CConstaterende datCastricum
Koppel je AI →
Document · PDF

02 Bijlage Concept subsidieregeling Sociale basis Castricum

Raadsinformatieavond (parallel) 17 april 2025, gemeente CastricumBij agendapunt: Commissie consultatie subsidieregeling3.223 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage Concept Subsidieregeling Sociale basis Castricum 2025 Het college van burgemeester en wethouders van Castricum; overwegende dat het gemeentebestuur, op grond van het Integraal beleidskader sociaal domein “Iedereen doet mee” door de raad op 22 december 2022 vastgesteld, de sociale basis wil verstevigen door het verstrekken van subsidies voor activiteiten die daaraan bijdragen; gelet op artikel 3 van de Algemene subsidieverordening Castricum 2020; besluit vast te stellen de volgende: Subsidieregeling Sociale basis Castricum 2025 HOOFDSTUK 1:

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1.1 Definities In deze regeling wordt verstaan onder: a. ASV: Algemene subsidieverordening Castricum 2016; b. college: college van burgemeester en wethouders van Castricum; c. Gebiedsanalyse en focus verstevigen sociale basis: het door het college vastgestelde en vigerende Gebiedsanalyse en focus verstevigen sociale basis Castricum; d. sociale basis: breed en laagdrempelig aanbod van activiteiten en ondersteuning in de eigen buurt of wijk, om zelfredzaam te zijn, talenten te ontwikkelen en mee te doen in de samenleving; e. wet: Algemene wet bestuursrecht. Artikel 1.2 Toepassingsbereik ASV De subsidies in deze regeling worden verstrekt op grond van artikel 3 van de ASV voor de activiteiten zoals opgenomen in deze regeling. Artikel 1.3 Doel subsidieregeling Deze regeling maakt het mogelijk subsidie te verlenen voor activiteiten die een bijdrage leveren aan de hoofdopgave van het Integraal beleidskader sociaal domein “Iedereen doet mee”, zoals door de raad op 22 december 2022 is vastgesteld. De activiteiten dienen gericht te zijn op de hoofdopgave: het verstevigen van de sociale basis. Deze hoofdopgave is vertaald in een aantal focuspunten die zijn opgenomen in de Gebiedsanalyse en focus verstevigen sociale basis.

Artikel 1.4 Aanvraag 1. In aanvulling op artikel 6, tweede en derde lid, van de ASV worden bij de subsidieaanvraag de volgende gegevens en stukken overgelegd, waaronder een beschrijving van de activiteiten waarin tenminste de volgende punten zijn opgenomen: a. op welke focuspunten van de Gebiedsanalyse en focus verstevigen sociale basis de activiteiten betrekking hebben; b. op welke wijze de activiteiten zijn afgestemd met andere partners zodat de activiteiten in samenhang dekking over de gemeente geven en; c. waarom en op welke manier de aanvrager voldoet aan de criteria zoals beschreven bij wijze van verdeling. 2. Indien een specifiek aanvraagformulier Sociale basis beschikbaar is, dan is de aanvrager verplicht dit formulier volledig in te vullen en in te dienen. Artikel 1.5 Samenwerkingsverband 1. In aanvulling op artikel 1.4 geldt dat als een subsidie wordt aangevraagd door een aanvrager namens een samenwerkingsverband, dat dan de door alle partijen ondertekende samenwerkingsovereenkomst moet worden ingediend. Daarin dient beschreven te zijn op welke wijze deelnemende partijen bijdragen aan de werkzaamheden, hoe de activiteiten worden uitgevoerd in de samenwerking en de wijze waarop de besluitvorming, de verdeling van taken, rollen en de financiering binnen het verband is geregeld. 2.

