Analyse verkiezingsprogramma's
Tekst van het document
Analyse verkiezingsprogramma’s Gemeenteraadsverkiezingen Capelle aan den IJssel 2026
Inhoudsopgave Inleiding............................................................................................................... 4 1. Wonen en ruimtelijke ontwikkeling ................................................................... 5 Gemeentelijke regie en regulering .......................................................................... 5 Verdeling en doelgroepen ...................................................................................... 6 Verdichting, hoogbouw en locatie .......................................................................... 6 2. Veiligheid en handhaving .................................................................................. 7 Preventie, handhaving en veiligheid achter de voordeur ........................................... 7 Instrumenten........................................................................................................ 7 Drugs en risicovoorzieningen ................................................................................. 8 Digitalisering/weerbaarheid ................................................................................... 9 3. Bestuur en participatie ................................................................................... 10 Participatie en democratische invloed ..................................................................
10 Dienstverlening en open bestuur .......................................................................... 10 Regionale samenwerking ..................................................................................... 11 4. Mobiliteit en parkeren .................................................................................... 12 Parkeren en de rol van de auto ............................................................................. 12 Mobiliteitsprioriteiten in de openbare ruimte......................................................... 12 5. Sociaal domein .............................................................................................. 14 Toegang, regie en integraliteit van hulp ................................................................. 14 Armoede, schulden en bestaanszekerheid............................................................ 14 Bijstand, werk en wederkerigheid ......................................................................... 15 Jeugd, preventie en mentale gezondheid............................................................... 16 Zorg- en steunstructuur in de wijk ........................................................................ 16 Sport en bewegen ...............................................................................................
17 Onderwijs/ontwikkelkansen ................................................................................. 18 6. Duurzaamheid en leefomgeving ...................................................................... 19 Ambitie, regie en betaalbaarheid van verduurzaming ............................................. 19 Energietransitie en energiekeuzes ........................................................................ 20 Groene en gezonde leefomgeving ......................................................................... 21 7. Cultuur, gemeenschap en samenleven ........................................................... 22 Cultuur, tradities en evenementen ....................................................................... 22 2
Gemeenschap, verenigingen en ontmoeting ......................................................... 22 Inclusie, normen en samenleven.......................................................................... 23 8. Economie, begroting en lokale lasten .............................................................. 25 Lasten en financiële discipline ............................................................................. 25 Heffingen en prikkels........................................................................................... 25 Ondernemersklimaat, centrum en voorzieningen .................................................. 26 Subsidies en “waar snij je wel/niet” ...................................................................... 27
3
Inleiding Deze analyse is opgesteld om inzicht te geven in de inhoudelijke posities van de politieke partijen zoals die naar voren komen in de verkiezingsprogramma’s voor de gemeenteraadsverkiezingen. Het document laat zien op welke thema’s partijen elkaar vinden, waar accentverschillen zichtbaar zijn en op welke onderwerpen partijen in benadering of uitwerking verder uit elkaar liggen. In het bijzonder kan deze analyse worden gebruikt in het (in)formatieproces, om inzicht te geven in waar partijen inhoudelijk dicht bij elkaar liggen en op welke onderwerpen scherpere politieke verschillen bestaan. Naast deze analyse zijn per thema tabellen opgesteld. Deze tabellen zijn bedoeld om in één oogopslag inzicht te geven in de belangrijkste genoemde maatregelen, accenten en beleidsrichtingen per subthema. Waar de tabellen vooral een compact vergelijkend overzicht bieden, heeft dit document een meer toelichtende en duidende functie. Beide documenten vullen elkaar daarmee aan en kunnen het best in samenhang worden gebruikt. Binnen deze analyse is gewerkt met hoofdthema’s, die verder zijn onderverdeeld in subthema’s. Binnen deze subthema’s zijn verschillende scheidslijnen aangebracht om inzicht te geven in de manier waarop partijen zich tot elkaar verhouden.
