05 Nota van beantwoording advies Groenplatform
Tekst van het document
Nota van beantwoording advies Groenbeleidsplan dd. 26 november 2020
Onderstaand wordt ingegaan op het advies van Het Groenplatform in Castricum. Chronologisch wordt ingegaan op de aangedragen opmerkingen, suggesties en vragen en op welke wijze deze in het Groenbeleidsplan zijn verwerkt. 1. Als eerste wordt ingegaan op de inleiding van het advies: a) Het Groenplatform geeft aan dat zij ook graag een groenbeleid geformuleerd wil zien buiten de bebouwde kom. Antwoord: de opdracht is echter om te komen tot een geactualiseerd groenbeleid voor de kernen. Dit is in lijn met het voorgaand beleidsplan van 2007. b) Het bevorderen van natuurgerichte inrichting en onderhoud van particuliere gronden. Antwoord: de mogelijkheden om natuur technische inrichting en beheer op particuliere gronden te realiseren zijn beperkt maar vindt plaats in sommige nieuwbouwprojecten in naburige gemeenten, bijvoorbeeld in Heiloo. Mogelijkheden in Castricum zullen worden onderzocht. De gemeente spant zich in om tuinen te vergroenen en de oppervlakte verharding (Programma Steenbreek) te verminderen. Hagen betekenen een versterking van de omgeving en het landschap en worden, indien mogelijk, ingepast in het bouwplan (natuur inclusief bouwen). c) SMART maken van doelstellingen. Antwoord: het meer SMART maken van de geformuleerde doelstellingen wordt ondergeschreven.
Om deze reden zijn de tekst en de doelstellingen meer SMART gemaakt en ook afrekenbaar op basis van evaluatie en monitoring. In sommige gevallen is bovenstaande niet mogelijk. d) Handboek Bomen: Antwoord: het Handboek bomen geeft technische handvatten bij uitvoeringsmaatregelen en inrichting, zoals werken bij bomen, inrichtingsmaatregelen, snoeimaatregelen etc. Door de bomenposters leesbaar te maken en als bijlage toe te voegen wordt het Handboek verduidelijkt. Stadsnatuur maken heeft een bredere scoop. Hierbij gaat het om allerlei maatregelen om de natuurkwaliteit in de bebouwde omgeving te verhogen. In het plan wordt aandacht gegeven aan diverse maatregelen om de natuurkwaliteit te verhogen zoals een aangepast maairegime, aanleg groenparels, bijenlinten en het aanbrengen van ecologische voorzieningen zoals nestkasten. e) Vraag over de Coolkit: Antwoord: de Coolkit is een document dat vrij toegankelijk is op internet. De Gedragscode soortbescherming wordt bij het Groenbeleidsplan gevoegd en een lijst met voorkeurssoorten voor de beplanting ook. Het begrip Coolkit zal in het plan worden uitgelegd. f)
Begrippen en leesbaarheid: Antwoord: de begrippen BOR (Besluit Omgevingsrecht) zullen nader worden uitgelegd. De afbeelding van het Kwaliteitsniveau B van de Kwaliteitscatalogus zal groter worden gemaakt zodat deze leesbaar is. Dit geldt ook voor de posters.
2. Algemene indruk Het Groenplatform heeft geen inhoudelijke opmerkingen 3. Opmerkingen, suggesties en vragen per paragraaf Para 1.1.
Taal: derde regel “Dit is advies is ….” Eerste “is” weghalen Antwoord: wordt overgenomen
Para 1.1.
Laatste regel “Klimaatveranderingen moet enkelvoud zijn (komt meermalen voor). Antwoord: wordt overgenomen
Para 1.2.
Misschien beter om het SMART zijn van de beleidsdoelen niet zo expliciet te noemen, zie hierboven onder 1. Antwoord: SMART-doelen worden meer SMART en afrekenbaar gemaakt.
Para 1.3.
Er wordt gesteld dat “de diversiteit aan groen dient te worden bewaard”. Daar zou je “en versterkt” aan toe willen voegen. Antwoord: wordt overgenomen
Para 1.4.
Zowel de storymap op sociale media als de participatieavonden zijn ons volledig onbekend. Antwoord: De tekst wordt aangepast. Communicatie zal gaan plaatsvinden via het platform ‘ik denk mee over Castricum’. Het wel of niet doorgaan van de participatieavonden is op dit moment onzeker door de coronacrisis. Bij niet doorgaan vindt de participatie in elke geval plaats, maar dan op basis van het genoemde platform en alle belanghebbenden worden meegenomen.
