Verslag openbare zitting kandidaat-wethouder 13 maart 2025
Tekst van het document
250313
Pagina 1 van 11
NOTULEN VAN DE OPENBARE ZITTING VAN DE COMMISSIE BENOEMING WETHOUDER DER GEMEENTE CAPELLE AAN DEN IJSSEL, GEHOUDEN OP DONDERDAG 13 MAART 2025 OM 20.00 UUR Voorzitter de heer prof. dr. M.W. van Buuren Griffier mevrouw drs. T.A. de Mik Commissieleden raadsleden mevrouw drs. C.T.F. Penterman, mr. Z. Schelkers en M.W. Vlot Verder aanwezig: Kandidaat-wethouder C.A.J. Schaatsbergen CBB CDA ChristenUnie ing. P. Eilander, D66 Z.J. Hooijkaas en J.G. Stegeman GroenLinks mevrouw M. Aktaş Leefbaar Capelle mevrouw mr. D.E. Armfield, J. Frieser, drs. M.G. Jaliens, J.B.L. Kerver, mevrouw L.D. Kerver-Poppe, J.W. Lauw-Schouten, A.N. Molengraaf, F. Patty, G. Spruit, mevrouw W.J. Ravenna en W. Vervat PvdA mevrouw A.V.A. Raaijen SGP VVD J.S. Kolster Msc MA
De VOORZITTER: Beste mensen, ik wil u graag heel hartelijk welkom heten op deze openbare hoorzitting voorafgaand aan de benoeming van de heer Schaatsbergen als wethouder in de vrijgekomen positie van de heer Stout in ons college, indien er sprake is van voldoende stemmen ten zijn faveure. Ik zal me even voorstellen. Mijn naam is Arwin van Buuren. Ik ben voorzitter van de ad hoc commissie voor het uitvoeren van het onderzoek naar de integriteit van de kandidaat, die wij vanavond gaan bevragen. En dat onderzoek hebben wij uitgevoerd met vier fractievoorzitters. Het was een zware commissie, maar een zware kandidaat rechtvaardigt ook een zware commissie, die bestaat uit de heren Vlot en Schelkers en mevrouw Penterman, ondersteund door onze nimmer geëvenaarde griffier. Ik wil de heer Manusama verontschuldigen. Hij was hier graag vanavond in ons midden geweest, maar kon zich dat helaas niet permitteren. Vandaar dat ik de rol van gespreksleider en voorzitter van de commissie vanavond combineer. U hoort een Schaatsbergiaanse inleiding op deze vergadering. Ik weet niet of u dat is opgevallen, maar anders noem ik het maar even. Beste mensen, het is een goed gebruik om tijdens een dergelijke hoorzitting eerst de kandidaat de gelegenheid te geven om zich kort voor te stellen. Aan mijn uitspraak hoort u een streepje onder het woordje ‘kort’.
In het geval van de heer Schaatsbergen hoeft dat eigenlijk niet, want wij kennen hem al van haver tot gort, maar toch mag hij hier nog iets uit zijn doopceel toelichten. Ik stel voor dat u dat in maximaal vijf minuten doet. Kunt u zich daarin vinden? Daarna zal eerst de ad hoc-commissie de gelegenheid krijgen om een aantal vragen te stellen. Uit het onderzoek van Berenschot komen overigens geen beletselen, die een benoeming tot wethouder in de weg zouden staan. Dus dat is het goede nieuws. Wel hebben wij daar nog enkele vragen over. En uiteraard staat het alle raadsleden vrij om elke vraag te stellen die zij willen stellen. Wel ga ik proberen om te voorkomen dat meerdere malen dezelfde vraag wordt gesteld, of een vraag die in andere bewoording ook al een keer is gesteld. Dus we gaan het wel proberen een klein beetje efficiënt aan te pakken, met uitzondering van deze inleiding. Als u zich daarin kunt vinden, dan zou ik willen voorstellen om de heer Schaatsbergen kort het woord te geven. Mijnheer Schaatsbergen. De heer SCHAATSBERGEN: Mijnheer Van Buuren, voorzitter. Dank voor deze Schaatsbergiaanse inleiding. Toch altijd leuk om dat van die kant weer eens te horen.
250313
Pagina 2 van 11
Ja, hier sta ik dan op de hoorzitting. En dan is het de bedoeling, dat ik mij in een pitch in vijf minuten aan u voorstel. Ik denk dat de heer Van Buuren al terecht heeft opgemerkt dat ik toch al een tijdje in deze gemeente meeloop en dat u mij vanuit het functioneren als raadslid in de afgelopen jaren of in de jaren daarvoor toch wel in voldoende mate heeft leren kennen. Dus ik wilde u eigenlijk meenemen in een stukje filosofische en interne beschouwing op wie Cor Schaatsbergen is. En dat is denk ik wel van belang om u te realiseren vanuit welke normen en waarden en vanuit welke intrinsieke motivatie ik momenteel in het leven sta. Ik ben op een hele mooie zaterdagnacht op 19 juli 1996 geboren. Bijna 56 jaar geleden kwam ik eigenlijk ongewenst ter wereld. Dat ongewenst moet u nu niet al te zwaar nemen, maar dat was wel op dat moment het feit in mijn leven. Daar kom je pas later in je leven achter. De VOORZITTER: Ik wil overigens wel de raadsleden er even op wijzen dat de heer Schaatsbergen zich verspreekt. Zijn geboortejaar is 1969. De heer SCHAATSBERGEN: Wat zei ik? 1996? De VOORZITTER: 1996 zei u. De heer SCHAATSBERGEN: Ja, mijn geboortejaar in deze gemeente was dan inderdaad 1996. Dat was 15 juli 1996. Toen ben ik officieel in Capelle komen wonen. Dank voor deze correctie, voorzitter.
