CConstaterende datCastricum
Koppel je AI →
Document · PDF

01 Voorstel aanpassing vergoeding leden RKC

Raadsplein - Carrousels 1 juli 2021, gemeente CastricumBij agendapunt: Verzoek Rekenkamercommissie BUCH1.572 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

REKENKAMERCOMMISSIE

Voorstel Aanpassing van de vaste vergoeding voor de leden van de Rekenkamercommissie BUCH Inleiding De Rekenkamercommissie van de BUCH is, zoals u onder meer in het jaarverslag van 2020 kunt lezen, zeer productief. We leggen de lat hoog en ontvangen daarvoor vanuit verschillende kanten veel waardering. Naast waardering voor de inspanningen en de kwantiteit en kwaliteit van de bevindingen en conclusies, is er ook veel waardering voor de juistheid en toepasbaarheid van de aanbevelingen. Wij hebben het gevoel op de goede weg te zijn en zijn onverminderd ambitieus. Mede door de ontvangen adhesiebetuigingen voelen wij ons gesterkt om een immer lastig onderwerp aan te snijden: de hoogte van de door ons te ontvangen vergoeding. Vooropgesteld: geen van de leden van uw rekenkamercommissie bekleedt deze positie vanwege de financiële vergoeding. Voor een substantieel gedeelte van de tijdsbesteding vindt geen reële financiële compensatie plaats. Dat is op zich ook geen probleem. De ambitie om het lokaal bestuur te verbeteren en versterken is immers onze primaire drijfveer. Juist die ambitie zit ons echter langzaamaan ook steeds meer in de weg. In die zin dat de vergoeding - steeds meer - op gespannen voet komt te staan met de geleverde inspanningen. Om die spanning enigszins het hoofd te bieden, doen wij u dit voorstel.

Allereerst stellen wij voor om de vergoeding eenmalig te verhogen met ingang van 1 september 2021. De primaire reden daarvoor is - zoals geschetst - de groeiende kloof tussen de ontvangen compensatie en de geleverde inspanning. Daarnaast is de huidige vergoeding aan de lage kant vergeleken met die van andere rekenkamercommissies. Tot slot blijkt in de praktijk dat voor een groot aantal praktische zaken maar zeer beperkte ondersteuning beschikbaar is. Ook deze omstandigheid legt een extra tijdbeslag op de leden van de rekenkamercommissie. Onderstaand werken we deze aspecten verder uit. Daarnaast speelt dat de vergoeding niet wordt geïndexeerd. Dat betekent dat deze sinds de start van de Rekenkamercommissie in 2016 ongewijzigd is gebleven en de facto dus ieder jaar minder wordt. Dit terwijl het totale budget van de Rekenkamercommissie wel jaarlijks wordt geïndexeerd en indexatie ook gebruikelijk is. Wij willen daarom tevens voorstellen om de vergoeding jaarlijks met hetzelfde percentage te indexeren als het budget. Het budget wordt elk jaar geïndexeerd op 1 januari op basis van de prijsmutatie Bruto Binnenlands Product (pBBP) volgens de meicirculaire van het ministerie van Binnenlandse Zaken van het voorafgaande jaar en jaarlijks aangepast aan het aantal inwoners per 1 januari van het betreffende jaar. (Zie artikel 4 van de Samenwerkingsovereenkomst)

1 Vergelijking met andere Rekenkamers/ Rekenkamercommissies De vergoeding voor de leden van Rekenkamers bij verschillende gemeenten loopt nogal uiteen, maar desondanks is er wel iets te zeggen over de hoogte van de vergoeding. Onderstaand wordt ingezoomd op enkele BUCH specifieke zaken en wordt verder een

vergelijking met een aantal andere gemeenten gemaakt.

I.