Para 1.5.
Monitoring is natuurlijk essentieel. Maar monitoren of het aantal bomen niet onder de 18.500 komt is een wel heel behoudend, defensief argument. Zou je niet willen monitoren om te zien of er wel sprake is van een toename? De in het vorige bomenbeleidsplan genoemde 27.500 mag niet realistisch zijn maar de ambitie mag toch wel wat (SMART) groter zijn dan een ondergrens. Antwoord: De tekst is op dit punt aangepast. Er is verbinding gezocht met het Klimaatakkoord waarbij het streven is te komen tot een toename van het aantal bomen met 1% per jaar. Uitbreiding van het aantal bomen is echter alleen mogelijk op een beperkt aantal locaties in de stedelijk omgeving. Bij de monitoring zal blijken of er voldoende mogelijkheden waren het aantal bomen te vergroten.
Para 1.5
Er wordt gesteld dat er al een tweejaarlijks tevredenheidsonderzoek loopt waarin groen zal worden opgenomen. Er is ons geen lopend tevredenheidsonderzoek bekend. Omdat enquête onderzoeken erg gevoelig zijn voor de vraagstelling zijn we geïnteresseerd in de opzet. Antwoord: er lopen op dit moment tweejaarlijkse tevredenheidsonderzoeken waarin ook het groen wordt meegenomen. Deze onderzoeken kunnen ook deel uitmaken van de jaarlijkse monitoring en worden kenbaar gemaakt aan de Raad.
Para 2.1.
3de alinea: de begrippen “mooie, afwisselende groenstructuur” zijn erg subjectief en dit zou zelfs haaks kunnen staan op het voorgestane natuurvriendelijk beheer ter verhoging van de biodiversiteit dat gebaat is bij rommelhoekjes en andere invulling kent van deze begrippen.
Antwoord: de begrippen mooie, afwisselende groenstructuur staat niet haaks op verhoging van de biodiversiteit. Een bloemrijke zone is in de zomer heel mooi maar geeft aan het eind van het seizoen een meer rommelig beeld maar beiden hebben een positief effect op de biodiversiteit. In het plan wordt aangegeven dat de oppervlakte bosplantsoen (vogelbosjes) in stand wordt gehouden. Naar gelang de soortkeuze van de beplanting kunnen deze vogelbosje ook een mooie uitstraling hebben. Para 2.1.
5de alinea: natuur inclusief bouwen valt toch niet onder dit beleidsplan. Hoe kan dat worden bevorderd? Antwoord: dit plan heeft ambities. De meeste ambities in dit plan gaan over groen. Sommige ambities gaan echter ook over natuur. Hier worden verschillende maatregelen benoemd zoals natuur-inclusief bouwen. Het plan vormt ook een bouwsteen voor de bebouwde omgeving en voor inrichtingsmaatregelen. Het gaat hierbij om de integrale benadering. Een hogere natuurkwaliteit kan bereikt worden door niet alleen duurzaam groen aan te leggen maar ook in combinatie met aanbrengen van meer broedgelegenheid voor vogels zoals nestkastjes en voorzieningen aanbrengen in muren. Daar waar mogelijk wordt gekeken naar dit soort voorzieningen.
Para 2.2.1.
Er wordt gesproken over geleidelijk laten groeien (ambitie 1) en waar mogelijk te versterken (ambitie2). Wat is het verschil? Antwoord: het bomenbeleidsplan geeft aan het bomenbestand minimaal in stand te houden en waar mogelijk te laten groeien in de gehele gemeente. De eerste ambitie valt samen met de tweede door deze groei, indien mogelijk, te laten plaatsvinden in de entrees om zodoende de herkenbaarheid van de kernen te vergroten.
Para 2.2.1.
Derde regel : voor de te kappen bomen. "de" weghalen Antwoord: tekst wordt aangepast.
Para 2.2.1.
3de ambitie: is er nu dan geen sprake van planmatig onderhoud? Antwoord:Het planmatig onderhoud wordt uitgevoerd naar aanleiding van de Boomveiligheidscontrole en daaruit voortvloeiende snoei- en kapmaatregelen. Kwaliteitsverbetering van het onderhoud vindt extra plaats op basis van het Handboek bomen’.
