12 Toelichting WKR
Tekst van het document
Toelichting WKR Wat is de werkkostenregeling (WKR)? Met de werkkostenregeling (WKR) kunt u als werkgever zelf bepalen wat u onbelast aan uw werknemers vergoedt, geeft of beschikbaar stelt. Het bedrag dat u onbelast mag besteden, noemen we de vrije ruimte. De vrije ruimte wordt ieder jaar opnieuw vastgesteld. In 2025 is de vrije ruimte over uw fiscale loon tot en met € 400.000 2,00%. Over het bedrag van de loonsom boven € 400.000 is de vrije ruimte in 2025 1,18%. Komt het bedrag dat u onbelast besteedt, boven de grens van de vrije ruimte? Dan moet u over het gedeelte dat boven de grens komt, 80% belasting betalen. Meer over de werkkostenregeling en de vrije ruimte leest u in hoofdstuk 10 van het Handboek Loonheffingen. Omdat de loonsom voor de gemeenten relatief laag is (dat zijn tenslotte alleen de griffie, de gemeentesecretaris raad en college is het bedrag wat aan vrije ruimte beschikbaar is ook laag). Bij een fictieve loonsom (en dan gaat het om fiscaal loon) van € 1.000.000,- is dat dus: • 400.000 * 2% = 8.000 • 600.000 * 1.18% = 7.800 • Totaal 15.800 Wat we uitgeven aan onbelaste uitkeringen zijn voor het overgrote deel de onbelaste onkostenvergoedingen die raads- en commissieleden maandelijks ontvangen op grond van het rechtspositiebesluit. Raadsleden ontvangen maandelijks een netto bedrag ter hoogte van € 215,94. Voor wethouders is dit een bedrag van € 451,55 per maand.
Daarnaast vallen zaken als maaltijden en het kerstgeschenkje onder de werkkostenregeling. Jaarlijks wordt beoordeeld hoeveel dit is geweest in het afgelopen jaar. Alles wat boven de (in dit voorbeeld) € 15.800 komt wordt belast met 80% Eindheffing WKR. Dat betekent dat indien we aan onbelaste vergoedingen hebben uitgekeerd bijvoorbeeld € 70.000,- hebben uitgekeerd, we dus nog over € 54.200 80% eindheffing moeten betalen. Dat is in dit voorbeeld € 43.360 De WKR eindheffing werd tot en met 2024 in het jaarrekening proces berekend en achteraf geboekt in de loonsom, via een verdeelsleutel gaat hiervan 30% naar het college en 70% naar de raad. Dit op basis van een analyse van de verdeling van kosten van een aantal jaar geleden. Per 2025 zijn deze bedragen, omdat ze best substantieel zijn, opgenomen in de begroting (voor 2025 via de FIRAP), voor 2026 en verder in de nog op te leveren begroting. Naar aanleiding van de vervolgvraag of het niet voordeliger is om de onkostenvergoeding gebruteerd uit te keren, het volgende antwoord: De toelages vanuit het rechtspositiebesluit; Burgemeester en Wethouders en Raadsleden worden onbelast via de salarisadministratie maandelijks uitbetaald. Deze onkostenvergoedingen vallen onder de werkkostenregeling en zijn verplicht aangewezen als eindheffingsbestanddeel. De eventuele belastinggevolgen komen daarbij ten laste van de gemeente.
De onkostenvergoeding kan niet gericht worden vrijgesteld, maar valt in de eindheffing. De vergoedingen werden tot 2015 gebruteerd uitbetaald aan de bestuurders (B&W en raad) tegen het maximale belastingtarief van 52%. Wat voor de werkgever/bestuursorgaan (inhoudingsplichtige) een hogere uitgave was vanwege de opslag van 108.3% om deze belastingheffing te compenseren voor betrokken ambtsdrager.
Onder de werkkostenregeling worden de vergoedingen netto uitgekeerd is dus sprake van een lagere uitgave voor de werkgever/bestuursorgaan. Bij overschrijding van de ‘vrije ruimte’ (% van de loonsom) volgt een eindheffing van 80% (alleen over de overschrijding). Deze methode is daarom uiteindelijk nog steeds minder belastend voor de werkgever.