Bij sommige onderwerpen zijn deze verschillen duidelijk en expliciet, terwijl zij bij andere onderwerpen meer betrekking hebben op uitwerking, accenten en maatregelen. Deze indeling moet niet worden gelezen als een absoluut oordeel of als een volledige typering van partijen. Dat partijen binnen een bepaalde scheidslijn verschillend zijn ingedeeld, betekent niet automatisch dat zij op dat onderwerp lijnrecht tegenover elkaar staan. Deze analyse moet daarom vooral worden gelezen als een hulpmiddel voor duiding: een document dat helpt om verkiezingsprogramma’s thematisch te vergelijken, inhoudelijke patronen zichtbaar te maken en het gesprek over mogelijke samenwerking of verschilpunten beter te informeren.
4
1. Wonen en ruimtelijke ontwikkeling Wonen en ruimtelijke ontwikkeling draaien in de verkiezingsprogramma’s om de vraag hoe Capelle voldoende woningen kan toevoegen zonder dat leefbaarheid, betaalbaarheid en ruimtelijke kwaliteit onder druk komen te staan. Partijen delen de noodzaak om de woningopgave aan te pakken, maar verschillen vooral in de mate van sturing, voor wie gebouwd moet worden en hoeveel ruimte er is voor verdichting en hoogbouw.
Gemeentelijke regie en regulering Sterk sturend • GL-PvdA: grenzen aan grondprijzen, harde randvoorwaarde en realisatieplicht richting ontwikkelaars. Zelfbewoningsplicht in heel Capelle. 10.000 woningen bijbouwen, 35% sociale woningbouw, 30% betaalbare middenhuur of -koop. • D66: meerdere instrumenten tegen leegstand en speculatie; opkoopbescherming, zelfbewoningsplicht, starterslening, leegstandsverordening met daarnaast aandacht voor doorstroming. Minimaal 30% sociale huur. • SP: sturend vanuit volkshuisvesting; “wonen zonder winst” als uitgangspunt, grote rol voor corporaties en expliciet tegen verkoop/sloop van betaalbare huur. 45% sociale woningbouw, overige 55% vrije huur/koop. Sturend via kaders • CDA: doorstroming, ouderenwoonvormen (knarrenhoven), flexbouw/transformatie en max. winstpercentage 4% bij eigen grondverkoop; minimaal 30% sociale huur + meer middenhuur en bereikbare koop. • WKC: aanpak scheefwonen, doorstroming, optoppen, transformatie, seniorenwoningen, mengvormen oud en jong en de mogelijkheid om via raamovereenkomst inkomenseis en/of borgsom voor betaalbare woningen vast te leggen. • SGP: stuurt sterk op “Capelse maat” en kwaliteit; bouwen mag, maar niet ten koste van karakter/voorzieningen, dus meer normatief dan instrumenteel.
• ChristenUnie: stuurt vooral via kwaliteit en duidelijke kaders, max 7.000 woningen (kwaliteit boven kwantiteit), 30% sociale nieuwbouw per wijk. Beperkt sturend • VVD: beperkter sturend; nadruk woningbouw en samenwerking, aanpak van misbruik van sociale huur (scheefwonen/doorverhuur) en afspraken met corporaties, minder op extra normerende marktinstrumenten. Minimaal 30% sociale woningbouw. • Leefbaar Capelle: wil wel sturen op toewijzing aan Capellenaren en op sociaal aandeel, maar het frame is vooral “praktisch” en “leefbaarheid eerst” (minder focus op marktregulering). Minimaal 30% sociale woningbouw, maatwerk per wijk. • EVC: stuurt vooral “op wie” en op bestaande wijken eerst; marktregulering is minder uitgewerkt. 5
Verdeling en doelgroepen Sterk op lokale voorrang • EVC: minimaal 70% van de vrijkomende woningen voor Capellenaren en nadruk op passend toewijzen aan wie hier woont, werkt of is opgegroeid. • Leefbaar Capelle: Minimaal 50% van nieuwbouw voor Capellenaren. • VVD: waar juridisch mogelijk voorrang voor Capellenaren. Doelgroepenmix De overige partijen leggen de nadruk op een doelgroepenmix met woningen voor jongeren, starters en ouderen/senioren. • D66: noemt daarnaast expliciet ook cruciale beroepen. • CDA: legt daarnaast nadruk op lokale binding, met voorrang voor Capelse jongeren en ouderen. • GL-PvdA: noemt daarnaast voorrang voor mensen met een binding met Capelle.
