Themabijeenkomst14092021gebiedspaspoort
Tekst van het document
Thema-avond evaluatie gebiedspaspoorten dinsdag 14 september 2021
Pagina:
1
Verslag van de thema-avond over evaluatie gebiedspaspoorten, gehouden op dinsdag 14 september 2021 in de Van Polanenzaal van het gemeentehuis, Rivierweg 111 Capelle aan den IJssel, aanvang 20.00 uur . Aanwezig zijn als: voorzitter
:
mevrouw mr. A.S. van der Klauw-Cornet;
volksvertegenwoordigers :
mevrouw V. King-de Hoog, raadslid Leefbaar Capelle; de heer G. Spruit, raadslid Leefbaar Capelle; de heer G. Slagboom, burgerraadslid Leefbaar Capelle; de heer L.C.A. Anink, raadslid VVD; de heer drs. S. van Loef, raadslid VVD; de heer H.E. Tiesma, burgerraadslid D66; de heer B.H.W. Oudshoorn, burgerraadslid SGP; de heer S. Geissler, raadslid PvdA; mevrouw J. den Engelsman, raadslid CDA; de heer ing. P. Eilander, raadslid ChristenUnie; de heer E.C. Raadsen, raadslid GroenLinks
secretaris
:
de heer drs. A.J.M.C. Schoenmakers;
portefeuillehouder
:
de heer M.J.W. Struijvenberg, wethouder;
ambtelijke ondersteuning :
de heer R. van Gaal MA MSc, programmamanager Stadsontwikkeling/unithoofd Projecten; mevrouw drs. J. Meijer, plv. afdelingshoofd Stadsontwikkeling;
notulist
de heer A. de Krom (Notuleerservice Dictum).
:
Op de publieke tribune zijn bij de aanvang van de bijeenkomst 2 personen aanwezig.
Opening De VOORZITTER opent de thema-avond over gebiedsontwikkeling. Nagenoeg alle ontwikkelingen in Capelle kennen een basis in de vorm van een gebieds-/kavelpaspoort. Paspoorten zijn echt Capelse instrumenten voor ontwikkellocaties. Introductie Wethouder STRUIJVENBERG hoopt vanavond een goed en open gesprek te hebben over hoe men denkt over gebiedspaspoorten en de verbeterpunten daarin. De heer Van Gaal vertelt iets over de achtergronden en de werking van gebiedspaspoorten op dit moment. Ook zijn er stellingen op basis waarvan het gesprek te voeren is. Hij hoopt op een goede geslaagde avond. Presentatie De heer VAN GAAL memoreert dat de evaluatie is aangezegd in de laatste commissie- en raadsvergadering voor het zomerreces en onderdeel is van de monitor ‘Capelle werkt aan de stad’. De evaluatie is een vertrekpunt voor een thema-avond, die vanavond plaatsvindt. Hij neemt de aanwezigen mee in de historie van het gebiedspaspoort, ook wel kavelpaspoort genoemd. Aan het eind van de presentatie kunnen de aanwezigen zich via de Mentimeter over stellingen uitspreken. De agenda van de thema-avond is als volgt: - Uitleg over (gebieds)paspoorten en andere smaken voor ontwikkelingen, zoals een bouwplan, een bestemmingsplan en een verklaring van geen bedenkingen. - Een toelichting op de principelijn bij gebiedspaspoorten, vastgesteld Capels beleid.
- De relatie van gebiedspaspoorten met overeenkomsten, met name de volgorde. - In gesprek met de Mentimeter. Gebiedspaspoorten en andere smaken voor herontwikkelingen De route naar een herontwikkeling kan gaan via twee sporen
Thema-avond evaluatie gebiedspaspoorten dinsdag 14 september 2021
1. 2.
Pagina:
2
Spoor van de omgevingsvergunning. Het college is het bevoegde gezag. Het spoor van het bestemmingsplan. De raad is het bevoegde gezag.
Spoor 1, de omgevingsvergunning Een ontvangen vergunningaanvraag toetst het college aan het bestemmingsplan. Bij passendheid volgt een vergunning. Bij niet passendheid kan het college de omgevingsvergunning weigeren of kan worden afgeweken van het bestemmingsplan. Afwijking gebeurt bij een aanvraag die in principe wel past binnen de doelen van de stadsvisie, als de aanvraag goed aansluit op programma’s of bij een goed of wenselijk initiatief. Bij afwijken van een bestemmingsplan kan sprake zijn van kleine afwijkingen (binnenplans en buitenplans). Het is dan een bevoegdheid van het college om af te wijken. Vaker gaat het om grote afwijkingen en daarbij komt het college naar de raad. Bij passendheid binnen een door de raad vastgesteld gebiedspaspoort mag het college alsnog de vergunning verlenen. Is er geen paspoort of geen passendheid binnen het paspoort, terwijl de afwijking toch gewenst is, dan is de raad opnieuw aan zet met het afgeven van een verklaring van geen bedenkingen. Die is het meest recent toegekend bij nieuwbouw aan de Roer en bij de Hortus. Spoor 2, het bestemmingsplan De raad is hier het bevoegde gezag en kan een nieuw bestemmingsplan vaststellen. Soms gaat het om een postzegelbestemmingsplan bij één kavel. Is er een nieuw bestemmingsplan vastgesteld en komt er een aanvraag binnen, dan toetst het college die aan het nieuwe bestemmingsplan.
