgaat met nieuwe zaken die zich aandienen is niet altijd duidelijk. De status van het raadsprogramma levert soms ook wat hoofdbrekers op. Het raadsprogramma raakt aan veel onderwerpen die qua abstractieniveau nogal van elkaar verschillen. Het moet helder zijn waar de overeenkomst tussen de fracties precies zit en waar nog discussie over moet plaatsvinden.
Van tevoren zou duidelijker moeten zijn of het om een programma van opdrachten aan het college gaat of dat het vooral denkrichtingen zijn die voor nadere uitwerking aan de raad moeten worden voorgelegd. Ook zou de raad mogelijk duidelijker een prioritering kunnen aangeven in de diverse onderwerpen. Als risico wordt benoemd dat de lange termijn mogelijk uit het zicht raakt. Ook wordt geconstateerd dat de spelregels ontbreken voor als het lastig wordt. Bij ingewikkelde en onverwachte problemen bestaat het risico dat men terugvalt naar een vorm van ‘coalitie’. Ook is de beleving bij sommige fracties dat het raadsprogramma bij tijd en wijlen juist is gebruikt als manier om het debat te smoren. Deze werkwijze is nieuw en daarmee nog pionieren. Zou je nog een keer voor dergelijke aanpak kiezen, dan is het van belang direct aan het begin goede spelregels met elkaar af te spreken. Ook wordt opgemerkt dat je zou kunnen nadenken over de vorm die je een raadsprogramma geeft: een inhoudelijk programma, afspraken over omgangsvormen of een agenda waarin je met elkaar afspreekt welke onderwerpen tijdens de raadsperiode op de agenda moeten komen.
Hoe is het proces om tot een raadsprogramma te komen, u bevallen? Zou u de nieuwe raad aanraden om te gaan werken met een raadsprogramma? Welke spelregels zou u willen voorstellen voor het proces en voor de besluitvorming? Wat is uw advies aan de raad van de komende periode/geleerde lessen?
Het proces om te komen tot een raadsprogramma is verschillend ervaren. Er wordt opgemerkt dat het verfrissend heeft gewerkt om met alle fracties aan een raadsperiode te beginnen en niet direct in termen van coalities te denken. Ook wordt benoemd dat er na de bestuurscrisis veel behoefte was om iets nieuws te proberen. Dit was in het begin wel erg zoeken. Het proces is dan ook als een experiment ervaren. Sommige fracties ervoeren druk vanwege het tempo waardoor overleg met de achterban lastig was en sommige prioriteiten niet goed konden worden verdedigd. Anderen merken juist op dat het proces krakend op gang kwam en dat er veel en (te) lang met alle fracties naar unanimiteit is gezocht over bepaalde onderwerpen en doorgepraat over details die misschien achteraf niet zo belangrijk waren. Na het op papier zetten van het raadsprogramma is gezocht naar ervaren wethouders die affiniteit hadden met het programma. Ook dit wordt benoemd als belangrijk onderdeel van het gehele proces. Door sommigen is dit onderdeel als een kantelpunt
3
ervaren: door de keuze voor bepaalde partijen die wethouders gingen leveren vielen andere fracties buiten de boot. Zou men er voor kiezen nog een keer met een vorm van een raadsprogramma te gaan werken, dan is het raadzaam bij de volgende zaken goed stil te staan:
Begin met de spelregels van het raadsprogramma. Wat is de status van het programma? Wat gebeurt er als fracties ‘uittreden’? Wat doe je in zwaar weer of bij onverwachte omstandigheden? Hoe ga je om met nieuwe initiatieven? Accepteer je dat je soms je zin niet krijgt? Welke omgangsregels hanteren we? Hoe duid je de verkiezingsuitslag en weeg je die mee in het programma? Stel een procesbegeleider aan en denk goed na over wie deze persoon moet zijn. Denk na over hoe je de samenleving laat participeren in de vorming van een raadsprogramma. Denk goed na over vorm en status van een raadsprogramma. Is het een keurslijf of een inspiratiebron? Is het een inhoudelijk programma, een manier om met elkaar om te gaan of een agenda? Ga je voor een programma op hoofdlijnen met ruimte voor nadere uitwerking? Hoe ga je om met nieuwe onderwerpen die zich aandienen? Bouw prioritering in. Maak onderscheid tussen hoofdpunten en bijzaken. Bouw evaluatie- en herijkmomenten in. Nu wordt bij de kadernota en begroting gerapporteerd over de uitvoering van het raadsprogramma. In de praktijk zien we dat behandeling hiervan dan wat ondersneeuwt. Het is zaak dit jaarlijks apart te agenderen en met elkaar stil te staan bij de noodzaak om al dan niet inhoudelijk te herijken. Blijf jaarlijks gesprekken voeren met wethouders.
Geef aan hoe je wethouders werft, wat er van wethouders wordt verwacht in hoe zij zich verhouden tot de raad en het raadsprogramma. Belangrijk is om na te denken hoe er veiligheid kan worden gecreëerd voor zowel raadsleden als wethouders, zodat men niet bang is om te handelen. Denk na over in welke mate het raadsprogramma ‘SMART’ geformuleerd zou moeten worden zonder daarbij op de stoel van het college te gaan zitten. Denk na over uitvoerbaarheid, borging in de ambtelijke organisatie en de financiële vertaling. Kijk verder door naar de lange termijn. Bijvoorbeeld ‘Castricum 2040’.