BUCH-gerelateerde factoren. Factoren die gerelateerd zijn aan de situatie van de BUCH-gemeenten en die van invloed kunnen zijn op de hoogte van de vergoeding voor de leden van de Rekenkamercommissie, zijn: de gemeentegrootte, de complexiteit van het werk, de werklast en de indexering. 1. Gemeentegrootte Hoewel de vergoedingen voor de leden van Rekenkamers bij verschillende gemeenten nogal uiteenlopen, is het algemene beeld dat naarmate de gemeente meer inwoners heeft, de vergoeding hoger ligt. De BUCH is door de ambtelijke samenwerking te beschouwen als een 100.000+-gemeente. De vergoeding ligt echter op het niveau van een kleinere gemeente. 2. Complexiteit Het werk van de Rekenkamercommissie BUCH is aanzienlijk complexer dan dat van een Rekenkamer van één gemeente. Er dient geschakeld te worden met vier raden, vier griffies, vier colleges en vier gemeentesecretarissen. Daarnaast is er ook altijd sprake van betrokkenheid van de Werkorganisatie. In elk onderzoek heeft de Rekenkamercommissie BUCH, als het gaat om de ‘eigen gemeente’, te maken met vijf partijen in plaats van één. Partijen die van situatie en opvattingen van elkaar kunnen verschillen. 3. Werklast De werklast van de leden van de Rekenkamercommissie is bepaald op gemiddeld 4 uur per week. De leden ervaren een stelselmatige overschrijding daarvan.

De werklast van de leden van de Rekenkamercommissie hangt samen met tenminste vier factoren: a) het aantal onderzoeken, b) de complexiteit van het werk, c) het aantal leden waarmee de klussen geklaard moeten worden, en d) de mate van ondersteuning vanuit de organisatie. a) Het aantal onderzoeken dat jaarlijks kan worden gedaan fluctueert en is afhankelijk van onder meer de aard van het onderzoek, het beschikbare budget en de beschikbare menskracht. Het gemiddelde aantal onderzoeken van de Rekenkamercommissie BUCH ligt op 2 à 3 grotere onderzoeken, of 2 grotere onderzoeken en een kleinere of een quick scan per jaar. Dat is in vergelijking tot andere rekenkamers een stevig ambitieniveau. Dit ambitieniveau hangt ook samen met het feit dat vier gemeenteraden moeten worden bediend. b) Onder punt 2 is al iets gezegd over de complexiteit van het werk als gevolg van het feit dat er sprake is van vijf organisaties in plaats van één. c) De Rekenkamercommissie BUCH telt vier leden. Dat is geen hoog aantal voor een Rekenkamer van een 100.000+-gemeente die in feite uit vier gemeenten bestaat. De Rekenkamercommissie werkt nu met één contactpersoon per gemeente. Normaliter is er een hele rekenkamercommissie per gemeente. d) De Rekenkamercommissie krijgt geen ondersteuning vanuit de griffies. Dat betekent dat de facilitaire zaken door Rekenkamercommissie zelf worden gedaan, zoals a.

inrichten en draaiend houden van de website. b. Zorgen dat de rekenkamercommissie aan de AVG voldoet c. Opstellen van Begroting en Jaarrekening

d. Zorgen voor digitale vergadermogelijkheden e. Zorgen voor eigen secretariële ondersteuning Op de punten b en c is recentelijk voor het eerst wel hulp gekomen vanuit de ambtelijke organisatie, maar de Rekenkamercommissie nam én neemt wel zelf het voortouw. e) Doordat de ondersteuning niet vanuit de griffies komt heeft de Rekenkamercommissie ook niet vanzelf voeling met wat er speelt in de gemeenteraad. De RKC BUCH heeft nu wel de afspraak met de griffies dat elk RKC lid met zijn of haar ‘eigen’ griffie af en toe bijpraat, maar het kost dus tijd en moeite om dit actief ‘op te halen’. II.

