03 Eindrapport bestuursopdracht beheersmaatregelen kostenontwikkeling SD
Tekst van het document
Wmo-score Er is sprake van een lagere effectiviteit van inwoners uit Wmo-cliënt ervaringsonderzoeken, namelijk een lagere score op: aansluiten op behoefte (score op de stelling: De ondersteuning die ik krijg, past bij mijn hulpvraag); eigen regie (score op de stelling: Door de ondersteuning die ik krijg, kan ik beter de dingen doen die ik wil); zelfredzaamheid (score op de stelling: Door de ondersteuning die ik krijg, kan ik mij beter redden); bijdrage kwaliteit van leven (score op de stelling: Door de ondersteuning die ik krijg, heb ik een betere kwaliteit van leven).
Samenvattend beeld Castricum is een gevarieerde gemeente met verschillende kenmerken en vragen van inwoners. Kijkend naar het beeld van jeugdigen lijkt de gemiddelde sociaal economische standaard gemiddeld hoger dan bij andere gemeenten met een positief effect op de benodigde hulp en ondersteuning voor deze doelgroep. Inwoners erkennen wellicht iets minder snel een voorziening (langer) nodig te hebben, zijn gemiddeld hoger opgeleid en lijken iets meer op zichzelf gericht te zijn in plaats van sociale verbinding te maken of hiernaar te vragen.
7 mei 2021 Eindrapport bestuursopdracht beheersmaatregelen kosten sociaal domein Castricum pagina 21
Het aantal jongeren dat in Castricum jeugdhulp ontvangt neemt toe. Hiermee nemen ook de totale kosten voor jeugdhulp in Castricum toe. Dit terwijl het aantal jeugdige inwoners in Castricum in totaliteit afneemt. Daarnaast is er sprake van een op handen zijnde dubbele vergrijzing. De verwachting hierbij is dat dit zal leiden tot een stijging in het aantal Wmo-aanvragen en hiermee kosten voor maatschappelijke ondersteuning in Castricum. Dit verwachte effect is meegenomen in de uitwerking van de voorgestelde lange termijn beheersmaatregelen.
Hoofdstuk 5. Monitoring 5.1 Algemeen De BUCH-werkorganisatie implementeert een aantal beheersmaatregelen ter verbetering van de efficiëntie en effectiviteit van werkprocessen binnen het Sociaal Domein. Hiermee wil de BUCHwerkorganisatie een duurzame kostenreductie binnen dit domein realiseren. Ter ondersteuning van dit proces heeft de BUCH-werkorganisatie het plan gemaakt om haar managementinformatie voor monitoring en sturing van de effecten van deze maatregelen te verbeteren. Daarnaast speelt een bredere behoefte om de interne informatievoorziening in de gehele keten te stroomlijnen en de kwaliteit ervan te verhogen. Gegevensanalyses zijn nu vaak te omslachtig en vergen onnodig veel tijd. De BUCH-werkorganisatie wil dit proces graag vereenvoudigen en beter ondersteunen door inzet van het BI platform Cognos Analytics (verder: Cognos).
5.2 Managementinformatie en -monitoring Om meer doelgericht, vollediger en adequaat beslissingen te nemen op alle niveaus is data gedreven werken noodzakelijk. De BUCH-werkorganisatie heeft een extern bureau gevraagd om te helpen bij de realisatie van de (management)informatie gericht op monitoring. Gevraagd is mee te denken over de wijze waarop de benodigde rapportages en dashboards ontwikkeld zouden kunnen worden, in welk tempo en welke inspanning daarvoor benodigd is. Op basis van deze vragen is een plan van aanpak opgesteld. Het plan van aanpak is gebaseerd op een analyse van de te nemen beheersmaatregelen, interviews met medewerkers van de BUCHwerkorganisatie en een inventarisatie van de verschillende databronnen/applicaties.
5.3 Plan van aanpak en planning December 2020:
Maart/april 2021:
Inventarisatie huidige managementinformatie en interviews medewerkers
Fase 2: Rapporten voor korte termijn beheersmaatregelen Sociaal Domein
Maart 2021:
Mei/juni 2021:
Fase 1: Quick start SSD
Fase 3: Ontwikkeling datawarehouse Sociaal Domein t.b.v. dashboarding
Inventarisatie huidige managementinformatie en interviews medewerkers: In december 2020 is er gestart met de inventarisatie van de huidige managementinformatie en met interviews met BUCH-medewerkers. Hieronder volgen de belangrijkste conclusies naar aanleiding van deze gesprekken: - Hoewel Cognos beschikbaar is als BI-tool voor de financiële experts van het team SamenLeven noopt de praktijk hen om output vanuit Cognos in Excel te bewerken en analyseren. Het werk dat in Excel plaatsvindt, is vervolgens input voor een rapportage voor 7 mei 2021 Eindrapport bestuursopdracht beheersmaatregelen kosten sociaal domein Castricum pagina 22
-
-
-
de bestuurders. Hierin worden verschillende kengetallen en analyses voor de Participatiewet, Wmo en Jeugdwet gepresenteerd. Er is al veel informatie beschikbaar in rapportages, maar vaak betreft dit lijstwerk en wordt als input gebruikt voor verdere bewerking. Hieronder vallen ook rapporten voor operationele sturing (bijv. werkvoorraden). De visuele component van rapporten verdient daarom aandacht. Er is een sterke wens om gebruik te maken van de mogelijkheden voor dashboarding en visualisaties die de nieuwste versie (Cognos Analytics of Cognos 11) van Cognos biedt. Op visueel vlak is hiermee een flink voordeel te behalen. Er is sterke behoefte aan het wegnemen van discussies over de betrouwbaarheid van de cijfers door o.a. verschillen in gehanteerde definities. Dit sluit aan bij de wens voor een uniform informatiesysteem. De financiële experts hebben een grote wens om ook zelf in Cognos aan de slag te gaan en de mogelijkheden voor selfservice BI te benutten. Er is een sterke behoefte aan het opzetten van een datawarehouse (DWH) waarvoor intern al een aantal stappen zijn ondernomen (o.a. gereed maken van een Oracle-database).
Fase 1: Quick start SSD Fase 1 bestaat uit het implementeren van een Quick start-rapportage set voor het Sociaal Domein. De rapportage set is inclusief framework, talrijke standaardrapporten voor de verschillende regelingen en ingebouwde visuele weergaven. Door het gebruik van de Quick start ontstaat in een korte tijd meer uniformiteit in de gebruikte basisrapportages. De implementatie bestaat uit: - Neerzetten framework en publiceren package SSD in Cognos; - Deployment van Quick start-rapportage set (rapporten op Crediteuren, Debiteuren, Datakwaliteit, Uitkeringenadministratie, Werk & Inkomen, Werkbeheersing en Wmo/Jeugd); - Rapporten opmaken in de huisstijl van De BUCH, het inbouwen van prompts/keuzeschermen voor de verschillende gemeenten en het controleren van filters in de rapporten; - Instellen van visualisaties.
Fase 2: Rapporteren voor korte termijn beheersmaatregelen Sociaal Domein Op basis van de geïmplementeerde Quick start kunnen rapporten op maat worden geconfigureerd die specifiek ingaan op de monitoring van de korte-termijn-beheersmaatregelen. Het einddoel van fase 2 is de oplevering van een selectie rapporten die in de vorm van een operationeel dashboard getoond worden en (in)gericht zijn op de sturing van de beheersmaatregelen.
Fase 3: Ontwikkeling datawarehouse Sociaal Domein voor dashboarding Fase 3 omvat de implementatie van de standaard datawarehouse componenten voor het Sociaal Domein. Hiermee wordt het fundament gelegd dat ten grondslag ligt aan visuele dashboards.
5.4 Korte termijn beheersmaatregelen Hieronder volgt een overzicht van de korte termijn beheersmaatregelen: -
Maatregel 1: toestemming nodig bij beschikken dure cliënten Maatregel 2: administratieprotocol handhaven Maatregel 3: materiële controle bij zorgaanbieders Maatregel 4: werken met een Preventie- en Triageteam Maatregel 5: regie voeren op alle maatwerkvoorzieningen Maatregel 6: versterken samenwerking huisartsen/praktijkondersteuners Maatregel 7: inrichting contractmanagement sociaal domein BUCH
7 mei 2021 Eindrapport bestuursopdracht beheersmaatregelen kosten sociaal domein Castricum pagina 23
-
Maatregel 8: structureel borgen van toezicht (doel- en rechtmatigheidsonderzoeken) Maatregel 9: onderzoek naar bestaande ‘dure’ cliënten Maatregel 10: scherper toepassen van de wettelijke kaders (Wmo, Wlz, Zvw) Maatregel 11: nadere afspraken na verwijzing GI Maatregel 12: Pgb’s toetsen op eigen kracht en gebruikelijke zorg Maatregel 13: scherper toezien op motivering bij toekenning Pgb bij meer dan 75% van het Zin-tarief Maatregel 14: budget- of volumeplafond instellen bij zorgaanbieders Maatregel 15: herinrichting huishoudelijke ondersteuning Maatregel 16: heronderzoek naar langlopende verstrekkingen vanuit de Wmo
Uit de analyse van het externe bureau is gebleken, dat van de 16 maatregelen er over 11 maatregelen in meer of mindere mate gerapporteerd kan worden. Voor de overige maatregelen geldt dat ze of meer kwalitatief van aard zijn of nog niet van kracht zijn. In de analyse is een inschatting gemaakt van wat mogelijk is qua monitoring voor iedere beheersmaatregel. Daarbij is onderscheid gemaakt tussen een minimaal op te leveren resultaat en een door te ontwikkelen resultaat voor de langere termijn. Op die manier wordt duidelijk wat op korte termijn aan resultaten is op te leveren en voor welke onderdelen een ontwikkeling op langere termijn nodig is. In bijlage 4 volgt een nadere uiteenzetting van de korte-termijn-beheersmaatregelen. In het schema wordt per beheersmaatregel: - Het doel van de beheersmaatregel benoemd; - De systematiek van de monitoring uiteengezet; - De kritieke prestatie-indicatoren bepaald.
