CConstaterende datCapelle Ad Ijssel
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel en besluit Kaderstelling te volgen RO procedure gebiedsontwikkeling nieuwe stijl

Overige evenementen 14 september 2021, gemeente Capelle Ad IjsselBij agendapunt: Stand van zaken projecten Stadsontwikkeling3.089 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Capeile aan den IJssel gemeente

Raadsvoorstel Nummer raadsvoorstel

Raadsvergadering

Datum

763921

18 april 2016

15 maart 2016

Programma / product / collegewerkplan

Portefeuillehouder college / burgemeester griffier / initiatiefnemer raad

8. Ruimtelijke ordening D.P. van Sluis Onderwerp Voorstel inzake kaderstelling door gemeenteraad en de te volgen ruimtelijke ordeningsprocedure in gebiedsontwikkeling nieuwe stijl. Gevraagde beslissing 1.

2.

De volgende ruimtelijke ordeningsprocedure (bijlage 1) vast te stellen waarbij de nadruk ligt op kaderstelling door de gemeenteraad aan de voorkant van gebiedsontwikkeling en met de principelijn om: a. de realisering van ontwikkellocaties met een gebiedspaspoort via een Wabo-afwijkingsprocedure (als bedoeld in artikel 2.12, eerste lid, onderdeel a, onder 3 van de Wabo) mogelijk maken; b. voor locaties die niet in de op 10 juni 2013 door uw raad vastgestelde structuurvisie 2030 - Parkstad naast economische motor - zijn opgenomen een projectopdracht ter vaststelling aan uw raad voor te leggen; c. op grond van artikel 6.5, lid 3 van het Besluit omgevingsrecht (hierna: Bor) alle ontwikkellocaties, waarvoor uw raad een gebiedspaspoort vast stelt, aan te wijzen als 'categorie van gevallen' waarvoor geen verklaring van geen bedenkingen van de gemeenteraad is vereist; d. Op grond van artikel 6.12, lid 3 van de Wet ruimtelijke ordening (hierna: Wro) de bevoegdheid over het al dan niet vaststellen van een exploitatieplan met betrekking tot een afwijkingsprocedure (artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht) van een geldend bestemmingsplan wordt afgeweken aan het college van burgemeester en wethouders te delegeren. De statusbesluiten, zoals de gemeenteraad deze op 7 februari 2011 heeft vastgesteld, in te trekken.

Wettelijke basis/ aanleiding raadsvoorstel Met de vaststelling van de Gebiedsvisie Centraal Capeile én de vaststelling van de gebiedspaspoorten voor ontwikkellocaties door uw raad wordt ingespeeld op een nieuwe manier van gebiedsontwikkeling, waarbij vraaggericht ontwikkelen, vroegtijdige proactieve participatie van bewoners, ondernemers en (maatschappelijke) partijen én de gemeenteraad. Hierom heeft uw raad ook nadrukkelijk gevraagd.

Behorende bij raadsvoorstel, nummer 763921

In het kader van de gebiedsontwikkeling nieuwe stijl en de succesvolle aanpak van de Gebiedsvisie Centraal Capeile past een (meer) proactieve rol van de gemeenteraad aan de voorkant van gebiedsontwikkeling. In de commissie Stadsontwikkeling en -Beheer op 16 juni 2015 heeft wethouder Van Sluis toegezegd dat aan uw raad een voorstel wordt gedaan over de nieuwe kaderstelling van uw raad aan de voorkant voor gebiedsontwikkeling, waarbij gebruik wordt gemaakt van het projectenboek en gebiedspaspoorten. Tijdens een thema-avond op 1 maart 2016 is dit voorstel gepresenteerd. De principelijn werd ondersteund en met inachtneming van de aandachtspunten (zie "voortraject") is het voorstel uitgewerkt in het raadsvoorstel dat nu voorligt. Beoogd doel / effect Met de aan uw raad voorgelegde besluitpunten wordt invulling gegeven aan de 'gebiedsontwikkeling nieuwe stijl' en de duale werkwijze, waarbij de nadruk ligt op de rol van de gemeenteraad aan de voorkant van gebiedsontwikkeling. Ook zorgt het verkorten van de proceduretijd voor een eenvoudiger proces voor aanvragers, dat de dienstverlening ten goede komt en zorgt voor vermindering van de administratieve lasten. Onderbouwing van de gevraagde beslissing A. Van statusbesluiten naar gebiedspaspoorten Op 14 december 2009 is de Motie Statusbesluiten Nieuwbouwlocaties aangenomen door uw raad.