Para 2.2.1.
3de ambitie: professionaliseren en verduurzamen van het beheer. Hier wordt nergens gesproken over opleiding. Terwijl education permanente toch de hoeksteen is van professionalisering. Ecologisch groenbeheer is echt heel anders dan traditioneel plantsoenbeheer. In de begroting is geen expliciete post opleiding opgenomen. Hier wordt wel weer het Handboek Bomen genoemd waar wij geen inzage in hebben. Antwoord: Naast het werken volgens de gedragscode is bewustwording bij de eigen buitendienst van belang. Voor deze bewustwording en het gedragscode-proof werken in de openbare ruimte is de juiste kennis noodzakelijk. Voor de gemeente wordt uitgegaan van het opleiden van de opzichters en uitvoerende medewerkers. Uitvoerende medewerkers worden opgeleid voor “Wet natuurbescherming niveau 1 Bestendig Beheer”. Opzichters worden opgeleid voor niveau 2. Bij het financiële overzicht staat vermeld dat kosten zullen worden ondergebracht bij opleidingsbudget Buch.
Para 2.2.1.
3de ambitie: “onderhoud richten op eindbeeld van de bomen” Wat wordt daar mee bedoeld?
Antwoord: De meeste bomen in de gemeenten betreffen vrij uitgroeiende bomen. Dit betekent dat in een jong stadium begeleidingssnoei noodzakelijk kan zijn en op latere leeftijd onderhoudssnoei op basis van de Boomveiligheidscontrole. Behoudens voorgaande vindt geen verdere snoei plaats en op deze wijze wordt het eindbeeld bereikt. Een uitzondering hierop zijn bijvoorbeeld knotwilgen welke elke drie jaar dienen te worden gesnoeid. Para 2.2.1.
4de ambitie: hier wordt i.h.k.v. participatie het BOR genoemd maar verder niet ingevuld of uiteengezet. Wat is het gehanteerde model? Wat voor steun kunnen bewoners verwachten bij acties gericht op groenbeheer, bijvoorbeeld actie Steenbreek. Is er een aanspreekpunt? Antwoord: De tekst aangaande dit punt wordt aangepast op de volgende wijze: De bij de BOR toegepaste methoden worden onder andere vormgegeven door inloopbijeenkomsten en enquêtes. Er is geen sprake van een vaststaand model maar methoden die bij BOR worden toepast. Bij programma Steenbreek worden de burgers actief betrokken bij de vergroening van hun tuinen en vindt elk jaar een wijksafari plaats. De uitvoering van dit beleid valt onder water en riolering.
Para 2.2.1.
Drendologisch moet zijn dendrologisch Antwoord: wordt overgenomen
Para 2.2.2.
Ambities: Geen gebruik van chemische middelen. Juichen wij zeer toe. Antwoord: In de tekst wordt nog het volgende toegevoegd: In sommige situaties kan geen gebruik worden gemaakt van een thermische lans omdat kabels en leidingen in de ondergrond aanwezig zijn. In deze situaties kan het gebruik van chemische middelen noodzakelijk zijn.
Para 2.2.2.
Zanderige grond moet zijn zandige grond. Antwoord: wordt overgenomen
Para 2.2.3.
Streven naar 500m2 extra openbaar groen. Is mooi voornemen maar streven is wel heel zacht. Antwoord: het streven van 500 m2 extra groen per jaar is een realistisch scenario.
Para 2.2.3.
Worden de leerlingen betrokken bij de plannen voor vergroening van schoolpleinen? Antwoord: de schoolbesturen beslissen over de wijze waarop zij de leerlingen bij de vergroening van schoolpleinen betrekken. De gemeente is betrokken als financiële facilitator en geeft advies.
Para 2.2.3.
5de ambitie: vergroend i.p.v. vergroent Antwoord: wordt overgenomen.
Para 2.2.4.
Groen heeft waarde uit zichzelf. PRIMA!!
Para 2.2.4.
