03 Uitgangspuntennotitie Warmteprogramma Castricum 2025
Tekst van het document
In 2050 worden alle woningen en utiliteitsgebouwen in Nederland verwarmd zonder aardgas. Dat komt voort uit het Nationaal Klimaatakkoord uit 2019. In het Klimaatakkoord hebben overheden, bedrijven en maatschappelijke organisaties afgesproken hoe Nederland de uitstoot van broeikasgassen gaat terugdringen. Onderdeel hiervan is de warmtetransitie: de opgave om 7 miljoen woningen en 1 miljoen utiliteitsgebouwen te verwarmen met hernieuwbare energie in 2050. De verantwoordelijkheid voor het aardgasvrij maken van woningen en utiliteitsgebouwen is door het Rijk bij gemeenten belegd. Op 22 oktober 2024 bent u in een RIA geïnformeerd over de procedure voor het nieuwe Warmteprogramma, waarmee we verdere uitvoering geven aan deze opgave. Een Warmteprogramma beschrijft de plannen voor het verduurzamen en aardgasvrij maken van de gemeente in de komende 10 jaar. Het beschrijft in welke gebieden we de komende jaren aan de slag gaan en wat ruwweg de verwachte aanpak is. Het Warmteprogramma is een programma onder de nieuwe Omgevingswet. Vaststelling is zodoende een bevoegdheid van het college. Wel wordt u als raad geconsulteerd over de inhoud van het Warmteprogramma en wordt u gevraagd om de daarin benoemde uitgangspunten vast te stellen. Dit is van belang omdat de gemeenteraad een kaderstellende rol heeft en de nodige kaders voor de warmtetransitie ontbreken in de huidige Omgevingsvisie.
Deze uitgangspunten dienen als basis voor het maken van keuzes en het nemen van beslissingen binnen de warmtetransitie. Alle stappen die worden gezet in de warmtetransitie, kunnen getoetst worden aan deze uitgangspunten. Ook in vervolgstappen richting het concretiseren van aardgasvrije wijken zijn deze principes leidend.
Uitgangspuntennotitie - Warmteprogramma Castricum
2025
Hieronder volgen de uitgangspunten voor het Warmteprogramma.
Voor alle inwoners, gebruikers en pandeigenaren die nog afhankelijk zijn van aardgas, komt een duidelijk handelingsperspectief hoe zij uiterlijk in 2050 aardgasvrij kunnen zijn. We zorgen op korte termijn voor duidelijkheid over de route naar aardgasvrij om zo desinvesteren te voorkomen. Dit geldt ook voor grootverbruikers en eigenaren van zakelijk en maatschappelijk vastgoed. Door middel van het Warmteprogramma zorgen we dat verschillende initiatieven in een verhaal worden geplaatst. We nemen daarvoor de initiatieven van verschillende stakeholders - zoals geplande werkzaamheden en investeringen van bijvoorbeeld Liander en de gemeente - mee in de analyse, zodat deze leidt tot een robuust eindbeeld en de juiste afwegingen biedt voor toekomstige investeringen. Bij de nadere uitwerking van de warmteoplossing per gebied en fasering van gebieden wordt gekeken naar kosteneffectiviteit (laagste nationale kosten), ruimtelijke impact van de energie-infrastructuur, eindgebruikerskosten, de belasting van het elektriciteitsnet en koppelingen met overige duurzaamheidsthema’s.
De meest duurzame energie is de energie die je niet gebruikt. Energiebesparing is daarom een belangrijk thema in de warmtetransitie. Er wordt stevig ingezet op isolatie en eventueel op hybride warmtepompen, zodat de inwoner al op korte termijn kosten en CO2 bespaart en de overstap naar aardgasvrij later makkelijker kan worden gemaakt. We sluiten in het Warmteprogramma aan bij het Nationaal Isolatieprogramma en kijken naar zowel grote als kleine maatregelen, zoals de energieklusdienst.
