200915 Rapport Berenschot naar evaluatie BUCH-samenwerking
Tekst van het document
Beelden •
Het bedrijfsplan wordt aangehaald als het centrale document waarin de sturingsfilosofie wordt beschreven.
•
In de eerste twee jaar stonden de organisatiedoelen (3K’s, 2G’s) niet op het netvlies. “Het was survivallen.” Dat de basis (nu) op orde is, is een voorwaarde om gerichter aandacht te besteden aan de organisatiedoelen.
•
In de periode met vier directeuren waren de domeinmanagers de echte eigenaren en hadden gemeentesecretarissen het gevoel met lege handen te staan.
•
Procedures en systemen worden als (te) leidend ervaren; met uitzonderingen wordt krampachtig omgegaan. Dat moet flexibeler worden, vinden meerdere respondenten binnen de organisatie.
Analyse •
Er wordt niet expliciet gestuurd en gemonitord op de doelstellingen van het bedrijfsplan; uitgewerkte KPI’s zijn niet aangetroffen.
•
Dit bevestigt het beeld dat in de andere onderdelen ook naar voren komt: de organisatie was in het begin meer bezig om de basis op orde te krijgen en minder gericht op gestelde (langere-termijn)doelen voor de werkorganisatie BUCH.
63213 Evaluatie BUCH-samenwerking
64
63213 Evaluatie BUCH-samenwerking
65
7. Toekomstperspectief Om de tweede vraag van deze evaluatie te kunnen beantwoorden, namelijk wat is er in de nabije toekomst nodig om de doelstellingen (beter) te halen, gaan we in dit hoofdstuk in op het toekomstperspectief van de BUCHsamenwerking.
7.1 Een inhoudelijke agenda? Deze paragraaf gaat over de publieke meerwaarde die de BUCH in de toekomst zou moeten leveren. Die is immers bepalend voor de eisen die aan de BUCH zullen worden gesteld.
7.1.1 Landelijke ontwikkelingen Niet alleen de eigen ambities en opgaven van de gemeenten zijn bepalend voor hun inhoudelijke agenda. Ook landelijke ontwikkelingen spelen daarbij een rol. De volgende trends en ontwikkelingen zijn het meest bepalend in de nabije toekomst: 1.
Opnieuw vormgeven van de rol van de overheid. De nagestreefde participatiemaatschappij is zowel een gevolg van grotere mogelijkheden en zelfstandigheid van inwoners als van minder geloof in maakbaarheid en de afnemende financiële ruimte van de overheid. Gemeenten maken steeds meer in samenspraak met andere organisaties en burgers afspraken over het besturen van dit publieke domein. Deze ontwikkeling heeft consequenties voor de benodigde capaciteit van het apparaat en competenties van medewerkers. Er moet (meer) worden ondernomen in samenwerking en coproductie met inwoners en ondernemers. Aan de andere kant ontstaan binnen gemeentelijke organisaties meer specialismen om aan de specifieke en complexe vraagstukken en vragen uit de samenleving te kunnen voldoen.
2.
Klimaatbestendigheid. Nederland heeft zich verbonden aan verschillende internationale klimaatafspraken. Het hieruit voortvloeiende Nederlandse klimaatbeleid richt zich grotendeels op het terugbrengen van de uitstoot van broeikasgassen. Voor het bereiken van de nationale doelstellingen is er onder andere een Energieagenda opgesteld, een Klimaatakkoord met verschillende sectoren gesloten en is een Klimaatwet aangenomen. De verschillende maatregelen zullen uiteindelijk lokaal hun beslag (moeten) krijgen met een rol voor de gemeente; een voorbeeld vormt de opgave om wijken aardgasvrij te maken en daarvoor plannen te ontwikkelen. Een andere grote opgave voor gemeenten is om de leefomgeving klimaatbestendig te maken. Dit alles legt een (groot) beslag op de ambtelijke capaciteit.
3.
Ontwikkelingen in bevolkingsomvang en -samenstelling. Op dit moment telt Nederland 17 miljoen inwoners. De verwachting is dat de bevolking tot 2030 blijft groeien tot 17,8 miljoen inwoners, waarna de groei afneemt. Het aantal ouderen stijgt en daarmee ook het aantal eenpersoonshuishoudens. Dit komt door een ouder wordende naoorlogse generatie en een hogere levensverwachting. Daarnaast wordt er zowel in de hoge als lage scenario’s een bevolkingsgroei in de Randstad en in de stedelijke regio’s voorspeld. Een groei van de bevolking en de vergrijzing brengen veel samenhangende vraagstukken met zich mee op het gebied van wonen, voorzieningen en zorg.
