CConstaterende datCastricum
Koppel je AI →
Document · PDF

210119 Brief college inzake onderzoeksrapport en vervolgproces Beleggen en Borgen taken Veilig Thuis NHN

Raadsinformatieavond 2 september 2021, gemeente CastricumBij agendapunt: 21.15 - 22.00: Commissie toestemming tot wijziging GR GGD i.v.m. opname Veilig Thuis17.489 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

3.3 Prestatie-indicatoren In de huidige DVO zijn geen kwaliteitseisen in de vorm van uitgewerkte prestatie-indicatoren opgenomen. Gemeenten geven aan behoefte te hebben aan (enkele) prestatie-indicatoren om goed te kunnen sturen op VTNHN, onder meer vanuit het perspectief van contractmanagement. VTNHN merkt op dat in het landelijke handelingsprotocol normen zijn uitwerkt voor de diensten van Veilig Thuis-organisaties. In het landelijke

ZSM is een methodiek in de strafketen en betekent Zorgvuldig, Snel en op Maat. Verdachten van een strafbaar feit worden binnen zes tot negen uur besproken in een ‘afdoeningsoverleg’ tussen de

officier van justitie en relevante ketenpartners, waaronder Veilig Thuis-organisaties. 10

MDA++ is een Multidisciplinaire Aanpak die voorziet in een bundeling van medische, forensische, psychosociale en justitiële specialisten in de aanpak van kindermishandeling, huiselijk en seksueel

geweld. 11 De beschermingstafel is een overleg waar ouders samen met betrokken hulpverleners en soms hun kind(eren) aan tafel zitten. Dit overleg kan worden ingezet door de lokale toegang, Veilig Thuis-

organisaties en GI’s wanneer ze vastlopen in een casus of zich zorgen maken over de kinderen binnen een gezin. De Beschermingstafel is vaak een laatste kans voor ouders om een onderzoek van de Raad voor de Kinderbescherming te voorkomen.

NK/20/0889/vtnhn

Beleggen en borgen taken van Veilig Thuis | © bureau HHM 2020 | 19

handelingsprotocol zijn geen normen opgenomen voor niet-wettelijke taken die bij VTNHN zijn belegd. Ook wordt opgemerkt dat de jaarlijkse verantwoording plaatsvindt via de jaarrekening en het maatschappelijk jaarverslag. Daarnaast worden de gemeenten op de hoogte gehouden over de actuele ontwikkelingen in aantallen adviezen, meldingen en onderzoeken via periodieke rapportages. Gemeenten kunnen dagelijks de ontwikkelingen van deze aantallen inzien via een BI tool en het dashboard van VTNHN waar gemeenten toegang tot hebben.

❶ ❷ ❸ ❹ ❺

NK/20/0889/vtnhn

Het verder uitwerken van de prestatie-indicatoren is nadrukkelijk een gezamenlijke opgave voor de gemeenten en VTNHN. Bij de uitwerking ervan is het van belang om rekening te houden met prestatieindicatoren die de interne kwaliteit van (de dienstverlening van) VTNHN betreffen en prestatie-indicatoren die de kwaliteit van de keten rondom huiselijk geweld en kindermishandeling betreffen. Als het gaat om de kwaliteit van de interne organisatie van VTNHN kan worden aangesloten bij normen uit het landelijke handelingsprotocol. Denk aan het aantal meldingen waarvan (niet) binnen vijf dagen is bepaald welke vervolgstappen worden ondernomen, het aantal onderzoeken dat (niet) binnen tien weken is afgerond, het aantal gegrond verklaarde klachten, de bereikbaarheid van VTNHN, et cetera. Maar denk ook aan inzicht in hoeveel gekwalificeerde medewerkers VTNHN in dienst heeft en/of inzet (inclusief inzicht in de aanwezig deskundigheid op het brede gebied van huiselijk geweld en kindermishandeling) in relatie tot het aantal adviezen, meldingen en onderzoeken, het ziekteverzuim, het aantal inhuurkrachten in relatie tot personeel dat in dienst is, et cetera.

Als het gaat om prestatie-indicatoren die inzicht geven in de kwaliteit van de keten is het belangrijk om te realiseren dat er sprake is van een complexe keten met onderlinge afhankelijkheden tussen de betrokken partijen. Prestatie-indicatoren zeggen in dat opzicht meer over de prestaties van de keten en minder over de prestaties van afzonderlijke partijen uit de keten. Voorbeelden van prestatie-indicatoren zijn ‘het aantal overgedragen casussen dat terugkomt bij VTNHN (omdat de partij waarnaar VTNHN de verantwoordelijkheid had overgedragen, zoals de lokale toegang, niet gekwalificeerd was voor de casus)’, ‘het aantal keren dat bij VTNHN een casus opnieuw wordt gemeld (omdat er bijvoorbeeld onvoldoende voortgang wordt geboekt door betrokken partijen), het aantal keren dat er een melding van huiselijk geweld of kindermishandeling binnenkomt bij VTNHN, terwijl al een veiligheidsplan was opgesteld door VTNHN, het aantal keren dat een casus wordt gemeld bij de Raad voor de Kinderbescherming omdat het veiligheidsplan ontoereikend was, et cetera. Om tot prestatieverbeteringen te komen is het vervolgens belangrijk dat de onderliggende oorzaken worden geanalyseerd, die dus zowel in de dienstverlening van VTNHN kunnen liggen als in de brede keten van partijen rondom huiselijk geweld en kindermishandeling.

Het ligt voor de hand om de verdere uitwerking van de prestatie-indicatoren vorm te geven binnen de ontwikkelingen van de regiovisie ‘Geweld hoort nergens thuis’, waarin wordt gestreefd naar verdere aanscherping van de rolinvulling van betrokkenen in de keten. Bij de uitwerking van prestatie-indicatoren is het bovendien van belang om na te gaan welke informatie VTNHN technisch en juridisch kan leveren, welke inspanningen geleverd moeten worden om aanvullende

Beleggen en borgen taken van Veilig Thuis | © bureau HHM 2020 | 20

informatie aan te leveren en of deze inspanningen in verhouding staan tot de gewenste informatie.

3.4 Beschouwing

❶ ❷ ❸ ❹ ❺

NK/20/0889/vtnhn

De gemeenten hebben er voor gekozen om VTNHN onder te brengen bij de GGD HN. Voor de GGD HN is een gemeenteschappelijke regeling (GR) vastgesteld (besluiten worden bij meerderheid genomen) en voor VTNHN is een dienstverleningsovereenkomst (DVO) afgesloten (alle gemeenten moeten instemmen met een besluit). Deze situatie leidt tot bestuurlijke drukte, complexiteit en onduidelijkheid. Daarbij is sprake van een paradoxale situatie: de DVO biedt gemeenten weliswaar veel positie ten opzichte van VTNHN en elkaar, maar leidt in de praktijk tot minder sturing of sturingsverlamming als de gemeenten niet op één lijn komen als het gaat om het te nemen besluit. Op bestuurlijk niveau is daarom nadrukkelijk de wens uitgesproken te komen tot een eenvoudig en eenduidig construct. Dit wordt ambtelijk onderschreven, waarbij het belang wordt benadrukt van goede sturingsmogelijkheden op VTNHN. De toegenomen transparantie, stabiliteit en voorspelbaarheid als het gaat om VTNHN, op het gebied van onder meer de interne organisatie, de formatie en de financiën, creëert het momentum om hierover een besluit te nemen. Bij het te nemen besluit is ook de doorontwikkeling van VTNHN en de optimalisatie van de keten rondom huiselijk geweld en kindermishandeling een belangrijk aandachtspunt.

Beleggen en borgen taken van Veilig Thuis | © bureau HHM 2020 | 21

4. Kostenanalyse Veilig Thuis Noord-Holland Noord In dit hoofdstuk beoordelen we het kostenplaatje van VTNHN. Per onderdeel vergelijken we de uitkomsten met benchmarkmateriaal en objectiveerbare gegevens.

