04 Samenvatting nota van beantwoording Groenplatform
Tekst van het document
Samenvatting nota van beantwoording Groenplatform 1. De tekstuele opmerkingen van het Groenplatform zijn in het Concept-Voorontwerp Groenbeleidsplan overgenomen. 2. Samenvattend is ingegaan op een aantal opmerkingen en aanbevelingen van het Groenplatform. Als eerste wordt ingegaan op de inleiding van het advies: a) Groenbeleid formuleren buiten de bebouwde kom. Antwoord: de opdracht is echter om te komen tot een geactualiseerd groenbeleid voor de kernen. Dit is in lijn met het voorgaand beleidsplan van 2007. b) Het bevorderen van natuurgerichte inrichting en onderhoud van particuliere gronden. Antwoord: de mogelijkheden om natuur technische inrichting en beheer op particuliere gronden te realiseren zijn beperkt maar vindt plaats in sommige nieuwbouwprojecten in naburige gemeenten, bijvoorbeeld in Heiloo. Mogelijkheden in Castricum zullen worden onderzocht. De gemeente spant zich in om tuinen te vergroenen en de oppervlakte verharding (Programma Steenbreek) te verminderen. Hagen betekenen een versterking van de omgeving en het landschap en worden, indien mogelijk, ingepast in het bouwplan (natuur inclusief bouwen). c) SMART maken van doelstellingen. Antwoord: het meer SMART maken van de geformuleerde doelstellingen wordt ondergeschreven. Om deze reden zijn de tekst en de doelstellingen meer SMART gemaakt en ook afrekenbaar op basis van evaluatie en monitoring.
In sommige gevallen is bovenstaande niet mogelijk. d) Handboek Bomen: Antwoord: het Handboek bomen geeft technische handvatten bij uitvoeringsmaatregelen en inrichting, zoals werken bij bomen, inrichtingsmaatregelen, snoeimaatregelen etc. Door de bomenposters leesbaar te maken en als bijlage toe te voegen wordt het Handboek verduidelijkt. Stadsnatuur maken heeft een bredere scoop. Hierbij gaat het om allerlei maatregelen om de natuurkwaliteit in de bebouwde omgeving te verhogen. In het plan wordt aandacht gegeven aan diverse maatregelen om de natuurkwaliteit te verhogen zoals een aangepast maairegime, aanleg groenparels, bijenlinten en het aanbrengen van ecologische voorzieningen zoals nestkasten. e) Vraag over de Coolkit: Antwoord: de Coolkit is een document dat vrij toegankelijk is op internet. De Gedragscode soortbescherming wordt bij het Groenbeleidsplan gevoegd en een lijst met voorkeurssoorten voor de beplanting ook. Het begrip Coolkit zal in het plan worden uitgelegd. f)
Begrippen en leesbaarheid: Antwoord: de begrippen BOR (Besluit Omgevingsrecht) zullen nader worden uitgelegd. De afbeelding van het Kwaliteitsniveau B van de Kwaliteitscatalogus zal groter worden gemaakt zodat deze leesbaar is. Dit geldt ook voor de posters.
Para 1.4.
Storymap op sociale media als de participatieavonden zijn ons volledig onbekend. Antwoord: De tekst wordt aangepast. Communicatie zal gaan plaatsvinden via het platform ‘ik denk mee over Castricum’. Het wel of niet doorgaan van de participatieavonden is op dit moment onzeker door de coronacrisis. Bij niet doorgaan vindt de participatie in elke geval plaats, maar dan op basis van het genoemde platform en alle belanghebbenden worden meegenomen.
Para 1.5.
Monitoring van 18.500 bomen. Antwoord: De tekst is op dit punt aangepast. Er is verbinding gezocht met het Klimaatakkoord waarbij het streven is te komen tot een toename van het aantal bomen met 1% per jaar. Uitbreiding van het aantal bomen is echter alleen mogelijk op een beperkt aantal locaties in de stedelijk omgeving. Bij de monitoring zal blijken of er voldoende mogelijkheden waren het aantal bomen te vergroten.
Para 1.5
Tevredenheidsonderzoek. Antwoord: er lopen op dit moment tweejaarlijkse tevredenheidsonderzoeken waarin ook het groen wordt meegenomen. Deze onderzoeken kunnen ook deel uitmaken van de jaarlijkse monitoring en worden kenbaar gemaakt aan de Raad. \
Para 2.1.
Mooie groenstructuur in relatie tot biodiversiteit Antwoord: de begrippen mooie, afwisselende groenstructuur staat niet haaks op verhoging van de biodiversiteit. Een bloemrijke zone is in de zomer heel mooi maar geeft aan het eind van het seizoen een meer rommelig beeld maar beiden hebben een positief effect op de biodiversiteit. In het plan wordt aangegeven dat de oppervlakte bosplantsoen (vogelbosjes) in stand wordt gehouden. Naar gelang de soortkeuze van de beplanting kunnen deze vogelbosje ook een mooie uitstraling hebben.
Para 2.1.
