CConstaterende datCastricum
Koppel je AI →
Document · PDF

06 - 07 Bijlage bij preadvies bij moties 6 heririchting Sportpark Noord-End en 7 parkeren sportpark Noord-End

Raadsplein - Carrousels 24 juni 2021, gemeente CastricumBij agendapunt: Kadernota 2022 inclusief moties en amendementen16.086 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

7.2.1. Overige aspecten Voor de ventilatie van de bergingen in de zwemzaal en de EHBO-ruimte kan overdruk van droge lucht vanuit de kleedruimte-installatie benut worden. Bij eventuele recirculatie van afvoerlucht, bijvoorbeeld vanuit de centrale hal voor de ventilatie van de technische ruimten, dient strikt rekening te worden gehouden met COVID19 maatregelen.

7.3. Akoestisch comfort Akoestisch comfort is afgeleid van het externe en interne geluiddrukniveau. Extern wordt beïnvloed door bijvoorbeeld omliggende gebouwen, bezoekers en scholieren van het Jac. P. Thijsse College en verkeer (waaronder van de N203). Intern kan dit achtergrondgeluid zijn van installaties binnen de ruimte voor ventilatie. De constructie van gevel en dak moet bij een hoge geluidsbelasting op de gevel, het equivalent geluidsniveau het maximaal toelaatbare geluidsniveau in de ruimten 35 dB(A) niet overschrijdt. Voor eventuele te openen geveldelen wordt bij de berekening van het geluidsdrukniveau uitgegaan van 0,1 m2 raamopening per vertrek. Als er diverse geluidsbronnen zijn, is het totale equivalent geluidsniveau van deze geluidsbronnen maatgevend.

7.3.1. Luchtgeluidisolatie Voor de luchtgeluidsisolatie wordt verwezen naar de isolatie-index voor luchtgeluid (Ilu) volgens NEN 5077. In het algemeen moet de isolatie-index luchtgeluid tussen verblijfsruimten onderling tenminste -12 dB en naar verkeersruimte tenminste -26 dB bedragen. Bij activiteiten die relatief veel geluid produceren of die geluidgevoelig zijn, moet de luchtgeluidsisolatie onderling tenminste -2 dB zijn en naar verkeerruimten -20 dB. In specifieke situaties dient extra aandacht geschonken te worden aan het voorkomen van mogelijke geluidshinder.

7.3.2. Achtergrondgeluidniveau Scheidingsconstructies zoals bijvoorbeeld binnenwanden, buitenwanden, vloeren en plafonds zijn geluidwerend voor het achtergrondgeluidniveau in aangrenzende/ naburige ruimten. Het ontwerp van scheidingsconstructies van ruimten voor installatietechniek wordt afgestemd op de geluidsproductie in de diverse gebruiks- en verblijfsruimten.

29 / 55

Bij het ontwerp wordt rekening gehouden met de volgende geluidsproductie in vermelde ruimten. Voor niet vermelde ruimten wordt rekening gehouden met daarvoor gebruikelijke geluidsproducties.  90 dB(A) in centrale hal en multifunctionele ruimte/ verenigingsruimte.  95 dB(A) in zwemzaal (ten behoeve van discozwemmen).

7.3.3. Externe geluidseisen Voor het geluidsniveau op de gevel van belendende percelen wordt voldaan aan de geldende voorschriften. Het maximaal toelaatbare geluidsniveau (Laeq) ten gevolge van de installaties mag op de gevel van de belendende percelen van maandag tot en met zaterdag niet meer bedragen dan:  Dag (7.00 – 19.00 uur): 50 dB(A).  Avond (19.00 – 23.00 uur): 45 dB(A).  Nacht (23.00 uur – 7.00 uur): 40 dB(A).  Op zon- en algemeen erkende feestdagen mag het equivalente geluidsniveau tussen 7.00 – 23.00 uur niet meer bedragen dan 45 dB(A). De norm voor de gelijkmatigheid per frequentieband voor alle categorieën in 7.2.1 t/m 7.2.3. is: Tgem. : Tmax/fb ≥ 0,7.

7.3.4. Achtergrondgeluidniveau Zwemzaal Het achtergrondgeluidniveau door installaties mag in de zwemzaal niet meer bedragen dan 40 dB(A). Flutterecho’s worden vermeden. De zwemzaal is akoestisch gescheiden van de overige ruimten. Wanden en plafondafwerking dienen bij te dragen aan verbetering van het akoestische comfort. Voor de akoestiek in de zwemzaal geldt minimaal de akoestisch norm van sporthallen toegepast. Dat is akoestieknorm ISA-US1-BF1 ‘Nagalmtijd en achtergrondgeluidniveau’, d.d. mei 2005, zoals vastgesteld in de normcommissie ‘Overdekte Multidisciplinaire Sportaccommodaties’.  Over het gehele frequentiebereik wordt de gemiddelde nagalmtijd T(gem) in de zwemzaal en de gelijkmatigheid van de nagalmtijd per frequentieband (125, 250, 500, 1000, 2000 en 4000 Hz) Tgem:Tmax/fb bepaald. De norm voor de gelijkmatigheid per frequentieband voor alle categorieën is: Tgem. : Tmax/fb ≥ 0,7.

Akoestiek overige ruimten Het maximaal toelaatbare achtergrondgeluidniveau (te meten op 1,5 meter hoogte in het midden van de ruimte) en ten gevolge van technische installaties en geluid van buitenaf bedraagt:  Personeelsruimte 36 dB (A)  Multifunctionele ruimte/verenigingsruimte 40 dB (A)  Sanitaire ruimten 40 dB (A)  Technische ruimten 65 dB (A) De nagalmtijden voor het midden frequentiegebied 250-2000 Hz dienen te voldoen aan de volgende waarden:  Personeelsruimte 0,5 – 0,7 s  Multifunctionele ruimte/verenigingsruimte 0,8 s  Verkeersruimten 0,6 – 1,0 s

30 / 55

Contactgeluid Volgens NEN 5077. In het algemeen moet de Ico 0db zijn. In situaties waar ruimten grenzen aan ruimten met contactgeluidproductie geldt als afwijkende eis dat de Ico minimaal 10dB moet bedragen.

7.4. Visueel comfort Daglicht De daglichttoetreding van de verblijfsruimten dient, naast de bouwregelgeving, ook te voldoen aan artikel 6.4 van het Arbo-besluit. Dit geldt voor ruimten waar mensen langer dan twee uur verblijven. Een uitzondering kan worden gemaakt voor ruimten waar, uit functioneel oogpunt, geen daglicht is gewenst. Lichthinder door verblinding/ schittering kan worden voorkomen met lichtwering/ glasplaatsing of groen buiten. In de zwemzalen wordt geïsoleerde beglazing toegepast met een hoge LTA waarde en lage ZTA-waarde om hinderlijke/onveilige schittering op het water te voorkomen. Voor de overige ruimten die eventueel op de zon georiënteerd zijn, dient een isolerende beglazing toegepast te worden met een lage LTA-waarde, om de behoefte aan koeling zoveel mogelijk te voorkomen.

7.5. Brandveiligheid Brandslanghaspels Het gebouw dient te worden voorzien van voldoende brandslanghaspels. Om te voorkomen dat de brandslanghaspels voor de schoonmaak worden gebruikt, moeten heavy duty slanghaspels worden toegepast om de perrons te kunnen schoonspuiten. Handblussers Er dienen voldoende handblusmiddelen te worden geplaatst, projectie volgens NEN 4001. Doorvoeringen Sparingen door brandscheidingen dienen te worden voorzien van brandwerende afdichtingssystemen en lokaal te worden voorzien van brandscheiding-aanduiding stickers. Alle leidingen en doorvoeringen door brandscheidingen dienen te worden voorzien van brandmanchetten. Doorvoeringen door wanden zullen worden voorzien van geluidswerend materiaal en derhalve voldoende geluidsdicht worden afgewerkt om overdracht tussen aangrenzende ruimten te voorkomen.