5.5 Lange termijn beheersmaatregelen en doorontwikkeling monitoring Tijdens de uitwerking van de korte-termijn-beheersmaatregelen wordt er ook nagedacht over de ontwikkeling en implementatie van de lange–termijn-beheersmaatregelen met de daarbij horende monitoring. De lange termijn beheersmaatregelen worden op dezelfde manier uitgewerkt. Uit de resultaten van de monitoring op de beheersmaatregelen kan een steeds wisselende informatiebehoefte ontstaan. De doorontwikkeling van de monitoring wordt dan ook gezien als een continu lopend proces. Daarnaast werkt de BUCH-werkorganisatie samen met andere gemeenten in de regio om tot gezamenlijke KPI’s te komen en een regionaal dashboard om schaalvoordeel te behalen.
7 mei 2021 Eindrapport bestuursopdracht beheersmaatregelen kosten sociaal domein Castricum pagina 24
Hoofdstuk 6. Conclusies In dit hoofdstuk vindt u in genoemde volgorde de conclusies uit de diepte-analyses voor jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning naast een aantal algemene conclusies. De bijbehorende diepteanalyses staan in bijlage 1 voor jeugdhulp en bijlage 2 voor maatschappelijke ondersteuning.
6.1 Toegang tot Jeugdhulp Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het beschikbaar stellen van alle vormen van jeugdhulp. Zij kunnen de zorg dichter bij inwoners organiseren, in samenhang met ondersteuning van gezinnen bij werk, inkomen en schulden. Dit staat in de Jeugdwet. Belangrijke doelen van de Jeugdwet zijn: gebruik maken van de eigen kracht van jeugdigen, ouders en hun sociale netwerk. Het is belangrijk dat zij de regie blijven houden over hun leven. En dat ze samen met hun eigen omgeving en professionele hulpverleners naar oplossingen zoeken; minder snel medicijnen voorschrijven en de zorgvraag terugbrengen; eerder (jeugd)hulp bieden op maat voor kwetsbare kinderen; samenhangende hulp voor gezinnen bieden: 1 gezin krijgt 1 plan met 1 regisseur; meer ruimte voor jeugdprofessionals en minder regeldruk bij hun werk.
Jeugdhulpplicht Gemeenten hebben de plicht om jeugdhulp en ondersteuning te bieden aan jeugdigen met een beperking, stoornis, aandoening of opgroeiproblemen. Door die verplichting, de jeugdhulpplicht, moeten gemeenten in ieder geval: de jeugdige adviseren welke hulp het beste past; samen met de jeugdige de goede vorm van jeugdhulp kiezen; zorgen dat de gekozen jeugdhulp ook echt beschikbaar is.
6.2 Indeling van de Jeugdhulp We kunnen de jeugdhulp onderverdelen in vijf hoofdcategorieën (percelen): Ambulante jeugdhulp; Gedwongen kader (gecertificeerde instellingen (GI’s); Jeugdhulp met Verblijf; Crisis; Gesloten Jeugdhulp. Iedere hoofdcategorie in de diepte-analyse jeugdhulp is weer onder te verdelen in verschillende subcategorieën. Per hoofd- en/of subcategorie wordt vanuit de data-analyse ingegaan op een aantal vragen. Daarbij worden de belangrijkste opvallende zaken en bijzonderheden beschreven. Deze diepte-analyse vindt u in bijlage 1. Hieronder zijn conclusies geformuleerd uit deze diepte-analyse. In dit hoofdstuk vindt u eerst de conclusies terug per beleidsterrein en daarna een aantal algemene conclusies.
7 mei 2021 Eindrapport bestuursopdracht beheersmaatregelen kosten sociaal domein Castricum pagina 25
6.3 Conclusies diepte-analyse jeugdhulp Castricum Stijgende aantallen en kosten Vrijwel alle Nederlandse gemeenten, ook in de gemeente Castricum, hebben jaarlijks te maken met stijgende jeugdhulp uitgaven. Begin deze eeuw kreeg ongeveer 1 op de 27 kinderen jeugdhulp. Dat komt neer op zo’n 3,7%. Tegenwoordig ligt dit percentage landelijk op 10 á 12,5%. In de gemeente Castricum ligt het percentage op ruim 9%. Tussen 2017 en 2020 is het aantal jeugdigen met jeugdhulp gestegen met 49% en zijn in die periode de kosten met 63% toegenomen. Een deel van de stijging vanaf 2019 wordt verklaard door kosten van JeugdzorgPlus van jeugdigen in voogdij in het Horizon in Bakkum. Gemeente Castricum is conform het huidige woonplaatsbeginsel financieel verantwoordelijk en wordt hiervoor gecompenseerd middels de integratie uitkering Voogdij en 18+ gebaseerd op de historische kosten van 2 jaar terug (T-2). De gemiddelde kosten per jeugdige met jeugdhulp zijn de afgelopen jaren gestegen en stabiliseren in 2020 ten opzichte van 2019. Hoe komt het nu dat steeds meer jeugdigen hulp nodig hebben? Er lijkt een relatie te zijn met veranderingen in de opvoeding, problematisering en medicalisering, laagdrempelige toegang, echtscheidingen en sociale media. De complexiteit van ondersteuningsvragen en Multi probleemsituaties lijken toe te nemen.
Langer in Jeugdhulp De uitkomsten van de data-analyse voor Castricum sluiten aan bij de uitkomsten uit het recente rapport Stelsel in Groei van onderzoeksbureau Andersson Elffers Felix (AEF). De kosten stijgen harder dan de ingestroomde aantallen. We zien op dit moment – in tegenstelling tot de eerste jaren na de decentralisatie waarin vooral de instroom toenam- dat niet de instroom, maar juist de trage uitstroom het grootste probleem is. Jeugdigen blijven steeds langer jeugdhulp ontvangen en individuele jeugdhulptrajecten worden duurder. Dit zien we terug bij zowel de lichtere Ambulante Jeugdhulp als bij de zwaardere Specialistische Jeugdhulp. De laatste jaren krijgen we steeds vaker te maken met jeugdigen met zware psychiatrische problematiek, die binnen de jeugdhulp zijn uitbehandeld, maar die niet kunnen doorstromen naar specialistische woonvormen of Wlz-zorg. Daar gelden namelijk strenge toelatingseisen en wachtlijsten. Als gemeente laten we jeugdigen nooit los, totdat de vervolgschakel in beweging komt. Het gevolg is dat de rekening voor deze overbruggingsperiode dus bij de gemeente terechtkomt. Daarnaast worden de tarieven van zorgaanbieders steeds hoger, onder meer door hogere overheadkosten en salarissen en meer administratieve werkzaamheden.
Veel jeugdigen in Castricum ontvangen binnen 1 jaar de jeugdhulp die zij nodig hebben, maar meer dan de helft van deze populatie ontvangt gedurende 2 jaar of langer jeugdhulp. De afgelopen jaren zien we dat het aantal gestarte trajecten hoger ligt dan het aantal beëindigde trajecten. 9% van de totale populatie tussen 2017 en 2020 blijft 4 jaren of langer in beeld voor jeugdhulp. Hieruit blijkt dat jeugdhulp lang niet altijd kortdurend is. Sommige jeugdigen zijn tot hun 18e jaar afhankelijk van jeugdhulp. De gemeente kan en moet veel meer rekening houden met het meerjarige karakter voor een deel van de jeugdhulppopulatie en dit jaarlijks vertalen naar de begroting.
Vooral 9- tot 12- jarigen en 15- tot 17- jarigen in jeugdhulp De meeste jeugdigen die in Castricum gebruik maken van jeugdhulp zijn in de leeftijd van 9 tot en met 12 jaar of 15 tot en met 17 jaar. De 9- tot 12-jarigen zien we vooral binnen de Ambulante Jeugdhulp. Jeugdigen in Verblijf, het Gedwongen Kader, Crisis jeugdhulp en in de Gesloten Jeugdhulp vallen vaker in de leeftijdscategorie van 15 tot en met 17 jaar.
