01 Memo Spoor 2 maatregelen ombuigingen
Tekst van het document
MEMO Aan
: Tijdelijke commissie Begroting 2021 e.v.
Afdeling
: Bedrijfsvoering
Opstellers
: G.A. Suanet / M. Konijn
Datum
: 19 Februari 2021
Telefoonnr.
:
Kenmerk
:
Onderwerp
: Voorstellen met maatregelen voor het verminderen van het structurele tekort 2022 en verder
De exploitatiebegroting van de gemeente Castricum is als gevolg van de structurele (trendmatige) tekorten in het sociaal domein in zwaar weer gekomen. In het afwegingsproces met uw raad om te komen tot een structureel sluitende meerjarenbegroting, heeft het college van Gedeputeerde Staten van Noord-Holland conform het geldende toezicht regime besloten de gemeente Castricum preventief toezicht op te leggen. In bijgaand memo ontvangt u daarom de eerste verkenningen met (beheers)maatregelen die moeten leiden tot een vermindering van het tekort 2022 e.v. (spoor 2) en de opheffing van het opgelegde preventief toezicht. Tevens nemen wij u mee in de eerste bespiegelingen van de effecten van de herverdeling van de uitkering van het gemeentefonds. De opdracht vanuit spoor 2 In de memo voor spoor 1 (21 december 2020) hebben wij voor u destijds geschetst waaruit de voorzet voor spoort 2 zou bestaan. Er zijn in de TCB vergadering van 14 januari door enkele leden nog aanvullingen gegeven die wij in onderstaande opzet nog hebben verwerkt. Recapitulerend: In de brief van 8 december 2020 ‘Procesbrief beheersing financiën 2021 en verder’ is aangegeven dat spoor 2 inhoudt dat er ombuigingsvoorstellen zullen worden voorgelegd om te kunnen komen tot een structureel (meerjarig) sluitende begroting.
Deze ombuigingsvoorstellen moeten uiteindelijk leiden tot een structureel sluitend voorstel bij de kadernota 2022. Het raadsbesluit dat zal worden voorgelegd zal dit jaar dan niet luiden ‘we nemen kennis van….’, maar ‘we stellen de kadernota 2022 vast’. Dit met name om het signaal aan Gedeputeerde Staten van NH te geven dat het een definitief voorstel is welke zijn beslag zal krijgen in een sluitende begroting 2022 en verder. Hierdoor zou op dat moment ook het preventief toezichtkader kunnen worden ingetrokken. Om de meerjarenraming vanaf 2022 structureel sluitend te laten zijn gaan wij onder meer u voorstellen doen in het kader van budgettering van: Lastenbudgetten in de exploitatiebegroting, zoals interessant zouden kunnen zijn: - Lonen, duurzame goederen, inhuur personeel (gemeente en/of werkorganisatie BUCH), goederen en diensten, subsidies, kapitaallasten a.g.v. investeringsbeslissingen (en wijze van dekking hiervan) en stortingen in reserves. Opzet projectenscan (doorgaan met/stopzetten van of in de tijd prioriteren).
Dat betekent dat op alle domeinen wordt gekeken naar besparingen, stopzetten van taken, beïnvloedbaarheid van contracten, relaties en afspraken met gemeenschappelijke regelingen (inclusief de BUCH werkorganisatie), doorgaan met of afzien van grotere investeringen en de wijze van dekken hiervan, subsidie beleidsafspraken etc. Batenbudgetten in de exploitatiebegroting, zoals interessant zouden kunnen zijn: - Diverse soorten belastingen, grondexploitatie opbrengsten, huuropbrengsten, legesopbrengsten, vermogensopbrengsten en het verloop van de algemene uitkering uit het gemeentefonds. Dat betekent dat op alle domeinen wordt gekeken naar het verhogen van inkomsten. Door middel van hogere belastingen, hogere legestarieven, rendement behalen op contante middelen, analyse algemene uitkering uit het gemeentefonds, optimaliseren van verhuur etc. De financiële opdracht: Vanuit de ingediende begroting 2021 en de reactie hierop van de provincie is onderstaande opstelling te maken:
Begrotingssaldo (na amendement) Taakstelling GR BUCH Nullijn GR-en (excl. BUCH) Nullijn te verstrekken subsidies Begrotingssaldo oordeel provincie Aanname herverdeling GF *) Effect sept2020 circ. + 2e firap 2020 Voorstel spoor 1 Benodigde taakstelling Begrotingssaldi
2021 -1.997
-1.997 -237 + 1.530 -704
2022 -81 -722 -84 -64 -951 -358
2023 162 -1.143 -162 -128 -1.271 -230 -303
2024 -44 -1.615 -223 -192 -2.074 -230 -211
+ 1.309 0
+ 1.404 0
+ 2.515 0
*) zie toelichting later in dit memo.
De benodigde taakstellingen voor de jaren 2022 t/m 2024 kunnen op allerlei wijze worden behaald, dus ook uit formeel gerealiseerde taakstellingen op bijvoorbeeld willekeurig welke gemeenschappelijke regeling (inclusief BUCH) of afgesproken bevriezingen op indexatie van structurele subsidies. Andere mogelijkheden worden later in dit memo benoemd. Het zwaartepunt ligt duidelijk in het laatste begrotingsjaar van de huidige meerjarenraming. Niet in het staatje meegenomen maar wel erg van belang zijn de besparingen die behaald kunnen worden door de beheersmaatregelen sociaal domein. De structurele opdracht zoals die in de begroting 2021 is meegenomen bedraagt hiervoor zo’n € 2 mln. Actueel gemeentefonds: Op moment van schrijven is het herverdelingsvoorstel voor het gemeentefonds richting de Tweede Kamer gezonden. Er is kritiek op het feit dat de noordelijke gemeenten (gemeenten provincies Friesland en Groningen) er heel slecht uitkomen, terwijl de maatschappelijke problematiek daar al groot is, echter voor de gemeente Castricum vallen de eerste inzichten relatief sterk mee. Hielden we er in een eerder stadium, a.g.v. een aantal publicaties rekening mee dat de gemeente er nog wel eens structureel € 2,5 mln.
bij kon inschieten, inmiddels is duidelijk dat we tot de kleine nadeelgemeenten behoren en dat een eerste berekening aangeeft dat de teruggang beperkt zal blijven tot maximaal € 230.000 (ingang 1 januari 2023). Het is in ieder geval duidelijk dat wij op dit moment in het kader van spoor 2 niet direct rekening hoeven te houden met dit gegeven. Dat is een aanzienlijke verbetering.
2
In bijgaande memo vind U onder het hoofdstuk ‘Overige’ hierover meer achtergrond informatie. Inzichten ten behoeve van spoor 2: Het college heeft voor u als raad een pakket samengesteld, welke bestaat uit vele ‘blokken’ waarin besparingsmogelijkheden zitten en we benoemen ook situaties daar waar wij denken dat het niet mogelijk of wenselijk is. Het college doet op dit moment bewust geen voorstel en zal in samenspraak met uw raad trachten uit te zoeken op welke wijze u wilt komen tot een pakket aan maatregelen die de meerjarige tekorten moeten oplossen. Op dit moment wordt ook gewerkt aan de resultaten van de jaarrekening 2020 van de gemeente Castricum. We zullen daarbij specifiek toespitsen op de tekorten in het sociaal domein en hoe deze tekorten zich trendmatig lijken te ontwikkelen. Bij de opstelling van de begroting 2021 is immers een op dat moment zichtbare (landelijke) trend in de begrotingscijfers verwerkt. Het is belangrijk te weten of al zichtbaar is of deze trend zich stabiliseert, verbeterd of in het slechtste geval verergerd. In het kader van het verloop van het spoor 2 proces komen wij hier uiteraard zo snel als mogelijk op terug.
