CConstaterende datCastricum
Koppel je AI →
Document · PDF

06 Bijlage 2c Netimpactanalyse Netbeheerders

Raadsinformatieavond 18 mei 2021, gemeente CastricumBij agendapunt: 19.30 - 20.45: Presentatie Regionale Energiestrategie 1.023.771 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Impact van RES concept 1.0 op RES het scenario's op de elektriciteitsenergienet RES regio: en gasinfrastructuur RES regio ……… Noord Holland Noord

1

Samenvatting

Klik op het icoon om naar de inhoudsopgave te gaan. 2

Inzicht in impact en het belang van systeemefficiëntie Het energienet is onlosmakelijk verbonden met de ambities in de RES Het Nederlandse energienet verbindt, letterlijk, de ambities en plannen voor opwek in de 30 RES regio's met de verbruikers van energie. Het energienet werd in het verleden aangelegd voor het transport van energie van grote elektriciteitscentrales naar verbruikers. In de energietransitie verandert ditzelfde net van éénrichtingsverkeer naar tweerichtingsverkeer door de invoeding van duurzame opwek. Het energienet verandert dus flink en wordt zo een multifunctionele verbinder van vraag, aanbod en opslag van elektriciteit, duurzame warmte en groene alternatieven voor aardgas. De RES΄en zijn de basis voor een langjarige en planmatige aanpak. Hiermee kunnen we gericht inzetten op het vinden van geschikte locaties voor kabels en transformatorstations, het doorlopen van vergunningstrajecten en het inzetten van schaarse technici om al het werk te realiseren.

Systeemefficiëntie

Inzicht in impact en het belang van systeemefficiëntie Dit document geeft een inzicht in de impact die keuzes in de RES hebben op het energienet. Hieruit blijkt dat het energienet nog efficiënter kan worden gebruikt: systeemefficiëntie noemen we dat. Dit is één van de vier afwegingskaders in de RES. Overbelasting op het energienet wordt beperkt én noodzakelijke netwerkuitbreidingen worden versneld door efficiënt ruimtegebruik én tegen zo laag mogelijke maatschappelijke kosten.

Ruimte

Kwantiteit

Draagvlak

Vier afwegingskaders in de RES in onderlinge samenhang:

Met deze impactanalyse is de RES-regio in staat om: 1. Te sturen op tijdige realisatie van ambities, efficiënt ruimtegebruik en laagste maatschappelijke kosten. 2. Systeemefficiëntie mee te nemen in het afwegingskader. De rol van netbeheerders De Nederlandse netbeheerders werken aan het energienet van vandaag en morgen. Vanuit onze kennis en kunde geven wij alle betrokken partijen in de RES inzicht in wat er nodig is aan uitbreidingen om de RES ambities aan te sluiten op het energienet (ruimte, tijd en geld). Ook doen wij voorstellen voor systeemefficiëntie. Dit doen wij vanuit het belang van maatschappelijke kosten, ruimtelijke inpassing en het tijdig realiseren van de klimaatdoelen. Om een goede samenwerking tussen overheden, netbeheerder en marktpartijen te kunnen realiseren vereist dit een gecoördineerde uitvoering.

1.

Kwantiteit:

Worden doelstellingen gehaald (aantal TWh duurzame opwek)?

2.

Draagvlak:

Worden keuzes politiek en maatschappelijk gedragen?

3.

Ruimte:

Kunnen duurzame opwek en energieinfrastructuur ruimtelijk worden ingepast, kijkend naar landschappelijke kwaliteit?

4.

Systeemefficiëntie:

Kan duurzame opwek efficiënt worden ingepast in het totale energiesysteem?

3

Potentie van de regio De RES 1.0 doorrekening

Verloop bod van Concept-RES naar RES 1.0

Liander heeft de verkregen data voor RES 1.0 doorgerekend om te kunnen bepalen wat de impact is op de infrastructuur. Zo kunnen wij daarmee vanuit de infrastructuur de benodigde ruimte, betaalbaarheid én haalbaarheid van de uitvoering van de RES toelichten.

Veranderingen in het bod na aanlevering doorrekengegevens Nadat de data bij Liander is aangeleverd zijn er voor de regio Kop van Noord Holland nog wijzigingen doorgevoerd in het bod. Deze wijzigingen zijn met TenneT gedeeld (aangezien verwacht wordt dat dit op TenneT zal worden aangesloten). TenneT zal dit meenemen in haar analyse als onderdeel van dit rapport. Het verloop van het concept RES bod naar RES 1.0 wordt in de afbeelding hiernaast weergeven.

Nieuwe landelijke rekenregels zon in RES 1.0 De opwekpotentie van de RES 1.0 is verhoogd ten opzichte van de Concept RES. Dit komt met name doordat er nieuwe landelijke rekenregels zijn toegepast voor zon waardoor de potentiële opbrengsten per zoekgebied omhoog zijn gegaan.

Optelsom bod Concept-RES en RES 1.0 Concept-RES Concept-RES

Wijzigingen RES 1.0 ten opzichte van Concept RES We zien dat relatief veel wijzigingen zijn doorgevoerd in de RES van Noord-Holland Noord. Er vallen met name zoekgebieden af. Zo verdwijnt een groot deel van de wind energie opwek in de regio door het ontbreken van draagvlak. In een aantal gemeenten verdwijnt ook het grootschalig zon op grond. Hierdoor komt er in het NHN RES 1.0 bod meer focus op zon op dak. Echter voornamelijk door de nieuwe landelijke rekenregels die in RES 1.0 voor zon opwek zijn gebruikt, neemt het bod in potentie toe. In de afbeelding rechts worden de verschillen per opwekcategorie weergegeven voor NHN. De effecten van deze wijzigingen op het elektriciteitsnet worden in deze netimpactrapportage besproken.

RES RES1.0 1.0

Opwek grootschalig zon

0,5 TWh

2,15 TWh

Opwek zon op grote daken + parkeerplaatsen

0,45 TWh

1,02 TWh

Opwek grootschalig wind

0,11 TWh

0,04 TWh

Geclusterde zon + wind

0,94 TWh

0,34 TWh

Totaal nieuw te realiseren opwek

2,01 TWh

3,55 TWh

Huidig + Pijplijn

2,2 TWh

2,0 TWh

Totaal duurzame opwek

4,21 TWh

5,55 TWh 4

Impact op stationsniveau op basis van bod RES 1.0 Totaal aantal stations in regio

Totaal aantal stations met capaciteitsoverschrijding

Aandeel RES bod dat kan worden aangesloten met huidige stations tot 2030

26

16

50%

Impact op de stations van Liander Op basis van aangeleverde gegevens is een analyse gemaakt van de impact op de (verdeel)stations van Liander. Op stationsniveau is inzichtelijk gemaakt waar nog capaciteit beschikbaar is en waar knelpunten kunnen ontstaan. Deze knelpunten ontstaan doordat grootschalige opwek direct wordt aangesloten op de stations in de regio.

Op 16 stations de capaciteit overschreden De opwekpotentie van de RES 1.0 past niet binnen het huidige elektriciteitsnet en bestaande stations. We verwachten dat tot 2030 op 16 van de 26 (totale aantal stations in de regio) transformatorstations de maximale capaciteit bereikt wordt. Om deze knelpunten op te lossen zullen de bestaande stations uitgebreid moeten worden. In sommige gevallen is de capaciteitsoverschrijding dusdanig groot dat alleen een uitbreiding van het station niet genoeg is. Er zal dan een nieuw station in de regio gerealiseerd moeten worden.

Haalbaarheid RES 1.0 De inschatting is dat ongeveer 50% van de opwekpotentie van RES 1.0 past op de bestaande stations. Op veel stations is namelijk nu nog ruimte beschikbaar, ook op de stations waar een knelpunt wordt verwacht. De haalbaarheid van RES 1.0 wordt enerzijds vergroot door werkzaamheden aan stations en anderzijds door slim om te gaan met het bestaande elektriciteitsnet (stations en kabels). Op de volgende pagina´s wordt dit verder toegelicht. De zoekgebieden in de RES 1.0 van Noord-Holland Noord zijn voortgekomen uit het RESproces. Deze zoekgebieden hebben bij elkaar een opwekpotentie van 3,55 TWh. In deze netimpactanalyse is er gerekend met deze opwekpotentie (excl. het zoekgebied in het IJsselmeer, de Wieringerhoek, wat vanwege formaat naar verwachting op TenneT aangesloten wordt). De ambitie van de regio is 2,2 TWh voor nieuwe opwek. Daarmee is er ruimte om in de verdere uitwerking van de plannen op zoek te gaan naar de meest optimale oplossingen, ook vanuit systeemefficiëntie.