4.
Toenemend belang ICT. Digitalisering is de afgelopen twee decennia een steeds grotere rol gaan spelen in ons leven. Ook voor de BUCH-gemeenten biedt digitalisering legio mogelijkheden, zoals innovatie in dienstverlening aan inwoners en ondernemers, het versterken van de uitvoeringskracht en het verbeteren van samenwerking met ketenpartners. In VNG-verband investeren gemeenten collectief in informatievoorziening, om daarmee lokaal maatwerk mogelijk te maken. Tegelijkertijd vraagt het toenemend belang van ICT
63213 Evaluatie BUCH-samenwerking
66
voortdurend om hoogwaardige en nog meer specialistische kennis, bijvoorbeeld op het gebied van privacywetgeving (AVG), beveiliging en datagestuurd werken. 5.
Verdere decentralisatie rijksbeleid. Met de Omgevingswet, die naar verwachting begin 2022 in werking treedt, wordt een kanteling beoogd in het fysieke domein die even ingrijpend zal zijn als de decentralisaties in het sociaal domein De Omgevingswet is nadrukkelijk een wet waarin veel invalshoeken bij elkaar komen en waar lijnen liggen met andere beleidsterreinen. Dit vergt dus niet alleen capaciteit, maar ook competenties van deze en andere afdelingen. Het verder decentraliseren van taken naar de lokale overheid en/of het beleggen van nieuwe opgaven (zoals rond energie en klimaat maar ook inburgering) op lokaal niveau in de komende kabinetsperiode is goed denkbaar. Dit betekent dat de beleidsagenda van de gemeenten structureel en fors zwaarder zal worden en blijven.
6.
Structurele bezuinigingen. Ofschoon de rijksfinanciën tot de coronacrisis een positief beeld lieten zien, leidde dit niet tot versoepeling van de financiële situatie van de gemeenten. De nieuwe financiële verhoudingen zijn waarschijnlijk structureel van aard. Weliswaar is de ‘trap op, trap af’-systematiek gehandhaafd en is het accres voor 2020 en 2021 bevroren, maar tevens is sprake van een forse ‘apparaatskorting’ (leidend tot een geleidelijke verlaging van de algemene uitkering), zijn meer taken bij gemeenten belegd via het Interbestuurlijk Programma en vormt het sociaal domein een toenemend financieel probleem. Landelijk onderzoek wijst uit dat de vermogenspositie van veel gemeenten wordt uitgehold door tekorten in dit sociaal domein. De pogingen van de VNG om compensatie voor de gemeenten te krijgen, hebben vooralsnog niet tot een structurele oplossing geleid. Bovendien is per 2022 een herijking van het Gemeentefonds voorzien, waarbij naar verwachting de positie van de kleinere gemeenten erop achteruit gaat ten opzichte van de grotere. Voor gemeenten betekent dit dat de huidige bezuinigingen ook structureel geborgd moeten worden.
7.
Middellange- en langetermijneffect coronacrisis. Ofschoon niemand weet waar de coronacrisis uiteindelijk toe gaat leiden, is evident dat sommige gevolgen nog lang zullen na-ijlen en waarschijnlijk zelfs (deels) blijvend zullen zijn. In de eerste plaats is het zware gezondheidsrisico nog niet geweken, waardoor structureel veel wordt gevergd van de zorg. Daarnaast staan we aan het begin van een wereldwijde economische crisis waar Nederland als kleine open economie kwetsbaar voor is. Dat zal een beroep gaan doen op de middelen voor inkomensondersteuning en het op weg helpen naar (nieuw) werk. De globalisering zal anders van karakter worden, waarbij de eigen lokale omgeving (om te leven, werken, recreëren) weer belangrijker wordt. Veel organisaties, waaronder waarschijnlijk ook de BUCH-organisatie, zullen meer gebruik maken van ICT en werken op afstand.
