CConstaterende datCastricum
Koppel je AI →
Document · PDF

Brief college inzake meicirculaire 2021, gemeentefonds en arbitrage jeugd

Raadsplein - Carrousels 17 juni 2021, gemeente CastricumBij agendapunt: Behandeling Kadernota 20225.995 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aan de leden van de gemeenteraad

Briefnummer

Inhoud

Voorvoegsel Klanttype Klantcode Documentsoort

Domein Team Contactpersoon Bijlage(n)

: BVO : Regie : Michel Konijn :

Ons kenmerk Zaaknummer Uw brief van Datum

: : : : 9 juni 2021

Onderwerp

: Meicirculaire 2021 / Financiële actualisatie Kadernota 2022

Geachte leden van de raad, Op 31 mei 2021 in de namiddag is de Meicirculaire 2021 uitgebracht. In deze brief worden de gevolgen van de meicirculaire op de meerjarenraming nader uiteen gezet. Samenvattend: Voor 2021 afgerond € 500.000 voordeel; Het jaar 2022 is ook voordelig (+ € 58.000); De jaren 2023 (-/- € 167.000) en 2024 (-/- € 394.000) pakken per saldo nadelig uit; Voor 2025 (e.v.) is het netto-effect van de meicirculaire 2021 gering (-/- € 7.000 nadeel). Eerst worden de mutaties toegelicht waarbij veel gebruik is gemaakt van de teksten zoals deze in de meicirculaire 2021 zelf zijn opgenomen. De ‘vindplaats’ cq. de paragraaf wordt aangegeven. Na de – financiële - uitwerking van de meicirculaire 2021 volgt een stand van zaken bij de herijking van het gemeentefonds en een nadere duiding van de afspraken VNG-Rijk naar aanleiding van de arbitrage die de VNG heeft ingeroepen om te komen tot een structurele oplossing voor de financiële tekorten in de jeugdzorg. De Meicirculaire 2021 De meicirculaire gemeentefonds 2021 informeert de gemeenten over de uitkeringen uit het fonds: de algemene uitkering, de decentralisatie- en integratie-uitkeringen en het deelfonds sociaal domein. Voor gemeenten is dit belangrijke informatie bij het opstellen van hun begroting. Korte financiële samenvatting 2020 De uitkeringsfactor 2020 is niet bijgesteld. De algemene uitkering is niet gewijzigd.

2021 en verder In het volgende overzicht worden de mutaties weergegeven. In de eerste kolom staat de paragraaf van de meicirculaire 2021 aangegeven die van toepassing is. In een aparte bijlage worden de mutaties kort toegelicht. Raadhuisplein 1, 1902 CA Castricum  Postbus 1301, 1900 BH Castricum Tel.: 14 0251  Internet: www.castricum.nl  E-mail: info@castricum.nl

Pagina 1 van 11

Overzicht van de mutaties: paragr. 2.2-1 2.2-2

2.2-7 2.2-8/9 2.2-8/9 2.2-10 2.2-13 2.2-14 2,2-15 2.2-16 2.2-18 2.2-19 2.2-21 3.2-1 3.2-3 3.2-4 3.2-6 3.2-10 3.2-12

2021 Mutatie a.g.v. wijziging uitkeringsfactor i.v.m. accres Afrekening BCF-plafond Ontwikkeling uitkeringsbasis, actualisatie maatstafgeg./uitk.factor Taakmutaties: - ivm Problematiek jeugdzorg* Terugdraaiing aanname 1e firap 2021 extra middelen jeugdzorg - i.v.m. Compensatie Voogdij/18+ - i.v.m. Verrekening Voogdij/18+ - i.v.m. Ketensysteem Jeugd - i.v.m. Rijksvaccinatieprogramma - i.v.m. Prenataal huisbezoek JGZ - i.v.m. Kinderopvang toezicht en handhaving - i.v.m. Energielabel C kantoren - i.v..m. Wet Open Overheid - i.v.m. Handelsregister - i.v.m. Versterking anti-discriminatievoorziening Decentralisatie- en integratieuitkeringen: IU Participatie IU Inburgering (incl. mutaties decembercirc. 2020) DU maatschappelijke begeleiding Terugdraaiing aanname DU maatsch.begeleid. IU Voogdij/18+ (incl. verwerking aannames) Herorientatie zelfstandigen Jeugd aan Zet Totaal

149.277 359.308

2022 -196.990

2023 -393.892

2024 -564.699

2025 -615.792

146.956

112.038

106.970

91.013

-9.559 -471 7.433 7.964 475 3.416 113.270 -1.806 14.445

-9.582 -472 7.560 7.987 476 3.424 126.445

-9.617

-9.697

7.697 8.023 478 3.436 139.749

7.761 8.095 483 3.465 153.713

14.480

14.532

14.653

33.722 17.869

33.993 15.404

31.698 8.344

32.295 3.585

-900.000

-900.000

0

0

-763.276

-982.139

-253.389

-310.426

546.981 -600.000 7.984 -469 8.588

3.397 -1.796 14.367 27.098 2.649 18.960 -44.000 24.501 14.836 10.000 541.681

* tegenover de geel-gearceerde cellen staan ook mutaties in de exploitatiebudgetten. In bovenstaand overzicht de mutaties die in de meicirculaire 2021 staan opgenomen en leiden tot een mutatie op de algemene uitkering (een baten-post in onze exploitatie). Naast deze mutaties geeft de meicirculaire 2021 ook aanleiding om kostenbudgetten te muteren. In het overzicht zijn het de geelgearceerde regels. Het bedrag bij Participatie is hoger omdat ook het bedrag van de maatstaf ‘Klassiek re-integratie’ meegenomen wordt. Hieronder een overzicht van de betreffende mutaties in de kostenbudgetten en het effect op het begrotingssaldo.