Het lijkt een beetje een miserabel verhaal, maar dat moet u maar even een beetje voor lief nemen, maar mijn jeugd heeft zich door aardig wat tegenslagen gekenmerkt. En dat vormt je jeugd. Ik denk dat ik voor sommigen niks nieuws zeg als ik zeg dat ik ook te maken heb gehad met misbruik tussen mijn 10e en mijn 13e jaar. En dat vormt iemand, helemaal op die leeftijd. Dat heeft er ook toe geleid, dat ik uiteindelijk na de scheiding van mijn ouders op 15-jarige leeftijd op mijzelf ben gaan wonen. En uiteindelijk kom je de man met de hamer tegen. In dit geval kwam ik mijzelf tegen met een koksmes. Ik zat toen in hospitality. Dus ja, die keus lag denk ik, onbewust heel erg voor de hand. Maar goed, ik doe er nu een beetje lacherig over, maar ik denk dat degene die hier aan den lijve ook heeft gestaan, wel weet wat dit intern met mij gedaan heeft. Dan gaat er een traject lopen, op het moment dat je merkt dat je iets gedaan hebt of iets van plan was te doen wat eigenlijk niet echt helemaal normaal is. En dat traject heeft eigenlijk gelopen tot, denk ik, een jaar of vijftien geleden. Zo lang kan zoiets doorwerken. Je komt de ene tegenslag na de andere tegen. Daar moet je mee dealen. En uiteindelijk ga je in een stuk zelfreflectie.
Dat is bij mij gelukkig gebeurd en dat heeft gemaakt dat ik eigenlijk alles wat in mijn leven gebeurd is een plek kan geven en dat ik mijn eigen intrinsieke normen en waarden heel goed heb leren kennen. Ik moet het kort houden van de voorzitter, maar ik had een veel langere pitch in gedachten. Uiteindelijk heeft dit gemaakt dat ik heel erg dankbaar ben voor een heel stabiele thuissituatie, met een echtgenoot die hier vanwege de thuissituatie, sommigen u bekend, vanavond niet aanwezig is, omdat er op dit moment even wat steun ergens anders nodig is. Maar vanuit een heel stabiele thuissituatie en een heel supportive echtgenoot heb ik uiteindelijk mijzelf volledig bij elkaar weten te rapen. En ik sta hier uiteindelijk met een aantal intrinsieke waarden, waarvan respect de meest overkoepelende is van waaruit ik functioneer. Met een stuk betrouwbaarheid, betrokkenheid en een stuk humor. En dat laatste, humor, heeft heel lang geduurd voordat ik dat weer bij mijzelf heb kunnen vinden. Dat betekent voor u als raad dat u hopelijk aankomende maandag een wethouder gaat benoemen, die weet waar hij zelf staat. Die weet dat hij fouten maakt. Die ook weet dat die de komende tijd ook fouten zal gaan maken, want dat hoort nu eenmaal bij het leven. Het leven is vallen en opstaan. En ik sta daar en maak daar fouten vanuit een hele respectvolle situatie naar mijzelf toe.
Maar ik maak ook fouten richting de raad en ten opzichte van de Capellenaren. En als het fouten zijn ten opzichte van de ambtelijke organisatie, ben ik ten opzichte daarvan respectvol. Ik heb geleerd van mijn fouten te leren en mijn fouten maken mij tot een krachtige persoon.
250313
Pagina 3 van 11
Voorzitter. Ik wil het hierbij Laten, want als ik nog verder ga, dan kom ik in mijn eigen emotie terecht en ik denk dat dat vanavond niet de bedoeling is. Dank u wel. De VOORZITTER: Mijnheer Schaatsbergen. Ik ben een klein beetje stil van uw pitch. Ik wil u heel hartelijk danken voor de openheid, die u heeft aangedurfd te betrachten en ook voor het inkijkje in uw persoonlijke leven en uw persoonlijke biografie, die hebben gemaakt dat u bent wie u bent. En ik denk dat we uw conclusie inderdaad allemaal wel onderkennen, dat dat u gevormd heeft tot de persoon die u bent en u daarbij ook een stuk stabiliteit heeft meegegeven, misschien wel tegen wil en dank. Dank voor deze openhartigheid. U heeft zich keurig aan de tijd gehouden en dat was misschien maar goed ook, zoals u zelf zei. Dat komt dan goed uit. Ik wil de hoorzitting eigenlijk vervolgen door de leden van de ad hoc commissie successievelijk het woord te geven. Wij hebben een aantal vragen voorbereid. Die hebben in de eerste plaats betrekking op de tijdsbesteding die dit wethouderschap vergt. En daartoe geef ik graag het woord aan mevrouw Penterman, die daaraan ook een vraag zal koppelen over de portefeuille die u krijgt. Mevrouw PENTERMAN: Dank u wel, voorzitter. Mijnheer Schaatsbergen. Dank voor uw heel persoonlijke verhaal. En dan gaan we nu toch naar iets zakelijks toe.
Het wethouderschap, dat u eventueel maandag aanvaardt, gaat over 0,6 fte. En daarvoor krijgt u een portefeuille van 1 fte, Stadsontwikkeling en Beheer. Daarbij blijft u voor 0,5 fte uw huidige werk uitvoeren. Kunt u aangeven hoe u dit gaat doen? De heer SCHAATSBERGEN: Ja, dank u voor deze vraag, mevrouw Penterman. Ik had die uiteraard verwacht. Dat kon niet anders in deze context. Het is een portefeuille, die mij voor 0,6 fte is aangeboden. Ik ben gevraagd voor 0,6 fte en daar ben ik van uitgegaan, met de portefeuille zoals die er ligt. Dat kan ik niet veranderen. Ik kan daar een heel leuk tegenantwoord op geven van goh, als u vindt dat het een portefeuille van 1 fte moet zijn, dan zal ik de laatste zijn die u tegenover u treft. Als u bij de kadernota daartoe 0,4 fte zou willen opplussen, dan zou u mij echt als allerlaatste op uw lijn vinden om tegen u te zijn. Maar mij is 0,6 fte aangeboden. En dat betekent dat ik die 0,6 fte ook moet gaan invullen met de portefeuille die er ligt. Daar heb ik ja tegen gezegd en dat heb ik ook op die manier met mijn huidige werkgever besproken. Mijn huidige werkgever was in eerste instantie gelijk enthousiast. In het verdergaande gesprek met mijn werkgever kwamen we op dezelfde situatie uit van goh, Cor, hoe ga je dat doen? Ik heb het geluk dat ik bij mijn huidige werkgever een deel projectmatig kan werken.