7 mei 2021 Eindrapport bestuursopdracht beheersmaatregelen kosten sociaal domein Castricum pagina 26
Het hogere gebruik in deze specifieke leeftijdscategorieën kan te maken hebben met schoolwisseling naar middelbaar- en hoger onderwijs. Dit laatste vraagt nader onderzoek. Het is gebleken dat tal van jeugdigen, die ouder zijn dan 18 jaar, verlengde jeugdhulp ontvangen. Hieruit blijkt dat de grens van 18 jaar in de Jeugdwet niet altijd makkelijk te hanteren is. Hiernaar moet specifiek worden gekeken. In de wijken Castricum Oost, Castricum Noord en Limmen wonen de meeste jeugdigen met jeugdhulp. Volgens de CBS-wijkindeling voor Castricum wonen in deze wijken ook de meeste inwoners. Wanneer we het aantal jeugdigen in jeugdhulp in de wijken van Castricum afzetten tegen het inwoneraantal in deze wijken dan kunnen we concluderen dat Bakkum, Castricum Noord en Akersloot respectievelijk op plaats 1, 2 en 3 staan.
Vaker verwijzingen door gemeente In de periode 2017 tot en met 2020 zijn in de gemeente Castricum de huisartsen met 35% de grootste verwijzers naar jeugdhulp. Gevolgd door de gemeente/sociaal teams met 32% en de gecertificeerde instellingen met 13%. Het aantal verwijzingen door huisartsen is de afgelopen jaren wel gedaald. Bij de gecertifieerde instellingen zien we het aantal verwijzingen schommelen rond de 13%. Daarentegen is de gemeente/sociaal teams jaarlijks aanzienlijk meer gaan doorverwijzen. In 2020 is de gemeente/sociaal teams voor het eerst meer gaan doorverwijzen dan huisartsen. Door deze trend lijkt het erop dat gemeente/sociaal teams steeds toegankelijker worden voor inwoners met een jeugdhulpvraag. Of deze toegankelijkheid ook leidt tot laagdrempeligheid en daardoor tot meer verwijzingen naar jeugdhulp, moet nader worden onderzocht.
Aantal jeugdhulpaanbieders geëxplodeerd Het aantal jeugdhulpaanbieders explodeerde de afgelopen jaren. Er kwamen vanaf 2018 bijna 150 nieuwe jeugdhulpaanbieders bij, vooral voor Ambulante Jeugdhulp. In diezelfde jaren constateren we ook de enorme kostenstijging waardoor er een verband lijkt te zijn tussen de toename in jeugdhulpaanbieders en de toegenomen vraag en kosten. De toename leidde absoluut tot extra kosten voor administratie, controle en contractmanagement. De komst van nieuwe en meer jeugdhulpaanbieders kent ook positieve bijkomende effecten, zoals de toegenomen keuzevrijheid en meer maatwerkoplossingen voor inwoners. Kleinere aanbieders specialiseren zich regelmatig in hulp bij specifieke vragen waarbij hun aanbod beter aansluit op die vraag dan aanbod dat er al was. Daarbij zien we ook dat het aantal persoonsgebonden budgetaanvragen jaarlijks laag blijft en licht daalt. Dit komt mede door de grote en veelzijdige beschikbaarheid en de vereenvoudigde procedure voor jeugdhulpaanbieders om een contract af te sluiten. Dat je als jeugdhulpaanbieder gecontracteerd bent, betekent overigens niet automatisch dat je veel jeugdigen in zorg krijgt. Uit de data-analyse is gebleken dat een relatief klein aantal jeugdhulpaanbieders veel jeugdigen in zorg hebben en dat hiervan een relatief klein aantal verantwoordelijk is voor een groot deel van de kosten.
Wanneer we van alle jeugdhulpaanbieders de top 5 van jeugdhulpaanbieders selecteren met de meeste jeugdigen in zorg, dan kunnen we concluderen dat deze top 5 jaarlijks een hoog percentage in zorg heeft. In 2017 had een top 5 jeugdhulpaanbieders 68% van alle jeugdigen in zorg. Vervolgens daalde dat percentage jaarlijks en heeft een top 5 in 2020 38% van alle jeugdigen in zorg. Deze daling kunnen we verklaren doordat er vanaf 2018 is gewerkt met de ‘open house’- inkoopstrategie, waardoor steeds meer kleinere jeugdhulpaanbieders zijn toegetreden tot de markt. Wanneer we kijken naar de top 5 jeugdhulpaanbieders met de hoogste kosten/uitgaven aan jeugdhulp, dan zien we dat ongeveer de helft van de totale jaarlijkse uitgaven zich centreert bij deze 5 aanbieders. Het overgrote deel van de kosten heeft dus niets te maken met de hoeveelheid 7 mei 2021 Eindrapport bestuursopdracht beheersmaatregelen kosten sociaal domein Castricum pagina 27
jeugdhulpaanbieders. De gemeente zal zich voor een groot deel moeten gaan focussen op de afspraken met en prestaties van deze grotere jeugdhulpaanbieders. Uit de data-analyse voor Castricum blijkt verder, dat een groot deel van de uitgaven naar dure, gespecialiseerde zorg en behandelingen gaat, vaak in combinatie met Verblijf. Als gemeenten de jeugdhulp in de toekomst betaalbaar willen houden, moet op zoek gegaan worden naar alternatieven met een ander financieel plaatje.
Preventie en maatwerk Een van de ideeën achter de decentralisaties is, dat gemeenten dichter bij inwoners staan waardoor zij sneller en beter kunnen zien wie ondersteuning nodig heeft. Dit lijkt gelukt, de sociaal teams worden steeds beter gevonden en krijgen het ieder jaar drukker. Vooral binnen de Ambulante Jeugdhulp zien we een aanzienlijke toename van het aantal jeugdigen, waar vooral de gemeente/sociaal teams de afgelopen jaren meer naar zijn gaan verwijzen. Ambulante Jeugdhulp is een lichtere vorm van jeugdhulp, waarbij de jeugdigen en hun gezinnen in de eigen thuissituatie ondersteuning ontvangen. Volgens medewerkers van de sociaal teams zijn niet alle ondersteuningsvragen direct geschikt om jeugdhulp op te zetten, maar doordat er te weinig preventief aanbod beschikbaar is, vinden verwijzingen naar jeugdhulp toch vaker plaats, tegen een hogere prijs. Het is belangrijk om bij de ontwikkeling van een nieuw preventief jeugdbeleid goed te kijken naar de behoefte van jeugdigen en hun gezinnen in de verschillende wijken. Met goed preventief maatwerk kunnen complexe duurdere behandelingen worden voorkomen. Bij jeugdhulp heb je vooral te maken met kosten. De baten landen in andere domeinen. Echter als de jeugdige nu maximaal gestimuleerd wordt om naar school te gaan, voorkomt dit mogelijk over 10 jaar een aanvraag voor een bijstandsuitkering.
6.4 Tot slot over jeugdhulp Herkenbaar is de conclusie, dat jeugdhulp op termijn loont en dat hierin investeren noodzakelijk is, maar de gemeente heeft er wel moeite mee om de jaarlijkse toenemende last te blijven accepteren. Dat lijkt namelijk een onhoudbare situatie. De VNG heeft dit jaar een arbitragezaak gestart voor aanvullende middelen voor de jeugdhulptaken. Het is voor de VNG, als koepel van alle 355 gemeenten in Nederland, van groot belang en een prioriteit om de financiën van gemeenten op orde te krijgen en te houden. De tekorten als gevolg van de toegenomen jeugdhulp drukken namelijk zwaar op de begroting bij iedere gemeente. Naast de zeer benodigde extra rijksmiddelen ligt er een gezamenlijke taak voor gemeenten en het kabinet om het jeugdhulpstelsel te verbeteren. In landelijke werkgroepen is men aan de slag gegaan om fundamentele maatregelen, zoals het invoeren van een inkomensafhankelijke eigen bijdrage voor jeugdhulp verder te onderzoeken en daarover te adviseren. Hierover wordt verwacht dat begin mei een zwaarwegend advies klaarligt voor het nieuwe kabinet. Met de lokale bestuursopdracht beheersmaatregelen kostenontwikkeling sociaal domein zijn diverse beheersmaatregelen opgesteld. Een deel daarvan is intussen geïmplementeerd en wordt uitgevoerd. De beheersmaatregelen zijn gericht op het normaliseren, de-medicaliseren en eigen kracht van de inwoner.