Verdichting, hoogbouw en locatie Omarmen • VVD: hoogbouw en verdichting nodig, vooral bij OV, stadscentrum en Rivium; “Als het de buurt beter maakt”. • D66: verdichting en hoogbouw bij OV-knooppunten, met behoud van het dorpse karakter. Voorwaardelijk • GL-PvdA: bouwen rond OV-knooppunten, op juiste plekken in de hoogte maar met duidelijke voorwaarde rond bezonning, wind, groen en leefbaarheid. • CDA: bouwen moet passend bij Capelse behoefte en leefbaarheid, minder uitgesproken over hoogbouw. • ChristenUnie: terughoudend, maar ziet ruimte voor hoogbouw bij OVknooppunten en aan de rand van de stad, met duidelijke voorwaarde voor leefbaarheid, parkeren, daglicht en brandveiligheid. • Leefbaar Capelle: hoogbouw op een beperkt aantal locaties in het centrum, maar alleen met duidelijke grenzen, participatie en als het past bij leefbaarheid en voorzieningen. • SGP: hoogbouw geen doel op zich, alleen passend bij schaal, karakter en focus rond OV-knooppunten. Begrenzen • EVC: kiest eerst voor bestaande wijken, staat nieuwbouw pas toe na investeringen in leefomgeving en wijst verdichtingsmaatregelen zoals extra woonlagen af als die leiden tot parkeerdruk of aantasting van de leefomgeving. • SP: kiest voor grondgebonden woningen en kleinschalige appartementencomplexen als norm en wijst extreme hoogbouw tussen bestaande bebouwing expliciet af.
• WKC: wijst afwijkende hoogbouw in het centrum af, maar staat optoppen op lagere flats, transformatie en in Rivium ook hoogbouw toe. 6
2. Veiligheid en handhaving Veiligheid en handhaving gaan in de verkiezingsprogramma’s niet alleen over criminaliteit, maar ook over de vraag hoe de orde en leefbaarheid in Capelse wijken worden beschermd. Partijen delen de inzet op het tegengaan van overlast, geweld en onveiligheid, maar verschillen vooral in hoe stevig zij willen handhaven en hoeveel nadruk zij leggen op preventie, sociale samenhang en vroeg ingrijpen.
Preventie, handhaving en veiligheid achter de voordeur Nadruk preventie • GL-PvdA: preventie boven repressie: nadruk op vroegsignalering, bij huiselijk geweld en femicide, samenwerking wijkteams, scholen en jeugdzorg. Daarnaast zichtbare aanwezigheid politie, boa’s en straatcoaches. • ChristenUnie: nadruk op preventie en buurtgerichte aanpak, met jongerenwerk en veilige leefomgeving (ook online), met handhaving waar nodig. Combinatie • CDA: combineert stevige aanpak van criminaliteit met nadruk op preventie, samenwerking en vroeg ingrijpen bij jeugdcriminaliteit, huiselijk geweld en kindermishandeling. • SP: combineert zichtbare handhaving met preventie, voorlichting, vroegsignalering en zorg voor mensen die overlast veroorzaken, aandacht voor huiselijk geweld en staatintimidatie. • D66: combinatie van preventie, handhaving en sociale cohesie; zichtbare handhaving én preventieve inzet op jeugdproblematiek, huiselijk en seksueel geweld, overlast en leefbare wijken. • SGP: legt nadruk op normbesef, weerbaarheid en bescherming van jongeren en kwetsbaren, met handhaving waar nodig. Nadruk handhaving • VVD: sterke nadruk op zichtbare handhaving, streng optreden en camera’s, hard aanpakken huiselijk geweld en ouderenmishandeling, met daarnaast preventie via scholen en weerbaarheid.
• Leefbaar Capelle: nadruk op zichtbare handhaving en stevig optreden, met wijkhandhavers, cameratoezicht en harde aanpak van overlast en geweld, ook achter de voordeur. Gezins- en wijkgerichte preventie (jeugd, vroegsignalering). • EVC: nadruk op daadkrachtig optreden, meer zichtbare handhaving en hard aanpakken van geweld, waaronder huiselijk geweld, kindermishandeling en femicide, hulpverleners 24/7 inzetbaar in de wijk. • WKC: nadruk op stevig optreden en zichtbare handhaving tegen overlast en criminaliteit, met veiligheid in de wijk als uitgangspunt.