4.1 Begroting

❶ ❷ ❸ ❹ ❺

De begroting voor VTNHN is als volgt opgebouwd: • Voor elk van de acht diensten uit het handelingsprotocol is bepaald wat de gemiddelde tijdbesteding is per dienst per functie. • Vervolgens is op basis van historische gegevens een inschatting gemaakt van de jaarlijkse aantallen per dienst. • Dat leidt tot een berekening van de benodigde formatie van het uitvoerend personeel. • Aan de hand van de inschaling per functie en de salarisbedragen uit de cao worden de kosten van de inzet van het uitvoerend personeel berekend. • Daar worden de kosten van de formatie voor de ondersteuning aan toegevoegd. • Tot slot worden de overige bedrijfskosten toegevoegd. Gemiddelde tijdbesteding per dienst per functie De gemiddelde tijdbesteding per dienst per functie is gebaseerd op het onderzoek van het Landelijk netwerk Veilig Thuis in samenwerking met Q-consult. VTNHN heeft deze ‘urennorm’ per dienst getoetst. Dit leidt tot kleine verschuivingen in de tijd per dienst, maar overall blijft de

NK/20/0889/vtnhn

totale benodigde inzet gelijk. Het voornemen van VTNHN is om in 2020 een tijdbestedingsonderzoek uit te voeren om de normuren en de productiviteit te toetsen. Jaarlijkse aantallen per dienst De aantallen per dienst per jaar worden gebaseerd op de ontwikkeling van de aantallen gedurende de afgelopen jaren en zo nodig gecorrigeerd voor landelijke ontwikkelingen. In de financiële begroting van VTNHN wordt dit uiteengezet. De jaarlijkse aantallen per dienst zijn een belangrijke parameter (kostendriver) in de totale kosten voor VTNHN. Veilig Thuis-organisaties proberen deze aantallen zo goed mogelijk in te schatten, maar hadden tot voor kort te maken met wijzigingen in de taken en werkwijze als gevolg van de invoering van de aangepaste meldcode. Ter illustratie: het aantal meldingen nam van 2017 naar 2018 toe van 2.995 naar 3.375 (13%) en van 2018 naar 2019 van 3.375 naar 4.368 (29%). De voorspelbaarheid van deze aantallen neemt toe omdat er nu een meerjarig zicht ontstaat op de effecten van deze wijzigingen. Vrijwel alle Veilig Thuis -organisaties hebben de laatste jaren te maken gehad met significante wijzigingen in de jaarlijkse aantallen per dienst als gevolg van wijzigingen in de taken en werkwijze van Veilig Thuis-organisaties.

Formatie uitvoerend personeel Met de urennorm per dienst per functie en de aantallen per dienst per jaar kan berekend worden hoeveel uren inzet van elk van de directe functies nodig is in een jaar. Dit betreft de inzet van de medewerkers Veilig Thuis, de gedragswetenschappers, de vertrouwensartsen en de administratief medewerkers. Wanneer die ureninzet gedeeld wordt

Beleggen en borgen taken van Veilig Thuis | © bureau HHM 2020 | 22

door het aantal productieve uren dat een fte per jaar kan leveren, ontstaat inzicht in het benodigde aantal fte per functie. VTNHN gaat uit van 1.320 productieve uren per fte per jaar. Deze uren zijn door VTNHN als volgt onderbouwd: Uren per fte per jaar

❶ ❷ ❸ ❹ ❺

Beschikbare uren (bruto)

1.872

Verlof (wettelijk)

144

Ziek (5%)

94

Overige uren

314

Productie-uren

1.320

De 314 ‘overige uren’ zijn door VTNHN niet gespecificeerd. Op basis van onderzoek elders kunnen we dit inschatten. We missen namelijk nog de volgende componenten: • Feestdagen (ongeveer 50 uur per jaar). • Bovenwettelijk verlof (medewerkers kunnen uren bovenwettelijk verlof kopen met IKB12; we doen de aanname dat men gemiddeld 56 uur bovenwettelijk verlof koopt13). • Bijzonder verlof en zorgverlof (gemiddeld één dag per jaar). • Deskundigheidsbevordering, intervisie (ongeveer 65 uur per jaar).14 • Algemeen en teamoverleg (ongeveer 65 uur per jaar).

Met de begrote aantallen per dienst, de gemiddelde tijdbesteding per dienst per functie en de 1.320 productieve uren per fte per jaar komen we voor 2020 uit op een begrote formatie van 76,2 fte (waarvan 62,9 fte medewerker Veilig Thuis, 4,6 fte administratief medewerker, 3,5 fte vertrouwensarts en 5,2 fte gedragswetenschapper.) Inschaling uitvoerend personeel Voor de medewerkers van VTNHN gold de cao CAR-UWO (sinds 2020 vallen de medewerkers onder de CAO-SGO.) De directe functies zijn als volgt ingeschaald: medewerker VT schaal 10; gedragswetenschapper schaal 11A, vertrouwensarts schaal 12 en administratief medewerker schaal 5. In de jeugdzorg is in het functieboek uit de cao aangegeven welke schaal bij welke functie hoort. Het maximumsalaris uit de bijbehorende schalen uit de CAR-UWO ligt voor de medewerker Veilig Thuis en de vertrouwensarts enkele procenten (2-3%) hoger, voor de administratief

12

Individueel keuzebudget.

13

Dit is gelijk aan het aantal uren bovenwettelijk verlof in bijvoorbeeld de cao Jeugdzorg.

14

Voor een organisatie met een relatief hoog percentage nieuwe medewerkers vergt deze component een hoger aantal uren per jaar. Binnen VT spelen geregeld heftige casussen die verwerkingstijd vergen.

15

NK/20/0889/vtnhn

‘Emotionele hersteltijd’15/persoonlijke verzorging (ongeveer 65 uur per jaar). Dit komt in totaal uit op 309 uur per fte per jaar. Vergeleken met andere Veilig Thuis-organisaties is deze productiviteit mogelijk aan de hoge kant. Het uitgangspunt van 5% ziekteverzuim is laag in vergelijking met de zorgbrede verzuimcijfers (Vernet) die rond de 6% liggen en (b)lijkt in de praktijk moeilijk haalbaar. Wel heeft VTNHN de afgelopen periode stappen gezet om het ziekteverzuim fors omlaag te brengen. •

Beleggen en borgen taken van Veilig Thuis | © bureau HHM 2020 | 23

medewerker ongeveer 4% lager en voor de gedragskundige ongeveer 10% hoger dan in de cao-jeugdzorg (alles prijspeil 2020). Voor de begroting wordt ervan uitgegaan dat medewerkers standaard in de hoogste periodiek van de schaal beloond worden (de systematiek wordt uniform binnen de GGD Hollands Noorden toegepast16). Naast de brutosalarissen heeft de werkgever nog te maken met: • Vakantietoeslag en eindejaarsuitkering. • Sociale lasten. De hoogte van de vakantietoeslag en de eindejaarsuitkering zijn in de cao vastgelegd. De sociale lasten bestaan uit het werkgeversdeel van de wettelijk verplichte afdrachten voor sociale verzekeringen en de pensioenafdracht.

❶ ❷ ❸ ❹ ❺

Kosten formatie ondersteunend personeel/overhead Naast de kosten van het directe personeel zijn er ook kosten voor de inzet van ondersteunend personeel. Dat betreft de volgende functies: manager Veilig Thuis, business controller Veilig Thuis, secretaresses, teamleiders, beleidsmedewerkers, procesdeskundigen en klachtenfunctionarissen. De formatie ondersteunend personeel/overhead is voor 2020 begroot op 10 fte ten opzichte van 76,2 fte direct personeel. Dit betekent een verhouding van 88% direct personeel versus 12% ondersteunend personeel/overhead. Q-consult hanteerde in 2018 als benchmark de verhouding 92% versus 8%. VTNHN begroot voor 2020 een iets andere verhouding direct personeel versus ondersteunend personeel/overhead dan de genoemde benchmark uit 2018 vanwege een investering in procesoptimalisatie, bedrijfsvoering en aansturing. 16

NK/20/0889/vtnhn

Overige bedrijfskosten De overige bedrijfskosten van VTNHN bestaan uit huisvestingskosten, bureaukosten, automatiseringskosten, algemene promotiekosten, directe productiekosten en kapitaallasten. Daarnaast zijn er de reiskosten van het personeel en de overige personeelskosten. Tot slot is er nog de post ‘ondersteuning GGD HN’. Wanneer we de kosten van de formatie ondersteunend personeel/overhead en de overige bedrijfskosten uitdrukken als een opslagpercentage op de loonkosten van het directe personeel, dan komt dit voor de begroting 2020 uit op ongeveer 41%. Bureau HHM heeft onlangs voor een andere Veilig Thuis-organisatie onderzoek gedaan naar de hoogte van tarieven; daar bedroeg deze opslag ruim 44%. Daarnaast hebben we de totale kosten per fte voor VTNHN vergeleken met de totale kosten per fte voor vijf andere VT-organisaties. Hiervoor hebben we gebruikgemaakt van de beschikbare jaarverslagen van VTorganisaties over 2018. De kosten per fte per jaar bij de vijf andere organisaties varieerden in 2018 tussen € 88.000 en € 101.000 per fte per jaar. Bij VTNHN lagen deze kosten in 2018 net onder € 88.000 per fte.