Ook zijn de maatregelen gericht op het voorkomen van onnodige instroom, het nog gerichter en doelmatiger inzetten van jeugdhulp en het beter sturen op de uitstroom. Ook wordt er gekeken naar de redenen waarom jeugdigen langer in jeugdhulp blijven. Bovendien vraagt de tariefdifferentiatie en het inzetten van andere inkoopmodellen om nader onderzoek, temeer een deel van de jeugdhulpaanbieders met tekorten kampt en andere winst maken. Het monitoren op het geven van uitvoering aan de vastgestelde beleidsdoelen wordt ook scherper ingericht, zodat eerder kan worden bijgestuurd. 7 mei 2021 Eindrapport bestuursopdracht beheersmaatregelen kosten sociaal domein Castricum pagina 28
Tenslotte is er een signaal waar we als samenleving een uitdaging hebben in geen mens perfect is of perfect gemaakt kan worden. Moeten we jeugdhulp verlenen tot hun leven weer ideaal is? Of mag jeugdhulp reiken tot een punt waarop men er vanuit mag gaan uitgaan dat iemand zich daarmee ook kan redden?
6.5 Conclusies diepte-analyse Wmo Castricum Iedere hoofdcategorie in de diepte-analyse Wmo-ondersteuning is weer onder te verdelen in verschillende subcategorieën. Per hoofd- en/of subcategorie wordt vanuit de data-analyse ingegaan op een aantal vragen. Hierbij worden de belangrijkste opvallende zaken en bijzonderheden beschreven. Deze diepte-analyse is opgenomen in bijlage 2. Hieronder zijn conclusies geformuleerd uit deze diepte-analyse.
Algemene conclusies Wmo-ondersteuning De opdracht vanuit de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo 2015) is dat gemeenten er voor moeten zorgen dat mensen zo lang mogelijk zelfstandig thuis kunnen blijven wonen. Ondersteuning thuis vanuit de Wmo gaat over ondersteuning van (oudere) inwoners, die niet op eigen kracht zelfredzaam zijn én het compenseren van (mobiliteits-) problemen die ervoor zorgen, dat inwoners niet deel kunnen nemen aan de maatschappij. Het gaat om ondersteuning die past bij ieders persoonlijke situatie. Denk hierbij aan individuele en collectieve voorzieningen rond welzijn, hulpverlening, sociaal werk, samenlevingsopbouw en mantelzorgondersteuning. Bij de start van de Wmo 2015 was er sprake van een overheveling van rijksmiddelen naar gemeenten. Dit ging gepaard met een efficiencykorting van €870 miljoen voor het totaal aan middelen voor de Wmo én de Jeugdwet. Vanaf 2015 worden echter meer mensen in de Wmo ondersteund en het aantal mensen in de Wlz neemt meer af dan vooraf aangenomen. In de periode 2017-2019 zijn de gemeentelijke uitgaven voor de Wmo (excl. verblijf en opvang) landelijk met bijna €550 miljoen gestegen, wat een toename is van ruim 19%. Daarbij was de stijging in 2019 groter dan in 2018. Daarnaast zijn de inkomsten uit de eigen bijdragen in de genoemde periode met zo’n 53% afgenomen.
Bij ongewijzigd beleid zal de druk op de gemeentelijke financiën blijven toenemen, aangezien het aantal ouderen zal blijven groeien. Binnen de Wmo zien we ook in Castricum de afgelopen jaren een aanzienlijke kostenstijging.
Dagbesteding Zowel voor zinvolle dagbesteding als voor zelfstandig en veilig wonen, gaat dit veelal om langlopende trajecten. De zorgzwaarte neemt vaak toe naarmate de leeftijd vordert; of er zijn meer dagdelen/uren nodig of de complexiteit neemt toe. Dit is vooral zichtbaar vanaf het 65e levensjaar. Hierin wordt nagenoeg geen afschaling in zorg waargenomen. De stijging van de kosten in de loop van 2018 is verklaarbaar door de AMvB Reële prijs Wmo. Voor Castricum is in 2019 een lichte toename in aantallen zichtbaar, de kosten nemen iets af. De daling in de kosten in 2019 kan verklaard worden door afname van de complexiteit tijdens de regievoering en een lichte afname van het cliëntaantallen. Zowel de kosten als unieke cliënten zijn voor de zinvolle dagbesteding in 2020 aanzienlijk lager dan in 2019. Dit lijkt gerelateerd te zijn aan de situatie rond het coronavirus. Bovendien neemt het aantal pgb’s voor begeleiding in Castricum de laatste jaren toe en de kosten stijgen.
7 mei 2021 Eindrapport bestuursopdracht beheersmaatregelen kosten sociaal domein Castricum pagina 29
Zelfstandig en veilig wonen Ook in de categorie zelfstandig en veilig wonen is er een toename van kosten te zien, naast een toename van het aantal cliënten vanaf 2017 en in 2018. In 2019 is opnieuw een forse stijging in cliëntaantallen te zien, maar de kosten dalen. De demografische ontwikkelingen kunnen zorgen voor een toename in het aantal cliënten. In deze categorie wordt vanaf de leeftijd van 65 jaar een verzwaring van zorg zichtbaar, hetzij in aantal uren zorg hetzij in complexiteit.
Ondersteunend netwerk Er wordt in Castricum relatief weinig gebruik gemaakt van de mogelijkheid voor respijtzorg vanuit de Wmo. Doordat de zorgzwaarte toeneemt in indicaties kan dit inherent zijn aan de overbelasting van de mantelzorger. Tijdens regiegesprekken moet men aandacht blijven houden voor de mantelzorger om overbelasting en zwaardere en duurdere zorg te voorkomen. De flinke daling in 2020 is mogelijk aan de ontwikkelingen te verklaren door de situatie rond het coronavirus. Daarnaast is er een aanbod van preventieve en voorliggende mogelijkheden waarnaar het sociaal team Castricum ook verwijst.
Huishoudelijk Ondersteuning en schoonmaakondersteuning Door de ontwikkelingen met de AMvB Reële Prijs Wmo en het abonnementstarief zijn de kosten voor huishoudelijke ondersteuning significant gestegen bovenop de demografische ontwikkelingen. Dit vraagt om een herinrichting van deze voorziening, zowel beleidsmatig als inkoop-technisch. Momenteel wordt er een nieuwe aanbesteding voor huishoudelijke ondersteuning voorbereid, waarin meer sturingsmogelijkheden ingebouwd. De cliënten met schoonmaakondersteuning zijn nu behoorlijk onzichtbaar voor de gemeente en de regie ligt bij de zorgaanbieder. Dit terwijl het tarief nog nauwelijks onderdoet voor een maatwerkvoorziening en de inwoner nu geen keuzevrijheid van zorgaanbieder heeft. In mei 2021 wordt de nieuwe rol van contractmanager vervuld, vanuit welke de relatie met de zorgaanbieders beter kan worden onderhouden, er sneller kan worden bijgestuurd op behaalde resultaten en beter en sneller kan worden optreden bij prestatieproblemen.
WMO-voorzieningen Door de vergrijzing is een toename van de aantallen en verstrekkingen, en ook stapelingen van Wmo-indicaties, zichtbaar en verklaarbaar. Daarnaast lopen huurvoorzieningen mee met de einddatum van afgegeven indicatie. Het is dus inherent dat de kosten stijgen. Wanneer binnen een jaar een aantal duurdere woningaanpassingen verstrekt worden leidt dit ook direct tot toename van de kosten.
WMO-vervoer Ook hiervoor geldt strikter toepassen van de wetgeving, regie voeren en waar mogelijk gebruik maken van voorliggende voorzieningen. Een regiotaxipas wordt op medische indicatie verstrekt. Wmo-vervoer is opnieuw aanbesteedt, met ingang van 1 april 2021 is hier een nieuwe aanbieder actief. In de recente aanbesteding is ook een maximum aantal zones op jaarbasis afgesproken waarvan inwoners gebruik kunnen maken, uiteraard kan hierin maatwerk geboden worden wanneer dit voor de inwoner noodzakelijk is. Het zorgt er wel voor dat er niet onbeperkt gebruik van vervoer kan worden gemaakt, waardoor de kosten lager kunnen uitvallen.
6.6 Grote lijnen uit hoofdstuk demografische ontwikkelingen Castricum is een gevarieerde gemeente met verschillende kenmerken en vragen van inwoners. Kijkend naar het beeld van jeugdigen lijkt de gemiddelde sociaal economische standaard gemiddeld hoger dan bij andere gemeenten met een positief effect op de benodigde hulp en ondersteuning 7 mei 2021 Eindrapport bestuursopdracht beheersmaatregelen kosten sociaal domein Castricum pagina 30
voor deze doelgroep. Inwoners erkennen wellicht iets minder snel een voorziening (langer) nodig te hebben, zijn gemiddeld hoger opgeleid en lijken iets meer op zichzelf gericht te zijn in plaats van sociale verbinding te maken of hiernaar te vragen. De aantallen in jeugdzorg laten een stijgend beeld zien daar waar het aantal jeugdige inwoners in Castricum afneemt. Daarnaast is er sprake van een op handen zijnde dubbele vergrijzing. De verwachting hierbij is dat dit zal leiden tot een stijging in het aantal Wmo-aanvragen en hiermee kosten voor maatschappelijke ondersteuning in Castricum. Dit verwachte effect is meegenomen in de uitwerking van de voorgestelde lange termijn beheersmaatregelen.