4
Wethoudersprofiel 2018 - 2022 gemeente Castricum Kandidaten zijn in de mannelijke vorm genoemd, dit dient gelezen te worden als: hij/zij Algemeen: Er wordt gezocht naar een enthousiaste pragmaticus die op effectieve en efficiënte wijze, binnen vooraf opgegeven en als bekend veronderstelde financiële kaders de ambities van de raad kan realiseren. In termen van strategie kiest dit type wethouder voor het maximaal haalbare en volgt de politieke meerderheid. Hij speelt met verve een bemiddelende rol, legt verbindingen tussen de meningen van politici en overbrugt standpunten. Het bereiken van overeenstemming is belangrijk. Stapsgewijs wordt het doel bereikt. Hij realiseert zich dat er sprake is van collegiaal bestuur met een bijzondere verantwoordelijkheid naar de eigen portefeuille. Hij kan functioneren in een team en is in staat door zijn inbreng het team te versterken. Hij onderschrijft het raadsprogramma en ontwikkelt op basis daarvan beleid en voert dit voortvarend in de geest van het raadsprogramma uit. Hij realiseert zich dat er sprake is van een duaal stelsel en onderkent daarmee het primaat van de gemeenteraad Hij is in staat het partij-, dorps-/kernbelang ondergeschikt te maken aan het algemeen belang, zonder het bestaan van dorpseigen identiteiten uit het oog te verliezen.
Hij is in staat te opereren in en te schakelen tussen het politieke, het bestuurlijke, het ambtelijke en het publieke speelveld, beschikt over voldoende parate financiële kennis of is in staat deze aangaande zijn takenpakket snel en adequaat op te halen en over te brengen. Hij is een verbinder en legt gemakkelijk contacten met partners en vooral ook inwoners, maatschappelijke organisaties, verenigingen en het bedrijfsleven voor zover het zijn portefeuille betreft. Samenwerkingsverbanden. Hij behartigt nadrukkelijk de belangen van de gemeente Castricum in samenwerkingsverbanden en opereert daarbij transparant en proactief naar de raad bij ontwikkelingen binnen een samenwerkingsverband. Inwoners. - Hij maakt zich de couleur locale, die per kern of wijk verschillend kan zijn, snel eigen. - Hij is in staat en zeer gemotiveerd om in voorstadia van (nieuwe) ontwikkelingen burgers te betrekken bij de planvorming. - Hij is in staat snel een onderdeel van de samenleving te zijn. - Hij is in staat de rol van wijkwethouder actief te vervullen.
1
Hij beschikt over aantoonbare bestuurlijke ervaring. Hij is in staat tot zelfreflectie en is bereid jaarlijks zijn functioneren op basis van dit profiel met de fractievoorzitters te evalueren. De wethouder beschikt daarbij over de volgende competenties: 1. Analytisch vermogen. Hij overziet de delen en het geheel van ontwikkelingen, vraagstukken en projecten, begrijpt hoe deze elementen met elkaar samenhangen en is in staat hierover op een open en toegankelijke wijze te communiceren. Verdiept zich waar nodig in details om het overzicht te krijgen. Kan dit inzicht op effectieve manier vertalen naar handelen en besluitvorming. 2. Oordeelsvorming. Weegt informatie vanuit verschillende hoeken zorgvuldig af tegen de relevante criteria en komt op basis hiervan tot een afgewogen oordeel. 3. Overtuigingskracht. Kan door middel van overredingskracht, persoonlijk overwicht en tact invloed uitoefenen op ideeën en standpunten van anderen. 4. Inlevingsvermogen. Is alert op behoeften en gevoelens van anderen en reageert daar begripvol, met respect en passend op, zowel intern als extern. 5. Onderhandelen. Behartigt de gemeentebelangen in onderhandelingssituaties en bereikt overeenstemming met behoud van wederzijds respect. 6. Politieke sensitiviteit. Heeft inzicht in en is alert op (in)formele verhoudingen binnen en buiten het gemeentehuis en kan daar adequaat op inspelen. 7.
Resultaatgerichtheid. Werkt energiek, daadkrachtig en met passie voor zijn zaak naar resultaten toe en weet deze doelen op financieel realistische, efficiënte en effectieve wijze te realiseren. 8. Samenwerken. Handelt vanuit het gemeentebelang en levert samen met anderen een bijdrage aan het gemeenschappelijke resultaat, en is daarbij eerlijk, transparant en open. 9. Sturend vermogen. Is in staat richting en sturing te geven en geeft anderen de ruimte en het vertrouwen om te handelen binnen de gestelde kaders en voelt daarbij bestuurscultuur aan. Delegeert, durft los te laten. Hij beschikt over kennis en ervaring op HBO/WO-niveau en heeft kennis van of grote affiniteit met een van de volgende beleidsvelden: ruimte, sociaal, financieel/ICT en maatschappelijk. Het hebben van empathie en het vermogen zich op onderdelen in te leven op beleidsdoelen die niet direct tot zijn eigen portefeuille behoren en hieraan waarden toe te voegen en daarbij in staat te zijn een ander iets te gunnen, zijn een pré. Hij realiseert zich dat de tijdbesteding groot is en op onregelmatige tijden plaatsvindt. Hij is stressbestendig. Procedure Hij is in staat op basis van eigen ervaringen in het verleden bovenstaande toe te lichten. Hij schrijft een motivatiebrief van maximaal 1 A-vier en verstrekt een recente CV. Vertegenwoordigers van de collegepartijen zullen de selectie van de wethouders doen.
Hierna volgt voor de beoogde kandidaten een wethouderscreening en integriteitstoets om vervolgens bij gebleken geschiktheid te worden voorgesteld aan de fractievoorzitters van andere de partijen in de gemeenteraad. Deze kunnen advies uitbrengen over de kandidaten, waarna de collegepartijen beslissen welke kandidaten zij voor benoeming voordragen aan de gemeenteraad. Een assessment maakt deel uit van de procedure.
2