31 / 55

8. Eisen werktuigbouwkundige installaties 8.1. Verwarming, ventilatie en koeling Het gebouw worden voorzien van verwarming met twee temperatuurzones. De zwemzalen worden verwarmd naar 0 tot 2 graden boven de watertemperatuur. De overige ruimten dienen te worden verwarmd met een mogelijkheid van individuele regeling per verblijfsruimte. Er wordt gezocht naar een optimale balans tussen comfort voor personeel en bezoekers en het besparen van energie door middel van onder andere warmteterugwinning. De warmteverliesberekening dient te worden uitgevoerd in overeenstemming met de NEN-EN 12831 zoals aangegeven in ISSO publicatie 53 “Warmteverliesberekening voor utiliteitsgebouwen met een vertrekhoogte tot 5 meter” en ISSO publicatie 57 “Warmteverliesberekening voor gebouwen hoger dan 5 meter”. Voor het bepalen van het warmteverlies dient met het volgende rekening te worden gehouden:  Voor de ontwerp buitentemperatuur - 10°C.  Infiltratie ten gevolge van de luchtdoorlatendheid van ramen, deuren, gevels en gevelaansluitingen. De opwarmtoeslag te bepalen aan de hand van de specifieke werkzame massa (5WM) van de gebouwconstructie en te baseren op "continubedrijf met beperking van de warmtetoevoer gedurende maximaal acht uur" met uitzondering van de zwemzalen (is continu bedrijf).

 Als uitgangspunt voor de opwarmtijd te rekenen op een periode van maximaal vier uur en een maximale nachtverlaging van 5 K.  U-waarden aan de hand van de definitief toe te passen bouwkundige constructies. Buitencondities in de winter:

Buitencondities in de zomer:

Buitencondities in de zomer (t.a.v. de zwemzalen):

Luchttemperatuur: -10 °C

Luchttemperatuur: 30 °C

Luchttemperatuur: 30 °C

Vochtgehalte: 1 g/kg droge

Vochtgehalte: 14,5 gram/kg

Vochtgehalte: 9 gram/kg droge

lucht 

Windsnelheid: 5 m/s

Ligging gebouw:

droge lucht

lucht

geaccidenteerd terrein 

Infiltratie : 0,00049 m3/s/m2

Verwezen wordt naar: Verwarming NEN 3028;

ISSO 53 en 57;

NEN 2078;

NEN 1087;

Ventilatie NEN 1087 VDI 2089, met gecorrigeerde verdampingsfactoren

NEN 2757;

ISSO 24;

NEN 1078;

NEN 5067;RLK 1997;

NEN 5066;

STEK;

ISSO 44;

ISSO 31.

ISSO 53 en 57;

32 / 55

8.2. Regelbaarheid De volledige klimaatinstallatie moet centraal regelbaar zijn via het gebouwbeheersysteem (GBS). Hierbij dienen de volgende uitgangspunten in acht te worden genomen:  Storingen aan de installaties op een centrale beheerpost optisch en akoestisch kunnen signaleren.  Het regelgedrag, de regelingen alsmede het energiebeheer moeten op afstand (bijvoorbeeld webbased), afleesbaar zijn.  Gewerkt moet worden met grafische schermen voor het verrichten van wijzigingen, controles, aflezingen etc.  Buiten bedrijfstijd moeten gebouwdelen en/of zones apart regelbaar zijn voor verschoven werktijden, vergaderingen, overwerk e.d.  Overwerkschakeling voor verwarming/koeling en ventilatie voor separate eenheden, zoals vergaderruimten, horeca en dergelijke. toepassen.

8.3. Waterbehandelingsinstallaties De waterbehandelingsinstallaties voor de nieuwe baden te verdelen in twee onafhankelijke systemen:  Wedstrijdbad ± 28°C  Instructiebad ± 32°C Conform de WHVBZ dienen minimaal de volgende turnovertijden bij de volgende waterdiepten te worden aangehouden:  waterdiepte < 0,3 meter : Turnover ≤ 1 uur  0,3 ≤ waterdiepte ≤ 1,1 meter : Turnover ≤ 2 uur  1,1 < waterdiepte ≤ 1,4 meter : Turnover ≤ 3 uur  1,4 < waterdiepte ≤ 2,0 meter : Turnover ≤ 4 uur  waterdiepte > 2,0 meter : Turnover ≤ 6 uur Met uitzondering op bovenstaande: ter plaatse van een beweegbare vloer een turnover van vier uur aanhouden. De waterbehandelingsinstallaties ten behoeve van de systemen moeten bestaan uit de volgende fasen:  Voorfiltratie door middel van grofvuilfilters (haarvangers).  Circulatie door middel van (corrosie bestendige)centrifugaalpompen voorzien van frequentieregelaars.  Coagulatie en vlokvorming.  Filtratie door middel van “Stand-Alone” filters (filtratiesnelheid ≤ 35m/h) of membraanfilters.  Verwarming door middel van warmtewisselaars.  Reductie van gebonden chloor door middel van UV installaties.  Desinfectie, oxidatie en pH-correctie door middel van alleen zoutelektrolyse of in combinatie met zwavelzuur.  Natriumbicarbonaatdosering. Voor filtering etc. gelden de volgende vereisten:  Ronde filters moeten uitgevoerd worden met een doppenbodem.

 Filtervulling bestaande uit zand of zand/hydroantraciet of glasparels.  Filters moeten rondom toegankelijk zijn voor het controleren op lekkage en onderhoud.

33 / 55

   

De wanden van de filters moeten binnenin volledig glad zijn afgewerkt om aanhechting van vuil te voorkomen. Bij het ontwerp dienen waterbehandelingsinstallaties te worden gerealiseerd met het laagst mogelijke energie-, (leiding)water- en chemicaliënverbruik. Voor het opvangen van het spoelwater moet er een vuilwaterkelder opgenomen worden van waaruit eventueel warmte teruggewonnen kan worden. Voor het opvangen van de hoeveelheid verdrongen water en golfbewegingen via de overloopgoten van de baden ten gevolge van de zwemmers, alsmede voor het opvangen van het suppletiewater en het aanleggen van een voorraad water voor het spoelen van de filters moeten er bufferkelders van voldoende grootte aanwezig zijn. In de kelder wordt een pompput en vuilwaterpomp opgenomen ten behoeve van vloerputten, toestellen, lekwater in de kelder.

Van het ontwerpteam wordt een visie op de waterbehandelingsinstallaties verwacht en dat zij de opdrachtgever adviseren rondom technische haalbaarheid en kwaliteit van de verschillende mogelijkheden.

Waterkwaliteit en WHVBZ De kwaliteit van het zwemwater moet voldoen aan de WHVBZ. Ook moet worden voorgesorteerd op de aangekondigde nieuwe zwemwaterwet (BAL). De waterbehandelingsinstallaties moeten dusdanig worden ontworpen en gerealiseerd dat het zwemwater ook aan deze nieuwe wet voldoet en aansluit op het gebouw beheer systeem. Een aspect wat in de nieuwe zwemwaterwet ook belangrijker wordt, is een goede en snelle verdeling van het toevoerwater (en daarmee de verdeling van vrij chloor). Met name boven beweegbare bodems is de snelheid waarmee toevoerwater in het bad wordt verdeeld matig tot slecht. Hierdoor kan de vrij chloorconcentratie boven beweegbare bodems sterker fluctueren dan in een bad zonder beweegbare bodem. Daarom is het realiseren van een goede (directe) watertoevoer boven een beweegbare bodem belangrijk.