Stations met capaciteitsoverschrijding Stations met capaciteit beschikbaar

5

Oplossingsrichtingen: Uitbreidingen en nieuwe stations Aantal nieuw te bouwen stations

Aantal uit te breiden stations

Kosten (in mln. €), incl. kosten aanpassen kabels

Benodigde ruimte

Inschatting haalbaarheid werkpakket voor 2030

4

12

68 – 136,7

76.140 – 158.360m2

50%

Uitbreidingen en nieuwe stations De regio Noord Holland Noord kent 26 stations in het gebied zelf. Op basis van deze impactanalyse voor RES 1.0 wordt voorzien dat er naar verwachting 12 uitbreidingen van bestaande stations en 4 nieuwe stations in de regio nodig zijn om de opwekpotentie van de RES 1.0 plus de te verwachten stijgende vraag naar elektriciteit, op te kunnen nemen. Verwachte benodigde uitbreidingen op bestaande stations in regio NHN in 2030 bovenop de investeringslijn

15 12

Verwachte benodigde nieuwe stations in regio NHN in 2030 bovenop de investeringslijn

10 5 Verwachte station uitbreidingen (in investeringslijn van Liander)

Verwachte station uitbreidingen (nog niet in investeringslijn van Liander)

Verwachte nieuw te bouwen stations (in investeringslijn van Liander)

Verwachte nieuw te bouwen stations (nog niet in investeringslijn van Liander)

Zoekgebied nieuw station Geen uitbreiding op station verwacht

0

4

Aantal benodigde uitbreidingen op bestaande stations in investeringslijn Liander Aantal nieuwe stations in investeringslijn Liander

2030 Het stationswerkpakket komende 10 jaar Om de doelstellingen in de regio voor 2030 te realiseren, moeten voor alle grootschalige energie opwekkingsprojecten en bijbehorende energie-infrastructuur tijdig planprocedures gestart worden. Het realiseren van de benodigde uitbreidingen van de energie-infrastructuur is nu al een uitdaging. Deze uitdaging wordt de komende jaren groter. Bovenstaand figuur geeft ruwweg het aantal benodigde stationsuitbreidingen en nieuwe stations weer in de regio NHN op basis van de doorrekening van RES 1.0. Zo´n 5 van de 12 uitbreidingsplannen en 3 van de 4 nieuwe stations zijn reeds voorzien in de investeringslijn van Liander. Investeringslijn moet niet verward worden met het gepubliceerde investeringsplan 2020, gezien ondertussen nieuwe uitbreidingsplannen reeds zijn toegevoegd. De Investeringslijn wil zeggen dat wij reeds uitbreidingen hebben voorzien, er moeten echter veelal echter nog significante stappen genomen voordat over kan worden gegaan tot uitvoering. De extra toename in uitbreidingen en nieuwe stations die het RES 1.0 bod vereist, laat de extreme uitdaging zien die vanuit Liander de komende jaren wordt voorzien. Ruimte en kosten De impact van het RES 1.0 bod op ruimte en kosten is fors. Een deel van de 12 stations zou naar verwachting uitgebreid kunnen worden op locatie.

Echter, voor het andere deel zullen nieuwe (grond)locaties moeten worden gevonden. Midden Spannings-verbindingen en verdeelstations Naast de aanpassing van de transformatorstations verwachten we aanzienlijk te moeten investeren in (kabel)verbindingen. Dit heeft forse impact omdat dit onder andere leidt tot veel graafwerkzaamheden en 6 daarmee samenvallende hoge kosten en lange doorlooptijden. Dit wordt op de volgende pagina verder toegelicht.

Impact op distributienet op basis van bod RES 1.0 Verschuiving naar zon op dak Naast de impact op stations zien we grote druk op het middenspannings- en laagspanningsnet (MS en LS net) ontstaan, het zogeheten distributienet. Doordat het bod zich meer focust op kleinschalig zon is de verwachting dat op lager gelegen netvlakken significante aanpassingen moeten gaan plaatsvinden. Hoewel niet tot op dit detail is doorgerekend, kunnen we dit wel voorzien. De uitdaging hieraan is dat dit leidt tot veel aanpassingen ´in de wijken´. Veel kabels en kleine verdeelstations (middenspanningsruimten) zullen moeten worden verzwaard. Dit geeft enorme druk op het werkpakket, het leidt tot hoge kosten en de uitvoerbaarheid (haalbaarheid) van de RES wordt nadelig beïnvloedt. Liander werkt op dit moment aan een instrumentarium om sturing te geven aan zon op dak om de haalbaarheid van de potentie te vergroten. Helaas komt de netimpactrapportage van RES 1.0 te vroeg om dit mee te kunnen nemen. Dit zal dan ook onderdeel worden van het gezamenlijke uitvoeringsprogramma waar wij voor pleiten.

Afbeelding 1

Toelichting Afbeelding 1-2: verschil impact grootschalig zon/wind en kleinschalig zon In de hiernaast opgenomen afbeeldingen wordt grofstoffelijk het impactverschil voor de netbeheerder uitgelegd tussen geclusterd grootschalig zon/wind en niet geclusterd zon op dak.

Afbeelding 1: impact van geclusterd grootschalig zon/ wind. .

Het aansluiten van grootschalig zon of wind (boven 2 MVA) wordt direct op een onderstation aangesloten. Dit betekent in veel gevallen dat vanaf het zonnepark/windpark er slechts één of enkele directe kabelverbindingen naar het onderstation moeten worden getrokken en dat deze worden aangesloten op de velden (stopcontact) van het station. Is er onvoldoende capaciteit op het station aanwezig om de opwekcapaciteit op te nemen, dan zal het station moeten worden uitgebreid.

Afbeelding 2

Afbeelding 2: Impact van niet geclusterd zon op dak. Bij niet geclusterd zon op dak betekent het dat de zonnedaken op een lager netvlak in het netwerk worden ingepast. Stel dat we uitgaan van een gelijke opwekcapaciteit als bij afbeelding 1, dan betekent dat net als in voorgaande situatie dat het stationsvermogen moet worden uitgebreid mocht er onvoldoende capaciteit beschikbaar zijn. Echter, daarnaast zal óók lokaal veel kabels en middenspanningsruimten moeten worden verzwaard. Veel straten in de (bebouwde omgeving) zullen dan open moeten om verzwaring van huidige assets mogelijk te maken en zullen bovengronds middenspanningsruimten verzwaard moeten worden en of bijgeplaatst moeten worden. Naast overlast en hoge kosten geeft dit een enorme extra druk op het werkpakket bij de netbeheerder. .

7

Oplossingsrichtingen distributienet Achtergrond:

Oplossingsrichtingen

De populariteit van zonne-energie in Nederland is de laatste jaren groot Dit tekent zich af in de groeicijfers. Liander heeft alleen al in 2020 zo´n 2.000 installaties voor zonnepanelen per week aangesloten. In ons hele gebied sloten we in 2020 zo´n 30% meer zonnestroominstallaties aan op de elektriciteitsnetten.

De oplossingsrichting laat zich enerzijds dus vertalen in het verzwaren van een groot gedeelte van ons distributienet. De impact hiervan is groot en zal een fors beslag leggen op het werkpakket van Liander. Anderzijds zal innovatie en datagedreven netbeheer er toe moeten gaan leiden dat we ontwikkelingen slim kunnen voorspellen en of sturen.

Het totaal aantal aangesloten zonne-energie installaties op het Liander net ligt medio februari 2021 rond de 500.000. Het totaal vermogen van zonne-installaties die we alléén vorig jaar al (2020) op ons net aansloten is vergelijkbaar met het vermogen van alle zonnepanelen die we van 2011 tot 2017 hebben aansloten. De groei zonne-energie is daarmee buitengewoon groot.

Verder is het zinvol om zoveel mogelijk een gebiedsgerichte (geclusterde) aanpak te volgen met geclusterde aanvragen om maximaal zon op dak aan te kunnen sluiten. Ook het zogeheten ´aftoppen´ van de stroompieken zorgt voor een lagere belasting op de netten waardoor deze efficiënter worden gebruikt. Aftoppen zorgt voor een relatief klein energieopwekkingsverlies.

