03 Memo Spoor 2 maatregelen Ombuigingen versie 3
Tekst van het document
MEMO Aan
: Tijdelijke commissie Begroting 2021 e.v.
Afdeling
: Bedrijfsvoering
Opstellers
: G.A. Suanet / M. Konijn
Datum
: 18 april 2021
Telefoonnr.
: 088 909 7610
Kenmerk
:
Onderwerp
: Voorstellen met maatregelen voor het verminderen van het structurele tekort 2022 en verder
De exploitatiebegroting van de gemeente Castricum is als gevolg van de structurele (trendmatige) tekorten in het sociaal domein in zwaar weer gekomen. In het afwegingsproces met uw raad om te komen tot een structureel sluitende meerjarenbegroting, heeft het college van Gedeputeerde Staten van Noord-Holland conform het geldende toezicht regime besloten de gemeente Castricum preventief toezicht op te leggen. In bijgaand memo ontvangt u de verkenningen met (beheers)maatregelen die moeten leiden tot een vermindering van het tekort 2022 e.v. (spoor 2) en de opheffing van het opgelegde preventief toezicht. Tevens nemen wij u mee in de eerste bespiegelingen van de effecten van de herverdeling van de uitkering van het gemeentefonds. De opdracht vanuit spoor 2 In de memo voor spoor 1 (21 december 2020) hebben wij voor u destijds geschetst waaruit de voorzet voor spoort 2 zou bestaan. Er zijn in de TCB vergadering van 14 januari, 11 februari en 4 maart door enkele leden nog aanvullingen gegeven die wij in onderstaande opzet hebben verwerkt. Recapitulerend: In de brief van 8 december 2020 ‘Procesbrief beheersing financiën 2021 en verder’ is aangegeven dat spoor 2 inhoudt dat er ombuigingsvoorstellen zullen worden voorgelegd om te kunnen komen tot een structureel (meerjarig) sluitende begroting.
Deze ombuigingsvoorstellen moeten uiteindelijk leiden tot een structureel sluitend voorstel bij de kadernota 2022. Het raadsbesluit dat zal worden voorgelegd zal dit jaar dan niet luiden ‘we nemen kennis van….’, maar ‘we stellen de kadernota 2022 vast’. Dit met name om het signaal aan Gedeputeerde Staten van NH te geven dat het een definitief voorstel is welke zijn beslag zal krijgen in een sluitende begroting 2022 en verder. Hierdoor zou op dat moment ook het preventief toezichtkader kunnen worden ingetrokken. Om de meerjarenraming vanaf 2022 structureel sluitend te laten zijn gaan wij onder meer u voorstellen doen in het kader van budgettering van: Lastenbudgetten in de exploitatiebegroting, zoals interessant zouden kunnen zijn: - Lonen, duurzame goederen, inhuur personeel (gemeente en/of werkorganisatie BUCH), goederen en diensten, subsidies, kapitaallasten a.g.v.
investeringsbeslissingen (en wijze van dekking hiervan) en stortingen in reserves. Opzet projectenscan (doorgaan met/stopzetten van of in de tijd prioriteren). Dat betekent dat op alle domeinen wordt gekeken naar besparingen, stopzetten van taken, beïnvloedbaarheid van contracten, relaties en afspraken met gemeenschappelijke regelingen (inclusief de BUCH werkorganisatie), doorgaan met of afzien van grotere investeringen en de wijze van dekken hiervan, subsidie beleidsafspraken etc. Batenbudgetten in de exploitatiebegroting, zoals interessant zouden kunnen zijn: - Diverse soorten belastingen, grondexploitatie opbrengsten, huuropbrengsten, legesopbrengsten, vermogensopbrengsten en het verloop van de algemene uitkering uit het gemeentefonds. Dat betekent dat op alle domeinen wordt gekeken naar het verhogen van inkomsten. Door middel van hogere belastingen, hogere legestarieven, rendement behalen op contante middelen, analyse algemene uitkering uit het gemeentefonds, optimaliseren van verhuur etc. De financiële opdracht: Vanuit de ingediende begroting 2021 en de reactie hierop van de provincie is onderstaande opstelling te maken:
Begrotingssaldo (na amendement) Taakstelling GR BUCH Nullijn GR-en (excl. BUCH) Nullijn te verstrekken subsidies Begrotingssaldo oordeel provincie Aanname herverdeling GF *) Effect sept2020 circ. + 2e firap 2020 Voorstel spoor 1 Benodigde taakstelling Begrotingssaldi
2021 -1.997
-1.997 -237 + 1.530 -704
2022 -81 -722 -84 -64 -951 -358
2023 162 -1.143 -162 -128 -1.271 pm -303
2024 -44 -1.615 -223 -192 -2.074 pm -211
+ 1.309 0
+ 1.574 0
+ 2.285 0
*) zie toelichting later in dit memo.
De benodigde taakstellingen voor de jaren 2022 t/m 2024 kunnen op allerlei wijze worden behaald, dus ook uit formeel gerealiseerde taakstellingen op bijvoorbeeld willekeurig welke gemeenschappelijke regeling (inclusief BUCH) of afgesproken bevriezingen op indexatie van structurele subsidies. Andere mogelijkheden worden later in dit memo benoemd. Het zwaartepunt ligt duidelijk in het laatste begrotingsjaar van de huidige meerjarenraming. Niet in het staatje meegenomen maar wel erg van belang zijn de besparingen die behaald kunnen worden door de beheersmaatregelen sociaal domein. De structurele opdracht zoals die in de begroting 2021 is meegenomen bedraagt hiervoor zo’n € 2 mln. Actueel gemeentefonds: Op moment van schrijven is het herverdelingsvoorstel voor het gemeentefonds richting de Tweede Kamer gezonden. Er is kritiek op het feit dat de noordelijke gemeenten (gemeenten provincies Friesland en Groningen) er heel slecht uitkomen, terwijl de maatschappelijke problematiek daar al groot is, echter voor de gemeente Castricum vallen de eerste inzichten relatief sterk mee. Hielden we er in een eerder stadium, a.g.v. een aantal publicaties rekening mee dat de gemeente er nog wel eens structureel € 2,5 mln.
bij kon inschieten, inmiddels is duidelijk dat we tot de kleine nadeelgemeenten behoren en dat een eerste berekening aangeeft dat de teruggang beperkt zal blijven tot maximaal € 230.000 (ingang 1
2
januari 2023). Het is in ieder geval duidelijk dat wij op dit moment in het kader van spoor 2 niet direct rekening hoeven te houden met dit gegeven. Dat is een aanzienlijke verbetering. In bijgaande memo vind U onder het hoofdstuk ‘Overige’ hierover meer achtergrond informatie. Inzichten ten behoeve van spoor 2: Het college heeft voor u als raad een pakket samengesteld, welke bestaat uit vele ‘blokken’ waarin besparingsmogelijkheden zitten en we benoemen ook situaties daar waar wij denken dat het niet mogelijk of wenselijk is. Het college doet op dit moment bewust geen voorstel en zal in samenspraak met uw raad trachten uit te zoeken op welke wijze u wilt komen tot een pakket aan maatregelen die de meerjarige tekorten moeten oplossen. Actueel: Op dit moment wordt de laatste hand gelegd aan de resultaten van de jaarrekening 2020 van de gemeente Castricum. We hebben ons daarbij specifiek toegespitst op de tekorten in het sociaal domein en hoe deze tekorten zich trendmatig lijken te ontwikkelen. Bij de opstelling van de begroting 2021 is immers een op dat moment zichtbare (landelijke) trend in de begrotingscijfers verwerkt. Op dit moment kunnen wij, met een klein voorbehoud, aangeven dat de meerjarige ramingen in de programmabegroting 2021 overeenkomen met de uitslagen die de jaarrekening 2020 laat zien.
Weliswaar laat het sociaal domein naar verwachting een plus zien van enige tonnen, maar dit is afgezet tegen de negatieve bijraming in de 2e firap 2020 welke na de opstelling van de begroting 2021 is verschenen. De jaarrekening 2020 als geheel laat eveneens naar verwachting een beter beeld zien dan waarbij in de 2e firap 2020 mee is rekening gehouden. Inmiddels zijn ook de opbrengsten van de TCB vergaderingen van 14 januari en 11 februari verwerkt. Om naar een eindrichting op te kunnen gaan hebben we in bijgaand memo een voorbeeld opgenomen hoe spoor 2 zou kunnen worden aangevlogen. We benadrukken uiteraard dat het slechts een voorbeeld is en dat er talloze andere varianten te bedenken zijn. Het voorbeeld geeft wel aan dat het goed mogelijk is bij de kadernota tot een sluitende meerjarenbegroting te kunnen komen. Het voorbeeld is opgenomen onder het kader ‘conclusies mogelijkheden spoor 2’. In de technische sessie van 6 april zal met name de gedachte achter het voorbeeld nader worden toegelicht.