Taakstelling GR werkorganisatie BUCH De inzet van het college is er in eerste aanleg op gericht voor het jaar 2022 de nullijn met de GR werkorganisatie BUCH af te spreken. Dat kan door geen indexatie aan de budgetten toe te voegen of na indexatie voor een gelijk bedrag te bezuinigen. Om u een indruk te geven wat dit betekent hebben wij een voorbeeldberekening gemaakt. We zijn hierbij uitgegaan van een loon, inhuur en overhead percentage van 3% en een materieel percentage van 1,4% (de laatste is afkomstig uit de FUGR afspraken in de regio. Loon index Materiele index Aandeel Castricum 34,56%
Index % 3,0 1,4
Aandeel % 86,6 13,4
€ € €
Basisbedrag *) Indexbedrag 72.156.000,00 € 1.874.613 72.156.000,00 € 135.365 € 2.009.978 694.648
*) Basisbedrag is vooralsnog 2e voortgangsrapportage BUCH 2020
Deze inzet is voor het college van Castricum van groot belang, omdat de bijdrage aan GR werkorganisatie BUCH ongeveer 1/3 uitmaakt van onze begroting. Onder de aanname ‘iedereen draagt bij’ vanuit het begrotingstekort. Het legt tegelijkertijd een bodem onder de benodigde bezuiniging door het structurele effect ervan. Onderstaande opstelling laat dat zien. 2021 2022 2023 2024 Begrotingssaldo (na amendement) -1.997 -81 162 -44 Taakstelling GR BUCH -722 -1.143 -1.615 Nullijn GR-en (excl. BUCH) -84 -162 -223 Nullijn te verstrekken subsidies -64 -128 -192 Begrotingssaldo oordeel provincie -1.997 -951 -1.271 -2.074 Aanname herverdeling GF *) -230 -230 Effect sept2020 circ. + 2e firap 2020 -237 - 358 -303 -211 Voorstel spoor 1 + 1.530 Effect BUCH besparing + 695 + 695 + 695 Resterende taakstelling + 614 + 709 + 1.820 Begrotingssaldi -704 0 0 0 3
Inmiddels heeft op woensdag 10 februari het BUCH bestuur een ander besluit genomen. Met de gemeente Castricum als enige tegenstemmer is er het besluit genomen een beleids (lees: bedrijfsvoerings) arme begroting op te stellen waarbij de lonen met 3% worden geïndexeerd en de materiele uitgaven met 1,4%. Tegelijkertijd wordt er een onderzoek gestart naar besparingen in de BUCH werkorganisatie op het gebied van efficiency en wordt er onderzocht in hoeverre het basispakket kan worden aangepast, om zodoende een lagere vaste bijdrage te realiseren met daar waar mogelijk dan meer ruimte voor maatwerk. Er is geen besparingsbedrag genoemd en eventuele resultaten worden pas na de zomer gepresenteerd, zodat er pas in de nieuwe gemeentelijke begrotingen 2022 mee kan worden rekening gehouden. Alle acties zijn dus onzeker en weinig smart op dit moment. Deze ontwikkelingen zijn voor spoor 2 in relatie tot de kadernota 2022 te laat. U kunt als raad in april uw zienswijze afgeven op de, zoals boven opgestelde, begroting van de GR werkorganisatie BUCH voor het jaar 2022. In bijgaande opstelling is nog niet rekening gehouden met de aangenomen motie van gisteravond inzake de nullijn vanaf 2021 (t.o.v. de begroting 2020). Praktisch zou dat een verdubbeling van bovenstaande besparing betekenen.
Investeringsstaat Het doorschuiven van een investering levert slecht incidenteel begrotingsruimte op. Het laten vervallen van een investering levert wel een positieve bijdrage aan het wegwerken van het begrotingstekort. In de huidige meerjarenbegroting wordt rekening gehouden met het volgende investeringsniveau:
Investeringen op het gebied van afval en riolering worden gedekt met kostendekkende tarieven. Een ‘besparing’ op deze onderwerpen levert geen bijdrage op voor het begrotingstekort (maar leidt eventueel wel tot lagere lasten voor de inwoners). In de meest rechtste kolom is het jaarlijkse afschrijvingsbedrag opgenomen. Daarnaast zijn er rentekosten. Aangezien de huidige marktrente (zeer) laag is, is hier in dit overzicht geen rekening mee gehouden. Wordt financieel technisch ook door gemeentecontrolling op een andere wijze rekening mee gehouden.
4
Hierbij de totaalbedragen uitgesplitst in de concrete begrote investeringen 2021-2024: CLUSTER
Objektomschrijving
jaar
vermeerd.
afschr. duur
afschr. bedrag
Afval
Aanschaf KCA-depot
2021
100.000
15
6.666,67
Materieel
CRB Rubberboot 63-39 (incl. reddingsvesten) (2021)
2021
39.300
8
4.912,50
Materieel
CRB Communicatieapparatuur (2021)
2021
12.700
6
2.116,67
Materieel
Strandpost (2021)
2021
320.000
20
16.000,00
Materieel
Strandvoertuig
2021
92.000
8
11.500,00
Onderwijs
IKC Castricum Oost
2021
5.208.300
40
130.207,50
Openbare ruimte
Reconstr. Rijksweg Lim. (2021)
2021
1.150.000
20
57.500,00
Openbare ruimte
Openbare verlichting Rijksweg (2021)
2021
150.000
20
7.500,00
Openbare ruimte
Armaturen/verdeel- en meetkasten OV (2021)
2021
260.000
25
10.400,00
Openbare ruimte
Masten OV (2021)
2021
10.500
50
210,00
Openbare ruimte
Uitvoering fietsbeleidsplan (2021)
2021
95.000
20
4.750,00
Openbare ruimte
Wegenbeheer (2021)
2021
300.000
20
15.000,00
Recreatie
Toplaag renovatie velden Limmen
2021
40.000
15
2.666,67
Recreatie
Hekwerken / veldafrasteringen Noord End
2021
10.000
30
333,33
Recreatie
Beregening de Duinloper
2021
35.000
30
1.166,67
Recreatie
Ballenvangers / doelen Limmen
2021
22.000
30
733,33
Recreatie
Renovatie fundering baan
2021
150.000
15
10.000,00
Recreatie
Speeltoestellen (2021)
2021
150.000
15
10.000,00
Recreatie
Duurzame bestrating vv Limmen
2021
12.000
30
400,00
Riolering
riool Gemalen (2021)
2021
40.000
10
4.000,00
Riolering
riool vervanging (2021)
2021
750.000
60
12.500,00
Riolering
riool afkoppelen (2021)
2021
213.000
60
3.550,00
Overig
Meubilair raadzaal (2021)
2021
90.000
10
9.000,00
Materieel
CRB RWC incl. trailer en reddingsvesten (2022 verv. 2018)
2022
31.700
4
7.925,00
Materieel
CRB Overlevingspakken (2022)
2022
13.200
6
2.200,00
Onderwijs
Renovatie Cuneraschool (2018-2019)
2022
1.800.000
25
72.000,00
Openbare ruimte
Reconstr. Rijksweg Lim. (2022)
2022
1.150.000
20
57.500,00
Openbare ruimte
Openbare verlichting Rijksweg (2022)
2022
150.000
20
7.500,00
Openbare ruimte
Armaturen/verdeel- en meetkasten OV (2022)
2022
206.200
25
8.248,00
9.249.800
Openbare ruimte
Masten OV (2022)
2022
64.500
50
1.290,00
Openbare ruimte
Uitvoering fietsbeleidsplan (2022)
2022
270.000
20
13.500,00
Openbare ruimte
Wegenbeheer (2022)
2022
300.000
20
15.000,00
Openbare ruimte
Rotonde Rijksweg-Visweg
2022
1.200.000
20
60.000,00
Recreatie
Kunstgras FC Castricum (NoordEnd) (2020 -> 2022)
2022
400.000
20
20.000,00
Recreatie
Hekwerken / veldafrasteringen handbalterrein Akersloot
2022
50.000
30
1.666,67
Recreatie
Toplaag renovatie velden Puikman
2022
40.000
15
2.666,67
Recreatie
Speeltoestellen (2022)
2022
150.000
15
10.000,00
Recreatie
Vervangen ballenvangers Vitesse
2022
15.000
15
1.000,00
Riolering
Aanleg HWA Pagelaan (2017, wordt 2022)
2022
95.000
60
1.583,33
Riolering
riool Gemalen (2022)
2022
40.000
10
4.000,00
Riolering
riool vervanging (2022)
2022
1.670.000
60
27.833,33
Riolering
riool afkoppelen (2022)
2022
422.000
60
7.033,33
Overig
Tablets raad (2022)
2022
25.000
4
6.250,00 10.810,00
8.092.600 Openbare ruimte
Armaturen/verdeel- en meetkasten OV (2023)
2023
270.250
25
Openbare ruimte
Masten OV (2023)
2023
10.750
50
215,00
Openbare ruimte
Uitvoering fietsbeleidsplan (2023)
2023
70.000
20
3.500,00
Openbare ruimte
Wegenbeheer (2023)
2023
300.000
20
15.000,00
Recreatie
Veldverlichting Puikman
2023
10.000
30
333,33
Recreatie
Toplaag renovatie velden Wouterland
2023
40.000
15
2.666,67
Recreatie
Zandveld 3 hockey Wouterland
2023
310.000
15
20.666,67
Recreatie
Speeltoestellen (2023)
2023
150.000
15
10.000,00
Riolering
riool Gemalen (2023)
2023
40.000
10
4.000,00
Riolering
riool vervanging (2023)
2023
437.000
60
7.283,33
Riolering
riool grondwater (2023)
2023
55.000
20
2.750,00
Overig
Gebouwbeheersysteem (2023)
2023
64.200
10
6.420,00
1.757.200
5
CLUSTER
Objektomschrijving
jaar
vermeerd.