Mutatie op de te ontvangen algemene uitkering paragr. 2.2-18 2.2-21 3.2-1 3.2-3 3.2-10 3.2-12

Verhoging kostenbudgetten: T.b.v. Wet Open Overheid T.b.v. Versterking anti-dicriminatievoorziening I.v.m. wijziging IU Participatie/maatstaf Klassiek re-integr. I.v.m. wijziging IU Inburgering T.b.v. corona: Herorientatie Zelfstandigen T.b.v. corona: Jeugd aan Zet

Effect op begrotingssaldo

2021

2022

2023

2024

2025

541.681

-763.276

-982.139

-253.389

-310.426

113.270 14.445 35.619 17.869

126.445 14.480 55.175 15.404

139.749 14.532 39.858 8.344

153.713 14.653 64.522 3.585

181.203

211.504

202.483

236.473

-944.479 -1.193.643

-455.872

-546.899

14.367 2.649 14.836 10.000 41.852 499.829

Dekking De belangrijkst oorzaak van het negatieve effect op de begroting is 1) de aframing van de IU Voogdij/18+ i.v.m. het woonplaatsbeginsel en 2) aanpassing van het accres door een actualisatie van de loon- en prijsontwikkeling van het CPB.

PAGINA 2 van 11

Voor wat betreft het eerste item verwachten wij dekking uit de compensatieregeling voor nadeelgemeenten van deze wijziging, dan wel compensatie van de regio-gemeenten op basis van de intentieovereenkomst. Het tweede item wordt gedekt door een actualisering van de stelpost indexering. Deze is opgenomen om de inflatie op te kunnen vangen. Nu de verwachting is dat deze lager wordt, kan het begrote bedrag worden geactualiseerd cq. naar beneden worden bijgesteld. Het totale effect van de meicirculaire 2021 op de begroting is als volgt: 2021 Effect op begrotingssaldo

499.829

Dekking: Compensatie-regeling Voogdij/18+ nadeel-gemeente t-2 Actualisering stelpost indexatie i.v.m. lagere inflatie/acress PER SALDO EFFECT meicirculaire 2021:

2022

2023

2024

2025

-944.479 -1.193.643

-455.872

-546.899

900.000 900.000 102.397 126.579 1.002.397 1.026.579

61.843 61.843

540.261 540.261

-394.029

-6.638

499.829

57.918

-167.064

Het effect van de meicirculaire 2021 op het saldo van de Kadernota 2022 is vervolgens: 2021 V/N

2022 V/N

2023 V/N

2024 V/N

2025 V/N

Begrotingssaldo 2021 na begrotingsraad 19-11-2020 Wegvallende dekking reserveprecario kabels en leidingen

-1.997 N

-81 N

162 V

-44 N

-44 N -120 N

Structureel 2e firap 2020 (raad 3-12-2020) Spoor 1-maatregelen (raad 18-2-2021) Spoor 2-terugdraaien taakstellingen primitieve begr. Spoor 2-maatregelen (raad 22-4-2021) Begrotingssaldo NA besluitvorming Spoor 2

-238 N 1.530 V

-358 N

-303 N

-211 N

-211 N

-705 N

-870 N 2.164 V 854 V

-1.433 N 2.539 V 966 V

-2.030 N 3.002 717 V

-2.030 N 3.002 V 597 V

1e FIRAP '21/Kadernota '22 Onvermijdelijk/autonoom/raadsprogramma Dekking Effect mei-/septembercirculaire 2021

221 V 0 V pm

-163 N 34 V pm

-90 N 0 V pm

-89 N 0 V pm

-313 N 0 V pm

SALDO 1e FIRAP 2021 /KADERNOTA 2022 Effect meicirculaire 2021 SALDO 1e FIRAP 2021 /KADERNOTA 2022 na meicirculaire'21

-483 N 500 V 16 V

725 V 58 V 783 V

875 V -167 N 708 V

628 V -394 N 234 V

284 V -7 N 277 V

In de 2e financiële rapportage 2021 / Begroting 2022 zal bovenstaande financieel technisch worden verwerkt en aan u worden voorgelegd. Herijking verdeling gemeentefonds In paragraaf 4.3 staat de stand van zaken omtrent de herijking verdeling gemeentefonds opgenomen. Begin februari 2021 hebben we kennis genomen van het voorlopige voorstel en is advies gevraagd aan de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB). Voor onze gemeente kwam het voorstel uit op een nadeel van € 230.000 (op basis van uitkeringsjaar 2017). De ROB heeft nog geen advies uitgebracht, maar wel – in een tussenbericht - om meer toelichting gevraagd. Daarnaast heeft de Tweede Kamer vragen gesteld en zijn er veel reacties ontvangen van gemeenten. Ook is gebleken dat voor een van de verdeelmaatsteven in het sociaal domein een betere bron beschikbaar is als indicatie voor de gezondheid van de bevolking. Het betreft de verdeelmaatstaf die meet hoeveel inwoners gebruik maken van specialistische GGZ.