Taakstelling GR werkorganisatie BUCH De inzet van het college is er in eerste aanleg op gericht voor het jaar 2022 de nullijn met de GR werkorganisatie BUCH af te spreken. Dat kan door geen indexatie aan de budgetten toe te voegen of na indexatie voor een gelijk bedrag te bezuinigen. Om u een indruk te geven wat dit betekent hebben wij een voorbeeldberekening gemaakt. We zijn hierbij uitgegaan van een loon, inhuur en overhead percentage van 3% en een materieel percentage van 1,4% (de laatste is afkomstig uit de FUGR afspraken in de regio. Loon index Materiele index Aandeel Castricum 34,56%
Index % 3,0 1,4
Aandeel % 86,6 13,4
€ € €
Basisbedrag *) Indexbedrag 72.156.000,00 € 1.874.613 72.156.000,00 € 135.365 € 2.009.978 694.648
*) Basisbedrag is vooralsnog 2e voortgangsrapportage BUCH 2020
Deze inzet is voor het college van Castricum van groot belang, omdat de bijdrage aan GR werkorganisatie BUCH ongeveer 1/3 uitmaakt van onze begroting. Onder de aanname ‘iedereen draagt bij’ vanuit het begrotingstekort. Het legt tegelijkertijd een bodem onder de
3
benodigde bezuiniging door het structurele effect ervan. Onderstaande opstelling laat dat zien.
Begrotingssaldo (na amendement) Taakstelling GR BUCH Nullijn GR-en (excl. BUCH) Nullijn te verstrekken subsidies Begrotingssaldo oordeel provincie Aanname herverdeling GF *) Effect sept2020 circ. + 2e firap 2020 Voorstel spoor 1 Effect BUCH besparing Resterende taakstelling Begrotingssaldi
2021 -1.997
-1.997 -237 + 1.530
-704
2022 -81 -722 -84 -64 -951 - 358
2023 162 -1.143 -162 -128 -1.271 pm -303
2024 -44 -1.615 -223 -192 -2.074 pm -211
+ 695 + 614 0
+ 695 + 879 0
+ 695 + 1.590 0
Inmiddels heeft op woensdag 10 februari het BUCH bestuur een ander besluit genomen. Met de gemeente Castricum als enige tegenstemmer is er het besluit genomen een beleids (lees: bedrijfsvoerings) arme begroting op te stellen waarbij de lonen met 3% worden geïndexeerd en de materiele uitgaven met 1,4%. Tegelijkertijd wordt er een onderzoek gestart naar besparingen in de BUCH werkorganisatie op het gebied van efficiency en wordt er onderzocht in hoeverre het basispakket kan worden aangepast, om zodoende een lagere vaste bijdrage te realiseren met daar waar mogelijk dan meer ruimte voor maatwerk. Er is geen besparingsbedrag genoemd en eventuele resultaten worden pas na de zomer gepresenteerd, zodat er pas in de nieuwe gemeentelijke begrotingen 2022 mee kan worden rekening gehouden. Alle acties zijn dus onzeker en weinig smart op dit moment. Deze ontwikkelingen zijn voor spoor 2 in relatie tot de kadernota 2022 te laat. U kunt als raad in april uw zienswijze afgeven op de, zoals boven opgestelde, begroting van de GR werkorganisatie BUCH voor het jaar 2022. In de TCB vergadering van 4 maart is door een raadslid het uitgangspunt 2020 + cao genoemd. Dat uitgangspunt komt overeen met bovenstaande opstelling (2021 + cao -/- cao) van het college, niet met dat van het BUCH bestuur. Praktisch zou bovenstaande tabelopstelling dan gestand worden gedaan.
Het nut van DVO’s (18/04/2021): Het college (en wij menen ook de raad) ziet op dit moment erg veel in het professionaliseren van de wijze waarop de GR werkorganisatie BUCH en de colleges omgaan met de dienstverleningsovereenkomsten. Het schept vooral duidelijk daar waar verschillende gemeenten elkaar ‘beconcurreren’ op personeelsinzet. Als voorbeeld noemen we vooral het ruimtelijk domein. Door de expliciete aandacht van 4 gemeenten op de noodzaak woningen te bouwen dreigt er bij slechte sturing een soort onderlinge concurrentiestrijd te ontstaan. Het college constateert dat er op dit moment hier zeker sprake van is. Dit moet echt anders. Een ander aspect van aandacht hierbij is niet alleen kwantiteit, maar ook kwaliteit. Ook dit element dient op een smarte wijze aandacht te gaan krijgen in de dvo’s. Strategisch personeelsmanagement dient dus ook bij dit onderwerp extra aandacht te krijgen. Door op al deze elementen uitgebreider te sturen zal vanzelfsprekend het kostenniveau van de GR BUCH werkorganisatie beter beheersbaar worden. De Castricumse portefeuillehouders zullen hun inzet hiervoor in het BUCH bestuur verder opvoeren.
4
Huisvestingsplan voor de BUCH werkorganisatie: In maart/april 2020 heeft het BUCH bestuur de opdracht gegeven 3 scenario’s voor toekomstige huisvesting van de BUCH werkorganisatie uit te zoeken. Waarbij 2 scenario’s uitgaan van huisvesting in Castricum en 1 scenario van huisvesting in Bergen. Huisvesting op 1 locatie heeft wat betreft het college van Castricum grote voorkeur. Dat is door de ervaringen die wij hebben opgedaan gedurende de huidige COVID-19 ervaringen alleen maar versterkt. Ook vindt het college dat de locatie in Castricum om meerdere redenen de voorkeur verdiend dan 1 locatie in Bergen. Op 14 april 2021 het BUCH bestuur, in meerderheid, besloten de werkzaamheden van de projectgroep huisvesting, in afwachting van de uitkomsten van het proces BUCH evaluatie tijdelijk, tot uiterlijk 1 oktober 2021, stil te leggen. Ook wordt door de BUCH bestuurders uit Bergen aangegeven dat de Bergense gemeenteraad op dit moment de voorkeur heeft voor huisvesting op twee locaties (Bergen en Castricum). Onderzoek aantal sociale teams: Het college wil graag de samenstelling van de sociale teams v.w.b. personele bezetting en productafnamen bezien in de achtergrond van de inwoneraantallen (het verzorgingsgebied).
Het is het college namelijk opgevallen dat er bijvoorbeeld slechts 1 sociaal team is in Heiloo (verzorgingsgebied 24.000 inwoners), terwijl Castricum er voor haar verzorgingsgebied (36.000 inwoners) er 3 heeft. Om dit goed te kunnen vergelijken wil het college hier een objectief inzicht in hebben. Zij zal dit aan de werkorganisatie vragen.
Investeringsstaat Het doorschuiven van een investering levert slecht incidenteel begrotingsruimte op. Het laten vervallen van een investering levert wel een positieve bijdrage aan het wegwerken van het begrotingstekort. In de huidige meerjarenbegroting wordt rekening gehouden met het volgende investeringsniveau:
Investeringen op het gebied van afval en riolering worden gedekt met kostendekkende tarieven. Een ‘besparing’ op deze onderwerpen levert geen bijdrage op voor het begrotingstekort (maar leidt eventueel wel tot lagere lasten voor de inwoners).
5
In de meest rechtste kolom is het jaarlijkse afschrijvingsbedrag opgenomen. Daarnaast zijn er rentekosten. Aangezien de huidige marktrente (zeer) laag is, is hier in dit overzicht geen rekening mee gehouden. Wordt financieel technisch ook door gemeentecontrolling op een andere wijze rekening mee gehouden. Hierbij de totaalbedragen uitgesplitst in de concrete begrote investeringen 2021-2024: CLUSTER
Objektomschrijving
jaar
vermeerd.