afschr. duur
afschr. bedrag
Openbare ruimte
OV Meet- en verdeelkasten (2024)
2024
10.000
25
400,00
Openbare ruimte
OV Armaturen (2024)
2024
299.648
25
11.985,92
Openbare ruimte
OV Masten (2024)
2024
29.141
50
582,82
Openbare ruimte
Speeltoestellen (2024)
2024
150.000
15
10.000,00
Openbare ruimte
Wegenbeheer (2024)
2024
300.000
20
15.000,00
Recreatie
Renovatie veld Vitesse
2024
35.000
15
2.333,33
Recreatie
Drainage, beregening, hekwerk bestrating Vitesse
2024
40.000
30
1.333,33
Riolering
rioolinvesteringen (2024)
2024
377.493
60
6.291,55
Riolering
rioolgemalen (2024)
2024
57.600
10
5.760,00
Overig
Renovatie douchruimte gym Vondelstr
2024
23.500
25
940,00
Overig
Renovatie douchruimte gym 1e Groeneln
2024
23.500
25
940,00
Overig
Renovatie douchruimte gym Walingstuin
2024
24.500
25
980,00
Overig
Renovatie douchruimte gym Rooseveltln
2024
24.500
25
980,00
1.394.882
Afwaarderen bestaande activa In de Commissie TCB is de suggestie gedaan te kijken naar het mogelijk versneld afschrijven van activa. Deze mogelijke extra afschrijving is gehouden aan de boekhoudkundige regels hiervoor, maar kan wel incidenteel ten laste van de exploitatie worden gebracht als dit is toegestaan, waardoor structureel een lagere kapitaallast kan ontstaan. Een ronde langs de bestaande activa heeft naar voren gebracht dat het mogelijk verstandig kan zijn, om meerdere redenen, de huidige boekwaarde van het gemeentehuis versneld af te schrijven richting de marktwaarde. Er zijn redenen om voor versnelde afschrijving te kiezen: Verlaging van de structurele kapitaallast op de exploitatiebegroting (bijdrage spoor 2); Het is financieel economisch verstandig de boekwaarde te laten matchen met de economische waarde op de markt; Het zou een overdracht naar de BUCH (één locatie) vereenvoudigen. Op dit moment is er een groot verschil tussen de huidige boekwaarde, de ozb waarde en de marktwaarde van het gebouw. De boekwaarde bedraagt per ultimo 2020 € 12,640 mln. Terwijl de marktwaarde grofweg wordt geschat op € 5,990 mln. Er wordt annuïtair afgeschreven. De effecten van versnelde afschrijving moeten daarom, wanneer gewenst, goed worden uitgewerkt.
De OZB waarde en de boekwaarde is wel fors hoger dan de marktwaarde!? Op dit moment wordt uitgezocht of dit terecht is en wat hiervan de oorzaak zou zijn. De voordelen op de exploitatiebegroting bedragen, in de situatie dat de boekwaarde en marktwaarde inderdaad ver uit elkaar zouden liggen, in ieder geval minimaal € 150.000 en oplopend, afgaande op de afschrijvingslast bij het hiervoor gehanteerde annuïtair systeem. Het effect van de rentelasten dient dan eveneens nader te worden onderzocht.
Projectenscan De projectenscan kan voornamelijk worden gedestilleerd uit de investeringenstaat. Hierin staan de grotere projecten welke een beslag leggen op ambtelijke capaciteit en middelen. Op dit moment voorzien wij een aantal projecten die qua volume en ambtelijke capaciteit impact kunnen hebben op de financiële situatie op de korte en middellange termijn. We noemen: Bouw nieuw zwembad Noord-End, onderwijsontwikkelingen zoals nieuwbouw IKC-Oost en nieuwbouw Cunera. En een aantal grotere verkeers- en rioleringsmaatregelen zoals de verkeerssituatie Beverwijkerstraatweg (spoorse doorsnijding IVP), rotonde Rijksweg-Visweg (VRI) en de herinrichting De Bloemen. En tenslotte de uitvoering van het fietsbeleidsplan en openbare verlichting. Hierbij hebben we ook bezien welke overige exploitatiekosten (niet zijnde kapitaallasten) volgen na uitvoering van deze projecten. 6
Onderstaand lichten wij de stand van zaken met betrekking tot deze projecten toe. Bouw nieuw zwembad Noord-End: het project bevind zich in aanloop naar de uitvoeringsfase. Hierbij is er aandacht voor de komende aanbesteding en de voorbereiding voor de locatie gebonden kosten, welke uit de algemene reserve worden gedekt. Hierbij rest nog wel de vraag of alle locatie gebonden kosten wel in een keer gedekt mogen worden. Er zullen investeringen zijn welke dienen te worden geactiveerd. Op dit moment zijn in de exploitatiebegroting alle te verwachten exploitatiekosten van het zwembad (inclusief kapitaallasten) gedekt. In onderstaand hoofdstuk noemen wij nog een mogelijk alternatieve wijze van dekking van deze exploitatielasten. Onderwijs- nieuwbouw IKC-Oost en nieuwbouw Cunera: deze projecten bevinden zich nog in de inventarisatiefase. Er zijn op dit moment twee kredieten geraamd: € 1,8 mln. startkrediet voor mogelijke renovatie/nieuwbouw van de Cuneraschool (2022) en een krediet van € 5 mln. voor een integraal kindcentrum (IKC) in Castricum Oost (2021). De hiermede gemoeide kapitaallasten zitten in de begroting meerjarig verwerkt. De besluitvorming over deze projecten zal nog enige tijd op zich kunnen laten wachten. Ten aanzien van de benodigde hoogte van de definitieve kredieten is dus op dit moment nog niet veel te zeggen. Incidenteel kan het kapitaallastenbudget voor 2022 m.b.t.