7.1.2 Inhoudelijke agenda’s van de individuele gemeenten Ambities en opgaven Zoals we hierboven zagen, zijn veel opgaven voor de vier gemeenten gelijk. Maar de gemeenten hebben ook eigen ambities voor hun inwoners en gebied. We zien daarbij de volgende rode draden:
Bergen Bergen is de noordelijkste van de vier gemeenten en telde 29.839 inwoners per 1 januari 2020. De gemeente Bergen is in 2001 gefuseerd met de gemeenten Egmond en Schoorl. Het is een veelzijdige gemeente met zowel strand en duinen, agrarisch gebied als plaatsen met traditionele en moderne woonlocaties. Bergen staat vanouds bekend als kunstenaarsdorp en kent nog steeds veel inzet op het gebied van cultuur. De gemeente is in trek bij toeristen, hetgeen zorgt voor (economische) dynamiek maar ook voor een spanningsveld met de leefbaarheid.
63213 Evaluatie BUCH-samenwerking
67
Het formatieakkoord bevat de volgende hoofdstukken: Bestuurlijke vernieuwing, Het sociaal domein, Wonen, Ruimtelijke ordening, Duurzaamheid, Mobiliteit, bereikbaarheid en parkeren, Kunst en cultuur, Economie, Toerisme en recreatie. In Bergen is veel inzet gericht op vier projecten: de 7 Dorpelingen, de voetbalfusie en vrijkomende locaties, het watertorengebied en de nieuwe sporthal en ten slotte het fietspad aan de Eeuwigelaan. De komende jaren focust het beleid van Bergen op het bouwen van zo veel mogelijk betaalbare en bereikbare woningen. Daarnaast heeft de gemeente doelstellingen bepaald in het duurzaamheidsbeleid op het gebied van circulaire economie, ruimtelijke adaptatie, energietransitie en interne bedrijfsvoering.
Uitgeest De gemeente Uitgeest telde 13.666 inwoners op 1 januari 2020 en ligt het meest zuidelijk. Het is een kleinschalige gemeente; van oorsprong agrarisch maar nu met een woonaanbod dat ook forenzen heeft aangetrokken. Uitgeest wil vooral een mooi, vitaal en gezond dorp blijven. Tegelijkertijd wil het dorp profiteren van de ligging dicht bij de Metropoolregio en de goede bereikbaarheid via spoor en weg. De uitdagingen van Uitgeest zijn in het bestuurlijk programma verwoord in een twaalftal onderwerpen. Het doel is te werken aan een toekomstbestendig Uitgeest met behoud van karakter. De thema’s zijn Dienstverlening, Welzijn, zorg en inkomen, Participatie bestuur-inwoners-bedrijven, Veiligheid, Recreatie en toerisme, Economie, Woningbouw, Ruimtelijke ordening, Onderwijs, Mobiliteit, Klimaatverandering en Financiën. De gemeenteraad heeft op 30 januari 2020 de ‘Gebiedsvisie voor de Centrumontwikkeling van Uitgeest’ vastgesteld. In deze gebiedsvisie wordt de aanpak en het programma van verschillende locaties omschreven. Uitgangspunt in deze visie is een levendig en toekomstbestendig centrum van Uitgeest met behoud van het dorpse karakter.
Castricum Castricum telde 35.986 inwoners per 1 januari 2020. Sinds 2002 betreft dit een fusiegemeente van de voormalige gemeenten Castricum, Akersloot en Limmen. Het zijn dorpen die nog steeds een eigen cultuur hebben. Castricum is met de woningbouw de afgelopen decennia het sterkst gegroeid. Naast de woonfunctie kent Castricum een sterke toerismesector. Het heeft duinen en strand bij Bakkum en Castricum aan Zee, en er is ook watersport mogelijk op het Alkmaardermeer. Verder mogen de bollenvelden niet onvermeld blijven. Castricum heeft een raadbreed gedragen programma met de volgende thema’s: Zorg en sociaal domein, Duurzaamheid, Infrastructuur, Buitengebied en groenbeleid, Recreatie en toerisme, Voorzieningen en economie, Inwoners, bestuur en veiligheid en Financiën. De structuurvisie Castricum 2030 kent drie speerpunten: een open en gevarieerd landschap met erfgoed, een stabiel inwonertal met voorzieningen op maat, en recreatie en toerisme. Op dit moment werkt Castricum (participatief) aan de totstandkoming van een omgevingsvisie.