En de projecten die ik draai kan ik redelijk flexibel in de tijd invullen. Dus dat geeft mij een stuk flexibiliteit om ook, hier in dit huis, redelijk flexibel te zijn in mijn taken als wethouder, ook op de momenten dat het overdag wat moeizamer zou moeten gaan vanwege mijn andere werkgever. Gaat dat uitdagingen met zich meebrengen? Ja, natuurlijk. Ik ga in principe twee heren dienen, namelijk de gemeente Capelle aan den IJssel en ik blijf voor 0,5 fte werkzaam bij Special Cargo College. Ik ga feitelijk met 50% politiek onbetaald verlof. Ik doe mijn functies, zoals ik die gedaan heb. En dat zal voornamelijk projectmatig zijn. Met alle respect. Met de uitdagingen zal ik moeten dealen als ze zich echt gaan voordoen. Ik heb hier heel serieus over nagedacht, want deze situatie is natuurlijk ook onderdeel van mijn eigen overwegingen geweest om ja te zeggen. Even gechargeerd gezegd, als ik kijk naar het tijdsbestek nu met een fulltime baan en daarnaast mijn politieke werk als raadslid en de invulling die ik daaraan geef, dan zal het qua tijdsbesteding en invulling qua tijd niet veel gaan uitmaken. Want ik heb vanuit de raad al nevenfuncties neergelegd. Te denken valt aan de functies bij de MRDH en alle overige functies in dit huis, die ik bekleed. De tijd die ik daaraan besteedde, valt weg.
En in mijn agenda stonden per definitie de maandagen, dinsdagen, woensdagen en donderdagen gereserveerd voor de raad. Sommigen van u weten dat. Mevrouw PENTERMAN: Dank u wel voor uw heldere antwoord. En in aanvulling daarop, u levert ook een stukje in en daarmee heeft u meer tijd. En u heeft ook flexibiliteit. U krijgt een portefeuille. We
250313
Pagina 4 van 11
hebben lang na moeten denken, want u heeft een brede achtergrond als raadslid. Uw ervaring op het SOB-gebied was daarbij nog wel een vraag. Want u krijgt eigenlijk een portefeuille, waarin u misschien wat minder thuis bent. Dus wij vroegen ons af hoe dat combineert met de uitdaging in tijd en flexibiliteit, die er al ligt? De heer SCHAATSBERGEN: Ik snap uw overwegingen. Zeker als u mijn CV bekeken heeft, kom ik toch vanuit een zachte en logistieke sector - eerst zacht en vervolgens logistiek -, die wat dat betreft toch weinig raakvlakken heeft met de portefeuille SOB. En aan de andere kant denk ik dat mijn politieke ervaring in de afgelopen bijna dertig jaar hier in het huis mij voldoende bagage meegeeft om heel snel te kunnen schakelen. Ik weet hoe de lijnen hier in het gemeentehuis lopen. Ik weet hoe ik mijn porto’s in zou moeten richten, hoe ik mij moet laten informeren en hoe ik mij moet laten ondersteunen. En ook hier geldt weer dat er uitdagingen komen. Maar ik zie het als een uitdaging en niet als een probleem. De VOORZITTER: Ik zie dat mevrouw Penterman genoegen neemt met dit antwoord. Dan gaan we naar de heer Schelkers. De heer SCHELKERS: Dank, voorzitter. Mijnheer Schaatsbergen. We kunnen er niet omheen.
U heeft zich deze periode afgesplitst van Leefbaar Capelle en dat is dezelfde fractie, die u nu voordraagt als wethouder en waar u zich als raadslid onlangs weer bij heeft aangesloten. En ook de lokale pers sprong daar gelijk bovenop, dus het leeft in Capelle. En dat is eigenlijk ook de eerste vraag die we aan u willen stellen. De lokale krant haalde aan dat u destijds aangaf zich niet meer met de partij en dus de fractie te kunnen verenigen. Kunt u dat toelichten? De heer SCHAATSBERGEN: Ik ga geen toelichting geven op wat in 2023 heeft plaatsgevonden. Ik vind dat niet opportuun om het daar vandaag over te hebben. Wat ik u wel kan zeggen is, dat de overwegingen die ik toen genoemd heb als zijnde mijn moverende overwegingen, dat ik daar voor de rest geen enkel woord aan vuil gemaakt heb en ik dat nu eigenlijk ook niet wil doen. Ik kan u wel vertellen dat, vanaf het moment dat ik in 2023 bij Leefbaar ben weggegaan, mijn contacten met de fractie altijd goed geweest zijn. Ik ben altijd heel nauw contact blijven onderhouden, ook met de nieuwe fractievoorzitter van Leefbaar Capelle. En dat heeft de situatie eigenlijk niet veranderd. Daarbij komt ook, met alle respect, dat het niet uniek is dat leden uit een lokale partij, of uit welke partij dan ook, weglopen. En als ik naar de geschiedenis van lokaal Capelle kijk, dan is het ook niets nieuws dat leden weer terugkomen.