4.2 Beschouwing Onze conclusie is dat VTNHN ten opzichte van vergelijkingsmateriaal in de pas loopt met andere Veilig Thuis-organisaties. De begroting is deugdelijk en herleidbaar opgebouwd. Ten opzichte van de afgelopen jaren (waarin VTNHN te maken had met wijzigingen in de meldcode en

Bij VTNHN liggen de werkelijke periodieken lager, echter voor een eenduidige begrotingssystematiek wordt met de ‘GGD- standaard’ gerekend.

Beleggen en borgen taken van Veilig Thuis | © bureau HHM 2020 | 24

het handelingsprotocol) is de voorspelbaarheid van aantallen diensten per product sterk toegenomen. Bij het opstellen van de begroting 2020 heeft VTNHN zich gericht op de uitvoering van de kerntaken. We weten van diverse andere Veilig Thuisorganisaties dat extra activiteiten (zoals het deelnemen aan lokale of regionale overleggen) een substantiële inzet gemoeid kan zijn. Binnen de scope van dit onderzoek hebben we niet op detailniveau kunnen doorkijken op de effecten van verschillen in de wijze van afstemming tussen medewerkers van VTNHN met lokale toegangen op de tijdbesteding per dienst per functie.

❶ ❷ ❸ ❹ ❺

NK/20/0889/vtnhn

De productiviteitsnorm (1.320 uur) waarmee wordt gerekend is aan de hoge kant gezien recente cijfers over het verloop en het ziekteverzuimpercentage. Een hoog verloop betekent namelijk dat veel nieuwe medewerkers die gedurende het eerste jaar minder productief zijn (inwerken en opleiding). Een hoog ziekteverzuimpercentage drukt eveneens het aantal productieve uren. VTNHN voert echter beleid om het ziekteverzuim en het verloop op orde te krijgen. Het percentage ziekteverzuim is van ongeveer 15% begin 2019 gedaald naar 5,7% over de periode januari tot en met april 2020. Daarnaast is in 2019 flinke slag gemaakt om de formatie op het benodigde aantal fte te brengen (in 2019 is 36 fte aangenomen). Door nu te investeren in het vasthouden, opleiden en ontwikkelen van personeel, kan de gemiddelde productiviteit in de loop van 2020/21 stijgen naar de norm van 1.320 uur per fte per jaar.

Beleggen en borgen taken van Veilig Thuis | © bureau HHM 2020 | 25

5. Beschrijving en weging van scenario’s In dit hoofdstuk beschrijven we scenario’s voor het beleggen en borgen van de taken van VTNHN in de toekomst. Per scenario geven we de belangrijkste voordelen en nadelen weer. We vatten onze bevindingen samen in een samenvattend wegingskader.

5.1 Mogelijke scenario’s

❶ ❷ ❸ ❹ ❺

Zoals beschreven in hoofdstuk 2 van dit rapport, worden Veilig Thuisorganisaties in het land verschillend gepositioneerd. In dit hoofdstuk werken we voor- en nadelen van vier scenario’s uit voor de mogelijke positionering van VTNHN in de toekomst: 1. Positionering bij de GGD HN: a. binnen de (aangepaste) Dienstverleningsovereenkomst (DVO); b. binnen de Gemeenschappelijke Regeling (GR)17; 2. Positionering bij een andere partij, zoals een Gecertificeerde Instelling of een organisatie die slachtoffers van huiselijk geweld opvangt. 3. Positionering als een zelfstandige organisatie.

5.2 Positionering bij de GGD HN De 18 gemeenten in Noord-Holland Noord kunnen ervoor kiezen om VTNHN blijvend bij de GGD HN onder te brengen. Daarbij zijn er twee varianten, namelijk via een (aangescherpte) DVO of binnen de GR van de GGD HN. Hieronder werken we de positionering van VTNHN bij de GGD HN eerst in algemene zin uit, waarbij we ingaan op de voor- en nadelen hiervan. Aansluitend beschrijven we voor- en nadelen van de DVO en de GR. Voordelen positionering VTNHN bij GGD HN 1. Op landelijk niveau wordt overleg gevoerd over het optimaliseren van de keten rondom huiselijk geweld en kindermishandeling. Het ligt voor de hand om de uitkomsten hiervan en de gevolgen voor de dienstverlening van Veilig Thuis-organisaties af te wachten, voordat ingrijpende beslissingen worden genomen over het eventueel elders beleggen en borgen van VTNHN. 2. De GGD HN heeft een belangrijke rol in de veiligheids- en gezondheidsregio Noord-Holland Noord18. 3. Door VTNHN (vooralsnog) blijvend bij de GGD HN onder te brengen vermijden de gemeenten een ‘systeembreuk’. De inspanningen van VTNHN en de gemeenten kunnen zich de komende periode richten op het verder versterken van VTNHN en op het optimaliseren van de keten rondom huiselijk geweld en kindermishandeling. 4. De ‘relationele continuïteit’, ofwel de relaties die zich de afgelopen jaren hebben ontwikkeld tussen betrokkenen in de uitvoering,19

17

Dit kan in de huidige GR van de GGD zijn, of in een separate GR. Er kan ook worden gekozen voor een GR met meerdere resultaatverantwoordelijke eenheden. Met ingang van 2019 is het DB van de GGD met drie leden vertegenwoordigd in de nieuwe commissie Zorg & Veiligheid van de Veiligheidsregio. Daarmee maakt het GGD-bestuur deel uit van een bestuurlijke samenwerkings- en netwerkstructuur op het snijvlak van Zorg en Veiligheid via verbinding met de Veiligheidsregio op bestuursniveau. 19 Als gevolg van het samenvoegen van SHG’s en AMK’s in Veilig Thuis-organisaties werden veel bestaande werkrelaties tussen betrokkenen in de uitvoeringspraktijk doorbroken, wat de samenwerking tussen partijen in de keten sterk heeft bemoeilijkt. De werkrelaties hebben zich de afgelopen jaren (deels) hersteld. Betrokkenen weten elkaar weer (steeds beter) te vinden. 18

NK/20/0889/vtnhn

Beleggen en borgen taken van Veilig Thuis | © bureau HHM 2020 | 26

❶ ❷ ❸ ❹ ❺

NK/20/0889/vtnhn

wordt behouden (mits VTNHN in staat blijkt om het verloop blijvend laag te houden), zowel op het gebied van gemeentelijke toegangen als bij de ketenpartners. Als VTNHN elders wordt gepositioneerd waarbij het principe ‘mens volgt werk’ wordt gehanteerd, dan geldt dit argument niet. 5. De investeringen van (gemeenten in) VTNHN en de GGD HN blijven behouden, zoals op het gebied van doorvoeren van veranderingen in de organisatiestructuur, het optimaliseren van werkprocessen en de bedrijfsvoering (inclusief verantwoordingsinformatie), het werven en behouden van personeel, et cetera. 6. VTNHN werkt volgens landelijke kaders, richtlijnen en protocollen. Dit geldt ook voor de Jeugdgezondheidszorg (JGZ) die bij de GGD HN is belegd en die valt onder de Wet publieke gezondheidszorg. Binnen de GGD HN kunnen de JGZ en VTNHN relatief zelfstandig functioneren. 7. VTNHN en de JGZ maken beiden gebruik van de ondersteunende diensten van de GGD HN. Dit drukt de kosten op het gebied van overhead. Nadelen positionering VTNHN bij GGD HN 1. Binnen het landelijke en ook regionale programma ‘Geweld hoort nergens thuis: Aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling’ heeft een GGD een beperkte rol. 2. De GGD HN wordt door sommige gemeenten gezien als een grote en logge organisatie, waarop het lastig is om invloed uit te oefenen.