Deze motie luidt als volgt: de raad voor alle projecten die in het MPG (Meerjaren Perspectief Grondexploitaties) zijn opgenomen, en waarvoor geen plandocument is goedgekeurd, een zogenoemd "statusbesluit" voor te leggen, waarbij de raad zich kan uitspreken over het al dan niet in voorbereiding nemen van het betreffende project; de raad voor elk nieuw op te nemen project eenzelfde "statusdocument" voor te leggen; voor de besluitvorming rond ruimtelijke ontwikkelingen het gebruikelijke traject te volgen en het statusbesluit te zien als een eerste formele stap in het ontwikkelingstraject dat gaandeweg wordt uitgewerkt en geactualiseerd. Op 7 februari 2011 zijn voor de volgende locaties statusbesluiten genomen: 's-Gravenweg/ Prins Alexanderlaan, Merelhove, Merellaan, Capelseweg/Jasmijnsingel, YVC Albatros en Blinkert, De Hoven fase 2 , Hollandsch Diep, 's-Gravenweteringpark, Capelsebrug, Tennispark, Bermwegoost. Klaas Klinkertweg, Capelseweg-oost/Parkrand, De Mient en Rubenssingel. Ten aanzien van de ontwikkellocaties Merelhove, Capelse weg / Jasmijnsingel, Bermweg Oost en Klaas Klinkertweg heeft uw raad besloten deze niet verder in ontwikkeling te nemen en deze niet op te nemen in het woningbouwprogramma. De statusbesluiten zijn in de praktijk overgenomen in de Structuurvisie en in gebiedspaspoorten.

Bij de Gebiedsvisie Centraal Capeile, een gebiedsgerichte uitwerking van de Structuurvisie 2030, is besloten om tegelijkertijd gebiedspaspoorten op te stellen voor ontwikkellocaties waar nu of op termijn een herontwikkeling mogelijk is en deze door uw raad laten vaststellen. In een gebiedspaspoort worden de ambities en spelregels beschreven waar de toekomstige (her)ontwikkeling van de betreffende locatie aan moet voldoen. De eerste gebiedspaspoorten voor de locaties Fazantstraat en Hoven II zijn door uw raad op 14 december 2015 vastgesteld. Deze werkwijze is door uw raad als positief ervaren. B. RO-procedure ook in lijn met gebiedsontwikkeling nieuwe stijl Ontwikkelingen mogelijk maken Er worden met regelmaat aanvragen om omgevingsvergunning ingediend voor (bouw)projecten die weliswaar in overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening zijn, maar die niet passen in het ter plaatse geldende bestemmingsplan.

Behorende bij raadsvoorstel, nummer 763921

Zo is bij het opstellen van het nieuwe bestemmingsplan voor de wijk Middelwatering (vastgesteld door uw raad op 6 juli 2015) voor de ontwikkellocaties van de Gebiedsvisie Centraal Capeile geen concrete invulling gegeven. Dit omdat op het moment dat dit nieuwe bestemmingsplan werd opgesteld nog niet bekend was hoe deze locaties ingevuld zouden moeten gaan worden. Wel is toen aangegeven deze locaties ingevuld gaan worden met gebruikmaking van de afwijkingsmogelijkheden die de Wabo ons biedt. Om de benodigde omgevingsvergunningen voor de op de ontwikkellocaties op te richten bebouwing door ons te kunnen verlenen zijn er twee wettelijke mogelijkheden: uitgebreide afwijkingsprocedure: het door ons afwijken van het op 6 juli 2015 door uw raad vastgestelde bestemmingsplan "Middelwatering" door gebruik te maken van de mogelijkheid zoals deze is opgenomen in artikel 2.12, eerste lid, onderdeel a, onder 3 van de Wabo; - postzegelbestemmingsplan: de 'nieuwe' invulling van een locatie mogelijk maken in een nieuw door uw raad vast te stellen bestemmingsplan (postzegel).