Wanneer volg je precies welk spoor en waar maak je die keuze? Dat hangt af van de volgende aspecten: 1. Of er al een uitgewerkt plan ligt. 2. Is er behoefte aan een concreet eindbeeld? 3. Volstaat een globaler kader? 4. Zitten er risico’s in de doorlooptijd? 5. Wie is de grondeigenaar? De heer RAADSEN vraagt of het tot nu toe vertelde ook in de verordening staat. De heer VAN GAAL antwoordt dat in de principelijn is uitgelegd welke smaken mogelijk zijn. Daarbij is ook een schema gevoegd, dat wellicht lastig interpreteerbaar is. Hij zorgt ervoor dat het schema in Notubox komt te staan. De heer SPRUIT vraagt welke grondslagen er zijn om voor een postzegelbestemmingsplan in plaats van bijvoorbeeld een kavelpaspoort te kiezen. De heer VAN GAAL antwoordt dat dat kan als er nog geen concreet eindbeeld is en er alleen nog maar een globaal kader is. Men wil tegelijkertijd zekerheid hebben dat de bestemming gerealiseerd kan worden. Bij een bestemmingsplan heb je in een relatief vroeg stadium zekerheid over de haalbaarheid van een plan. Dat kan dus de afweging zijn om voor een postzegelbestemmingsplan te kiezen. Mevrouw DEN ENGELSMAN vraagt of bij een bestemmingsplan de raad pas aan het eind van het traject in beeld komt, terwijl die eigenlijk al aan de voorkant betrokken zou moeten zijn. De heer VAN GAAL is het daarmee eens.
De keuze voor een bepaalde procedure wil je vroegtijdig aan de raad voorleggen. De raad wordt dan uitgelegd welke smaak het college kiest. Dat is het uitgangspunt geweest voor gebiedspaspoorten. In het verleden kwam het nog wel eens voor dat de raad werd verrast door een gepresenteerd bestemmingsplan en dat er onvoldoende afstemming was aan de voorzijde. Dat wordt voorkomen met gebiedspaspoorten. Daar vindt vroegtijdige afstemming plaats zonder verrassingen later in het traject. De principelijn Het Hortus-gebouw is vergund via een verklaring van geen bedenkingen, zonder dat er een gebiedspaspoort aanwezig was. De principelijn luidt om (her)ontwikkeling van locaties met een gebiedspaspoort via een Waboafwijkingsprocedure mogelijk te maken. Dat wil zeggen dat het college de vergunning mag verlenen (afwijken van het bestemmingsplan) als er sprake is van een gebiedspaspoort en als de aanvraag past binnen de kaders van het paspoort.
Thema-avond evaluatie gebiedspaspoorten dinsdag 14 september 2021
Pagina:
3
Dat wil niet zeggen dat om af te wijken er sprake moet zijn van een gebiedspaspoort. Er moet dus niet altijd een gebiedspaspoort zijn om af te wijken van het bestemmingsplan. Soms heeft een initiatiefnemer een bouwplan al helemaal uitgewerkt en dan kan men een gebiedspaspoort als mosterd na de maaltijd beschouwen. Dat gebeurt lang niet altijd, omdat dan de initiatiefnemer een behoorlijk risico naar zich toetrekt. Pas op het eind van het traject is er zekerheid of het plan haalbaar is. Als er een gebiedspaspoort is mag het college van een bestemmingsplan afwijken. Het is echter niet zo dat er altijd een gebiedspaspoort moet zijn om van een bestemmingsplan af te wijken. Gebiedspaspoorten zijn niet terug te vinden in de wet en zijn echt een Capels instrument. Alle andere instrumenten betreffen wel wet- en regelgeving. Normaal gesproken kan een raad afwijken van een bestemmingsplan met het afgeven van een verklaring van geen bedenkingen. De Capelse raad heeft besloten dat het vaststellen van een gebiedspaspoort kan worden beschouwd als een categorie voor gevallen waarvoor geen verklaring van geen bedenkingen is vereist om van een bestemmingsplan af te wijken. De verschillende smaken zijn er om maatwerk te kunnen toepassen en niet altijd dezelfde procedure hoeft te worden gevolgd.