Heiloo De gemeente Heiloo had 23.968 inwoners per 1 januari 2020. Het is van oudsher een aantrekkelijke en goed bereikbare forenzengemeente, die na de oorlog sterk is gegroeid. In het coalitieakkoord wordt vastgesteld dat Heiloo een mix kent van wonen, werken, onderwijs, zorg, veiligheid, cultuur en groen. Thema’s zijn daarbij: Heiloo als een van de duurzaamste gemeenten van Nederland; Woningbouw naar behoefte, opschroeven nieuwbouw; Vlot en veilig van A naar B; Iedereen doet mee; Behoud van onze voorzieningen; Ondernemen loont en verbindt; Gezonde financiën; Goede dienstverlening; Goede communicatie en de relatie met de inwoners.
63213 Evaluatie BUCH-samenwerking
68
De opgaven waar Heiloo nu mee bezig is, zijn de aanleg van een aansluiting op de A9, de nieuwbouw in Zuiderloo en Zandzoom, maatregelen om de CO2-uitstoot te verminderen, een ontwikkeling op gebied van duurzaamheid en de aangekondigde Omgevingswet. Met betrekking tot dat laatste is al een begin gemaakt met de omgevingsvisie in een participatief traject, met aandacht voor de historisch-landschappelijke waarden in het buitengebied van Heiloo.
7.1.3 Inhoudelijke agenda van de vier gemeenten samen Bovenstaand zijn we ingegaan op de afzonderlijke karakters, ambities en opgaven van de vier gemeenten. Daarbij is een logische vervolgvraag: hebben de vier gemeenten ook een gezamenlijke inhoudelijke agenda? In het prille begin van de ambtelijke samenwerking werden de gedeelde achtergrond en de gezamenlijke inhoudelijke doelstellingen van de vier gemeenten nadrukkelijk vermeld. De verkenning ‘Samenwerken in de Duinstreek’ schetst dat de vier BUCH-gemeenten geografisch naast elkaar liggen en een vergelijkbare historische achtergrond hebben, gelegen op een aantal oude strandwallen. Deze ligging heeft verbindingen met elkaar bevorderd, fysiek en door de tijd heen. Na deze historische beschouwing wordt tevens aangegeven dat de gemeenten ook veel overeenkomsten hebben in beleidsmatige zin. Uit een vergelijking van de toekomst- en structuurvisies bleek samenhang in ruimtelijke beleidskeuzes, woningbouwopgaven en mobiliteitsvraagstukken. Overeenkomstige ambities liggen in het behoud van het dorpse karakter, klimaat en duurzaamheid en het behoud van de omgevingswaarde. In het kader van deze evaluatie hebben we geen structurele, gezamenlijke strategische agenda van de vier samenwerkende gemeenten aangetroffen.
Wel wordt op onderwerpen samengewerkt, waarbij de gezamenlijke portefeuillehoudersoverleggen dienen om bestuurlijk af te stemmen. Echter, op de ambities en opgaven die de gemeenten delen (naast de organisatie zelf), zoals de energietransitie, jeugd en Wmo, bereikbaarheid van de regio en huisvesting, zien we geen uitgewerkte BUCH-strategie met een gelijke inhoudelijke gerichtheid van de vier gemeenten. Eerder dan een (sub)regio met zijn vieren, zien de gemeenten zich als onderdeel van een bredere regio. Ook binnen het verband van de regio Alkmaar hebben de BUCH-gemeenten geen strategische agenda om gezamenlijk op te trekken om hun doelen binnen regioverband te bereiken.
63213 Evaluatie BUCH-samenwerking
69
7.1.4 Inhoudelijke agenda van de regio Alkmaar In ‘Regio Alkmaar’ werken de gemeenten Alkmaar, Bergen, Castricum, Heerhugowaard, Heiloo, Langedijk en Uitgeest samen. De gemeenten tellen samen bijna 300.000 inwoners. In 2017 ontstond de wens om de bestaande samenwerking van de gemeenten strategisch te versterken; van een brede ambitie en visie naar een bundeling van krachten om de regio steviger te positioneren. Dat leidde tot de Focusagenda Regio Alkmaar 2019-2022, die eind 2019 werd vastgesteld. De regio vormt het scharnierpunt tussen Holland boven Amsterdam (Noord-Holland Noord) en de Metropoolregio Amsterdam. In de strategische positionering brengt de regio focus aan door in te zetten op de thema’s bereikbaarheid, wonen en energie-innovatie. Ontwikkelingen op de drie thema’s leggen de basis voor de toekomst; zij dienen als vliegwiel om de brede ambities van de regio te realiseren. Of zoals het in de agenda als doelstellingen wordt verwoord: “Het gezonde landschap, kernen met eigen woonkwaliteit en ruimte voor ondernemerschap, alle gedragen door een optimale bereikbaarheid als voorwaarde en water als kans. De regio zet zich in om een sterke, herkenbare regio te zijn, waar het goed wonen, werken en recreëren is.” In de Economische Visie 2026 is het economisch profiel van de regio opgetekend.
