08 Voorgenomen besluit GR VRNHN deelname stichting FLO
Tekst van het document
Vergadering Datum Onderwerp Agendapunt Voorstel
Algemeen bestuur 9 juli 2021 Deelname stichting FLO Ambulancediensten Het algemeen bestuur wordt gevraagd te besluiten tot deelname aan de Stichting FLO Ambulancediensten.
Kern Voor het beheer van het dossier en bewaking van uitvoering van afspraken omtrent functioneel leeftijdsontslag (“FLO-dossier”) voor publieke ambulancediensten wordt een stichting opgericht. Om als ambulancezorg van Veiligheidsregio Noord-Holland deel te nemen aan de stichting FLO Ambulancediensten dient er een besluit te worden genomen door het algemeen bestuur, maar dat besluit mag pas worden genomen nadat de raden van de deelnemende gemeenten het voorgenomen besluit is toegezonden en zij in de gelegenheid zijn gesteld hun wensen en bedenkingen kenbaar te maken (Artikel 31a, lid 2 Wet gemeenschappelijke regelingen). Het algemeen bestuur wordt verzocht te besluiten tot deelname aan de stichting.
Toelichting Algemeen Voor het beheer van het dossier en bewaking van uitvoering van afspraken omtrent functioneel leeftijdsontslag (“FLO-dossier”) voor publieke ambulancediensten wordt een stichting opgericht. Tot op heden wordt het beheer van het FLO-dossier gecoördineerd door één van de ambulancediensten (zie voor uitgebreide voorgeschiedenis bijlage 1). Vanwege pensionering van de twee betrokken directeuren moet de coördinatie van het FLO-dossier elders worden belegd. Dit bij voorkeur bij een centrale organisatie waar alle kennis is geborgd. De organisatievorm wordt een stichting. De stichtingsvorm waarborgt eenheid van beleid en consistentie van handelen. Immers, het FLO-dossier is nog van belang tot de laatste medewerker met recht op FLO uit dienst wegens het bereiken van de wettelijke pensioengerechtigde leeftijd. Dat wordt verwacht in 2047. Doelen De FLO-organisatie moet de volgende doelen realiseren: • Kenniscentrum ten behoeve van de ambulancediensten omtrent het FLO; • Coördinatie omtrent FLO; o Tussen ambulancediensten onderling; o Ten opzichte van VWS; o Ten opzichte van dienstverleners (waaronder Deloitte); o Ten opzichte van andere stakeholders, e.d.; o Ten opzichte van de pensioenbeheerder waar de fondsen zijn ondergebracht; • Belangenbehartiging. Organisatie
Pagina 1 van 4
De ambulancediensten nemen diensten af van de stichting en betalen daarvoor jaarlijks een kostendekkende bijdrage. Dit wordt vastgelegd in een dienstverleningsovereenkomst. Via dienstverleningsovereenkomsten met de stichting en benoemingsprocedures voor bestuur wordt betrokkenheid inspraak geregeld ten aanzien van zaken waar de ambulancediensten daadwerkelijk belang bij hebben. Die dienstverleningsovereenkomsten worden voorzien van een statutaire basis. Bekostiging De kosten van de stichting zullen op basis van de dienstverleningsovereenkomst worden verrekend met de betrokken ambulancediensten. Heeft bij een ambulancedienst de laatste FLO-medewerker de wettelijke pensioenleeftijd bereikt, dan eindigt de dienstverleningsovereenkomst zal eindigen en de betrokkenheid bij de stichting. De stichting zelf houdt op te bestaan nadat 100% zeker is dat de FLO-rechten van de laatste betrokken medewerker zijn uitgeoefend en afgerekend. Voor de gemeenten zijn geen kosten aan het beheer van dit dossier verbonden. Voor meer informatie daarover zie bijlage 1.