Meer biodiversiteit in bebouwde kommen. Hoe gaan we die biodiversiteit meten? Waarom niet ook buiten de bebouwde kommen? Waarom wel mogelijkheden in kern Castricum en beperkter in alle andere kernen. Is het niet zo dat de mogelijkheden in die andere kernen niet zozeer beperkter zijn maar anders? Elke niche wordt ingenomen door “haar eigen natuur”. Antwoord: in Castricum zijn meer gronden in eigendom van de gemeente Castricum en op deze wijze zijn er meer mogelijkheden om meer natuur te realiseren. Het
meten van de biodiversiteit zal op de volgende wijze gebeuren namelijk op de aan te leggen groenparel Walstro. Hierbij wordt jaarlijks op twee doelsoorten gemonitord namelijk bijen en vlinders en éénmaal in de vier jaar op meer soorten zoals amfibieën, vogels en anders insecten. Gezien de financiële mogelijkheden is een scope op een groter gebied zowel binnen de bebouwde kom als buiten de bebouwde kom niet mogelijk Para 2.2.4.
Schelgeest plantsoen plannen in de maak zijn om dit natuurvriendelijker in te richten en te beheren. Hoe moeten we dat zien in relatie tot de voorgestelde Westroute? Met andere woorden: welk beleidsdoel is sterker; de vergroening of het verkeer? Antwoord: de afweging van belangen voor vergroening en verkeer zullen bij de planning en uitvoering in ogenschouw worden genomen. Op dit moment is het tracé nog niet vastgesteld.
Para 2.2.4.
5de alinea (gemeentelijk beheer). “beheer wordt zodanig aangepast dat ruimte voor natuur ontstaat door later, minder en gezoneerd te maaien”. Daarbij wordt voorbijgegaan aan de belangrijkste bijdrage van een ander maaibeheer: het verschralen van de bodem door afvoeren van het maaisel. Antwoord: het maaisel wordt bij het huidige maaibeheer afgevoerd met uitzondering van zichtlocaties en om de veiligheid te waarborgen. In deze situaties wordt regelmatig geklepeld en wordt het maaisel niet afgevoerd. In de tekst zal dit worden opgenomen.
Para 2.2.4.
8ste alinea (nieuwe ontwikkelingen). Er wordt gesteld dat “aandacht gewenst is voor natuur” en dat “nieuwbouw kansen kan bieden”. Mooi voorbeeld van niet SMART: de woorden gewenst en kan zijn erg vrijblijvend. Antwoord: SMART-doelen zullen meer SMART worden gemaakt. Bij herontwikkeling en nieuwbouw van gebouwen maken we duidelijk dat er mogelijkheden zijn om maatregelen te treffen die een verhoging van natuurwaarden kunnen bewerkstelligen bijvoorbeeld door het ontwikkelen van meer nestgelegenheid.
Para 2.4.1.
Ambities: “behouden en versterken van de waarde(n) van groen voor de biodiversiteit”. Zie opmerking over Westroute hierboven. Antwoord: zie reactie bij 2.2.4.
Para 2.2.5.
Eerste zin : "het wordt langere periode droog" is krom Nederlands.. Vervangen door ‘er zijn langere droge periodes’. Antwoord: wordt overgenomen
Para 2.2.5.
Eerste alinea, laatste regel : veranderde klimaat moet zijn : veranderende klimaat. Antwoord: wordt overgenomen.
Para 2.2.5.
3de alinea Coolkit hebben we niet. Antwoord: deze kan worden gevonden op de website
Para 3.1.
Tweede alinea, eerste regel: wordt moet zijn: worden. Antwoord: wordt overgenomen
Para 3.1.
Tweede alinea laatste regel: vogel moet zijn: vogels. Antwoord: wordt overgenomen
Para 3.1.
Derde alinea: de hoofdstructuur met elkaar verbinden is krom Nederlands. Delen van de hoofdstructuur met elkaar verbinden ? Antwoord: wordt overgenomen
Para 3.1.
OK, maar de in de 2de alinea geschetste wens tot verbetering van het beeld door specifieke kenmerken zoals mooie bloemen en aantrekkelijke boomvormen etc. roept vragen op. Dit zijn erg subjectieve begrippen en kan haaks staan op verhoging van biodiversiteit die vaak meer gebaat is bij rommeliger omstandigheden. Antwoord: zie paragraaf 2.1
Para 3.3.