6.7 Conclusies uit hoofdstuk Rijksinkomsten versus uitgaven nieuwe taken 2017-2020 Voor de gemeente Castricum is voor wat betreft de ‘nieuwe’ taken voor jeugd en Wmo (-begeleiding vanuit de AWBZ) die vanaf 2015 naar de gemeenten zijn toegekomen in grote lijnen onderzocht of de eigen situatie aansluit op het landelijk beeld. Veel gemeenten zien de kosten alleen maar toenemen in het sociaal domein, wat niet in verhouding staat tot de inkomsten die gemeenten ontvangen van het Rijk. Dit wordt wederom voor de jeugdhulp bevestigd in het in december gepubliceerde rapport van AEF. Hierin wordt aangegeven dat kosten zijn gestegen van 3,6 miljard euro in 2015 naar 5,4 tot 5,6 miljard euro in 2019. Het rijksbudget bedroeg 3,8 miljard euro. Het gemeentelijk tekort over 2019 bedroeg tussen de 1,6 en 1,8 miljard euro. Voor de gemeente Castricum is geconstateerd dat vanaf 2017 de kosten jeugd flink hoger zijn dan de rijksinkomsten, dit loopt op naar een tekort van circa € 3 miljoen in 2020. Hoewel de kosten nieuwe taken Wmo lager zijn dan de rijksinkomsten, ontstaat per saldo op de nieuwe taken jeugd en Wmo een nadeel van ruim € 1 miljoen vanaf 2018 oplopend naar een tekort van circa € 1,8 miljoen in 2020. Bovendien leidt herijking van het gemeentefonds vooralsnog tot extra nadelen. Inmiddels zijn voor 2021 extra gelden toegekend door het Rijk voor de jeugd.
Het structureel beschikbaar stellen van extra middelen laat het huidige demissionaire kabinet over aan het nieuwe kabinet. Sinds de invoering van het abonnementstarief per 1 januari 2019 zijn de kosten van de huishoudelijke hulp enorm toegenomen. Het Rijk stelt op macroniveau structureel 145 miljoen euro beschikbaar ter compensatie. Dit bedrag is bedoeld om de aanzuigende werking en de inkomstenderving te dekken. De VNG heeft eerder gezegd dat het Rijk de extra kosten volledig moet compenseren en moet bijpassen als de 145 miljoen euro onvoldoende blijkt te zijn. Het Rijk biedt tot nu toe geen aanvullende compensatie, terwijl de VNG aangeeft dat volgens gemeenten nu al duidelijk is, dat deze 145 miljoen euro onvoldoende is. Wanneer de kostenstijging voor de gemeente Castricum wordt vergeleken met de ontwikkeling van de rijksinkomsten van de afgelopen jaren 2017 tot en met 2019, dan kan geconcludeerd worden dat de toename in de kosten voor de huishoudelijke hulp in verhouding tot de extra ontvangen rijksinkomsten veel meer is gestegen.
6.8 Conclusies uit hoofdstuk Monitoring Naast de monitoring van de beheersmaatregel is het van belang om ook de brede monitoring van het Sociaal Domein verder te automatiseren en te verbeteren. Ook zal naast de monitoring van de korte termijn beheersmaatregelen de monitoring van de, na de raadsbesluiten, gekozen lange termijn maatregelen moeten worden opgepakt. Hierbij geldt net als bij de korte termijn maatregelen dat de gezamenlijke keuzes door de raden van alle BUCH gemeenten dit proces efficiënter kan laten verlopen omdat dan de monitoring voor iedere gemeente hetzelfde moet worden opgezet. Na het op zetten van de monitoring is het van belang dat dit, en ook indien noodzakelijk de aanpassing hiervan, een regulier aanvullend deel van het werk wordt van de medewerkers van de backoffice (financieel experts), de businesscontroller en de betrokken beleidsmedewerkers. Dit zal vragen om extra beschikbaar te stellen capaciteit.
7 mei 2021 Eindrapport bestuursopdracht beheersmaatregelen kosten sociaal domein Castricum pagina 31
6.9 Communicatie Een andere conclusie bij deze rapportage is het belang van passende en gerichte communicatie bij het informeren van betrokkenen en belanghebbenden over de uitkomsten van deze rapportage en de maatregelen waartoe wordt besloten en de implementatie en uitvoering die daarop volgt. Door vanuit de rol, positie, het belang en het communicatieniveau van betrokkenen te blijven bedenken welke veranderingen c.q. consequenties de te nemen beheersmaatregelen voor hen kunnen hebben, kan communicatie een positief effect hebben. Het kan rust, ruimte en begrip creëren en uitleg geven op elk niveau en in verschillende samenstelling over wat er verandert in werkwijzen, evaluaties, gespreksvoering, samenwerking en het zorg-, hulp- en ondersteuningsaanbod. Communicatie kan drempels verlagen en mensen dichterbij elkaar brengen, ook waar het maatregelen in het sociaal domein betreft. Ten slotte is de belangrijkste boodschap voor alle betrokkenen en belanghebbenden in het sociaal domein dat in gezamenlijkheid getracht wordt de beste keuzes te maken, zodat het zorgstelsel toekomstbestendig is en blijft.
6.10 Algemeen Met de reeds eerder vastgestelde Korte Termijn Beheersmaatregelen en de mogelijke aanvullende en of versterkende Lange Termijn maatregelen vult de gemeente het maximale deel in van de door haar beïnvloedbare deel van de kostenontwikkeling Sociaal Domein in zoals ook genoemd in het rapport van AEF ‘Stelsel in Groe’ d.d. 15 december 2020 als resultaat van het rijksonderzoek naar de financiële tekorten in de jeugdzorg. Om het totale tekort te kunnen opvangen zijn er en beleidswijzigingen vanuit het rijk noodzakelijk en/of additionele rijksmiddelen. Om kwaliteit verbeterende effecten en de hieruit voortvloeiende ingeschatte besparingen van zowel de eerder met de begrotingen 2021 vastgestelde korte termijn beheersmaatregelen en de in het bijbehorende raadsvoorstel opgenomen lange termijn maatregelen te realiseren zijn investeringen in de BUCH-werkorganisatie noodzakelijk. Dit betreft dan zowel op het gebied van capaciteit als van kwaliteit en kennis. Ook dient er rekening mee worden gehouden dat het monitoren, indien noodzakelijk het komen met advies voor eventueel benodigde bijsturing, ook structureel moet worden ingeregeld in de BUCHwerkorganisatie en dit kost capaciteit.
7 mei 2021 Eindrapport bestuursopdracht beheersmaatregelen kosten sociaal domein Castricum pagina 32
Bijlagen
7 mei 2021 Eindrapport bestuursopdracht beheersmaatregelen kosten sociaal domein Castricum pagina 33
Bijlage 1. Diepte-analyse Jeugdhulp – Gemeente Castricum Toegang tot Jeugdhulp Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het beschikbaar stellen van alle vormen van jeugdhulp. Zij kunnen de zorg dichter bij inwoners organiseren, in samenhang met ondersteuning van gezinnen bij werk, inkomen en schulden. Dit staat in de Jeugdwet. Belangrijke doelen van de Jeugdwet zijn: gebruik maken van de eigen kracht van jeugdigen, ouders en hun sociale netwerk. Het is belangrijk dat zij de regie blijven houden over hun leven. En dat ze samen met hun eigen omgeving en professionele hulpverleners naar oplossingen zoeken; minder snel medicijnen voorschrijven en de zorgvraag terugbrengen; eerder (jeugd)hulp bieden op maat voor kwetsbare kinderen; samenhangende hulp voor gezinnen bieden: 1 gezin krijgt 1 plan met 1 regisseur; meer ruimte voor jeugdprofessionals en minder regeldruk bij hun werk.
Jeugdhulpplicht Gemeenten hebben de plicht om jeugdhulp en ondersteuning te bieden aan jeugdigen met een beperking, stoornis, aandoening of opgroeiproblemen. Door die verplichting, de jeugdhulpplicht, moeten gemeenten in ieder geval: de jeugdige adviseren welke hulp het beste past; samen met de jeugdige de goede vorm van jeugdhulp kiezen; zorgen dat de gekozen jeugdhulp ook echt beschikbaar is.
Indeling van de Jeugdhulp We kunnen de jeugdhulp onderverdelen in vijf hoofdcategorieën (percelen): Ambulante jeugdhulp; Gedwongen kader (gecertificeerde instellingen (GI’s); Jeugdhulp met Verblijf; Crisis; Gesloten Jeugdhulp. Iedere hoofdcategorie is weer onder te verdelen in verschillende subcategorieën. Per hoofd- en/of subcategorie wordt vanuit de data-analyse ingegaan op een aantal vragen. Daarbij worden de belangrijkste opvallende zaken en bijzonderheden beschreven.
