12 Nader vleermuizenonderzoek
Tekst van het document
Nader onderzoek vleermuizen Schouw 1 Akersloot
Colofon Nader onderzoek vleermuizen Schouw 1 Akersloot
Uitgevoerd door:
Natuurbank Overijssel
Opdrachtgever: Contactpersoon:
BJZ.NU dhr. W. Bekke Twentepoort Oost 16a 7609 RG ALMELO
Projectnummer en versie: 2916, versie 1.0 Projectleider: Ing. P.Leemreise Ligging projectgebied: Schouw 1 Akersloot
Veldmedewerker(s): Ing. P.Leemreise, e.a.
Status: definitief Rapportdatum: 14-10-2020
Correspondentieadres: Aladnaweg 18 7122 RR Aalten BTW-ID: NL001388212B56 E: info@natuurbankoverijssel.nl Tel: 0543-451142 / 0614-435700
1
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1
Inleiding ...................................................................................................................................... 3
1.1 Aanleiding................................................................................................................................................... 3 Hoofdstuk 2
Het onderzoeksgebied ............................................................................................................... 3
2.1 Situering ..................................................................................................................................................... 3 2.2 Beschrijving van het plangebied................................................................................................................. 4 Hoofstuk 3
Voorgenomen activiteiten.......................................................................................................... 5
3.1 Algemeen ................................................................................................................................................... 5 3.2 effectbeoordeling ....................................................................................................................................... 5 Hoofstuk 4
Het onderzoek ............................................................................................................................ 6
4.1 Methode ..................................................................................................................................................... 6 4.2 Resultaten .................................................................................................................................................. 7 4.3 Wettelijke consequenties ........................................................................................................................... 7 Hoofdstuk 5
Geldigheid .................................................................................................................................. 8
2
HOOFDSTUK 1
INLEIDING
1.1 Aanleiding Er zijn concrete plannen voor sloop en vervangende woningbouw op een perceel op het adres Schouw 1 te Akersloot, gemeente Castricum. De bestaande bebouwing wordt gesloopt en in het plangebied worden twee appartementengebouwen gebouwd met in totaal tien koopappartementen. Om de wettelijke consequenties in het kader van de Wet natuurbescherming vast te stellen is het plangebied op 28 april 2020 onderzocht middels een Quickscan natuurwaardenonderzoek. De bevindingen van dit onderzoek zijn gepubliceerd in rapport 2551 van Natuurbank Overijssel. Uit het onderzoek kwam naar voren dat de aanwezigheid van een vaste rust- en/of voortplantingsplaats van een vleermuis in de te slopen bebouwing, niet met zekerheid kon worden uitgesloten. Als gevolg van voorgenomen sloop kan een vleermuis verstoord of gedood worden en kan een vaste rust- en/of voortplantingsplaats van een vleermuis verstoord, beschadigd en vernield worden. Om de wettelijke consequenties van de voorgenomen activiteiten in het kader van de Wet natuurbescherming te kunnen bepalen is Natuurbank Overijssel gevraagd onderzoek uit te voeren naar de aanwezigheid van vaste rust- en voortplantingsplaatsen van vleermuizen.
Beschermde dieren die vaak een vaste rust- en/of voortplantingsplaats in gebouwen bezetten, zoals steenmarter, vleermuizen, huismus en gierzwaluw, mogen niet gedood worden en hun vaste rust- en voortplantingsplaats mag niet verstoord, beschadigd of vernield worden zonder ontheffing van de Wet natuurbescherming. Voor het verstoren, beschadigen en vernielen van de vaste rust- en voortplantingsplaats en voor het verstoren en doden van voorgenomen soorten is nog geen Gedragscode beschikbaar. In het kader van de zorgplicht (Art. 1.11 Wet natuurbescherming) moet voorafgaand aan een ingreep, welke mogelijk negatieve effecten kan hebben op beschermde diersoorten, een effectbeoordeling plaats vinden. Om de functie en betekenis van de aanwezige bebouwing voor vleermuizen vast te kunnen stellen, is specifiek onderzoek, conform het daarvoor geldende protocol verplicht. In voorliggend rapport worden de bevindingen van onderzoek naar de functie van de bebouwing voor vleermuizen gepresenteerd. De rapportage wordt afgesloten met het vaststellen van de wettelijke consequenties en eventuele vervolgstappen.