8.4. Vuilwaterafvoerinstallatie Riolering Er wordt een traditionele binnen riolering voorzien waarvan leidingwerk uit het zicht van bezoekers wordt uitgevoerd. Bij verblijfsruimten worden de afvoerleidingen akoestisch geïsoleerd. De binnen riolering wordt aangesloten op het gescheiden gemeentelijk stelsel voor vuilwaterafvoer.

Zwemzalen, kleed- en wasruimten De perrons worden voorzien van voldoende afschot en een vuilwatergoot (diepliggende met roosters afgedekte afvoergoten) om het schrobwater af te voeren. De vuilwatergoot ligt zodanig dat geen schrobwater in het bad kan komen. De goten worden voorzien van een waterslot. De binnenzijde van de goot is afgewerkt met tegelwerk. Ten behoeve van het weghalen van de laatste restanten water dient het bassin voorzien te zijn van een afsluitbare verdieping in de bodem ten behoeve van het plaatsen van een dompelpomp. Volgens de NEN 15288 is het afschot in alle ruimten tussen 2 en 5%.

34 / 55

8.5. Hemelwaterafvoerinstallatie Het hemelwaterafvoersysteem is een gescheiden systeem en wordt niet gecombineerd met de binnenriolering. Horizontale verzamelleidingen worden doorgevoerd tot buiten de gevel. Ter plaatse van de gevel dienen voldoende ontstoppingsstukken te worden opgenomen. Alle inpandige hemelwaterafvoerleidingen worden dampdicht geïsoleerd. Afvoerleidingen gelegen in onverwarmde ruimten worden eveneens thermisch geïsoleerd. Bij geluidsgevoelige ruimten worden de hemelwaterafvoerleidingen tevens akoestisch geïsoleerd. Uitwendige hemelwaterafvoeren dienen tot het minimum te worden beperkt. Indien deze worden toegepast dienen deze tot drie meter hoogte in staal te worden uitgevoerd met anti-klimvoorziening.

8.6. Waterinstallaties Het gebouw krijgt een eigen separate aansluiting voor water op de tapwaterinfrastructuur van het terrein. In de watermeterruimte vindt de invoer en meting plaats. Via schachten, verlaagde plafonds en weggewerkt in vloeren en wanden worden de warm en koudtapwaterleidingen aangesloten op de sanitaire toestellen. Alle sanitaire toestellen worden voorzien van doorstroombegrenzers, in verband met waterbesparing. Vooralsnog wordt uitgegaan van verwarming van leidingwater in de zwembad technische installaties (geen externe warmwateraanvoer). Het suppletieverbruik van de bassins worden apart onderbemeterd. Deze is uitleesbaar via het gebouwbeheersysteem. De gangbare aansluitingen en extra koudwateraansluitingen en warmwateraansluitingen worden uitgewerkt in een Technische Omschrijving. Beide zwemzalen en nevenruimten worden aan alle zijden uitgerust met aansluitpunt voor het schoonspuiten van de zwemzaal Werkkasten worden voorzien van uitstortgootstenen met emmerrek ten behoeve van schoonmaakwerkzaamheden. Douches worden voorzien van een waterbesparende bediening per douchekop. Uitvoeren als een legionella veilig Rada geautomatiseerd douchesysteem of gelijkwaardig. De douchegroepen per doucheruimte worden voorzien van een thermostatisch mengtoestel voor het instellen van de douchetemperatuur. De douchewatertemperatuur is 38 graden Celsius.

De thermostatische kraan dient voor het personeel goed bereikbaar te zijn.

8.6.1. Legionella Alle waterinstallaties worden ontworpen en uitvoeren met grote zorg voor legionellapreventie. Dit is ook een uitgangspunt bij de levering, tijdelijke bouwplaatsopslag en verwerking tijdens de realisatie. De sanitaire en waterinstallaties worden legionella proof uitgevoerd. De legionellapreventieregeling van de mengtoestellen wordt door het gebouwbeheersysteem aangestuurd en geregistreerd. Ter voorkoming van legionella wordt een risicoanalyse uitgevoerd en een beheerplan legionella opgesteld conform de eisen van het ministerie van VROM (legionellapreventie in zwembadwater).

35 / 55

8.7. Sanitaire voorzieningen Functionele eisen  Doucheruimten voorzien van ‘piekdouches’, in het midden van de doucheruimte. Aandacht voor voldoende drukvermogen tijdens de piek.  Wastafels voorzien van sensorkranen.  Toiletten en urinoirs dienen vrij van de grond te worden aangebracht in verband met schoonmaak.  De toiletgroepen in de ‘droge ruimten’ dienen voorzien te worden van handdoekautomaten.  De werkkasten moeten zijn voorzien van een uitstortgootsteen met emmerrooster met warm- en koudwatervoorziening.  Vandaalbestendige douchekoppen en drukknoppen toepassen.  De sanitaire toestellen dienen in keramisch materiaal te worden uitgevoerd. Energiebesparing  Waterbesparende voorzieningen voor minimale spoelvolumes.  Uitvoering douches waterbesparend.

8.8. Restauratieve voorzieningen Pantry personeelsruimte De personeelsruimte dient te worden ingericht en gerealiseerd inclusief:  Spoelvoorziening inclusief kranen.  Werkblad minimaalbreedte 2,5 meter.  Inbouw koelkast met diepvriesvak.  Inbouwvaatwasmachine.  Minimaal vier onder- en vier bovenkastjes.  De pantry dient te worden gerealiseerd inclusief de benodigde aansluitingen en vier extra dubbele wandcontactdozen inclusief F/FTP cat6A aansluitingen.

Keuken Er wordt ter plaatse van de horeca een beperkte keuken gerealiseerd van circa 20m2. Er is een directe toegang naar buiten voor het kunnen bevoorraden van de berging. Vanuit de keuken kan men de bar in de multifunctionele/ verenigingsruimte bedienen en liefst overzien. De keuken wordt opgeleverd inclusief vloer-, wand- en plafondafwerking en gebouw installaties.

Barmeubel Een barmeubel in de centrale hal dient mede als ontvangstbalie en uitgifte punt voor de multifunctionele ruimte/ verenigingsruimte. In het ontwerp wordt rekening gehouden met zittende en bestellende klanten, afsluitbare kasten, ingericht met drankenkoelingen, spoelbakken en ruimte voor het aansluiten van installaties zoals een biertap. De uitwerking en vormgeving wordt in het ontwerpteam nader bepaald, waarbij ook de circulariteit wordt uitgewerkt.

36 / 55

8.9. Regelinstallaties en gebouwbeheerssysteem De regelinstallaties betreffen:  Alle luchtbehandelingssystemen.  Het gehele centrale verwarmingssysteem met diversen warmtepompen en dergelijke.  De visualisatie van het gehele waterbehandelingsyssteem.  Alle additionele installaties in het kader van duurzaamheid.  De diverse energie-bemeteringen van warmte-, koude- en elektra-verbruiken.  De bemetering van het waterverbruik totaal en horeca.  De monitoring van de thermische desinfectie van de warmwaterinstallatie. De regelinstallaties dienen volledig autonoom te kunnen functioneren voor het melden, sturen, presenteren, registreren en bedienen van de klimaat- en overige installaties.