Middenspannings- en laagspanningskabels Liander beheert in haar verzorgingsgebied ca. 90.0000 km aan kabels waarvan 4500 km in NHN. Alleen al in 2020 legde wij in ons verzorgingsgebied ruim 1200 km extra kabels aan om het energienet te versterken. Verzwaren van kabeltraces is dan ook één van de oplossingsrichtingen om de energietransitie vorm te kunnen geven.

Daarnaast, om transport van energie zoveel mogelijk te verkleinen, en daarmee de kosten in de infrastructuur, biedt combineren zonne-energie opwek met de lokale energievraag veel kansen. Het is daarbij wel essentieel dat de energievraag tegelijkertijd met de zonne-energie opwek van daken plaatsvindt en dat de pieken voor opwek in lijn liggen met de vraagpiek. Industrieterreinen zijn een goed voorbeeld waar het energiegebruik en opwek vaak gelijktijdig is.

Instrumentarium en sturing Veel kan, maar impact op het elektriciteitsnet (distributienet) neemt toe De elektriciteitsnetten zijn grotendeels in de vorige eeuw aangelegd als een soort éénrichtingsweg, er was in die tijd helemaal geen sprake van zelf opwekken van energie. De energietransitie veranderd dit volledig en heeft hiermee grote impact op de netten. De netten kunnen veel aan, maar de forse groei van zonne-energie laat ook zien dat delen van het laagspannings- en middenspanningsnet inmiddels tegen haar grenzen aanlopen waardoor niet optimaal kan worden terug geleverd. Dit betekent dat distributienetten lokaal moeten worden verzwaard om de piekbelasting van zon te kunnen verwerken. Verzwaren van lokale distributienetten is bewerkelijk complex in de schaarse onder- en bovengrond. Daarnaast hebben we ook te maken met langlopende procedures (denk hierbij aan gemeentelijke vergunningstrajecten, bezwaarprocedures, grondaankoop, etc). Dit betekent dat waar knelpunten ontstaan deze niet altijd vandaag of morgen opgelost kunnen zijn.

Liander werkt op dit moment aan instrumentarium waarin we handvatten geven om te kunnen sturen met zon op dak vanuit het netperspectief. Dit instrumentarium zal in een later fase met de regio worden gedeeld.

Verdeelstation / Middenspanningsruimte (MSR) Ca 50.0000 MSR´s heeft Liander in haar verzorgingsgebied, waarvan ca. 5.000 in NHN. De komende jaren verwacht Liander dit fors uit te moeten breiden door o.a. de energietransitie. Het niet efficiënt inpassen van zonne-energie zal echter leiden tot een nog significantere stijging van het aantal. In bestaande bouw is inpassen niet eenvoudig omdat ruimte schaars is. 8

Aanbevelingen voor systeemefficiëntie Graag lichten we toe welke mogelijkheden er zijn om de systeemefficiëntie te verbeteren in de RES regio Noord Holland Noord. Het meenemen van de principes van systeemefficiëntie in de afwegingen voor de RES biedt kansen (potentie) om: 1. maatschappelijke kosten te besparen; 2. ruimte te besparen; 3. de haalbaarheid in tijd van de RES ambitie te vergroten 4. slimme keuzes te maken voor de periode na 2030 Het toepassen van systeem efficiëntie is mede bepalend voor draagvlak en daarmee haalbaarheid van de RES. Bijvoorbeeld door minder openbrekingen van straten, minder infrastructureel ruimtegebruik en lagere kosten aan infrastructuur door efficiëntere benutting. O.b.v. de aangeleverde zoekgebied is aangegeven in hoeverre het RES 1.0 aansluit op de ontwerpprincipes van systeemefficiëntie (zie blauwe bolletjes)

mate van toepassing systeemefficiëntie in bod Niet systeemefficiënt

Wel systeemefficiënt

Voor systeemefficiëntie (SE) maken we gebruik van vijf ontwerpprincipes. In de bijlage staat een toelichting op deze ontwerpprincipes. RES 1.0 Concept RES Veel stations raken door de potentie van RES 1.0 overbelast. Hierdoor zijn uitbreidingswerkzaamheden aan Biedt weinig Biedt weinig SE.1. Beter benutten van de bestaande stations of in sommige gevallen het realiseren van nieuwe stations nodig om te voldoen aan de invulling kansen voor kansen voor SE.1 in bod restcapaciteit op het bestaande SE.1 in bod van de RES 1.0. Het heeft grote meerwaarde om gebruik te maken van capaciteit op transformatorstations dat energienet ondanks de RES 1.0 nog beschikbaar is. Dit geldt voor zoekgebieden rondom stations Den Helder Vogelwijk, Wervershoof, Enkhuizen en Alkmaar.

SE.2. Energievraag en -aanbod combineren: minimaliseren van transport van energie

SE.3. Evenwichtiger verdelen van opgesteld vermogen wind en zon

SE.4. Clusteren van duurzame opwek projecten

SE.5. Overige oplossingen: aansluiten wind en zon op één aansluiting (cablepooling), aftoppen van piek productie en benutten reservecapaciteit

Er is zeer veel potentie om vraag en aanbod te koppelen. De potentie ligt met name in het laagspanning en distributienet. Een aanzienlijk deel van het RES bod bestaat namelijk uit zonopwek op daken verspreid over de regio. Dit is een bewuste keuze van de regio. Om transport van energie zoveel mogelijk te verkleinen, biedt combineren zonopwek met de lokale energievraag veel kansen. Het is wel essentieel dat de energievraag tegelijkertijd met de energieopwek van daken plaatsvindt en dat de pieken voor opwek in lijn liggen met de vraagpiek. Alleen dan wordt het lokale energienet minder belast.

Biedt veel kansen voor SE.2 in bod

Biedt zeer veel kansen voor SE.2 in bod

Biedt zeer veel kansen voor SE.3 in bod

Biedt veel kansen voor SE.3 in bod

Biedt zeer veel kansen voor SE.4 in bod

Biedt deels kansen voor SE.4 in bod

In de regio´s zijn in het RES 1.0 bod veel zoekgebieden al geclusterd. Clustering van het zoekgebied vergroot de haalbaarheid doordat de aansluitkansen vergroot worden. Dat houdt in dat een paar grootschalige projecten in plaats van meerdere kleine projecten veel opleveren voor systeemefficiëntie. Met name voor deelregio Westfriesland liggen er nog kansen om meer zoekgebieden te clusteren.

Biedt veel kansen voor SE.5 in bod

Biedt zeer veel kansen voor SE.5 in bod

In veel zoekgebieden in de gehele regio NHN liggen kansen om de haalbaarheid te vergroten doordat er meer zoekgebieden geclusterd zijn. Met name het verkleinen van de afstand tot het dichtstbijzijnde station en het gebruik van één aansluitkabel (cable-pooling) voor het zoekgebied, vergroot de haalbaarheid (tijd en kosten) om9 het gewenste opwekvermogen aan te sluiten op het elektriciteitsnet.

Vanuit het draagvlak aspect heeft wind-opwek in de regio NHN podium verloren in de RES 1.0. Dit is begrijpelijk. Echter vanuit de infrastructuur bekeken wordt er nu suboptimaal van de capaciteit op het net gebruik gemaakt, waardoor meer infrastructuur en meer openbare ruimte benodigd is en hogere maatschappelijke kosten. Ook dit is draagvlak. Vanuit een efficiënte systeem benadering blijven wij dan ook oproepen om zon en wind met elkaar te combineren. Hierbij is het essentieel om voor gecombineerde zoekgebieden een evenwichtige verhouding te gebruiken tussen zon en wind (1MW zon = 1MW wind).

Aanbevelingen voor de RES vanuit de netbeheerder Tijdlijnen op elkaar afstemmen, afspraken maken over uitvoeringscoördinatie Wij dringen sterk aan op het gezamenlijk vormgeven van een regionaal uitvoeringsprogramma waarin duurzame opwek projecten, inclusief benodigde netuitbreidingen, worden uitgewerkt om de haalbaarheid van de RES te vergroten. Belangrijk is te beseffen dat uitbreiding van het energienet doorgaans langer duurt dan de realisatie van een wind- of zonnepark. Door de uitbreidingen van het energienet te koppelen aan ruimtelijke ontwikkelingen, kunnen we zorgen dat gewenste regionale ontwikkelingen tijdig kunnen worden aangesloten op de energie-infrastructuur.

Hoe werkt dat? Rekening houden met ruimte voor het energienet in het beleid? •

•

Met elkaar (verder) vooruitkijken om ambities tijdig te kunnen realiseren Door langjarig vooruit te kijken, is er meer tijd voor het zoeken van geschikte locaties voor kabels en elektriciteitsstations, het doorlopen van planprocedures en het inplannen van schaarse technici om al het werk te kunnen realiseren. Langjarig vooruit kijken, vergroot de kans dat we de regionale ambities samen op tijd kunnen realiseren.