Instrumenten Harde instrumenten 7
• •
•
VVD: expliciet voor preventief fouilleren, (tijdelijke) camera’s, meer politie en extra bevoegdheden en uitrusting voor handhavers. Leefbaar Capelle: preventief fouilleren, zichtbare handhaving, wijkhandhavers en cameratoezicht bij structurele overlast, met ook bestuurlijke inzet op ondermijning. WKC: expliciet voor cameratoezicht en preventief fouilleren waar nodig, met daarnaast een harde aanpak van overlast en dealen.
Gerichte en voorwaardelijke inzet • CDA: Bibob, interventieteam, bodycams, meer wijk- en jeugdagenten en uitbreiding van cameratoezicht; gekoppeld aan preventie, samenwerking en een expliciete aanpak van ondermijning. • ChristenUnie: ruimte voor cameratoezicht, met nadruk op proportionele inzet, privacy en evaluatie, binnen een bredere wijkgerichte aanpak; inclusief inzet van Bibob en een planmatige aanpak van ondermijning. • SP: meer politie en boa’s en inzet van mobiele camera’s, maar geen verruiming van de mogelijkheden voor preventief fouilleren; ondermijning gekoppeld aan bredere criminaliteitsaanpak. • D66: gerichte inzet van handhaving bij overlast en ondermijning, in combinatie met preventie, sociale cohesie en leefbaarheid. • EVC: gericht cameratoezicht, meer zichtbare handhaving en slim geprioriteerde politie-inzet; nadruk op criminaliteitsaanpak en samenwerking, zonder brede inzet van de zwaarste middelen. • SGP: handhaving waar nodig, met daarnaast nadruk op normbesef, weerbaarheid en bescherming van handhavers en hulpverleners. Voorzichter met zware middelen • GL-PvdA: cameratoezicht en preventief fouilleren alleen bij aantoonbare dreiging, tijdelijk en met transparante evaluatie.
Drugs en risicovoorzieningen Duidelijk weren / afwijzen • ChristenUnie: expliciet tegen coffeeshops, casino’s/gokhallen en prostitutie; geen vergunning voor prostituees en veel nadruk op aanpak van uitbuiting en mensenhandel. • CDA: expliciet tegen coffeeshops; wil daarnaast shishalounges vergunningplichtig maken. • SGP: expliciet tegen coffeeshops en een gok-/speelautomatenhal; wil handel in en gebruik van drugs op openbare plekken actief bestrijden en koppelt dit aan preventie, voorlichting, handhaving en een integrale aanpak van drugs- en verslavingsproblematiek. • WKC: wil gokhallen, coffeeshops en bordelen uit Capelle weren vanwege de aanzuigende werking van criminaliteit. • Leefbaar Capelle: op basis van jullie eerdere extractie expliciet tegen coffeeshops en casino’s, benaderd als veiligheidskeuze. 8
Reguleren / per locatie afwegen • SP: kiest niet voor weren, maar voor regulering; wil de mogelijkheid voor een coffeeshop openhouden en bekijkt horeca per locatie op soort en proportionaliteit, met handhaving op overlast. Minder expliciet als apart normthema • VVD, GL-PvdA, EVC, D66 en SGP: werken dit minder expliciet uit als afzonderlijk thema.
Digitalisering/weerbaarheid Digitalisering wordt vooral gezien als middel voor modern bestuur en betere dienstverlening, met bij enkele partijen extra nadruk op digitale veiligheid en weerbaarheid. • D66: moderniseren/innovatie; digitale dienstverlening en data/openheid als onderdeel van bestuursstijl. • ChristenUnie, VVD: digitale toegankelijkheid voor inwoners, met daarnaast aandacht voor digitale veiligheid/weerbaarheid, onder meer bij jongeren en online. • EVC, WKC: digitalisering vooral praktisch ingestoken als middel om dienstverlening en communicatie eenvoudiger en begrijpelijker te maken. • SGP, Leefbaar, SP, CDA, GL-PvdA: digitalisering benoemd waar relevant, maar minder uitgewerkt als zelfstandig profielthema.