37 / 55

9. Eisen elektrotechnische installaties 9.1. Centrale elektrotechnische voorzieningen Het streven van de gemeente Castricum is gericht op een compact en efficiënt zwembad met een duurzame exploitatie. De buiten-aansluiting van de elektrische installatie van het zwembad wordt nog nader uitgewerkt. In beginsel kan worden uitgegaan van een aansluiting op een nieuw te plaatsen 400 kVA transformatorstation in buitenopstelling. Vanaf de aansluiting van het energiebedrijf wordt een aansluiting gerealiseerd naar de centrale hoofdverdeelinrichting (HVK). Vanaf deze hoofdverdeelinrichting worden de voedingskabels naar de onderverdeelinrichtingen aangebracht en diverse schakel- en besturingskasten van de lift-, werktuigkundige- en waterbehandeling installatie(s) worden aangesloten.

9.1.1. Beveiliging      

In de zwemzalen en aangrenzende open ruimten dienen alle materialen <M6 duplex te coaten en >M6 thermisch te verzinken. De hoofdverdeelinrichting (HVK) en de onderverdeelinrichtingen worden voorzien van overspanningsbeveiligingen. De hoofdverdeelinrichting dient te worden voorzien van een grofbeveiliging (type 1) overspanningsafleider. De onderverdeelinrichtingen en schakelkasten klimaatregeling en badwaterinstallatie moeten van een middel/fijnbeveiliging (type 2/3) overspanningsafleiders worden voorzien. Het aanspreken van de overspanningsbeveiligingen dient per overspanningsbeveiliging te worden gesignaleerd op het bedienings- en signaleringstableau. Voor het in- en uitschakelen van de verlichting in diverse ruimten, zoals de gangen, toiletten, was- en kleedruimten, zwembadruimten en dergelijke, worden in de verdeelinrichtingen de nodige zwakstroom voedingsdelen compleet met bevestiging, bedrading, busbesturing, EIB-componenten, impulsrelais, hulprelais, magneetschakelaars, etc. opgenomen. Waar dit volgens de installatievoorschriften nodig is, worden de groepen voorzien van aardlekbeveiliging. Vanaf de hoofdverdeelinrichting worden de onderverdeelinrichtingen en schakelkasten verder uitgewerkt in een Technische Omschrijving Elektra.

9.1.2. Zonnepanelen Voor de zonnepaneleninstallatie dienen op het dak monoblack zonnepanelen aangebracht te worden. De zonnepaneleninstallatie dient te worden aangebracht conform NEN 1010, NEN-EN IEC 61215, NEN-EN IEC 61730-1 en NEN-EN IEC 61730-2 met TÜV-keuring. Alle werkzaamheden, zoals het leveren, monteren, aansluiten en in bedrijf stellen van de zonnepanelen-installatie inclusief omvormers, optimizers, bevestigingsmaterialen en installatievoorzieningen maken deel uit van dit PvE. De panelen dienen te worden aangebracht middels mede te leveren en monteren schuindak gekoppelde framemodules (13 graden) met voldoende ballastgewicht en worden zoveel mogelijk op het zuiden gericht. De panelen koppelen met de hiervoor geëigende bekabeling met speciale connectoren en de panelen zijn bestand tegen elk weertype zowel storm als ook hagel. Alle panelen dienen te worden geaard.

38 / 55

De omvormers afstemmen op het aantal te plaatsen pv-panelen met het bijbehorende vermogen. Alle omvormers dienen individueel te worden gekoppeld op het monitoringsysteem middels een bedraad en afgemonteerd data-aansluitpunt. Tevens dienen Power Optimizers te worden toegepast. Het aantal PV-panelen te bepalen conform BENG maar minimaal een totaal opgesteld vermogen van 25.000 Wp. In de entreeruimte dient een digitaal display voor de uitlezing van de actuele en totale opbrengst en CO2 besparing te worden aangebracht.

9.1.3. Aanleg van leidingen Algemeen De elektrotechnische installaties (zwakstroom- en sterkstroominstalalties) dienen te voldoen aan de NEN 1010. De aanleg van de installaties dient met uitzondering van de technische ruimten uit het zicht te worden gemonteerd. Schakelmateriaal en dergelijke dient te worden uitgevoerd als inbouwuitvoering. In de technische ruimten dient het schakelmateriaal uitgevoerd te worden als opbouw slagvast en spatwaterdicht. Vanaf de hoofdverdeelinrichting dienen voedingskabels gelegd te worden naar de onderverdeelinrichtingen en overige zware apparatuur.

Kabels en bedrading Voor alle bekabeling low smoke halogeenvrije bekabeling toepassen, zo nodig in halogeenvrije buisleidingen. Juiste brandklasse bekabeling te bepalen aan de hand van de NEN 8012 en EN 50575. Waar vereist dient de bekabeling in functiebehoud te worden aangebracht. Voedingen voor schakel-/ regelkasten en onderverdeelinrichtingen uitvoeren met een minimale doorsnede van 6mm². Alle zwakstroombekabeling dient te worden aangelegd conform de eisen aanbrengen sterkstroom-bekabeling vermeld in de NEN 1010. Gebruik van XMvK-kabel is niet toegestaan.

Buisleidingen Bij meerdere leidingen parallel dienen tot één buizenbaan te worden verzameld en gemonteerd te worden op buizenrail of gelijkwaardige uitvoering. Bij meer dan zeven parallel lopende buisleidingen een kabelgotensysteem toepassen. Verlaagd te monteren buizenbanen dienen zodanig uitgevoerd te worden dat de ophanghoogte nastelbaar is.

Kabelgoot en - ladder Ter ontsluiting van de diverse voorzieningen betreffende de licht- , kracht-, communicatie- en beveiligingsinstallaties dienen kabelwegen, uitgevoerd als kabelgoot en –ladder, alsmede wandgoten te worden aangebracht. De hoofdroutes dienen waar mogelijk boven de verlaagde plafonds in gangzones en in de technische ruimten en stijgschachten te worden aangebracht.  

Bij het projecteren van de kabelgoten dient, ten behoeve van toekomstige uitbreiding, rekening te worden gehouden met 25% reserve ruimte per compartiment. De kabelgoten te verdelen in drie compartimenten door middel van twee stuks metalen scheidingsschotten, ten behoeve van data, sterkstroom, respectievelijk telefooninstallatie. Minimale compartimentbreedte 70 mm. Verticaal aangebrachte kabelgoten welke in het zicht zijn aangebracht dienen te worden voorzien van passende deksels.

39 / 55

  

De goten dienen uitgevoerd te zijn in koudgewalste, extra gestrekt met strak en haaks gezette opstaande kanten. In de zwemzalen alsmede zwembad gerelateerde aangrenzende ruimten thermisch verzinkte goten toepassen (<M6 duplex coaten en >M6 thermisch verzinkt). Goten welke in het zicht worden gemonteerd in een nader te bepalen RAL-kleur. Draadgoten zijn niet toegestaan. Het gebruik van universele clips / beugels om zodoende T-stukken en aftakkingen te maken is niet toegestaan. Voor de waterbehandelingsinstallaties dient het goottrace in de filterkelder een separaat compartiment te bevatten met een minimale breedte van 100 mm.

Wandgoten Ter ontsluiting van de diverse voorzieningen in de balie, betreffende de licht- , kracht-, communicatie- en beveiligingsinstallaties dienen kabelwegen, uitgevoerd als wandgoten te worden aangebracht.  Wandgoten moeten fabrieksmatig worden vervaardigd en in plaatstalen uitvoering worden geleverd.  De wandgoten moeten geheel compleet met drie gescheiden compartimenten, de nodige frontplaten, hulpen bevestigingsmaterialen, inbouwdozen, scheidingsschotten (metalen uitvoering)  (3 compartimenten) enzovoort, worden samengesteld.  De koppelingen van wandgoten mogen niet worden voorzien van afdekstrips.  Bij oplevering dient er per compartiment in de wandgoot 25% reserve ruimte aanwezig te zijn.