De subsidie wordt in beginsel alleen aan de aanvrager verleend die de aanvraag namens het samenwerkingsverband heeft ingediend. en de aanvrager draagt in dat geval de verantwoordelijkheid voor de naleving van de eisen uit deze regeling en voor in de beschikking aangeduide activiteiten en de daaraan verbonden verplichtingen. Artikel 1.6 Aanvraagtermijn 1. Een aanvraag voor een jaarlijkse subsidie wordt, in afwijking van artikel 7, eerste lid, van de ASV, ingediend tussen 1 juli en 1 september voorafgaand aan het jaar, of de jaren waarop de aanvraag betrekking heeft. 2. Een aanvraag om een subsidie voor een terugkerende activiteit wordt, in afwijking van artikel 7, derde lid, van de ASV, ingediend tussen 1 juli en 1 september voorafgaand aan het jaar waarin de activiteit plaatsvindt. Artikel 1.7 Voorschot 1. Subsidies verleend voor een bedrag van ten hoogste € 5.000,- worden volgens artikel 13, derde lid, ASV direct na toekenning voor 100% als voorschot uitbetaald. 2. Jaarlijkse subsidies verleend voor een bedrag meer dan € 5.000,- tot en met € 50.000,kunnen in twee termijnen van ieder 50% als voorschot worden uitbetaald. De eerste termijn uiterlijk januari en vervolgens in juli van het jaar van de subsidieverlening. 3. Jaarlijkse subsidies verleend voor een bedrag meer dan € 50.000,- kunnen in vier termijnen van ieder 25% als voorschot worden uitbetaald.

De eerste termijn uiterlijk januari en vervolgens in april, juli en oktober van het jaar van de subsidieverlening.

HOOFDSTUK 2:

GEZOND EN KANSRIJK OPGROEIEN

Artikel 2.1 Activiteiten Het college kan uitsluitend subsidie verlenen voor activiteiten die laagdrempelig en algemeen toegankelijk zijn, gericht zijn op gezond en kansrijk opgroeien en bijdragen aan het doel van deze subsidieregeling genoemd in artikel 1.3. Artikel 2.2 Subsidieplafond Het college kan jaarlijks een subsidieplafond vaststellen voor activiteiten genoemd in artikel 2.1. Artikel 2.3 Wijze van verdeling 1. Indien het subsidieplafond wordt bereikt, vindt verstrekking van subsidie plaats in volgorde van de door het college aangebrachte rangschikking, totdat het voor de betrokken subsidie vastgestelde subsidieplafond is bereikt. 2. De aanvragen die niet worden geweigerd, worden onderling vergeleken en gerangschikt langs de criteria uit het derde lid. Hierbij worden afzonderlijke activiteiten van vergelijkbare aard met elkaar vergeleken om tot een optimale mix en spreiding van activiteiten te komen. 3. De rangschikking wordt bepaald op basis van de volgende criteria: a. de mate waarin de aanvrager aantoont te beschikken over de benodigde kennis, ervaring en expertise om de te subsidiëren activiteiten uit te kunnen voeren; b. de mate waarin de aanvrager aantoont, bijvoorbeeld door middel van een samenwerkingsovereenkomst, samen te werken met relevante partners en die met expertise en deskundigheidsbevordering wil faciliteren; c.

de mate waarin activiteiten die worden geïnitieerd door ingezetenen van de gemeente Castricum worden ondersteund. Artikel 2.4 Aanvullende weigeringsgronden In aanvulling op artikel 9, derde lid, aanhef en onder f, van de ASV kan het college de subsidie geheel of gedeeltelijk weigeren als: a. de activiteit niet past binnen de focuspunten van de Gebiedsanalyse en focus verstevigen sociale basis; b. er reeds voldoende vergelijkbare activiteiten worden aangeboden; c. de financiële continuïteit van de aanvrager niet gewaarborgd is; d. de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd zijn begonnen voordat de aanvraag is ontvangen; e. aannemelijk is dat de activiteiten ook zonder subsidie zonder belangrijke vertraging zouden worden uitgevoerd. HOOFDSTUK 3:

GEZONDE LEEFOMGEVING EN BESTAANSZEKERHEID

Artikel 3.1 Activiteiten Het college kan uitsluitend subsidie verlenen voor activiteiten die laagdrempelig en algemeen toegankelijk zijn, gericht zijn op een gezonde en veilige leefomgeving en bestaanszekerheid en bijdragen aan het doel van deze subsidieregeling genoemd in artikel 1.3. Artikel 3.2 Subsidieplafond Het college kan jaarlijks een subsidieplafond vaststellen voor activiteiten genoemd in artikel 3.1.