HOOFDSTUK 2
HET ONDERZOEKSGEBIED
2.1 Situering Het plangebied is gesitueerd aan Schouw 1 te Akersloot, gemeente Castricum. Het ligt in het buitengebied, circa 0,7 kilometer ten noorden van de woonkern Akersloot. Het plangebied maakt onderdeel uit van een lintbebouwing, ten westen van de Schouw. Het grenst aan de westzijde aan landelijk gebied. Op onderstaande afbeelding wordt de globale ligging van het plangebied weergegeven op een topografische kaart.
3
Globale ligging van het plangebied. De ligging van het plangebied wordt met de rode marker aangeduid (bron: ruimtelijke plannen).
2.2 Beschrijving van het plangebied Het plangebied vormt een woonerf en wordt omgeven door erfverharding en ruig grasland. In het plangebied staan een woning en schuur. Beide gebouwen zijn gebouwd van bakstenen, maar alleen de woning beschikt over gemetselde buitengevels met een spouw. Beide gebouwen zijn gedekt met dakpannen, maar alleen de woning heeft een beschoten kap. De staat van onderhoud is matig. In het dakvlak van zowel de schuur als de woning ontbreken dakpannen, waardoor het dakvlak niet volledig waterdicht is. De noordgevel van de bebouwing is deels begroeid met klimop. Op onderstaande afbeelding wordt de begrenzing van het plangebied weergegeven.
Detailopname en begrenzing van het plangebied. De begrenzing van het plangebied wordt met de gele lijn aangeduid (bron luchtfoto: pdok).
4
Impressie van het plangebied.
HOOFSTUK 3
VOORGENOMEN ACTIVITEITEN
3.1 Algemeen Het voornemen bestaat om alle bebouwing in het plangebied te slopen en twee appartementengebouwen te bouwen. Ten zuiden van de appartementengebouwen worden parkeerplaatsen aangelegd. Het nieuwe erf wordt landschappelijk ingepast door middel van de aanplant van erfbeplanting. Op onderstaande afbeelding wordt het wenselijke eindbeeld weergegeven.
Verbeelding van het wenselijke eindbeeld (bron: BJZ.NU).
3.2 effectbeoordeling De bebouwing in het plangebied is op 28 april 2020 visueel geinspecteerd. De bevindingen van deze inspectie zijn verwoord in rapport 2551van Natuurbank Overijssel. Doel van deze inspectie was het bepalen van de potentiële geschiktheid van de bebouwing als vaste rust- en/of voortplantingsplaatsen voor beschermde dieren. Op basis van deze inspectie is het noodzakelijk vervolgonderzoek bepaald om de wettelijke consequenties in beeld te kunnen brengen. Gelet op de aard van de aanwezige bebouwing en de voorgenomen activiteiten, kunnen de voorgenomen activiteiten tot een negatief effect leiden op de volgende soorten:
Vleermuizen De woning beschikt over buitengevels met een holle spouw en een met dakpannen gedekte, beschoten kap. Er zijn in de buitengevels geen potentiële invliegopeningen waargenomen, zoals open stootvoegen of andere gaten die vleermuizen de kans bieden een verblijfplaats te bezetten in de spouw, maar de aanwezigheid van 5
een verblijfplaats van vleermuizen in de spouw of het dakvlak kan echter op basis van de visuele inspectie, niet volledig uitgesloten worden. Het gebouw lijkt geschikt als kraam-, zomer- en paarverblijfplaats, niet als (massa)winterverblijfplaats. Door het slopen van het huidige gebouw gaat mogelijk een vaste rust- en voortplantingsplaats van vleermuizen verloren en wordt mogelijk een vleermuis verstoord en/of gedood. Conclusie: - Nader onderzoek naar de aanwezigheid van een vaste rust- en/of voortplantingsplaats van vleermuizen verplicht, conform Artikel 1.11 Wet natuurbescherming.
