Technische vragen
Tekst van het document
Geachte heer Brasser, Onderstaande vragen heb ik via de griffie ontvangen. Bij deze ontvangt u de (technische) antwoorden op uw vragen. Ik hoop u bij deze voldoende geïnformeerd te hebben. Met vriendelijke groet,
Joeri van Zwoll Van: Secretariaat Griffie Verzonden: dinsdag 6 april 2021 08:19 Aan: Frits Harteveld <f.harteveld@capelleaandenijssel.nl> Onderwerp: FW: Technische vragen voor SLE 7 april Frits, Zie onderstaande mail Van: John Brasser Verzonden: maandag 5 april 2021 14:27 Aan: Secretariaat Griffie <secretariaat.griffie@capelleaandenijssel.nl> Onderwerp: Technische vragen voor SLE 7 april Beste Griffie collega's, De VVD heeft de navolgende technische vragen voor de SLE van woensdag 7 april.
Sinds 1 januari 2015 is de verantwoordelijkheid voor onderhoud en aanpassing van schoolgebouwen niet meer bij de gemeenten, maar bij de schoolbesturen voor primair onderwijs. In het voortgezet onderwijs is deze situatie al langer van kracht. De schoolbesturen ontvangen hiervoor een rechtstreekse vergoeding van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Bij het beëindigen van het onderwijsgebruik door het schoolbestuur vervalt het schoolgebouw automatisch terug aan de gemeente (artikel 110 Wo). Dit wordt ook wel aangeduid als het economisch claimrecht dat de gemeente heeft. Onder hoofdstuk 5: Einde gebruik gebouwen en terreinen, Artikel 28 Staat van onderhoud (bladzijde 12 van de Verordening) staat kort weergegeven omschreven dat na beëindiging van het gebouw/terrein het college onderzoekt of er mogelijk sprake is van achterstallig onderhoud. Als er inderdaad sprake is van achterstallig onderhoud wordt dit vastgelegd in een document 'staat van onderhoud'. In overleg tussen het bevoegd gezag (lees schoolbestuur) en het college wordt dan besloten wat het bevoegdgezag moet herstellen of welke bedrag ze aan het college moet betalen. Vragen: 1.
hoe heeft het college zicht op de bedragen die voor onderhoud van de scholen/terreinen worden betaald door het Rijk aan de scholen? Technisch antwoord: Bekostiging vanuit het rijk aan de schoolbesturen voor personeel en materiaal vinden plaats op ‘lumpsum’ basis. De vergoedingen voor materiële kosten worden bekostigd via de zogeheten ‘programma’s van eisen’. Deze zijn openbaar. Voor het openbaar onderwijs krijgt de gemeente en jaarrekening van het schoolbestuur daarnaast actief toegezonden.
2. hoe heeft het college invloed op de besteding van deze bedragen in bijvoorbeeld de Meerjarig Onderhoudsbudget Planning (MJOP) van de schoolbesturen? Technisch antwoord: De besteding van de bedragen van schoolbesturen is een verantwoordelijkheid van schoolbesturen. 3. hoe zijn de schoolbesturen binnen de gemeente Capelle in staat om de onderhoudswerkzaamheden te budgetteren en de noodzaak daarvan te bepalen? Technisch antwoord: de schoolbesturen maken op basis van door gespecialiseerde bedrijven per school Meerjarenonderhoudsplannen. Deze dienen als voor budgetteren en de noodzaak van onderhoudswerkzaamheden. 4) hoe houdt het college toezicht op de uitvoering van de MJOP's? Technisch antwoord: De meeste scholen zijn in juridisch eigendom van de schoolbesturen. De scholen zijn dan ook primair verantwoordelijk voor uitvoering van de MJOP’s. Er vindt geen toezicht plaats op de uitvoering van de MJOP’s, maar er zijn wel gesprekken gaande om vanuit een gezamenlijk belang te kijken of uitvoering van de MJOP’s daadwerkelijk plaats vindt. 5) Zijn er in Capelle scholen met achterstallig onderhoud? Zo ja welke scholen betreft dit en waar moeten wij dan aan denken? Technisch antwoord: Er zijn in Capelle geen scholen waarvan bij de gemeente bekend is dat er sprake is van achterstallig onderhoud.
6) Houdt het college er rekening mee dat bij beëindiging van zo'n school de kosten van het onderhoud ten laste van de gemeente kunnen komen hoe gaat het college daar mee om? Technisch antwoord: Indien een schoolbestuur besluit om een onderwijslocatie te sluiten en het bijbehorende gebouw over te dragen aan de gemeente, dan is er sprake van een (onvermijdelijke) groei van de gemeentelijke vastgoedportefeuille. Dit biedt soms mogelijkheden; wellicht dat de locatie of het gebouw gebruikt kan worden voor herontwikkeling of huurders, maar het brengt ook risico’s met zich mee. Dit risico wordt in de P&C cyclus geduid in de paragraaf weerstandsvermogen. Hierin staat onder meer opgenomen dat het college prognoses laat maken om de leerlingenontwikkeling te monitoren. Naar aanleiding daarvan wordt geanalyseerd welke scholen wel en niet, binnen de huidige wet- en regelgeving, formeel kunnen blijven bestaan. En hierover vindt, indien van toepassing, overleg plaats met de schoolbesturen. 7) Onlangs is door de VNG vastgesteld dat de kosten van nieuwbouw moeten worden berekend met een vierkante meterprijs van € 2450,-. Dit is aanzienlijk meer dan het oude normbedrag.
Zijn er scholen die hierdoor door renovatie en/of nieuwbouw financieel in de problemen komen? En wat is het financiële risico hierin voor de gemeente? Technisch antwoord: Scholen komen puur door het advies van de VNG niet in de problemen. De vierkante meterprijs vanuit de VNG normering betreft nieuwbouw en deze kosten zijn voor rekening van de gemeente. Onderhoud (momenteel valt renovatie daar formeel ook onder) is op basis van werkelijk kosten. Deze financieringsstroom vindt plaatst tussen het rijk en de schoolbesturen, zonder tussenkomst van de gemeente. Uiteraard hebben ook schoolbesturen wel te maken met stijgende (of dalende) bouwkosten, zodra de kosten in de markt stijgen (of dalen). Er zijn voor de gemeente geen financiële consequenties voor de Capelse nieuwbouwprojecten naar aanleiding van deze aanpassing van de normbedragen. De gemeenteraad heeft in de laatste jaren de keuze gemaakt om de normbedragen te toetsen aan de marktconforme bedragen en heeft hiermee realistische bedragen (op basis van het prijspeil 2019) vastgesteld.
Ik zie de antwoorden graag te gemoed, al vast bedankt! Met vriendelijke groet, John Brasser, Burgerraadslid VVD,