De regio wil zich profileren op de volgende drie economische pijlers: toerisme/vrijetijdseconomie, energie (energycluster) en agribusiness. Alle raden hebben de inhoud en de daarbij horende regiobijdrage van de Focusagenda geaccordeerd. De implementatie wordt ter hand genomen door de (nieuwe) regiosecretaris en drie programmamanagers. De Regio Alkmaar is ambtelijk klein (gehouden). De bedoeling is dat er capaciteit door de deelnemende gemeenten wordt geleverd om de ambities waar te maken.
7.2 Bestuurlijke perspectieven Een beschouwing van de toekomst van de BUCH-samenwerking is niet los te zien van de perspectieven van de bestuurders op hun huidige samenwerking en de toekomstbeelden die daarover leven. De samenwerkende BUCH-gemeenten hebben geen stip op de horizon afgesproken behalve het wenkend perspectief van een goede dienstverlenende organisatie. De BUCH is nadrukkelijk niet opgericht als opmaat naar welke bestuurlijke herindeling dan ook. Daar is ook niet over gesproken voordat de BUCH startte. In het verlengde daarvan is er ook geen afspraak over (verregaande) harmonisatie; de gemeenten zijn autonoom en hebben hun eigen (bestuurs)cultuur.
Beelden •
Vanuit verschillende gemeenten wordt aangegeven dat de strategische overwegingen om aan de samenwerking te beginnen verder gingen dan een versterking van de organisatie. In deze beelden vormde de BUCH-samenwerking ook een beweging om een herindeling voor te zijn (bijvoorbeeld met het ‘grote Alkmaar’), die zonder deze fusie dichtbij zou komen. Voor Uitgeest gold dat hier een bereidheid was om wel bestuurlijk te fuseren.
•
In de beeldvorming zien we een angst om door de samenwerking de eigen identiteit te verliezen. Interessant gegeven daarbij is dat uit de enquête onder raadsleden juist naar voren komt dat zij gemeentelijke kleur het minst belangrijk vinden van alle K’s en G’s.
•
Zoals we al zagen in het hoofdstuk over de governance, zitten de gemeenten lang niet altijd op één lijn. Er is sprake van uiteenlopende inhoudelijke visies en belangen, financiële situaties, bestuursculturen, maar ook van verschillende perspectieven op de bestuurlijke toekomst. ‘Wie gaat mogelijk straks met wie’ wordt vaak genoemd door respondenten in dit onderzoek, met allerlei denkbare uitkomsten.
•
De regionale bestuurlijke context wijzigt. Er wordt intensiever samengewerkt. Nu Langedijk en Heerhugowaard gaan fuseren tot de gemeente Dijk en Waard, zijn er twee grote gemeenten en vier kleine
70
63213 Evaluatie BUCH-samenwerking
(verenigd in een blok) in de regio Alkmaar. Voor sommigen betekent dit dat er evenwicht is; anderen zien hierin een grotere druk om een keuze te maken voor bestuurlijke schaalvergroting.
Enquête onder raadsleden Onderstaande grafieken tonen wat raadsleden zien als de belangrijkste maatschappelijke uitdagingen, ambities en opgaven voor de gezamenlijke BUCH-gemeenten en de belangrijkste factoren om deze aan te gaan. Veelgenoemde thema’s zijn klimaat en energie, zorg, jeugdhulp en economie. De belangrijkste factoren om hier stappen in te zetten, zijn financiën, realisatiekracht van de BUCH, gemeenschapsparticipatie, strategisch vermogen en bestuurlijke stabiliteit. Opvallend is dat ‘samen optrekken als BUCH’ nauwelijks wordt genoemd en dat dit zelfs even laag scoort als regionale samenwerking.