afschr. duur
afschr. bedrag
Afval
Aanschaf KCA-depot
2021
100.000
15
6.666,67
Materieel
CRB Rubberboot 63-39 (incl. reddingsvesten) (2021)
2021
39.300
8
4.912,50
Materieel
CRB Communicatieapparatuur (2021)
2021
12.700
6
2.116,67
Materieel
Strandpost (2021)
2021
320.000
20
16.000,00
Materieel
Strandvoertuig
2021
92.000
8
11.500,00
Onderwijs
IKC Castricum Oost
2021
5.208.300
40
130.207,50
Openbare ruimte
Reconstr. Rijksweg Lim. (2021)
2021
1.150.000
20
57.500,00
Openbare ruimte
Openbare verlichting Rijksweg (2021)
2021
150.000
20
7.500,00
Openbare ruimte
Armaturen/verdeel- en meetkasten OV (2021)
2021
260.000
25
10.400,00
Openbare ruimte
Masten OV (2021)
2021
10.500
50
210,00
Openbare ruimte
Uitvoering fietsbeleidsplan (2021)
2021
95.000
20
4.750,00
Openbare ruimte
Wegenbeheer (2021)
2021
300.000
20
15.000,00
Recreatie
Toplaag renovatie velden Limmen
2021
40.000
15
2.666,67
Recreatie
Hekwerken / veldafrasteringen Noord End
2021
10.000
30
333,33
Recreatie
Beregening de Duinloper
2021
35.000
30
1.166,67
Recreatie
Ballenvangers / doelen Limmen
2021
22.000
30
733,33
Recreatie
Renovatie fundering baan
2021
150.000
15
10.000,00
Recreatie
Speeltoestellen (2021)
2021
150.000
15
10.000,00
Recreatie
Duurzame bestrating vv Limmen
2021
12.000
30
400,00
Riolering
riool Gemalen (2021)
2021
40.000
10
4.000,00
Riolering
riool vervanging (2021)
2021
750.000
60
12.500,00
Riolering
riool afkoppelen (2021)
2021
213.000
60
3.550,00
Overig
Meubilair raadzaal (2021)
2021
90.000
10
9.000,00
9.249.800
6
CLUSTER
Objektomschrijving
jaar
vermeerd.
afschr. duur
afschr. bedrag 7.925,00
Materieel
CRB RWC incl. trailer en reddingsvesten (2022 verv. 2018)
2022
31.700
4
Materieel
CRB Overlevingspakken (2022)
2022
13.200
6
2.200,00
Onderwijs
Renovatie Cuneraschool (2018-2019)
2022
1.800.000
25
72.000,00
Openbare ruimte
Reconstr. Rijksweg Lim. (2022)
2022
1.150.000
20
57.500,00
Openbare ruimte
Openbare verlichting Rijksweg (2022)
2022
150.000
20
7.500,00
Openbare ruimte
Armaturen/verdeel- en meetkasten OV (2022)
2022
206.200
25
8.248,00
Openbare ruimte
Masten OV (2022)
2022
64.500
50
1.290,00
Openbare ruimte
Uitvoering fietsbeleidsplan (2022)
2022
270.000
20
13.500,00
Openbare ruimte
Wegenbeheer (2022)
2022
300.000
20
15.000,00
Openbare ruimte
Rotonde Rijksweg-Visweg
2022
1.200.000
20
60.000,00
Recreatie
Kunstgras FC Castricum (NoordEnd) (2020 -> 2022)
2022
400.000
20
20.000,00
Recreatie
Hekwerken / veldafrasteringen handbalterrein Akersloot
2022
50.000
30
1.666,67
Recreatie
Toplaag renovatie velden Puikman
2022
40.000
15
2.666,67
Recreatie
Speeltoestellen (2022)
2022
150.000
15
10.000,00
Recreatie
Vervangen ballenvangers Vitesse
2022
15.000
15
1.000,00
Riolering
Aanleg HWA Pagelaan (2017, wordt 2022)
2022
95.000
60
1.583,33
Riolering
riool Gemalen (2022)
2022
40.000
10
4.000,00
Riolering
riool vervanging (2022)
2022
1.670.000
60
27.833,33
Riolering
riool afkoppelen (2022)
2022
422.000
60
7.033,33
Overig
Tablets raad (2022)
2022
25.000
4
6.250,00 10.810,00
8.092.600 Openbare ruimte
Armaturen/verdeel- en meetkasten OV (2023)
2023
270.250
25
Openbare ruimte
Masten OV (2023)
2023
10.750
50
215,00
Openbare ruimte
Uitvoering fietsbeleidsplan (2023)
2023
70.000
20
3.500,00
Openbare ruimte
Wegenbeheer (2023)
2023
300.000
20
15.000,00
Recreatie
Veldverlichting Puikman
2023
10.000
30
333,33
Recreatie
Toplaag renovatie velden Wouterland
2023
40.000
15
2.666,67
Recreatie
Zandveld 3 hockey Wouterland
2023
310.000
15
20.666,67
Recreatie
Speeltoestellen (2023)
2023
150.000
15
10.000,00
Riolering
riool Gemalen (2023)
2023
40.000
10
4.000,00
Riolering
riool vervanging (2023)
2023
437.000
60
7.283,33
Riolering
riool grondwater (2023)
2023
55.000
20
2.750,00
Overig
Gebouwbeheersysteem (2023)
2023
64.200
10
6.420,00
1.757.200 Openbare ruimte
OV Meet- en verdeelkasten (2024)
2024
10.000
25
400,00
Openbare ruimte
OV Armaturen (2024)
2024
299.648
25
11.985,92
Openbare ruimte
OV Masten (2024)
2024
29.141
50
582,82
Openbare ruimte
Speeltoestellen (2024)
2024
150.000
15
10.000,00
Openbare ruimte
Wegenbeheer (2024)
2024
300.000
20
15.000,00
Recreatie
Renovatie veld Vitesse
2024
35.000
15
2.333,33
Recreatie
Drainage, beregening, hekwerk bestrating Vitesse
2024
40.000
30
1.333,33
Riolering
rioolinvesteringen (2024)
2024
377.493
60
6.291,55
Riolering
rioolgemalen (2024)
2024
57.600
10
5.760,00
Overig
Renovatie douchruimte gym Vondelstr
2024
23.500
25
940,00
Overig
Renovatie douchruimte gym 1e Groeneln
2024
23.500
25
940,00
Overig
Renovatie douchruimte gym Walingstuin
2024
24.500
25
980,00
Overig
Renovatie douchruimte gym Rooseveltln
2024
24.500
25
980,00
1.394.882
Bij de eerste bespreking van dit memo op 4 maart jl. is gevraagd naar inzicht in de maatschappelijke en juridische effecten van het al dan niet schrappen dan wel doorschuiven van de investeringen. Hierbij een tabel die hieraan tegemoet komt.
7
Welke investering Riolering
Maatschappelijk effect Meer rioleringsklachten
Juridisch effect Niet voldoen aan minimaal onderhoudsniveau.
Financieel effect Geen, i.v.m. kostendekkendheid tarief
Afval (KCA-depot)
KCA kan niet meer worden ingeleverd.
Niet voldoen aan wettelijke eisen
Geen, i.v.m. kostendekkendheid tarief
Onderwijs - IKC Oost
…..
Zie overzicht. Afschrijving € 130.207 p/j.
- Renovatie Cunera
….
Gemeente heeft de taak te zorgen voor adequate onderwijshuisvesting. Gemeente heeft de taak te zorgen voor adequate onderwijshuisvesting.
Openbare ruimte - wegen
Slechtere wegen, ongemak.
Niet voldoen aan minimaal onderhoudsniveau.
Zie overzicht. Uitstel kan mogelijk extra kosten in de toekomst betekenen.
Later bereiken van energiebesparing. Meer kans op storingen bij te late vervanging. Veiligheid, doorstroming Slechtere doorstroming
Voldoen aan minimale eisen van voldoende openbare verlichting.
enerzijds besparing op kapitaallasten, anderzijds minder gerealiseerd besparing op energielasten. Zie overzicht. Zie overzicht. Afschrijving € 130.000 p/j. Let op: mislopen toezeggingen m.b.t. subsidies.
- openbare verlichting
- fietsbeleidsplan - reconstructie Rijksweg
Alleen als veiligheid in het geding is. MOGELIJK NIET VOLDOEN AAN ONDER NIVO
Zie overzicht. Afschrijving € 72.000 p/j. Let op: dit is renovatie. Nieuwbouw vergt een hogere investering.
- rotonde Visweg-Rijksweg Geen oplossing van een knelpunt.
Afspraken i.h.k.v. Grex Zandzoom?
Zie overzicht. Afschrijving € 60.000 p/j.
Welke investering Recreatie - sportinvesteringen
Maatschappelijk effect
Juridisch effect
Financieel effect
Investeringen zijn nodig om veilig te kunnen blijven sporten. Mochten investeringen niet direct nodig zijn worden ze doorgeschoven. Ze vinden plaats als het echt niet meer anders kan.
Niet voldoen aan minimaal onderhoudsniveau.
Zie overzicht. Diverse afschrijving.
- speelvoorzieningen
Minder en mogelijke kleinere speelplaatsen. Dit zal onvrede geven bij bewoners waarbij de klachten gaan toenemen. Ander aspect is dat kinderen nog minder buiten gaan spelen terwijl beweging voor de jeugd, met name buiten, zo belangrijk is.
Niet voldoen aan minimaal onderhoudsniveau.
Zie overzicht. Afschrijving € 10.000 p/j.
Materieel CRB
CRB is niet in staat haar taak op een adequate wijze invulling te geven.
Niet voldoen aan wettelijke eisen omtrent veiligheid.
Zie overzicht. Diverse afschrijving.