De heer SCHELKERS: Dank, mijnheer Schaatsbergen, voor die toelichting. Onze commissie constateerde ook dat uw stemgedrag wel eens is afgeweken van Leefbaar Capelle, sinds u zich heeft afgesplitst. En de vraag die we hierover willen stellen is of u hinder denkt te ervaren richting de Capellenaar vanwege deze geschiedenis. De heer SCHAATSBERGEN: Nee, dat denk ik niet. Ik heb op sommige momenten dat ik inderdaad in stemgedrag van Leefbaar Capelle afweek, ook in mijn stemming of mijn bijdrage hier in deze raad duidelijk gemaakt, dat ik op dit punt persoonlijk heel anders in de wedstrijd sta. Op dat moment, niet zijnde lid van de fractie van Leefbaar Capelle, kon ik zonder last of ruggenspraak die mening uiten, ventileren, en dat in mijn stemgedrag kenbaar maken. Ik ben nu weer onderdeel van de fractie van Leefbaar Capelle. Met uw welnemen ben ik straks onderdeel van het college. Het college is een collectief begrip. Daar geldt collegialiteit. Wij dragen met zijn allen het collegeprogramma. En daarin zit een deel van het gedachtegoed van Leefbaar Capelle, zoals daar ook een deel van het gedachtegoed van de PvdA, D66 en de VVD in zit. En hopelijk ook dat u vindt dat daar ook een gedachtegoed van de rest van de raad in terug te vinden is. Ik sta als wethouder ten principale voor Capelle aan den IJssel. En dat ik toevallig afgevaardigd wordt vanuit Leef-
250313
Pagina 5 van 11
baar Capelle, komt omdat Leefbaar Capelle mij dat gevraagd heeft. Vanuit het feit dat ik van begin af aan in deze gemeente een lokale politicus ben, heb ik uiteraard Leefbaar Capelle een warm hart toegedragen. Want het gedachtegoed van Leefbaar Capelle, het totaal, is voor mij niet veranderd. Dat ik persoonlijk op sommige punten anders denk, heeft u denk ik allemaal in uw politieke carrière wel een keer ervaren. De VOORZITTER: Daar gaan we vanavond geen uitspraak over doen, mijnheer Schaatsbergen. De heer Schelkers laat het hierbij. De heer Vlot heeft een vraag over de nevenfuncties van de heer Schaatsbergen. De heer VLOT: Ja, inderdaad. Zoals al is vastgesteld zijn er weinig witte vlekken in het CV van de heer Schaatsbergen. Dat komt misschien wel een beetje in de buurt van wat hij straks gaat meemaken als hij ziet hoe weinig plekken er in onze gemeente zijn waar nog effectief stedelijke ontwikkeling kan plaatsvinden. Dat brengt mij inderdaad bij een andere nevenfunctie van de heer Schaatsbergen, het penningmeesterschap van de Historische Vereniging. Hoewel die niet per se conflicterend hoeft te zijn, kan die natuurlijk wel conflicterende situaties met zich meebrengen, omdat de Historische Vereniging Capelle subsidie ontvangt. En met de voorstaande ombuigingen kan dat wel eens leiden tot het wel of niet toekennen van subsidies aan die vereniging.
Dan zijn wij toch een beetje benieuwd, niet zo zeer bezorgd meteen, hoe de heer Schaatsbergen denkt die functie te continueren en zijn positie binnen het college, waar het over subsidies kan gaan, daarmee denkt te kunnen verenigen. De heer SCHAATSBERGEN: Mijnheer Vlot. Dank voor deze vraag. Dit is nu juist het dilemma dat ook staat in het rapport van Bureau Berenschot. En ja, het is mijn integriteitsonderzoek, dus is het ook aan mij om uit de vertrouwelijkheid van het rapport openbare melding te doen. Dit is nu juist het punt, dat ik zelf heb ingebracht bij Bureau Berenschot. Ik heb dit dilemma, zoals u dat nu schetst, op deze manier in de voorbereidingen bij Bureau Berenschot neergelegd en dat ik het heel graag daarover wilde hebben en hier heel graag advies over zou willen hebben, omdat ik hiermee zat, wetend dat dit inderdaad een conflict zou kunnen veroorzaken. Ik wil niet zeggen dat ik hierover in het diepte-interview het merendeel van de tijd met Bureau Berenschot heb gesproken. Maar dat heeft er wel in geresulteerd dat het nu verwoorde advies in het verslag van Bureau Berenschot is zoals het nu is. U weet allen dat het binnen het maatschappelijke veld altijd heel lastig is om bestuursleden te vinden. Ik zou daarom heel graag deze functie binnen de Historische Vereniging willen blijven vervullen.
Ik ben heel erg blij dat de reactie van Berenschot ten principale was in het integriteitsonderzoek er niet op uit te zijn om op nevenfuncties negatief te adviseren. Berenschot adviseerde wel dat ik me wel diende te realiseren dat het wenselijk zou zijn alle contacten vanuit het penningmeesterschap en het bestuurslidmaatschap met de gemeente wat betreft de Historische Vereniging aan een ander over te dragen. Het gaat om bestuurlijke overleggen, aanvragen van subsidies en elk intern contact. En als ik in het college daadwerkelijk geconfronteerd wordt met de Historische Vereniging, er officieel aantekening van laat maken in het collegebesluit, dat ik geacht word niet te hebben deelgenomen aan de beraadslagingen en de besluitvorming. Ik ben blij met dat advies, omdat we moeten gaan kijken of dat inderdaad ook zo uitpakt. Dat heb ik gisteren ook zo besproken in de bestuursvergadering van de Historische Vereniging. U gaat daarover uiteindelijk een oordeel vellen, of u dat wel of niet wenselijk vindt. Ik kan u verzekeren dat, als ik hiermee vanuit mijn penningmeesterschap van de Historische Vereniging of als wethouder te maken krijg en enig conflict bij mijzelf ga ervaren, ik acuut mijn functie neerleg. En dat heb ik gisteren ook zo afgesproken in de bestuursvergadering.
Ik zou heel graag penningmeester willen blijven, maar niet op het moment dat het mijzelf in conflict brengt of dat het mogelijkerwijs enige schijn van conflict in het college of naar buiten teweeg kan brengen. Dan kom ik weer terug op één van mijn intrinsieke waardes. Dat is iets dat ik vanuit respect en openheid absoluut niet zou willen.
250313
Pagina 6 van 11
De VOORZITTER: Dank voor dit antwoord, mijnheer Schaatsbergen. Ik kijk nog even of de heer Vlot hierover een vervolgvraag wil stellen. De heer VLOT: Ik dank de heer Schaatsbergen voor zijn antwoord. Ik denk wel dat het laatste punt misschien wel het meest belangrijk is naar de Capellenaren en de inwoners toe. Maar ik hoor wel dat de heer Schaatsbergen zich daar heel erg van bewust is. Tot aan hier kunnen we dan ook niet anders zeggen dan dat we dat respecteren en daarvoor begrip hebben. De VOORZITTER: Ik zie dat de heer Schelkers hierop wil aanvullen. De heer SCHELKERS: Ik zou de heer Schaatsbergen over dit onderwerp toch nog twee vragen willen stellen. De eerste vraag is getriggerd door het antwoord dat u gaf. Want u geeft aan dat u wordt geacht niet deel te hebben genomen aan de beraadslaging en aan de stemming. Kunt u nog even toelichten hoe dat er concreet uitziet? Verlaat u de zaal als dat gebeurt of gaat u er alleen stil bij zitten? De heer SCHAATSBERGEN: Ik denk dat dat een punt is, dat ik aankomende dinsdag in het constituerend beraad in het college ga bespreken, hoe we dat daadwerkelijk kunnen vormgeven. Of ik inderdaad fysiek de collegezaal verlaat en dus niet mee doe met de beraadslagingen, of dat we hier een andere modus op verzinnen.