De heer RAADSEN vraagt wanneer het college van een gebiedspaspoort mag afwijken, omdat dat volgens hem al eens is voorgekomen. De heer VAN GAAL antwoordt dat het niet is toegestaan dat het college afwijkt van een gebiedspaspoort door een vergunning te verlenen die niet in lijn is met dat gebiedspaspoort. De heer RAADSEN meent dat een vrij ver uitgewerkt plan van een ontwikkelaar in strijd kan zijn van een gebiedspaspoort, zodat het geen mosterd van de maaltijd is om dat paspoort vast te stellen. De heer EILANDER meent dat alleen bij gebiedspaspoorten af en toe de 10%-regel is toegepast, welke regel in het gebiedspaspoort staat. Die regel betreft de bevoegdheid om voor 10% van het paspoort af te wijken. De heer VAN GAAL bevestigt dat in het geval die 10% in het betreffende paspoort staat. Dan blijft het college binnen de kaders van het paspoort. Mevrouw DEN ENGELSMAN kijkt naar de toekomst. In de monitor ‘Capelle bouwt aan de stad’ staat een aantal projecten. Na het verstrijken van een tijdsperiode kan de gemeente volgens haar niet anders dan een omgevingsvergunning en een verklaring van geen bedenkingen verlenen. Zij vraagt of het voor de toekomst handig is te kijken via welke lijn die projecten zouden moeten gaan lopen.
De heer VAN GAAL verwijst naar de woningbouwmonitor, onderdeel van de monitor ‘Capelle bouwt aan de stad’, waar voor het project zelf is aangegeven wat het laatste stukje besluitvorming is om op terug te kunnen grijpen. Hij wil bezien of daar aan te geven is of er zicht is op welke procedure doorlopen kan gaan worden. Het gebruik maken van een gebiedspaspoort is niet altijd gewenst. Dinsdag 7 september jl. heeft het college namelijk een projectaanpak voor de ING-locatie vastgesteld. Er is daar sprake van een parallel spoor. De initiatiefgroep kijkt naar behoud van het pand. Met de ontwikkelaar en omwonenden wordt echter ook gekeken naar de sloop- en nieuwbouwvariant. Je zou dan verwachten met een kavelpaspoort te gaan werken. Er is echter een nieuw idee, waarbij men samen toewerkt naar een bouwplan. De opzet is dat het bouwplan uiteindelijk via een verklaring van geen bedenkingen aan de raad wordt voorgelegd. Dat spoor kiest het college vanwege de wens voor goede en mooie hoogbouw. Capelle gaat namelijk terughoudend om met hoogbouw. Bij het werken met een kavelpaspoort ontstaat het gevaar een kopie van de stadsvisie te krijgen, waarin al is benoemd welke aspecten van belang zijn als het gaat om hoogbouw. Er kunnen dan spelregels gaan gelden, waardoor een bouwplan niet als goed en mooi wordt betiteld, maar dat wel voldoet aan spelregels.
Een bouwplan biedt direct zicht op de uitkomst. Er is dan ook geen discussie over de interpretatie van de spelregels, zoals over hoogteaccenten. Het bouwplan is passend bij een thema waar terughoudendheid is gevraagd vanuit de stadsvisie. De heer SPRUIT vraagt of de raad een omgevingsvergunning kan weigeren als die niet hoger wil laten bouwen dan het vastgestelde aantal meters. De heer VAN GAAL antwoordt dat het eraan ligt hoe een regel in het bestemmingsplan precies is verwoord. Als het gaat om een kantoorbestemming met een maximum 100 meter en de ontwikkelaar
Thema-avond evaluatie gebiedspaspoorten dinsdag 14 september 2021
Pagina:
4
wil een woonbestemming, dan kan men zeggen een woonbestemming van 50 meter hoog passend te vinden. De raad kan ook het bestemmingsplan aanpassen, maar als de grond geen gemeenteeigendom is loopt men al gauw tegen het gevaar van planschade aan, omdat de bouwmogelijkheden van de eigenaar worden beperkt. Bij een woonbestemming met een hoogte van 100 meter, waarbij men die bestemming wil houden, maar dan voor maximaal 50 meter hoog, worden de mogelijkheden van de eigenaar beperkt, die het perceel ooit heeft aangekocht met het idee een toren van 100 meter te realiseren. De heer ANINK vraagt wat de juridische grondslag is van het werken met een bouwplan in plaats van het werken met een binnenplanse of buitenplanse vrijstelling of een gebiedspaspoort. De heer VAN GAAL noemt als grondslag dan een verklaring van geen bedenkingen, af te geven door de raad, zoals bij het Hortus-dossier en de nieuwbouw van de Roer is gebeurd. Dan wordt een concreet bouwplan met een ruimtelijke onderbouwing aan de raad voorgelegd. Dan mag het college als bevoegd gezag de vergunning verlenen, maar er is wel een verklaring van geen bedenkingen van de raad nodig. Zonder die verklaring kan de vergunning niet worden verleend. Relatie met overeenkomsten Twee jaar geleden werd voor het eerst over de coördinatieregeling gesproken. Die is voorgelegd aan de raad.