PAGINA 3 VAN 11

Met de ROB is afgesproken dat een nieuw verdeelvoorstel, zodra het gereed is, tezamen met de antwoorden op de vragen uit het tussenbericht met hem gedeeld zal worden, opdat hij tot een eindadvies kan komen. Het aangepaste verdeelvoorstel zal naar verwachting begin juni 2021 gereed zijn en – samen met de geactualiseerde voorlopige uitkomsten per gemeente – op de website van de rijksoverheid worden gepubliceerd. Het gaat naast een aangepast verdeelvoorstel - op basis van onderzoeksjaar 2017 – om actualisatie van de uitkomsten naar 2019. De actualisatie naar 2019 betreft in ieder geval de gegevens van de verdeelmaatstaven, het totaal te verdelen bedrag per beleidsterrein (cluster) en wijzigingen in de gemeentelijke indeling. Ook de VNG zal om advies worden gevraagd. Besluitvorming over de invoering van de nieuwe verdeling – voorzien per 1 januari 2023 - is aan het nieuwe kabinet. Na definitieve besluitvorming vindt zo spoedig mogelijk de verwerking in de circulaire van het gemeentefonds plaats. De herverdeeleffecten zullen op dat moment definitief worden bepaald. Conclusie: een dezer dagen ontvangen wij een aangepast voorstel. Invoering is formeel nog niet uitgesteld, maar wordt overgelaten aan een nieuw kabinet.

Arbitragezaak tekorten in de jeugdzorg In december 2020 bleek uit het onderzoek van AEF dat gemeenten jaarlijks zo’n € 1,7 mld meer uitgeven aan de jeugdhulp dan dat ze aan middelen ontvangen. Ook werd duidelijk dat gemeenten relatief weinig mogelijkheden hebben om binnen de huidige kaders zelf het tekort terug te dringen. Toen is ook de afspraak gemaakt dat in februari 2021 zou worden gesproken over de huidige tekorten en de noodzaak dat het kabinet gemeenten hierin tegemoet zou komen. Daarnaast zijn Rijk en gemeenten gezamenlijk een traject ingegaan waarin ze werken aan verbeteringen van het jeugdhulpstelsel. Nadat het bestuurlijk overleg (tussen VNG en een brede delegatie van het kabinet over de tekorten in de jeugdzorg ) eerst door het kabinet werd opgeschoven van februari naar maart, is er in het overleg van 11 maart 2021. door het kabinet niets geboden om de tekorten van gemeenten in 2021 en 2022 te verkleinen. Over een incidentele oplossing wilde het kabinet pas praten nadat de nieuwe Tweede Kamer zou zijn beëdigd. Gelet op het ontbreken van concreet perspectief en uitstelgedrag van het kabinet heeft het VNGbestuur besloten om voor de inzet van arbitrage te kiezen. De uitkomst van de arbitrage is “semi-bindend”, wat inhoudt dat het kabinet een voorbehoud maakt voor de instemming van de Eerste en Tweede Kamer.

Inmiddels is er een uitspraak en advies van de arbitragecommissie inzake het geschil tussen Rijk (ministerie van VWS) en gemeenten (VNG) over de structurele financiering van de jeugdzorg ontvangen (https://www.rijksoverheid.nl/ministeries/ministerie-van-volksgezondheid-welzijn-ensport/documenten/rapporten/2021/05/18/jeugdzorg-een-onderwerp-van-aanhoudende-zorg ). Kort door de bocht samenvatting: “Het budget voor de jeugdzorg moet volgend jaar met € 1,9 mld omhoog, aldus het oordeel. In 2023 en 2024 moet er per jaar € 1,6 mld bij. Dat bedrag loopt langzaam af tot € 800 mln in 2028.” Naar aanleiding van de uitspraak van de Commissie van Wijzen heeft er op 2 juni jl. opnieuw bestuurlijk overleg plaatsgevonden. Als uitkomst van dit gesprek deelt de staatssecretaris van VWS (de heer Blokhuis) de Tweede Kamer mee dat het kabinet in 2022 € 1,314 miljard extra beschikbaar stelt aan gemeenten voor de tekorten vanwege de jeugdzorg. Dat dit bedrag komt bovenop de eerder toegezegde € 300 mln voor dat jaar. Gemeenten committeren zich daarbij aan de invulling van een set aan maatregelen die in 2022 een besparing van € 214 mln opleveren. Het gaat deels over maatregelen waarover recentelijk (april 2021) ook al afspraken met gemeenten zijn gemaakt, zoals het breder invoeren van een praktijkondersteuner jeugd-ggz bij de huisarts.

Met deze combinatie van middelen en maatregelen wordt – aldus de staatssecretaris - recht gedaan aan de uitspraak van de Commissie van Wijzen. Een nieuw kabinet zal moeten besluiten over de structurele financiën en noodzakelijke aanpassingen aan het jeugdhulpstelsel om de jeugdzorg in de toekomst effectief en beheersbaar te houden. De uitspraak van de Commissie van Wijzen dient daarbij als zwaarwegende inbreng.

PAGINA 4 van 11

Effect gemeentebegroting Castricum In onze gemeentebegroting wordt met ingang van 2022 rekening gehouden met een extra rijksbudget van € 750 mln (ong. € 900.000 voor Castricum). Duidelijk is dat het rijk in 2022 niet met € 750 mln extra over de brug komt, maar met € 1,614 mld (€ 300 mln + € 1,314 mld). Dit is ruim € 1 mln meer dan waarmee wij rekening hebben gehouden. College stelt voor om deze extra middelen 2022 ‘in reserve te houden’, wetende dat er een aanzienlijke taakstelling ligt bij het sociaal domein en verwerkt is in onze gemeentebegroting. Te weten in 2022 € 1,6 mln i.v.m. korte termijnmaatregelen + aanvullend € 546.000 1e firap 2021-Kadernota 2022. Wij vertrouwen erop dat uw raad met deze brief voldoende is geïnformeerd over (de gevolgen van) de Meicirculaire 2021. Deze circulaire kunt u op internet terugvinden op de site van de rijksoverheid (c.q. het Ministerie van BZK) met behulp van onderstaande link: https://www.rijksoverheid.nl/documenten/circulaires/2021/05/31/meicirculaire-gemeentefonds-2021 Op deze site kunt u overigens allerlei nuttige informatie vinden over de gemeentelijke financiën en het gemeentefonds cq. de algemene uitkering in het bijzonder en wordt van harte aanbevolen.