Invullina geven aan gebiedsontwikkeling nieuwe stiil Bij de (her)ontwikkeling van locaties wordt de principelijn voorgesteld om: de realisering van ontwikkellocaties met een gebiedspaspoort via een Wabo-afwijkingsprocedure (als bedoeld in artikel 2.12, eerste lid, onderdeel a, onder 3 van de Wabo) mogelijk maken, tenzij er goede redenen zijn om hiervan af te wijken; voor locaties die niet in de op 10 juni 2013 vastgestelde structuurvisie 2030 - Parkstad naast economische motor - zijn opgenomen een projectopdracht ter vaststelling aan uw raad voor te leggen; de locaties met gebiedspaspoort aan te wijzen als categorie van gevallen, waarvoor geen verklaring van geen bedenkingen door uw raad hoeft te worden afgegeven. het al dan niet vaststellen van een exploitatieplan bij een afwijkingsprocedure aan het college te delegeren. Zodra er een ontvankelijke aanvraag om een omgevingsvergunning van een uitgewerkt bouwplan én de daarbij behorende goede ruimtelijke onderbouwing zijn ingediend starten wij de afwijkingsprocedure. Als een aanvraag om een omgevingsvergunning in strijd is met het ter plaatse geldende bestemmingsplan moet de aanvraag worden gezien als een verzoek om van het bestemmingsplan te mogen afwijken. Er zijn 3 mogelijkheden om af te wijken van een geldend bestemmingsplan: 1.

binnenplans afwijken: een afwijking die al als bevoegdheid in het betreffende bestemmingsplan is opgenomen (reguliere procedure); 2. buitenplans - kruimelafwijking: een afwijking die valt onder de kruimelgevallen genoemd in het Bor omgevingsrecht (reguliere procedure); 3. buitenplans - projectafwijking: een grotere afwijking die niet valt onder de kruimelgevallen (uitgebreide procedure). De Wabo bepaalt over de 'grotere' afwijking dat wij - bij het gebruik maken van deze afwijkingsprocedure - daaraan alleen medewerking kunnen verlenen als uw raad een zogenaamde 'verklaring van geen bedenkingen' heeft afgegeven. Dit houdt in dat uw raad verklaart geen bedenkingen te hebben tegen het gaan afwijken van het ter plaatse geldende bestemmingsplan om de benodigde omgevingsvergunning te kunnen verlenen. Deze verklaring kan door uw raad slechts worden geweigerd in het belang van een goede ruimtelijke ordening (artikel 6.5, lid 2 Bor). In artikel 6.5 van het Bor is de mogelijkheid voor uw raad opgenomen om categorieën van gevallen aan te wijzen waarin een verklaring van geen bedenkingen niet is vereist.

In dergelijke gevallen beoordelen wij natuurlijk of een activiteit in overeenstemming dan wel in strijd met een goede ruimtelijke ordening is dus ook of de ingediende aanvraag om een omgevingsvergunning voor de realisering van een bouwplan in overeenstemming met de door uw raad vastgestelde gebiedsvisie en het gebiedspaspoort is. Het gaat hier dan om een aanvraag om een omgevingsvergunning waarbij wordt afgeweken van een bestemmingsplan (artikel 2.1, lid 1 onder c, juncto artikel 2.12, lid 1 onder a, onder 3 van de Wabo). Tegen de door ons verleende omgevingsvergunning kan beroep bij de Rechtbank en hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak bij de Raad van State worden ingesteld.