Mijn vraag aankomende dinsdag aan de voorzitter van het college, de burgemeester, zal in ieder geval zijn, om hier ook vanuit zijn functie, als voorzitter, nauwlettend op toe te zien en mij hierop te wijzen, indien hij vindt dat dit een andere kant opgaat dan dat ik zojuist geschetst heb. De heer SCHELKERS: Dank voor uw antwoord. Onze commissie hecht er ook waarde aan te benadrukken dat ook de schijn van belangenverstrengeling vermeden moet worden. En zo te horen bent u zich daarvan ook bewust. Een tweede vraag die wij nog willen stellen is de volgende. U heeft uitgelegd hoe u handelt in de collegevergaderingen, maar het kan natuurlijk ook de andere kant op spelen, dat u in een vergadering van de HVC terechtkomt, waar u mogelijk informatie heeft vanuit de gemeente. Hoe gaat u in die vergadering om met uw tegenstrijdige belang? De heer SCHAATSBERGEN: Eigenlijk exact hetzelfde wat ik net geantwoord heb. Op het moment dat ik bij mezelf merk, dat ik ooit voor de eerste keer in zo'n conflictsituatie kom leg ik acuut mijn functie neer. Want dat is dus iets wat ik zelf absoluut niet wil. Ik wil de HVC op dit moment niet in de steek laten, vanwege het feit dat ik als penningmeester toch best wel een belangrijke schakel ben in het bestuur. En zoals de heer Van der Mark van Bureau Berenschot het eigenlijk verwoordde, dat toch iemand de rekeningen moet betalen.
Maar inderdaad, op het moment dat ik, in welke hoedanigheid dan ook, in een conflict kom, dan leg ik acuut mijn functie neer. Het penningmeesterschap dan wel te verstaan, hè. Laten we dat wel even duidelijk stellen. De VOORZITTER: Over die andere functie gaan wij natuurlijk uiteindelijk. Ik wil als voorzitter hierover nog een duit in het zakje doen. Ik vind uw houding lovenswaardig. En ik denk inderdaad dat het voor lokale verenigingen lastig is om bekwame bestuursleden te vinden. En ik denk inderdaad dat uw integriteit in dezen niet ter discussie staat. De vraag is een beetje of u zelf in staat bent om de schijn te managen. U zegt acuut uw functie neer te leggen als u in een situatie terecht komt die spanning oplevert. Ik heb ook even nagedacht over de volgende situatie. We gaan dit jaar natuurlijk een serie ombuigingen krijgen, waarbij waarschijnlijk ook de subsidies tegen het licht zullen worden gehouden. Dan zijn er situaties denkbaar dat ook de Historische Vereniging daarin meegenomen wordt. In de situatie dat ze daarin niet meegenomen wordt en de subsidie van de Historische Vereniging wordt niet gekort, omdat men vindt dat die ver-
250313
Pagina 7 van 11
eniging belangrijk is, dan kan bij andere verenigingen makkelijk de indruk ontstaan van ‘zie je wel’. Dat heeft u zelf eigenlijk niet in de hand, ook al heeft u zich absoluut niet met die besluitvorming bezig gehouden. En omgekeerd, als er wel besloten wordt om de subsidie aan te passen, kan dat binnen de vereniging tot scheve gezichten en wellicht wat spanning leiden. Ik wil u niet per se dwingen om daaraan een conclusie te verbinden of om daarop te reflecteren, maar dat waren wel de spanningen die bij ons rezen, hoezeer wij het ook waarderen als er sprake is van lokale verworteling, ook van politici. In het integriteitsdebat zijn het vaak de onvoorspelbare en onbedoelde en soms ook bijna onbewuste dynamieken, die bepalend blijken te zijn. En ik kan me voorstellen dat ze de afgelopen weken ook even door uw hoofd zijn gegaan. Dus u bent vrij om hierop te reflecteren. Maar ik vind het wel goed om ze even neer te leggen. De heer SCHAATSBERGEN: Ja, terecht dat u dit neerlegt. Beeldvorming naar buiten toe heb je zelf niet in de hand. Dit is juist een van de onderdelen geweest waarover ik met de heer Van der Mark heb gesproken. Nogmaals, vandaar dat ik heel erg blij ben met de verwoorde aanbeveling in het rapport van Berenschot. En ja, ik ben mij hiervan bewust. En ik hoop ook van harte, als u daarover signalen vanuit het maatschappelijke veld opvangt, dat u mij daarop wijst.
Dat beroep leg ik via u als plaatsvervangend raadsvoorzitter bij de raad neer. Want dan kan ik op dat moment daaraan een conclusie verbinden, als dat noodzakelijk zou blijken te zijn. De VOORZITTER: Dat verzoek nemen we graag aan. Ik zie mevrouw Penterman, die op dit of een ander punt wil reageren. Gaat uw gang, mevrouw Penterman. Mevrouw PENTERMAN: Dank u wel. Het werd natuurlijk een beetje in een grappende sfeer gezegd, van dan leg ik mijn functie neer. Het ging dan om de HVC. Bij mij riep dat even de vraag op of het wel uw doel is om deze raadsperiode vol te maken. Dat neem ik aan. De heer SCHAATSBERGEN: Ja, absoluut! Ik denk dat u mij goed genoeg kent uit de afgelopen jaren waar mijn ambities lagen en liggen. Een van mijn intrinsieke motivaties is ook gewoon ambitie. Van daaruit ben ik ook zeker van plan om deze collegeperiode vol te maken. Laten we niet verder kijken dan het einde van deze collegeperiode. Dat mogen de kiezer en de partij/vereniging doen. Of dat nou april, mei, juni, juli, augustus of september 2026 is, wanneer de nieuwe raad zal zijn aangetreden en als de collegeonderhandelingen afgerond zijn, of welk moment dan ook. Ik ben voornemens, zoals elke wethouder en wat dat betreft is het ook een schot voor open doel, om te blijven zitten tot het einde. Deze uitdaging ga ik graag aan.