Met vriendelijke groet, namens burgemeester en wethouders van Castricum,

De heer G.A. Suanet QC Secretaris

PAGINA 5 VAN 11

De heer drs. A. Mans burgemeester

Bijlage Toelichting op de items in het overzicht van de mutaties meicirculaire 2021: Overzicht van de mutaties: paragr. 2.2-1 2.2-2

2.2-7 2.2-8/9 2.2-8/9 2.2-10 2.2-13 2.2-14 2,2-15 2.2-16 2.2-18 2.2-19 2.2-21 3.2-1 3.2-3 3.2-4 3.2-6 3.2-10 3.2-12

2021 Mutatie a.g.v. wijziging uitkeringsfactor i.v.m. accres Afrekening BCF-plafond Ontwikkeling uitkeringsbasis, actualisatie maatstafgeg./uitk.factor Taakmutaties: - ivm Problematiek jeugdzorg* Terugdraaiing aanname 1e firap 2021 extra middelen jeugdzorg - i.v.m. Compensatie Voogdij/18+ - i.v.m. Verrekening Voogdij/18+ - i.v.m. Ketensysteem Jeugd - i.v.m. Rijksvaccinatieprogramma - i.v.m. Prenataal huisbezoek JGZ - i.v.m. Kinderopvang toezicht en handhaving - i.v.m. Energielabel C kantoren - i.v..m. Wet Open Overheid - i.v.m. Handelsregister - i.v.m. Versterking anti-discriminatievoorziening Decentralisatie- en integratieuitkeringen: IU Participatie IU Inburgering (incl. mutaties decembercirc. 2020) DU maatschappelijke begeleiding Terugdraaiing aanname DU maatsch.begeleid. IU Voogdij/18+ (incl. verwerking aannames) Herorientatie zelfstandigen Jeugd aan Zet Totaal

149.277 359.308

2022 -196.990

2023 -393.892

2024 -564.699

2025 -615.792

146.956

112.038

106.970

91.013

-9.559 -471 7.433 7.964 475 3.416 113.270 -1.806 14.445

-9.582 -472 7.560 7.987 476 3.424 126.445

-9.617

-9.697

7.697 8.023 478 3.436 139.749

7.761 8.095 483 3.465 153.713

14.480

14.532

14.653

33.722 17.869

33.993 15.404

31.698 8.344

32.295 3.585

-900.000

-900.000

0

0

-763.276

-982.139

-253.389

-310.426

546.981 -600.000 7.984 -469 8.588

3.397 -1.796 14.367 27.098 2.649 18.960 -44.000 24.501 14.836 10.000 541.681

Paragraaf 2.2 – 1 Meicirculaire 2021 Accres 2021 e.v. De afgelopen jaren hebben fluctuaties in het accres regelmatig onrust veroorzaakt bij de medeoverheden. Het kabinet vindt het belangrijk in deze bijzondere tijd de schommelingen voor medeoverheden te dempen; hoe stabieler de inkomsten, hoe minder verstoringen van het gemeentelijke en provinciale begrotingsproces. In overleg met de VNG en het IPO is daarom besloten om het accres zoals gepresenteerd in de Voorjaarsnota 2020 te bevriezen voor de jaren 2020 en 2021.1 In de meicirculaire 2021 is de nieuwe accresraming opgenomen voor het jaar 2022 en verder, berekend conform de huidige normeringssystematiek. Voor het jaar 2022 is sprake van een neerwaartse bijstelling van het accres. Het merendeel van deze bijstelling wordt verklaard door de loon- en prijsontwikkeling. Ten opzichte van de meicirculaire 2020 verwacht het Centraal Planbureau (CPB) in het Centraal Economisch Plan 2021 dat lonen en prijzen in de economie minder hard stijgen in de periode 2022-2025. Hierdoor stijgen de uitgaven van het Rijk minder hard en dat werkt door in een lager accres in 2022 tot en met 2025. In 2022 komt de volumecomponent van het accres licht hoger uit dan eerder. Vanaf 2023 stijgt de volumecomponent van de rijksuitgaven minder hard. Een belangrijke factor hierbij is lagere verwachte rentelasten in deze jaren als gevolg van lagere rentestanden.

Ook andere ontwikkelingen in latere jaren, zoals lagere EU-afdrachten als gevolg van het vorig jaar afgesloten Europees Meerjarig Financieel Kader, zorgen voor een lagere volumegroei. Deze factoren dragen bij aan de neerwaartse bijstelling van het accres in 2023-2025.

1 Op basis van de jaarrekeninggegevens 2020 van de Rijksoverheid was het accres ongeveer € 140 mln

hoger uitgevallen, ofwel ongeveer 7 uitkeringspunten (voor Castricum ong. € 200.000). PAGINA 6 van 11