9
3. Bestuur en participatie Bestuur en participatie gaan in de verkiezingsprogramma’s over de manier waarop de gemeente zichtbaar, betrouwbaar en aanspreekbaar is voor inwoners. Vrijwel alle partijen zetten in op betere communicatie, begrijpelijke dienstverlening en eerdere betrokkenheid van inwoners, maar de verschillen zitten vooral in de vraag of die betrokkenheid vooral adviserend blijft of ook meer directe invloed op besluiten moet geven.
Participatie en democratische invloed Meer directe en vroege invloed • EVC: sterkst op directe invloed; participatie vooraf, met een platform waar inwoners ook kunnen meebeslissen/meestemmen. • Leefbaar Capelle: veel nadruk op wijktafels, buurtpeilingen, wijkreferenda en duidelijke momenten van meedoen. • D66: structurele participatie en democratische vernieuwing, met onder meer burgerpanels, burgerberaad en meer ruimte voor referenda. • SP: wil participatie versterken via democratischer wijkoverleggen, meer openbaarheid van adviezen en meer ruimte voor raadplegende referenda. Meedenken binnen duidelijke (bestaande) kaders • VVD: participatie binnen heldere randvoorwaarden; meedenken ja, maar met nadruk op uitvoerbaarheid en duidelijke kaders, niet via directe stemming als hoofdmodel. • CDA: via bewonersinitiatieven, wijkbudgetten en samenwerking met inwoners en verenigingen; minder nadruk op referenda en nieuwe democratische instrumenten. • GL-PvdA: vroeg in het proces meepraten, wijkgerichte participatie en zichtbare terugkoppeling; referenda zijn niet de kern. • WKC: participatie vroeg in het proces, met nadruk op gelijke behandeling en transparante communicatie. • ChristenUnie: veel ruimte voor initiatieven, peilingen en betrokkenheid, maar de raad blijft eindverantwoordelijk; liever peilingen en enquêtes dan referenda.
• SGP: participatie vooraf helder en serieus, maar kritisch op referenda; invloed via duidelijke processen en bestaande democratische kaders.
Dienstverlening en open bestuur Sterkst op begrijpelijke en toegankelijke dienstverlening • VVD: klantvriendelijke dienstverlening, goede bereikbaarheid, flexibele tijden, duidelijke taal en minder regels. • Leefbaar Capelle: dienstverlening die beter aansluit op het dagelijks leven, met goede bereikbaarheid, ook buiten kantooruren, en minder bureaucratie. • CDA: nadruk op de 1-loketgedachte, één aanspreekpunt, begrijpelijke taal en minder versnippering.
10
• • •
ChristenUnie: begrijpelijke communicatie, persoonlijk contact naast digitalisering en extra aandacht voor kwetsbare groepen. SP: één-loketstrategie en persoonlijke afhandeling, waarbij digitalisering ondersteunend is en persoonlijk contact leidend blijft. WKC: toegankelijke en menselijke dienstverlening, waarbij inwoners niet van kastje naar muur worden gestuurd en de feitelijke situatie leidend is.
Sterkst op transparantie en open bestuur • D66: nadruk op open data, transparantie als norm en een modern, toegankelijk bestuur. • EVC: “meten is weten”: openbare en begrijpelijke data, wijkpeilingen en zichtbare terugkoppeling als sturings- en controle-instrument. • GL-PvdA: bestuurlijke openheid, besluiten op basis van feiten, transparante informatie over planning en voortgang en duidelijke, begrijpelijke communicatie. • SGP: nadruk op leesbaarheid, voorspelbaarheid en een sober, betrouwbaar bestuur.