De basis voor het beleid is dat gezonde bomen niet worden gekapt. Dat is een prachtig uitgangspunt maar elders in dit document staat dat gezonde bomen in principe niet worden gekapt. Antwoord: in principe worden gezonden bomen niet gekapt. Toch kan in sommige situaties het noodzakelijk zijn om gezonde bomen te kappen bij herinrichtingsmaatregelen, nieuwbouw en noodzakelijk dunning indien alternatieven niet voorhanden zijn. Voorgaande is alleen mogelijk op basis van een herplantingsplicht en/ of groenplan van ontwikkelaar en/of derden en/of financiële compensatie
Para 3.4.
1ste alinea hier (maar ook in plantsoenen) zouden ook notenbomen kunnen worden toegepast (walnoot / hazelnoot). Antwoord: het aanplanten van walnoot- en hazelnootbomen is afhankelijk van de locatie. Wel moet hierbij vermeden worden dat door vruchtafval klachten door de bewoners ontstaan.
Para 4.1.
Kwalitatief gericht moet zijn: kwaliteitsgericht. Antwoord: wordt overgenomen 3de alinea. Natuurlijk moet groen bij ruimtelijke afwegingen de plaats krijgen die het toekomt. PRIMA
Para 4.1. Para 4.2.
Kwaliteitsniveau B wordt niet nader toegelicht, komt 3 pagina’s verder kort aan de orde met klein plaatje dat niet bruikbaar is. Antwoord: zie f. onder inleiding
Para 5.3.1.
Onderscheidt moet zijn: onderscheid. Antwoord: wordt overgenomen
Para 5.3.1.
punt 3: “kiezen voor beheerbare bomen”. Wat is wordt verstaan onder beheerbaar? Antwoord: beheerbare bomen zijn bomen die onder meer weinig overlast geven door vruchten, zaden e.d., weinig wortelopdruk geven en tegen droogte kunnen.
Para 5.3.1.
punt 4: In principe worden geen gezonde bomen verwijderd. Dit uitgangspunt van wordt in dit document de ene keer met het in principe gehanteerd en de andere keer veel strenger zonder dat in principe. Antwoord: zie 3.3.
Para 5.3.1.
Eerst worden situaties geschetst waarin wordt overgegaan tot kappen; daarna worden voorbeelden gegeven van situaties waarin dat niet het geval is. Door het geven van voorbeelden ontstaat duidelijkheid. Er zullen zich echter ongetwijfeld
situaties gaan voordoen die niet worden gedekt door de voorbeelden. Het zou goed zijn hier nadrukkelijk te stellen dat gezonde bomen niet worden gekapt. Het niet geldig verklaren van het argument dat de opbrengst van zonnepanelen nadelig wordt beïnvloed is binnen het groenplatform nog wel onderwerp geweest van discussie. Uiteindelijk denken we dat dit heldere statement goed is; er kunnen geen misverstanden ontstaan of in het slechtste geval het installeren van zonnepanelen met als bedoeling de ervaren overlast teniet te doen Antwoord: zie 3.3. Para 5.3.1.
situaties die kunnen leiden tot kappen: bij het derde aandachtsstreepje worden openingen geboden voor subjectieve argumenten. Wie bepaalt het streefbeeld? Bij een boom die wat dichtbij een andere, grotere boom staat wordt het streefbeeld van die laatste boom misschien negatief beïnvloed door die te dicht bij staande boom maar door die boom dan maar te kappen wordt de bladmassa drastisch naar beneden gebracht en daarmee de opname van CO2 en fijnstof verlaagd. Ook wordt het koelend vermogen aangetast en last but not least wordt de biodiversiteit negatief beïnvloed. En dat allemaal vanwege het subjectieve eindbeeld van wie eigenlijk? Stel voor dit te laten vallen! Antwoord: het streefbeeld wordt aangegeven in een beheerplan en uitvoeringsplannen. Om een boom tot volle wasdom te laten komen kan dunning een instrument zijn.
Para 5.3.1.
Fijn dat er voorbeelden zijn waarin niet wordt gekapt!! In het blokje opsommingen die e.e.a. expliciet maakt mis ik naast gevallen blad nog eventueel fruit (eikels, beukennootjes, maar ook echt fruit van prunus soorten en misschien/hopelijk walen hazelnoten. Antwoord: het is beleid om geen fruitbomen in de straat te planten om problemen met afgevallen fruit te voorkomen. Ook walnoot en hazelnoot kunnen in deze categorie vallen. Deze kunnen wel geplaatst worden in plantsoenen waarbij geen overlast voor de bewoners kan optreden. Situationeel kan een afweging worden gemaakt in relatie tot overlast en de waarde van de bomen. We vullen de tekst als volgt aan: ‘met blad- en zadenverlies van de boom’
Para 5.3.1.