Pagina 2 van 4
Bijlage 1 Voorgeschiedenis 1. Medewerkers die bij ambulancediensten in dienst zijn getreden vóór of op 31 december 2005 en bezwarende functies vervullen hebben als onderdeel van hun arbeidsvoorwaarden de mogelijkheid om functioneel leeftijdsontslag (“FLO”) te nemen. FLO bekent dat een medewerker eerst deels, daarna helemaal vrijgesteld is van werk, maar wel geheel of voor een groot deel loon ontvangt tot aan de wettelijke pensioengerechtigde leeftijd. Werkt iemand na de FLO-gerechtigde leeftijd geheel of gedeeltelijk door voor een groter deel dan waar sprake van is bij volledige benutting van FLO, dan krijgt de medewerker een verhoudingsgewijs hoger salaris. 2. Met ingang van 1 januari 2006 zijn de collectieve arbeidsvoorwaarden voor ambulancemedewerkers gewijzigd. Voor nieuwe gevallen verdween de FLO in de vorm die we hierboven beschreven. 3. Voor bestaande gevallen kwam hiervoor overgangsrecht in de plaats. Onder “bestaande gevallen” vallen medewerkers die op het moment van de stelselwijziging al helemaal of deels met FLO waren, maar ook medewerkers die het recht op FLO hadden verworven en daarop in de toekomst, bij het bereiken van de betreffende leeftijd(en) aanspraak op maken. Dat kan zoals gezegd nog het geval zijn tot uiterlijk einde vijfde decennium (2049). Dit noemen we verder de “FLO-periode”. 4.
Van de geldende collectieve arbeidsvoorwaardenpakketten maakten de FLO kosten geen deel meer uit, dus de personen die daar aanspraak op kunnen maken, faseren geleidelijk uit. Het overgangsrecht behelst dat de ambulancediensten jegens hun medewerkers in blijven staan voor de kosten van FLO totdat de laatste dag dat de laatste in aanmerking komende medewerker een FLO uitkering krijgt. 5. Dit betekent dat de ambulancediensten periodiek moeten storten in een pensioenfonds. Het pensioenfonds zorgt vervolgens voor uitkering, wanneer rechten op FLO door een medewerker geldend kunnen worden gemaakt. De stortingsverplichtingen en aanverwante declareerbare kosten noemen we verder “FLO-kosten”. 6. Met ingang van 1 januari 2006 werden de FLO-kosten via een aparte procedure verwerkt in de budgetten en tarieven die tussen ambulancediensten en zorgverzekeraars golden. De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) had hier een formulier voor vastgesteld, dat van tijd tot tijd wijzigde. 7. Dit leidde tot een ongelijk speelveld tussen de publieke ambulancediensten en de private ambulancediensten. Mede hierdoor ontstond in de periode 2008-2009 een geschil met de NZa. Hierover werd geprocedeerd via de Centrale Raad van Beroep voor het Bedrijfsleven. De ambulancediensten werden bijgestaan door Mr. Gelpke van Van der Feltz Advocaten.
Tot een eindoordeel in de procedures is het voor zover relevant niet gekomen. In plaats daarvan kwamen in samenspraak met NZa, Zorgverzekeraars Nederland (ZN), Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) en het Ministerie van VWS afspraken tot stand. Deze traden in werking per 1 januari 2012, samen met enkele afhechtende afspraken over het jaar 2011. 8. Deze afspraken gelden tot het einde van de FLO-periode. De afspraken houden kort gezegd in dat het Rijk (Ministerie van VWS) 95% van de FLO-kosten vergoedt aan de ambulancediensten. De vergoeding loopt daarmee niet langer via de tarieven. Zorgverzekeraars en NZa zijn hierin dus niet langer partijen. Afrekening gebeurt rechtstreeks tussen de ambulancediensten en VWS. 9. In de praktijk wordt de afrekening centraal gecoördineerd door één van de ambulancediensten. De declaraties worden voorbereid door Deloitte en gefiatteerd door de eigen accountants van de ambulancediensten.
Pagina 3 van 4
10. Van belang is nog te vermelden dat het Rijk de FLO-kosten bevoorschot. De bevoorschotting wordt verrekend met de afrekening over een boekjaar. Daar is een format voor. Deloitte begeleidt één en ander rekenkundig.
Pagina 4 van 4