het project IKC-Oost (€ 130.208) vervallen, de uitgaven zullen zich niet (in enige mate omvang) gaan voordoen in 2021. Verkeers- en rioleringsprojecten: hierbij maken we eerst onderscheid in de verkeers- en rioleringsprojecten. Hoewel een aantal projecten op beide soorten zullen samenvallen is op hoofdlijn wel op te merken dat de investeringen in de rioleringsprojecten over het algemeen noodzakelijk zijn en in een uitgekiend schema zitten, waardoor de rioolheffingen door de jaren heen egaal verlopen met nauwelijks stijgende tarieven. Er zou sprake kunnen zijn van verschuivingen in de tijd, maar dit zal inzake spoor 2 geen bijdrage leveren. De projecten herinrichting De Bloemen en de rotonde Rijksweg-Visweg zitten in een dusdanig stadium van het project dat stopzetting of tijdsprioritering geen soelaas zal bieden. Voor de rotonde Rijksweg-Visweg ligt dat technisch gezien anders, maar daar is onze inschatting dat dit politiek gezien een heel gewenst project is, dus ook hier geen spoor 2 bijdrage te verwachten. Met betrekking tot de verkeerssituatie Beverwijkerstraatweg bij het spoor ligt dit anders. De investeringen voor een ondergrondse spoorse doorsnijding laten nog een aantal jaren op zich wachten. Wel staat er op dit moment nog een restantkrediet open van € 2.360.000 beschikbaar voor de korte termijn maatregelen Beverwijkerstraatweg, veiligheidsinvesteringen bij het spoor.
Deze maatregelen hangen nauw samen met een lopend onderzoek inzake de afsluiting van de Dorpsstraat in het centrum. Deze pilot kan op dit moment vanwege corona (geen juist effectonderzoek mogelijk) geen doorgang vinden. Het is op voorhand duidelijk dat als de pilot niet succesvol zou zijn, of de afsluiting kan om een andere reden geen doorgang vinden, de investeringen geen zin hebben, omdat dan er geen effect op de verkeersveiligheid kan worden bereikt. In spoor 1 zijn de kapitaallasten van dit krediet uit 2016 vrijgevallen in het boekjaar 2021 (voor achterblijvende uitgaven in het rekeningsjaar 2020). Als dit project geen doorgang zou vinden kan er structureel € 125.000 vrijvallen in de exploitatierekening. Uitvoering fietsbeleidsplan: Voor de uitvoering van het fietsbeleidsplan zijn voor de jaren 2020 t/m 2023 3 kredieten opgenomen van elk € 330.000. De uitvoering zal gefaseerd worden uitgevoerd in deze jaren en de verwachting is dat de uitvoering iets vertraagd zal zijn door de jaren heen. Het traject van de doorfietsroute (Alkmaar-Haarlem: Castricumse deel) is op dit moment nog onderwerp 7
van gesprek. De verwachting is dat in de loop der jaren de kapitaallasten (investeringen met een afschrijvingsduur van 20 jaar) licht zullen achterblijven bij de planning. Dit levert kleine, doch vooraf niet goed in te schatten afwijkingen op in de exploitatie. We zullen dat jaarlijks bijstellen. Voor spoor 2 levert dat op dit moment geen echte bijdrage op. Openbare verlichting: Er is uitgebreid gekeken naar investeringen welke direct de exploitatielasten verlagen. Openbare verlichting is hierbij het eerste waar je aan denkt. Er zijn in Castricum zo’n 7.000 openbare lichtmasten. Tot en met 2019 zijn er hiervan zo’n 2.000 vervangen door led verlichting. In de huidige periode 2020 t/m 2023 vervangen we er nog eens 2.500 stuks. De electriciteitsbesparing die dat met zich meebrengt zijn samen met de investeringskredieten al in de meerjarenraming t/m 2023 verwerkt. Vanaf 2024 worden de laatste 2.500 armaturen vervangen. Een versnelde vervanging levert een verlaging op van de electriciteits kosten, maar de kapitaalvernietiging van de investeringen zou bij een versnelde uitvoering groter zijn. We zien hier dus op dit moment helaas geen mogelijkheden tot verdere besparingen.
Alternatieve mogelijkheden bij financiering/dekking grote investeringen In het (verre) verleden was het toegestaan om bij (grote) investeringen een eventuele dekking uit een (bestemmingsreserve) te verrekenen met het investeringsbedrag. Op deze wijze was het investeringsbedrag lager en de daaruit voortvloeiende kapitaallasten ook. Dit is op deze wijze niet meer toegestaan. Om het inzicht in de financiële positie te verhogen moeten investeringen voor het volledige (bruto)bedrag worden geactiveerd. Wel is het mogelijk om hiernaast een reserve ter dekking van de kapitaallasten te zetten. Bij het dekken van grote investeringen kan dus gebruik worden gemaakt van de aanwezige reserves. In een dergelijk geval wordt een deel van de algemene reserve afgezonderd als een bestemmingsreserve ter dekking van kapitaallasten. Gedurende de looptijd van de investering wordt geput uit deze reserve, zodat de kapitaallasten de facto niet of minder drukken op de exploitatiebegroting. Wij zien deze mogelijkheid om bij gebrek aan het kunnen behalen van beleggingsrendement over ons vermogen a.g.v. de extreem lage rente als een mooie mogelijkheid de incidentele middelen waarover wij in ruime mate beschikken een min of meer structurele rol te kunnen laten vervullen in de exploitatierekening.
Nadeel van een dergelijke constructie is dat bij vervanging van het actief alsnog dekking gezocht moet worden voor de structurele lasten van de vervanging. Immers de reserve die bij de aanvang van de investering is gecreëerd is leeggelopen. Maar dan spreken we over een periode van 30 jaar of verder. Voorbeelden van grote investeringen die op een dergelijke wijze gedekt kunnen worden: Het nieuw te bouwen zwembad, IKC Oost, nieuwbouw Cunera. Voorbeeld zwembad: De investering van € 12,45 mln. volledig onttrekken uit de reserve (minder algemene reserve) betekent ruim € 400.000 minder afschrijvingslasten in de exploitatiebegroting. Hierbij kan worden opgemerkt dat eventuele opbrengsten van vrijkomende locaties weer gestort kunnen worden in de (algemene) reserve, zodat de vermogenspositie weer wordt versterkt. De beoordeling van de reservepositie en specifiek bezien het benodigd weerstandsvermogen hierbij (het kunnen opvangen van risico’s in de tijd) is op dit moment met een waardering van 3,88 uitstekend (hoogste rating: A).
8
De noodzakelijke weerstandscapaciteit (grofweg de reservepositie) kan zelfs dalen met 50% (-/- € 19 mln.) om de hoogste rating met een waardering van >2,0 te behouden. Een combinatie van dekking van diverse projecten (zwembad, IKC Oost en Cunera) of een enkel groot project kan hierdoor op deze wijze een behoorlijke structurele ruimte in de exploitatiebegroting geven. Het nadeel van deze constructie is hierboven al weergegeven, maar is wellicht politiek aanvaardbaar.
Exploitatiebudgetten Om structureel een begroting in evenwicht te krijgen kan gekeken worden naar het verlagen van de lasten en/of het verhogen van de baten. Baten De door de gemeente zelf te beïnvloeden algemene dekkingsmiddelen zijn de belastingen waarbij de besteding van de opbrengst vrij is. Met name zijn dit de onroerende zaakbelastingen, de toeristen- en forensenbelasting, de hondenbelasting en parkeerbelasting. (Maatschappelijke) effecten: Verhoging van belastingen brengen een aantal effecten met zich mee. We noemen de belangrijkste twee: Lasten verhogend voor inwoners, organisatie en ondernemers. Het zorgt er voor dat maatschappelijke voorzieningen in stand kunnen worden gehouden. Onroerende zaakbelastingen De belangrijkste gemeentelijke belasting die dient als algemeen dekkingsmiddel is de onroerende zaakbelasting. Dit zijn eigenlijk drie belastingen. Een heffing over de waarde van woningen opgelegd aan de eigenaar en twee heffingen over de waarde van niet-woningen opgelegd aan de eigenaar en aan de gebruiker van de niet-woning. Huidige begrote opbrengst bedraagt € 6,7 mln. (1% = € 67.000). Vergelijk BUCH-tarieven 2021
Tarieven 2021 woning Bergen Uitgeest Castricum Heiloo
niet-woning niet-woning eigenaar eigenaar gebruiker 0,09540 0,38536 0,00000 0,11950 0,30520 0,22460 0,08214 0,22540 0,20051 0,09070 0,15550 0,13500
Als Castricum de tarieven van Bergen zou hanteren zal de totale opbrengst ozb ruim € 0,7 mln. hoger zijn. Wel een verschuiving van niet-woningen naar woningen. Met de tarieven van Uitgeest wordt de extra opbrengst ong. € 2,68 mln. Met het woning-tarief van Heiloo is de extra opbrengst ozb ruim € 0,51 mln. Hier staat tegenover dat de opbrengst ozb bij niet-woningen met de tarieven van Heiloo ong. € 0,575 mln. lager is. De mix is in Heiloo anders.