Daarbij ontbrak een juridisch memo van AKD, dat uiteindelijk toch is verstrekt. Hij grijpt nu terug op het juridische advies van AKD. De vraag is of de volgorde van eerst een overeenkomst sluiten en dan pas een gebiedspaspoort vaststellen juist is of dat het juist andersom moet. Een paspoort is volgens AKD te lezen als een ruimtelijke onderbouwing voor afwijking van het bestemmingsplan voor het verlenen van planologische medewerking. Komt er een vergunningaanvraag binnen en er is een gebiedspaspoort, dan kan die vergunningaanvraag in principe niet geweigerd worden. Het ontbreken van die overeenkomst is dan geen geldig argument om die vergunning te weigeren. Ambitie en regels staan namelijk al helder op papier. Als de gemeente toch een vergunning weigert, dan wordt dat ‘betaalplanologie’ genoemd, die niet is toegestaan. Het gaan om ruimtelijke uitgangspunten die men van belang vindt. En daarom wordt gekozen voor de volgorde van eerst een overeenkomst sluiten en dan pas het paspoort vaststellen. Soms leidt deze volgorde tot minder comfort, omdat er al afspraken zijn gemaakt met een ontwikkelaar, weliswaar met een voorbehoud van een raadsbesluit. De heer RAADSEN meent dat men het ruimtelijke ordeningstraject in twee fasen kan onderverdelen.
In de eerste fase stelt de overheid beleid vast en vervolgens heeft de markt in fase twee het recht om initiatieven in te dienen die worden getoetst aan dat beleid. Daarbij gaat hij er nog steeds van uit dat dit algemene uitgangspunt overeind blijft. Als voor het vaststellen van een juridisch beleidsdocument al een overeenkomst met één partij wordt aangegaan sluit men op dat moment bij voorbaat andere partijen uit van deelname aan dat initiatief. Hij vraagt zich ernstig af of dat juridisch kan. De gemeente dient haar werk namelijk onbevooroordeeld te doen. Als de gemeente een beleidslijn vaststelt hebben alle burgers het recht om daarvoor een initiatief in te dienen. Op deze manier wordt dat volgens hem onmogelijk. Vervolgens vraagt hij wat men doet bij het afsluiten van een overeenkomst met een ontwikkelaar die inhoudelijk afwijkt van wat de raad zou willen met het gebiedspaspoort. Dan zet men zijns inziens de raad buitenspel. Er is dus een probleem van rechtsongelijkheid. Ook vraagt hij zich af hoe men voorkomt een overeenkomst met een partij af te sluiten die de raad eigenlijk niet ziet zitten. De heer OUDSHOORN vraagt of ook partijen zonder overeenkomst een passend plan kunnen indienen. De heer VAN GAAL erkent dat partijen altijd een passend plan kunnen indienen, maar de vraag is dan wie de eigenaar van de grond is.
Een vergunning verleend krijgen op de grond van een ander kan, maar die grondeigenaar gaat niet akkoord met bouwen op diens grond. De heer RAADSEN meent dat het vaststellen van een gebiedspaspoort, waarbij men slechts het plan van een ontwikkelaar heeft gekopieerd, het lastig maakt voor een andere ontwikkelaar om exact dat plan te realiseren. Andere ontwikkelaars maakt men het zo dus onmogelijk om een plan te realiseren. De heer VAN GAAL denkt dat als een eigenaar een overeenkomst met de gemeente heeft gesloten om een ontwikkeling op diens plot te realiseren niet ermee zal instemmen dat een andere ontwikkelaar op die plot iets gaat oppakken. Hij benadrukt niet zomaar zonder juridisch advies te handelen. De gemeente volgt dat juridisch advies, wel levert dat soms minder comfort op, omdat het college aan de voorkant een afspraak heeft gemaakt. Daarbij wordt de raad nadrukkelijk niet buitenspel gezet. Letter-
Thema-avond evaluatie gebiedspaspoorten dinsdag 14 september 2021
Pagina:
5
lijk staat namelijk in overeenkomsten dat een publiekrechtelijk voorbehoud geldt voor besluitvorming van de raad. Dat geeft niet het comfort waarnaar wordt gezocht, maar juridisch gezien is dat wel steekhoudend. De heer RAADSEN heeft het meegemaakt dat een wethouder dan zegt met schadeclaims te maken te krijgen als wordt afgeweken van een plan, omdat toezeggingen zijn gedaan. Dan wordt de raad in feite onder druk gezet om ergens mee akkoord te gaan, wat dat orgaan misschien niet zou willen. Wethouder STRUIJVENBERG ontkent te hebben gezegd dat er schadeclaims zouden ontstaan als wordt afgeweken van een plan van een ontwikkelaar. De heer RAADSEN heeft dat toch uit de mond van de wethouder gehoord. Wethouder STRUIJVENBERG licht toe dat er nooit claims ontstaan als het college een overeenkomst heeft gesloten met de voorwaarde van besluitvorming door de raad. Als de raad niet akkoord gaat, kan de gemeente nooit te maken krijgen met claims. De heer RAADSEN wil op dit punt de notulen nazoeken. Wethouder STRUIJVENBERG kan zich daarin vinden. Stellingen De aanwezigen wordt allereerst gevraagd om de zin ‘Het werken met een gebiedspaspoort is…’ af te maken.