Paragraaf 2.2 – 2 Meicirculaire 2021 BCF-plafond 2020 Ook wordt het plafond van het BTW-compensatiefonds 2020 ‘afgerekend’ met het gemeentefonds. Omdat alle Nederlandse gemeenten minder hebben gedeclareerd aan btw bij het Rijk en het Rijk de declaratie ‘budgettair neutraal’ maakt door een toevoeging aan het gemeentefonds ontvangen wij ongeveer € 149.000 meer algemene uitkering in 2021 (incidenteel) Ontwikkeling uitkeringsbasis, actualisatie maatstafgegevens/aanpassing uitkeringsfactor Bij het begrip ontwikkeling van de uitkeringsbasis praten we over de mutaties van de landelijke aantallen inwoners, woonruimten, leerlingen, uitkeringsgerechtigden, WOZ-waarden enzovoort. In de veronderstelling dat het te verdelen bedrag niet toeneemt als de hoeveelheid (Q) stijgt, dan zal per maatstaf het maatstafgewicht (P) evenredig moeten dalen. Dat is een ingewikkelde methode en daarom wordt gekozen voor een eenvoudiger oplossing, in casu de daling van de uitkeringsfactor. Voor onze gemeente geldt dat 1 uitkeringspunt een waarde vertegenwoordigt van ongeveer € 28.000. Actualisatie maatstafgegevens 2021 en verder De uitkeringsfactor valt voor de jaren 2021 tot en met 2025 hoger uit. De voornaamste oorzaak is de ontwikkeling van de uitkeringsbasis in de betreffende jaren door actualisatie van de raming van de volumina van de verdeelmaatstaven.

Vooral de ontwikkelingen in het aantal bijstandsontvangers, in de maatstaven over inwoneraantallen en in de OZB-maatstaven zijn van invloed. Op basis van de Centraal Economisch Plan 2021 zijn de prognoses van het aantal bijstandsontvangers (en uitkeringsontvangers) in deze circulaire geactualiseerd. Ten opzichte van de raming in de septembercirculaire 2020 is het effect van de coronacrisis op het aantal bijstandsontvangers lager dan verwacht. De nieuwe raming leidt hierdoor voor alle bijstandsgerelateerde maatstaven tot lagere aantallen, wat zorgt voor een stijging van de uitkeringsfactor van 9 punten in 2021 oplopend tot 14 punten in 2024 en 13 punten in 2025. Actualisatie van de maatstaf loonkostensubsidie zorgt daarentegen voor een neerwaarts effect op de uitkeringsfactor (1 punt negatief in 2021 oplopend tot 5 punten negatief in 2025). In voorgaande circulaires werd de raming van deze maatstaf constant gehouden, vanaf deze circulaire ontvangen de fondsbeheerders prognoses over het aantal mensen dat loonkostensubsidie ontvangt van het ministerie van SZW. Nieuwe bevolkingsprognoses van het CBS zorgen vooral bij de maatstaven over inwoners en inwoners jonger dan 18 jaar voor lagere aantallen, wat leidt tot een stijging van de uitkeringsfactor van 2 punten in 2021 oplopend tot 7 punten in 2025.

De areaalontwikkelingen en de ontwikkeling in de OZB-maatstaven zorgen jaarlijks voor een opwaarts effect op de uitkeringsfactor van 2 punten. Voor Castricum pakken deze wijzigingen per saldo gunstig uit. Taakmutaties: Deze mutaties hebben betrekking op taakmutaties bij gemeenten en hebben corresponderende gevolgen voor inkomsten of uitgaven. In de meicirculaire 2021 staan deze mutaties opgesomd in paragraaf 2.2. De beschikbaar gesteld gelden zijn uitdrukkelijk niet geoormerkt. In de Inleiding (paragraaf 2.1) staat geschreven “De algemene uitkering is vrij besteedbaar voor gemeenten. Eventuele opmerkingen die over de algemene uitkering in circulaires worden gemaakt, zijn niet meer dan voorbeelden die illustreren met welke kosten gemeenten geconfronteerd worden. Dit inzicht is ook van belang voor de Tweede Kamer. Met de betreffende teksten wordt niet beoogd het bestedingsdoel nader te omschrijven, of op welke wijze dan ook de middelen te oormerken.” Hierna worden de voor onze gemeente belangrijkste taakmutaties (> € 10.000) toegelicht. Paragraaf 2.2.-7 Meicirculaire 2021 Aanpak problematiek jeugdzorg (+ € 547.000 incidenteel) Voor 2021 was reeds 613 mln extra rijksmiddelen jeugdzorg toegezegd. € 120 mln voor specifieke uitkeringen en specifieke gemeenten. € 493 mln in de vorm van algemene uitkering. In de 1e firap 2021

PAGINA 7 VAN 11

hebben wij rekening gehouden met een bedrag van € 600.000. Via de meicirculaire 2021 wordt € 438 mln verdeeld. De resterende € 55 mln wordt bij de septembercirculaire 2021 verdeeld, Het bedrag dat nu wordt ontvangen is ongeveer € 547.000. In de circulaire staat beschreven met wel oogmerk het wordt verstrekt (m.n. verminderen en voorkomen van wachtlijsten en vormgeven consultatiefunctie ggz). alhoewel het ‘gewoon’ algemene middelen zijn). In de meicirculaire is overigens expliciet geschreven dat de algemene uitkering vrij besteedbaar is voor gemeenten. Vooralsnog zien wij de extra middelen als compensatie voor de gestegen kosten (ook die in de 1e firap 2021). Het domein Samenleven is wel gevraagd aan te geven of de genoemde oogmerken bij ons mogelijk leiden tot kosten die nu nog niet zijn begroot en hoeveel dit dan eventueel is. Paragraaf 2.2 – 9 Meicirculaire 2021 Verrekening Voogdij/18+ Door het gebruik van actuele gegevens en een reservering in verband met afgesproken compensatieregelingen neemt de integratie-uitkering Voogdij/18+ vanaf uitkeringsjaar 2022 met structureel 22 miljoen toe. Deze toename kan grotendeels worden gedekt met de toevoeging van de loon- en prijsbijstelling 2021 aan deze integratie-uitkering. Het verschil van € 7,5 miljoen wordt zoals gebruikelijk onttrokken aan de algemene uitkering. Deze uitname wordt verdeeld over alle Nederlandse gemeenten.