Overige Meubilair raadzaal Vaker iets stuk, meer onderhoudskosten N.v.t. Tablets nieuwe raad (2022) Raads-/commissie leden kunnen het werk Is op basis van Verordening rechtspostitie onvoldoende uitvoeren raadsleden (11-7-2019)
Gebouwenbeheersysteem Gerri Zonneveld: Voor het gemeentehuis N.v.t. staat een vervanging cyclus van het gebouwbeheersysteem. Hiermee kunnen we de technische installaties van het gemeentehuis aansturen en controleren. We kunnen deze cyclus verlengen. Dit komt dan ook beter uit met eventuele aanpassingen gemeentehuis in het kader van centrale huisvesting. Of het wordt dan in dat project meegenomen. Doucheruimtes gymlokalen Minder comfort. Niet meer van deze tijd N.v.t.
Zie overzicht. Afschrijving € 9.000 p/j. Zie overzicht. Afschrijving € 6.250 p/j. Bedrag is feitelijk tekort i.v.m. uitbreiding naar commissieleden (Rb. 11-7-2019) Zie overzicht. Afschrijving € 6.420 p/j.
Zie overzicht. Afschrijving ong. € 950 p/j per gymlokaal
8
Afwaarderen bestaande activa In de Commissie TCB is de suggestie gedaan te kijken naar het mogelijk versneld afschrijven van activa. Deze mogelijke extra afschrijving is gehouden aan de boekhoudkundige regels hiervoor, maar kan wel incidenteel ten laste van de exploitatie worden gebracht als dit is toegestaan, waardoor structureel een lagere kapitaallast kan ontstaan. Een ronde langs de bestaande activa heeft naar voren gebracht dat het mogelijk verstandig kan zijn, om meerdere redenen, de huidige boekwaarde van het gemeentehuis versneld af te schrijven richting de marktwaarde. Er zijn redenen om voor versnelde afschrijving te kiezen: Verlaging van de structurele kapitaallast op de exploitatiebegroting (bijdrage spoor 2); Het is financieel economisch verstandig de boekwaarde te laten matchen met de economische waarde op de markt; Het zou een overdracht naar de BUCH (één locatie) vereenvoudigen. Op dit moment is er een groot verschil tussen de huidige boekwaarde, de ozb waarde en de marktwaarde van het gebouw. De boekwaarde bedraagt per ultimo 2020 € 12,640 mln. Terwijl de marktwaarde grofweg wordt geschat op € 5,990 mln. Er wordt annuïtair afgeschreven. Financieel effect van het afwaarderen van activa gemeentehuis Afschrijving Door een (eenmalige) afboeking hoeft er in latere jaren minder te worden afgeschreven. De afboeking is een nadeel in het jaar van afboeken.
Door de afboeking hoeft er in de daaropvolgende jaren minder te worden afgeschreven. Dit is een voordeel van opgeteld hetzelfde bedrag als de afboeking zelf, maar dan uitgesmeerd over de restant afschrijvingsduur. Omdat het in dit geval een activa betreft met een annuïtaire afschrijvingsmethodiek loopt het afschrijvingsbedrag jaarlijks op. Het voordeel wordt jaarlijks dan ook hoger. Overzicht (bij een afboeking van € 6,64 mln naar € 6 mln boekwaarde per 1-1-2021): HUIDIG AFSCHRIJVINGSSCHEMA jaar boekwaarde 1-1 afschr. 2020 12.907.979,31 268.076,95 2021 12.639.902,36 274.778,87 2022 12.365.123,49 281.648,34 2023 12.083.475,15 288.689,55 2024 11.794.785,60 295.906,79 2025 11.498.878,81 303.304,46 2026 11.195.574,35 310.887,07 2027 10.884.687,28 318.659,25 2028 10.566.028,03 326.625,73 2029 10.239.402,30 334.791,37 2030 9.904.610,93 343.161,16
AANGEPAST AFSCHRIJVINGSSCHEMA boekwaarde 1-1 afschr. 12.907.979,31 268.076,95 6.000.000,00 130.434,03 5.869.565,97 133.694,88 5.735.871,09 137.037,25 5.598.833,83 140.463,19 5.458.370,65 143.974,77 5.314.395,88 147.574,13 5.166.821,75 151.263,49 5.015.558,26 155.045,08 4.860.513,18 158.921,20 4.701.591,98 162.894,23
verschil afschr. -144.344,84 -147.953,46 -151.652,30 -155.443,60 -159.329,69 -163.312,94 -167.395,76 -171.580,65 -175.870,17 -180.266,92
Rente De geboekte doorbelaste rente is een dekking van de daadwerkelijke te betalen rente. De daadwerkelijk te betalen rente wordt via een omslagrentepercentage omgeslagen over alle activa. Door het afboeken van de activa verandert de daadwerkelijk te betalen rente niet. Als er minder toegerekend wordt aan het gemeentehuis, dan zal er meer rente richting de andere activa's worden doorbelast. M.a.w. een rentevoordeel bij het gemeentehuis, is op andere plekken in de exploitatie een rentenadeel (terwijl er voor die activa's niets wijzigt). Per saldo is er geen rente voor- dan wel nadeel. 9
Projectenscan De projectenscan kan voornamelijk worden gedestilleerd uit de investeringenstaat. Hierin staan de grotere projecten welke een beslag leggen op ambtelijke capaciteit en middelen. Op dit moment voorzien wij een aantal projecten die qua volume en ambtelijke capaciteit impact kunnen hebben op de financiële situatie op de korte en middellange termijn. We noemen: Bouw nieuw zwembad Noord-End, onderwijsontwikkelingen zoals nieuwbouw IKC-Oost en nieuwbouw Cunera. En een aantal grotere verkeers- en rioleringsmaatregelen zoals de verkeerssituatie Beverwijkerstraatweg (spoorse doorsnijding IVP), rotonde Rijksweg-Visweg (VRI) en de herinrichting De Bloemen. En tenslotte de uitvoering van het fietsbeleidsplan en openbare verlichting. Hierbij hebben we ook bezien welke overige exploitatiekosten (niet zijnde kapitaallasten) volgen na uitvoering van deze projecten. Onderstaand lichten wij de stand van zaken met betrekking tot deze projecten toe. Bouw nieuw zwembad Noord-End: het project bevind zich in aanloop naar de uitvoeringsfase. Hierbij is er aandacht voor de komende aanbesteding en de voorbereiding voor de locatie gebonden kosten, welke uit de algemene reserve worden gedekt. Hierbij rest nog wel de vraag of alle locatie gebonden kosten wel in een keer gedekt mogen worden. Er zullen investeringen zijn welke dienen te worden geactiveerd.
Op dit moment zijn in de exploitatiebegroting alle te verwachten exploitatiekosten van het zwembad (inclusief kapitaallasten) gedekt. In onderstaand hoofdstuk noemen wij nog een mogelijk alternatieve wijze van dekking van deze exploitatielasten. Onderwijs- nieuwbouw IKC-Oost en nieuwbouw Cunera: deze projecten bevinden zich nog in de inventarisatiefase. Er zijn op dit moment twee kredieten geraamd: € 1,8 mln. startkrediet voor mogelijke renovatie/nieuwbouw van de Cuneraschool (2022) en een krediet van € 5 mln. voor een integraal kindcentrum (IKC) in Castricum Oost (2021). De hiermede gemoeide kapitaallasten zitten in de begroting meerjarig verwerkt. De besluitvorming over deze projecten zal nog enige tijd op zich kunnen laten wachten. Ten aanzien van de benodigde hoogte van de definitieve kredieten is dus op dit moment nog niet veel te zeggen. Incidenteel kan het kapitaallastenbudget voor 2022 m.b.t. het project IKC-Oost (€ 130.208) vervallen, de uitgaven zullen zich niet (in enige mate omvang) gaan voordoen in 2021. Verkeers- en rioleringsprojecten: hierbij maken we eerst onderscheid in de verkeers- en rioleringsprojecten.