9
Het college wil zo mogelijk vasthouden over hetgeen hierover in het raadsprogramma is opgenomen. In het laatste uiterste geval zou wat het college betreft een belastingverhoging mogelijk moeten zijn. Maar dan moeten alle andere mogelijkheden uitgeput zijn. Toeristen- en/of forensenbelasting De toeristen- en forensenbelasting is een belasting die opgelegd wordt aan personen die geen ingezetene is van onze gemeente maar hier wel verblijft. Op dit moment bedraagt de begrote opbrengst toeristenbelasting € 1,14 mln. Het tarief per overnachting bedraagt € 1,80. In Zandvoort en Bloemendaal bedraagt het tarief € 3, in Zaandam is het € 7 en in Amsterdam 7% van de overnachtingskosten + € 3 per persoon per nacht. Elke € 0,10 verhoging levert ongeveer € 60.000 extra toeristenbelasting op. Ook is het mogelijk een betere controle op de naleving van het betalen van toeristenbelasting op te pakken. De kosten om dit te realiseren wegen naar verwachting op termijn duidelijk op tegen de te verwachten extra baten. Met name is de laatste jaren een groei van Bed & breakfast gelegenheden waarneembaar en loopt de ontvangen toeristenbelasting hiermede geen gelijke tred. In eerste aanleg zullen de hiermede gepaard gaande kosten echter wel gelijke tred houden met de extra inkomsten.
Op dit moment hebben wij forfaitaire afspraken met de grotere campings voor wat betreft het gebruik van de vaste staanplaatsen. Deze afspraken zijn gedateerd en zijn in vergelijking met andere afspraken in het land economisch gezien achterhaald. Nieuwe afspraken zouden met ingang van het jaar 2022 wenselijk zijn. De camping zijn economisch gezien kerngezond. De exacte financiële impact is op voorhand uit onderhandelingsoogpunt niet te duiden, maar zal in ieder geval tot enkele tienduizenden euro’s kunnen oplopen. Ambtelijk is er een vergelijkingsonderzoek naar de forfaitaire tarieven/uitgangspunten uitgevoerd, welke beschikbaar is voor toepassing. Maatschappelijk effect: De verwachting is dat een verhoging van bijvoorbeeld € 0,40 per overnachting nauwelijks invloed zal hebben op het toeristisch volume in onze gemeente. Ook nieuwe forfaitaire afspraken met de campingeigenaren zullen nauwelijks negatieve effecten op de verblijven hebben. Het is bovendien nog steeds zo dat een aanzienlijk deel van deze heffingen weer in het toerisme worden geïnvesteerd. Heffingen en retributies Naast belastingen heft een gemeente ook heffingen en retributies. Deze mogen niet meer dan kostendekkend zijn. Hierbij gaat het om afvalstoffen- en rioolheffing, marktgelden, lijkbezorgingsrechten en leges.
Als de tarieven van heffingen en retributies nog niet volledig kostendekkend zijn, kunnen deze worden verhoogd. Op dit moment loopt er een BUCH breed onderzoek hiernaar. In het kader van de tijdsplanning voor spoor 2 zullen er op dit onderwerp geen nieuwe inzichten kunnen worden meegenomen. Er kunnen in dit onderzoek op voorhand geen conclusies worden getrokken, dit mede omdat met name de wijze van kostentoerekening bepalend is of en hoe kostendekkend wij zijn. Het laatste onderzoek met betrekking tot deze heffingen en contributies is ook al een aantal jaren geleden, en ondanks dat de wet- en regelgeving op dit gebied niet erg is veranderd, zijn op voorhand zondermeer geen conclusies te trekken.
10
Overige baten (exclusief AU gemeentefonds, huren, grondexploitatieopbrengsten en vermogensopbrengsten) In het kader van spoor 2 zijn de huuropbrengsten niet omvangrijk en besteden we hieraan ook geen extra aandacht. Uiteraard worden onze verhuurcontracten marktconform opgesteld en geïndexeerd. Grondexploitatieopbrengsten zijn wel van importantie voor de financiële positie, echter deze zijn vooral incidenteel van aard. In spoor 2 spelen deze daarom geen echte rol. De gerealiseerde opbrengsten (veelal Zandzoom op dit moment) worden te zijner tijd na realisatie toegevoegd aan de algemene reserve. Wel interessant in dit kader is de mate waarin de gemeente in staat is om een rendement te verkrijgen uit haar riante reservepositie/eigen vermogenspositie c.q. liquiditeitspositie. Met de huidige rentestanden (kort onder 0 % en lang rond ca. 1%) is dat een moeilijke zo niet onmogelijke opgave. Dit mede omdat er aan rendement altijd een keerzijde zit welke risico heet, en elke gemeentelijke ‘investering’ niet zijnde een bancaire handeling een maatschappelijk doel met een overzichtelijk risico moet ondersteunen. In het verleden is er sprake geweest van de politieke wens incidentele middelen toe te kennen aan het versneld vervangen van lichtarmaturen in de openbare ruimte.
Het domein BOR geeft echter aan dat er voldoende budgetten beschikbaar zijn (specifiek voor deze inzet bestemd vanuit het meerjarenplan hiervoor). Op dit moment loopt nog wel een onderzoek naar een mogelijke optie om een relatief klein bedrag (tussen € 1 en € 2,5 mln.) te verstrekken aan Stedin om te voorzien in hun vermogensbehoefte om de energietransitie vorm te kunnen geven. Het voorgespiegelde rendement hierbij zou dan zo’n 3% bedragen. Alle oude aandeelhouders zijn betrokken bij deze optie. Lasten Nullijn GR-en: Met betrekking tot het principe nullijn gemeenschappelijke regelingen is de gemeente afhankelijk van de lopende besluitvorming aangaande de zienswijzen m.b.t. de begrotingen 2022 zoals die op dit moment de raden passeren. Lang niet alle GR-en hanteren de nullijn. De Veiligheidsregio NHN en Cocensus wijken enigszins (gedeeltelijk) positief af. Hierdoor kan er een structureel geraamd bedrag vrijvallen van vooralsnog € 28.000 structureel. Wanneer de 0-lijn door de GGD niet wordt overgenomen, acht het college het verstandig om een takendiscussie met de raad te voeren om de financiële doelstelling alsnog te halen. Dit mogelijk door de maatwerktaken tegen het licht te houden. Nullijn te verstrekken subsidies: In de begroting 2021 heeft het college een nullijn voor indexatie van haar subsidies opgenomen.