De reacties daarop zijn: verwarrend: vanwege de woorden ‘bij voorkeur’ en ‘in principe’; dat zorgt voor verwarring tussen college en raad; dergelijke woorden zou men volgens mevrouw DEN ENGELSMAN beter kunnen vermijden; uitdagend: het is volgens mevrouw KING-DE HOOG namelijk altijd maar afwachten hoe een gebiedspaspoort wordt ontvangen; kaderstellend; overzichtelijk; best lastig; helder; geeft aanleiding tot discussie; een prachtige ontwikkeling; onzeker. Stelling 1: Gebiedspaspoorten, daar kunnen we beter mee stoppen Alle tien aanwezigen zijn het hiermee oneens. Stelling 2: Een evaluatie moet altijd door een extern bureau worden opgesteld Oneens: 8; eens: 5. De heer EILANDER is het eens met de stelling. Hij wil zeker een eerste of tweede keer een ander onafhankelijk naar het werken met gebiedspaspoorten laten kijken en laten bezien of ze recht doen aan wat ooit aan de voorkant is bedoeld. Evaluaties zouden echter niet altijd door externen moeten worden opgesteld. Een externe kan wel helpen draagvlak binnen de raad en daarbuiten voor gebiedspaspoorten te creëren De heer OUDSHOORN erkent dat het een keer goed zou zijn om een extern bureau naar het instrument te laten kijken. De raad kan op een gebiedspaspoort behoorlijke invloed uitoefenen bij het vaststellen ervan en kan ook kaders vaststellen. Het gebiedspaspoort is dus een uitmuntend instrument voor de raad.
De heer RAADSEN wil een evaluatie ofwel door een extern bureau laten opstellen ofwel dat doen in samenspraak met alle betrokkenen. Gewaarborgd moet zijn dat eenieder die er ervaring mee heeft zijn of haar zegje erover moet hebben kunnen doen. Hij is het eens met de stelling, omdat dat bij het laatste voorbeeld niet is gebeurd. Mevrouw DEN ENGELSMAN is het oneens met de stelling, omdat de voorliggende formulering verplichtend is. De raad heeft ook nog andere instrumenten. Stelling 3: Geen paspoort, dan geen afwijking! Eens, maar alleen als afwijken ook een bevoegdheid van de raad is: 3. Eens, ook als afwijken een bevoegdheid van het college is: 2.
Thema-avond evaluatie gebiedspaspoorten dinsdag 14 september 2021
Pagina:
6
Oneens: 5. De heer ANINK meent dat bij mandateren van afwijkingen aan het college al een ruimte is gelaten. Er is dus al een juridische grondslag voor goede ruimtelijke ordening, waarin al een stukje mandatering heeft plaatsgevonden. Als een afwijking niet binnen het mandaat van het college valt moet het college toch naar de raad, al was het maar voor een verklaring van geen bedenkingen. De heer SPRUIT en mevrouw KING geven de voorkeur aan een gebiedspaspoort boven een bouwplan vanwege het gevoel van een betere juridische basis. De heer EILANDER is het oneens met de stelling, omdat er ruimte moet zijn voor briljante ideeën, waarbij men niet eerst naar de raad zou moeten hoeven gaan. Het college moet de ruimte hebben om daarin energie te steken. Hij gaat er van uit dat ontwikkelaars en andere partijen meer te bieden kunnen hebben dan de raad kan bedenken. De heer TIESMA stelt dat het ook afhangt van hoeveel kaders de raad in een gebiedspaspoort heeft gesteld. Hij wil in een gebiedspaspoort niet al te veel details opnemen. Bij wilde plannen van een ontwikkelaar is hij het wel eens met de stelling. De heer EILANDER legt de stelling op zo’n manier uit dat de raad bij een gebiedspaspoort eerst aan zet is, waarbij de ontwikkelaar erop wacht of de raad heeft nagedacht. De vraag is of dat de goede volgorde is. De ontwikkelaar kan echter ook nadenken over iets moois.
De heer VAN GALEN vat samen dat de aanwezigen doorgaans met een gebiedspaspoort willen werken, maar er uitzonderingen mogelijk zijn als men goed kan uitleggen waarom men voor die uitzondering gaat. Stelling 4: Is er al een initiatiefnemer, dan is een paspoort ‘mosterd na de maaltijd’ Eens: 5, oneens: 7. De heer RAADSEN is het oneens met de stelling, omdat men mogelijkerwijs de raad buitensluit. De heer ANINK is het eens met de stelling om te voorkomen dat men de raad buitensluit. In het maken van een gebiedspaspoort gaat veel ambtelijke capaciteit zitten. Bij een initiatief kan men hetzelfde traject als bij een paspoort op een bouwplan van toepassing verklaren. In beide gevallen blijft de raad aan zet. De heer OUDSHOORN is van mening dat men aan een initiatief dat niet helemaal passend is sturing kan geven met de kaders van een gebiedspaspoort. Bermweg 2.0 was ook een aanpassing na het binnenkomen van een initiatief. De heer ANINK heeft het over een situatie zonder gebiedspaspoort, waarbij er een initiatief naar voren komt. Voor de heer TIESMA maakt het verschil of de gemeente een grondpositie heeft. De heer OUDSHOORN stelt dat een initiatief dat niet past op een bestaand gebiedspaspoort hetzelfde is als een initiatief zonder gebiedspaspoort. Dan kun je ervoor kiezen om het passend te maken via een bouwplan of een gebiedspaspoort 2.0. Hij blijft het met de stelling oneens.
