presentatie Arend Capelle aan den IJssel
Tekst van het document
Waar staat onze gemeente? - een gesprek o.b.v. benchmarkinformatie Raadsbrede commissie in het kader van de ombuigingen van 25 maart 2025 Arend Ruijmgaart (concerncontroller) en Rein-Aart van Vugt (Deloitte)
Programma, deel 1 - concerncontroller • Benchmark als continue proces in relatie tot : - Waar staan we nu ?
- Wat is de opgave waar Capelle voor staat ? • Hoe doen we het als gemeente op de verschillende taakvelden ?
- Wat valt op ? - Waar zitten de meeste kansen en mogelijkheden en waar juist niet/minder ?
Programma, deel 2 - Deloitte • Hoe doet Capelle het financieel t.o.v. andere gemeenten ? - Wat valt op ?
- Welke trends en ontwikkelingen zijn te bespeuren ? • In de aanloop naar de te maken keuzes: Hebben we nu alles te pakken of missen we nog onderwerpen om mee te nemen?
Wat is benchmarking? Benchmarking is systematisch onderzoek naar de prestaties en de onderliggende processen en methoden van een of meer leidende referentieorganisaties op een bepaald gebied, en de vergelijking van de eigen prestaties en werkmethoden met deze “best practice”, met het doel om de eigen prestaties te plaatsen en te verbeteren.
Verscheidenheid benchmarks •
Google geeft bij “benchmark gemeenten” onder andere: 1. 2. 3. 4.
Gemeentelijk vastgoed Waar staat je gemeente – de 3V’s: vergelijk, verbaas en verbeter. BDO benchmark gemeenten Divosa/Stimulansz/BMC onderzoek: benchmark Werk en Inkomen, Armoede & Schulden en Statushouders – “Vergelijk, Leer en Ontwikkel” 5. M&I/Partners, ICT Benchmark gemeenten 6. Berenschot, Benchmark Formatie en Kosten 7. A&O Fonds Gemeenten – Personeelsmonitor. 8. Circulaire kennis.nl - ‘benchmark elektrisch afval gemeenten’. 9. COELO, vergelijking van alle woonlasten per gemeente en per provincie 10. NVRD Afval.
Capelle; 5 jaar terug- en 5 jaar vooruitkijken (in mln.) Financiële positie (verleden en prognose)
2019
2020
2021
2022
2023 2019-2023
2024
2025
2026
2027
-13
-7
-11
-15
2028 2024-2028
Primair begroot
-9
0
-6
4
7
-3
Begroot na wijziging
-4
82
6
5
-1
89
-
-
-
-
-
-
Gerealiseerd
1
88
13
9
-3
108
-
-
-
-
-
-
Vaste activa
199
221
247
261
279
80
299
318
352
384
400
101
Voorraad grond
3
6
4
4
0
-2
5
3
3
3
4
-1
Reserves/eigen vermogen
84
172
185
194
191
107
178
171
160
145
127
-51
Voorzieningen
21
19
22
28
29
8
31
21
17
19
19
-12
Schulden (vast)
97
61
46
56
50
-47
65
104
158
212
249
184
Geld derden (voorschotbedragen Rijk)
2
4
3
7
23
21
Saldo van baten en lasten (* € 1 mln.)
Bron: jaarrekeningen tot en met 2023 en conceptbegroting 2025 exclusief erratum!