Prima dat er nieuwe bomen zullen worden geplant voor gekapte bomen. De toevoeging “in de buurt of elders in de gemeente” zou je zo niet willen. Denk aan: “Voor bomen eventueel worden verwijderd zal bekend genaakt worden op welke termijn en waar de herplant plaats zal vinden. Daarbij geldt dat herplant in principe binnen 2 jaar in de onmiddellijke nabijheid van de standplaats van de gekapte boom zal plaatsvinden”. In het algemeen geldt dat wij zorgen hebben bij de monitoring van het bomenbestand. Wie houdt een “boekhouding” bij van gekapte bomen, geplante “compensatiebomen” en nieuwe bomen die het bestand doen groeien; en hoe inzichtelijk is die? Antwoord: het is niet altijd mogelijk om herplant op de locatie te laten plaatsvinden of binnen een bepaalde termijn. Om deze reden zal de huidige tekst worden gehandhaafd. Met betrekking tot de ‘boekhouding’ van gekapte en geplante bomen zijn de beheerders verantwoordelijk en zal jaarlijks verantwoording over worden afgegeven aan de gemeenteraad.
Para 5.3.1.
Pag. 27 ook hier weer een verwijzing naar het niet toegankelijke Handboek Bomen. De posters zijn niet leesbaar.
Antwoord: zie inleiding onder d. Para 5.3.2.
Een gelaagde natuurwaardenkaart is inderdaad onmisbaar maar vergt een grote inspanning en vakkennis om die samen te stellen. Bestaat die al of moet die nog gemaakt worden. Wordt dat dan extern ingekocht? Antwoord: wordt in 2021 mee begonnen en door een extern bureau uitgevoerd.
Para 5.4.1.
Openbaar groen: meetlaat moet zijn: meetlat Antwoord: wordt overgenomen
Para 5.4.1
Bomen: wat zijn afgeschreven bomen? Zijn die aan het eind van hun levensduur of zijn ze economisch afgeschreven? Rare term in dit verband. Antwoord: dit zijn bomen die aan het eind van hun levensduur zijn.
Para 5.4.1
Openbaar groen: Daar is die kwaliteitscatalogus. Zegt ons weinig en plaatjes zijn niet bruikbaar (te klein). Waarom kiezen we voor niveau B en niet A of C? Zijn dat louter financiële overwegingen? Waarom niet gezoneerd, meestal B maar op sommige plaatsen A en andere C? Antwoord: bij de tabel in hoofdstuk 4 is uitgelegd dat de scores over het algemeen op ambitieniveau B liggen. Met uitschieters naar boven en beneden. Gezien deze scores is een aanpassing en zonering van de ambitieniveaus niet noodzakelijk. Bij uitschieters naar beneden dient het onderhoud in lijn worden gebracht met de ambitie.
Para 5.4.2.
Natuurlijk moet de inrichting integraal plaatsvinden (was dat dan niet zo?) en vooral worden gedragen door de gehele organisatie (dat was in het verleden wel eens anders). Er zijn tijden geweest dat er tussen beleid en uitvoering een ravijn lag. Het is vitaal dat dat niet (meer) het geval is.
Para 5.4.2.
Groenparels: nog een keer, het plantsoen aan Schelgeest/Vondelstraat inrichten en beheren als groenparel is een prima idee maar hoe verhoudt zich dat tot de Westroute plannen? Zie antwoord onder paragraaf 2.2.4
Para 5.4.2.
Nestkastjes: eigenlijk is het ophangen van nestkastjes een lapmiddel dat noodzakelijk is geworden omdat we bomen niet tot volle wasdom laten komen (gemiddelde ouderdom van stadsbomen is slechts ca. 35 tot 50 jaar). Maar gegeven dat feit een prima idee. We willen wel wijzen op de richtlijnen voor plaatsing van de diverse soorten kastjes voor de verschillende vogelsoorten en het onderhoud (jaarlijks schoonmaken!), alsmede de monitoring. Al met al een hele klus.
Para 5.5.
Schapenbegrazing: is voor het groenplatform niet echt noodzakelijk en heeft ecologisch geen meerwaarde. Maar als het voor draagvlak positief zou zijn hebben we er geen probleem mee.