De heer SPRUIT is het ook oneens met de stelling, maar als het gaat om een concreet initiatief wordt een gebiedspaspoort mosterd na de maaltijd, omdat men dan beter het initiatief kan beoordelen. De heer VAN LOEF vraagt zich af wie op welk moment bepaalt het van het bouwplan in te gaan en welke overwegingen daaraan ten grondslag liggen. De heer RAADSEN merkt op dat in geval van slechts één plan voor een gebied en daarin mee gaan andere mogelijkheden bij voorbaat worden uitgesloten. Het is dan beter terug te gaan naar de raad en te zeggen dat er bijna niemand intekent op een bestaand bestemmingsplan. Beter is het dan om een nieuw document, bestemmingsplan of gebiedspaspoort vast te stellen, waarop meer initiatiefnemers kunnen inschrijven. Het gaat hem erom de hele ideeënrijkdom open te laten en pas na goed beraad
Thema-avond evaluatie gebiedspaspoorten dinsdag 14 september 2021
Pagina:
7
een keuze te maken. Het project Capelseweg/Bermweg noemt hij vanuit de uitgangssituatie een planologische ramp vanwege bestemmingen die door elkaar lopen, verschillende eigenaren en veel praktische problemen. Het was daar het beste geweest na constatering dat zaken niet zo lopen zoals bedacht in het bestemmingsplan de discussie open te gooien met een aantal verschillende partijen. Dan benut men de reële mogelijkheden om tot een oplossing te komen. Mevrouw DEN ENGELSMAN wil die gang van zaken als leerpunt naar de toekomst meenemen en als die zich nog eens voordoet daarmee behoudender omgaan. Voorafgaande aan een versie 2.0 zou men eerst kunnen kijken naar het aanpassen van een gebiedspaspoort. De VOORZITTER ziet nu tegen Hitland twee grote torens aanstaan, uit de tijd dat er nog niet met gebiedspaspoorten werd gewerkt. Zij had graag gehad dat het instrument er destijds wel was geweest, omdat die torens er nu heel eenzaam staan, waarop het omliggende gebied helemaal niet aansluit. Bij de Capelseweg/Bermweg vindt zij het beter wel een gebiedspaspoort te maken. Een INGpand is een eenzaam pand, waarvoor wel een bouwplan kan gelden. De heer EILANDER snapt die redenering, maar gaat ervan uit dat men dan naar een visie voor een heel gebied kijkt. Bij torens moet men inderdaad in samenhang naar een gebied kijken.
Bij een eigenaar wordt het lastig om anderen de kans te geven om mee te liften. De heer VAN LOEF vindt het belangrijk dat men van elkaar begrijpt wat op welk moment het meest geëigende instrument is. Volgens de stadsvisie gaat het op bepaalde punten de hoogte in en die moet men met elkaar in verband brengen. Bij voorkeur wil hij dan eerst uitzoomen. De heer VAN GAAL gaat in op de situatie in de Wormerhoek met de twee torens. Drie tot vier jaar terug is gekeken naar die locatie en of het gebied van een upgrade is te voorzien of kan worden omgekat. Dat speelde in de tijd dat Wormerhoek 14 zou worden getransformeerd. Bezien is of een gebiedspaspoort op te stellen is, wat gebeurt als er voldoende energie in de rest van de buurt zit. Eigenaren met een winkel en kinderopvang gaven aan goed te zitten en geen plannen te hebben. Toen is besloten geen gebiedspaspoort vast te stellen. De heer ANINK vraagt of er bij een initiatief eerst een principeverzoek naar het college gaat, waarna het college besluit volgens welke voorwaarden zo’n principeverzoek in behandeling wordt genomen. Volgens de heer VAN GAAL gaat dat anders. Binnenkomende initiatieven worden via het college gerapporteerd aan de raad, zodat de raad daarop zicht houdt. Na binnenkomst van een initiatief vindt er een ambtelijke toetsing plaats.