In de beeldvorming is het voor gemeenten moeilijk om onderscheid te maken tussen de knelpunten die specifiek de GGD HN betreffen en knelpunten die VTNHN aangaan.

De gemeenten in de regio Noord-Holland Noord kunnen er voor kiezen om voor VTNHN een (aangepaste) DVO af te sluiten met de GGD HN. Dit heeft de volgende voor- en nadelen: Voordelen DVO 1. In de huidige ‘afspraaklacunes’ kan (deels) worden voorzien door de DVO aan te scherpen. Denk aan vraagstukken als: a. Hoe willen we omgaan met situaties van stagnerende besluitvorming? b. Hoe kunnen we meer handelingsvrijheid creëren voor VTNHN, zodat zich minder vaak knelpunten voordoen waarbij besluitvorming door gemeenten noodzakelijk is? c. Welke prestatie-indicatoren hanteren we, zodat we (beter) ontwikkelingen van VTNHN kunnen monitoren en waar nodig kunnen (bij)sturen? 2. De gemeenten hebben bij een (aangepaste) DVO (gevoelsmatig) veel positie ten opzichte van VTNHN en ten opzichte van elkaar, omdat iedere gemeente afzonderlijk moet instemmen met een te nemen besluit. 3. De DVO wordt jaarlijks (of twee of drie jaarlijks, afhankelijk van de afspraken) geëvalueerd, waarbij de vraag wordt gesteld of de DVO moet worden verlengd en/of aangepast. 4. De huidige en recentelijk overeengekomen verdeelsleutel (deels op inwoneraantal, deels op meldingen) kan voortgezet worden. Nadelen DVO 1. De huidige bestuurlijke drukte, complexiteit en onduidelijkheid als gevolg van het dubbele construct, namelijk de GR voor de GGD HN en de DVO voor VTNHN, blijft bestaan.

Beleggen en borgen taken van Veilig Thuis | © bureau HHM 2020 | 27

❶ ❷ ❸ ❹ ❺

2. Colleges/raden kunnen geen zienswijze indienen op de begroting, de jaarplannen en de jaarverslagen van VTNHN en hebben daarmee een minder duidelijke positie in de beleidscyclus van de GGD HN/ VTNHN. De verantwoording ten aanzien van VTNHN loopt via de 18 colleges/raden. 3. De gemeentelijke behoefte aan aanscherping van de DVO staat op gespannen voet met het feit dat VTNHN in belangrijke mate een uitvoeringsorganisatie is: ‘hoe meer detaillering in de DVO wordt opgenomen, hoe dichter gemeenten er op willen zitten’. 4. De jaarlijkse (of twee of drie jaarlijkse, afhankelijk van de afspraken) evaluatie van de DVO zorgt voor een permanente onrust als het gaat om de positionering van VTNHN. Deze evaluatie staat bovendien op gespannen voet met de structurele taak die VTNHN invult. 5. Noodzakelijke besluitvorming rondom VTNHN kan traag verlopen of zelfs stagneren, als niet alle gemeenten kunnen instemmen met een te nemen besluit. De veronderstelling dat de DVO meer (individuele gemeentelijke) sturingsmogelijkheden biedt, leidt dan in de praktijk tot (minder) sturing(sverlamming). Dit staat op gespannen voet met het tempo dat noodzakelijk is gezien vraagstukken die voorliggen. Ook kan de sturing op VTNHN in een DVO per gemeente verschillen. Daarnaast is het zo dat sprake is van onduidelijkheid als het gaat om de besluitvorming over zaken die alle gemeenten aangaan. 6.

Inzetten op het doorontwikkelen en het optimaliseren van de keten rondom huiselijk geweld en kindermishandeling vraagt om boven-

regionale sturing en besluitvorming. Een DVO waarbij 18 keer een lokaal besluit moet worden opgehaald past daar minder goed bij. 7. De Regionale Stuurgroep Jeugd (RSJ), die de lokale besluitvorming over de DVO en VTNHN voorbereidt, richt zich daarnaast primair op jeugdhulpgerelateerde vraagstukken, ofwel op de leeftijdscategorie 0 tot 18 jaar. Veilig Thuis-organisaties richten zich op de leeftijd van 0 tot 100. Daarmee is de voorbereiding van besluiten die de leeftijdscategorie 18 – 100 aangaan niet goed belegd. De gemeenten in de regio Noord-Holland Noord kunnen er voor kiezen om VTNHN onder te brengen in de GR van de GGD HN. Dit heeft de volgende voor- en nadelen: Voordelen GR 1. VTNHN wordt opgenomen in de besluitvormingsstructuur van de GR met een algemeen bestuur (AB) en een dagelijks bestuur (DB). Dit leidt tot (sterke) vermindering van bestuurlijke drukte, complexiteit en onduidelijkheid. Voor de betrokken wethouders, ambtenaren en gemeenteraden is duidelijk wat waar besproken wordt. Ook is geen sprake meer van petten van wethouders met enerzijds met een DBpet en anderzijds een RSJ-pet20. Daarnaast is sprake van een stabiele basis voor langere tijd. 2. Colleges/raden kunnen een zienswijze indienen op de begroting, de jaarplannen en de jaarverslagen van VTNHN en hebben daarmee een duidelijke positie in de beleidscyclus van de GGD HN/ VTNHN.

20

In de gemeenschappelijke regeling van de GGD zijn gemeenten eigenaar en opdrachtgever van de GGD. Zij spreken hun gemeentelijke wensen uit in het algemeen bestuur. Als een wethouder in het dagelijks bestuur van de GGD zit, dan spreekt de wethouder voor het belang van de GGD. Dit hoeft niet hetzelfde belang te zijn als het lokale gemeentelijke belang. Dit is inherent aan de werkwijze binnen een gemeenschappelijke regeling. Eventueel kan er voor gekozen worden om VTNHN onder de GR van de GGD HN te positioneren, maar om daarbij te gaan werken met een zogenaamde bestuurscommissie. Dit kan tegemoet komen aan meer betrokkenheid van de wethouders VTNHN , die dan bijvoorbeeld zitting kunnen hebben in deze bestuurscommissie. Het AB kan daarbij veel taken overdragen aan de bestuurscommissie met uitzondering van het vaststellen van begroting en rekening. Dit heeft wel weer gevolgen voor de bestuurlijke complexiteit.

NK/20/0889/vtnhn

Beleggen en borgen taken van Veilig Thuis | © bureau HHM 2020 | 28

❶ ❷ ❸ ❹ ❺

De verantwoording ten aanzien van VTNHN loopt via de jaarcyclus en de jaarstukken van de GGD HN, waarbij de informatievoorziening vanuit de GGD HN en VTNHN gelijktijdig plaatsvindt. 3. De besluiten van gemeenten worden bij meerderheid genomen. Dit voorkomt vertraging in of stagnering van besluitvorming. Daarbij geldt dat de huidige onduidelijkheid bij de DVO als één of enkele gemeenten niet kunnen instemmen met een voorgesteld besluit is weggenomen. Uiteraard is het belangrijk dat maximaal wordt gestreefd naar instemming van alle betrokken gemeenten. Als (tempo in) besluitvorming leidt tot (versnelde) doorontwikkeling en optimalisatie van de keten rondom huiselijk geweld en kindermishandeling, hebben alle afzonderlijke gemeenten daar bovendien (veel) baat bij. 4. De reductie in bestuurlijke drukte, complexiteit en onduidelijkheid creëert ruimte voor focus op de inhoudelijke doorontwikkeling en optimalisatie van de keten. Deze ruimte wordt verder vergroot als gevolg van de toegenomen voorspelbaarheid op het gebied van de formatie en financiën van VTNHN. 5. VTNHN en de JGZ zijn in belangrijke mate uitvoeringsorganisaties, waarbij een GR goed past. 5. De huidige en recentelijk overeengekomen verdeelsleutel (deels op inwoneraantal, deels op meldingen) kan binnen een GR voortgezet worden.