HOOFSTUK 4
HET ONDERZOEK
4.1 Methode Vleermuizen De vleermuisinventarisaties zijn uitgevoerd met een Pettersson D240x batdetector. Dit apparaat zet de ultrasone geluiden van vleermuizen om in voor mensen hoorbare tonen. Tevens kunnen de geluiden vertraagd (time-expansion) worden opgenomen voor analyse achteraf, omdat sommige soorten moeilijk te determineren zijn in het veld. Het gebruik van een Pettersson D240x batdetector is conform de voorwaarden voor materiaalgebruik vanuit het Vleermuisprotocol. Daarnaast is een warmtebeeldkijker van het type Pulsar Helion XP28 ingezet om het plangebied nog beter te kunnen overzien. De avondbezoeken in de kraamperiode hebben plaatsgevonden vanaf een half uur voor zonsondergang tot ruim twee uur na zonsondergang. Het avondbezoek in de paarperiode is gestart vanaf een uur na zonsondergang. De ochtendbezoeken hebben plaatsgevonden vanaf ruim 2 uur voor tot zonsopkomst. Onderzoekers Natuurbank Overijssel heeft een team van deskundige veldbiologen. Het onderzoek is uitgevoerd door een ervaren, lokale vleermuisonderzoeker. In kader van de Algemene verordening persoonsgegevens mogen geen persoonsgegevens opgenomen in deze rapportage. Alle onderzoekers zijn ervaren veldbiologen en zijn gespecialiseerd in onderzoek naar vleermuizen, vogels en kleine zoogdieren. De onderzoekers zijn bekend bij Natuurbank Overijssel.
Bezoeken Vleermuizen Voor het in beeld brengen van de betekenis van de bebouwing voor vleermuizen zijn vijf verschillende bezoeken aan het onderzoeksgebied gebracht. De bezoeken in juni en juli 2020 zijn uitgevoerd voor het in kaart brengen van kraam- en zomerverblijven, de bezoeken in augustus en september 2020 zijn uitgevoerd voor het vaststellen van paarverblijven van de gewone dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis. De toegepaste onderzoeksmethode is gebaseerd op het vleermuisprotocol 2017. In onderstaande tabel worden de verschillende bezoekdata weergegeven. bezoekdatum
tijdstip
18-6-2020
22:00-0:00
Aantal onderzoekers 1
Doel
Zomerverblijfplaatsen kraamkolonies 18-7-2020 22:00-0:00 1 Zomerverblijfplaatsen & kraamkolonies 19-7-2020 3:00-5:00 1 Zomerverblijfplaatsen & kraamkolonies 28-8-2020 21:00-23:00 1 Paarverblijfplaatsen 18-9-2020 21:00-23:00 1 Paarverblijfplaatsen Bezoekschema vleermuisonderzoek in het plangebied.
Weersomstandigheden &
Bewolkt, 22⁰C, droog, windstil Licht bewolkt, 12⁰C, droog, wind 1-2 Bft Onbewolkt, 18⁰C, droog, windstil Half bewolkt, 18⁰C, droog, wind 1-2 Bft onbewolkt, 11⁰C, droog, wind 1-2 Bft
6
4.2 Resultaten Er zijn geen aanwijzingen gevonden dat vleermuizen een vaste rust- of voortplantingsplaats bezetten in het plangebied. Wel is een zomer- en paarverblijfplaats van een gewone dwergvleermuis vastgesteld in de bebouwing ten noorden van het plangebied (zie afbeelding onder).
Globale aanduiding van de zomer- en paarverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis.
Tijdens het vleermuisonderzoek zijn enkele foeragerende gewone en ruige dwergvleermuizen waargenomen die rond het plangebied vlogen en foerageerden rond de beplanting net buiten het plangebied. Deze vleermuizen vertoonden geen verbondenheid met het plangebied. De waarnemingen zijn toegevoegd aan de Nationale databank flora en fauna. Conclusie als gevolg van het slopen van de bebouwing in het plangebied wordt geen vleermuis gedood en wordt geen vaste rust- of voortplantingsplaats van een vleermuis verstoord, beschadigd of vernield. Het plangebied vormt geen essentieel foerageergebied en maakt geen onderdeel uit van een vliegroute.
4.3 Wettelijke consequenties Vleermuizen Het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten leidt niet tot wettelijke consequenties. Er hoeft geen ontheffing aangevraagd te worden om de voorgenomen activiteiten uit te kunnen voeren. Overige soorten n.v.t.
7
HOOFDSTUK 5
GELDIGHEID
Dit onderzoek is uitgevoerd conform de landelijk geldende richtlijnen. Het bevoegde gezag (provincie Overijssel) hanteert de volgende definitie voor de geldigheid van onderzoeken naar beschermde soorten: “Onderzoeksgegevens mogen maximaal 3 jaar oud zijn in gebieden waar weinig of geen ruimtelijke of kwalitatieve veranderingen zijn opgetreden in de afgelopen drie jaar. In gebieden waar dit niet voor geldt, moeten de gegevens recenter zijn.”
Bronnen: - Vleermuisprotocol 2017 - Kennisblad huismus (bij12) - Kennisblad gierzwaluw (bij12)
8