Hoofdverdeelinrichting Er dient een plaatstalen staande hoofdverdeelinrichting te worden opgesteld voor het voeden van de volgende afgaande velden:  

Bodemvuilzuigers ; Hogedrukreiniger;

Onderverdeelinrichtingen Werktuigkundige installaties zoals de warmtepomp(en), regelkasten en dergelijke Waterbehandelingsinstallaties

Zonnepanelen;

 

Terreinverlichting Beweegbare bodems

Et cetera.

 

De hoofdverdeelinrichting en de voedingskabels dienen te worden ontworpen met 20% reserveruimte en met een minimum van 3 eindgroepen, waarvan van elke zekeringwaarde minimaal 1 reserve groep. De hoofdverdeelinrichting dient minimaal te worden samengebouwd conform bouwvorm 4A, conform de NEN-EN-IEC 61439. Alle verschillende gebruiksruimten welke verschillend in gebruik kunnen zijn dienen separaat te worden bemeterd. Alle kWh-meters dienen te worden voorzien van een pulsgever. De meter(s) koppelen doormiddel van een M-bus aansluiting op het GBS-systeem.

Onderverdeelinrichtingen Verspreid in het gebouw dienen onderverdeelinrichtingen te worden opgenomen voor het voeden van de elektrotechnische installaties van het betreffende verzorgingsgebied. De onderverdeelinrichtingen zullen moeten worden voorzien van de benodigde hoofdschakelaars en afgaande velden.

40 / 55

 

De onderverdeelinrichtingen dienen minimaal te worden samengebouwd conform bouwvorm 2, conform de NEN-EN-IEC 61439. De afgaande velden (groepen) dienen beveiligd te worden door middel van installatie- en aardlekautomaten, afgestemd op de aan te sluiten apparatuur. De afschakelkarakteristieken dienen afgestemd te worden op het soort aangesloten apparaat. Bij de selectie van de installatieautomaten en/of smeltveiligheden dient met de vereiste selectiviteit rekening te worden gehouden. Elke onderverdeelinrichting te voorzien van 25% reserveruimte, in de groepen en het vermogen, en met een minimum van 3 eindgroepen.

Bedienen en signaleren In de balie van de kassa/receptie/uitgifte dient een bedienings- en storingstableau (touchscreen) te worden opgenomen ten behoeve van het centraal bedienen van de verlichtingsinstallaties en storingssignalering van de diverse installaties inclusief de verlichting en dergelijke van het bestaande doelgroepenbassin. Op dit tableau dient de verlichting van alle verkeers- en publiekstoegankelijke ruimten te kunnen worden in- en uitgeschakeld. In separate velden dienen storingslampjes en zoemers en dergelijke te worden voorzien ten behoeve van de hulpsignalering van mindervalidetoilet en –unit alsmede van de storingssignalering van de werktuigkundige en waterbehandelingsinstallaties.     

De verlichting in de zwemzaal met wedstrijdbassin dient in meerdere verlichtingsniveaus schakelbaar te zijn. De verschillende schakelingen van de verlichting dient te worden afgestemd met de verschillende gebruiksen openingstijden van de verschillende ruimten. De verlichting in de vergaderruimten dient dimbaar te zijn in meerdere gedeeltes. De verlichting in toiletten, bergingen en werkkasten dient met behulp van aanwezigheidsmelders ingeschakeld te worden en uitgeschakeld na verloop van een instelbare tijd. De reclame - en buitenverlichting dient te worden geschakeld door een combinatie van een schemerschakelaar en een astronomische schakelklok. o Op het bedienings– en signaleringstableau dient een overbrugging van genoemde combinatie te kunnen worden gerealiseerd. De complete installatie op basis van KNX uit te voeren. Voor het inkoppelen van de signaleringen en storingen dienen er in iedere verdeelinrichting de benodigde KNX in- en uitgangsmodules te worden opgenomen in een separaat compartiment. Per onderverdeelinrichting dienen er na oplevering minimaal 4 reserve ingangen aanwezig te zijn.

Bliksemafleiding   

Er zal in een uitwendige bliksemafleiderinstallatie dienen te worden voorzien, opgebouwd uit opvanginrichtingen (dakleidingen, opvangantennes e.d.), afgaande leidingen, ringleidingen en aardelektroden. Het geheel dient te voldoen aan de norm NEN-EN-IEC 62305, klasse LPL 2. Waar mogelijk dienen alle (afgaande) leidingen te worden weggewerkt in de bouwconstructies en niet aan de gevel te worden gemonteerd.

Lichtinstallaties

41 / 55

Alle ruimten zullen naar de aard van hun bestemming van een voldoende aantal lichtpunten en wandcontactdozen dienen te worden voorzien. Dubbele wandcontactdozen in één inbouwdoos zijn niet toegestaan. De installatie dient te worden uitgevoerd met afzonderlijke eindgroepen voor verlichting en wandcontactdozen en/of aansluitpunten.      

De wandcontactdozen in de publiektoegankelijke ruimten dienen met een verhoogde aanrakingsveiligheid (“kindveilig”) te worden uitgevoerd. De installatie dient te worden uitgevoerd met afzonderlijke eindgroepen voor verlichting en wandcontactdozen en/of aansluitpunten. De eindgroepen voor wandcontactdozen en overige aansluitpunten binnen handbereik (voor zover voorschriftelijk vereist) dienen te worden voorzien van 30 mA aardlekbeveiliging. Aansluitpunten met een aansluitvermogen van 1,5 kW of groter op afzonderlijke groepen aan te sluiten. De overige aansluitpunten kleiner dan 1,5 kW te combineren tot een gezamenlijk aansluitvermogen van maximaal 2,0 kW, niet te combineren met normale contactdoosgroepen. De wandcontactdozen in de publieksruimten, gangen en dergelijke dienen op 1.80 meter boven de vloer te worden aangebracht.

Noodverlichting Teneinde het gebouw op een veilige wijze te kunnen verlaten, dient er een complete noodverlichtingsinstallatie te worden voorzien. De gehele installatie dient te voldoen aan de geldende wet- en regelgeving, NEN-normen en de eisen van de plaatselijke brandweer (afdeling preventie). Hiertoe dienen in willekeurige volgorde de volgende normen en naslagwerken te worden aangehouden:  NEN 1010 “Veiligheidsbepalingen voor laagspanningsinstallaties – Keuze en installatie van elektrisch materieel ” van het Nederlands Normalisatie Instituut.  NEN-EN 1838 “Toegepaste verlichtingstechniek – Noodverlichting” van het Nederlands Normalisatie Instituut.  NEN 6088 “Brandveiligheid van gebouwen – Veiligheidsignalering – Vluchtroute-aanduiding – Eigenschappen en bepalingsmethode” van het Nederlands Normalisatie Instituut.  Bouwbesluit.  Gemeentelijke bouwverordening.  Arbo-wet. De noodverlichting en vluchtwegaanduiding dienen met LED lichtbronnen te worden uitgevoerd. De noodverlichting in de zwemzalen uit te voeren als centrale noodverlichting.

9.2. Verlichting De verlichtingsarmaturen worden energiezuinig uitgevoerd door middel van LED-verlichting. De verlichtingsarmaturen in het wedstrijdbad en het instructiebad worden in IP54 LED lijnverlichting chloorbestendig worden uitgevoerd. De LED-lijnen worden uitgevoerd in blank geanodiseerd aluminium. De verlichtingsarmaturen zullen dimbaar worden Uitgevoerd. in normale en in gedimde bedrijfstoestand vrij van zichtbare ongewenste effecten zoals geflikker en stroboscopisch effecten. De toe te passen lampkleur voor alle verlichtingsarmaturen zal 840 met een kleurtemperatuur van 4.000 °K. De verlichting moet met betrekking tot standaard verlichtingssterkte en gelijkmatigheid voldoen aan:  De NEN-EN 12464-1.  Defreciatiefactor gemiddeld over de onderhoudsperiode van de verlichtingsinstallatie: : 0,85.