-
-
-
-
-18
-
-64
-
Jaarrekening 2023 regio Rotterdam Rijnmond Bedragen in € 1.000. (minbedragen zijn nadelig)
2023
Maassluis
5.474
Vlaardingen
10.093
Schiedam
24.072
Rotterdam
-87.000
Krimpen aan den Ijssel
6.685
Lansingerland
6.290
Capelle aan den IJssel
-4.562
Nissewaard
9.676
Voorne aan Zee
0
Barendrecht
-3.308
Albrandswaard
2.690
Ridderkerk
5.695
Goeree-Overflakkee
13.454
Overzicht begroting 2025-2028 regio Rotterdam-Rijnmond Bedragen per inwoner (minbedragen zijn nadelig)
2025
2026
2027
2028
Maassluis
23
-77
-69
-53
Vlaardingen
54
-27
-15
38
Schiedam
16
-79
-47
2
Rotterdam
-124
61
176
236
Krimpen aan den Ijssel
68
-89
-110
-182
Lansingerland
1
-108
-130
-82
Capelle aan den IJssel
5
-157
-216
-256
Nissewaard
26
-100
-121
-131
Voorne aan Zee
1
-112
-102
-78
Barendrecht
12
-80
-26
-16
Albrandswaard
12
-101
-110
-75
Ridderkerk
1
-108
-84
-56
Goeree-Overflakkee
51
-80
-146
-157
Vergelijking taakvelden Gevraagd is inzicht te krijgen in de taakvelden op basis van de volgende invalshoeken: • Een trendanalyse van de baten, lasten en saldo per taakveld over 2018 tot en met 2023; • Vergelijking van de begrote baten, lasten en saldo in de primitieve begroting 2023 per taakveld met het gemiddelde van zowel de IFLO- als 5 referentiegemeenten en daarnaast “1 op 1” met Delft, Maassluis, Nissewaard, Schiedam en Vlaardingen. • Dezelfde vergelijking, maar dan voor de jaarrekening 2022. • Een meerjarenontwikkeling van de baten, lasten en saldo per taakveld met de individuele referentiegemeenten.
Duiding benchmark Algemeen: 1. Behoorlijke verschillen tussen primitieve begroting en de jaarrekening. Komt bij vrijwel alle gemeenten voor, doordat gedurende (en einde van) het jaar veel (extra) taken en budget door het Rijk aan gemeenten zijn overgedragen, in de vorm van specifieke uitkeringen (Spuks). 2. Ontwikkeling van de baten en lasten over de jaren is relatief stabiel. Over het algemeen betreft het een trendmatige stijging.
Vergelijking met referentie gemeenten •
Primitieve begroting 2023:
• • • • • •
Lagere algemene uitkering – 4,1 mln. Lagere opbrengsten ozb en parkeren – 4,2 mln. Lagere uitgaven per saldo Sociaal Domein – 12,1 mln. Hogere uitgaven per saldo overhead – 1,9 mln. Hogere uitgaven per saldo Sport – 1,5 mln. Hogere uitgaven per saldo Volksgezondheid en milieu – 2,7 mln, waarvan 3,1 mln. lagere lokale lasten riool en afval.
Vergelijking met referentie gemeenten •
Jaarrekening 2022:
• • • • • •
Lagere algemene uitkering – 10,1 mln. Lagere opbrengsten ozb en parkeren – 4,0 mln. Lagere uitgaven per saldo Sociaal Domein – 5,3 mln. Lagere uitgaven per saldo overhead – 1,3 mln. Hogere uitgaven per saldo Sport – 2,3 mln. Hogere uitgaven per saldo Volksgezondheid en milieu – 3,0 mln, waarvan 5,8 mln. lagere lokale lasten riool en afval.
Bijzonderheid, centrumgemeenten Gemeenten Delft, Nissewaard en Vlaardingen zijn centrumgemeenten voor beschermd wonen, maatschappelijke opvang en vrouwenopvang. In totaal 60% van totaal aantal inwoners in de totale benchmarkvergelijking IFLO gemeenten. Ter indicatie: Voor Vlaardingen zijn de ontvangsten in de Algemene Uitkering – en ook uitgaven binnen taakveld 6.81 Sociaal Domein ? – voor 2024: - Beschermd wonen 13,6 miljoen - Maatschappelijke opvang 2,3 miljoen - Vrouwenopvang 3,0 miljoen. Totaal 255 euro per inwoner!
Sport Hebben we een grotere beleidsambitie op sport, bijvoorbeeld met hoogwaardiger accommodaties, zijn onze sportaccommodaties vrij recent fors opgeknapt, brengen we relatief minder in rekening bij de verenigingen en gebruikers en/of geven we relatief meer uit voor “sport als een middel” om andere beleidsdoelen beter te (kunnen) bereiken?