Data-analyse Castricum Voor de data-analyse is gekeken naar de beschikbare data uit de gemeentelijke registratiesystemen op d.d. 9 maart 2021 over de jaren 2017 tot en met 2020. Hierbij moet opgemerkt worden dat de data over 2017 een bepaalde onzekerheidsmarge heeft, als gevolg van registratieproblematieken in dat betreffende jaar. Tevens is in de data geen rekening gehouden met de kosten vanuit de overbruggingsregeling Corona van circa € 209.000. Diverse zorgaanbieders hebben van deze regeling gebruik gemaakt en zijn gecompenseerd voor het verlies aan inkomsten als gevolg van Corona. Deze regeling hebben alle gemeenten uit de Regio Alkmaar beschikbaar gesteld vanaf maart 2020 tot 1 juli 2020 op basis van de landelijke afspraken tussen VWS en de VNG. Voor de data-analyse is een aantal onderzoeksvragen opgesteld die ingaan op de: a. volume- en kostenontwikkeling van Zorg in Natura en Persoonsgebonden budgetten; b. leeftijden van de jeugdigen in jeugdhulp; c. aandeel jeugdigen in jeugdhulp per wijk; d. gemiddelde duur van de trajecten; e. wettelijke verwijzers; 7 mei 2021 Eindrapport bestuursopdracht beheersmaatregelen kosten sociaal domein Castricum pagina 34
f. gecontracteerde jeugdhulpaanbieders en betaalovereenkomsten; g. de top 5 van jeugdhulpaanbieders met de meeste jeugdigen in jeugdhulp; h. zorgstapeling van maatwerkvoorzieningen jeugdhulp.
1. Jeugdhulp algemeen In dit hoofdstuk beschrijven we de bevindingen naar aanleiding van de analyse over de totale jeugdhulp in Castricum. In de hier opvolgende hoofdstukken gaan we een slag dieper en presenteren we de uitkomsten van de analyse per jeugdhulpcategorie (perceel).
Cliënt- en kostenontwikkeling Het aantal jeugdigen dat gebruik maakt van een vorm van jeugdhulp laat de afgelopen jaren een stijgende lijn zien. In 2017 maakten 544 jeugdigen gebruik van jeugdhulp tegenover 809 in 2020, wat neerkomt op een stijgingspercentage van 49%. In het jaar 2020 vlakt de stijging iets af ten opzichte van het jaar 2019. De kosten van de totale jeugdhulp zijn met 63% gestegen tussen 2017 en 2020. Waar de gemeente Castricum in 2017 een bedrag van € 3.863.712 uitgaf aan jeugdhulp is dat in 2020 een bedrag van € 6.288.912. Belangrijk om bij deze ontwikkeling te benoemen is dat zich in 2019 een voorziening voor Jeugdzorg Plus heeft gevestigd in Castricum. Een deel van de kostenstijging is hierdoor te verklaren.
Cliënt- en kostenontwikkeling € 7.000.000 € 6.000.000 € 5.000.000 € 4.000.000 € 3.000.000 € 2.000.000 € 1.000.000 €-
2017
2018
2019
2020
Kosten
€ 3.863.712
€ 4.023.296
€ 5.795.801
€ 6.288.912
Aantal
544
621
743
809
Kosten
Aantal
900 800 700 600 500 400 300 200 100 -
In Castricum wonen ongeveer 8700 jeugdigen in de leeftijd van 0-23 jaar. In de tabel hieronder zien we het percentage jeugdigen in jeugdhulp ten opzichte van het totaal aantal jeugdigen van 0-23 jaar. Landelijk ontvangt ongeveer 10% á 12,5% van de jeugdigen in Nederland.
% jeugdigen in Jeugdhulp
2018 7,1%
2019 8,5%
2020 9,3%
Gemiddelde kosten per jeugdige De gemiddelde kosten per jeugdige laten van 2017 naar 2018 een afname zien. In 2019 zijn de gemiddelde kosten aanzienlijk toegenomen. In 2020 stabiliseren gemiddelde kosten ten opzichte van 2019. De stijging van de gemiddelde kosten is te verklaren door een hogere intensiteit en complexiteit van ondersteuning door aanbieders binnen de percelen Ambulante Jeugdhulp, Jeugdhulp met Verblijf en Jeugdzorg Plus.
7 mei 2021 Eindrapport bestuursopdracht beheersmaatregelen kosten sociaal domein Castricum pagina 35
Gemiddelde kosten per jeugdige Castricum
2017
2018
2019
2020
Gemiddelde kosten per jeugdige
€ 7.102
€ 6.479
€ 7.801
€ 7.774
Verschil in % t.o.v. voorgaand jaar
-9%
+20%
-0,3%
Ontwikkeling leeftijden van jeugdigen in jeugdhulp Jeugdhulp is bedoeld voor kinderen van 0 tot 18 jaar. Soms wordt er verlengde jeugdhulp ingezet voor jeugdigen tot 23 jaar waarvan blijkt, dat zij ook na het 18e jaar hulp nodig hebben vanuit de Jeugdwet. Hierbij is gebleken dat ondersteuning vanuit bijvoorbeeld de Wmo niet passend is. Voor de pleegzorg geldt sinds de wetswijziging specifiek, dat dit altijd aangeboden kan worden aan jeugdigen tot 23 jaar. Wanneer we naar onderstaande grafiek kijken, wordt duidelijk dat de meeste jeugdigen die gebruik maken van jeugdhulp in Castricum een leeftijd hebben van 9-12 jaar en 15-17 jaar. Het hogere gebruik in deze specifieke leeftijdscategorieën heeft mogelijk te maken met schoolwisseling naar middelbaar- en hoger onderwijs. Dit wordt nader onderzocht. Uit onderstaande grafiek wordt tevens duidelijk dat er tal van jeugdigen met een leeftijd van 18+ zijn die verlengde jeugdhulp ontvangen. We zien hierin wel een duidelijke afname vanaf het 19e levensjaar.
Jeugdhulp per leeftijd Castricum 90 80 70
Aantal
60 50
2017
40
2018
30
2019
20
2020
10 0 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21
Leeftijd
Jeugdhulp in de wijk De gemeente Castricum is op te delen in 8 wijken op basis van de CBS-indeling. Voor deze wijken is gekeken naar het aantal jeugdigen in Jeugdhulp ten opzichte van het inwonersaantal in deze wijk, met als peiljaar 2020. Belangrijk is dat het hierbij gaat om het totale inwonersaantal en niet alleen het aantal jeugdigen. De wijken met het hoogst aantal jeugdigen in Jeugdhulp zijn Castricum Oost, Castricum Noord en Limmen. Het totaal aantal jeugdigen in jeugdhulp in onderstaande grafiek sluit niet volledig aan met het werkelijk totaal aantal jeugdigen. Onze data-analyse richt zich op de adressen gekoppeld aan BRP (basis registratie personen). Het adres van jeugdigen kan buiten de gemeente liggen, maar de jeugdige kan toch vanwege het huidige Woonplaatsbeginsel onder de verantwoordelijkheid van onze gemeente vallen (afhankelijk van de woonplaats van de gezagsdrager).
7 mei 2021 Eindrapport bestuursopdracht beheersmaatregelen kosten sociaal domein Castricum pagina 36
Aantal jeugdigen in jeugdzorg per wijk 2020 180 160 140 120 100 80 60 40 20 0
Aantal jeugdigen
Akersloot (5.075 inw)
Bakkum (3.585 inw)
112
97
Castricum Castricum Castricum Centrum Limmen Noord Oost De Woude Zuid (740 (4.870 (7.450 (5.590 (8.505 (160 inw) inw) inw) inw) inw) inw) 134
170
21
83
1
127
Duur jeugdigen in jeugdhulp Om te bepalen hoeveel jaren jeugdigen jeugdhulp ontvangen, is een indeling gemaakt naar jeugdigen die 1, 2, 3 of 4 jaar of meer voorkomen. Hierbij is gekeken naar unieke jeugdigen met 1 of meer vormen van jeugdhulp in de periode tussen 2017 en 2020. Het kan natuurlijk zijn dat er jeugdigen zijn die voor 2017 ook in Jeugdhulp zaten, maar deze data is dus niet meegenomen. Uit de tabel hieronder blijkt dat er in de periode van 2017 tot en met 2020 1405 unieke jeugdigen jeugdhulp hebben ontvangen. De meeste jeugdigen ontvangen in 1 jaar jeugdhulp, maar ruim meer dan de helft van deze populatie ontvangt in meerdere jaren jeugdhulp. Er komen 459 jeugdigen in 2 jaren in jeugdhulp voor en 227 hebben in 3 jaren jeugdhulp ontvangen. Er zijn 133 kinderen die in 4 jaren of langer jeugdhulp ontvangen. Dat is 9% van de totale populatie tussen 2017 en 2020. Unieke jeugdigen 2017-2020 Aantal unieke jeugdigen dat in 1 jaar voorkomt
586
Aantal unieke jeugdigen dat in 2 jaren voorkomt
459
Aantal unieke jeugdigen dat in 3 jaren voorkomt
227
Aantal unieke jeugdigen dat in 4 jaren of meer voorkomt Totaal unieke jeugdigen 2017-2020
133 1405
Duur van jeugdhulptrajecten Hierboven bekeken we in hoeveel jaar jeugdigen in jeugdhulp zitten. In deze paragraaf kijken we naar de duur van unieke jeugdhulptrajecten per jeugdige. Met trajecten bedoelen we een geïndiceerd product binnen een perceel. Voor het bepalen van de duur van jeugdhulptrajecten is een indeling gemaakt naar trajecten die vallen binnen 0-6 maanden, 6-12 maanden, 12-24 maanden, 24-36 maanden en >36 maanden. Daarbij is gekeken naar alle trajecten in jeugdhulp met een startdatum vanaf 1 januari 2017 en een einddatum op of voor 31 december 2020. Hierbij zijn dus alleen de afgeronde trajecten meegenomen. Wat opvalt, is dat de meeste trajecten tussen een aantal maanden en 2 jaar duren. Vervolgens daalt het aantal trajecten van 2 jaar of langer.