Behorende bij raadsvoorstel, nummer 763921

Afwijken van de principelijn Naar aanleiding van de opmerkingen in de thema-avond op 1 maart 2016, wordt een afwijkingsmogelijkheid voorgesteld voor gefaseerde ontwikkelingen, zoals Hoven II en invulling van de ontwikkellocatie door particuliere bouwplannen (zoals zelfbouw). Een andere afwijking wordt voorgesteld bij ontwikkelingen die omstreden zijn in de omgeving waarbij beroep bij de Rechtbank en hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak bij de Raad van State een reële mogelijkheid is. Voorgesteld wordt om dan de nieuwe gewenste ontwikkeling dan via een (postzegel)bestemmingsplan mogelijk te maken. Wij zullen dit bij definitieve vaststelling van het betreffende gebiedspaspoort aangeven en stellen uw raad dan ook voor om van de door u vastgestelde principelijn af te wijken. Wat betekent dit voor uw gemeenteraad? In de filosofie van de gebiedsontwikkeling nieuwe stijl past het om de verantwoordelijkheid voor de afhandeling van aangevraagde omgevingsvergunningen, die in strijd zijn met een geldend bestemmingsplan en die we mogelijk maken met de zogenaamde uitgebreide afwijkingsprocedure, zoveel mogelijk bij ons neer te leggen als uw raad kaders heeft gesteld. Deze kaders stelt u in de gebiedsvisies, als gebiedsgerichte uitwerkingen van de Structuurvisie 2030, en het voor een ontwikkellocatie vaststellen van een gebiedspaspoort.

Hiermee geeft u richting hoe de ontwikkellocaties ingevuld moeten gaan worden, waarbij de kosten en opbrengsten ook een belangrijke rol spelen. Uw raad behoudt de kaderstellende rol. Bij het aanwijzen van categorie van gevallen waarin geen verklaring van geen bedenkingen is vereist heeft uw raad bepaald aan welke voorwaarden voldaan moet zijn willen wij van deze 'aanwijzingscategorie' gebruik kunnen maken te weten: de aanvraag voor een omgevingsvergunning waarbij met toepassing van artikel 2.12, eerste lid onder a, onder 3 van de Wabo van een geldend bestemmingsplan wordt afgeweken, wordt getoetst aan de door uw raad vastgestelde gebiedsvisie en het voor de betreffende locatie vastgestelde gebiedspaspoort. Voldoet de aanvraag van de omgevingsvergunning aan de uitgangspunten/randvoorwaarden van de door u vastgestelde gebiedsvisie én het door u vastgestelde gebiedspaspoort dan starten wij de benodigde afwijkingsprocedure. Omdat de bevoegdheid tot het afgeven van een verklaring van geen bedenkingen aan uw raad is toebedeeld, is het van belang dat uw raad zicht houdt op de wijze waarop wij met het door uw raad aangewezen categorie van geval omgaat. Zodoende informeren wij uw raad, als wij een afwijkingsprocedure starten, via een collegebrief hierover.

Daarnaast wordt uw raad via het projectenboek (voor- en najaarsnota) en middels thema-avonden geïnformeerd over de (financiële) voortgang van de projecten. Tot slot gaat ons college bij locaties die wel in de door uw raad op 10 juni 2013 vastgestelde structuurvisie 2030 - Parkstad naast economische motor - passen, maar waar het majeure ontwikkelingen betreffen en de kaders die in het betreffende bestemmingsplan door uw raad ruim zijn vastgelegd (bijvoorbeeld de locatie De Blinkert) ook een projectopdracht vaststellen. Wij zullen u middels een collegebrief hiervan in kennis stellen. Wat levert het nog meer op? Door van deze mogelijkheid gebruik te maken wordt de proceduretijd van het door ons verlenen van de aangevraagde omgevingsvergunning aanzienlijk verkort te weten met circa 16 weken. Dit omdat wij niet 2x aan uw raad hoeven te vragen of u bereid bent om de zogenaamde 'verklaring van geen bedenkingen' voor het gaan afwijken van het ter plaatse geldende bestemmingsplan af te geven. Zodoende wordt voorkomen dat wij hierover 2x een besluit moeten nemen, er 2x een commissievergadering en 2x een raadsvergadering moet worden gehouden om de zogenaamde 'verklaring van geen bedenkingen' af te geven.