Afval Bij afval kun je soortgelijke onderzoeks-/verdiepingsvragen stellen, zoals wat is ons afvalbeleid, halen wij vaker afval op, zetten we meer in op het verwijderen van zwerfafval etc?
Belangrijk is eveneens het antwoord op de vraag: vergelijken we ons met de juiste gemeenten? De financiële vergelijking van Deloitte is met gemeenten in hetzelfde IFLO-cluster (redelijke centrumfunctie en matige sociale structuur), De benchmark van de NVRD deelt gemeenten in vier klassen in, waarbij de klasse indeling is gebaseerd op de mate van hoogbouw.
Afval Capelle valt in de NVRD benchmark in klasse A; 50-100% hoogbouw. Van de 13 klasse A deelnemers aan de benchmark van de NVRD over 2023, komen slechts drie gemeenten, te weten Delft, Vlaardingen en Schiedam, overeen met de 14 gemeenten in de benchmark van Deloitte . Komen we bij de NVRD benchmark uit “aan de goede kant” van het gemiddelde, bij Deloitte is dat “aan de foute kant”.
Lokale (woon)lasten De onroerende zaakbelasting, riool- en waterzorgheffing en afvalstoffenheffing zijn de drie componenten van de COELO “Monitor Lokale Lasten”. Ik merk dat de algemene reactie op onze positie op de COELOranglijst van de lokale lasten, vrij stevig en positief is. Er zijn maar drie gemeenten in Nederland die lagere lokale lasten hadden over 2024 dan Capelle aan den IJssel. Is dat verdedigbaar en/of iets om trots op te zijn, zonder dat je de weloverwogen afweging hebt gemaakt en een gefundeerde conclusie hebt getrokken over de samenhang tussen de hoogte van de lokale lasten en wat de gemeente aan de Capellenaren (niet) biedt?
Onroerende zaakbelasting - trend
Het verschil stijgt van 29 naar 45 euro per inwoner; absoluut van 1,9 miljoen naar 3,0 miljoen.
Opbrengsten riolering - trend
Het verschil stijgt van 22 naar 37 euro per inwoner; absoluut van 1,5 miljoen naar 2,5 miljoen.
Opbrengsten afval - trend
Het verschil is vrij stabiel lager; van 22 naar 19 euro per inwoner; absoluut van 1,5 miljoen naar 1,3 miljoen.
Sociaal domein, begroting 2023 1. Capelle investeert relatief meer in “Samenkracht en burgerparticipatie en wijkteams” dan de referentiegemeenten. 2. Capelle geeft per saldo minder uit aan de Participatiewet en houdt jaarlijks over op het BUIG-budget. 3. Capelle geeft minder uit aan Wmo, maar dat geeft – vanwege de centrumgemeenten – een vertekend beeld. De uitvoering van de “Besparingsmaatregel uitkomst onderzoekopdracht Wmo” moet vanaf 2026 leiden tot een besparing van structureel 1 mln. 4. Capelle geeft iets minder uit dan de referentiegemeenten. De raad heeft 8 juli 2024 “Onderzoek taakstelling, deelonderzoek jeugdhulp "Tegen de stroom in voor duurzame en betaalbare jeugdhulp" vastgesteld. Op termijn besparen we daarmee circa 1,1 mln.
Overige taakvelden, begroting 2023 1. Lagere uitgaven op veiligheid – 0,9 mln. 2. Lagere uitgaven op verkeer, vervoer en waterstaat – 4,3 mln. 3. Lagere uitgaven op economie – 0,5 mln. 4. Lagere uitgaven op onderwijs – 4,6 mln. 5. Lagere uitgaven op cultuur en recreatie – 4,4 mln. 6. Lagere uitgaven op milieubeheer – 0,7 mln. 7. Lagere uitgaven op volkshuisvesting, RO en sted.ver. – 1,7 mln.