Hoewel een aantal projecten op beide soorten zullen samenvallen is op hoofdlijn wel op te merken dat de investeringen in de rioleringsprojecten over het algemeen noodzakelijk zijn en in een uitgekiend schema zitten, waardoor de rioolheffingen door de jaren heen egaal verlopen met nauwelijks stijgende tarieven. Er zou sprake kunnen zijn van verschuivingen in de tijd, maar dit zal inzake spoor 2 geen bijdrage leveren. De projecten herinrichting De Bloemen en de rotonde Rijksweg-Visweg zitten in een dusdanig stadium van het project dat stopzetting of tijdsprioritering geen soelaas zal bieden. Voor de rotonde Rijksweg-Visweg ligt dat technisch gezien anders, maar daar is onze inschatting dat dit politiek gezien een heel gewenst project is, dus ook hier geen spoor 2 bijdrage te verwachten. Met betrekking tot de verkeerssituatie Beverwijkerstraatweg bij het spoor ligt dit anders. De investeringen voor een ondergrondse spoorse doorsnijding laten nog een aantal jaren op zich wachten. Wel staat er op dit moment nog een restantkrediet open van € 2.360.000 beschikbaar voor de korte termijn maatregelen Beverwijkerstraatweg, veiligheidsinvesteringen bij het spoor. Deze maatregelen hangen nauw samen met een lopend onderzoek inzake de afsluiting van de Dorpsstraat in het centrum. Deze pilot kan op dit moment vanwege corona (geen juist
10
effectonderzoek mogelijk) geen doorgang vinden. In spoor 1 zijn de kapitaallasten van dit krediet uit 2016 vrijgevallen in het boekjaar 2021 (voor achterblijvende uitgaven in het rekeningsjaar 2020). Het resterende krediet kan na recent onderzoek met € 778.000 worden afgeraamd tot € 1,582 mln. Hierdoor kan er een bedrag van structureel € 38.800 vrijvallen in de exploitatierekening. Uitvoering fietsbeleidsplan: Voor de uitvoering van het fietsbeleidsplan zijn voor de jaren 2020 t/m 2023 3 kredieten opgenomen van elk € 330.000. De uitvoering zal gefaseerd worden uitgevoerd in deze jaren en de verwachting is dat de uitvoering iets vertraagd zal zijn door de jaren heen. Het traject van de doorfietsroute (Alkmaar-Haarlem: Castricumse deel) is op dit moment nog onderwerp van gesprek. De verwachting is dat in de loop der jaren de kapitaallasten (investeringen met een afschrijvingsduur van 20 jaar) licht zullen achterblijven bij de planning. Dit levert kleine, doch vooraf niet goed in te schatten afwijkingen op in de exploitatie. We zullen dat jaarlijks bijstellen. Voor spoor 2 levert dat op dit moment geen echte bijdrage op. Openbare verlichting: Er is uitgebreid gekeken naar investeringen welke direct de exploitatielasten verlagen. Openbare verlichting is hierbij het eerste waar je aan denkt. Er zijn in Castricum zo’n 7.000 openbare lichtmasten.
Tot en met 2019 zijn er hiervan zo’n 2.000 vervangen door led verlichting. In de huidige periode 2020 t/m 2023 vervangen we er nog eens 2.500 stuks. De electriciteitsbesparing die dat met zich meebrengt zijn samen met de investeringskredieten al in de meerjarenraming t/m 2023 verwerkt. Vanaf 2024 worden de laatste 2.500 armaturen vervangen. Een versnelde vervanging levert een verlaging op van de electriciteits kosten, maar de kapitaalvernietiging van de investeringen zou bij een versnelde uitvoering groter zijn. Reactie domein na teruglegging reactie commissie: De essentie van kapitaalvernietiging is juist. Daarnaast hebben we de minst duurzame armaturen reeds vervangen. Het restant is nog geen LED, maar op zijn minst iets minder zuinig. De huidige planning is geënt op een gelijkmatig verloop, waarbij we de komende jaren gaan komen tot volledig energie zuinige LED lampen. Vaak wordt gecombineerd met onderhoud aan wegen, riolen en verkeersreconstructies. Versneld uitvoeren kan altijd, echter met inbegrip van kapitaalvernietiging, extra personele inzet (inhuur of uitbesteding) van OV medewerkers, inkoop en een aannemersmarkt die overspannen is.
Alternatieve mogelijkheden bij financiering/dekking grote investeringen In het (verre) verleden was het toegestaan om bij (grote) investeringen een eventuele dekking uit een (bestemmingsreserve) te verrekenen met het investeringsbedrag. Op deze wijze was het investeringsbedrag lager en de daaruit voortvloeiende kapitaallasten ook. Dit is op deze wijze niet meer toegestaan. Om het inzicht in de financiële positie te verhogen moeten investeringen voor het volledige (bruto)bedrag worden geactiveerd. Wel is het mogelijk om hiernaast een reserve ter dekking van de kapitaallasten te zetten. Bij het dekken van grote investeringen kan dus gebruik worden gemaakt van de aanwezige reserves. In een dergelijk geval wordt een deel van de algemene reserve afgezonderd als een bestemmingsreserve ter dekking van kapitaallasten. Gedurende de looptijd van de investering wordt geput uit deze reserve, zodat de kapitaallasten de facto niet of minder drukken op de exploitatiebegroting. Wij zien deze mogelijkheid om bij gebrek aan het kunnen behalen van beleggingsrendement over ons vermogen a.g.v. de extreem lage rente als een 11
mooie mogelijkheid de incidentele middelen waarover wij in ruime mate beschikken een min of meer structurele rol te kunnen laten vervullen in de exploitatierekening. Nadeel van een dergelijke constructie is dat bij vervanging van het actief alsnog dekking gezocht moet worden voor de structurele lasten van de vervanging. Immers de reserve die bij de aanvang van de investering is gecreëerd is leeggelopen. Maar dan spreken we over een periode van 30 jaar of verder. Voorbeelden van grote investeringen die op een dergelijke wijze gedekt kunnen worden: Het nieuw te bouwen zwembad, IKC Oost, nieuwbouw Cunera. Voorbeeld zwembad: De investering van € 12,45 mln. volledig onttrekken uit de reserve (minder algemene reserve) betekent ruim € 400.000 minder afschrijvingslasten in de exploitatiebegroting. Hierbij kan worden opgemerkt dat eventuele opbrengsten van vrijkomende locaties weer gestort kunnen worden in de (algemene) reserve, zodat de vermogenspositie weer wordt versterkt. De beoordeling van de reservepositie en specifiek bezien het benodigd weerstandsvermogen hierbij (het kunnen opvangen van risico’s in de tijd) is op dit moment met een waardering van 3,88 uitstekend (hoogste rating: A). De noodzakelijke weerstandscapaciteit (grofweg de reservepositie) kan zelfs dalen met 50% (-/- € 19 mln.) om de hoogste rating met een waardering van >2,0 te behouden.
Een combinatie van dekking van diverse projecten (zwembad, IKC Oost en Cunera) of een enkel groot project kan hierdoor op deze wijze een behoorlijke structurele ruimte in de exploitatiebegroting geven. Het nadeel van deze constructie is hierboven al weergegeven, maar is wellicht politiek aanvaardbaar. Onderstaand de berekening voor als alle drie de projecten op deze wijze worden gedekt. In de begroting wordt nu rekening gehouden met de volgende investeringen: jaar Investering bedrag afschrijving 2021 IKC Castricum Oost 5.208.300 130.208 2022 Renovatie Cuneraschool 1.800.000 72.000 2021-2022 Nieuwbouw zwembad
12.450.000
400.000*
* Het precieze bedrag is nu nog lastig te geven. In het raadsbesluit van november 2019 had nog geen onderscheid in bouwkundige zaken en technische installaties. Ook is uitgegaan van een gelijk bedrag (annuïteit). Hiernaast zijn nog € 2,1 mln. locatie gebonden kosten opgenomen als lastenbudget. Nog niet in de begroting opgenomen: jaar Investering 2022 Nieuwbouw Cuneraschool* Totaal Basisonderwijs Totaal Gymzaalvoorziening Totaal kindcentrum
bedrag 4.785.200 1.400.000 6.185.200
afschrijving 119.630 35.000 154.630
12
Infrastructurele aanpassingen TOTAAL
300.000 6.485.200
15.000 169.630
* Als Cunera wordt nieuwgebouwd valt het renovatiebedrag dat al wel is opgenomen in de begroting (zie hiervoor) vrij! (investeringsbedrag € 1,8 mln. / afschrijvingsbedrag € 72.000 per jaar) Aan de hand van vragen van een aantal fracties een nadere toelichting (18/04/2021): Als er wordt overgestapt naar nieuwbouw Cunera dan: Wordt het krediet opgehoogd van € 1,8 mln. naar € 6,485 mln. Deze ophoging (€ 4.685.200) wordt dan extra gedekt uit de algemene reserve Voor het saldo (effect op tekort) van spoor 2 maakt dit NIETS uit! Het saldo van de algemene reserve gaat wel extra met € 4.685.200) achteruit, het heeft dus wel effect op ons eigen vermogen. Samengevat betekent dit dat wanneer bovengenoemde drie projecten ten laste van de algemene reserve worden gedekt er in de exploitatiebegroting een bedrag van € 602.208 (de huidige afschrijving van projecten die nu in de begroting zijn opgenomen) wordt ‘bespaard’ (ten gunste komt van het begrotingstekort) en er via de algemene reserve jaarlijks een bedrag van € 699.838 (€ 602.208 + € 169.630 -/- € 72.000) wordt gedekt voor de realisatie van bovengenoemde drie projecten met een investeringsbedrag van in totaal € 24.143.500 (€ 5.208.300 + € 12.450.000 + € 6.485.200).