Starten waar capaciteit beschikbaar is Voor de realiseerbaarheid van plannen is het belangrijk om te kijken naar volgordelijkheid. Zo zijn er elektriciteitsstations die nog capaciteit vrij hebben of kunnen deze op relatief korte termijn (2023/2024) uitgebreid worden. Door samen eerst op deze gebieden te focussen, werken we in de tussentijd aan het realiseren van uitbreidingen in andere gebieden die meer tijd kosten. Zeker weten waar, welke capaciteit beschikbaar is? Neem contact op met Liander.

Reserveer ruimte voor energie-infrastructuur in ruimtelijk-/omgevingsbeleid Door de toenemende energie-opwek is meer ruimte nodig voor de distributie daarvan. Voor de realisatie van zonneparken en in mindere mate voor windturbines is dit een herkenbare ontwikkeling. Nog minder bekend is dat er ook ruimte nodig is voor de benodigde netverzwaring, in de vorm van nieuwe stations en ondergrondse kabels. Schaarse ruimte in Nederland die ook voor andere belangrijke doeleinden kan worden ingezet.

•

In de op te stellen omgevingsvisies is meestal al veel aandacht voor de energietransitie en de RES. Door op visieniveau ook aandacht te besteden aan de ruimte die boven- en ondergronds nodig is voor het energienet, sluit de omgevingsvisie goed aan op toekomstige omgevingsplannen en omgevingsprogramma's. Een omgevingsprogramma energie geeft de mogelijkheid de doelen uit de omgevingsvisie te concretiseren. In dit omgevingsprogramma staan de beleidskeuzes uit de omgevingsvisie verder uitgewerkt, onder andere door een planning bij te voegen hoe de beleidskeuzes in de tijd worden gerealiseerd. Een pilot voor de deelregio Alkmaar is doorlopen om zicht te krijgen op welke kansen dit biedt. In het bestemmings-of omgevingsplan wordt de daadwerkelijke planologische ruimte gecreëerd om tot het verlenen van de benodigde vergunningen over te kunnen gaan. Liander adviseert graag over de planologische ruimte die nodig is voor het elektriciteitsnet en welke belemmeringen spelen rondom de inpassing van een (nieuw) station. Ook komt eind 2020 een staalkaart beschikbaar waarin de belangrijkste regels staan die in een omgevingsplan kunnen worden opgenomen. Buitenplanse vergunningen zijn en blijven een mogelijkheid voor verzwaringen en vernieuwingen van het elektriciteitsnet.

Zeker direct na de invoering van de Omgevingswet kan dit een oplossing zijn om te kunnen afwijken van de geldende planologische regels. Een mooi voorbeeld hiervan is de uitbreiding van station Barneveld in de gemeente Barneveld. Indicatieve benodigde tijd voor het bouwen van een nieuw station 0

1

2

3

4

5

6

7

jaren

Nieuw HS/TS of HS/MS station Nieuw TS/MS station Planprocedures

Nieuw MS station Nieuw MS/LS station

Uitvoering

HS = hoogspanning M = middenspanning TS = tussenspanning

Onzekerheid

10

Klik op de tekst om naar het betreffende onderdeel te gaan.

2.

1. Introductie

Huidig energienet in beeld

3. Aangeleverde gegevens RES 1.0

4.

5.

6.

Impact bod RES 1.0 op het elektriciteitsnet en aanbevelingen voor RES regio NHN

Impact RES 1.0 op warmte- en gasnet

Impact bod RES 1.0 op het elektriciteitsnet en aanbevelingen per sub RES regio

7. Bijlagen

11

Introductie

12

Introductie | dit document Het Nederlandse energienet verbindt, letterlijk, de ambities en plannen in de 30 RES regio's: het is de verbindende factor tussen opwek en gebruik van energie. Het energienet zal flink veranderen de komende tijd. Het werd aangelegd als transportmedium om te voorzien in de vraag naar energie. In de energietransitie verandert het in een multifunctionele verbinder van vraag, aanbod en opslag van elektriciteit, duurzame warmte en groene alternatieven voor aardgas. De RES΄en zijn de basis voor een langjarige en planmatige aanpak. Hiermee kunnen we gezamenlijk gericht inzetten op het vinden van geschikte locaties voor kabels en elektriciteitsstations, het doorlopen van vergunningstrajecten en het inzetten van schaarse technici om al het werk te realiseren.

Systeemefficiëntie

Waarom dit document? Elke regio maakt in de RES afwegingen tussen verschillende belangen. Energie-systeemefficiëntie is één van de vier belangen in het afwegingskader RES. Alle vier de afwegingskaders zijn onlosmakelijk aan elkaar verbonden. Wanneer er niet voldoende rekening wordt gehouden met de infrastructuur betekent dit dat er in de regio meer infrastructuur moet worden aangelegd (meer openbare ruimte en overlast) en hogere kosten (socialisatie) en langere doorlooptijden. Ook dit is draagvlak. Naast een analyse van de netimpact van de regionale plannen, geven de netbeheerders ook adviezen over het verbeteren van de systeemefficiëntie in deze rapportage. Hiermee kan een RES-regio sturen op tijdige realisatie van ambities, efficiënt ruimtegebruik en de laagste maatschappelijke kosten en draagvlak wordt vergroot.

Van concept RES naar RES 1.0 In het voorjaar van 2020 is de netimpact van de concept-RES doorberekend door Liander. Hiermee werd de impact van de regionale plannen op het energienet inzichtelijk gemaakt. Ook kreeg de RES-regio adviezen om de systeemefficiëntie te verbeteren. Met deze inzichten en adviezen is de concept-RES verder uitgewerkt naar een RES 1.0. Liander heeft de RES 1.0 doorgerekend en ziet een aantal verschillen met de concept-RES vanuit het perspectief van systeemefficiëntie: • Van een bod van 4,2 TWh in de concept RES naar een opwekpotentie van 5,55 TWh in de RES 1.0. Een deel van deze potentie zal direct op Tennet worden aangesloten. • Er gaat veel focus naar kleinschalig (en verspreid) zon op dak. Windenergie en grootschalig zon hebben minder potentie gekregen in RES 1.0. • Er zijn nieuwe landelijke rekenregels toegepast voor zon waardoor de absolute potentie per zoekgebied toeneemt en daarmee ook de potentie van de RES 1.0 is verhoogd. • In RES 1.0 is gebruik gemaakt van een nieuwe dataset voor ´de vraag naar elektriciteit´. Hierdoor komen andere oorzaken naar voren als grootste impact op de capaciteit van transformatorstations dan in de concept RES. • Zon op agrarische grond heeft minder potentie gekregen in de RES 1.0 in de regio. • Er is in RES 1.0 weinig gebruik gemaakt van combinatie van wind en zon / clustering.

Dit zorgt voor een minder efficiënte benutting van het elektriciteitsnet.

Een kwantitatieve vergelijking van aangeleverde gegevens van de concept RES en de RES 1.0 is op pagina 4.

13

Introductie | bepalen netimpact Verschil in doorberekening concept RES en RES 1.0 De netbeheerders hebben een aantal wijzigingen in de doorrekening doorgevoerd zodat we de netimpact nog beter kunnen inschatten. Het volgende is gewijzigd: • In de doorberekeningen van de concept-RES is een eerste verkenning van de impact op het middenspanningsnet gedaan. In deze doorrekening hebben we de impact op het middenspanningsnet meer in detail meegenomen. • Er wordt voor de ´vraag naar elektriciteit data´ gebruik gemaakt van gegevens van de netbeheerders in plaats van landelijke back-up gegevens. Dit is afgestemd met de regio. Verderop is toegelicht voor welke gegevens dit het geval is. • De impact van de RES΄en op de elektriciteitsnetten van TenneT is meer in detail door Tennet uitgewerkt. De conclusie vanuit de analyse van TenneT is dat de RES 1.0 plannen vanuit het hoogspanningsnet tot 2030 voor opwek grotendeels haalbaar zijn mits de lopende projecten en projecten in realisatie- en studiefase gerealiseerd worden. Tevens voorziet Tennet een grotere uitdaging aan de vraagzijde van elektriciteit in de regio. De analyse van TenneT is hier te vinden.