Voor Castricum gaat het om bijna € 10.000. Paragraaf 2.2 – 18 Meicirculaire 2021 Wet Open Overheid Op 26 januari 2021 heeft de Tweede Kamer de (Wijzigingswet) Wet open overheid (Woo) aangenomen. Het betreft een initiatiefwet uit de Tweede Kamer die beoogt de gehele overheid transparanter en toegankelijker te maken. Met dit wetsvoorstel geven de initiatiefnemers zowel de actieve als de passieve openbaarmaking van overheidsinformatie een nieuwe basis, verankeren zij het recht op toegang tot informatie wettelijk en beogen zij de informatievoorziening en informatiehuishouding van het Rijk en decentrale overheden te verbeteren. De Eerste Kamer dient nog een besluit te nemen over de Woo. Bij instemming van de Eerste Kamer zal de wet een halfjaar later in werking treden. Dit zal waarschijnlijk in het eerste kwartaal van 2022 zijn. De huidige Wet openbaarheid van bestuur (Wob) wordt ingetrokken bij de inwerkingtreding van de Woo. Vooruitlopend op de besluitvorming in de Eerste Kamer heeft het kabinet bij de kabinetsreactie op het rapport ´Ongekend onrecht´ van de Parlementaire ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag (POK) financiële middelen vrijgemaakt9. Met de beschikbaarstelling van deze financiële middelen ondersteunt het Rijk gemeenten bij de implementatie en uitvoering van de Woo. De financiële middelen bestaan uit zowel incidentele als structurele middelen.

De incidentele middelen (voor de periode 2022 tot en met 2026 € 24,98 miljoen per jaar) zijn bestemd voor het verbeteren van systemen, het opleiden van medewerkers en het aanpassen van processen en de organisatie. De structurele middelen (€ 21,03 miljoen in 2022, oplopend naar structureel € 42,06 miljoen vanaf 2026) zijn bedoeld voor de actieve openbaarmaking van de informatiecategorieën zoals genoemd in de Woo, het aanwijzen van een contactfunctionaris en het beheer en onderhoud van systemen. Voor Castricum gaat het om incidenteel (2022-2026) € 61.400 per jaar en structureel om € 51.900 (2022), oplopend naar € 104.000 (2026 en verder). Wij stellen voor deze middelen vooralsnog te reserveren voor dit beoogde doel. De – met name - incidentele middelen (voor de periode 2022 tot en met 2026) zijn bestemd voor het verbeteren van systemen, het opleiden van medewerkers en het aanpassen van processen en de organisatie. Deze middelen worden daarom gereserveerd als uitgaven ‘toekomstige bijdrage BUCH’. Het college verzoekt de werkorganisatie BUCH om te komen met een plan van aanpak voor de invoering en de daarbij behorende kosten voordat het budget daadwerkelijk beschikbaar wordt gesteld. Paragraaf 2.2 – 21 Meicirculaire 2021 Versterking gemeentelijke anti-discriminatievoorziening Discriminatie is een diepgeworteld en structureel probleem van de samenleving.

In haar reactie op het rapport Ongekend onrecht van de Parlementaire ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag heeft het kabinet aangekondigd structurele middelen vrij te maken voor de aanpak van discriminatie, waaronder de versterking van de antidiscriminatievoorzieningen (ADV). In 2009 is de Wet gemeentelijke antidiscriminatievoorzieningen (Wga) in werking getreden. Het doel van deze wet is een

PAGINA 8 van 11

landelijk dekkend stelsel van meldpunten voor onafhankelijke bijstand aan slachtoffers van discriminatie en de registratie van klachten over discriminatie. Alle gemeenten zijn verplicht te voorzien in een ADV. Voor de uitvoering van de Wga is in 2009 een bedrag toegevoegd aan de algemene uitkering. Uit onderzoeken blijkt dat deze huidige financiering voor de uitvoering van de Wga-taken al enige jaren tot knelpunten leidt. De meeste ADV’s zijn op dit moment zeer krap bemeten en bij het grotere publiek relatief onbekend. Om die reden wordt er vanaf 2021 structureel ruim € 6,9 miljoen extra aan de algemene uitkering toegevoegd, zodat de ADV’s ruimere budgetten kunnen krijgen om meer activiteiten te kunnen ontplooien, om zodoende een betere beschikbaarheid en bereikbaarheid voor melders mogelijk te maken. Deze ruimere budgetten zijn ook nodig om de door uitvoeringsorganisaties doorverwezen melders te kunnen bijstaan. Deze structurele extra bijdrage komt neer op meer dan een verdubbeling van de middelen. De financiering van de organisatie van en het toezicht op de ADV’s zal, als onderdeel van de aangekondigde versterking van de aanpak van discriminatie, het komende jaar onderzocht worden. De uitkomsten van het onderzoek kunnen mogelijk leiden tot wijzigingen. Als dit nodig blijkt te zijn, zullen gemeenten tijdig geconsulteerd en geïnformeerd worden.