Regionale samenwerking Regionale samenwerking komt terug als instrument om dossiers aan te pakken die Capelle niet alleen kan oplossen; partijen verschillen vooral in toon en mate van profilering. • D66, CDA, ChristenUnie, VVD, GL-PvdA: samenwerking expliciet als instrument in meerdere dossiers, zoals wonen/corporaties, veiligheid/ondermijning, OV/bereikbaarheid, zorgketen en economie/arbeidsmarkt. • EVC, Leefbaar, WKC, SP: samenwerking vooral pragmatisch en “waar nodig”, zonder het als apart profielpunt breed uit te werken. • SGP: terughoudender met extra bestuurlijke schakels; samenwerking vooral als middel wanneer het aantoonbaar nodig is en de lokale regie helder blijft.
11
4. Mobiliteit en parkeren Mobiliteit en parkeren gaan in de verkiezingsprogramma’s vooral over de verdeling van de schaarse openbare ruimte in Capelle. Partijen zijn het in grote lijnen eens over het belang van bereikbaarheid en verkeersveiligheid, maar verschillen zichtbaar in de vraag hoeveel ruimte de auto en parkeren moeten houden ten opzichte van fiets, openbaar vervoer en een leefbare inrichting van wijken en centrumgebieden.
Parkeren en de rol van de auto Auto en gratis parkeren als basis • VVD: gratis parkeren als uitgangspunt; auto blijft belangrijk voor bereikbaarheid en doorstroming. • Leefbaar Capelle: gratis parkeren als duidelijke kernkeuze; auto en bereikbaarheid staan centraal. • EVC: gratis parkeren behouden; auto blijft een praktisch onderdeel van bereikbaarheid. • WKC: parkeren blijft overal in Capelle gratis, met waar nodig extra parkeerplaatsen in de wijken. • SGP: gratis parkeren blijft het uitgangspunt; ook in het centrum moet parkeren zo lang mogelijk gratis blijven, vooral voor kort parkeren. Alleen bij dure gebouwde parkeervoorzieningen is een gebruikersbijdrage voorstelbaar, maar betaald parkeren mag geen verdienmodel voor de gemeente worden. Parkeren als sturingsmiddel, maar niet als verdienmodel • D66: betaald parkeren is het laatste middel; eerst maatwerk via blauwe zones, vergunningen en locatiegerichte oplossingen. • CDA: geen parkeren als ‘melkkoe’, maar wel realistisch over parkeerdruk en parkeernormen. • SP: parkeren blijft gratis, maar bij hoge druk is er ruimte voor gerichte maatregelen, zoals een gratis vergunningssysteem voor bewoners. Auto minder dominant • GL-PvdA: wil de auto vooral in het centrum terugdringen; parkeren is eerder een sturingsmiddel dan een recht.
Minder expliciet uitgewerkt • ChristenUnie: zetten parkeren minder neer als “gratis principe”, maar benaderen het vooral vanuit leefbaarheid, verkeersdruk en praktische inpassing
Mobiliteitsprioriteiten in de openbare ruimte Lopen, fietsen en OV als leidraad • GL-PvdA: zet voetgangers en fietsers op één, wil het centrum autoluw maken en stelt expliciet dat de auto welkom blijft, maar niet langer de baas is. • ChristenUnie: geeft expliciet prioriteit aan voetganger, fiets en OV en hanteert de STOP-regel: eerst stappen, dan trappen, dan OV en pas daarna de auto. 12
•
D66: geeft prioriteit aan lopen, fietsen en OV, met STOMP/STOP als duidelijke leidraad voor de inrichting van de openbare ruimte.
Brede mobiliteitsmix met praktische balans • CDA: zet in op veilige, toegankelijke en duurzame mobiliteit, met fiets, wandelen, OV én voldoende ruimte voor de auto. • SP: legt sterk de nadruk op fiets en OV, maar combineert dat met gratis parkeren en extra parkeercapaciteit waar nodig; dus niet anti-auto, maar wel meer op praktische bereikbaarheid voor iedereen. • WKC: benadrukt veilige verbindingen, toegankelijke wandel- en fietsroutes én voldoende parkeerplaatsen; dat is vooral een praktische mix van bereikbaarheid voor verschillende groepen. • SGP: past hier als de nadruk vooral ligt op leefbaarheid, veiligheid en een praktische inrichting zonder expliciet STOP/STOMP-principe. • EVC: benadert mobiliteit vooral praktisch, met nadruk op bereikbaarheid voor iedereen en zonder uitgesproken herverdeling van ruimte ten nadele van de auto. Keuzevrijheid en auto als volwaardige modaliteit • VVD: vertrekt expliciet vanuit keuzevrijheid: Capellenaren kiezen zelf hoe ze reizen; de auto is niet het probleem en moet soepel kunnen blijven rijden naast fiets en OV. • Leefbaar Capelle: legt de nadruk op bereikbaarheid en doorstroming, met de auto als praktische basis naast aandacht voor verkeersveiligheid.