Natuur inclusief bouwen Antwoord: dit plan heeft ambities. De meeste ambities in dit plan gaan over groen. Sommige ambities gaan echter ook over natuur. Hier worden verschillende maatregelen benoemd zoals natuur-inclusief bouwen. Het plan vormt ook een bouwsteen voor de bebouwde omgeving en voor inrichtingsmaatregelen. Het gaat hierbij om de integrale benadering. Een hogere natuurkwaliteit kan bereikt worden door niet alleen duurzaam groen aan te leggen maar ook in combinatie met aanbrengen van meer broedgelegenheid voor vogels zoals nestkastjes en voorzieningen aanbrengen in muren. Daar waar mogelijk wordt gekeken naar dit soort voorzieningen.
Para 2.2.1.
Geleidelijk laten groeien (ambitie 1) en waar mogelijk te versterken (ambitie2). Wat is het verschil? Antwoord: het bomenbeleidsplan geeft aan het bomenbestand minimaal in stand te houden en waar mogelijk te laten groeien in de gehele gemeente. De eerste ambitie valt samen met de tweede door deze groei, indien mogelijk, te laten plaatsvinden in de entrees om zodoende de herkenbaarheid van de kernen te vergroten.
Para 2.2.1.
Planmatig onderhoud Antwoord: Het planmatig onderhoud wordt uitgevoerd naar aanleiding van de Boomveiligheidscontrole en daaruit voortvloeiende snoei- en kapmaatregelen.
Kwaliteitsverbetering van het onderhoud vindt extra plaats op basis van het Handboek bomen’. Para 2.2.1.
Opleiding Antwoord: Naast het werken volgens de gedragscode is bewustwording bij de eigen buitendienst van belang. Voor deze bewustwording en het gedragscode-proof werken in de openbare ruimte is de juiste kennis noodzakelijk. Voor de gemeente wordt uitgegaan van het opleiden van de opzichters en uitvoerende medewerkers. Uitvoerende medewerkers worden opgeleid voor “Wet natuurbescherming niveau 1 Bestendig Beheer”. Opzichters worden opgeleid voor niveau 2. Bij het financiële overzicht staat vermeld dat kosten zullen worden ondergebracht bij opleidingsbudget Buch.
Para 2.2.1.
“Onderhoud richten op eindbeeld van de bomen” Wat wordt daar mee bedoeld? Antwoord: De meeste bomen in de gemeenten betreffen vrij uitgroeiende bomen. Dit betekent dat in een jong stadium begeleiding snoeit noodzakelijk kan zijn en op latere leeftijd onderhoud snoei op basis van de Boomveiligheidscontrole. Behoudens voorgaande vindt geen verdere snoei plaats en op deze wijze wordt het eindbeeld bereikt. Een uitzondering hierop zijn bijvoorbeeld knotwilgen welke elke drie jaar dienen te worden gesnoeid.
Para 2.2.1.
Participatie Antwoord: De tekst aangaande dit punt wordt aangepast op de volgende wijze: De bij de BOR toegepaste methoden worden onder andere vormgegeven door inloopbijeenkomsten en enquêtes. Er is geen sprake van een vaststaand model maar methoden die bij BOR worden toepast. Bij programma Steenbreek worden de burgers actief betrokken bij de vergroening van hun tuinen en vindt elk jaar een wijksafari plaats. De uitvoering van dit beleid valt onder water en riolering.
Para 2.2.2.
Geen gebruik van chemische middelen. Antwoord: In de tekst wordt nog het volgende toegevoegd: In sommige situaties kan geen gebruik worden gemaakt van een thermische lans omdat kabels en leidingen in de ondergrond aanwezig zijn. In deze situaties kan het gebruik van chemische middelen noodzakelijk zijn.
Para 2.2.3.
Streven naar 500m2 extra openbaar groen. Antwoord: het streven van 500 m2 extra groen per jaar is een realistisch scenario.
Para 2.2.3.
Worden de leerlingen betrokken bij de plannen voor vergroening van schoolpleinen? Antwoord: de schoolbesturen beslissen over de wijze waarop zij de leerlingen bij de vergroening van schoolpleinen betrekken. De gemeente is betrokken als financiële facilitator en geeft advies.
Para 2.2.4.
Meer biodiversiteit in bebouwde kommen Antwoord: in Castricum zijn meer gronden in eigendom van de gemeente Castricum en op deze wijze zijn er meer mogelijkheden om meer natuur te realiseren. Het meten van de biodiversiteit zal op de volgende wijze gebeuren namelijk op de aan te leggen groenparel Walstro. Hierbij wordt jaarlijks op twee doelsoorten gemonitord namelijk bijen en vlinders en éénmaal in de vier jaar op meer soorten zoals amfibieën, vogels en anders insecten. Gezien de financiële mogelijkheden is een scope op een groter gebied zowel binnen de bebouwde kom als buiten de bebouwde kom niet mogelijk.
Para 2.2.4.
Inrichting Schelgeest. Hoe moeten we dat zien in relatie tot Westroute? Antwoord: de afweging van belangen voor vergroening en verkeer zullen bij de planning en uitvoering in ogenschouw worden genomen. Op dit moment is het tracé nog niet vastgesteld.