Voor Castricum gaat het om ongeveer € 14.500. Wij stellen voor deze middelen vooralsnog te reserveren voor dit beoogde doel. Diverse ‘kleinere’ zaken: Paragraaf 2.2.8 Meicirculaire 2021 Compensatie Voogdij/18+ (+ € 8.000 incidenteel) Paragraaf 2.2.10 Meicirculaire 2021 Ketensysteem Jeugd (-/- € 500 incidenteel 2021-2023) Paragraaf 2.2.13 Meicirculaire 2021 Rijksvaccinatieprogramma (+ € 8.000 structureel) Paragraaf 2.2.14 Meicirculaire 2021 Prenataal huisbezoek JGZ (+ € 8.000 structureel) Paragraaf 2.2.15 Meicirculaire 2021 Kinderopvang toezicht en handhaving (+ € 500 incidenteel) Paragraaf 2.2.16 Meicirculaire 2021 Handhaving energielabel C kantoren (+ € 3.400 structureel) Paragraaf 2.2.17 Meicirculaire 2021 Beter Kenbaar (-/- € nihil, incidenteel 2021-2028) Paragraaf 2.2.19 Meicirculaire 2021 Handelsregister (-/- € 1.800 incidenteel 2021-2022) Decentralisatie- en integratie-uitkeringen: Decentralisatie- en integratie-uitkeringen zijn net als de algemene uitkering beleids- en bestedingsvrij en er vindt geen verantwoording naar het Rijk plaats, zoals bij specifieke uitkeringen wel het geval is. Eventuele opmerkingen die over decentralisatie- en integratie-uitkeringen gemaakt worden in circulaires, zijn niet meer dan voorbeelden die illustreren met welke kosten gemeenten geconfronteerd worden. Dit inzicht is ook van belang voor de Tweede Kamer.

Met de betreffende teksten wordt niet beoogd het bestedingsdoel nader te omschrijven, of op welke wijze dan ook de middelen te oormerken. Paragraaf 3.2 – 1 Meicirculaire 2021 Verhoging IU Participatie De omvang van deze integratie uitkeringen Participatie wijzigt met name door de toekenning van de loon- en prijsbijstelling 2021. In totaliteit ontvangen we hierdoor iets meer algemene uitkering. Het WSW-deel van de integratie uitkering Participatie is gekoppeld aan de bijdragen aan het WNK. De extra middelen van het rijk, zijn tevens extra uitgaven aan het WNK. De middelen Participatie (inclusief die van algemene uitkeringsmaatstaf ‘Klassiek re-integratie’) zijn onderdeel van de inbreng in de op te richten uitvoeringsorganisatie SORA. Vandaar dat in de jaren 2022 en verder tegenover de extra ontvangen middelen van het rijk een extra kostenbudget wordt opgenomen. Paragraaf 3.2 - 3 Meicirculaire 2021 Integratieuitkering Inburgering Aan de integratie-uitkering Inburgering wordt voor 2021 tot en met 2026 cumulatief € 16,5 miljoen toegevoegd ten behoeve van de begeleiding van de bredere groep asielmigranten binnen de ondertussen-groep (inburgeraars die nog inburgeringspichtig zijn onder de Wet inburgering 2013).

Dit volgt uit de bestuurlijke afspraken die het ministerie van SZW en de VNG in april 2020 hebben gemaakt om een impuls te geven aan de uitstroom van inburgeringsplichtigen onder het huidige stelsel. De

PAGINA 9 VAN 11

bedragen worden verdeeld naar rato van het aantal inwoners. Over de verdeling van de middelen die specifiek bestemd zijn voor de ELIP-groep (inburgeraars die hun voor de inburgering bestemde lening vrijwel hebben uitgeput, maar nog steeds inburgeringsplichtig zijn) worden later dit jaar afspraken gemaakt met gemeenten (voor 2021 tot en met 2026 cumulatief € 9 miljoen). Gemeenten zullen hierover later dit jaar worden geïnformeerd. De inwerkingtreding van de nieuwe inburgeringswet is met een half jaar uitgesteld naar 1 januari 2022. Voor de omvang van de integratie-uitkering Inburgering betekent dit het volgende: 1) Bij meicirculaire 2020 is vanaf 2021 structureel budget toegevoegd ter financiering van de uitvoeringskosten van de nieuwe wet. Nu de wet is uitgesteld valt de instroom van inburgeraars in 2021 niet onder de nieuwe wet, maar onder de oude wet. Om die reden wordt de integratieuitkering Inburgering in 2021 met € 26,9 miljoen verlaagd. Dat is het bedrag dat voor dat jaar voor de uitvoeringskosten beschikbaar was gesteld. De bedragen voor de structurele uitvoeringskosten vanaf 2022 en verder blijven ten opzichte van de decembercirculaire 2020 ongewijzigd. Dat geldt ook voor de verdeling over gemeenten.

De verdeling voor 2022 en verder zal naar verwachting in de decembercirculaire 2021 worden geactualiseerd, als van zowel het aantal inwoners als het aantal personen met een niet-westerse migratieachtergrond nieuwe gegevens voorhanden zijn. 2) Als gevolg van het uitstel wordt aan gemeenten een aanvullend bedrag ter beschikking gesteld van € 29,4 miljoen, verspreid over 2021 tot en met 2026. De verdeling van deze toevoeging vindt plaats naar rato van het aantal inwoners. De compensatie houdt verband met drie aspecten. Ten eerste wordt het budget voor de ondertussen-groep aangevuld vanwege de hogere huisvestingstaakstelling van statushouders in 2021. Daarnaast is in het bestuurlijk overleg tussen het ministerie van SZW en de VNG van 2 februari 2021 afgesproken dat het ministerie van SZW gemeenten in staat stelt om de nieuwe instroom vanaf 1 juli 2021 zo veel als mogelijk in de geest van de nieuwe wet op te pakken. Hierbij kan gedacht worden aan de warme overdracht, brede intake (exclusief leerbaarheidstoets), advies Plan Inburgering en Participatie (PIP), de cursus financiële zelfredzaamheid en periodieke voortgangsgesprekken. Tot slot worden gemeenten ook gecompenseerd voor de extra implementatiekosten waar zij mee te maken hebben door het uitstel van de nieuwe wet.