13
5. Sociaal domein Binnen het sociaal domein staat in de verkiezingsprogramma’s vooral centraal hoe inwoners worden ondersteund wanneer zorg, bestaanszekerheid, gezondheid of meedoen onder druk staan. Partijen herkennen daarin grotendeels dezelfde opgaven, maar verschillen vooral in de manier waarop zij ondersteuning vormgeven, welke rol zij zien voor preventie en nabijheid, en hoeveel nadruk zij leggen op regie, eigen verantwoordelijkheid en de menselijke maat.
Toegang, regie en integraliteit van hulp Alle partijen willen hulp toegankelijker en minder bureaucratisch; het verschil zit vooral in de gekozen organisatievorm. Sterk op één loket en centrale regie • GL-PvdA: één duidelijk toegangspunt voor alle zorg- en ondersteuningsvragen, met snelle beoordeling en het principe één gezin, één plan, één regisseur. • ChristenUnie: kiest bij meervoudige problematiek voor een gezamenlijke gezinsaanpak, met één gezin, één plan en één regisseur/coördinator. • CDA: legt duidelijk de nadruk op de één-loketgedachte: één aanspreekpunt, beter vindbare hulp en minder versnippering tussen regelingen Dichtbij en integraal, maar minder vastgelegd in één model • VVD: hulp moet beter vindbaar zijn, met goede samenwerking tussen organisaties en gratis onafhankelijke hulp bij aanvragen. • D66: legt de nadruk op integraal werken, laagdrempelige toegang en minder bureaucratie. • SP: wil hulp laagdrempelig en publiek organiseren, met minder marktwerking en minder versnippering in de uitvoering. • WKC: benadrukt dat inwoners niet van het kastje naar de muur moeten worden gestuurd en dat hulp moet aansluiten op de feitelijke situatie. • Leefbaar Capelle: legt de nadruk op minder regeldruk en ondersteuning die dichtbij en praktisch bereikbaar is. • EVC: zet vooral in op zichtbare, snel vindbare hulp dicht bij huis.
• SGP: benadrukt ondersteuning dichtbij en praktisch, met meer nadruk op samenredzaamheid dan op een uitgewerkt loketmodel.
Armoede, schulden en bestaanszekerheid Snelle en ruimhartige hulp • ChristenUnie: kiest het duidelijkst voor snelle en toegankelijke schuldhulp, binnen twee weken, met vroegsignalering, sociaal innen en saneringskredieten om rust te creëren. • GL-PvdA: wil armoede vroeg opsporen en mensen met schulden binnen vier weken persoonlijke hulp en begeleiding bieden, zonder schaamte of stigma.
14
•
SP: kiest voor een ruimhartige lijn: schulden en kwijtschelding moeten menselijk worden benaderd, met als uitgangspunt liever gezinnen schuldenvrij dan langdurig onder het bestaansminimum.
Ondersteunend, met nadruk op eenvoud en bereik van regelingen • CDA: bestaanszekerheid als basis; regelingen eenvoudiger, beter vindbaar en eerder inzetten via vroegsignalering. • D66: nadruk op vroegsignalering en laagdrempelige ondersteuning, met eenvoudiger regels en betere toegang. • WKC: zet in op structurele armoedebestrijding en beter gebruik van bestaande voorzieningen. • Leefbaar Capelle: richt zich vooral op praktische hulp voor inwoners die financieel vastlopen. • EVC: benadert bestaanszekerheid vooral praktisch, met nadruk op toegankelijkheid en minder systeemdruk. • SGP: benoemt hulp bij armoede en schulden, maar meer ingebed in verantwoordelijkheid en gemeenschapszin. Meer nadruk op activering en eigen inzet • VVD: erkent het belang van bestaanszekerheid, maar koppelt ondersteuning nadrukkelijk aan activering, eigen verantwoordelijkheid en meedoen.