Bijlagen
Verzoek (vz) raadswerkgroep Het zou mooi zijn als op basis van de financiële benchmark van Deloitte (maar wellicht dat het goed is om inzichten uit vergelijkbare bronnen bij elkaar te brengen) met elkaar stil kunnen staan bij twee kernvragen: -
-
Waar wijkt Capelle meer of minder opvallend af van vergelijkbare gemeenten, ofwel doordat we veel meer of juist minder besteden aan een bepaald thema ofwel doordat we veel meer of juist minder baten genereren via bepaalde inkomstenbronnen? Wat vinden we hiervan: hoe oordelen we hierover? Meer specifiek gaat het dan om vragen als: o Vinden we dit soort verschillen verdedigbaar of zelfs iets om trots op te zijn of juist niet? o Wat concluderen we hieruit als het gaat om de aard en richting van de ombuigingsoperatie?
Reflectie op verzoek Een nuancering/kanttekening vooraf: een benchmark geeft alleen een “foto”; dat wil zeggen dat het geen antwoorden ergens op geeft, anders dan dat je kunt constateren dat er verschillen zijn en dat de benchmark aanleiding kan zijn om een inhoudelijk- en verdiepend onderzoek te doen. Wanneer je bijvoorbeeld constateert – wat feitelijk ook zo is vanuit de vergelijking van Deloitte - dat we op Sport (taakvelden 5.1 en 5.2) en Afval (taakveld 7.3) meer uitgeven per inwoner dan andere gemeenten en tegelijkertijd aan onroerende zaakbelasting (taakvelden 0.61 en 0.62) en heffingen riolering en afval (taakvelden 7.2 en 7.3) minder in rekening brengen per inwoner; wat zegt dat dan?
Vergelijking met IFLO gemeenten •
Primitieve begroting 2023:
• • • • • •
Hogere algemene uitkering – 9,3 mln. Lagere opbrengsten ozb en parkeren – 4,4 mln. Lagere uitgaven per saldo Sociaal Domein – 1,1 mln. Hogere uitgaven per saldo overhead – 2,7 mln. Hogere uitgaven per saldo Sport – 1,7 mln. Hogere uitgaven per saldo Volksgezondheid en milieu – 3,1 mln, waarvan 2,4 mln. lagere lokale lasten riool en afval.
Vergelijking met IFLO gemeenten •
Jaarrekening 2022:
• • • • • •
Hogere algemene uitkering – 6,4 mln. Lagere opbrengsten ozb en parkeren – 3,6 mln. Hogere uitgaven per saldo Sociaal Domein – 4,4 mln. Lagere uitgaven per saldo overhead – 0,9 mln. Hogere uitgaven per saldo Sport – 1,9 mln. Hogere uitgaven per saldo Volksgezondheid en milieu – 2,8 mln, waarvan 3,7 mln. lagere lokale lasten riool en afval.
Bijzonderheid Gemeenten Delft, Nissewaard, Purmerend en Vlaardingen zijn centrumgemeenten voor beschermd wonen, maatschappelijke opvang en vrouwenopvang. In totaal 40% van totaal aantal inwoners in de totale benchmarkvergelijking IFLO gemeenten. Ter indicatie: Voor Vlaardingen zijn de ontvangsten in de Algemene Uitkering – en ook uitgaven binnen taakveld 6.81 Sociaal Domein ? – voor 2024: - Beschermd wonen 13,6 miljoen - Maatschappelijke opvang 2,3 miljoen - Vrouwenopvang 3,0 miljoen. Totaal 255 euro per inwoner!
Deskundigencommissie Jeugd “benchmarkt” Advies Deskundigencommissie Hervormingsagenda Jeugd, januari 2025. Een paar benchmarks/data: - Totaal tekort 628 mln. over 2023 en 828 mln. over 2024: - 126 gemeenten (37% van 342) hebben een overschot - 97 (28% van 342) hebben een tekort groter dan 20%.
Deskundigencommissie Jeugd “benchmarkt” In advies januari 2025 staat ook een aantal benchmarks/data: -
Volgens onderzoek van Rotmans et al, strekt een transitie en haar verschillende fasen zich uit over een tijdspanne van minimaal 25 jaar.
-
De krapte op de arbeidsmarkt zal de komende jaren aanhouden. Straks is er misschien nog wel geld, maar geen mensen om het werk te kunnen doen.