42 / 55

Reflectiefactoren o Plafond : 0,7 o Wand : 0,5 o Vloer : 0,2

De verlichtingsarmaturen in algemene ruimten zoals entree, hal, was- en kleedruimten, kantoren en dergelijke, worden inbouw uitgevoerd met een beschermingsgraad van minimaal IP 20. De verlichtingsarmaturen in de kantoorruimten, worden beeldschermvriendelijk uitgevoerd. Een aantal ruimten waar daglicht toetreedt worden de verlichtingsarmaturen uitgevoerd worden met een daglichtregeling. De verlichtingsarmaturen in de vochtige ruimten zoals de filterkelder, zwemzalen, buitenverlichting en dergelijke, worden uitgevoerd met een beschermingsgraad van minimaal IP 54. Verlichtingsarmaturen in ruimte die betreedbaar zijn met blote voeten worden voorzien van kunststof afschermingen, zodat bij breuk geen glas op de vloer terecht kan komen. In de beide bassins wordt RGB LED onderwaterverlichtingsarmaturen opgenomen om de vier meter per bassin. Voor de zwemzalen dient te worden uitgegaan van een accommodatie type B (wedstrijdbad) en type C (doelgroepenbad) zoals aangegeven in het handboek zwembaden van de KNZB (versie april 2018) en de NEN-EN 12193 klasse II. Dit betekent, zoals aangegeven in de bovenvermelde ruimtestaat, een gemiddelde horizontale verlichtingssterkte Ehgem van groter of gelijk aan 500 lux (wedstrijdbad) en groter of gelijk aan 300 lux (doelgroepenbad). Daarnaast dient er een gelijkmatigheid (Ehmin:Ehgem) van minimaal 0,7 te worden behaald.

Aanvullend geldt ook een CRI >84. De verlichting dient traploos te kunnen worden geregeld. Er wordt een decentrale noodverlichtingsinstallatie aangebracht die blijft werken bij spanningswegval of spanningsdaling van 85% van de nominale netspanning gedurende minimaal 60 minuten. De noodverlichtingsinstallatie wordt uitgevoerd met armaturen welke zijn voorzien van een automatische testfunctie. De armaturen dienen te voldoen aan :  Bij kleurtemperaturen tussen 2.700 en 4.000 K dient het rendement minimaal 110 lm/W te bedragen.  De armaturen in de zwemruimten dienen specifiek voor een zwembadklimaat te zijn ontworpen en te zijn voorzien van een thermische beveiliging en dienen automatisch terug te dimmen indien de omgevingstemperatuur >45°C komt. (ATS).  Bij voorkeur geen verlichtingsarmaturen boven de zwembaden. Ter bevordering van de uniformiteit moet het aantal verschillende typen armaturen zoveel mogelijk worden beperkt. De armaturen dienen eenvoudig aangebracht, verwijderd en verplaatst te kunnen worden, zonder het plafond te beschadigen.

9.3. Krachtstroom Krachtstroom aanbrengen in de volgende ruimten :  Horeca: voldoende ten behoeve van bereidingskeuken conform beschrijving bereidingskeuken.  In elke berging bij de zwembassins: 1 stuks ten behoeve van evenementen.  Minstens 1 aansluiting aan de buitenzijde nabij de entree ten behoeve van evenementen op het plein/parkeerplaats.  Overige nader te bepalen.

43 / 55

9.4. Elektriciteitsaansluitingen Voor de elektriciteitsaansluitingen gelden de volgende eisen:  In verkeersruimten om de vijftien meter een dubbele wandcontactdoos inclusief F/FTP-aansluiting (cat. 6A) op 0,30 meter hoogte ten behoeve van schoonmaakdoeleinden en algemeen gebruik.  Bijzondere ruimten (vergaderruimten, horeca, werkplekken) voorzien van een nader te bepalen aantal, in overleg met de gebruikers tijdens het ontwerpproces.  Werkkasten en opslagruimten voorzien van minimaal 1 dubbele wandcontactdoos.  Géén opbouwgoten.

9.5. Data- en communicatie-installaties Het complete gecertificeerde bekabelingssysteem, inclusief patchkast, patchpanels en patchkabels en dergelijke behoort tot dit PvE. Het systeem dient geschikt te zijn voor onder andere telefoon-, data-, radio-, televisie- en videosignalen. In alle verblijfsruimten is telefoon- en databekabeling nodig. De F/FTP-bekabeling (cat. 6A) (werkplekbekabeling) moet worden aangesloten op een patchkast in de serverruimte (onderdeel van de beheerdersruimte). Het systeem voldoet minimaal aan de categorie 6a. De eisen aan de data- en communicatie-installaties zijn als volgt:  Universele kabelwegen.  Uitbreidbaarheid met 20% voor verdergaande automatisering.  Als infrastructuur voor het telefoon- en dataverkeer dient een netwerk te worden aangebracht dat een flexibele ruimte-indeling mogelijk maakt.  VOIP ten behoeve van telefonie.  Geen opbouwgoten.  Overige eisen voor het datacommunicatienetwerk nader te bepalen. Wifi Er moet een Wifi-netwerk worden aangelegd met in alle ruimten voldoende bereik, met de hiervoor benodigde F/FTPcat. 6A aansluitingen. Ten behoeve van de wedstrijden van de verenigingen ook in de sportzaal en zwemzalen is goed bereik vereist. De horeca is voorzien van een gasten-wifi.

Omroep- en geluidsinstallatie - zwembad Er dient een omroep- en geluidinstallatie te worden aangebracht die geschikt is voor zowel functioneel gebruik als voor ontruiming/veiligheid. Het vermogen van de installatie dient dusdanig te zijn dat deze gebruikt kan worden bij aquasporten. In de zwemzalen moet de geluidinstallatie apart in te stellen zijn. De geluidinstallatie kan worden gekoppeld aan een (draadloze) headset. Geluidinstallatie moet kunnen worden gekoppeld aan devices zoals tablets. De geluidsinstallatie dient te worden voorzien van afzonderlijke groepen. Het moet mogelijk zijn in het centrale gedeelte, horecagedeelte, personeelsruimte, kleedruimten, zwembadgedeelten en zwemzalen verschillende muziek (bronnen) weer te geven. De ruimten moeten ook kunnen worden gekoppeld.

44 / 55

De oproeptableaus in de balie van de kassa/receptie/uitgifte en in de badmeesterpost dienen zodanig uitgevoerd te worden dat met een eerste prioriteit algemene of selectieve oproepen kunnen worden gegeven onafhankelijk van de stand van de volumeregelaars. Aan de oproep dient een tweetonig attentiesignaal vooraf te gaan. Voor het kunnen inprikken van een draadloze microfoon en een externe geluidsbron alsmede voor de bediening (bronkeuze en volume) dienen in de zwemzalen jury/vergaderruimte, horecagedeelte , vergaderruimten, de hiervoor noodzakelijke aansluit- en bedieningspanelen te worden opgenomen. Er dient een afsluitbare staande kast met 19” stijlen opgenomen te worden met alle centrale apparatuur zoals:  Programmeerbare digitale audiorouter.  Eindversterkers.  Media player met bluetooth receiver en AM/FM tuner geschikt voor CD w/single-play mode, USB, SD/SDHC, CD-DA, MP3, WAV. De keuze van achtergrondmuziek dient op de centrale te kunnen worden ingesteld. Op de audiorouter moeten alle signalen per ingang en per groep in geluidsniveau kunnen worden ingesteld.