Omvang opwekvermogen bepalend voor netimpact

Wel/niet onderdeel van deze impact analyse

✓

✓

✓

Hoe analyseren we de netimpact?

✓

Meer informatie over de gebruikte gegevens en de werkwijze is verderop in deze rapportage te vinden.

Omvang opwek

✓

Zoekgebieden met een omvang boven 100MW kunnen alleen aangesloten worden op de grootste stations (HS/TS en HS/MS) van Liander. Is de omvang van het zoekgebied vele malen groter dan 100MW dan zal een directe aansluiting op Tennet onderzocht moeten worden. Kleinere projecten zoals zonnedaken, zonparkeerplaatsen of zonnepanelen op huishoudens bevinden zich in het algemeen op het aansluitniveau van een MS/LS station. In deze rapportage wordt de netimpact op MS/LS niveau niet bepaald. Wel wordt de impact van alle zonnedaken, zonparkeerplaatsen opgeteld om de impact op de bovenliggende stations te bepalen.

Om de netimpact te bepalen, gebruiken we de aangeleverde gegevens van de regio aangevuld met landelijke gegevenssets en (op onderdelen) gebruik van gegevens van Liander. Op basis daarvan wordt met rekenmodellen en kennis van experts de netimpact uitgewerkt. De impact is altijd een dynamisch samenspel van vraag en aanbod op het elektriciteits- en gasnet. De focus ligt in de doorrekening van de netimpact op voornamelijk stationsniveau (zie de afbeelding hiernaast). Echter, daar waar mogelijk zullen de effecten op lager gelegen netvlakken (distributienet) ook worden beschreven.

Type station

X 14

Introductie | integraal beeld Integraal beeld nodig voor tijdige aanpassingen infrastructuur

Beleidsplannen en sectorale plannen samenbrengen

Een regionaal gedragen beeld van de totale energievraag en het energieaanbod is noodzakelijk om het energienet tijdig te kunnen aanpassen. Een integrale RES maakt het mogelijk om een optimale afweging te maken tussen gas-, elektriciteits- en warmte-infrastructuur. Het energienet wordt voor minimaal 40 jaar aangelegd. Daarom is het van belang te kijken naar ontwikkelingen en plannen richting 2050. Door ook lange termijn ontwikkelingen mee te nemen in investeringsbeslissingen voor 2030, zijn de investeringen gerichter en toekomstbestendiger.

Door beleidssporen en sectorale plannen op regionaal niveau samen te brengen, kan een RES-regio tot integrale keuzes en prioritering komen:

Beeld van de ontwikkelingen vanuit alle sectoren Verschillende sectorale plannen en ontwikkelingen hebben grote impact op het energienet. Voor alle ontwikkelingen met grote impact op het net geldt dat Liander graag zo vroeg mogelijk betrokken is. Op deze manier kunnen we meedenken over slimme oplossingen en werk aan de RES, rekening houdend met de relevante wettelijke context.

•

Integrale infrastructuur verkenning 2030-2050 (II3050), onderdeel van de werkgroep iNET: hier wordt uitgewerkt wat de impact van verschillende transitiepaden is op het energienet is.

•

Nationale Agenda Laadinfrastructuur (NAL): in de NAL is overeengekomen dat elke gemeente een laadvisie en plaatsingsbeleid vaststelt.

•

Transitievisie Warmte (TVW): gemeentes maken warmtevisies. De impact op het energienet is groot en hangt samen met regionale keuzes.

•

Programma Energiehoofdstructuur (PEH): een programma om de nationale ruimtelijke planning van het energiesysteem uit te werken.

•

Cluster Energie Strategieën (CES): elk industriecluster stelt een energiestrategie op. Een CES beschrijft wat energiebehoefte van een cluster is, wat de investeringen van de industrie en het commitment zijn en wat de CO2-bijdrage van een cluster kan zijn.

•

Het Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat (MIEK): een jaarlijks overleg van alle stakeholders rondom industrie om de infrabehoefte van de industrie te bepalen.

15

Introductie | leeswijzer Leeswijzer Het document begint met een overzicht van het huidige energienet in de regio en een samenvatting van de aangeleverde gegevens. Vervolgens werken we de impact van de regionale plannen op het elektriciteitsnet uit. Ook geven we adviezen om de systeemefficiëntie te verbeteren. Een kwalitatieve duiding van de impact van het regionaal bod op de warmte- en gasinfrastructuur volgt. Tot slot volgt een aantal aanbevelingen aan de regio. Naast Liander heeft TenneT, als landelijke netbeheerder gekeken naar de opgave in regio Noord Holland en haar input gegeven op de haalbaarheid van de RES opgave op basis van het RES 1.0 bod. De analyse van TenneT is hier in het document opgenomen.

In de bijlage is de volgende informatie beschikbaar: • Verdieping • Bronnen en verwijzingen • Terminologie en gebruikte afkortingen • Een toelichting op de werkwijze

Disclaimer Dit document is met zorg samengesteld ten behoeve van de RES-ontwikkeling in een regio. Het document geeft een globale indicatie van de impact van de regionale ontwikkelingen op het elektriciteits- en gasnet vanuit de beschikbare informatie op het moment van analyse. Door dit globale karakter worden diverse onderwerpen niet meegenomen, bijvoorbeeld de belasting op individuele kabels of de lokale spanningskwaliteit op delen van het net. De weergave van ruimtebehoefte en benodigde investeringen in dit document zijn daardoor lager dan ze daadwerkelijk zullen zijn. Deze indicatie van de impact is beoordeeld vanuit de huidige wet- en regelgeving. Het is mogelijk dat netbeheerders door Europese of nationale ontwikkelingen andere mogelijkheden of verplichtingen krijgen. Dit kan invloed hebben op de indicatie van de impact. De impact is mede bepaald op basis van gegevens aangeleverd vanuit de regio, aangevuld met back-up gegevens vanuit het NP RES. Liander draagt geen verantwoordelijkheid voor de back-up gegevens of de aangeleverde gegevens door de regio.

Het verdient de aanbeveling om de informatie uit dit document altijd samen met de regionale plannen te publiceren. Deze netimpactanalyse kan tot verkeerde conclusies leiden wanneer de context van de regionale plannen niet wordt meegenomen. Liander aanvaart geen aansprakelijkheid voor enige schade die direct of indirect ontstaat als gevolg van (het oneigenlijk) gebruik van de kaarten en informatie. Aan de informatie in dit document kunnen dan ook geen rechten worden ontleend. Neem voor specifieke ontwikkelingen, ambities en projecten altijd contact op met Liander voor de meest actuele informatie. 16

2. Het huidige energienet in beeld

17

Regio in beeld – Huidige stations en warmtenetten In Nederland kennen we elektriciteit, (aard)gas en warmte als belangrijke energiedragers. Voor deze energiedragers kennen we verschillende energie-infrastructuren om de energie op de juiste plek te krijgen. Op regionaal niveau vormen met name de stations de basis als het gaat om het transporteren/distribueren van de energiedragers.

Elektriciteit*

Gas

Warmte (netten)

5 HS/TS stations in de regio 17 TS/MS stations in regio 4 MS/MS stations in regio

20 stations binnen de regio 5 stations buiten de regio die de regio wel deels voeden

Er zijn meerdere warmtenetten in deze regio die reeds leveren aan consumenten (eindgebruikers).

De HS/MS stations zijn in de afbeelding hieronder weergegeven middels de grote stippen. De kleinere stippen representeren de TS/MS en MS stations.

Deze stations zijn in de afbeelding hieronder weergegeven.

Het warmtenet in de regio Alkmaar, Heerhugowaard, Heiloo en Langedijk waar een deel van de woonvoorraad en bedrijven in de regio op is aangesloten wordt voornamelijk gevoed door industriële (hoge temperatuur) warmte uit biomassa. (AVI, BEC) Ook rondom Grootslag (Andijk) is een warmtenet in gebruik welke wordt gevoed uit aardwarmte. Op dit net zit (een deel van) de glastuinbouw in deze regio aangesloten. De warmte wordt gewonnen uit Geothermie (aardwarmte). Er zijn verscheidene activiteiten gaande om het bestaande warmtenet uit te breiden en zijn er op diverse plekken verkennende onderzoeken om warmtenetten te stichten.

*= voor uitleg terminologie en afkortingen: zie de bijlage.