De provincie heeft dit in haar beoordeling als niet reëel beschouwd. Voor deze opgenomen besparingen vinden wij dat een onjuiste beoordeling. De gemeente bezuinigd niet op de structurele hoogte van de subsidies, echter stelt zij slechts voor geen indexatie te geven aan haar structurele subsidiepartners. Dat kan de gemeente zelfstandig beslissen en hier hoeft ook geen periode van gewenning aan te worden gebracht. Dit zou anders zijn als wij de structurele subsidies zouden verlagen. Respectievelijk waren in de begroting voor de jaren 2022 t/m 2024 de volgende bedragen opgenomen: € 64.000, € 128.000 en € 192.000. Er kan natuurlijk ook worden gekozen om de besparingen later te laten ingaan of slechts voor 1 of 2 jaren. Hierbij kunt u denken aan betrokken organisaties zoals welzijnswerk, bibliotheek, sport, cultuur, reddingsbrigade, economische ontwikkeling etc. Daarbij kan een inhoudelijke toets plaatvinden in hoeverre de subsidieverstrekking samenhang heeft met de vastgestelde beheersmaatregelen. Dit betekent dat naast de 0-lijn ook inhoudelijk de subsidieverstrekking tegen het licht wordt gehouden. Het college koppelt hier vooralsnog geen financiële doelstelling aan. 11
Verlaging onderhoudsniveau groen, wegen, water: Alle maatregelen dienen uiteraard te worden genomen met inachtneming van de veiligheid en de aspecten van kapitaalvernietiging bij vermindering van onderhoud. Onderstaand de huidige onderhoudsniveau ’s in de gemeente Castricum (bron: begroting 2021):
Bijna alle onderhoudsniveau ‘s staan op dit moment op kwaliteit C. Er is slechts 1 kwaliteitsniveau lager. Op dit moment acht het college verdere terugdringing van deze kwaliteitsniveaus niet noodzakelijk en onwenselijk. Het wordt heel erg zichtbaar in de omgeving en de effecten op lange termijn zijn zeker ‘penny wise pound foolish’. Oftewel korte termijn besparingen betaal je later dubbel en dwars terug. Het terugdraaien of bijstellen van gestarte initiatieven: (denk hierbij aan maatschappelijk regisseur- contract loopt nog 5 jaar, schooljudo, combinatiefunctionaris (of een hogere eigen bijdrage), cultuurplatform, sociale kaart, projecten rond sociaal domein. Over het algemeen lopen bovenstaande projecten goed. Het zou aanbeveling verdienen hier door het sociaal team nadere advisering over te vragen. Een screening van enkele van de exploitatiebudgetten: Cultuursubsidies: Verlaging van de huurlasten Stichting Welzijn per 1/1/2021 € 20.000 Sport-/cultuursubsidies: Bij collegebesluit van 19 januari 2021 is de geraamde bijdrage aan het jeugdfonds sport- en cultuur voor de jaren 2021 t/m 2024 verlaagd met € 18.000 i.v.m. verwachte lagere deelname op basis van de ervaringen voorgaande jaren. Maatschappelijke effecten: Geen. Huurlasten verbeteren door nieuwe contracten. Aanvragen jeugdsport- en cultuurfonds tot nu toe erg tegenvallend.
In nieuwe budgetafspraak is ruimte voor extra inspanningen en ook voor een besparing.
12
Versterking winkelgebieden: Het beschikbare budget van € 185.000 (beschikbaar voor eventuele grotere investeringen via kapitalisering) terugbrengen in ambitie (kleinschaligere projecten), hierdoor kan het budget met structureel € 85.000 worden verlaagd. Maatschappelijk effect: In de praktijk blijkt zowel dat de ondernemers, alsook de ambtelijke organisatie de ambities op een lager niveau aan het uitvoeren zijn dan waartoe de budgetten op zijn ingericht. Met dit verlaagde budget zijn voldoende ambities te realiseren voor het vitaal houden van de diverse winkelgebieden. BUIG-eigen risico: De gemeente heeft al weer een aantal jaren vanuit een voorzichtigheidsoogpunt er voor gekozen om naast de ontvangen rijksmiddelen een budget te ramen welke dient te worden aangesproken als de gebundelde doeluitkering BUIG wordt overschreden. Bij een overschrijding van de GDU komt de eerste 7,5% daarvan voor eigen rekening van de gemeente. Daarboven kan een zogenaamde vangnetuitkering worden aangevraagd. Bij 7,5 tot 12,5% overschrijding is een 50% uitkering mogelijk, daarboven 100% mits aan de voorwaarden wordt voldaan.
Op dit moment zou er voor gekozen kunnen worden om het risico aan te gaan om dit budget bijvoorbeeld te halveren tot € 175.000 In het kader van reëel begroten zou er voor kunnen worden gekozen dan elk jaar voor het begrotingsjaar een economische inschatting te maken, waaruit een mogelijke aanpassing van dit budget wordt beargumenteerd. Inhuur budgetten gemeente en GR werkorganisatie BUCH: De gemeente huurt op een aantal organisatieonderdelen in. Bijna € 0,3 mln. gaat naar de inhuur van personeel aangaande de veerponten in Akersloot en De Woude. Ook wordt er ingehuurd (ca. € 185.000) bij beheer van het openbaar groen en openluchtrecreatie. Dit is gekoppeld aan personeel van ‘wsw organisaties’, zoals IJmond Groen en Stadswerk 072. Een klein budget wordt ingezet bij afvalverwerking (€ 85.000). Deze budgetten worden in het kader van afspraken binnen het grondstoffenplan overgedragen aan de BUCH werkorganisatie. Op al deze budgetten zijn op korte termijn geen besparingen te realiseren. Binnen GR werkorganisatie BUCH wordt externe inhuur op verschillende wijze ingezet. Het kan gaan om ziektevervanging, specialismen die niet structureel in de organisatie noodzakelijk zijn, inhuur a.g.v. krapte op de arbeidsmarkt, zoals bijvoorbeeld planeconomen. Inhuur bij piekbelasting behoort ook bij een gezonde bedrijfsvoering. Als laatste noemen wij externe advieskosten.
Er zijn drie domeinen waarbij inhuur het meest voorkomt: Sociaal domein, Ruimtelijke ordening en bedrijfsvoering (o.a. ICT). Ten tijde van het onderzoek van de rekenkamercommissie (over de jaren 2015 t/m 2018) lag het percentage inhuur gemiddeld op zo’n 21% van het totale personeelsbudget. De redenen daarvoor zijn uitvoerig in het rapport aan de orde gekomen. Belangrijk daarbij was de fase tot de totstandkoming van de BUCH werkorganisatie en de opbouwjaren er na. In 2019 was dat eveneens 21%, zijnde € 10,4 mln. hoofdzakelijk ‘negatief’ beïnvloed door het verbeterplan. Op het moment van schrijven is de jaarrekening 2020 nog niet verschenen. Ultimo 2020 is er, naar de huidige verwachting, wel een forse verbetering waarneembaar: verwachte inhuurkosten € 8,0 mln., inhuur% t.o.v. salarisbudget (€ 61,5 mln.) 13%. Verdeling- inhuur op vacatures € 2,2 mln., inhuur wegens ziekte € 0,8 mln., piekbelasting/projecten € 2,5 mln. en bedrijfsvoering (o.a. ICT) € 2,5 mln. Concluderend, de door een aantal politieke partijen gewenste 10% norm is binnen bereik aan het raken. Onze vertegenwoordigers in het BUCH bestuur zullen aandringen op een verdere sturing en beheersing (bijv. middels een afwegingskader) om zodoende de gewenste norm van 10% al in 2021 te kunnen bereiken.
13
(Representatie) budgetten gemeente (raad, college): In de CTB is verzocht om te kijken naar de representatiebudgetten van de gemeente zelf. Deze bevinden zich zowel bij de griffie als bij de raad. Over het jaar 2020 zijn de budgetten bijna volledig uitgegeven. In samenspraak met de griffier en de gemeentesecretaris is gekeken welke ruimte er structureel valt te besparen op de budgetten van het college en de raad. Daarbij hebben wij vooral gekeken naar de huidige verplichtingen en de lasten van het afgelopen jaar. In 2021 is er bovendien de verwachting dat op het VNG congres bespaart kan worden. Deze zal digitaal worden gehouden. Op regionale samenwerking (o.a. focusagenda e.d.) kan structureel € 10.000 worden bespaard (op budget van € 111.000). Bij het college kunnen de advies derden/opleidingskosten structureel met € 7.500 worden verlaagd (op een budget van € 27.000) en tevens kan op de representatiekosten € 3.000 worden bespaard (op € 21.000 totaal). Incidenteel zal in 2021 € 10.000 extra overblijven. Ook de griffie zal middels een verlaging van het representatiebudget € 5.000 structureel gaan besparen. Het structureel totaal te besparen bedrag bedraagt dan € 25.500 Het betekent uiteraard een lichte versobering van de dienstverlening.