De integratie-uitkering zal onder het voorbehoud van de besluitvorming over de herijking van het gemeentefonds naar verwachting vanaf 2023 worden overgeheveld naar de algemene uitkering. De bedragen per gemeente voor de integratie-uitkering inburgering voor het jaar 2021 en verder zijn opgenomen in de gemeentefondsrubriek op internet. Voor onze gemeente wordt rekening gehouden met de volgende bedragen € 48.607 (2021), € 126.160 (2022), € 126.378 (2023), € 122.105 (2024) en € 117.346 (2025). De nu genoemde bedragen wijken iets af van de bedragen die eerder bekend waren gemaakt en voor de uitvoering van deze nieuwe wet aan de werkorganisatie BUCH beschikbaar waren gesteld. Voorgesteld wordt om tegenover de mutatie een mutatie in de kosten te zetten. Paragraaf 3.2 – 4 Meicirculaire 2021 Maatschappelijke begeleiding inburgeringsplichtigen Voor de maatschappelijke begeleiding van inburgeringsplichtige asielmigranten en hun gezinsleden ontvangen wij in 2021 € 18.960. Dit bedrag is gebaseerd op 8 personen (à € 2.370). Er was rekening gehouden met een bedrag van € 44.000. Derhalve een nadeel van € 25.040. Paragraaf 3.2 – 6 Meicirculaire 2021 Verhoging IU Voogdij/18+ In de meicirculaire 2021 zijn de gevolgen van de verandering van het woonplaatsbeginsel verwerkt. De Integratieuitkering Voogdij/18+ daalt in 2022 t.o.v. 2021 dan ook met ongeveer € 9 ton.

Hier staat tegenover dat onze kosten ook dalen. De rekening van kinderen die onder een voogdij-maatregel bij Horizon verblijven, gaat m.i.v. 2022 naar de gemeente waar het kind oorspronkelijk woonde. Met deze verlaging van kosten hadden we overigens al rekening gehouden. De wijziging betekent dat onze kosten van 2020 en 2021 (t-2) niet meer gecompenseerd worden in de uitkering 2022 en 2023. In de circulaire staat aangegeven dat er een compensatieregeling in het leven

PAGINA 10 van 11

is geroepen voor gemeenten die nadeel ondervinden van de overstap op de nieuwe verdeelsystematiek als gevolg van de wijziging van het woonplaatsbeginsel. Onduidelijk is nog in hoeverre wij via deze compensatieregeling worden gecompenseerd. Met de regiogemeenten is overigens overeengekomen dat Castricum de niet door het rijk gedekte kosten van kinderen bij het Horizion onder de voogdij-maatregel met de regio-gemeenten deelt. Ter compensatie van het nadeel in de algemene uitkering 2022 en 2023 zetten wij de dekking van de compensatieregeling danwel een bijdrage van de regio (zie ook pag. 8 “Dekking”). Paragraaf 3.2 – 10 Meicirculaire 2021 Heroriëntatie zelfstandingen Bij de aankondiging van het tweede steun- en herstelpakket (Kamerstuk 35 420, nr. 105, 28 augustus 2020) is aangegeven dat gemeenten vanaf 1 januari 2021 ondersteuning bieden aan zelfstandig ondernemers die zich willen heroriënteren. Dit kan grotendeels vanuit de extra impulsen en extra budgetten voor crisisdienstverlening worden betaald. Voor aanvullend maatwerk voor zelfstandig ondernemers is in 2021 incidenteel een bedrag van € 6,39 miljoen aan het gemeentefonds toegevoegd. Het bedrag wordt over alle gemeenten verdeeld. De verdeelsleutel is identiek aan die wordt gebruikt voor de Tozo-voorschotten, namelijk naar rato van het aantal zelfstandig ondernemers in de gemeente. Voor Castricum gaat het om € 14.836.

Paragraaf 3.2 – 12 Meicirculaire 2021 Jeugd aan Zet Op verzoek van het Veiligheidsberaad (werkgroep jongeren) is het gemeentelijk programma Jeugd aan Zet in Crisistijd, na de zomereditie, verlengd met een wintereditie. De middelen voor de zomereditie zijn reeds verwerkt in de decembercirculaire 2020. Deze circulaire bevat de middelen voor de wintereditie. Het programma beoogt jongeren te ondersteunen die geraakt worden door de effecten van de coronacrisis. Doordat de dagelijkse activiteiten voor veel jongeren door de coronacrisis niet of niet goed mogelijk zijn (zoals onderwijs, sport, sociale ontmoetingen en de mogelijkheid om te werken) is er een toenemende overlast van jongeren in de openbare ruimte. Ook is er vanwege de steeds verdergaande en langdurige beperkende maatregelen grote zorg over het effect van de coronamaatregelen op de fysieke en psychische gezondheid van jongeren. Het programma maatschappelijke diensttijd (MDT) (uitgevoerd door de ministeries van VWS, SZW en OCW) is bereid om de jongeren in deze crisistijd te ondersteunen. Via dit programma wordt al een grote groep jongeren bereikt en tijdens de coronacrisis extra ondersteund. Het programma MDT zit nog in de groeifase en zoekt meer verbinding met gemeenten, zodat het programma MDT kan doorgroeien naar een landelijk dekkend netwerk.

Om deze win-win situatie te versterken wordt ook ten behoeve van de wintereditie van Jeugd aan Zet een financiële bijdrage verstrekt van € 3,1 miljoen aan gemeenten in Nederland. Er nemen 307 gemeenten deel (waaronder Castricum) en per gemeente is een bedrag van € 10.000 beschikbaar gesteld. Hiermee kunnen gemeenten in deze coronatijd jongeren ondersteunen en tegelijkertijd kunnen jongeren een maatschappelijke bijdrage leveren waar deze nu nodig is.

PAGINA 11 VAN 11

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10241985/1