18

3. Aangeleverde gegevens RES 1.0

19

Bod RES 1.0 RES 1.0 scenario 2030 voor regio Noord Holland Noord

Toename in het bod

In maart 2020 heeft de regio haar eerste concept RES bod voor 2030 aan Liander aangeboden voor doorrekening van de effecten op de infrastructuur. Inmiddels zijn er weer vele stappen gezet en heeft de regio haar bod met verdere regiokennis verrijkt. Daaruit is de RES 1.0 voortgekomen. In de netimpactanalyse is één scenario doorgerekend, namelijk de totale potentie van de RES 1.0 (5,55 TWh).

Op het concept RES bod zijn in de regio relatief veel zienswijzen binnengekomen. Er zijn kansen genoemd, maar ook veel zoekgebieden zijn afgevallen. De toename in het bod is dan ook met name veroorzaakt door nieuwe landelijke rekenregels die zijn toegepast bij zonopwek.

Feitelijk heeft de regio de RES aangepast op zienswijzen die zijn verkregen uit de regio en de besluiten die zijn genomen vanuit de raden. Het concept RES bod leverde een totaal op te wekken vermogen van 4,2 TWh op; de huidige RES 1.0 heeft een opwekpotentie van 5,55 TWh. Deze potentie heeft Liander als het nieuw scenario voor 2030 doorgerekend om de effecten daarvan op het energienet te kunnen duiden.

De regio Kop van Noord Holland heeft op het moment al relatief veel duurzame opwek staan. Sinds de concept-RES zijn meerdere zoekgebieden voor grootschalige opwek vervallen. Het aandeel wind is verminderd en de focus ligt met name op zon op dak. Het potentieel van het bod voor de kop van Noord Holland stijgt door het meenemen van een groot potentievlak in de Wieringerhoek (zon op water) en door nieuwe landelijke rekenregels zon.

Regio Kop van Noord Holland:

Regio Westfriesland: Sinds de concept-RES zijn meerdere zoekgebieden voor wind vervallen. De focus ligt op zon op dak. Het potentieel van het bod voor Westfriesland stijgt door het meenemen van een groot potentievlak in de Wieringerhoek (zon op water) en door nieuwe landelijke rekenregels zon.

Regio Alkmaar: Door de zienswijzen zijn zoekgebieden afgevallen en tevens zoekgebieden bijgekomen. De regio heeft in RES 1.0 meer wind opgenomen dan in de concept RES. Het potentieel van het bod voor regio Alkmaar stijgt met name door nieuwerekenregels zon die zijn meegenomen.

Regio Noord Holland Noord – 3 subRES´en. De regio Noord Holland Noord is onderverdeeld in drie deel-RES´en, Regio Kop van Noord Holland, Westfriesland en regio Alkmaar. Per regio wordt kort ingegaan op het bod dat is aangeleverd voor RES 1.0

20

Aangeleverde gegevens De impact van de RES 1.0 is doorgerekend aan de hand van verschillende gegevensbronnen. De regio is gevraagd om informatie aan te leveren voor de onderdelen in onderstaande tabel. De regio heeft gegevens tot het jaar 2030 aangeleverd. Wanneer de regio geen gegevens heeft aangeleverd, is in overleg besloten of de Liander gegevens of de landelijke back-up gegevens van het NP RES* zijn gebruikt. Voor elektrisch vervoer wordt gerekend met een basis gegevensset opgesteld door stichting Elaad. Voor een aantal onderdelen zijn (nog) geen gegevens beschikbaar. In onderstaande tabel is te zien welke gegevens zijn gebruikt.

Aanbod Elektriciteit

concept RES

Vraag

RES 1.0

Wind op land

Regio

Regio

Grootschalig gebouwgebonden zon (>15 kWp)

Regio

Regio

Grootschalig niet-gebouwgebonden zon (zonnevelden) (>15kWp)

Regio

Regio

Kleinschalige zon (<15 kWp)

Back-up

Liander

Overige duurzame opwek

Back-up

Geen gegevens

Gas

Groengas

Back-up

Geen gegevens

Waterstof

Groene waterstof

Geen gegevens

Geen gegevens

Elektriciteit

Liander

Flexibiliteit

Geen gegevens

Geen gegevens

Nieuwbouw woningen

Back-up

Liander

Nieuwbouw utiliteit

Back-up

Liander

Bestaande utiliteit

Back-up

Liander

Elektrisch vervoer

Liander (2019)

Liander (update 2020)

Back-up

Liander

Geen gegevens

Liander

Industrie

Back-up

Liander

Utiliteit

Back-up

Geen gegevens

Industrie

Back-up

Geen gegevens

Landbouw/glastuinbouw

Back-up

Geen gegevens

Vervoer

Geen gegevens

Geen gegevens

Totale vraag

Geen gegevens

Geen gegevens

Datacenters

Overig Back-up

RES 1.0

Landbouw/glastuinbouw

Gas

Gebouwde omgeving warmteoplossingen

concept RES

Waterstof

* Op de website van het NP RES is meer informatie over de gebruikte gegevens te vinden: https://www.regionale-energiestrategie.nl/ondersteuning/np+res+invulformulieren/default.aspx ** II3050 data is gebruikt ter aanvulling van de landelijke back-up gegevens. Dit geeft een beter beeld van de21 impact op de langere termijn. https://www.netbeheernederland.nl/dossiers/toekomstscenarios-64/documenten

Aangeleverde gegevens | samenvatting elektriciteit Doorrekening van Liander: Om de effecten van het RES 1.0 bod te kunnen duiden maakt Liander een doorrekening met de door de regio verkregen opwekdata voor zon en wind. Het energiesysteem laat zich echter niet opknippen. Dat betekent dat Liander om goede conclusies te kunnen trekken, de data integraal moet doorrekenen. Ook zal de te verwachten (groeiende) vraag naar elektriciteit inzichtelijk gemaakt moet worden. De groei veroorzaakt door nieuwbouw, aardgasvrij, industrie en elektrisch vervoer, bijvoorbeeld. Aangezien deze data niet vanuit de regio is verkregen, is gebruik gemaakt van data van de netbeheerders. Onderstaande tabel geeft een overzicht van de vermogens (op totaalniveau) die we voor Noord Holland Noord hebben meegenomen in de doorrekening. In het rechterdeel van de pagina wordt een nadere toelichting gegeven.

samenvatting vraag & aanbod

VRAAG

Industrie Elektrische vervoer Utiliteit (bestaande & nieuwbouw) Warmteoplossingen bestaande woningen Warmteoplossingen nieuwbouw woningen Kleinschalige zon (bestaande & nieuwbouw)

AANBOD

Elektrisch vervoer Voor elektrisch vervoer maakt Liander onderscheid tussen thuisladen, werkladen, bezoekladen, snelladen, bestelbusjes / stadslogistiek en het elektrisch laden van het openbaar vervoer. Hiervoor wordt gekeken naar het aantal voertuigen dat op een bepaalde plek zal opladen en het piekvermogen wat een enkel voertuig vraagt. In Noord Holland Noord hebben thuisladen en werkladen de grootste impact op het elektriciteitsnet. Utiliteit In Noord Holland Noord wordt de vermogensgroei van utiliteitsgebouwen voornamelijk gedreven door (het verduurzamen van) bestaande utiliteitsvoorzieningen. Naast deze ontwikkeling neemt Liander ook de verwachte nieuwbouw van utiliteitsvoorzieningen mee. Hierbij wordt een voorspelling gemaakt van het aantal bij gebouwde vierkante meter welke vervolgens wordt vermenigvuldigd met de gemiddelde vermogensvraag per vierkante meter.

Glastuinbouw

*

Grootschalige zonnevelden Grootschalig gebouwgebonden zon Wind op land 0

100

200

300

400

500

Groei in vermogen tot 2030 (MW) Liander scenario's

Industrie De toename van de elektriciteitsvraag in de industrie is enerzijds gebaseerd op de te verwachte toename van verschillende industrieën in de regio en anderzijds op de verduurzaming van bestaande industrie door middel van elektrische boilers en warmtepompen. In Noord Holland Noord zal volgens de Liander prognoses het grootste aandeel van de vermogensgroei richting 2030 komen door het verduurzamen van de bestaande industrie.