Voor situaties waarin uw raad al heeft ingestemd met een ontwikkeling, bijvoorbeeld middels een gebiedsvisie en gebiedspaspoort, ligt het niet voor de hand om deze 'zware' procedure te voeren. Wij kunnen dan alleen volstaan met het ter visie leggen van het ontwerp van de door ons te verlenen omgevingsvergunning met alle daarbij behorende stukken (bouwplan, de goede ruimtelijke onderbouwing en dergelijke) gedurende een termijn van 6 weken. Hiermee is er geen verandering van de bezwaar en beroep voor inwoners en bedrijven. Vervolgens kunnen wij dan overgaan tot besluitvorming over de mogelijk ingediende zienswijzen en het verlenen van de benodigde omgevingsvergunning.

Behorende bij raadsvoorstel, nummer 763921

Het verkorten van de proceduretijd zorgt voor een eenvoudiger proces voor aanvragers, dat de dienstverlening ten goede komt, en zorgt voor vermindering van de administratieve lasten. C. Het al dan niet vaststellen van het exploitatieplan delegeren aan ons college Om optimale invulling te geven aan gebiedsontwikkeling nieuwe stijl stellen wij voor om, naast het aanwijzen van categorieën van gevallen waarin geen verklaring van geen bedenkingen van uw raad nodig is, de bevoegdheid tot het beslissen over het exploitatieplan voor deze gevallen aan ons college wordt gedelegeerd. Het uitgangspunt van de wetgever is dat zoveel mogelijk moet worden gestreefd naar de vaststelling van anterieure grondexploitatieovereenkomsten, waarin het kostenverhaal wordt verzekerd. Meestal is het daarom niet nodig om een exploitatieplan vast te stellen. Maar ook het besluit om geen exploitatieplan vast te stellen is een formeel besluit van uw raad. In uw vergadering van 15 december 2014 heeft uw raad de bevoegdheid tot het al dan niet vaststellen van een exploitatieplan in geval van een wijzigingsplan zoals bedoeld in artikel 3.6, lid 1 van de Wro aan ons gedelegeerd.

Nu stellen wij u - in aanvulling op dit besluit - voor om uw bevoegdheid tot het al dan niet vaststellen van een exploitatieplan bij een omgevingsvergunning waarbij met toepassing van artikel 2.12, eerste lid onder a, onder 3 van de Wabo van een geldend bestemmingsplan wordt afgeweken ook op grond van het bepaalde in artikel 6.12, lid 3 Wro aan ons te delegeren. Financiële consequenties / wijze van dekking Dit besluit heeft voor de gemeente geen financiële consequenties, omdat het gebruikelijk is om de door de gemeente te maken plankosten via anterieure grondexploitatieovereenkomst te verhalen. Reacties van derden / formele inspraak en zienswijzen / communicatie n.v.t. Voortraject Aan de besluitpunten die uw raad met dit voorstel worden voorgelegd heeft diverse relevante besluitvorming voorafgaand plaatsgevonden. Deze eerdere besluitvorming wordt toegelicht bij 'onderbouwing van de gevraagde beslissing'. Tijdens een thema-avond op 1 maart 2016 is het voorstel met een presentatie aan uw gemeenteraad toegelicht. De principelijn is duidelijk, maar ruimte wordt gevraagd voor maatwerk bij complexe en gefaseerde ontwikkelingen. Wethouder Van Sluis heeft toegezegd deze vraag te verwerken in het voorstel voor het raadsproces, zodat maatwerk mogelijk is.