Artikel 3.3 Wijze van verdeling 1. Indien het subsidieplafond wordt bereikt, vindt verstrekking van subsidie plaats in volgorde van de door het college aangebrachte rangschikking, totdat het voor de betrokken subsidie vastgestelde subsidieplafond is bereikt. 2. De aanvragen die niet worden geweigerd, worden onderling vergeleken en gerangschikt langs de criteria uit het derde lid. Hierbij worden afzonderlijke activiteiten van vergelijkbare aard met elkaar vergeleken om tot een optimale mix en spreiding van activiteiten te komen. 3. De rangschikking wordt bepaald op basis van de volgende criteria: a. de mate waarin de aanvrager aantoont te beschikken over benodigde kennis. ervaring en expertise om de te subsidiëren activiteiten uit te kunnen voeren; b. de mate waarin de aanvrager aantoont, bijvoorbeeld door middel van een samenwerkingsovereenkomst, samen te werken met relevante partners en die met expertise en deskundigheidsbevordering wil faciliteren; c. de mate waarin activiteiten die worden geïnitieerd door ingezetenen van de gemeente Castricum worden ondersteund. Artikel 3.4 Aanvullende weigeringsgronden In aanvulling op artikel 9, derde lid, aanhef en onder f, van de ASV kan het college de subsidie geheel of gedeeltelijk weigeren als: a. de activiteit niet past binnen de focuspunten van de Gebiedsanalyse en focus verstevigen sociale basis; b.

er reeds voldoende vergelijkbare activiteiten worden aangeboden; c. de financiële continuïteit van de aanvrager niet gewaarborgd is; d. de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd zijn begonnen voordat de aanvraag is ontvangen; e. aannemelijk is dat de activiteiten ook zonder subsidie zonder belangrijke vertraging zouden worden uitgevoerd. HOOFDSTUK 4:

GEZOND EN VITAAL OUDER WORDEN

Artikel 4.1 Activiteiten waar subsidie voor verleend kan worden Het college kan uitsluitend subsidie verlenen voor activiteiten die laagdrempelig en algemeen toegankelijk zijn, gericht zijn op gezond en vitaal ouder worden en bijdragen aan het doel van deze subsidieregeling genoemd in artikel 1.3. Artikel 4.2 Subsidieplafond Het college kan jaarlijks voor de activiteiten genoemd in artikel 4.1 een subsidieplafond vaststellen.

Artikel 4.3 Wijze van verdeling 1. Indien het subsidieplafond wordt bereikt, vindt verstrekking van subsidie plaats in volgorde van de door het college aangebrachte rangschikking, totdat het voor de betrokken subsidie vastgestelde subsidieplafond is bereikt. 2. De aanvragen die niet worden geweigerd, worden onderling vergeleken en gerangschikt langs de criteria uit het derde lid. Hierbij worden afzonderlijke activiteiten van vergelijkbare aard met elkaar vergeleken om tot een optimale mix en spreiding van activiteiten te komen. 3. De rangschikking wordt bepaald op basis van de volgende criteria: a. de mate waarin de aanvrager aantoont te beschikken over benodigde kennis, ervaring en expertise om de te subsidiëren activiteiten uit te kunnen voeren; b. de mate waarin de aanvrager aantoont, bijvoorbeeld door middel van een samenwerkingsovereenkomst, samen te werken met relevante partners en die met expertise en deskundigheidsbevordering wil faciliteren; c. de mate waarin activiteiten die worden geïnitieerd door ingezetenen van de gemeente Castricum worden ondersteund. Artikel 4.4 Aanvullende weigeringsgronden In aanvulling op artikel 9, derde lid, aanhef en onder f, van de ASV kan het college de subsidie geheel of gedeeltelijk weigeren als: a. de activiteit niet past binnen de focuspunten van de Gebiedsanalyse en focus verstevigen sociale basis; b.