We willen dat de overstap naar aardgasvrij betaalbaar is. Bij het uitwerken van de beoogde warmteoptie wordt daarom naast de kosteneffectiviteit (laagste nationale kosten) ook gekeken naar de betaalbaarheid voor inwoners, ondernemers en andere gebouweigenaren (eindgebruikerskosten). Hierbij gaat het niet alleen over de kosten van de aanschaf of aansluiting, maar ook tijdens de hele levensduur van de warmte oplossing en de energielasten.
We betrekken inwoners, bedrijven en de gemeenteraad vroegtijdig in de planvorming en uitvoering van de warmtetransitie op gebiedsniveau. De warmtetransitie komt in de buurt achter de voordeur. Het is dus vanzelfsprekend dat wij de inwoners en andere gebouweigenaren betrekken als we in hun wijk of buurt aan de slag gaan en concrete plannen maken om aardgasvrij te worden. Uiteindelijk maken de gebouweigenaren zelf de beslissing hoe en wanneer ze de overstap willen maken, voor de uiterste datum. We stimuleren inwonersinitiatieven in de warmtetransitie en ondersteunen deze in het verder professionaliseren als zij dit willen. Hiermee zijn we al gestart in 2023 en hier gaan we mee door. Samen met actieve inwoners wordt een uitvoeringsplan per gebied opgesteld. Als er al een bepaalde mate van organisatie en enthousiasme is bij inwoners, is dit heel goed voor de samenwerking en het meekrijgen van andere inwoners in het gebied.
2
Uitgangspuntennotitie - Warmteprogramma Castricum
2025
Verbouw De stap naar een aardgasvrije gemeente zorgt voor extra druk op het elektriciteitsnet. Bij de transitie naar aardgasvrije gebieden, wordt goed gekeken naar de verschillende manieren waarop deze belasting zo klein mogelijk wordt gemaakt, bijvoorbeeld door het stimuleren van slimme warmtepompen. Deze warmtepompen kunnen het elektriciteitsnet ontlasten door voornamelijk stroom te gebruiken op de momenten dat er veel zonne- of windenergie beschikbaar is en tijdens piekmomenten van het net juist tijdelijk minder stroom te verbruiken.
Nieuwbouw Ook bij gebiedsontwikkelingen is het belangrijk om rekening te houden met de beperkingen van het elektriciteitsnet. De gemeente stimuleert het netbewust bouwen, zodat projectontwikkelaars dit meenemen in de keuze van de elektriciteitsvoorziening om zo de belasting van nieuwbouw ontwikkelingen op het elektriciteitsnet te beperken.
In 2024 is de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) aangenomen door de Eerste en de Tweede Kamer. Met deze wet krijgen gemeenten per 1 juli 2025 een aanwijsbevoegdheid: de mogelijkheid om gebieden aan te wijzen waar na een periode van minimaal 8 jaar de levering van aardgas stopt. De aanwijsbevoegdheid geeft gemeenten de mogelijkheid om woningeigenaren extra te activeren om aan de slag te gaan, en om netbeheerders meer duidelijkheid te geven zodat zij hun planning voor verzwaring van het net hierop kunnen afstemmen. Om van deze aanwijsbevoegdheid gebruik te kunnen maken, moet het voornemen om dit voor een bepaald gebied in te zetten opgenomen worden in het Warmteprogramma. Vervolgens moet dan in een uitvoeringsplan voor dat gebied worden aangetoond en voldoende onderbouwd dat er een geschikt alternatief voor aardgas is. Pas daarna kan de voorgenomen einddatum voor gaslevering – na goedkeuring van de gemeenteraad – leiden tot aanpassing van het omgevingsplan voor dat gebied. Al dan niet gebruik maken van deze aanwijsbevoegdheid heeft impact. Niet opnemen zal beperkend werken in de uitvoering van het warmtebeleid en de haalbaarheid van de doelen onder druk zetten. Het wel opnemen (en later ook gebruiken ervan) betekent dat bewoners eerder dan nu in de wet staat (te weten 2050) een alternatief voor aardgas moeten kiezen en die overstap moeten maken.
Dit is nadrukkelijk een bestuurlijke afweging. In die afweging weegt dit laatste zwaarder. Dit instrument wordt daarom, contrair aan het ambtelijk advies, niet opgenomen in het Warmteprogramma.
3