Wat ziet u als de belangrijkste maatschappelijke uitdagingen, ambities en opgaven, de komende 5 jaar, voor de 4 gemeenten samen? 45 40 35 30 25 20 15 10 5 0
42 33 22 8
18
13 6
4
4
7
3
1
12
4
Wat ziet u als belangrijkste factoren om deze uitdagingen, ambities en opgaven aan te gaan? 30 25 20 15 10 5 0
28
27 23
20 16
8
8
6
4
63213 Evaluatie BUCH-samenwerking
71
7.3 Consequenties voor de BUCH-samenwerking In deze slotparagraaf trekken we enige conclusies omtrent de vraag wat er in de nabije toekomst nodig is om de doelstellingen van de BUCH-samenwerking (beter) te halen. Kan de BUCH de opgaven aan, gegeven wat in de bovenstaande paragrafen wordt geschetst? •
De BUCH-organisatie wordt nu door de gemeenten hoofdzakelijk gezien als een middel om de individuele doelen van de gemeenten te behalen. De ontwikkeling van de organisatie is intern gericht: van het overleven van de eerste perikelen van de fusie tot de huidige situatie waarbij de basis (bijna) op orde is.
•
Inhoudelijk hebben de gemeenten voldoende overeenkomsten in ambities en opgaven om meer synergie na te streven; in ieder geval op meerdere beleidsterreinen.
•
Het is evident dat de gemeenten in de nabije toekomst een nog groter aantal opgaven te wachten staat dan er nu al spelen. Maatschappelijke ontwikkelingen (inclusief klimaat, economie) en bewegingen binnen de overheid brengen een steeds groter eisenpakket mee waaraan gemeenten en de organisatie moeten voldoen. De mogelijkheden voor de zelfstandige gemeenten om deze druk weg te nemen door zelf minder ambitie te tonen, zijn beperkt. De gemeenten zullen mee moeten in de ontwikkelingen.
•
De lokale ambities zijn door de gemeenten zelf te bepalen. Echter, op de opgaven vanuit regionaal en landelijk niveau hebben de BUCH-gemeenten minder (tot geen) gezamenlijke visie noch grip. De BUCHsamenwerking wordt niet aangegrepen om een gezamenlijke strategie te ontwikkelen op de ontwikkelingen, om daarmee de BUCH-organisatie aan te wenden om proactief de benodigde lobby- en realisatiekracht te genereren.
•
De samenwerkende BUCH-gemeenten dreigen zo langzaam te worden ingehaald door regionale en landelijke ambities.
•
Verschillende factoren houden de deelnemers aan de BUCH-samenwerking tegen om meer strategischinhoudelijk samen te werken. De diepste oorzaak is gelegen in het feit dat er verschillende beelden zijn van de bestuurlijke toekomst. Het bestuurlijk perspectief hangt zo als een zwaard van Damocles boven de samenwerking en staat een verdere ontwikkeling in de weg.
•
Landelijk onderzoek wijst echter uit dat helderheid en eenduidigheid over een stip op de horizon noodzakelijk is om de samenwerking ook op langere termijn succesvol te laten zijn.
63213 Evaluatie BUCH-samenwerking
72
63213 Evaluatie BUCH-samenwerking
73
Bijlage 1: Onderzoeksmethode In deze bijlage schetsen we de algehele onderzoeksopzet, de enquête onder raadsleden en de benchmark.
Algehele onderzoeksopzet In lijn met de centrale onderzoeksvraag bestond de evaluatie BUCH uit twee verschillende delen: terugkijken en vooruitkijken. Bij het terugkijken leggen we een verbinding tussen de ambities (de gewenste publieke waarde voor de inwoners en ondernemers van de vier gemeenten) en daarbij behorende doelen zoals neergelegd in het bedrijfsplan, via de input in geld en (personele) middelen naar de throughput: werkwijze en geleverde inspanningen. De werkwijze gaat over de organisatiestructuur en de wijze van sturing. Onder inspanningen vallen alle activiteiten die door de ambtelijke organisatie worden geleverd en die gericht zijn op het bereiken van een resultaat voor de gemeente(n) Bergen, Uitgeest, Castricum en Heiloo. Deze inspanningen leiden vervolgens tot een bepaalde output (resultaat) die een bepaalde outcome (effect) tot gevolg heeft die (als het goed is) aan de doelstellingen beantwoordt. De figuur hieronder geeft dit schematisch weer. Voor het vooruitkijken is allereerst een analyse gemaakt van wat er komende jaren op de BUCH-gemeenten afkomt (in de vorm van uitdagingen en regionale ontwikkelingen). Daarna hebben we bekeken of de BUCH en de samenwerking in staat zijn om hiermee om te gaan. In het onderzoek is gebruik gemaakt van onderstaande figuur, om te bepalen waar het in de doorlopende lijn van ambities tot en met de effecten beter kan.