2. Besluiten worden genomen bij meerderheid (waarbij het ook zo is dat grotere gemeenten meer stemrecht hebben dan de kleinere gemeenten), waardoor de afzonderlijke gemeenten (gevoelsmatig) minder positie hebben ten opzichte van VTNHN en ten opzichte van elkaar. 3. In vergelijking met de DVO kan binnen de GR gevoelsmatig minder als zakelijke contractpartners worden geopereerd21. 4. De Regionale Stuurgroep Jeugd (RSJ) houdt zich primair bezig met jeugdhulpgerelateerde vraagstukken. Er is geen vanzelfsprekende verbinding tussen het AB en DB waarin besluiten worden genomen die de GGD HN/ VTNHN aangaan en de RSJ. 5. Voor het aanpassen en/of beëindigen van de uitvoering van de taken van VTNHN bij/door de GGD HN moet een formele GR-procedure worden doorlopen. Gemeente Uitgeest De positie van de gemeente Uitgeest is bijzonder, aangezien deze gemeente onder de GGD regio Kennemerland valt, terwijl VTNHN wordt uitgevoerd door de GGD HN. Binnen het werken met een DVO leidt dit niet tot problemen, omdat de GGD HN met alle gemeenten een DVO afsluit. Als wordt gekozen voor het opnemen van VTNHN in de GR van de GGD HN kan bijvoorbeeld een clausule worden opgenomen in de GR van de GGD HN voor de positie van Uitgeest.

Nadelen GR 1. De gemeenten komen gevoelsmatig meer op afstand te staan ten opzichte van VTNHN dan bij een DVO.

21

De huidige invulling van het contractmanagement, waarbij periodiek wordt overlegd met de contractmanager en met een selectie van beleidsambtenaren van betrokken gemeenten, kan onder een GD

worden gecontinueerd.

NK/20/0889/vtnhn

Beleggen en borgen taken van Veilig Thuis | © bureau HHM 2020 | 29

5.3 Positionering bij een ander partij De 18 gemeenten in de regio Noord-Holland Noord kunnen er ook voor kiezen om VTNHN bij een andere organisatie onder te brengen, zoals een Gecertificeerde Instelling of een organisatie die de slachtoffers van huiselijk geweld ondersteunt. Hieronder werken we de voor- en nadelen uit.

❶ ❷ ❸ ❹ ❺

NK/20/0889/vtnhn

Voordelen andere partij 1. Verschillende organisaties waar VTNHN ondergebracht kan worden, functioneren binnen de keten rondom huiselijk geweld en kindermishandeling en hebben een belangrijke plek binnen het landelijke en regionale programma ‘Geweld hoort nergens thuis: Aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling’. Dit biedt kansen voor (versnelde) doorontwikkeling en optimalisatie van de keten. 2. Er is sprake van een reductie in bestuurlijke drukte, complexiteit en onduidelijkheid. Het ligt voor de hand dat VTNHN vervolgens wordt ondergebracht in de huidige opdrachtgever-opdrachtnemer-relatie met de betreffende partij en dat ook van de bijbehorende lijnen van besluitvorming gebruik wordt gemaakt. Nadelen andere partij 1. Het onderbrengen van VTNHN bij een andere partij zorgt voor een ‘systeembreuk’. Er gaan veel inspanningen zitten in het ‘losweken, overdragen en opnieuw neerzetten en borgen’ van VTNHN bij een andere organisatie. Dit gaat ten koste van de aandacht die nodig is voor de doorontwikkeling en optimalisatie van de keten. Daarnaast bestaat het risico op ‘relationele discontinuïteit’ in de uitvoering, omdat de samenwerkingsrelaties tussen VTNHN, gemeentelijke toegangen en ketenpartners verstoord kunnen worden. Als VTNHN elders wordt gepositioneerd waarbij het principe ‘mens volgt werk’

wordt gehanteerd, dan geldt dit argument niet. Daarnaast krijgen de gemeenten te maken met frictiekosten. 2. Het is de vraag of de gemeenten meer en beter kunnen sturen op VTNHN, zowel inhoudelijk als financieel, als deze organisatie wordt ondergebracht bij een andere partij. Dit is (deels) afhankelijk van (de invulling van) de huidige opdrachtgever-opdrachtnemer-relatie met de betreffende partij en de bijbehorende lijnen van besluitvorming. Ook hier kunnen de gemeenten gevoelsmatig op afstand komen te staan. Daarnaast kan het zo zijn dat deze andere partij ook 18 keer een besluit moet ophalen bij de betrokken gemeenten. 3. De huidige knelpunten rondom de uitvoering en interne organisatie van VTNHN (denk aan knelpunten rondom formatie en financiën als gevolg van de stijging in het aantal adviezen, meldingen en onderzoeken, maar ook de interne organisatiestructuur, de werkprocessen en de bedrijfsvoering) zijn (grotendeels) onafhankelijk van de positionering van VTNHN. Deze knelpunten worden daarmee niet opgelost. 4. Het kiezen voor een geschikte partij is niet eenvoudig. Zo wordt de jeugdbescherming in de regio Noord-Holland Noord uitgevoerd door drie Gecertificeerde Instellingen. Ook is het zo dat GI’s hulp bieden aan jeugdigen van 0 tot 18 jaar, terwijl Veilig Thuis-organisaties zich richten op de leeftijdscategorie van 0 tot 100 jaar.

De GI’s hebben daarmee geen natuurlijk connectie met leeftijdscategorie 18 tot 100. Ook als het gaat om partijen die slachtoffers van huiselijk geweld opvangen is sprake van drie organisaties die in de regio werken, namelijk ‘De Blijfgroep’, ‘DNO Doen’ en ‘Blijf van mijn lijf. Ook is het zo dat Veilig Thuis-organisaties een specifieke rolinvulling hebben. Het onderbrengen van VTNHN bij een andere organisatie kan tot rolverwarring en onduidelijkheid leiden in de maatschappelijke

Beleggen en borgen taken van Veilig Thuis | © bureau HHM 2020 | 30

beeldvorming rondom Veilig Thuis, in relatie tot de dienstverlening van de desbetreffende organisatie. 5. Gezien de moeizame start van veel Veilig Thuis-organisaties heeft Veilig Thuis imagoschade opgelopen. Dit geldt ook voor VTNHN. Het is niet vanzelfsprekend dat andere organisaties VTNHN ‘onder hun hoede willen nemen’.

5.4 Positionering als zelfstandige organisatie De gemeenten kunnen er ook voor kiezen VTNHN te verzelfstandigen. Dit heeft de volgende voor- en nadelen, deels vergelijkbaar met de keuze voor het onderbrengen van VTNHN bij een andere organisatie.

❶ ❷ ❸ ❹ ❺

Voordelen verzelfstandiging 1. Er is sprake van reductie in bestuurlijke drukte, complexiteit en onduidelijkheid. De gemeenten moeten een nieuwe opdrachtgeveropdrachtnemer-relatie aangaan met VTNHN en gezamenlijk afspraken maken over de bijbehorende lijnen van besluitvorming. Ten opzichte van een GR of DVO is een zelfstandige stichting minder politiek gevoelig. 2. VTNHN heeft geen last van een moederorganisatie (maar ook geen profijt) en kan zich volledig concentreren op het optimaliseren van de eigen dienstverlening, op de positie in de keten rondom huiselijk geweld en kindermishandeling en op de verdere doorontwikkeling en optimalisatie van deze keten. Nadelen verzelfstandiging 1. Het verzelfstandigen van VTNHN zorgt voor een ‘systeembreuk’. Er gaan veel inspanningen zitten in het ‘losweken, overdragen en opnieuw neerzetten en borgen’ van VTNHN. Dit gaat ten koste van de aandacht die nodig is voor de doorontwikkeling en optimalisatie

NK/20/0889/vtnhn

van de keten. Ook bestaat het risico op ‘relationele discontinuïteit’. Als VTNHN elders wordt verzelfstandigd waarbij het principe ‘mens volgt werk’ wordt gehanteerd, dan geldt dit argument niet. Daarbij krijgen gemeenten te maken met frictiekosten. 2. Door de beperkte schaalgrootte van de zelfstandige organisatie kan VTNHN financiële fluctuaties en personeelsfluctuaties als het gaat om de bedrijfsondersteuning minder goed opgevangen. 3. Door de beperkte schaalgrootte van de zelfstandige organisatie is de bedrijfsvoering van VTNHN relatief duur. 4. Het is de vraag of de gemeenten meer en beter kunnen sturen op VTNHN, zowel inhoudelijk als financieel, als deze organisatie wordt verzelfstandigd. Dit is (deels) afhankelijk van (de invulling van) de nieuwe opdrachtgever-opdrachtnemer-relatie met VTNHN en de bijbehorende lijnen van besluitvorming. 5. De huidige knelpunten rondom de uitvoering en interne organisatie van VTNHN (denk aan knelpunten rondom formatie en financiën als gevolg van de stijging in het aantal adviezen, meldingen en onderzoeken, maar ook de interne organisatiestructuur, de werkprocessen en de bedrijfsvoering) zijn (grotendeels) onafhankelijk van de positionering van VTNHN. Deze knelpunten worden daarmee niet opgelost.