Exploitatiebudgetten Om structureel een begroting in evenwicht te krijgen kan gekeken worden naar het verlagen van de lasten en/of het verhogen van de baten. Baten De door de gemeente zelf te beïnvloeden algemene dekkingsmiddelen zijn de belastingen waarbij de besteding van de opbrengst vrij is. Met name zijn dit de onroerende zaakbelastingen, de toeristen- en forensenbelasting, de hondenbelasting en parkeerbelasting. (Maatschappelijke) effecten: Verhoging van belastingen brengen een aantal effecten met zich mee. We noemen de belangrijkste twee: Lasten verhogend voor inwoners, organisatie, ondernemers en toeristen. Het zorgt er voor dat maatschappelijke voorzieningen in stand kunnen worden gehouden. Onroerende zaakbelastingen De belangrijkste gemeentelijke belasting die dient als algemeen dekkingsmiddel is de onroerende zaakbelasting. Dit zijn eigenlijk drie belastingen. Een heffing over de waarde van woningen opgelegd aan de eigenaar en twee heffingen over de waarde van niet-woningen opgelegd aan de eigenaar en aan de gebruiker van de niet-woning. Huidige begrote opbrengst bedraagt € 6,7 mln. (1% = € 67.000). Vergelijk BUCH-tarieven 2021:
13
Tarieven 2021 woning Bergen Uitgeest Castricum Heiloo
niet-woning niet-woning eigenaar eigenaar gebruiker 0,09540 0,38536 0,00000 0,11950 0,30520 0,22460 0,08214 0,22540 0,20051 0,09070 0,15550 0,13500
Als Castricum de tarieven van Bergen zou hanteren zal de totale opbrengst ozb ruim € 0,7 mln. hoger zijn. Wel een verschuiving van niet-woningen naar woningen. Met de tarieven van Uitgeest wordt de extra opbrengst ong. € 2,68 mln. Met het woning-tarief van Heiloo is de extra opbrengst ozb ruim € 0,51 mln. Hier staat tegenover dat de opbrengst ozb bij niet-woningen met de tarieven van Heiloo ong. € 0,575 mln. lager is. De mix is in Heiloo anders. Het college wil zo mogelijk vasthouden over hetgeen hierover in het raadsprogramma is opgenomen. In het laatste uiterste geval zou wat het college betreft een belastingverhoging mogelijk moeten zijn. Maar dan moeten alle andere mogelijkheden uitgeput zijn. Toeristen- en/of forensenbelasting De toeristen- en forensenbelasting is een belasting die opgelegd wordt aan personen die geen ingezetene is van onze gemeente maar hier wel verblijft. Op dit moment bedraagt de begrote opbrengst toeristenbelasting € 1,14 mln. Het tarief per overnachting bedraagt € 1,80. Elke € 0,10 verhoging levert ongeveer € 60.000 extra toeristenbelasting op. Ook is het mogelijk een betere controle op de naleving van het betalen van toeristenbelasting op te pakken. De kosten om dit te realiseren wegen naar verwachting op termijn duidelijk op tegen de te verwachten extra baten.
Met name is de laatste jaren een groei van bijvoorbeeld Bed & breakfast gelegenheden waarneembaar en loopt de ontvangen toeristenbelasting hiermede geen gelijke tred. Dat is omdat toerisme toeneemt en dus ook de gemeentelijke uitgaven hieraan. Denk aan meer zwerfafval, onderhoud aan wegen, fietspaden, bewegwijzering, inrichting rustplaatsen (bankjes, afvalbakken, info borden), hondenpoep, steun aan VVV, grotere niet kostendekkende voorzieningen zoals bijvoorbeeld een zwembad etc. etc. Dat zijn de meerkosten die je hebt als je veel toeristen ontvangt. Meer toeristen, meer kosten dus hogere toeristen belasting. De stijging van kosten als gevolg van toerisme mag je niet afwentelen op de inwoners. We hebben een vergelijking gemaakt van Nederlandse kustgemeenten. Het Castricumse tarief is een vast tarief van € 1,80 p.p.p.n. Ameland Bergen (NH) Beverwijk Bloemendaal Den Helder Goeree-Overflakkee Goes Heemskerk Heemstede Katwijk
€ 1,59 € 1,85 € 1,00 € 3,00 € 1,33 € 1,20 € 1,35 € 1,00 € 0,00 € 1,63
Sluis Terschelling Texel Uitgeest Veere Velsen Vlieland Vlissingen Wassenaar Westland
€ 2,00 € 1,74 € 2,25 € 1,50 € 1,30 € 2,50 € 2,00 € 1,73 € 3,29 € 5,57 14
Noordwijk Schagen Schiermonnikoog Schouwen-Duiveland ’s-Gravenhage
€ 2,15 € 1,30 € 1,83 € 1,43 € 4,60
Westvoorne Zandvoort
€ 2,11 € 3,00
Een vergelijking op basis van voorzieningen is erg lastig te maken. Elke gemeente heeft zo weer zijn eigen reeks voorzieningen en toeristische marketing kosten, die in een bepaalde mate het tarief bepalen. Op dit moment heft Castricum net onder het gemiddelde. Maatschappelijk effect: De verwachting is dat een verhoging van bijvoorbeeld € 0,50 per overnachting nauwelijks invloed zal hebben op het toeristisch volume in onze gemeente, maar wel op het dekken van de met deze groei gepaard gaande kosten. Ook nieuwe forfaitaire afspraken met de campingeigenaren zullen nauwelijks negatieve effecten op de verblijven hebben. Het is bovendien nog steeds zo dat een aanzienlijk deel van deze heffingen weer in het toerisme worden geïnvesteerd. Op dit moment hebben wij forfaitaire afspraken met de grotere campings voor wat betreft het gebruik van de vaste staanplaatsen. Deze afspraken zijn gedateerd en zijn in vergelijking met andere afspraken in het land economisch gezien achterhaald. Nieuwe afspraken zouden met ingang van het jaar 2022 wenselijk zijn. De camping zijn economisch gezien kerngezond. De exacte financiële impact is op voorhand uit onderhandelingsoogpunt niet te duiden, maar zal in ieder geval tot enkele tienduizenden euro’s kunnen oplopen. Ambtelijk is er een vergelijkingsonderzoek naar de forfaitaire tarieven/uitgangspunten uitgevoerd, welke beschikbaar is voor toepassing.
Heffingen en retributies Naast belastingen heft een gemeente ook heffingen en retributies. Deze mogen niet meer dan kostendekkend zijn. Hierbij gaat het om afvalstoffen- en rioolheffing, marktgelden, lijkbezorgingsrechten en leges. Als de tarieven van heffingen en retributies nog niet volledig kostendekkend zijn, kunnen deze worden verhoogd. Op dit moment loopt er een BUCH breed onderzoek hiernaar. In het kader van de tijdsplanning voor spoor 2 zullen er op dit onderwerp geen nieuwe inzichten kunnen worden meegenomen. Er kunnen in dit onderzoek op voorhand geen conclusies worden getrokken, dit mede omdat met name de wijze van kostentoerekening bepalend is of en hoe kostendekkend wij zijn. Het laatste onderzoek met betrekking tot deze heffingen en contributies is ook al een aantal jaren geleden, en ondanks dat de wet- en regelgeving op dit gebied niet erg is veranderd, zijn op voorhand zondermeer geen conclusies te trekken. Het lijkt verstandig gezien de ontwikkelingen inzake de omgevingswet op dit moment geen beleidswijzigingen door te voeren. Aanname extra rijksmiddelen sociaal domein Op de website van de VNG is 15 maart jl.
een notitie verschenen die opgesteld is door een werkgroep vanuit het netwerk van 100.000+ concerncontrollers met een set gezamenlijke uitgangspunten die gemeenten kunnen gebruiken om tot onderbouwde ramingen te komen van de rijksmiddelen voor de begroting 2022 (https://vng.nl/nieuws/tips-opstellen-begroting2022?utm_medium=email ). Een van de genoemd uitgangspunt betreft de eventueel extra middelen vanuit het rijk voor de jeugdzorg. In de Septembercirculaire 2020 heeft het rijk eenmalig aanvullend € 300 miljoen toegevoegd aan de algemene uitkering voor het jeugdhulpbudget. Bij de meicirculaire 2019 was daarvoor reeds € 1 miljard beschikbaar gesteld voor de periode 2019 – 2021. Dat was in de tranches
15
van € 400, € 300 en € 300 miljoen. Het structureel beschikbaar stellen van extra middelen wordt door het huidige demissionaire kabinet overgelaten aan het nieuwe kabinet. Er heeft inmiddels onderzoek plaatsgevonden naar de kosten die gemeenten maken voor jeugdhulp. Op basis van een onderzoek door AEF is duidelijk het er een structureel tekort is van € 1,7 miljard. Het AEF-onderzoek gaat uit van € 1,5 miljard dat niet-beïnvloedbaar is door gemeenten binnen het bestaande stelsel. In de notitie met aannames bij de kadernota wordt aangegeven “behoedzaam rekening te houden met de verwachte uitkomsten op basis van AEF-onderzoek, omdat er afspraken liggen waar het Rijk aan gecommitteerd is. Advies is om rekening te houden met maximaal 50% van € 1,5 miljard structureel met ingang van 2020. …… Dit kan een mix zijn van hogere baten omdat er extra geld komt en lagere lasten omdat er wettelijk wordt bijgestuurd op de instroom.” Op dit moment houden we in onze begroting rekening met alleen de continuering van € 300 miljoen extra rijksbudget na 2022. Aanpassing van deze aanname naar 50% van € 1,5 miljard betekent een extra batenpost van € 537.500.