Figuur 4. Schematische weergave onderzoeksopzet ‘terugkijken’ Aan de hand van bovenstaand figuur hebben we in overleg met de begeleidingsgroep15 een evaluatiekader opgesteld dat leidend was in het onderzoek. Vervolgens hebben we een documentstudie gedaan en gesproken met een breed palet aan betrokkenen en stakeholders16. Binnen de BUCH spraken we met het bestuur, het MT, de OR en met ambtenaren op gebied van financiën, ICT, digitalisering, het fysieke domein, het sociaal domein en de 15 16
Bestaande uit vertegenwoordigers van de vier gemeenten en de werkorganisatie BUCH Een compleet overzicht van onze gesprekspartners is opgenomen in Bijlage 1.
74
63213 Evaluatie BUCH-samenwerking
omgevingswet. Voor het perspectief van de vier gemeenten spraken we met de colleges, raden, gemeentesecretarissen en griffiers van Bergen, Uitgeest, Castricum en Heiloo. Tot slot hebben we ook gesproken met vertegenwoordigers van de gemeente Alkmaar, de omgevingsdiensten IJmond en Noord-Holland Noord, en de GGD’s Hollands Noorden en Kennemerland. Bovendien konden we voortbouwen op de resultaten van het landelijk onderzoek dat wij vorig jaar deden naar ambtelijke fusieorganisaties en meerdere (tussen)evaluaties en quick-scans naar soortgelijke samenwerkingen die wij sindsdien uitvoerden. Om tot een transparante en navolgbare evaluatie en aanbevelingen te komen, maken wij in deze rapportage onderscheid tussen feitelijke informatie, beelden en expertinzicht. Feiten komen voort uit documenten, onderzoeken, rapporten en cijfers. Onder beelden verstaan wij de verwachtingen en beleving van belanghebbenden. Deze hebben een niet te onderschatten doorwerking op de samenwerking en voorzien de feitelijke informatie van belangrijke context. Tot slot bevat dit rapport het expertinzicht, voortkomend uit onze ruime ervaring met het uitvoeren van evaluaties van samenwerking en ambtelijke fusieorganisaties, waarvan we in onze analyse gebruik maken.
Enquête onder raadsleden Als onderdeel van deze evaluatie hebben wij een enquête uitgevoerd onder raadsleden. De enquête vormde input voor de groepsgesprekken die we met vertegenwoordigers van de vier gemeenteraden voerden en in dit rapport komen meermaals resultaten uit deze enquête terug. Deze bijlage bevat informatie over de dataverzameling voor de enquête, de respons en de respondentverdeling.
Dataverzameling De dataverzameling voor de enquête onder raadsleden verliep via 10
Qualtrics. De enquête stond open van 20 mei 2020 tot en met 5
13
juni 2020.
Respons De enquête is door 54 raadsleden (compleet) ingevuld. De respons ligt hiermee op 67,5%.
15 16
Verdeling respondenten De verdeling van respondenten over de verschillende gemeenten was als volgt:
Benchmark
Bergen
Castricum
Heiloo
Uitgeest
Figuur 5. Aantal respondenten per gemeente
In 2019 heeft Werkorganisatie BUCH meegedaan aan de benchmark formatie en kosten gemeenten van Berenschot. De uitkomsten van deze benchmark zijn gebruikt voor deze evaluatie. In de benchmark zijn de gegevens van de 4 deelnemende gemeenten én de BUCH organisatie opgeteld en vergeleken met een groep van referentiegemeenten. Hierbij is uitgegaan van een groep 100.000+ gemeenten en zoveel mogelijk vergelijkbare organisaties als Werkorganisatie BUCH, zoals andere ambtelijke samenwerkingsorganisaties en recent geherindeelde gemeenten. Als peildatum voor de formatie en begroting is 01-01-2019 gehanteerd. In het onderzoek van de benchmark staan de apparaatslasten centraal: loonkosten, (extra) inhuurkosten, materiële kosten, kosten van taken belegd bij derden en een correctie voor opbrengsten taken voor derden.
63213 Evaluatie BUCH-samenwerking
75
Tijdens het toedelingsproces zijn alle gegevens van Werkorganisatie BUCH toegedeeld naar de uniforme indeling van de benchmark van Berenschot, waardoor deze vergelijkbaar zijn met de organisaties in de referentiegroep.