5.5 Beschouwing De scenario’s voor de positionering van de taken van VTNHN hebben diverse voor- en nadelen. In hoofdstuk 6 wegen we deze ten opzichte van elkaar. Daarbij is het zo dat het voordeel bij het ene scenario een nadeel kan zijn bij een ander scenario. Bij het wegen van de voor- en nadelen zijn onder meer de volgende aspecten van belang:

Beleggen en borgen taken van Veilig Thuis | © bureau HHM 2020 | 31

•

• • • •

Welke knelpunten rondom VTNHN en de GGD HN zijn ‘constructgerelateerd’ en wat zijn knelpunten die zich voordoen afhankelijk van de positionering van VTNHN? Hoe kan de bestuurlijke drukte, complexiteit en onduidelijkheid worden gereduceerd? Hoe kan de sturing op VTNHN zo goed mogelijk invulling krijgen? Wat zijn consequenties van het anders positioneren van VTNHN (inhoudelijk, financieel, relationeel, et cetera)? Welke construct past het beste bij de ontwikkelopgaven rondom VTNHN en bij de doorontwikkeling van de keten rondom huiselijk geweld en kindermishandeling?

❶ ❷ ❸ ❹ ❺

NK/20/0889/vtnhn

Beleggen en borgen taken van Veilig Thuis | © bureau HHM 2020 | 32

6. Conclusies en aanbevelingen In dit hoofdstuk trekken wij conclusies en doen we aanbevelingen voor het beleggen en borgen van de taken van Veilig Thuis Noord Holland Noord in de toekomst.

❶ ❷ ❸ ❹ ❺

De 18 gemeenten in de regio Noord-Holland Noord en de GGD Hollands Noorden hebben een dienstverleningsovereenkomst afgesloten voor de uitvoering van de taken van VTNHN. In de aansturing van VTNHN doen zich knelpunten voor die raken aan deze DVO en die de vraag oproepen waar de taken van VTNHN in de toekomst belegd en geborgd moeten worden. In dit onderzoek worden de mogelijkheden hiervoor verkend, waarbij twee clusters van vragen centraal staan: 1. Wat zijn de wettelijke taken van VTNHN, hoe worden deze ingevuld en welke (kwaliteits)eisen kunnen gemeenten stellen? 2. Hoe worden de Veilig Thuis-organisaties elders georganiseerd, welke scenario’s voor de positionering van VTNHN zijn mogelijk en wat zijn de voor- en nadelen van deze scenario’s?

6.1 Conclusies Wat zijn de wettelijke taken van VTNHN, hoe worden deze ingevuld en welke (kwaliteits)eisen kunnen gemeenten stellen?

NK/20/0889/vtnhn

De diensten die Veilig Thuis Noord-Holland Noord moet leveren staan beschreven in het (aangescherpte) landelijke handelingsprotocol. Het betreft de volgende wettelijke taken: 1. geven van advies en bieden van ondersteuning; 2. oppakken van meldingen; 3. voorzien in een veiligheidsbeoordeling; 4. voorzien in een overdracht na een veiligheidsbeoordeling; 5. creëren van veiligheidsvoorwaarden en invulling geven aan vervolg; 6. uitvoeren van onderzoek; 7. voorzien in overdracht; 8. monitoren van onderzochte situaties. Ook voert VTNHN twee regionale maatwerktaken uit, namelijk: 1. invulling geven aan procesregie Tijdelijk Huisverbod; 2. geven van voorlichting. De samenvoeging van de Steunpunten Huiselijk Geweld (SHG’s) en de Advies- en Meldpunten Kindermishandeling (AMK’s) in Veilig Thuisorganisaties bleek een complexe opgave, landelijk en ook in de regio Noord-Holland Noord. Vrijwel alle Veilig Thuis-organisaties, waaronder VTNHN, kregen te maken met financiële tekorten, personeelstekorten, oplopende wachtlijsten en wachttijden, onderzoeken van de inspectie, knelpunten in de doorontwikkeling van de interne organisatie en van de keten rondom huiselijk geweld en kindermishandeling, et cetera. Deze problemen spelen bij vrijwel alle Veilig Thuis-organisaties en doen zich grotendeels voor, onafhankelijk van de wijze waarop de organisaties zijn gepositioneerd.

Beleggen en borgen taken van Veilig Thuis | © bureau HHM 2020 | 33

❶ ❷ ❸ ❹ ❺

NK/20/0889/vtnhn

VTNHN heeft een belangrijke rol in de keten rondom huiselijk geweld en kindermishandeling. Als het gaat om de lokale toegang verschillen gemeenten van elkaar in onder meer de aanwezige expertise, de visie van waaruit wordt gewerkt (wel/niet vraaggericht) en de wijze waarop de regievoering is belegd. Dit leidt tot diversiteit in verwachtingen van en ervaringen met VTNHN. De onlangs geëvalueerde, aangescherpte samenwerkingsafspraken helpen de samenwerking te verbeteren, maar dekken niet alle lokale verschillen waar VTNHN mee te maken heeft.

professionals op casusniveau en kortere doorlooptijden. Landelijke ontwikkelingen op dit gebied, waaronder experimenten in verschillende pilots, kunnen op regionaal worden vertaald en vormgegeven binnen het kader van de nieuwe regiovisie ‘Geweld hoort nergens thuis’.

Het landelijke kwaliteitskader voor de lokale toegangen en de beoogde aanscherping van de rolinvulling van betrokken organisaties vanuit de nieuwe regiovisie ‘Geweld hoort nergens thuis’ biedt een basis voor een verdere aanscherping van de samenwerkingsafspraken, waarbij vooral behoefte is aan meer duidelijkheid over ‘hoe/tot wanneer blijft VTNHN bij een casus betrokken en wanneer/hoe draagt VTNHN een casus over?’. De relationele continuïteit die de afgelopen periode is ontstaan (professionals van de verschillende organisaties die elkaar en elkaars werkwijze hebben leren kennen), helpt betrokkenen in de uitvoeringspraktijk om beter in te spelen op elkaars wensen en verwachtingen.

Hoe worden de Veilig Thuis-organisaties elders in het land georganiseerd, welke scenario’s voor de positionering van VTNHN zijn mogelijk, wat zijn de voor- en nadelen van deze scenario’s?

Gemeenten geven aan behoefte te hebben aan lokale zichtbaarheid en aanwezigheid van VTNHN, onder andere als het gaat om afstemming op casusniveau (niet alleen bij calamiteiten/ reactief, maar vooral ook preventief/ proactief). Alle betrokkenen geven aan behoefte te hebben aan en noodzaak te zien voor doorontwikkeling van de keten rondom huiselijk geweld en kindermishandeling, waaronder het verbeteren van de samenwerking bij crisissituaties en bij tijdelijke huisverboden. Maar bijvoorbeeld ook als het gaat om het wegnemen van dubbelingen (zoals onderzoeken die opeenvolgend worden uitgevoerd door VTNHN en de Raad voor de Kinderbescherming), wat leidt tot minder betrokken

De begroting van VTNHN voor 2020 past bij de huidige opgave (aantal adviezen, onderzoeken en meldingen) en wijkt niet substantieel af van andere Veilig Thuis-organisaties.