Conclusies mogelijkheden spoor 2: Op basis van de gepresenteerde mogelijkheden zijn op voorhand een aantal conclusies te trekken: 1) Er staan de gemeenteraad diverse mogelijkheden ter beschikking om te komen tot de benodigde besparingen in de exploitatie begroting. 2) Het college laat op dit moment verdere besparingen in het sociaal domein achterwege, maar monitort in het kader van de jaarrekening 2020 de trendmatige ontwikkelingen. 3) Er zijn ongetwijfeld binnen de gemeentelijke exploitatie meer mogelijkheden te benoemen dan nu genoemd. Wanneer wenselijk zullen we dat verder oppakken. 4) De vraag hoe ver te gaan in het verbeteren van de structurele exploitatie wordt op dit moment niet nader bezien dan het op korte termijn sluitend zijn van de komende jaren. 5) Wellicht is de maatschappelijke impact kleiner, of minder lang durend, als de besparingen worden gevonden in enkele grotere oplossingen dan vele kleintjes. 6) De omvang van de begroting van de GR werkorganisatie BUCH en het succes met betrekking tot de beheersmaatregelen sociaal domein (of een aanvullende rijksbijdrage op termijn) spelen een grote rol in het succesvol zijn van de te nemen maatregelen of anders gezegd in de zwaarte van de noodzakelijke bijstellingen.
14
OVERIGE Stand van zaken formele beoordeling van de begroting 2021 door provincie NH Bij brief van 3 februari 2021 kenmerk 1318853/1575135 heeft de provincie de formele beoordeling van de gemeentelijke begroting 2021 verdaagd met 13 weken (AWB). Navraag over de duiding van deze brief geeft aan dat de provincie vanaf de formele ontvangstdatum van 26 november 2020 twee maal met een periode van 13 weken elk de uitspraak kan uitstellen. De gedachte hierbij is dat uiterlijk aan het einde van deze twee perioden (27 mei 2021) uitzicht is op een sluitende begroting, zodat daarna de provincie het preventieve toezicht kan intrekken. Lukt dat niet dan zal de begroting formeel worden afgekeurd en blijft het preventieve toezicht, dat op 1 januari 2021 is ingegaan, gehandhaafd. Herverdeling gemeentefonds De grootste baten component van onze begroting is de algemene uitkering die wij van het rijk ontvangen uit het gemeentefonds. Onze gemeente ontvangt in 2021 bijna € 42 mln. aan algemene uitkering. Daarnaast ontvangen wij van het rijk uit het gemeentefonds aanvullend zogenaamde decentralisatie uitkeringen (totaal € 2,6 mln.). Deze uitkeringen zijn niet geoormerkt. Hierbij gaat het o.a. om de integratie-uitkering Voogdij 18 plus (€ 1,17 mln.) en Participatie (€ 0,845 mln.).
Tenslotte zijn er nog zogenaamde specifieke uitkeringen die gemeenten ontvangen voor medebewindstaken (zoals de BUIG € 5,1 mln.). Deze middelen zijn wel geoormerkt. Kijkende naar de algemene uitkering die wij (gemeente Castricum) afgezet tegen de algemene uitkering van de overige 351 Nederlands gemeenten (verdeling AU 2021, stand januari 2021) dan blijkt dat slechts 29 gemeenten minder algemene uitkering per inwoner (stand 1-1-2020) ontvangen dan wij. Overzicht: VERDELING AU 2021 (stand januari 2021) Naam_gemeente
inwoners
Amsterdam
872.757,00 1.933.861.954,16
AU AU per inw rang Div. uitkeringen div uitk. per inw rang 2.215,81
Alkmaar
109.436,00
175.353.599,72
1.602,34
Heerhugowaard
57.587,00
83.386.423,77
1.448,01
Heemskerk
39.182,00
56.422.898,86
1.440,02
Castricum
35.986,00
41.879.876,18
1.163,78
Bergen NH
29.839,00
36.471.224,95
1.222,27
Langedijk
28.163,00
35.453.718,57
1.258,88
Heiloo
23.968,00
27.643.488,46
1.153,35
Uitgeest
13.666,00
15.274.680,03
1.117,71
4 75 136 140 322 289 265 328 341
388.914.927,00
445,62
50.347.683,00
460,07
9.420.038,00
163,58
5.480.214,00
139,87
2.656.246,00
73,81
2.445.518,00
81,96
2.952.468,00
104,83
2.088.949,00
87,16
1.234.976,00
90,37
TOT. AU Tot.AU per inw. rang
38 2.322.776.881 35 225.701.283 179 92.806.462 223 61.903.113 323 44.536.122 315 38.916.743 281 38.406.187 306 29.732.437 301 16.509.656
9
2.661 2.062 1.612 1.580 1.238 1.304 1.364 1.241 1.208
46 144 159 326 306 274 324 336
Onlangs is er een rapport verschenen van Coelo (Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden, onderdeel van de Rijksuniversiteit Groningen) die de uitkomsten van rijksuitkeringen aan gemeenten in 2019 heeft vergeleken (https://www.coelo.nl/index.php/wat-ontvangt-mijn-gemeente). In dit rapport (bijgaand de ‘Atlas’) laat een zelfde uitkomst zien. Al enige jaren is sprake van een op komst zijnde nieuwe verdeling van het gemeentefonds. Inmiddels is duidelijk dat invoering van een nieuwe verdeling in ieder geval is uitgesteld tot 11-2023. Wel hebben wij kennis kunnen nemen van rapporten van onderzoeksbureaus die als basis dienen voor de herverdeling. In deze rapporten zijn de effecten op hoofdlijnen weergegeven. Bureau Andersson Elffers Felix (AEF) heeft onderzoek gedaan naar het sociaal domein (bijlage 1) en Bureau Cebeon naar de verdeling van het ‘klassiek’ domein (bijlage 2). 15
In het rapport m.b.t. het sociaal domein is aangegeven dat het gemiddelde herverdeeleffect van gemeenten in de categorie 20.000 tot 50.000 inwoners -/- € 33,35 per inwoner bedraagt. In het rapport m.b.t. het klassieke domein is een overzichtskaartje van Nederland opgenomen met daarin in kleur het herverdeeleffect van de gemeente weergegeven. Castricum is in het kaartje aangeduid met een effect tussen de -/- € 50 en -/- € 100 per inwoner. De meest donkerrode kleur in het overzicht. Samen met nog ongeveer vijf gemeenten. Met andere woorden: alhoewel wij nu al een van de gemeenten zijn die het minste algemene uitkering ontvangen, lijkt het er toch op dat wij bij na de herverdeling aanzienlijk minder algemene uitkering gaan ontvangen. Het grote probleem hierbij is dat de berekeningen door met name AEF (sociaal domein onderzoek) zijn verricht op de cijfers van 2019. In dat jaar stond Castricum er op het gebied van het sociaal domein financieel nog steeds relatief gezien goed voor. Sinds 2020 is deze situatie drastisch verslechterd. Overigens: er is aangekondigd dat eind januari 2021 de voorlopige uitkomsten per gemeenten van de herverdeling openbaar worden gemaakt. UPDATE: Op 2 februari jl. heeft de minister van BZK de Tweede Kamer geïnformeerd over een voorstel van een herijkt gemeentefonds.