Aangeleverd door regio

* De zonne-atolen in Wieringerhoek (ca. 1,5 TW) zijn niet weergegeven in deze grafiek gezien dit niet in de doorrekening van Liander is meegenomen. Dit zal aandacht krijgen in de paragraaf van TenneT

600

Warmte oplossingen Voor de impactbepaling van de warmtetransitie op het elektriciteitsnet, neemt Liander warmtepompen en hybride warmtepompen mee. Andere warmteoplossingen, zoals warmtenetten, zullen minder significant invloed hebben op de elektriciteitsvraag en zijn daarom niet in de analyse meegenomen. Voor de totale vermogensvraag door warmteoplossingen wordt het aantal huishoudens wat over gaat op een (hybride) warmtepomp voorspeld om dit vervolgens met het piekvermogen van één (hybride) warmtepomp te vermenigvuldigen. Voor Noord Holland Noord zal de warmtevoorziening van nieuwbouwwoningen naar verwachting een gelijksoortige impact hebben als de warmtevoorziening van bestaande woningen. Hierbij wordt de aanname gemaakt dat nieuwbouw altijd wordt voorzien van een aardgasloze warmtevoorziening. Dit betekent dat naast de grote nieuwbouw opgave in de regio ook bestaande woningen veel zullen gaan verduurzamen. Kleinschalig zon Naast het RES 1.0 bod waarin grootschalige zon en wind projecten zijn opgenomen, zien we ook een groei in het aantal zonnepanelen op woningen. Voor het totaal verwacht vermogen in 2030 is voor dit segment zowel de aanleg van zonnepanelen op bestaande woningen als de aanleg van zonnepanelen op nieuwbouw woningen meegenomen.

22

4. Impact bod RES 1.0 op het elektriciteitsnet en aanbevelingen voor RES regio NHN

23

Samenvatting impact RES 1.0 op elektriciteits-infrastructuur Analyse van de impact en benodigde netaanpassingen Op basis van aangeleverde gegevens is een analyse gemaakt van de impact van keuzes op de elektriciteitsinfrastructuur. Op stationsniveau is inzichtelijk gemaakt waar nog capaciteit beschikbaar is en waar knelpunten ontstaan. Op dit spanningsniveau wordt vaak grootschalige duurzame opwek aangesloten. De analyse levert het volgende beeld op: • De aangeleverde potentie van de RES 1.0 past grotendeels niet binnen het huidige elektriciteitsnet. • We verwachten dat tot 2030 op 16 van de 26 (totale aantal stations in de regio) transformatorstations de maximale capaciteit bereikt wordt. Oplossingen zijn het bijbouwen van 4 stations en uitbreiden van 12 stations. Procentueel gezien kan +/- 50% van de duurzame opwek in de RES 1.0 niet worden aangesloten op bestaande stations in de regio. • Op 10 van de totaal 26 transformatorstations in de regio is tot 2030 voldoende capaciteit voorzien. Procentueel gezien is daardoor +/- 50% van de duurzame opwek in de RES 1.0 aan te sluiten op de bestaande stations. • In de tabel hiernaast is samengevat welke netaanpassingen nodig zijn om de RES 1.0 ambities te realiseren, inclusief een inschatting van kosten, benodigde ruimte en de haalbaarheid.

Haalbaarheid RES 1.0 Liander heeft voor komende jaren veel werkzaamheden voor bestaande en nieuwe stations gepland (investeringslijn). Deze werkzaamheden zorgen ervoor dat er meer duurzame opwek in de RES 1.0 kan worden aangesloten op stations. Naast de geplande werkzaamheden zullen er ook extra werkzaamheden nodig zijn om het volledige RES bod aan te kunnen sluiten. Op dit moment wordt de haalbaarheid van de totale werkzaamheden die nodig zijn ingeschat op 50% voor de regio voor 2030. Wij adviseren daarom ook om andere oplossingen met minder impact op de leefomgeving, te onderzoeken. Bijvoorbeeld, het verplaatsen van een zoeklocatie of het aanpassen van de verhouding wind en zon, zodat er geen nieuw station hoeft te worden gerealiseerd. We hebben aanbevelingen voor slimme oplossingen en meer systeemefficiëntie uitgewerkt voor de RES-regio.

Snel samen plannen concretiseren We staan voor een flinke opgave. Daarom werken we graag op tijd samen met de RES-regio aan het concretiseren van de RES plannen. Het figuur rechts geeft ruwweg het aantal benodigde station uitbreidingen en nieuwe stations weer in de regio Kop van Noord-Holland op basis van de doorrekening van RES 1.0. Zo´n 5 van de 12 uitbreidingsplannen zijn reeds voorzien in de investeringslijn dat Liander heeft opgesteld en 3 van de 4 nieuwe stations is reeds opgenomen in de huidige investeringslijn. De extra toename van het RES 1.0 bod laat de enorme uitdaging zien die vanuit Liander de komende jaren wordt voorzien. Om tijdig de RES ambities te kunnen halen, organiseren wij graag samen de zoektocht naar geschikte locaties voor nieuwe stations. Ook geven wij graag voldoende zekerheid zodat wij als netbeheerder proactief kunnen investeren en de RES kunnen betrekken in onze investeringslijn.

Spanningsniveau

Aantal nieuw te bouwen stations

Aantal uit te breiden stations

Kosten (in mln €), incl. station kabels

Benodigde ruimte (in m2)

HS/MS

3

4

48,5 – 97,5

54.340 – 132.760

8

17-34,2

18.600– 21.600m2

2,5-5

32004000m2

68 – 136,7

76.140 – 158.360m2

TS/MS

MS/MS

1

TOTAAL

4

12

Inschatting haalbaarheid voor 2030*

*De inschatting van de haalbaarheid is bepaald o.b.v. in hoeverre de benodigde uitbreiding al is opgenomen in de investeringslijn van Liander.

Impact RES 1.0 versus investeringslijn Liander 15

Verwachte benodigde uitbreidingen op bestaande stations in regio NHN in 2030 bovenop de investeringslijn

12

Verwachte benodigde nieuwe stations in regio NHN in 2030

10 4

5

Aantal benodigde uitbreidingen op bestaande stations in investeringslijn Liander Aantal nieuwe stations in investeringslijn Liander

0

2030 24

Impact op middenspanning & laagspanning Investeringsplannen Iedere regionale netbeheerder publiceert twee keer per jaar een investeringsplan met een zichttermijn van tien jaar. In deze investeringsplannen staan de uitbreidings- en vervangingsinvesteringen beschreven. Deze plannen vormen de formele vaststelling (toetsing door de Autoriteit Consument en Markt) van de meerjarige investeringsplannen van Liander. De investeringsplannen van Liander zijn onder andere gebaseerd op marktinformatie, scenario's en transitieplannen van de regio en gemeenten. In het Investeringsplan 2020 zijn de RES-plannen helaas nog beperkt meegenomen. Dit komt voornamelijk door de timing en de onzekerheid: het concept RES was nog niet gereed en tevens nog niet formeel vastgesteld door de overheden ten tijde van het opstellen van het Investeringsplan 2020. In het Investeringsplan 2022 nemen de netbeheerders waar mogelijk de informatie over duurzame opwek plannen vanuit de RES meenemen. Meer lezen over de Investeringsplannen? Klik hier

De inschatting van haalbaarheid Het opnemen van benodigde aanpassingen aan het energienet in de investeringsplannen van de netbeheerders, zorgt voor duidelijkheid over de timing van de uitvoering. Voor de netuitbreidingen die op dit moment zijn opgenomen in de investeringsplannen, schatten we in dat netuitbreidingen voor 2030 gerealiseerd zijn. Ook werkzaamheden die al in voorbereiding zijn, zijn opgenomen in de tabel met een positieve inschatting van haalbaarheid voor 2030. Niet alle werkzaamheden die op korte termijn worden uitgevoerd, worden opgenomen in het IP: urgente zaken en nieuwe inzichten leiden soms tot snel handelen. Langere termijn, planbare aanpassingen worden altijd opgenomen in het IP. Bij het opstellen van de investeringsplannen kijken we naar het totale werkpakket van de netbeheerders en een haalbare fasering in tijd.

Netimpact op MS kabelniveau en LS niveau is niet uitgewerkt Binnen de RES 1.0 zijn zoekgebieden voor grootschalige wind- en zonopwek bepaald, maar ook kleine(re) zonnedaken maken door de hernieuwede focus in RES 1.0 meer en meer deel van uit. De netimpactrapportage ziet alleen toe op het effect op de hoofdinfrastructuur, ofwel op capaciteit van het hoogspanningsniveau van Liander. De belasting op individuele kabels of de lokale spanningskwaliteit op delen van het net, is (nog) niet meegenomen in deze netimpactrapportage. Op dit deel van het elektriciteitsnet zullen nog vele aanpassingen nodig zijn, door zowel de opwek van zonne-energie op daken als de toenemende energievraag door bijvoorbeeld de warmtetransitie. Aanpassingen zijn bijvoorbeeld nieuwe midden-of laagspanningskasten in woonwijken en het verzwaren van kabels. Deze impact is naar verwachting groot en zal een fors beslag leggen op het werkpakket van Liander. Als achtergrond: in het hele Liander gebied hebben we alleen al in 2020 zo´n 2.000 zonne-energie installaties per week opgenomen in het net. Het totaal aantal aangesloten installaties op het Liander net ligt medio februari 2021 rond de 500.000 installaties.