Het MT van de afdeling Stadsontwikkeling bespreekt het ambtelijk advies, voordat dat naar de betrokken portefeuillehouder(s) gaat. Getoetst wordt of de koers van het advies weerklank vindt en dan vindt terugkoppeling naar de initiatiefnemer plaats. Formele bestuurlijke dekking om met de initiatiefnemer in gesprek te gaan ontbreekt dan nog. Dat wil het college oplossen door alle initiatieven te verzamelen en naar het college en de raad te sturen. Dan wordt ambtelijk aanbevolen welke procedure wordt gekozen. Het intaketeam ging altijd vrij gedetailleerd op initiatieven in, met een advies voor de bijbehorende procedure. De toekomstige intaketafel gaat op hoofdlijnen bepalen of het plan voldoet aan de speerpunten van de door de raad vastgestelde programma’s. Als dat zo is volgt doorgang naar de omgevingstafel en komt er een casemanager, die helpt om door ingewikkelde procedures te komen. De heer RAADSEN vindt het argument van een grondpositie merkwaardig, omdat je grond ook kunt verkopen. Het is volgens hem heel goed mogelijk dat een eigenaar grond verkoopt, omdat die in een bepaalde ontwikkeling geen trek heeft. De heer VAN GAAL vindt dat negen van de tien keer geen haalbare kaart. De heer RAADSEN meent dat de veronderstelling dat iemand ergens zit en niet weg wil niet waar hoeft te zijn, bijvoorbeeld bij de Capelseweg/Bermweg.
Stelling 5: Paspoorten versnellen een (her)ontwikkeling Eens: 4, oneens: 5 De heer OUDSHOORN hoopt met een paspoort een niet lukkende ontwikkeling te laten versnellen. Men kan ook met een ander instrument versnellen, bijvoorbeeld met een bouwplan of een bestemmingsplanwijziging.
Thema-avond evaluatie gebiedspaspoorten dinsdag 14 september 2021
Pagina:
8
De heer EILANDER ziet een paspoort meer als een uitnodiging naar de markt om nieuwe dingen mogelijk te maken. De heer TIESMA ziet met een gebiedspaspoort nog niet direct een versnelling op gang komen. Met een gebiedspaspoort is de gemeente aan zet om partijen te interesseren, nadat een kader is gesteld. De heer EILANDER vindt dat het bij de Blinkert uitstekend is gelukt en dat de gemeente zich daar op de kaart heeft gezet. De uitnodiging heeft geholpen om er daar wat moois van te maken. De Blinkert is voorhem een schoolvoorbeeld om dat te kunnen bewerkstelligen. De heer ANINK voegt toe dat dat met een klassieke bestemmingsplanprocedure nooit had gekund. De heer SPRUIT is het ermee eens dat een gebiedspaspoort een herontwikkeling ondersteunt of helpt. De heer VAN GAAL meent dat ook een grondpositie van de gemeente van belang is. Paspoorten zijn bedoeld om voor gronden in eigendom van de gemeente een ontwikkeling tot stand te brengen. Daartoe nodigt de gemeente partijen uit om met ideeën te komen. Men krijgt er dan mooie plannen voor terug. Mevrouw KING-DE HOOG is het oneens met de stelling, omdat gebiedspaspoorten ook projecten hebben vertraagd, doordat raadsfracties hun zegje daarover moesten doen. Het voorbeeld van de Blinkert was er een waarbij een plan niet is vertraagd.
De heer ANINK vraagt of de gemeente zonder grondpositie eigenlijk naar andere instrumenten dan een gebiedspaspoort moet kijken. De heer VAN GAAL beantwoordt die vraag bevestigend. Gezien de verschillende paspoorten/bouwplannen zag hij de meeste discussie ontstaan over de plannen en paspoorten die niet op gemeentelijke grond betrekking hadden. De heer RAADSEN meent dat men verschillende ontwikkelaars ook kan uitnodigen bij het ontwikkelen van een gebiedspaspoort. Hij ziet niet in waarom een gebiedspaspoort belemmerend zou zijn voor een goede en snelle ontwikkeling, ook als er geen gemeentelijke grondpositie is. De heer VAN GAAL gaat er dan van uit dat de grondeigenaar het ook logisch vindt dat andere partijen meedenken over diens plot. Bij de Bermweg was het voorterrein eigendom van de gemeente en golden er concrete spelregels. Bij het achterterrein, geen gemeentelijk eigendom, golden later uit te werken globale spelregels. Dat achterterrein is benoemd in samenspraak met de grondeigenaar. De heer RAADSEN reageert dat ook een rol speelt welke plannen en ideeën de gemeente met een gebied heeft. Als een bestemming belemmerend is voor een ontwikkelaar staat die niet te trappelen om het gebied aan te kopen. Als nieuwe bestemmingen mogelijk worden kan men een nieuwe groep initiatiefnemers aanboren die bereid zijn een goede prijs op tafel te leggen.