Voor het verkrijgen van een goede geluidsverdeling en spraakverstaanbaarheid dienen bij het ontwerp de volgende elektroakoestische basiseisen te worden aangehouden:  Stoorniveau (SPL noise) : 95 dB (max)  Luidheid (SPL max) : 105 dB ± 3 dB (min)  Luidheidsvariatie (SPL var) : 6 dB (max)  Headroom (SPL head) : 6 dB (min)  Spraakverstaanbaarheid (ALC) : 16% (max)  Nagalmtijd : Rt 60/1 kC = 1,5 sec/1000 Hz (max) Ten behoeve van het kunnen regelen van het geluidsniveau dienen in het kantoor, vergaderruimte en personeelsruimte volumeregelaars te worden opgenomen. Bij de kassa/receptie/uitgifte in de centrale hal dient een ringleiding voor slechthorenden te worden voorzien. AV middelen De multifunctionele ruimte en de vergaderruimte in het personeelsgebied zijn voorzien van een groot beeldscherm voor presentaties.

9.6. Brandbestrijding De brandbeveiligings- en ontruimingsinstallatie moet voldoen aan de wettelijke eisen en aan de eisen die door de gemeentelijke brandweer worden gesteld. In het gehele gebouw dienen, conform wet- en regelgeving, vluchtrouteaanduiding en noodverlichting aanwezig te zijn.

9.7. Beveiliging Uitgangspunt in het ontwerp is een geïntegreerde systeemopzet waarin de inbraakbeveiliging, de toegangscontrole, de videobewaking met de mogelijkheid van inkoppelen van diverse alarmmeldingen zijn ondergebracht. Deze

45 / 55

systeemopzet wordt op een centrale plek in overleg met de gebruikers gesitueerd. Tevens dient een en ander te worden afgestemd en dient er te worden samengewerkt met beveiligingsdiensten. Er dient een bedieningspaneel te worden opgenomen voor de volgende functies:  Signalering technische storingen  Signalering noodoproepen (MIVA-toilet)  Brandmeldingen  Beveiligingsinstallatie Inbraakbeveiligingsinstallatie Er dient een inbraaksignaleringsinstallatie te worden voorzien welke moet worden ontworpen en dient te voldoen aan de Verbeterde Risico Klasse Indeling (VRKI 2.0 2021) voor bedrijven, opgesteld door het CVV. Uitgangspunt is risicoklasse 3. Overdracht van beelden Er dient een gesloten televisiesysteem (CCTV = Closed Circuit Tele Vision) met camerabewaking te worden opgenomen met als doel om vanuit de kassa/receptie visueel op een 24 inch scherm de verkeersruimten in de kleedaccommodatie alsmede de opstelling van de kledingkasten/lockers en het entreegebied van het complex te kunnen observeren en te registreren. Herkenning dient ook mogelijk te zijn. De beelden van alle camera’s dienen digitaal te worden opgeslagen en minimaal 8 dagen/24 uur bewaard te kunnen worden. Camera’s uit te voeren als IP dome MP-camera’s.

Camera’s te voorzien op de volgende plaatsen:  De nooduitgangen  De hoofdentree  Bij de verkeersruimten  Bij de diverse gevels (vandalismebestrijding)  Overige gevoelige ruimten Intercominstallatie Voor het aanmelden buiten de openingstijden dient een video-intercominstallatie op basis van IP te worden opgenomen. Er dient te worden uitgegaan van de navolgende RVS buitenposten:  Hoofdentree Er dient te worden uitgegaan van de navolgende binnenposten:  Receptie. Zonweringsinstallatie. o Afhankelijk van de positionering van de zwemzalen, dienen in de glasgevels aan de oost-, zuid- en westzijde elektrisch bedienbare zonwering opgenomen te worden ter voorkoming van hinderlijke schitteringen en/of reflecties op het wateroppervlak. De zonwering dient centraal in de badmeesterspost elektrisch te kunnen worden bediend.  Toegangscontrole o Voor de automatische tourniquet en de toegangspoortjes (geleidehekjes) dienen alle voedingen en ledige voorzieningen te worden aangebracht.

46 / 55

10. Eisen transportinstallaties 10.1. Tillift zwembad Er moet een voorziening zijn om minder valide gebruikers de bassins in te tillen. Dit kan een verplaatsbare rolstoel / personen tillift zijn.

47 / 55

11. Vaste inrichting De eisen waaraan de inrichting van het gebouw moeten voldoen, zijn in deze fase slechts in hoofdlijnen aan te geven. In een later stadium dienen deze eisen nog nader te worden uitgewerkt. Onder vaste inrichting worden verstaan: de balie, horeca inrichting, badmeesterspost, bewegwijzering.

11.1.1. Balie De centrale entree dient voorzien te zijn van een receptionele hoog-laag balie. Deze balie moet plaats bieden aan ten minste twee medewerkers. In de balie moeten voorzieningen aangebracht zijn voor twee werkplekken.

11.1.2. Horeca Exacte invulling van de horecapunten nader uit te werken in het ontwerpproces. De volgende apparatuur tenminste voorzien in de keuken:  Frituur twee keer  Vier-pits kooktoestel (met mogelijkheid voor (tijdelijke) aansluiting extra kooktoestel)  Afzuigkap/ dampkap  Afwasmachine  Koffieautomaat  Magnetron  Vriezer  Oven  Grote koelkast  Ten minste twee gootstenen

11.1.3. Kleedvoorzieningen Aantallen en type kleedruimten zoals beschreven in paragraaf 5.2.4.  Lockers voorzien van digitaal slot.  Bankjes zonder pootjes of staanders in verband met schoonmaakbaarheid.  Make-upruimten.  Voorzieningen voor verschoning baby’s in familiekleedruimten.

11.1.4. Pantry personeel Het personeel maakt gebruik van een kleine pantry. Deze bestaat uit een eenvoudig keukenblok met warm- en koudwater voorziening. De pantry heeft een opstelplaats en aansluiting voor een koffieautomaat en koelkast.

11.1.5. Badmeesterpost De badmeesterpost is zodanig ingericht dat de centrale bediening zoals vermeldt in paragraaf 5.2.5 veilig en overzichtelijk kan worden gebruikt.

48 / 55

11.1.6. Bewegwijzering In het zwembad dient een beperkte, duidelijke en eenvoudige bewegwijzering te worden voorzien.

49 / 55

12. Demarcatie Onderstaande tabel geeft aan welke onderdelen deel uit maken van het ontwerp. Tabel 3: Demarcatie

Onderdeel

Onderdeel van de ontwerp-opgave

Exploitant

Bouwkundig Alle bouwkundige werken

x

Werktuigkundige installaties Alle gebouwgebonden werktuigkundige installaties

x

Sanitaire voorzieningen

x

Brandblusinstallaties

x

Elektrotechnische installaties Alle gebouwgebonden elektrotechnische installaties

x

Verlichting

x

GBS

x

Data installaties (gebouwgebonden)

x

Omroep en ontruiming

x

Inbraakbeveiliging

x

AV middelen en geluidsinstallatie – voorzieningen bekabeling

x

AV middelen en geluidsinstallatie, infoschermen Camera’s, inclusief software en display

x x

Zwembadvoorzieningen Zwembadinstallaties

x

Beweegbare bodem

x

Full Led multif. scorebord 4,0 x 2,5 meter

x

Startblokken, lijnen, potten etc.

x

Elektronische tijdswaarneming

x

Losse voorzieningen wedstrijden (doelen, lijnen) Tribune

x x

Les-, spel- en verenigingsmateriaal

x

Liftinstallaties Tillift

x

Restauratieve voorzieningen Keukenapparatuur en inrichting

x

Koel-vriesvoorziening

x

Kleedruimten

50 / 55

Onderdeel Cabines

Onderdeel van de ontwerp-opgave x

Lockers en garderobekasten

x

Aankleedmeubels baby’s / aankleedtafel

x

Haardrogers, spiegels etc

x

Exploitant

Overig Vaste inrichting

x

Bewegwijzering

x

Garderobe

x

Losse inrichting (bijv. stoelen/tafels horeca, pc’s werkplekken)

x

Lichtwering en zonwering

x

Toiletgarnituur, incl. handdrogers etc.