Tevens heeft de minister de adviesaanvraag herijking gemeentefonds verstuurd aan de Raad voor Openbaar Bestuur (ROB) voor consultatie. Onderdeel van deze adviesaanvraag is het inzichtelijk maken van de consequenties van deze herijking voor de individuele gemeenten. De voorgestelde nieuwe verdeling leidt, op basis van de in de adviesaanvraag gebruikte cijfers over 2017, tot voor- en nadeelgemeenten. Gemeente Castricum is volgens de notitie van de minister een nadeelgemeente (ong. -/-€ 230.000). Dit is overigens een veel lager nadeel dan waarvoor werd gevreesd op basis van eerdere berichtgevingen. De aanbieding van de adviesaanvraag incl. bijlagen zijn openbaar en terug te vinden via de volgende link: https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/brieven_regering/detail?id=2021Z02143&did=20 21D04698 Hierbij een korte samenvatting en de concrete cijfers van Castricum van dit voorstel. Overall – landelijk - beeld
Landelijk gaan 159 gemeenten erop achteruit, 196 gemeenten ontvangen op basis van de voorgestelde herijking meer algemene uitkering.
16
Uit de voorlopige uitkomsten blijkt dat er gemeenten zijn met forse nadelige effecten. In het bijzonder geldt dit voor gemeenten in Friesland en Groningen. Na de herverdeling is de totale omvang van de algemene uitkering gelijk gebleven (totaal € 27,77 miljard). Maar binnen de clusters hebben zich wel verschuivingen voor gedaan. Cluster Bestuur en ondersteuning (B&O) Veiligheid (O&V) Onderwijs (OND) Sport, cultuur en recreatie (SCR) Infrastructuur, ruimte, milieu (IRM) Sociale basisvoorzieningen (BASIS) Individuele voorzieningen Jeugd (JEUGD) Individuele voorzieningen Wmo (WMO) Participatie (PART) Vaste bedragen G4, Wadden Niet herijkt deel (IU/DU etc) Onroerendezaakbelasting (OZB) Overige Eigen Middelen (OEM) Totaal
Huidige omvang Nieuwe omvang 1,67 4,13 1,5 1,67 1,93 1,97 3,37 3,82 3,78 3,61 3,18 2,96 3,56 3,81 3,98 2,97 2,8 2,67 0,36 0,1 4,88 4,88 -2,56 -3,43 -0,69 -1,39 27,77 27,77
17
Effect gemeente Castricum Het negatieve herverdeeleffect van de gemeente Castricum bedraagt op basis van de stukken € 6 per inwoner (onafgerond is het € 6,49). Uitgaande van 35.216 inwoners (per 1-1-2017) betekent dit dat de algemene uitkering - op basis van het herverdeeleffect volgens de adviesaanvraag - in 2023 met ong. € 230.000 afneemt. Op basis van de stukken is dit de meer gedetailleerd weergave van het nadelig effect:
CASTRICUM
huidig nieuw verdeling verdeling verschil per inw. cluster BASIS 4.719.818 5.108.816 388.998 11,0 cluster PART 2.318.736 2.987.953 669.217 19,0 cluster WMO 7.531.542 4.788.446 -2.743.095 -77,9 cluster JEUGD 4.596.983 3.914.147 -682.836 -19,4 overig SD (niet herijkt) 613.151 613.151 0 0,0 TOTAAL Sociaal Domein 19.780.230 17.412.513 -2.367.717 -67,2 cluster B&O 3.478.966 8.552.578 5.073.612 144,1 cluster O&V 2.343.605 2.640.127 296.522 8,4 cluster OND 3.971.916 3.330.456 -641.460 -18,2 cluster SCR 6.033.216 5.761.898 -271.317 -7,7 cluster IRM 5.903.898 5.596.538 -307.360 -8,7 TOTAAL Klassiek Domein 21.731.601 25.881.598 4.149.997 117,8 cluster OEM -1.071.664 -1.883.596 -811.932 -23,1 cluster OZB -5.067.810 -6.266.817 -1.199.006 -34,0 TOTAAL Alg. Eigen Middelen -6.139.475 -8.150.413 -2.010.938 -57,1 TOTAAL uitgaven Sociaal Domein 19.780.230 17.412.513 -2.367.717 -67,2 TOTAAL uitgaven Klassiek Domein 21.731.601 25.881.598 4.149.997 117,8 TOTAAL uitgaven clusters 41.511.831 43.294.110 1.782.280 50,6 TOTAAL inkomsten clusters -6.139.475 -8.150.413 -2.010.938 -57,1 TOTAAL AU17huidig 35.372.356 35.143.697 -228.659 -6,5 TOTAAL overige IU/DU17 (niet herijkt) 727.646 727.646 0 0,0 36.100.002 35.871.344 -228.659 -6,5 Proces Het voorstel zit nu in de consultatiefase. Na een advies van de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) zal ook de VNG worden gevraagd om advies.
De VNG wil over de uitkomsten van de herijking gemeentefonds een goede consultatie voeren en de uitkomsten ervan overbrengen aan het nieuwe kabinet dat over de herijking een besluit moet gaan nemen. Daartoe consulteert de VNG ook de gemeentebestuurders. Een uitnodiging daarvoor ontvangt u t.z.t. in een aparte ledenbrief. Naar verwachting vinden die bijeenkomsten plaats in maart. Kanttekeningen/aandachtspunten Hieronder wordt kort een aantal kanttekeningen en aandachtspunten weergegeven: De nu gepresenteerde herverdeeleffecten zijn op basis van de cijfers 2017.
18
In 2017 was Horizon nog niet in onze gemeente gevestigd (en zit er ook geen AU i.v.m. Horizon in deze totalen). Onduidelijk is nog hoe deze wijziging in omstandigheid mee wordt genomen bij de herverdeling. Dit is een voorstel dat nu de consultatie in gaat (ROB). Na ontvangst van het ROBadvies wordt ook de VNG nog geconsulteerd. Dat zal plaatsvinden op basis van geactualiseerde maatstafgegevens en een geactualiseerde omvang van de clusters waaruit de verdeling is opgebouwd. Dit leidt zeker tot verschuiving in de herverdeeleffecten. Hoe het definitieve voorstel er uiteindelijk uit gaat zien, is onbekend. Er wordt rekening gehouden met inbreng van de nadeelgemeenten. Maar ook kan dit onderwerp nog een verkiezingsitem worden. Er kunnen dus nog wijzigingen op het voorlopig verdeelstelsel komen. Welke effect eventuele aanpassingen gaan hebben is dan ook onbekend. Deze voorlopige uitkomsten staan los van de discussies die gemeenten en Rijk nog met elkaar voeren over de zorgelijke financiële positie van de gemeenten, zoals het definitief schrappen van de opschalingskorting, de compensatie abonnementstarief WMO en extra middelen voor de jeugdzorg. De minister geeft aan het van belang te vinden dat de financiële afspraken met de gemeenten duidelijk zijn voordat de herverdeling van de middelen kan plaatsvinden.
Opvallend is de lagere bijdrage per inwoner uit het sociaal deel (SD) van het gemeentefonds. Hier vindt een verschuiving plaats van de kleinere gemeenten naar de grote gemeenten, omdat laatste gemiddeld meer kosten maken. Alle gemeenten ervaren echter grote tekorten op de rijksmiddelen die zij voor uitvoering van deze nieuwe taken ontvangen. Het blijkt (zie hierboven) dat de omvang van het cluster Individuele voorzieningen Wmo met ruim € 1 miljard afneemt. Dus naast een verschuiving van klein naar groot neemt ook het totaal te verdelen bedrag op dit cluster af. Bijlagen: 1- Atlas rijksuitkeringen aan gemeenten 2019 (Coelo) 2- Rapport herijking gemeentefonds sociaal domein 2020 (Andersson Elffers Felix) 3- Rapport Herijking verdeling klassiek domein gemeentefonds (Cebeon)
19
Bijlage 1
20
21
22
Bijlage 2
23
24
Bijlage 3
25
26