Om terug te komen op uw vraag over de tijdsbesteding, als blijkt dat ik daarmee in conflict kom, 0,6 fte, dan zullen we in eerste instantie in het college moeten kijken wat we daaraan kunnen doen. En vervolgens zal ik richting mijn werkgever moeten kijken of ik het politiek verlof kan uitbreiden naar een ander percentage of andere maatregelen moeten nemen. Maar mijn prioriteit en mijn doel ligt bij de gemeente Capelle aan den IJssel, want dat is een vervulling van een jarenlange ambitie, die ik reeds heb. Mevrouw PENTERMAN: Dank voor het duidelijke antwoord. De VOORZITTER: Ik hoor de heer Schaatsbergen bijna zeggen: die onderhandelingen kunnen mij niet lang genoeg duren. Dus dat verzoek leg ik ook bij deze bij u neer, beste mensen: neem de tijd! Ik ga naar de raadsleden kijken of er vragen aan de heer Schaatsbergen zijn. We kunnen kijken wie iets wil zeggen, diegene steekt zijn vinger op. We kunnen ook het rijtje afgaan. Mevrouw Aktaş moedigt de heer Eilander aan.
250313
Pagina 8 van 11
De heer EILANDER: Het laatste antwoord waren ongeveer twee antwoorden op de vragen, die ik had staan. De rit uitzingen, ik wil hem wel benoemen. We hebben het de vorige wethouder op deze portefeuille met dezelfde omvang ook gevraagd. Ik hoor het hem nog bijna letterlijk zeggen: ja, als ik ergens voor ga laat ik niet meer los. De afloop laat zich raden. En waar dat aan ligt, dat laat ik nu in het midden en weet ik niet eens. Dat heb ik ook niet gevraagd. Maar het baart mij zorgen, en ik denk ook de commissie, die ook een vraag stelde over zo’n zware portefeuille. Mijn checkvraag is de volgende. Mevrouw Penterman gaf aan dat u de portefeuille wellicht een op een overneemt van de vorige wethouder. De vraag is of daarover überhaupt al is gesproken. U begon op 0,6 fte en dat snap ik. De voorzitter grijpt in als ik daarover te lang doorga. Is al gesproken over wat uw portefeuille wordt? Is dat de een-op-een-portefeuille van de vorige wethouder? Dat zou mijn eerste checkvraag zijn, voorzitter, als dat mag. De heer SCHAATSBERGEN: Mij is de portefeuille, 0,6 fte, een op een aangeboden. Of dit een op een blijft zal sowieso in het constituerend beraad moeten blijken. Maar met alle respect, volgens mij is dat een verdeling, die in het college plaatsvindt. De heer EILANDER: Helder. Dan hebt u ook meteen de volgende vraag al. Gaat u daarin mee? Dat heeft u al eerder aangegeven.
Dat in ieder geval. Dan maakt u wel duidelijk dat u het in ieder geval serieus neemt als er te weinig tijd is. Als voorzitter van de commissie SOB zie ik hoeveel dossiers we langs krijgen en wat die ons kosten. Dus dank voor dat eerlijke antwoord. We kunnen daar u misschien bij helpen, maar dat is aan ons als raad. Mevrouw Den Engelsman van het CDA laat zich verontschuldigen en daarvan had ik ook de vraag over 0,6 fte doorgekregen. Wat mij betreft is daarover genoeg gezegd. En dan geef ik graag het stokje door aan mevrouw Aktaş. De VOORZITTER: Dat gaat natuurlijk via mij. Mevrouw Aktaş. Het woord is aan u. Mevrouw AKTAŞ: Dank u wel, voorzitter. Ik heb het CV van mijnheer Schaatsbergen gescreend en geconstateerd dat uw expertise en ervaring voornamelijk liggen op het gebied van veiligheid en logistiek. Als u maandag wordt aangesteld als wethouder op de portefeuille Stadsontwikkeling, ben ik benieuwd wat u het meest lastige gaat vinden aan deze portefeuille. En daaraan wil ik nog een tweede vraag koppelen. Durft u zichzelf kwetsbaar op te stellen? Dus als u denkt er niet op deze portefeuille uit te komen, durft u hulp te vragen? De heer SCHAATSBERGEN: Om met dat laatste te beginnen, mevrouw Aktaş, ik denk dat ik in mijn pitch heel erg duidelijk heb gemaakt, dat ik mij wel degelijk heel kwetsbaar durf op te stellen.
In mijn carrière, zowel binnen het Amerikaanse leger binnen Capelle aan den IJssel, waar ik vijftien jaar in dienst van Hare Majesteit heb mogen functioneren, heb ik voldoende situaties gekend waarbij ik hulp heb gevraagd, omdat het qua missies en dat soort zaken allemaal even te veel werd. Dus ik schroom zeker niet om mij kwetsbaar op te stellen en hulp te vragen. Die kan ik gelukkig vinden in het college. Maar ook verder in dit huis zijn er een aantal personen, waarmee ik al heb gesproken en waarop ik kan terugvallen om even te worden bijgepraat, een steuntje in de rug te krijgen of even weer de goede richting op geduwd te worden. Hoe dat straks gaat lopen als ik dinsdag mijn eerste collegevergadering heb gehad en in de middag waarschijnlijk mijn afdelingshoofden ga ontmoeten en hoe die verhouding zal gaan lopen, laat zich nog afwachten. Mezelf en de organisatie kennende verwacht ik daarmee niet al te veel problemen. De grootste uitdaging is de lopende zaken overnemen. Ik hoef de dossiers niet met name te noemen, maar er zijn momenteel twee lopende dossiers, die recent uit het raadsdebat naar het college zijn teruggestuurd. En er is een dossier waar vrij recent in het college een besluit over is gevallen en waarover de voormalige wethouder een toezegging heeft gedaan, die ik mag gaan inlossen. En dat
250313
Pagina 9 van 11
zijn toch wel even dingen waarover ik moet nadenken hoe ik die ga inlossen, want dat is procedureel toch een heel rare geweest. De VOORZITTER: We voelen een zachte dreiging in deze woorden. Mevrouw Aktaş kijkt voldoende tevreden. Dan gaan we naar de D66-fractie, de heer Stegeman of de heer Hooijkaas. De heer STEGEMAN: Dank u wel, voorzitter. Ik wil terugkomen op het aspect tijd. De VOORZITTER: Dat is goed, maar ik wil u wel uitdagen om de vraag dan een iets andere twist te geven. De heer STEGEMAN: Ik hoorde de heer Schaatsbergen een rekensom maken. Ik trek het werkethos van de heer Schaatsbergen absoluut niet in twijfel, dat zit wel goed. Hij gaf het voorbeeld dat er dus nu wat tijd vrij komt, omdat hij geen raadswerk meer doet. Maar dat zijn natuurlijk ook veel uren in de avonden. Het huidige werk van de heer Schaatsbergen en ook het werk als wethouder vindt gewoon overdag plaats. Dus het is volgens mij niet zo eenvoudig om te zeggen daar wat uren te winnen en dat het per saldo op ongeveer hetzelfde uitkomt. Dus ik wilde even weten hoe de heer Schaatsbergen dat gaat invullen. De heer SCHAATSBERGEN: Voorzitter. Als ik dat rekenkundig ga doen, zit ik met 0,6 fte als wethouder en met 0,5 fte vanuit mijn normale werkgever. Dat is sowieso al 1,1 fte.