Er zijn geen landelijke kaders als het gaat om de positionering van Veilig Thuis-organisaties. Het gevolg is dat deze organisaties in het land divers worden gepositioneerd, zoals: • Bij een GGD, via een gemeenschappelijke regeling; • Bij een GGD, via een dienstverleningsovereenkomst; • Als zelfstandige stichting; • Bij een andere partij (zoals een jeugdzorg- of welzijns)aanbieder of een gecertificeerde instelling). De specifieke situatie in de regio Noord-Holland Noord, namelijk een gemeenschappelijke regeling (GR) voor de GGD HN en een dienstverleningsovereenkomst (DVO) voor de uitvoering van de taken van VTNHN, in combinatie met 18 gemeenten en 3 subregio’s, leidt tot bestuurlijke drukte en complexiteit (met onder meer onduidelijkheid over wat waar met wie besproken moet worden, dubbele petten van wethouders en traagheid in besluitvorming als niet alle gemeenten

Beleggen en borgen taken van Veilig Thuis | © bureau HHM 2020 | 34

kunnen instemmen met een voorgenomen besluit) als het gaat om de besluitvorming over en aansturing van VTNHN. In de huidige DVO zijn bepaalde onderdelen bovendien niet uitgewerkt en ook ontbreekt het aan passende prestatie-indicatoren, zowel als het gaat om de kwaliteit van de interne organisatie van VTNHN als om de keten van huiselijk geweld en kindermishandeling.

❶ ❷ ❸ ❹ ❺

Het uitwerken en vervolgens daadwerkelijk toepassen van de prestatieindicatoren is nadrukkelijk een gezamenlijke opgave voor VTNHN en de gemeenten. Daarbij is het van belang om onderscheid te maken tussen prestatie-indicatoren die betrekking hebben op de kwaliteit van: • De interne organisatie van VTNHN22. • De keten rondom huiselijk geweld en kindermishandeling23. Vooral als het gaat om verbeteringen van de prestaties die de keten van huiselijk geweld en kindermishandeling betreffen, is het van belang met partners uit die diezelfde keten te zoeken naar onderliggende oorzaken van het achterblijven van die prestaties. Bij het wegen van de mogelijkheden voor het in toekomst beleggen van borgen van de taken van VTNHN zijn onder meer de volgende aspecten van belang: • De reductie in bestuurlijke drukte, complexiteit en onduidelijkheid. • De consequenties van een systeembreuk als gevolg van het elders positioneren van VTNHN (tijds- en financiële investering, behoud van relationele continuïteit, et cetera).

•

De mogelijkheden voor aansturing van VTNHN, zowel inhoudelijk als financieel, in relatie tot de wettelijke taken van Veilig Thuis en de opgave voor de doorontwikkeling en optimalisatie van de keten rondom huiselijk geweld en kindermishandeling.

In bijlage 3 bij deze rapportage hebben we de voor- en nadelen van de verschillende opties voor het in de toekomst positioneren van VTNHN samengevat weergeven.

6.2 Aanbevelingen De huidige situatie, waarin sprake is van gemeenschappelijke regeling (GR) voor de GGD HN en een dienstverleningsovereenkomst (DVO) voor VTNHN wordt door betrokkenen als ongewenst ervaren. Vanuit het perspectief van de gewenste reductie in de bestuurlijke drukte, complexiteit en onduidelijkheid ligt het dan ook niet voor de hand om de huidige situatie te continueren. Voor de komende periode is het volgens ons van belang te zorgen voor krachtige doorontwikkeling van de organisatie van VTNHN én van de brede keten rondom huiselijk geweld en kindermishandeling in de regio Noord-Holland Noord. Dit kan worden opgepakt binnen de kaders van de nieuwe regiovisie ‘Geweld hoort nergens thuis’, rekening houdend met de landelijke ontwikkelingen op het gebied van de keten, waarvan de consequenties voor de rolinvulling van Veilig Thuis-organisaties nog onduidelijk zijn. Denk aan de norm voor opdrachtgeverschap, waarin is

22

Zoals het aantal meldingen waarvan niet binnen vijf dagen duidelijk is welke vervolghulpverlening wordt ingezet, het aantal onderzoeken dat niet binnen tien weken is afgerond, het aantal gegrond verklaarde klachten, het aantal gekwalificeerde medewerkers in relatie tot het aantal meldingen/onderzoeken/adviezen, het aantal inhuurkrachten in relatie tot personeel in vaste dienst, et cetera. 23 Zoals het aantal overgedragen casussen dat terugkomt bij VTNHN, het aantal keren dat een melding van huiselijk geweld of kindermishandeling binnenkomt bij VTNHN terwijl er een veiligheidsplan is opgesteld, het aantal keren dat een casus wordt gemeld bij de Raad voor de Kinderbescherming omdat het veiligheidsplan ontoereikend was, te cetera.

NK/20/0889/vtnhn

Beleggen en borgen taken van Veilig Thuis | © bureau HHM 2020 | 35

uitgewerkt dat de gemeenten een regionale visie moeten ontwikkelen, niet alleen op de inkoop en transformatie van de jeugdhulp, maar ook op rolinvulling van de lokale toegangen (deadline juni 2021). En denk aan de landelijke projectgroep die de mogelijkheden voor optimalisatie van de jeugdbeschermingsketen in kaart brengt en uitwerkt (zie het kader op pagina 12 van dit rapport), inclusief de mogelijke herschikking van taken van onder meer de Veilig Thuis-organisaties.

❶ ❷ ❸ ❹ ❺

NK/20/0889/vtnhn

Het elders onderbrengen of het zelfstandig positioneren van VTNHN zorg voor een systeembreuk. Dit leidt er toe dat de komende periode veel inspanningen gaan zitten in het losweken, overdragen en opnieuw neerzetten van VTNHN. Dit gaat ten koste van de aandacht die nodig is voor de doorontwikkeling van VTNHN en van de keten rondom huiselijk geweld en kindermishandeling. Daarbij is het zo dat er in de regio niet één voor de hand liggende organisatie is waar de gemeenten VTNHN kunnen onderbrengen, maar dat er sprake is van meerdere alternatieve organisaties die veelal subregionaal werken. Ook krijgen gemeenten te maken met frictiekosten als VTNHN elders wordt onderbracht of als een zelfstandige organisatie wordt gepositioneerd. Door de beperkte schaal van een zelfstandige organisatie wordt de bedrijfsvoering van VTNHN bovendien relatief duur. Daarnaast bestaat het risico van relationele discontinuïteit, waardoor relaties met ketenpartners op uitvoeringsniveau (opnieuw) moeten worden hersteld of opgebouwd. Als het principe ‘mens volgt werk’ wordt gehanteerd, geldt dit argument niet.

Wij bevelen daarom aan om Veilig Thuis Noord-Holland Noord blijvend bij de GGD Hollands Noorden te positioneren en onder te brengen in de GR van de GGD HN 24. Als het gaat om de positie van de gemeente Uitgeest kan een clausule worden opgenomen in deze GR. Daarbij is het belangrijk te constateren dat de voorspelbaarheid, als het gaat om de omvang van de dienstverlening van VTNHN en daarmee de benodigde formatie en financiën, fors is toegenomen in de afgelopen jaren. In combinatie met de overeengekomen verdeelsleutel maakt dit dat afzonderlijke gemeenten beter weten ‘waar ze aan toe zijn’ als het gaat om VTNHN. Ook is het zo dat de begroting van VTNHN voor 2020 geen grote afwijkingen vertoont ten opzichte van de begrotingen van andere Veilig Thuis-organisaties (op basis van benchmarkmateriaal). Daarbij is het belangrijk dat de GGD HN inzicht geeft in de (financiële) prestaties van VTNHN (ten opzichte van de (financiële) prestaties van de GGD HN zelf)25. Als het gaat om de sturing op VTNHN is het belangrijk om te realiseren dat de Veilig Thuis-organisaties moeten werken volgens het landelijke handelingsprotocol. Tegelijk is cruciaal dat de gemeenten en VTNHN prestatie-indicatoren overeenkomen die niet alleen een beeld geven van de kwaliteit van de interne organisatie van VTNHN, maar ook van de kwaliteit van de keten.

Een specifiek aandachtspunt daarbij is de aansluiting van VTNHN op de lokale toegangen van de gemeenten. De onlangs geëvalueerde samenwerkingsafspraken moeten verder worden aangescherpt in het licht van landelijke kwaliteitskader voor de lokale

24

De landelijke ontwikkelingen rondom de jeugdbeschermingsketen kunnen worden geeffectueerd bij de verdere uitwerking en invulling van dit scenario.