Herijking Gemeentefonds Op het gebied van de herijking gemeentefonds is in de voornoemde notitie, opgesteld door een werkgroep vanuit het netwerk van 100.000+ concerncontrollers, het advies opgenomen “in principe geen herverdeeleffecten meenemen bij de begroting 2022. De herverdeeleffecten kunnen namelijk nog wijzigen maar ook de totale omvang kan veranderen. Hierdoor kan het een eventueel negatief herverdeeleffect gecompenseerd worden door een grotere totale koek of een positief herverdeeleffect, minder positief worden.” En daarbij “Natuurlijk geven we het advies om het herverdeelrisico te benoemen in de risicoparagraaf.”. De eerder aanname van een nadeel van € 230.000 m.i.v. 2023 kan op basis van dit advies omgezet worden naar ‘PM’, dit hebben wij dan ook verwerkt. Overige baten (exclusief AU gemeentefonds, huren, grondexploitatieopbrengsten en vermogensopbrengsten) In het kader van spoor 2 zijn de huuropbrengsten niet omvangrijk en besteden we hieraan ook geen extra aandacht. Uiteraard worden onze verhuurcontracten marktconform opgesteld en geïndexeerd. Grondexploitatieopbrengsten zijn wel van importantie voor de financiële positie, echter deze zijn vooral incidenteel van aard. In spoor 2 spelen deze daarom geen echte rol. De gerealiseerde opbrengsten (veelal Zandzoom op dit moment) worden te zijner tijd na realisatie toegevoegd aan de algemene reserve.
Wel interessant in dit kader is de mate waarin de gemeente in staat is om een rendement te verkrijgen uit haar riante reservepositie/eigen vermogenspositie c.q. liquiditeitspositie. Met de huidige rentestanden (kort onder 0 % en lang rond ca. 1%) is dat een moeilijke zo niet onmogelijke opgave. Dit mede omdat er aan rendement altijd een keerzijde zit welke risico heet, en elke gemeentelijke ‘investering’ niet zijnde een bancaire handeling een maatschappelijk doel met een overzichtelijk risico moet ondersteunen. In het verleden is er sprake geweest van de politieke wens incidentele middelen toe te kennen aan het versneld vervangen van lichtarmaturen in de openbare ruimte. Het domein BOR geeft echter aan dat er voldoende budgetten beschikbaar zijn (specifiek voor deze inzet bestemd vanuit het meerjarenplan hiervoor). Op dit moment loopt wel een vraag van Stedin aan de huidige aandeelhouders om de eigen vermogenspositie te versterken. Stedin heeft een korte termijn kapitaalbehoefte van € 200 mln. Castricum is voor 0,573% aandeelhouder. Wij kunnen minimaal pro rato een bijdrage leveren aan deze versterking van het eigen vermogen. Indien bestaande aandeelhouders niet of minder deelnemen, kunnen wij een hogere storting doen (tot maximaal 2x de pro rato16
storting). Het voorgespiegelde rendement op deze cumulatieve preferente aandelen bedraagt 3%. Schematisch: Kapitaalbehoefte Stedin: 200 mln storting rendement 3% Aandeel Castricum: naar rato € 1.145.972 € 34.379 evt. maximaal € 2.291.943 € 68.758 Voor de duidelijkheid betreffende de dekking van deze ‘maatschappelijke belegging’ (18/4/2021): Deze transactie zal als we deze aangaan NIET worden gedekt door aanspreken van de algemene reserve, maar als een vermogenstransactie (balansmutatie/vreemd kapitaal). We gaan de benodigde middelen lenen op de kapitaalmarkt. Er komt dan wel omslagrente, maar dit is weer ‘vestzak, broekzak’. De daadwerkelijk te betalen rente wijzigt niet door het al dan niet activeren. Wel zal er een moment komen dat we wel weer de kapitaalmarkt op moeten. De dan te betalen rente zal opgevangen moeten worden. Nu is het rentepercentage zeer laag (in sommige gevallen zelfs min-nul). Lasten Nullijn GR-en: Met betrekking tot het in onze begroting opgenomen principe van de nullijn bij de gemeenschappelijke regelingen is de gemeente - zoals bekend - afhankelijk alle deelnemende gemeenten. In dit kader is de besluitvorming aangaande de zienswijzen m.b.t. de kadernota's GR-en 2022 van belang. Aan de hand van de ontvangen kadernota's constateren wij dat lang niet alle GR-en de nullijn hanteren.
Inmiddels hebben wij de te verwachten te betalen bijdragen aan de gemeenschappelijke regelingen afgezet tegenover de oorspronkelijke eerdere ramingen. De Veiligheidsregio NHN, Regionaal Archief, RAUM en Cocensus wijken enigszins positief af. De bijdrage aan de GGD en Omgevingsdienst worden naar verwachting hoger. Per saldo kan er een structureel geraamd bedrag vrijvallen van vooralsnog € 42.800 structureel. Dit is - helaas - een lager bedrag dan de uiteindelijk opgenomen 'nullijn'-besparing in begroting van € 222.836.
Op basis van concept begrotingen: basis 2021 effect 2022 effect 2023 effect 2024 RAUM 63.176 5 -401 -820 Regionaal archief 165.185 -2.341 -5.096 -7.971 Veiligheidsregio 2.140.838 -23.778 -72.759 -92.001 Omgevingsdienst* 677.115 33.320 32.211 32.211 GGD 1.295.000 6.500 14.952 43.662 Cocensus 572.600 -5.711 -11.693 -17.845 Totaal 7.995 -42.786 * Omgevingsdienst begroting 2022 is al lager t.o.v. 2021
-42.764
In deze tabel is een + bedrag een nadeel t.o.v. de begroting.
17
De 0-lijn is door de GGD niet overgenomen. Het college stelt daarom nu voor om een takendiscussie met de raad te voeren om de financiële doelstelling alsnog te halen. Dit is mogelijk door de maatwerktaken tegen het licht te houden. Nullijn te verstrekken subsidies-subsidiescan: In de begroting 2021 heeft het college een nullijn voor indexatie van haar subsidies opgenomen. De provincie heeft dit in haar beoordeling als niet reëel beschouwd. Voor deze opgenomen besparingen vinden wij dat een onjuiste beoordeling. De gemeente bezuinigd niet op de structurele hoogte van de subsidies, echter stelt zij slechts voor geen indexatie te geven aan haar structurele subsidiepartners. Dat kan de gemeente zelfstandig beslissen en hier hoeft ook geen periode van gewenning aan te worden gebracht. Dit zou anders zijn als wij de structurele subsidies zouden verlagen. Respectievelijk waren in de begroting voor de jaren 2022 t/m 2024 de volgende bedragen opgenomen: € 64.000, € 128.000 en € 192.000. Er kan natuurlijk ook worden gekozen om de besparingen later te laten ingaan of slechts voor 1 of 2 jaren. Hierbij kunt u denken aan betrokken organisaties zoals welzijnswerk, bibliotheek, sport, cultuur, economische ontwikkeling etc. Daarbij kan een inhoudelijke toets plaatvinden in hoeverre de subsidieverstrekking samenhang heeft met de vastgestelde beheersmaatregelen.
Dit betekent dat naast de 0-lijn ook inhoudelijk de subsidieverstrekking tegen het licht wordt gehouden. Het college koppelt hier vooralsnog geen financiële doelstelling aan. Het college stelt ook voor een subsidiescan te gaan uitvoeren, dit kan bovenop of naast de nullijn plaatsvinden. Daarbij komen de bekende w-vragen naar voren. Wat is het probleem, wat is de oplossing en wat mag dit kosten? In de commissie CTB is gevraagd naar de maatschappelijke effecten van bovengenoemde nullijn. Het antwoord hierop is moeilijk te geven. In zijn algemeenheid kan gesteld worden dat hoe groter de organisatie, hoe groter het vermogen een zogenaamde nullijn op te vangen. Belangrijke vraag is tevens of een nullijn gevonden wordt d.m.v. vraagaanpassing vanuit de gemeente of dat er zonder taak beëindiging een efficiëntere begroting dient te worden ingericht. Bij de laatste werkwijze is het van belang of we hier spreken van een arbeidsintensieve organisatie of een organisatie waarbij goederen en diensten een belangrijk deel uitmaken van de begroting van de organisatie. Het maatschappelijke effect van een subsidiescan is nihil, omdat juist de subsidiescan aansluiting zoekt bij de aard van het maatschappelijke probleem en hoe dit zo effectief en efficiënt op te lossen.