x

51 / 55

13. Bijlagen 13.1. Stedenbouwkundige visie sportpark Noord-End, mei 2021

52 / 55

13.2. Ruimtestaat Olco, d.d. 07-10-2019 Ruimteprogramma zwemvoorziening Castricum - variant 2 Project :

Zwemvoorz iening Castricum

Projectnummer : Datum :

590 10 april 2017

Gewijz igd:

7 oktober 2019

Variant:

2

Wedstrijdbad 25x15,4 + instructiebad 20x10

RUIMTEOMSCHRIJVING

1

4

2

3

4

aantal

Entreehal 1 Entree incl. tochtsluis 2 Centrale hal 3 Garderobe / tassenberging 4 Receptie 5 Ondersteunende ruimte / backoffice 6 Multifunctionele ruimte / verenigingen

Nuttig Opp per ruimte Totaal 1 12,0 1 35,0 1 16,0 1 10,0 1 10,0 1 25,0

Sanitaire ruimten - droog 1 Toiletten bij centrale hal / horeca 5 Miva toilet

10 1

Horeca 1 Horeca 2 Bar 3 Bereidingskeuken 4 Spoelkeuken 5 Koelcel/vriescel 6 Berging 7 Containeruimten

1 1 1 1 1 1 1

Personeelsruimten 1 Kantoor manager (incl. vergaderplek) 2 Kantoor teamleider 3 Alg kantoor 4 Kopieerruimte 5 Verblijfsruimten personeel 6 Kleedruimten heren personeel 7 kleedruimten dames personeel 8 Toileruimte/douche ruimte personeel 9 ICT ruimte / serverruimte 10 Vergaderruimte groot 11 Vergaderruimte klein 11 Werkkasten 12 Algemene berging 13 Archiefrruimte

1 1 1 1 1 1 1 1 1 0 0 2 1 1

Kleedruimten 1 Groepskleedruimten 2 Kasten in/bij groepskleedruimten 3 Wisselcabines 4 Gezinscabines 3 Miva kleedruimte 5 Kasten bij kleedcabines 6 Berging mindervaliden 7 Toeslag gescheiden schoon/vuil route 8 Kleedvoorzieningen buitenbad 9 Toegang naar ligweide

4 80 21 2 2 79 1 1 0 0

Totaal

Vrije Hoogte

BVO

108 12 35 16 10 10 25

3,00 4,00 3,00 3,00 2,70 4,00

124 14 40 18 11 11 29

2,3 5,0

28 23 5

3,00 3,00

32 26 6

130,0 27,0 19,0 10,0 8,0 15,0 10,0

219 130 27 19 10 8 15 10

4,00 3,00 3,00 3,00 3,00 3,00 3,00

251 149 31 22 11 9 17 11

12,0 12,0 12,0 4,0 14,0 14,0 14,0 12,0 8,0 30,0 20,0 4,0 10,0 5,0

125 12 12 12 4 14 14 14 12 8 0 0 8 10 5

2,70 2,70 2,70 2,70 2,70 2,70 2,70 2,70 2,70 2,70 2,70 2,70 2,70 2,70

143 14 14 14 5 16 16 16 14 9 0 0 9 11 6

25,0 0,1 1,6 3,2 8,0 0,1 6,0 80,0 50,0 5,0

261 100 10 34 6 16 9 6 80 0 0

2,70 2,70 2,70 2,70 2,70 2,70 2,70 2,70 2,70 2,70

299 114 11 38 7 18 11 7 92 0 0

Totaal

Totaal

Totaal

Totaal

53 / 55

5

6

7

Sanitaire ruimten - nat 1 Toiletten bij kleedruimten/bassins 2 Douche ruimten zwemmers 3 Toegang tot zwemzaal 4 Miva douche/toiletruimten 5 Make - up/nawachtruimte Zwemzalen 1 Wedstrijdbad a Perron langs 1 b langs 2 c kop 1 d kop 2 2 Instructiebad a Perron langs 1 b langs 2 c kop 1 d kop 2 e Skimout glijb f Inloop miva 3 Recreatiebad a perron langs 1 b langs 2 c kop 1 d kop 2 e Flow rider f perrons langs 1 g kop 1 4 Berging bij zwemzalen verenigingen 5 Berging bij zwemzalen algemeen 6 Berging duikvereniging 7 Berging buitenbad 8 Tribune zitplaatsen 9 Badmeesterpost 10 Juryruimte / wedstrijdleiding 11 EHBO 12 Glijbaan (trap + uitglijstrook) 13 Whirlpool 14 Natte horeca Techniek en overige 1 Badomloop met buffers en filterruimte 2 Waterzuivering buitenbad 3 Zoutelektrolyse ruimte 4 Laag/middenspanning en trafo 5 Warmteopwekking 6 Luchtbehandeling (inpandig) 7 Werkkast TOTAAL VAN DE FUNCTIES

Totaal 10 1 1 2 1 L B 25,0 15,4 2,5 25,0 3,5 25,0 4,0 20,4 3,0 20,4 20,0 10,0 2,0 20,0 3,0 20,0 3,0 15,0 2,0 15,0 8,0 2,0 10,0 1,0 15,0 10,0 3,0 15,0 3,0 15,0 3,0 16,0 3,0 16,0 15,0 15,0 3,0 15,0 4,0 18,0

2,3 14,0 12,0 8,0 8,0

73 23 14 12 16 8

2,70 2,70 2,70 2,70 2,70

83 26 16 14 18 9

385,0 62,5 87,5 81,6 61,2 200,0 40,0 60,0 45,0 30,0 16,0 10,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 25,0 25,0 8,0 40,0 0,8 9,0 12,0 12,0 26,0 16,0 25,0

1,374 385 63 88 82 61 200 40 60 45 30 16 10 0 0 0 0 0 0 0 0 50 50 8 0 113 9 12 12 26 16 0

4,50 4,50 4,50 4,50 4,50 4,50 4,50 4,50 4,50 4,50 4,50 4,50 4,50 4,50 4,50 4,50 4,50 4,50 4,50 4,50 2,70 2,70 2,70 2,70 3,20 2,70 2,70 2,70 2,70 2,70 2,70

1,573 441 72 100 93 70 229 46 69 52 34 18 11 0 0 0 0 0 0 0 0 57 57 9 0 129 10 14 14 30 18 0

290,3 40,0 10,0 10,0 60,0 160,0 4,0

538 290 0 10 10 60 160 8

3,00 3,00 3,00 3,00 3,00 3,50 3,00

616 332 0 11 11 69 183 9

Totaal 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 0 0 0 0 0 0 0 0 2 2 1 0 150 1 1 1 1 1 0 Totaal 1 0 1 1 1 1 2

2,726 m² NVO

3,120

54 / 55

TwynstraGudde adviseert overheid en bedrijfsleven op veel van de grote en urgente thema’s van deze tijd. Denk aan veiligheid, diversiteit, digitalisering, mobiliteit, duurzaamheid, energie, financiën en gezondheid. We bieden onze opdrachtgevers unieke, werkbare oplossingen en brengen complexe projecten en programma’s tot een goed einde. Iets creëren van blijvende waarde, daar gaan we voor. Daardoor hebben we een directe impact op (toekomstige) maatschappelijke en economische ontwikkelingen. En dus een grote impact op morgen.

55 / 55

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10310105/1