Vergelijking met andere gemeenten

Als we de werkzaamheden en de vergoedingen vergelijken met die in andere gemeenten dan zien we de nodige variatie. Toch is er wel degelijk een indicatie te geven van de vergoedingen in andere gemeenten. Hieronder volgt een kort overzicht van vergoedingen in andere gemeenten en, voor zover bekend, van de mede van invloed zijnde factoren. De voorbeelden zijn ontleend aan de ervaring van de eigen leden van de Rekenkamercommissie en van recente vacatures waarvoor is geadverteerd, zodat een actueel beeld is verkregen. Gemeente(n)

Aantal leden Rk

Vergoedin g leden1 2 € p/mnd

Gemeente(n)grootte

Complexiteit tov BUCH

BUCH (Bergen, Uitgeest, Castricum, Heiloo) Alphen a/d Rijn

4

300

100.000

Norm

5

400

100.000

Heemskerk

3

367

40.000

WVOLV (Wassenaar, Voorschoten, Oegstgeest, Leidschendam-

6

304,48

150.000

Minder (één gemeente, ondersteuning griffie, zelfde aantal onderzoeken) Minder (één gemeente, ondersteuning griffie, lager aantal onderzoeken) Vergelijkbaar (4 gemeenten, maar wel ondersteuning griffie)

Initieel aantal uren p/wk 4

Index ering

4

ja

2-4

ja

3-4

ja

nee

1 Het gaat hier om de vergoeding van de gewone leden. De voorzitters ontvangen een daarvan

afgeleide hogere vergoeding. 2 Rekenkamers met een vergoeding per vergadering zijn hier buiten beschouwing gelaten vanwege de onvergelijkbaarheid met een vergoeding per maand.

Voorburg) Bloemendaal

4-5

540,29

23.000

Venlo

6

650

100.000

Minder (één gemeente, ondersteuning griffie) Minder (wel meer onderzoek zelf uitvoeren)

4

ja

6

?

Het beeld dat uit dit beperkte overzicht naar voren komt, is dat bij de meeste gemeenten de vergoeding hoger tot fors hoger is dan bij de BUCH, terwijl tegelijkertijd de werklast en complexiteit minder is. De enige Rekenkamer die vergelijkbaar is qua vergoeding, complexiteit en werklast is de combinatie WVOLV. Daar wordt echter het werk gedaan met zes leden in plaats van vier. Ook is de ondersteuning daar veel uitgebreider (ondersteuning voor 20 uur per week). III.

Conclusie, afweging en voorstel

De conclusie die uit het bovenstaande voortvloeit is dat de vergoeding van de leden van de Rekenkamercommissie BUCH achterblijft bij die van andere rekenkamers, zeker als je kijkt naar aspecten zoals de gemeentegrootte en de complexiteit van het werk. Daar waar het beeld wél vergelijkbaar is, wordt het werk met een 50% hogere bezetting gedaan en is meer ondersteuning beschikbaar. Een alternatief is om bij een gelijkblijvend ambitieniveau het aantal leden van de Rekenkamercommissie uit te breiden naar 5 of 6. Hoewel dat zeker tot een verlichting van het werk zal leiden, heeft toch ook dit niet onze voorkeur. Door een uitbreiding van het aantal leden zal de behoefte aan ondersteuning vanuit de organisatie toenemen en dat was al een (bovengenoemd) knelpunt.

Dit alles afwegende, komt de Rekenkamercommissie BUCH tot het voorstel om met ingang van 1 september 2021 de maandelijkse vergoeding voor leden te stellen op € 425,- en voor de voorzitter op € 500,Tevens stelt de Rekenkamercommissie voor om de vergoeding jaarlijks, per 1 januari, te indexeren. Dit zou in 2021 tot extra uitgaven van € 1.900 leiden, dit verwachten we zonder problemen op te vangen binnen de totale begroting van € 89.100. In 2022 en verder zullen de jaarlijkse extra kosten € 5.700 bedragen, op een jaarlijks budget van ca € 82.000 (zoals gezegd groeit dit budget jaarlijks met inflatie en inwonertal). Judith de Groot Evert Jan van den Brink Frank van der Knaap Wouter Zorg

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10303072/1