er reeds voldoende vergelijkbare activiteiten worden aangeboden; c. de financiële continuïteit van de aanvrager niet gewaarborgd is; d. de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd zijn begonnen voordat de aanvraag is ontvangen; e. aannemelijk is dat de activiteiten ook zonder subsidie zonder belangrijke vertraging zouden worden uitgevoerd. HOOFDSTUK 5:

SLOTBEPALINGEN

Artikel 5.1 Hardheidsclausule Het college kan een of meer artikelen uit deze regeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken, voor zover toepassing daarvan gelet op het belang van de strekking van de regeling leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard. Artikel 5.2 Overgangsrecht 1. De Subsidieregeling Jeugd 2018, Subsidieregeling Welzijn 2018 en de Subsidieregeling Projectenfonds 2018 zoals die golden direct voorafgaand aan het inwerkingtreden van deze regeling blijven van toepassing op subsidieaanvragen die vóór 1 juli 2025 zijn ingediend voor het jaar 2026. 2. De Subsidieregeling Jeugd 2018, Subsidieregeling Welzijn 2018 en de Subsidieregeling Projectenfonds 2018 vervallen van rechtswege nadat de laatste subsidie op basis van deze subsidieregeling is verleend, maar in ieder geval uiterlijk op 30 juni 2025. 3. Deze regeling treedt in werking op 1 juli 2025. 4. Op de subsidiëring van voordien uit te voeren activiteiten zijn de regelingen genoemd in het tweede lid van toepassing.

Artikel 5.3 Citeertitel Deze subsidieregeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Sociale basis Castricum 2025. Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van Castricum in zijn vergadering van [datum],

drs. H.G.M. Bakker secretaris

dhr. B.A. Tap burgemeester

Toelichting Algemeen Het subsidiestelsel in Castricum wordt gevormd door de wet, de ASV, nadere regelingen en bijzondere subsidieverordeningen. Op 22 december 2022 is het ‘Integraal Beleidskader Sociaal Domein 2023-2026 ‘Iedereen doet mee’ vastgesteld door de gemeenteraad. Het is een beleidskader op hoofdlijnen. In samenspraak met de maatschappelijke partners worden de focuspunten en accenten vastgelegd in de (tweejaarlijkse) Gebiedsanalyse en focus verstevigen sociale basis. Als uitvloeisel daarvan is door het college de Gebiedsanalyse en focus verstevigen sociale basis vastgesteld. Met het oog op bovengenoemde is deze subsidieregeling vastgesteld. In het eerste hoofdstuk van deze regeling zijn de bepalingen uitgewerkt die gelden voor alle onderdelen van de sociale basis. Ongeacht voor welk onderdeel subsidie wordt aangevraagd, gelden deze bepalingen altijd. Vervolgens zijn de aanvullende bepalingen per onderdeel in de hoofdstukken twee tot en met vier uitgewerkt. Wordt subsidie aangevraagd voor meerdere onderdelen, dan gelden uiteraard de bepalingen uit hoofdstuk één en de bepalingen zoals vastgelegd in de hoofdstukken behorend bij die onderdelen. Als gevolg van de vaststelling van deze regelingen, komen andere regelingen te vervallen. In hoofdstuk vijf is daarom voorzien in overgangsrecht. Artikelsgewijs Artikel 1.1 In dit artikel is een aantal definities opgenomen.