Para 2.2.4.
Het verschralen van de bodem door afvoeren van het maaisel. Antwoord: het maaisel wordt bij het huidige maaibeheer afgevoerd met uitzondering van zichtlocaties en om de veiligheid te waarborgen. In deze situaties wordt regelmatig geklepeld en wordt het maaisel niet afgevoerd. In de tekst zal dit worden opgenomen.
Para 3.3.
De basis voor het beleid is dat gezonde bomen niet worden gekapt. Dat is een prachtig uitgangspunt maar elders in dit document staat dat gezonde bomen in principe niet worden gekapt. Antwoord: in principe worden gezonden bomen niet gekapt. Toch kan in sommige situaties het noodzakelijk zijn om gezonde bomen te kappen bij herinrichtingsmaatregelen, nieuwbouw en noodzakelijk dunning indien alternatieven niet voorhanden zijn. Voorgaande is alleen mogelijk op basis van een herplantingsplicht en/ of groenplan van ontwikkelaar en/of derden en/of financiële compensatie
Para 3.4.
Notenbomen toepassen in de beplanting (walnoot / hazelnoot). Antwoord: het aanplanten van walnoot- en hazelnootbomen is afhankelijk van de locatie. Wel moet hierbij vermeden worden dat door vruchtafval klachten door de bewoners ontstaan.
Para 5.3.1.
“kiezen voor beheerbare bomen”. Wat is wordt verstaan onder beheerbaar? Antwoord: beheerbare bomen zijn bomen die onder meer weinig overlast geven door vruchten, zaden e.d., weinig wortelopdruk geven en tegen droogte kunnen.
Para 5.3.1
Streefbeeld op basis van subjectieve argumenten die kunnen leiden tot kappen. Antwoord: het streefbeeld wordt aangegeven in een beheerplan en uitvoeringsplannen. Om een boom tot volle wasdom te laten komen kan dunning een instrument zijn.
Para 5.3.1.
Fijn dat er voorbeelden zijn waarin niet wordt gekapt!! Antwoord: het is beleid om geen fruitbomen in de straat te planten om problemen met afgevallen fruit te voorkomen. Ook walnoot en hazelnoot kunnen in deze categorie vallen. Deze kunnen wel geplaatst worden in plantsoenen waarbij geen overlast voor de bewoners kan optreden. Situationeel kan een afweging worden gemaakt in relatie tot overlast en de waarde van de bomen. We vullen de tekst als volgt aan: ‘met blad- en zadenverlies van de boom’
Para 5.3.1.
Herplant en monitoring. Antwoord: het is niet altijd mogelijk om herplant op de locatie te laten plaatsvinden of binnen een bepaalde termijn. Om deze reden zal de huidige tekst worden gehandhaafd. Met betrekking tot de ‘boekhouding’ van gekapte en geplante bomen zijn de beheerders verantwoordelijk en zal jaarlijks verantwoording over worden gegeven aan de gemeenteraad.
Para 5.3.2.
Natuurwaardenkaart Antwoord: wordt in 2021 mee begonnen en door een extern bureau uitgevoerd.
Para 5.4.1
Bomen: wat zijn afgeschreven bomen? Antwoord: dit zijn bomen die aan het eind van hun levensduur zijn.
Para 5.4.1
Kwaliteitscatalogus Antwoord: bij de tabel in hoofdstuk 4 is uitgelegd dat de scores over het algemeen op ambitieniveau B liggen. Met uitschieters naar boven en beneden. Gezien deze scores is een aanpassing en zonering van de ambitieniveaus niet noodzakelijk. Bij uitschieters naar beneden dient het onderhoud in lijn worden gebracht met de ambitie.
Para 5.5.
Extensief maaien en sinusmaaien Antwoord: de tekst zal zodanig worden aangevuld dat meer duidelijkheid ontstaat over sinusmaaien en andere maaivormen. In het nieuwe maaibestek wordt gewaarborgd dat het maaisel wordt afgevoerd.
Para 5.7.1.
Regenwater bufferen, infiltreren en vertragen in relatie tot verhardingsbelasting Antwoord; de uitwerking van een verhardingsbelasting of heffing vindt niet plaats in dit plan maar valt onder ‘water’
Para 5.7.1.
Biodiversiteit: "maar heeft ook zijn eigen inrichtingsvoorwaarden". Antwoord: er kunnen bij inrichting specifieke maatregelen genomen worden die bijdragen aan biodiversiteit
Para 6.1.
Onderverdeling begroting 2021. Antwoord: Voor de realisering van de ambities zijn de nieuwe bedragen relevant. De bestaande begrotingssystematiek heeft hier geen invloed op.
Para 6.1.
De posten in de aparte tabel zijn niet opgenomen in de begroting. Antwoord: de tabel wordt nog verduidelijkt en aangepast en bij de definitieve vaststelling in de Raad wordt voorgesteld de bedragen in de (bestaande) begroting op te nemen.