Het totaal vermogen van zonne-installaties die alléén vorig jaar al op ons net aansloten hebben, is vergelijkbaar met het vermogen van alle zonnepanelen die we van 2011 tot 2017 hebben aansloten, waarbij het totaal vermogen op ca 3423 hectaren aan zonnepanelen komt. Als je uitgaat van 1 MW per ha. Dit staat gelijk aan de piekcapaciteit van circa 6 kolencentrales (uitgaande van gemiddelde 600 MW per centrale).

Werkzaamheden aan een LS kast. De impact op laagspanningsniveau is 25 nog niet meegenomen in deze impactanalyse.

Aanbevelingen voor systeemefficiëntie Graag lichten we toe welke mogelijkheden er zijn om de systeemefficiëntie te verbeteren in de RES regio Noord Holland Noord. Het meenemen van de principes van systeemefficiëntie in de afwegingen voor de RES biedt kansen (potentie) om: 1. maatschappelijke kosten te besparen; 2. ruimte te besparen; 3. de haalbaarheid in tijd van de RES ambitie te vergroten 4. slimme keuzes te maken voor de periode na 2030 Het toepassen van systeem efficiëntie is mede bepalend voor draagvlak en daarmee haalbaarheid van de RES. Bijvoorbeeld door minder openbrekingen van straten, minder infrastructureel ruimtegebruik en lagere kosten aan infrastructuur door efficiëntere benutting. O.b.v. de aangeleverde zoekgebied is aangegeven in hoeverre het RES 1.0 aansluit op de ontwerpprincipes van systeemefficiëntie (zie blauwe bolletjes)

mate van toepassing systeemefficiëntie in bod Niet systeemefficiënt

Wel systeemefficiënt

Voor systeemefficiëntie (SE) maken we gebruik van vijf ontwerpprincipes. In de bijlage staat een toelichting op deze ontwerpprincipes. RES 1.0 Concept RES Veel stations raken door de potentie van de RES 1.0 overbelast. Hierdoor zijn uitbreidingswerkzaamheden aan Biedt weinig Biedt weinig SE.1. Beter benutten van de bestaande stations of in sommige gevallen het realiseren van nieuwe stations nodig om te voldoen aan de invulling kansen voor kansen voor SE.1 in bod restcapaciteit op het bestaande SE.1 in bod van de RES 1.0. Het heeft grote meerwaarde om gebruik te maken van capaciteit op transformatorstations dat energienet ondanks de RES 1.0 nog beschikbaar is. Dit geldt voor zoekgebieden rondom stations Den Helder Vogelwijk, Wervershoof, Enkhuizen en Alkmaar.

SE.2. Energievraag en -aanbod combineren: minimaliseren van transport van energie

SE.3. Evenwichtiger verdelen van opgesteld vermogen wind en zon

SE.4. Clusteren van duurzame opwek projecten

SE.5. Overige oplossingen: aansluiten wind en zon op één aansluiting (cablepooling), aftoppen van piek productie en benutten reservecapaciteit

Er is zeer veel potentie om vraag en aanbod te koppelen. De potentie ligt met name in het laagspanning en distributienet. Een aanzienlijk deel van het RES bod bestaat namelijk uit zonopwek op daken verspreid over de regio. Dit is een bewuste keuze van de regio. Om transport van energie zoveel mogelijk te verkleinen, biedt combineren zonopwek met de lokale energievraag veel kansen. Het is wel essentieel dat de energievraag tegelijkertijd met de energieopwek van daken plaatsvindt en dat de pieken voor opwek in lijn liggen met de vraagpiek. Alleen dan wordt het lokale energienet minder belast.

Biedt veel kansen voor SE.2 in bod

Biedt zeer veel kansen voor SE.2 in bod

Biedt zeer veel kansen voor SE.3 in bod

Biedt veel kansen voor SE.3 in bod

Biedt zeer veel kansen voor SE.4 in bod

Biedt deels kansen voor SE.4 in bod

In de regio´s zijn in de RES 1.0 veel zoekgebieden al geclusterd. Clustering van het zoekgebied vergroot de haalbaarheid doordat de aansluitkansen vergroot worden. Dat houdt in dat een paar grootschalige projecten in plaats van meerdere kleine projecten veel opleveren voor systeemefficiëntie. Met name voor Sub RES regio Westfriesland liggen er nog kansen om meer zoekgebieden te clusteren.

Biedt veel kansen voor SE.5 in bod

Biedt zeer veel kansen voor SE.5 in bod

In veel zoekgebieden in de gehele regio NHN liggen kansen om de haalbaarheid te vergroten doordat er meer zoekgebieden geclusterd zijn. Met name het verkleinen van de afstand tot het dichtstbijzijnde station en het gebruik van één aansluitkabel (cable-pooling) voor het zoekgebied, vergroot de haalbaarheid (tijd en kosten) om 26 het gewenste opwekvermogen aan te sluiten op het elektriciteitsnet.

Vanuit het draagvlak aspect heeft wind-opwek in de regio NHN podium verloren in de RES 1.0. Dit is begrijpelijk. Echter vanuit de infrastructuur bekeken wordt er nu suboptimaal van de capaciteit op het net gebruik gemaakt, waardoor meer infrastructuur en meer openbare ruimte benodigd is en hogere maatschappelijke kosten. Ook dit is draagvlak. Vanuit een efficiënte systeem benadering blijven wij dan ook oproepen om zon en wind met elkaar te combineren. Hierbij is het essentieel om voor gecombineerde zoekgebieden een evenwichtige verhouding te gebruiken tussen zon en wind (1MW zon = 1MW wind).

Aanbevelingen | tijdig ruimte veiligstellen Tijdig starten met planprocedures en planprocedures versnellen Met een juiste planologische bestemming kan de beoogde locatie tot ontwikkeling komen. Op tijd starten met de benodigde planprocedures voor de energie-infrastructuur zorgt ervoor dat de opleverdatum van duurzame opwekprojecten en de benodigde uitbreidingen aan de infrastructuur behaald worden. We zien grote verschillen in doorlooptijden van vergunningsverlening en het wijzigen van bestemmings- of omgevingsplannen tussen de verschillende gemeenten en provincies. In de figuur hiernaast is weergegeven wat indicatieve doorlooptijden zijn voor he bouwen van een nieuw station. Onderzoek hoe planprocedures versneld kunnen worden, bijvoorbeeld door te leren van de aanpak van andere overheden. Samenwerken in gebiedsprocessen en het erkennen van wederzijdse belangen, kan tot een beter en sneller planproces leiden.

Reserveer ruimte voor energie-infrastructuur in ruimtelijk-/omgevingsbeleid Energieopwekking is een nieuwe ruimtevrager. Daarnaast is door de toenemende energie opwek, meer ruimte nodig voor de distributie daarvan. Met name het realiseren van zonneparken en in mindere mate, windmolenparken vragen hierom. Ook voor de netverzwaring zelf, in de vorm van nieuwe stations en ondergrondse kabels, is meer ruimte nodig. Ruimte die schaars is en ook voor andere belangrijke doeleinden kan worden ingezet. Bevoegde gezagen kunnen als volgt zorgen voor ruimte voor energieinfrastructuur in beleid: •

•

•

In de op te stellen omgevingsvisies is meestal al veel aandacht voor de energietransitie en de RES. Door op visieniveau ook aandacht te besteden aan de boven- en ondergrondse energie-infrastructuur sluit de Omgevingsvisie goed aan op toekomstige omgevingsplannen en omgevingsprogramma's. Een omgevingsprogramma energie geeft de mogelijkheid de doelen uit de Omgevingsvisie te concretiseren. In dit omgevingsprogramma worden de beleidskeuzes uit de Omgevingsvisie verder uitgewerkt, onder andere door een planning bij te voegen hoe de beleidskeuzes in de tijd worden gerealiseerd. Een pilot van dit programma wordt door de NPRES nu opgestart. In het bestemmings-of omgevingsplan wordt de daadwerkelijke planologische ruimte gecreëerd om tot het verlenen van de benodigde vergunningen over te kunnen gaan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10054810/1