Daarbij heb ik wel degelijk ermee rekening gehouden dat van een groot deel van die 0,6 fte er heel veel in de avonduren plaatsvindt, ondanks dat er veel op de dag gebeurt. Ik kan u nu alvast verzekeren dat mijn agenda voor volgende week in de avonduren reeds ingepland is. Dus ja, 1,1 fte verdeeld over twee functies is een uitdaging, naar het is wel een uitdaging die heel erg leuk is om te doen. En mijn avondwerk als raadslid komt te vervallen en dat wordt ingevuld door mijn wethouderschap. En dan moet ik even heel zakelijk rekenen. Het is wel een functie van 0,6 fte. U moet me maar even vergeven dat ik heel zakelijk ben, ik word ook maar voor 0,6 fte betaald. Maar ik ben zelf al bereid om daarin waarschijnlijk richting de 0,8 fte of 0,9 fte aan tijd in te steken. Dus dat wil ik u even meegeven. Dus dit is echt een heel zakelijk antwoord. De VOORZITTER: Ik proef breder in de raad wel zorg. Niet over uw arbeidsethos en niet over uw toewijding en bereidheid om meer uren te maken als dat er de facto betaald worden. Ik denk dat de zorg erin zit hoe u straks als wethouder in de benen bent te houden. Ik kijk daarvoor in de eerste plaats naar het college en de coalitiedragende partijen, of er voldoende oog is voor het feit dat een relatief zware portefeuille in een relatief kleine aanstelling moet worden ingevuld.
De heer SCHAATSBERGEN: Mag ik daarop reflecteren, voorzitter? De VOORZITTER: Zeker. De heer SCHAATSBERGEN: Want dat daagt mij wel een beetje uit. Maar ik denk dat u mij ook goed genoeg kent uit de afgelopen jaren om te weten dat ik in u daarin ieder geval zeker een schouder heb om op uit te huilen. Ik zal ook zeker niet schromen om tijdig aan de bel te trekken. En ik kan u ook verzekeren dat mijn thuisfront zeker tijdig aan de bel zal trekken. Sommigen van u weten dat mijn echtgenoot hier in deze gemeente ook wethouder geweest is. Vanuit die tijd weet ik wat het tijdsbeslag is op het functioneren van de wethouder, ook in de huiselijke situatie. En mijn echtgenoot heb ik heel nadrukkelijk gesproken over de invulling van deze functie en ook de zwaarte van de portefeuille in relatie tot het tijdsbestek. En hij is zich er zeker wel van bewust dat ook hij mijn buffer zal zijn om als eerste aan de bel te trekken op het moment dat hij ziet dat het mis gaat.
250313
Pagina 10 van 11
De VOORZITTER: Dat zijn denk ik goede waarborgen, die u daarmee aanbrengt. Dan is het woord aan de heer Kerver. De heer KERVER: Voorzitter. Ik wil in algemene zin nog even reflecteren op de keuze voor de heer Schaatsbergen. We zitten na het vertrek van de vorige wethouder, de heer Stout, een beetje met een vervelende situatie. We willen heel snel daar weer iemand hebben zitten. Dan kun je twee dingen doen. Je kunt iemand zoeken die helemaal op de inhoud ready and steady is. Of je kunt iemand zoeken die dat op het politieke vlak helemaal is. Vandaar dat we ook wel om ons heen hadden gekeken. Iemand die op de inhoud heel sterk is, hoeft niet altijd het politieke vak even goed te begrijpen. En zo zijn we eigenlijk heel natuurlijk, heel snel al bij Cor, de heer Schaatsbergen, terechtgekomen. We kennen hem natuurlijk allemaal als iemand die in allerlei commissieverbanden en bij extra activiteiten altijd bereid was om ervoor te gaan. Het is iemand met inderdaad een goed werkethos, een echte veteraan in onze gemeenteraad. Ik zat zelf nog net in de wieg toen de heer Schaatsbergen hier de politieke arena betrad. Dus ik zie dat alleen maar als voordeel. We weten natuurlijk allemaal dat hij het ook heel graag wilde. En dat wisten wij ook. En die combinatie maakte hem eigenlijk voor ons op dit moment ook de kandidaat om het wethouderschap in te vullen. En wij hebben daarin ook vertrouwen.
En er is inderdaad net al op gereflecteerd. De band met elkaar is altijd goed gebleven. Een en ander is ook wel over en weer gereflecteerd en uitgepraat. Dus wij zetten hem graag neer als kandidaat en hopen op uw steun en vertrouwen. Ik ben er in ieder geval van overtuigd dat hij het op een goede manier tot het einde zal doen. De VOORZITTER: Dank u wel, mijnheer Kerver. Het is heel fijn dat u dat nog even toelicht. Dat heeft u ook gedaan in de persoonlijke telefoongesprekken die u met de fractievoorzitters heeft gevoerd. Dat hebben we gewaardeerd. En het is ook mooi dat dit soort vergevingsgezindheid, ontvankelijkheid en saamhorigheid weer getoond worden. Dan de heer Kolster namens de VVD. De heer KOLSTER: Voorzitter. Ik heb geen vragen, maar wel een wens. Ik hoop u maandag rondom 19.45 uur de hand te kunnen schudden, mijnheer Schaatsbergen. De VOORZITTER: Ik heb zelf ook een vraag, want ik zit hier natuurlijk met een dubbelrol als commissielid en als technisch voorzitter van deze bespreking. Mijnheer Schaatsbergen. U heeft een aantal kwaliteiten, die u bijzonder geschikt maken als raadslid. En toen ik daarover zat na te denken, dacht ik of dat ook de kwaliteiten zijn die u straks te pas komen als wethouder.