Para 5.5.
Extensief maaien: er wordt gesteld dat het extensieve maaibeheer goed op orde is. Daar kunnen wel vraagtekens bij worden gezet. Het minder maaien is pas sinds een jaar of twee ingevoerd en er zal nog veel moeten worden geleerd over het hoe vaak het waar en het wanneer. Extensief maaibeheer is veel, veel meer dan wat minder vaak maaien. Om echt van betekenis te zijn voor de verhoging van de biodiversiteit dient het maaisel ook te worden afgevoerd; Dat gebeurt nog nauwelijks. Dat er
wordt gekeken naar de mogelijkheden van sinusmaaien geeft al aan dat we in Castricum nog maar aan het begin staan. Sinusmaaien is overigens een mooie maar best lastige techniek om te managen. Deze nog relatief onbekende techniek verdient uitleg in dit document. Antwoord: de tekst zal zodanig worden aangevuld dat meer duidelijkheid ontstaat over sinusmaaien en andere maaivormen. In het nieuwe maaibestek wordt gewaarborgd dat het maaisel wordt afgevoerd. Para 5.6.
Coolkit onbekend. In de Coolkit staan richtlijnen om een koeler dorps- en stadsklimaat te bereiken. Antwoord: zal in de tekst beter worden uitgelegd.
Para 5.7.
Derde regel: zorgen moet zijn: zorgt. Antwoord: wordt overgenomen
Para 5.7.
Prima, er staan ook SMART stellingen in!
Para 5.7.1.
Prima om regenwater te bufferen, infiltreren en vertraagd af te voeren. Compliment! We vragen ons wel af hoe deze inzet concreet wordt gemaakt. Actief door te “onttegelen” bij het programma Steenbreek is een mogelijkheid. Een andere optie is om een “verhardingsbelasting of –heffing” in te voeren. De versnelde piekafvoer van regenwater vanaf grote oppervlaktes verharding brengt voor de gemeente immers grote kosten met zich mee. Volgens het “vervuiler betaalt principe” zou het logisch zijn om de die kosten op zijn minst deels te verhalen op de veroorzakers. Antwoord: programma Steenbreek ziet reactie onder 2.2.1. en daarnaast het volgende: Antwoord; de uitwerking van een verhardingsbelasting of heffing vindt niet plaats in dit plan maar valt onder ‘water’
Para 5.7.1.
Uitwerking klimaatbestendig groen: laatste regel: "die" weghalen Antwoord: wordt overgenomen
Para 5.7.1.
Biodiversiteit: "maar heeft ook zijn eigen inrichtingsvoorwaarden". Antwoord: er kunnen bij inrichting specifieke maatregelen genomen worden die bijdragen aan biodiversiteit
Para 6.1.
Getallen begroting 2021. Het lijkt een beetje vreemd dat op een totaal van € 976.500 de post “aanleg, renovatie, inboet en advies” zonder onderverdeling met € 435.000 al goed is voor bijna de helft. Waarom deze vier posten bij elkaar gevoegd en niet de getallen voor de afzonderlijke posten. Schapenbegrazing wordt met “slechts” € 21.500 wordt wel apart genoemd. Dit roept vragen op. Antwoord: Voor de realisering van de ambities zijn de nieuwe bedragen relevant. De bestaande begrotingssystematiek heeft hier geen invloed op.
Para 6.1.
Pas na wat puzzelen werd duidelijk dat de posten in de aparte tabel (voor 2021 € 60.250) niet zijn opgenomen in de begroting. Antwoord: de tabel wordt nog verduidelijkt en aangepast en bij de definitieve vaststelling in de Raad wordt voorgesteld de bedragen in de (bestaande) begroting op te nemen.
4. Conclusie en advies Het Groenbeleidsplan 2021 - 2031 bevat veel goede zaken en er worden prima uitgangspunten gehanteerd. De integratie van groen en bomen, aangevuld met biodiversiteit en klimaatadaptatie is een logische en maakt er samenhangend beleid van. In grote lijnen is het Groenplatform enthousiast maar er zijn wel de nodige vragen en op- en aanmerkingen. Het verdient aanbeveling deze punten mee te nemen bij de vaststelling van het definitieve document. Antwoord: zie bovenstaande antwoorden en overwegingen.