Ook is opgemerkt dat voor een optimale invulling van de kaderstellende rol in de voorgestelde principelijn het gewenst is om eerst kaders te stellen in de gebiedsvisie alvorens gebiedspaspoorten vast te stellen. Gerefereerd wordt aan de Gebiedsvisie Centraal Capeile waarbij, vanwege de gewenste snelheid van ruimtelijke ontwikkeling, tegelijkertijd gebiedspaspoorten opgesteld zijn en soms zelfs al eerder vastgesteld zijn dan de gebiedsvisie. Het voorstel is gedaan om bij de Gebiedsvisie Landelijk Capeile meer aandacht te hebben voor de gepaste vol gordel ij kheid van de visie en de gebiedspaspoorten. Wethouder Van Sluis zegt toe om voor Landelijk Capeile eerst de gebiedsvisie voor definitieve besluitvorming voor te leggen, waarna definitieve besluitvorming van de gebiedspaspoorten plaatsvindt.

Behorende bij raadsvoorstel, nummer 763921

Vervolgtraject De bestuurlijke besluitvorming van dit raadsvoorstel verloopt als volgt: 15 maart 2016 Besluitvorming college - 4/5 april 2016 Consultatie commissie SOB 18 april 2016 Besluitvorming in gemeenteraad Raadscommissie Commissie Stadsontwikkeling en -Beheer van 4 april 2016. Tijdens deze gehouden commissievergadering heeft wethouder D.P. van Sluis toegezegd in het raadsvoorstel toe te voegen dat ons college voortaan een projectopdracht aan uw raad ter vaststelling voor zal leggen voor de locaties die niet in de door uw raad op 10 juni 2015 vastgestelde structuurvisie 2030 - Parkstad naast economische motor zijn opgenomen. Wij zullen ook een projectopdracht vast gaan stellen bij locaties die wel in de door uw raad vastgestelde structuurvisie passen, maar waar het majeure ontwikkelingen betreffen en de kaders die in het betreffende bestemmingsplan door uw raad ruim zijn vastgelegd (bijvoorbeeld de locatie De Blinkert).

Bijlage(n) welke ter kennis van de raad worden gebracht Bijlage 1 - Schema rol van de gemeenteraad in gebiedsontwikkeling Bijlage 2 - Presentatie thema-avond 1 maart 2016 Nadere informatie/ technische vragen bij: Rien Engelaar, m.c.enaelaar(a)capelleaandeniissel.nl, (010) 284 8713 of (06) 11869861. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, DRS. A.R. RUIJMGAART RA MGA, WND

MR. P. OSKAM

Capeile aan den IJssel gemeente

Raadsbesluit Nummer

761812 De raad van de gemeente Capeile aan den IJssel; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders; gelet op de bepalingen van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, het Besluit omgevingsrecht, de Wet ruimtelijke ordening en de Algemene wet bestuursrecht; besluit: 1.

Het voorgestelde raadsproces (bijlage 1) vast te stellen waarbij de nadruk ligt op kaderstelling aan de voorkant van gebiedsontwikkeling en met de principelijn om: a. de realisering van ontwikkellocaties met een gebiedspaspoort via een Wabo-afwijkingsprocedure (als bedoeld in artikel 2.12, eerste lid, onderdeel a, onder 3 van de Wabo) mogelijk maken; b. voor locaties die niet in de op 10 juni 2013 door uw raad vastgestelde structuurvisie 2030 Parkstad naast economische motor - zijn opgenomen een projectopdracht ter vaststelling aan uw raad voor te leggen; c. op grond van artikel 6.5, lid 3 van het Besluit omgevingsrecht (hierna: Bor) alle ontwikkellocaties, waarvoor uw raad een gebiedspaspoort vast stelt, aan te wijzen als 'categorie van gevallen' waarvoor geen verklaring van geen bedenkingen van de gemeenteraad is vereist; d. Op grond van artikel 6.12, lid 3 van de Wet ruimtelijke ordening (hierna: Wro) de bevoegdheid over het al dan niet vaststellen van een exploitatieplan met betrekking tot een afwijkingsprocedure (artikel 2.12, eerste lid onder a, onder 3 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht) van een geldend bestemmingsplan wordt afgeweken aan het college van burgemeester en wethouders te delegeren. 2. De statusbesluiten, zoals deze bij raadsbesluit van 7 februari 2011 zijn vastgesteld, in te trekken.

Vastgesteld in de openbare vergadering van 18 april 2016, de griffier.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10568381/1