Of zijn er ook een aantal zaken waarvan u zelf zegt dat u zich daarvan wel bewust van zou moeten zijn, omdat een wethouder soms een andere rol heeft? Je ziet soms bewindspersonen optreden, waarvan je denkt dat ze wel gelijk kunnen hebben, maar of die manier van aanpakken nou echt de meest handige is om hier ongeschonden doorheen te komen. Dat is eigenlijk meer een beetje de persoonlijke vraag. U heeft iets gezegd over wat u drijft, we kennen u en we gunnen u allemaal deze stap. Maar ik wil deze vraag nog wel even stellen. En ik ben ook wel benieuwd of u daar zelf op gereflecteerd heeft. De heer SCHAATSBEREGEN: Het is terecht dat u deze vraag naar voren brengt. Ik denk, dat als u mijn CV bekeken heeft, dat u in de zijbalk daarvan heeft kunnen zien dat ik een aantal bestuurlijke stages heb gelopen bij een aantal burgemeesters. Dit in het kader van een ander traject in het oriënteren op mijn horizon verbreden, ook richting het proces dat een burgemeestersollicitant doorloopt. En dat heeft mij ook heel bewust gemaakt van dat de overstap van wethouder naar burgemeester iets vraagt van wat in het door mij meegemaakte burgemeestersklasje ‘ontwethouderen’ wordt genoemd. Na bijna dertig jaar betrokkenheid bij de gemeenteraad van Capelle aan den IJssel zal het voor mij ook zo moeten zijn dat ik moet ‘ontraadslidden’, of welk woord we daar dan ook aan willen geven.
Want de rol van raadslid, zeker in het duale stelsel, is een hele andere dan die van wethouder. Ik gaf net in mijn pitch ook aan of ik fouten zal gaan maken. Ja, ik ga zeker fouten maken. Ik hoop ook
250313
Pagina 11 van 11
dat u de bereidheid heeft om mij met het nodige respect dat ik eenieder probeer te geven, die boodschap terug te geven. Van goh, beste mijnheer Schaatsbergen, beste wethouder, kijk nog eens eventjes naar wat u nu aan het doen bent of wat u aan het zeggen bent, want dat is een rol van het raadslid, maar niet van de wethouder. Op welke manier u dat dan ook wilt brengen. Ik denk dat die boodschap en die vraag aan u duidelijk is. Ja, ik zal het raadslidmaatschap moeten ontwennen. Want ja, politiek verantwoordelijk zijn is wat anders dan bestuurlijk verantwoordelijk zijn. De VOORZITTER: Dat kan ik alleen maar beamen. Ik kijk nog even naar mijn collega’s ter linkerzijde. De heer Stegeman. De heer STEGEMAN: Ik hoor de heer Schaatsbergen zeggen dat hij stage heeft gelopen bij een burgemeester. Even een hypothetische vraag. Stel, er komt binnen nu en een jaar een leuke burgemeestersfunctie vrij ergens in de regio.
Wat gaat de heer Schaatsbergen doen? Gaat hij helemaal niet solliciteren of gaat hij toch een overstap maken? De heer SCHAATSBEREGEN: De heer Schaatsbergen heeft bij zichzelf aan het einde van de vorige periode gezegd: “Als het mij gegeven is om wederom vier jaar in de gemeenteraad van Capelle aan den IJssel te zitten, dan wil ik mijn kennisniveau en mijn horizon verbreden.” Dat heb ik gedaan door mij onder meer te oriënteren op hoe een traject als sollicitant op een burgemeesterspost daadwerkelijk verloopt. Dat betekent ook dat ik een aantal brieven geschreven heb naar een aantal commissarissen en dat ik met een aantal commissarissen heb gesproken. Ook daar is er weer een stuk zelfreflectie en een stuk leren. Als ik gewoon hiernaar kijk, is dit een mooi leertraject geweest, dat mijn politieke en bestuurlijke ervaring met deze kennis heeft verrijkt. En het is voor mij geen noodzaak om te zeggen de komende jaren op een burgemeesterspost te solliciteren. Want dat heb ik uit dit hele traject ook meegekregen. Het zijn van burgemeester en het zitten als sollicitant in een burgemeesterstraject, of het überhaupt zijn van burgemeester in een gemeente, is niet altijd rozengeur en maneschijn. Maar ik zou liegen als ik zou zeggen dat de ambitie helemaal verdwenen is. De ervaring heb ik nu opgedaan.
En er zijn twee gemeenten in het land waar ik misschien ooit nog eens een poging zal wagen als die vrij komen, maar die komen voorlopig niet vacant, want die zijn net vervuld. De VOORZITTER: Ik dacht eigenlijk aan Urk en Staphorst. De heer SCHAATSBERGEN: Dat zou ook nog kunnen, mijnheer Van Buuren, maar dan denk ik dat ik bij de vertrouwenscommissie een probleem heb vanwege de inclusiviteit, zullen we het maar noemen. De VOORZITTER: Dat staat te bezien. We waarderen overigens ook uw openheid in dezen, mijnheer Schaatsbergen. Als niemand meer van het recht om een vraag te stellen gebruik wil maken, wil ik u allen heel hartelijk bedanken. Ik denk dat het een open en inzicht gevend gesprek is geweest. Mijnheer Schaatsbergen, dat is met name aan u te danken. Dus dank voor uw openheid, ook in uw pitch. En ik wil overigens besluiten met u ook veel sterkte toe te wensen in de zorgen die er zijn in de privé omstandigheden. En ik hoop dat u en uw partner daar ook kracht in krijgen om ook daar de rol te spelen die u speelt. Als er dan niets meer aan de orde is, dan wil ik deze bijeenkomst sluiten, wens ik u allen nog een hele fijne avond toe en hoop ik u maandagavond te zien. Ik sluit me aan bij de wensen van de heer Kolster. Ik dank u allen (20.54 uur). .