Onderzoek doen in corona-tijden Gedurende dit onderzoek bevond Nederland zich in onzekere tijden vanwege het Covid-19 virus. De strenge maatregelen (waaronder thuiswerken en het verbod op fysieke bijeenkomsten) om het virus in te dammen vormden de context waarbinnen deze evaluatie is uitgevoerd. Om deze reden hebben we dit onderzoek geheel op afstand ingericht. We hebben alle gesprekken, interviews, focusgroepen en presentaties via Microsoft Teams, Zoom of telefonisch gevoerd, eventueel aangevuld met andere digitale tools als Mentimeter of Qualtrics. Wij hebben ervaren dat – met goede voorbereiding – deze digitale gesprekken niet aan waarde inboeten ten opzichte van hun fysieke tegenhanger.
76
63213 Evaluatie BUCH-samenwerking
Bijlage 2: Overzicht gesprekspartners Organisatie
Gesprekspartner(s)
Werkorganisatie BUCH
Bestuur (gezamenlijk interview)
Werkorganisatie BUCH
MT (gezamenlijk interview)
Werkorganisatie BUCH
Algemeen directeur
Werkorganisatie BUCH
OR (gezamenlijk interview)
Werkorganisatie BUCH
Concerncontroller
Werkorganisatie BUCH
Teamleider I&A
Werkorganisatie BUCH
CISO en FG (gezamenlijk interview)
Werkorganisatie BUCH
Ambtenaren sociaal domein (focusgroep)
Werkorganisatie BUCH
Ambtenaren fysiek domein en beheer openbare ruimte (focusgroep)
Werkorganisatie BUCH
Ambtenaren omgevingswet (focusgroep)
Gemeente Bergen
College (gezamenlijk interview)
Gemeente Bergen
Vertegenwoordigers raad (gezamenlijk interview)
Gemeente Bergen
Gemeentesecretaris
Gemeente Uitgeest
College (gezamenlijk interview)
Gemeente Uitgeest
Vertegenwoordigers raad (gezamenlijk interview)
Gemeente Uitgeest
Gemeentesecretaris
Gemeente Castricum
College (gezamenlijk interview)
Gemeente Castricum
Vertegenwoordigers raad (gezamenlijk interview)
Gemeente Castricum
Gemeentesecretaris
Gemeente Heiloo
College (gezamenlijk interview)
Gemeente Heiloo
Vertegenwoordigers raad (gezamenlijk interview)
Gemeente Heiloo
Gemeentesecretaris
Gemeenten Bergen, Uitgeest, Castricum en Heiloo
Griffiers (gezamenlijk interview)
Gemeente Alkmaar
Wethouder regionale samenwerking en ondersteunend beleidsambtenaar (gezamenlijk interview)
Omgevingsdienst IJmond
Vertegenwoordigers
Omgevingsdienst NoordHolland Noord
Directeur Omgevingsdienst Noord-Holland Noord en burgemeester gemeente Texel (gezamenlijk interview)
GGD Hollands Noorden
Directeur en voorzitter (gezamenlijk interview)
GGD Kennemerland
Vertegenwoordigers
63213 Evaluatie BUCH-samenwerking
77
Bijlage 3: Benchmark In de volgende pagina’s is de opbrengst van de benchmark naar de kosten en formatie van de BUCH-gemeenten opgenomen.
63213 Evaluatie BUCH-samenwerking
78
63213 Evaluatie BUCH-samenwerking
79
63213 Evaluatie BUCH-samenwerking
80
63213 Evaluatie BUCH-samenwerking
81
63213 Evaluatie BUCH-samenwerking
82
63213 Evaluatie BUCH-samenwerking
83
63213 Evaluatie BUCH-samenwerking
84
63213 Evaluatie BUCH-samenwerking
85
63213 Evaluatie BUCH-samenwerking
86
63213 Evaluatie BUCH-samenwerking
87
63213 Evaluatie BUCH-samenwerking
88
63213 Evaluatie BUCH-samenwerking
89
63213 Evaluatie BUCH-samenwerking
90
63213 Evaluatie BUCH-samenwerking
91
63213 Evaluatie BUCH-samenwerking
92
63213 Evaluatie BUCH-samenwerking
93
94
63213 Evaluatie BUCH-samenwerking
Berenschot B.V. Europalaan 40, 3526 KS Utrecht Postbus 8039, 3503 RA Utrecht 030 2 916 916 www.berenschot.nl /berenschot