De heer TIESMA wijst erop dat een nieuwe bestemming ook tot planschade kan leiden. De heer RAADSEN raadt daarom aan tevoren open te communiceren. Een bestemmingsplan dat leidt tot planschade moet dan onderdeel van de rekensom zijn. Stelling 6: Gebiedspaspoorten moeten meer spelregels bevatten Eens: 1, oneens: 10 Mevrouw DEN ENGELSMAN is het als enige met de stelling eens en maakt duidelijk dat zij een spelregel wil toevoegen over de omgang van de ontwikkelaar met bewoners in het vervolgtraject. Zodoende weten bewoners wat er in het gebiedspaspoort staat en wat er gaat gebeuren. Zij is het wel eens met minder regels, maar wel wil zij meer duidelijke regels. De heer ANINK herinnert aan het project Capelseweg/Bermweg, waar de raad nog wat extra eisen aanvullend op de hoofdlijnen had gesteld, zoals voor de openbare ruimte. Hij vraagt of mevrouw Den Engelsman dat bedoelt met meer duidelijke regels. Mevrouw DEN ENGELSMAN bedoelt dat niet en wil aan de voorkant aangeven wat bewoners mogen verwachten met een gebiedspaspoort en dat zij door de ontwikkelaar worden betrokken bij het bouwplan en het proces daarna. De heer EILANDER meent dat er duidelijkere of meer spelregels moeten zijn aan de voorkant. De raad moet bepalen wat men wel en niet wil en waar er vrijheid wordt gegeven. Volgens mevrouw DEN ENGELSMAN zou men daaraan zelfs een sessie kunnen wijden.
De heer VAN LOEF wijst erop dat dat aan de voorkant niet altijd is te overzien, gezien het proces.
Thema-avond evaluatie gebiedspaspoorten dinsdag 14 september 2021
Pagina:
9
De heer RAADSEN noemt het belangrijk bij omgevingsplannen een gedetailleerde checklist te hebben met punten waarover men iets moet zeggen. De heer ANINK wil ruimte bieden aan initiatiefnemers, maar ook rechtszekerheid aan belanghebbenden. Hij mist soms de fase na het vaststellen van het gebiedspaspoort, waarbij het college naar de raad terugkomt met de vraag of de raad bepaalde zaken ook zo heeft bedoeld. De heer EILANDER concludeert dat het gevaar van minder spelregels kan zijn niet te kunnen overzien welke ruimte men geeft, waarover bij participatie gedoe ontstaat, waarna de raad enorm in de stress schiet. De heer ANINK wil daarom de raad in positie laten blijven bij de laatste stap zonder een goede ruimtelijke ordening te verstoren. De heer RAADSEN raadt aan de totale vloerindex voor het gehele gebied op te geven, wat ruimte laat en voorkomt dat er te veel verdichting plaatsvindt. De heer VAN GAAL constateert dat men zich heel erg richt op de participatie in aanloop van het paspoort. Daarin komt te staan zaken met elkaar uit te werken, maar hoe dat gebeurt is onvoldoende duidelijk, wat iets doet met het verwachtingspatroon. Dat behoeft verbetering. Stelling 7: Mogelijk afwijken? Dan eerst in gesprek met…. de initiatiefnemer: 0 de gemeenteraad: 6 de omgeving: 2 anders: 3 De heer TIESMA heeft voor ‘omgeving’ gekozen, waarbij hij herinnert aan het dossier Capelseweg/Bermweg.
Ook de gemeenteraad zou er iets over te zeggen moeten hebben. De heren SPRUIT en RAADSEN hebben voor ‘anders’ gekozen vanwege de situatieafhankelijkheid en van wie de afwijking komt. De heer EILANDER wil juist laten voorkomen dat men bij de gemeenteraad langs moet, omdat men dan de goede koers te pakken heeft. De heer ANINK denkt dat een afwijking altijd gaat over grote dingen, zoals functiewijzigingen, zodat men toch eerst naar de raad moet gaan. Daarna kan verdere uitwerking plaatsvinden. Deze werkwijze voorkomt teleurstelling bij de raad. De heer EILANDER is het daarmee eens. Suggesties voor verbetering De heer RAADSEN vond het een heel goede avond, waarop alles in een goede sfeer besproken kon worden. Hij zou graag zien dat de sfeer van openheid altijd blijft bij dit soort zaken. De heer TIESMA voegt toe over een matrix van instrumenten te willen beschikken. De heer VAN GAAL zegt die toe. Afsluiting Wethouder STRUIJVENBERG heeft genoeg input gekregen om mee aan de slag te kunnen en vraagt hoe nu verder moet worden gegaan. De heer EILANDER wil conclusies vernemen die gaan helpen in het Gebiedspaspoort 3.0. Wethouder STRUIJVENBERG wil die conclusies filteren en laten toetsen, zoals over participatie en meer duidelijke regels. De heer ANINK stelt de wethouder voor naar aanleiding van de evaluatie met een aangepast beleidskader gebiedspaspoort naar de commissie te komen.
De heer VAN GAAL meent dat het beleidskader geen aanpassing behoeft. Wel wil hij weten welke spelregels nog missen, wat in een collegebrief kan worden aangegeven. In het eerste kwartaal van 2022 kan wederom een thema-avond over het onderwerp worden gehouden.
Thema-avond evaluatie gebiedspaspoorten dinsdag 14 september 2021
Pagina:
Ambtelijk wordt nog intern overlegd over de aanpak van de evaluatie, welke evaluatie door de nu zittende raad wordt afgehecht. De VOORZITTER sluit de thema-avond om 22.00 uur.
10