Deze definities gelden niet alleen voor deze regeling, maar ook voor de hierop te baseren regelingen. Artikel 1.2 Dit artikel regelt dat op de regeling de het toepassingsbereik van de ASV van toepassing is. Alleen in de gevallen waarin dat uitdrukkelijk is bepaald in deze regeling, wordt afgeweken van de ASV. De ASV biedt de ruimte om op onderdelen daarvan af te wijken. Artikel 1.3 In dit artikel staat opgenomen op grond van welke beleidsdocumenten subsidie wordt verleend. Voor een nadere uitleg over de keuze voor die beleidsdocumenten wordt verwezen naar het algemeen deel van deze toelichting. Artikel 1.4 Het vierde lid van artikel 6 van de ASV bevat de mogelijkheid voor het college om van het eerste tot en met derde lid afwijkende eisen te stellen met betrekking tot de aanvraag. Daarvan is in dit artikel gebruik gemaakt. Uiteraard mogen van de aanvrager alleen die gegevens verlangd worden die noodzakelijk zijn voor het beoordelen van de aanvraag. Welke gegevens dat zijn, is opgenomen in dit artikel. Voor het aanvragen van de subsidie onder deze regeling zal een formulier al dan niet digitaal aanvraagformulier worden vastgesteld.

Artikel 1.5 In dit artikel is beschreven dat als namens meerdere partijen subsidie wordt aangevraagd, dat dan de samenwerkingsovereenkomst die door al die partijen is ondertekend, moet worden ingediend bij de aanvraag. Ook is in dit artikel bepaald dat de subsidie als hoofdregel alleen wordt verleend aan degene die de aanvraag namens dit verband heeft ingediend. Artikel 1.6 Artikel 7 van de ASV bevat de hoofdregel met betrekking tot de aanvraagtermijnen. In het geval in een specifieke subsidieregeling en daarvan afwijkende termijn wenselijk is, kan deze termijn op grond van artikel 7 vierde lid van de ASV in de subsidieregeling worden vastgesteld. In deze subsidieregeling geldt een afwijkende aanvraagtermijn voor jaarlijkse subsidies en subsidies voor terugkerende activiteiten. Dit is van belang omdat vanwege het subsidieplafond sprake is van een verdeling via een tendersysteem. Een vaste sluitingsdatum voor de aanvragen is daarom noodzakelijk, maar ook een vaste startdatum is van belang met het oog op de transparantie en het bieden van gelijke kansen, het gelijkheidsbeginsel. Deze aanvraagtermijnen zijn vastgesteld met inachtneming van het tijdvak waarin de activiteit dient te worden uitgevoerd. Bij de verdeling van het subsidieplafond gaat het in feite om de verdeling van schaarse rechten (subsidiegelden).

Dat heeft tot gevolg dat de rechtsnorm die ertoe strekt dat bij de verdeling van schaarse middelen aan (potentiële) gegadigden ruimte moet worden geboden om naar de beschikbare middelen mee te dingen, ook van toepassing is op de verdeling van de subsidiemiddelen en het subsidieplafond. De beschikbaarheid van de schaarse subsidie, de verdelingsprocedure, het aanvraagtijdvak en de toe te passen criteria moeten daarom allemaal tijdig bekend zijn. Artikel 1.7 In artikel 4:95 van de wet is de bevoorschotting geregeld. Daarnaast kan bevoorschotting ook bij subsidiebeschikking geregeld worden; vaak ligt dit voor de hand. Als echter bij voorbaat vaststaat dat het wenselijk is dat er voor alle subsidieontvangers een uniforme regeling wordt vastgesteld, dan kan dat hier. Het college heeft ervoor gekozen een uniforme regeling vast te stellen. Betaling kan op grond van artikel 4:53 van de wet in gedeelten. Dan moet in de subsidieregeling worden bepaald hoe de gedeelten worden berekend en op welke tijdstippen ze betaald worden. Dit is met name relevant voor de uitbetaling van direct vastgestelde subsidies. In deze regeling is in dit artikel voorzien in de tijdstippen waarop de subsidies worden betaald. Artikel 2.1, 3.1 en 4.1. In de hoofdstukken 2, 3 en 4 is in iedere eerste artikel van dat hoofdstuk aangegeven voor welke activiteit subsidie kan worden verleend.

De verdere voorwaarden waaronder subsidie kan worden verleend zijn in de verdere artikelen in een hoofdstuk uitgewerkt.