7 mei 2021 Eindrapport bestuursopdracht beheersmaatregelen kosten sociaal domein Castricum pagina 37
Duur van trajecten 2017 t/m 2020 Aantal unieke trajecten Trajectduur 0 tot 6 maand 745 Trajectduur 6 tot 12 maand 529 Trajectduur 1 tot 2 jaar 476 Trajectduur 2 tot 3 jaar 113 Trajectduur langer dan 3 jaar 26
In- en uitstroom van unieke jeugdigen In de tabel hieronder zien we de in- en uitstroom van unieke jeugdigen in de jeugdhulp in Castricum. Tussen 2018 en 2019 zijn 122 jeugdigen meer ingestroomd dan uitgestroomd. Er stroomden 314 jeugdigen in en er stroomden 192 jeugdigen uit. Tussen 2019 en 2020 zijn 66 jeugdigen meer ingestroomd dan uitgestroomd. Er stroomden 305 jeugdigen in en 239 uit. We zien de afgelopen jaren dat er meer jeugdigen instromen dan er uitstromen. In- en uitstroom unieke jeugdigen Castricum 2018-2020
2019 versus 2018 2020 versus 2019
Verschil unieke jeugdigen 122 66
%
Instroom
%
Uitstroom
%
20% 9%
314 305
51% 41%
-192 -239
-31% -32%
Start- en einddatum van trajecten Hierboven bekeken we het aantal unieke jeugdigen dat in de periode 2018 tot 2020 zijn in- en uitgestroomd bij jeugdhulpaanbieders. Wanneer we kijken naar de trajecten zien we andere cijfers. Dat is ook logisch, omdat unieke jeugdigen meerdere trajecten kunnen volgen in de jeugdhulp, soms ook meerdere trajecten binnen een jaar. In de tabellen hieronder zien we de gestarte en beëindigde trajecten per jaar. We zien dat het aantal gestarte trajecten in 2018 en 2019 aanzienlijk is toegenomen en in 2020 weer wat daalt. We zien ook dat het aantal beëindigde trajecten in 2018 en 2019 lager is dan het aantal gestarte trajecten. In 2020 zijn er meer trajecten beëindigd dan er zijn gestart. De afgelopen jaren zien we dat het aantal gestarte trajecten hoger ligt dan het aantal beëindigde trajecten.
Aantal
2017 312
Aantal
2017 331
Gestarte trajecten 2018 488 Beëindigde trajecten 2018 385
2019 509
2020 430
2019 394
2020 586
Zorgstapeling Het aantal jeugdigen met een combinatie van één of meer maatwerkvoorzieningen uit hoofd- en of subcategorieën jeugdhulp in dat betreffende jaar zijn hieronder weergeven. De combinaties zorg die het vaakst voorkomen zijn de combinaties Ambulante Jeugdhulp in combinatie met het Gedwongen Kader en Ambulante Jeugdhulp in combinatie met Verblijf. In onderstaande tabel zien we dat het aantal jeugdigen met jeugdhulp jaarlijks is toegenomen. Opvallend is dat het aantal jeugdigen met 2 vormen van Jeugdhulp sinds 2018 toeneemt. Zorgstapeling totale Jeugdhulp
7 mei 2021 Eindrapport bestuursopdracht beheersmaatregelen kosten sociaal domein Castricum pagina 38
Totaal Jeugdigen met 1 vorm jeugdhulp Jeugdigen met 2 vormen jeugdhulp Jeugdigen met 3 vormen jeugdhulp Jeugdigen met 4 of meer vormen jeugdhulp
2017 544 492 47 4 1
2018 621 544 46 20 1
2019 743 648 69 23 3
2020 809 713 69 26 1
Type verwijzers In de Jeugdwet is vastgelegd dat gemandateerde professionals in het lokaal/sociaal team, huisartsen, jeugdartsen, medisch specialisten, rechters en jeugdbeschermers de wettelijke verwijzers zijn naar (gespecialiseerde) jeugdhulp. Rechters kunnen alleen bij de uitvoering van rechtelijke maatregelen verwijzen naar jeugdhulp. Bij de uitvoering van Kinderbeschermingsmaatregelen is dit mandaat voor toeleiding naar jeugdhulp neergelegd bij gecertificeerde Instellingen. De rechter kan daarnaast een dringend gericht advies geven voor de inzet van jeugdhulp bv bij complexe (echt)scheidingen en kan daarbij rechtstreeks verwijzen naar de jeugdhulpaanbieder. Gemeentelijke teams nemen deze adviezen in de regel over. De gemeente kan formeel de verwijzing van een wettelijk verwijzer niet tegen houden. Wel kan het in specifieke situaties raadzaam zijn om in onderling overleg en afstemming te komen tot de meest passende vorm van ondersteuning, ook in relatie tot de kosten. De data voor het type verwijzer is gebaseerd op de invoering in het systeem bij de gemeente. De categorieën waaruit gekozen kan worden zijn de volgende: Gemeente, Gecertificeerde Instelling, Rechter/Raad voor Kinderbescherming of Officier van Justitie, Huisarts, Jeugdarts, Medisch specialist, Onbekend, Zelfverwijzer/Geen verwijzer.
Opvallend is dat het niet mogelijk is om (gespecialiseerde) jeugdhulp te ontvangen zonder verwijzing. In theorie zou de categorie Zelfverwijzer/Geen verwijzer niet kunnen bestaan. Vermoedelijk vallen hier verwijzingen onder waarvan het onbekend is door wie de jeugdige is doorverwezen. Wanneer dit het geval is, is het verwarrend twee categorieën met dezelfde definitie in praktijk, waar echter ruimte is voor interpretatie. In onderstaande overzichten is te zien hoe het aandeel verwijzers verloopt in de jaren 2017 t/m 2020. Hierbij is het belangrijk op te merken dat het registreren van de juiste verwijzer in het systeem van de gemeenten de afgelopen jaren een inhaalslag is gemaakt. In 2017 bleek het registreren van de verwijzers niet of onvolledig te gebeuren. Daarom zien we in de grafieken hieronder in 2017 een relatief groot aandeel verwijzers dat onbekend is. We kunnen stellen dat de data over de verwijzers jaarlijks een verbeterslag doormaakt. In het algemeen zien we in de periode van 2017 tot en met 2020 dat de belangrijkste verwijzers de huisartsen (gemiddeld 35%), de gemeente/sociaal teams (gemiddeld 32%) en de gecertificeerde instellingen (gemiddeld 13%) zijn. Het aantal verwijzingen door de huisartsen in Castricum is de afgelopen jaren gedaald. Daarentegen is de gemeente/sociaal teams jaarlijks aanzienlijk meer gaan doorverwijzen.
Bij de gecertifieerde instellingen zien we het aantal verwijzingen schommelen rond de 13%.
7 mei 2021 Eindrapport bestuursopdracht beheersmaatregelen kosten sociaal domein Castricum pagina 39
Verhouding verwijzers afgegeven beschikkingen 45% 40% 35% 30% 25% 20% 15% 10% 5% 0%
40%
37%
37%
32%34%
31%
30%
24% 19%
16%
13%
10%
8%
5% 6%
3% 2017
14% 10%
7% 3%
2018
10% 5%
2019
3%
3%
2020
Gecertificeerde instelling Gemeente Huisarts Jeugdarts-Med specialist Rechter, Raad voor Kinderbescherming of Officier van Justitie Zelfverwijzer/ geen verwijzer/onbekend
Inkoop en contracten De Ambulante Jeugdhulp, Jeugdhulp met Verblijf en Gedwongen Kader zijn ingekocht volgens de principes van ‘open house’. Dit principe houdt in dat jeugdhulpaanbieders die aan de door de gemeente gestelde eisen voldoen, zich kunnen inschrijven voor een contract. De netwerkorganisatie regio Alkmaar (RNO) voert de inkoop en het contractmanagement uit. In 2020 zijn er in totaal 187 contracten afgesloten tussen jeugdhulpaanbieders en de gemeente Castricum, waarvan 126 aanbieders hebben gedeclareerd. Dit aantal verschilt aanzienlijk met het aantal gecontracteerde zorgaanbieders van voor de invoering van open house. In het jaar 2017 heeft de gemeente Castricum in totaal 49 contracten afgesloten met zorgaanbieders. Er lijkt samenhang te zijn tussen de toename van volume en kosten sinds het contracteren volgens open house. Onder jeugdhulpaanbieders die gedeclareerd hebben vallen ook de partijen die een betaalovereenkomst met de gemeente hebben.