25

Zie ook de adviezen over financiële risicobeheersing die voortvloeien uit het rekenkameronderzoek GGD Hollands Noorden: Financiële risico’s in perspectief.

Beleggen en borgen taken van Veilig Thuis | © bureau HHM 2020 | 36

toegangen en de nieuwe regiovisie ‘Geweld hoort nergens thuis’. Door gezamenlijk oorzaken te onderzoeken van eventueel achterblijvende prestaties en vervolgens bijbehorende verbeterplannen vast te stellen, kunnen afspraken gemaakt over de te maken progressie door VTNHN. Daarbij kan de huidige invulling van het contractmanagement, waarbij periodiek overleg wordt gevoerd tussen VTNHN, de contractmanager en een selectie van beleidsambtenaren van de betrokken gemeenten in de GR worden gecontinueerd26.

❶ ❷ ❸ ❹ ❺

26

NK/20/0889/vtnhn

Zie ook de adviezen over de kaderstellende en controlerende rolinvulling van gemeenteraden die voortvloeien uit het rekenkameronderzoek GGD Hollands Noorden: Financiële risico’s in perspectief.

Beleggen en borgen taken van Veilig Thuis | © bureau HHM 2020 | 37

Bijlage 1. Geraadpleegde documentatie • • • • • • • • • • •

❶ ❷ ❸ ❹ ❺

NK/20/0889/vtnhn

• • • • • • • •

Dienstverleningsovereenkomst VT NHN Interne evaluatie DVO Evaluatieverslag DVO Veilig Thuis Landelijk handelingsprotocol Organogram GGD HN en VT NHN Governance Veilig Thuis Begroting VT NHN (aanbiedingsbrief, begroting en financiële begroting 2020). Diverse Interne productbeschrijvingen en protocollen van VT HN Diverse samenwerkingsafspraken tussen VT en ketenpartners Recidive onderzoek jeugdigen Veilig Thuis Jaarverslag Veilig Thuis Beleidsinformatie Veilig Thuis NH GR GGD HN Samenwerkingsafspraken VT NHN en de evaluatie samenwerkingsafspraken Verantwoordingsrapportages VT NHN (Q1 t/m Q4) Concept Regiovisie GHNT Kaders voor regionale samenwerking 2014 WVGGZ voorstel governance GGDHN GGD Hollands Noorden: Financiële risico’s in perspectief (rekenkameronderzoek)

Beleggen en borgen taken van Veilig Thuis | © bureau HHM 2020 | 38

Bijlage 2. Afgenomen interviews Begeleidingscommissie

Gemeente/ organisatie

Respondent

Functie

Hollands Kroon

Anja Broers en Marina Rolvink

Bestuurlijk adviseur

Heerhugowaard en Langedijk

Marc Jehee

Interim beleidsadviseur

Gemeente Alkmaar

Carola Rothe (Alkmaar) Dorien van IJzendoorn (De Buch)

West-Friesland

Aletta Boelens

KOP NH

Arlette Booms

Groepsinterviews

Individuele interviews

❶ ❷ ❸ ❹ ❺

NK/20/0889/vtnhn

Functie

Regio

Gremia

West-Friesland

Regionale raadsbijeenkomst

Alkmaar

Regionale raadsbijeenkomst

Gemeente/ organisatie

Respondent

West- Friesland

Aletta Boelens

Beleidsmedewerker

KOP NH

Regionale raadsbijeenkomst

Veilig Thuis NHN

Marion Verstraaten

Manager

West-Friesland

Bestuurlijk overleg MADIVOSA

Veilig Thuis NHN

Gerrit Visser

Teamleider

Alkmaar

Bestuurlijk overleg PORA

Veilig Thuis

Ilse Rijkhoff, en Mark Besteman

Business Controllers

KOP NH

Bestuurlijk overleg PHO

West-Friesland

Regionaal Beleidsoverleg Jeugd

Den Helder

Pieter Kos

Wethouder

Alkmaar

Regionaal Beleidsoverleg Jeugd

Stede Broec

Lydia Groot

Wethouder

KOP NH

Regionaal Beleidsoverleg Jeugd

GGD

Edward John Paulina

Directeur

Regionaal

Zes leidinggevenden lokale toegangen

Hoorn

Tyrza Boersma

Contractmanager

Alkmaar

Raadscommissie Sociaal 16 juni 2020

Hollands Kroon

Mary van Gent

Wethouder

Uitgeest

Cecilia van Wheel

Wethouder

Beleggen en borgen taken van Veilig Thuis | © bureau HHM 2020 | 39

Ketenpartners Organisatie Blijf groep

Christel Dingerdis

DJGB

Xander Frencken

JBRA

Miriam Laan Silvana Bos

DNO Doen

Majella van Ispelen

Raad voor de kinderbescherming

Irene Stols

Parlan

Sebastiaan Kool Fenne Appelman

❶ ❷ ❸ ❹ ❺

NK/20/0889/vtnhn

Beleggen en borgen taken van Veilig Thuis | © bureau HHM 2020 | 40

Bijlage 3. Afwegingskader scenario’s

❶ ❷ ❸ ❹ ❺

NK/20/0889/vtnhn

Onderwerp

GGD GR/ DVO

Zelfstandige stichting

Andere partij

Relationele continuïteit

Er is sprake van relationele continuïteit.

Indien de werknemers overgaan is er sprake van behoud van relationele continuïteit met betrekking tot de uitvoering van het primair proces. Mogelijk ontstaan er wijzigingen in het management.

Indien de werknemers overgaan is er sprake van behoud van relationele continuïteit met betrekking tot de uitvoering van het primair proces. Mogelijk ontstaan er wijzigingen in het management.

Financieel

GGD is primair de bedrijfsvoering organisatie waar het personeel onder hangt VT.

Extra kosten (huisvesting, proces-ondersteuning, nieuwe systemen, et cetera). Eigenstandige positie kan fluctuaties minder goed opvangen.

Extra kosten gezien de herinrichting maar kan wel ondergebracht worden bij een bestaande bedrijfsvoering van een organisatie.

Investering tijd

Beperkte tijdsinvestering (aantal afspraken moeten helderder worden vastgelegd) De uitwerking is afhankelijk van de keuze DVO of GR.

Extra tijdsinvestering (overdrachts-, opbouw- en frictiekosten: energie gaat zitten in de organisatie in plaats van de inhoud, belangen en besluitvorming. Governance moet uitgewerkt worden.

Extra tijdsinvestering (overdrachts-, opbouw- en frictiekosten: energie gaat zitten in de organisatie in plaats van de inhoud, belangen en besluitvorming. Governance moet uitgewerkt worden.

Inhoudelijke positionering

VT functioneert in een andere keten dan de GGD. VT heeft een eigenstandige positie binnen de GGD, gebonden aan wettelijke kaders. VT/JGZ zijn beiden uitvoeringsorganisaties.

VT kan eigen koers bepalen, gebonden aan wettelijke kaders.

Niet één voor de hand liggende regionale partij. Verschillen met betrekking tot drie subregio’s. De JB wordt uitgevoerd door 3 GI’s. Opvang slachtoffers HG ook.

Stabiliteit keten

VT is nu stabiel, voorspelbaarheid in financiën, relaties zijn stabiel dus kan ingezet worden op inhoud/ doorontwikkeling.

Verandering betekent weer investeren in relaties, positie, informatieverschaffing, et cetera. Daarnaast mogelijk weerstand van medewerkers.

Verandering betekent weer investeren in relaties, positie, informatieverschaffing, et cetera. Daarnaast mogelijk weerstand van medewerkers.

Aansturing

Invloed is beperkt door wettelijke kaders. Afspraken moeten vastgelegd worden in een DVO/ GR.

Invloed is beperkt door wettelijke kaders. Een verzelfstandiging lost een (groot) deel van de ervaren knelpunten niet op.

Invloed is beperkt door wettelijke kaders. Onderbrengen bij een andere partij lost een (groot) deel van de ervaren knelpunten niet op.

Beleggen en borgen taken van Veilig Thuis | © bureau HHM 2020 | 41

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10477888/1