Artikel 2.2, 3.2 en 4.2 Op grond van artikel 5 van de ASV kan het college een subsidieplafond vaststellen. In de artikelen 2.2, 3.2 en 4.2 van deze regeling wordt in de mogelijkheid voorzien dat het college jaarlijks een subsidieplafond kan vaststellen. De vraag of een subsidieplafond wordt vastgesteld is mede afhankelijk van de (financiële) kaders die de raad via de vastgestelde begroting aan het college meegeeft. Artikelen 2.3, 3.3 en 4.3 Als er met subsidieplafonds gewerkt wordt, dan schrijft artikel 5,, eerste lid de ASV voor dat in de betrokken subsidieregeling de wijze van verdeling wordt bepaald. Bij de verdeling van het subsidieplafond gaat het in feite om verdeling van schaarse rechten (subsidiegeld). Dat heeft tot gevolg dat de rechtsnorm die ertoe strekt dat bij de verdeling van schaarse vergunningen aan (potentiële) gegadigden ruimte moet worden geboden om naar de beschikbare vergunning(en) mee te dingen, ook van toepassing is op de verdeling van het subsidieplafond. De beschikbaarheid van de schaarse subsidie, de verdelingsprocedure, het aanvraagtijdvak en de toe te passen criteria moeten daarom allemaal tijdig bekend zijn. Het beschikbare budget wordt verdeeld over de complete, tijdig ingediende aanvragen door middel van een onderlinge vergelijking van de aanvragen en waarbij de beste aanvragen voor subsidie in aanmerking komen.

Van belang bij dit systeem is dat helder is voor de aanvrager op basis van welke criteria de aanvragen worden getoetst en in rangorde worden gezet. De criteria waaraan een aanvraag getoetst wordt zijn: • de mate waarin de aanvrager aantoont te beschikken over de benodigde kennis, ervaring en expertise om de te subsidiëren activiteiten uit te kunnen voeren; • de mate waarin de aanvrager aantoont, bijvoorbeeld door middel van een samenwerkingsovereenkomst, samen te werken met relevante partners en die met expertise en deskundigheidsbevordering wil faciliteren; • de mate waarin activiteiten die worden geïnitieerd door ingezetenen van de gemeente Castricum worden ondersteund. Bij het toetsen van een aanvraag aan de criteria heeft het college beoordelingsruimte. De criteria zijn zodanig opgesteld dat zij objectief en eenduidig zijn. De zinsnede “Indien het subsidieplafond wordt bereikt,...” is toegevoegd om te voorkomen dat er ook een onderlinge afweging van de aanvragen moet plaatsvinden als op de sluitingsdatum blijkt dat het subsidieplafond niet is bereikt; dan kunnen immers alle aanvragen gehonoreerd worden en is onderlinge vergelijking niet nodig. Artikelen 2.4, 3.4 en 4.4 De ASV maakt het mogelijk om de daarin opgenomen weigeringsgronden bij subsidieregeling aan te vullen (artikel 9, derde lid, aanhef en onder f van de ASV).

In deze regeling is gekozen om aanvullende weigeringsgronden toe te voegen. De weigeringsgronden zijn toegespitst op de activiteit of activiteiten waar een aanvraag voor is ingediend.

Artikel 5.1 Deze hardheidsclausule is opgenomen omdat in uitzonderlijke gevallen vasthouden aan een termijn in de ASV of de toepasselijke subsidieregeling wegens bijzondere omstandigheden onevenredig kan zijn tot de daarmee te dienen belangen. Een te treffen voorziening, die niet in de verordening of subsidieregeling is voorzien, dient altijd binnen de doelstellingen van de subsidie te passen. Artikel 5.2 In dit artikel is voorzien in overgangsrecht. In de regelingen die vervallen is geen einddatum opgenomen waarop de werking daarvan eindigt. Daarom is het nodig om te bepalen wanneer die regelingen vervallen. Concreet betekent dit dat aanvragen die zijn ingediend voordat deze regeling is vastgesteld, nog worden afgehandeld op basis van de ingetrokken regelingen. Artikel 5.3 In dit artikel staat de citeertitel van de regeling opgenomen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15315722/1