Betaalovereenkomsten Ondanks de open-house systematiek sluit de gemeente Castricum jaarlijks enkele betaalovereenkomsten af met partijen die niet gecontracteerd zijn. Hierbij gaat het om specialistische maatwerkovereenkomsten, waarvoor contracteren niet passend blijkt.
Aantal betaalovereenkomsten
2018 16
2019 21
2020 13
Persoonsgebonden budget Daarnaast kiezen jaarlijks gemiddeld zo’n 20 inwoners ervoor om met een persoonsgebonden budget zelf jeugdhulp in te kopen. Pgb komt alleen voor in de percelen Ambulant en Verblijf. Dit is omdat de jeugdige op vrijwillige basis jeugdhulp ontvangt en hierbij zelf gekeken kan worden welke zorg van welke aanbieder daarbij passend is. Het aantal Pgb’s neemt jaarlijks af. De gemiddelde kosten per jeugdige nemen toe. 2017
2018
2019
2020
7 mei 2021 Eindrapport bestuursopdracht beheersmaatregelen kosten sociaal domein Castricum pagina 40
Aantal jeugdigen met Pgb Kosten Pgb Gemiddelde kosten per jeugdige
28 € 138.000 € 4.900
23 € 150.000 € 6.500
17 € 207.000 € 12.200
15 € 196.000 € 13.100
Aandeel top 5 aanbieders Wanneer we van alle jeugdhulpaanbieders de top 5 van jeugdhulpaanbieders selecteren met de meeste jeugdigen in zorg, dan kunnen we concluderen dat deze top 5 jaarlijks een hoog percentage in zorg heeft. Uit de onderstaande grafiek blijkt dat in 2017 de top 5 jeugdhulpaanbieders 68% van alle jeugdigen in zorg hebben. In 2018 daalt dat percentage naar 52%, in 2019 naar 44% en in 2020 heeft de top 5 jeugdhulpaanbieders 38% van alle jeugdigen in zorg. We zien het aandeel van de top 5 jeugdhulpaanbieders met de meeste jeugdigen de afgelopen jaren afnemen. Dit kunnen we verklaren doordat er met ingang van 2018 is gewerkt met de open house inkoop constructie, waardoor steeds meer kleinere jeugdhulpaanbieders toetreden tot de markt.
Top 5 aanbieders - aantal jeugdigen 900 800 700 600 500 400 300 200 100 0
2017
2018
2019
2020
Top 5 aanbieders
370
323
326
311
Totaal
544
621
743
809
Aandeel in percentage
68%
52%
44%
38%
Top 5 aanbieders
Totaal
Aandeel in percentage
Wanneer we dezelfde analyse loslaten op de top 5 jeugdhulpaanbieders met de hoogste kosten/uitgaven aan jeugdhulp in dat jaar, dan zien we dat ongeveer de helft van de totale jaarlijkse uitgaven zich centreert bij deze 5 aanbieders. In de grafiek hieronder zien we dat jaarlijks tussen de 45% en 54% van de kosten worden gemaakt door 5 jeugdhulpaanbieders.
7 mei 2021 Eindrapport bestuursopdracht beheersmaatregelen kosten sociaal domein Castricum pagina 41
Top 5 aanbieders - Kosten € 7.000.000 € 6.000.000 € 5.000.000 € 4.000.000 € 3.000.000 € 2.000.000 € 1.000.000 €-
2017
2018
2019
2020
Top 5 aanbieders
€ 2.072.253
€ 1.888.259
€ 2.627.317
€ 3.009.620
Totaal
€ 3.863.712
€ 4.023.296
€ 5.795.801
€ 6.288.912
54%
47%
45%
48%
Aandeel in percentage
Top 5 aanbieders
Totaal
Aandeel in percentage
2. Ambulante jeugdhulp De hoofdcategorie Ambulante Jeugdhulp bestaat uit 4 subcategorieën: Integraal Ambulante Jeugdhulp, Duurzaam ambulante Jeugdhulp, Dyslexiezorg en Jeugdhulpvervoer. Per subcategorie wordt er een korte inhoudelijke toelichting gegeven samen met de belangrijkste bevindingen uit de data-analyse.
Inkoop en contractmanagement Integraal ambulant
Jeugdhulpvervoer
Ambulante Jeugdhulp
Duurzaam Ambulant
De Ambulante Jeugdhulp is met ingang van 2018 ingekocht volgens de principes van ‘open house’. Dit houdt in dat jeugdhulpaanbieders die aan de door de gemeente gestelde eisen voldoen, zich kunnen inschrijven voor een contract. Op 1 januari 2022 loopt het huidige contract af. De netwerkorganisatie regio Alkmaar (RNO) voert de inkoop en het contractmanagement uit. De gemeente Castricum heeft in 2020 contracten afgesloten met 183 jeugdhulpaanbieders. In praktijk werd er in totaal vanuit 99 contracten gedeclareerd.
Dyslexiezorg
Ontwikkelingen hoofdcategorie Ambulante Jeugdhulp Cliënt- en kostenontwikkeling Het aantal unieke jeugdigen dat gebruik maakt van een vorm van Ambulante Jeugdhulp stijgt jaarlijks vanaf 2017. De uitgaven stijgen tot en met 2019 mee, met in 2019 een aanzienlijke kostenstijging. In 2020 dalen de kosten licht ten opzichte van 2019.
7 mei 2021 Eindrapport bestuursopdracht beheersmaatregelen kosten sociaal domein Castricum pagina 42
Cliënt- en kostenontwikkeling € 3.500.000
800
€ 3.000.000
700
€ 2.500.000
600 500
€ 2.000.000
400
€ 1.500.000
300
€ 1.000.000
200
€ 500.000
100
€-
2017
2018
2019
2020
Kosten
€ 2.437.881
€ 2.674.779
€ 3.287.853
€ 3.186.174
Aantal
501
579
687
745
Kosten
Aantal
-
De gemiddelde kosten per jeugdige laten een schommelend beeld zien. In 2018 dalen de gemiddelde kosten en in 2019 stijgen ze. In 2020 dalen de gemiddelde kosten. Gemiddelde kosten per jeugdige Castricum
2017
2018
€ 4.866
Gemiddelde kosten per jeugdige Verschil in % t.o.v. voorgaand jaar
2019
2020
€ 4.620
€ 4.786
€ 4.277
-5%
+4%
-11%
Ontwikkeling leeftijden van jeugdigen in Ambulante Jeugdhulp Uit de onderstaande grafiek blijkt dat de meeste jeugdigen in de Ambulante Jeugdhulp tussen de 9 en 12 jaar en tussen de 15 en 17 jaar zijn.
Aantal jeugdigen per leeftijd 80 70
Aantal
60 50
2017
40
2018
30
2019
20
2020
10 0 1
2
3
4
5
6
7
8
9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21
Leeftijd
7 mei 2021 Eindrapport bestuursopdracht beheersmaatregelen kosten sociaal domein Castricum pagina 43
Duur van trajecten Ambulante Jeugdhulp In deze paragraaf kijken we naar de duur van unieke trajecten Ambulante Jeugdhulp. Met trajecten bedoelen we een geïndiceerd product binnen dit perceel. Voor het bepalen van de duur van jeugdhulptrajecten is een indeling gemaakt naar trajecten die vallen binnen 0-6 maanden, 6-12 maanden, 12-24 maanden, 24-36 maanden en >36 maanden. Daarbij is gekeken naar alle trajecten Ambulante Jeugdhulp met een startdatum vanaf 1 januari 2017 en een einddatum op of voor 31 december 2020. Hierbij zijn dus alleen de afgeronde trajecten meegenomen. Wat opvalt, is dat de meeste trajecten tussen een aantal maanden en 2 jaar duren. Vervolgens daalt het aantal trajecten van 2 jaar of langer. Opvallend is dat er jeugdigen met Ambulante Jeugdhulp langer dan twee jaar in een trajecten zitten en zelfs een aantal langer dan 3 jaar. Ambulante Jeugdhulp suggereert dat kinderen kortdurend ambulant geholpen worden en toewerken naar een resultaat. Uit deze cijfers blijkt dat er jeugdigen zijn die langjarig ambulante jeugdhulp ontvangen. Duur van trajecten 2017 t/m 2020 Aantal unieke trajecten Trajectduur 0 tot 6 maand 661 Trajectduur 6 tot 12 maand 468 Trajectduur 1 tot 2 jaar 429 Trajectduur 2 tot 3 jaar 105 Trajectduur langer dan 3 jaar 20