Verlaging onderhoudsniveau groen, wegen, water: Alle maatregelen dienen uiteraard te worden genomen met inachtneming van de veiligheid en de aspecten van kapitaalvernietiging bij vermindering van onderhoud. Onderstaand de huidige onderhoudsniveau ’s in de gemeente Castricum (bron: begroting 2021):
18
Bijna alle onderhoudsniveau ‘s staan op dit moment op kwaliteit C. Er is slechts 1 kwaliteitsniveau lager. Op dit moment acht het college verdere terugdringing van deze kwaliteitsniveaus niet noodzakelijk en onwenselijk. Het wordt heel erg zichtbaar in de omgeving en de effecten op lange termijn zijn zeker ‘penny wise pound foolish’. Oftewel korte termijn besparingen betaal je later dubbel en dwars terug. Een screening van enkele van de exploitatiebudgetten: Cultuursubsidies: Verlaging van de huurlasten Stichting Welzijn per 1/1/2021 € 20.000 Sport-/cultuursubsidies: Bij collegebesluit van 19 januari 2021 is de geraamde bijdrage aan het jeugdfonds sport- en cultuur voor de jaren 2021 t/m 2024 verlaagd met € 18.000 i.v.m. verwachte lagere deelname op basis van de ervaringen voorgaande jaren. Maatschappelijke effecten: Geen. Huurlasten verbeteren door nieuwe contracten. Aanvragen jeugdsport- en cultuurfonds tot nu toe erg tegenvallend. In nieuwe budgetafspraak is ruimte voor extra inspanningen en ook voor een besparing. Versterking winkelgebieden: Het beschikbare budget van € 185.000 (beschikbaar voor eventuele grotere investeringen via kapitalisering) terugbrengen in ambitie (kleinschaligere projecten), hierdoor kan het budget met structureel € 85.000 worden verlaagd.
Maatschappelijk effect: In de praktijk blijkt zowel dat de ondernemers, alsook de ambtelijke organisatie de ambities op een lager niveau aan het uitvoeren zijn dan waartoe de budgetten op zijn ingericht. Met dit verlaagde budget zijn voldoende ambities te realiseren voor het vitaal houden van de diverse winkelgebieden. BUIG-eigen risico: De gemeente heeft al weer een aantal jaren vanuit een voorzichtigheidsoogpunt er voor gekozen om naast de ontvangen rijksmiddelen een budget te ramen welke 19
dient te worden aangesproken als de gebundelde doeluitkering BUIG wordt overschreden. Bij een overschrijding van de GDU komt de eerste 7,5% daarvan voor eigen rekening van de gemeente. Daarboven kan een zogenaamde vangnetuitkering worden aangevraagd. Bij 7,5 tot 12,5% overschrijding is een 50% uitkering mogelijk, daarboven 100% mits aan de voorwaarden wordt voldaan. Op dit moment zou er voor gekozen kunnen worden om het risico aan te gaan om dit budget bijvoorbeeld te halveren tot € 175.000 In het kader van reëel begroten zou er voor kunnen worden gekozen dan elk jaar voor het begrotingsjaar een economische inschatting te maken, waaruit een mogelijke aanpassing van dit budget wordt beargumenteerd. Actueel: Bij de jaarrekening 2020 zijn de uitkomsten nog in lijn met bovenstaande aannames. De huidige bijstandsaantallen (mrt 2021) zijn iets hoger dan ultimo 2020. Van een heftig corona effect is op dit moment echter geen sprake. We houden goed in te gaten, als bijvoorbeeld de staatssteun wordt ingetrokken, of hier negatieve effecten op het bijstandsbestand ontstaan (het cpb verwacht dit overigens niet), of dat juist door het aantrekken van de economie de cijfers verbeteren. Inhuur budgetten gemeente en GR werkorganisatie BUCH: De gemeente huurt op een aantal organisatieonderdelen in. Bijna € 0,3 mln.
gaat naar de inhuur van personeel aangaande de veerponten in Akersloot en De Woude. Ook wordt er ingehuurd (ca. € 185.000) bij beheer van het openbaar groen en openluchtrecreatie. Dit is gekoppeld aan personeel van ‘wsw organisaties’, zoals IJmond Groen en Stadswerk 072. Een klein budget wordt ingezet bij afvalverwerking (€ 85.000). Deze budgetten worden in het kader van afspraken binnen het grondstoffenplan overgedragen aan de BUCH werkorganisatie. Op al deze budgetten zijn op korte termijn geen besparingen te realiseren. Binnen GR werkorganisatie BUCH wordt externe inhuur op verschillende wijze ingezet. Het kan gaan om ziektevervanging, specialismen die niet structureel in de organisatie noodzakelijk zijn, inhuur a.g.v. krapte op de arbeidsmarkt, zoals bijvoorbeeld planeconomen. Inhuur bij piekbelasting behoort ook bij een gezonde bedrijfsvoering. Als laatste noemen wij externe advieskosten. Er zijn drie domeinen waarbij inhuur het meest voorkomt: Sociaal domein, Ruimtelijke ordening en bedrijfsvoering (o.a. ICT). Ten tijde van het onderzoek van de rekenkamercommissie (over de jaren 2015 t/m 2018) lag het percentage inhuur gemiddeld op zo’n 21% van het totale personeelsbudget. De redenen daarvoor zijn uitvoerig in het rapport aan de orde gekomen. Belangrijk daarbij was de fase tot de totstandkoming van de BUCH werkorganisatie en de opbouwjaren er na.
In 2019 was dat eveneens 21%, zijnde € 10,4 mln. hoofdzakelijk ‘negatief’ beïnvloed door het verbeterplan. Op het moment van schrijven is de jaarrekening 2020 nog niet verschenen. Ultimo 2020 is er, naar de huidige verwachting, wel een forse verbetering waarneembaar: verwachte inhuurkosten € 8,0 mln., inhuur% t.o.v. salarisbudget (€ 61,5 mln.) 13%. Verdeling- inhuur op vacatures € 2,2 mln., inhuur wegens ziekte € 0,8 mln., piekbelasting/projecten € 2,5 mln. en bedrijfsvoering (o.a. ICT) € 2,5 mln. Concluderend, de door een aantal politieke partijen gewenste 10% norm is binnen bereik aan het raken. Onze vertegenwoordigers in het BUCH bestuur zullen aandringen op een verdere sturing en beheersing (bijv. middels een afwegingskader) om zodoende de gewenste norm van 10% al in 2021 te kunnen bereiken. We zullen in de gemeentebegroting zeer kritisch kijken naar externe inhuur. Het zal ons inziens echter niet leiden tot besparingen die in het kader van spoor 2 kunnen worden meegenomen. In de BUCH werkorganisatie zullen wij aandringen op het gaan vaststellen van een beslisboom externe inhuur. Om zodoende ook besparingen te kunnen bereiken in het scenario 1 (effectiviteit en efficiency). Deze besparingen komen dan bovenop de besparingen die in het kader van spoor 2 zijn ingeboekt inzake de indexatie.
20
(Representatie) budgetten gemeente (raad, college): In de CTB is verzocht om te kijken naar de representatiebudgetten van de gemeente zelf. Deze bevinden zich zowel bij de griffie als bij de raad. Over het jaar 2020 zijn de budgetten bijna volledig uitgegeven. In samenspraak met de griffier en de gemeentesecretaris is gekeken welke ruimte er structureel valt te besparen op de budgetten van het college en de raad. Daarbij hebben wij vooral gekeken naar de huidige verplichtingen en de lasten van het afgelopen jaar. In 2021 is er bovendien de verwachting dat op het VNG congres bespaart kan worden. Deze zal digitaal worden gehouden. Op regionale samenwerking (o.a. focusagenda e.d.) kan structureel € 10.000 worden bespaard (op budget van € 111.000). Bij het college kunnen de advies derden/opleidingskosten structureel met € 7.500 worden verlaagd (op een budget van € 27.000) en tevens kan op de representatiekosten € 3.000 worden bespaard (op € 21.000 totaal). Incidenteel zal in 2021 € 10.000 extra overblijven. Ook de griffie zal middels een verlaging van het representatiebudget € 5.000 structureel gaan besparen. Het structureel totaal te besparen bedrag bedraagt dan € 25.500 Het betekent uiteraard een lichte versobering van de dienstverlening.