Bijstand, werk en wederkerigheid Meer vanuit vertrouwen en menselijke maat • GL-PvdA: kiest voor een menselijker bijstand, met meer ruimte voor bijverdienen en kleine giften, minder wantrouwen en minder straflogica. • ChristenUnie: zet in op bijstand vanuit vertrouwen en menselijke maat, met ruimte voor deeltijdwerk, giften, bijverdiensten en regelluwere vormen van ondersteuning. • SP: werk moet lonen; verplichte tegenprestatie niet als uitgangspunt; uitkeringsgerechtigden niet benaderen als fraudeurs of verdienmodel. Balans tussen steun en activering • CDA: combineert ondersteuning met eigen kracht en stapsgewijze ontwikkeling richting participatie en werk. • D66: wil regels versoepelen en werken aantrekkelijker maken, maar houdt participatie en ontwikkeling wel als belangrijk uitgangspunt. • WKC: legt de nadruk op werken, opleiding en ontwikkeling; ondersteuning moet perspectief op meedoen geven. • SGP: ziet ondersteuning en bijstand binnen duidelijke kaders van verantwoordelijkheid, bijdrage en wederkerigheid. • Leefbaar Capelle: sociaal beleid is belangrijk, maar met voorwaarden; meedoen en eigen verantwoordelijkheid blijven nadrukkelijk onderdeel van de lijn. • EVC: kiest vooral voor praktische ondersteuning, maar werkt de bijstandsregels minder expliciet uit dan andere partijen.
15
Activering en wederkerigheid als uitgangspunt • VVD: het duidelijkst op activering: wie kan werken, werkt; maatwerk is mogelijk, maar controle en wederkerigheid horen bij het stelsel.
Jeugd, preventie en mentale gezondheid Preventie en vroegsignalering als kern • ChristenUnie: zet sterk in op vroegsignalering, preventie en lichte hulp, met extra aandacht voor jongeren en gezinnen en het voorkomen van escalatie; hulp zo licht mogelijk en waar nodig opschalen. • GL-PvdA: legt de nadruk op een gezonde en kansrijke start, preventie en gelijke kansen; extra ondersteuning op school en in kwetsbare wijken om problemen vroeg te ondervangen. • D66: nadruk op preventie, mentale gezondheid en vroeg erbij zijn bij problemen; koppelt dit aan laagdrempelige ondersteuning en het normaliseren van hulpvragen. • VVD: ziet preventie vooral via scholen, sportclubs en het gezin; mentale gezondheid bespreekbaar maken en jeugdhulp zo normaal en gezinsgericht mogelijk organiseren. Meer nadruk op organisatie en lokale regie van jeugdhulp • SP: wil minder marktwerking in de jeugdzorg en meer publieke regie; ondersteuning via school, huisarts en jongerenwerk, met laagdrempelige toegang en minder versnippering. • CDA: kiest voor wijkteams dichtbij, minder versnippering en betere doorverwijzing; gespecialiseerde hulp als vervolg wanneer lichtere ondersteuning niet genoeg is. • WKC: wil wachttijden terugdringen en ondersteuning beter laten aansluiten op gezinnen en kwetsbare jongeren; inzet op maatwerk en het voorkomen van kastje-naar-de-muur.
• Leefbaar Capelle: zet in op eerder ingrijpen en meer lokale regie in de jeugdhulp; praktische uitvoering en zichtbare ondersteuning in de wijk staan centraal. • EVC: benadrukt zichtbare steun voor jongeren en gezinnen, met hulp die in de wijk aanwezig en bereikbaar is; korte lijnen en praktische ondersteuning dicht bij huis. • SGP: legt de nadruk op een sterke gezinsbasis, preventie en ondersteuning vanuit de directe leefomgeving; hulp is gericht op veerkracht en tijdig voorkomen dat jongeren vastlopen.
Zorg- en steunstructuur in de wijk Concreter op formele mantelzorgondersteuning en respijtzorg • GL-PvdA: respijtzorg en waardering voor mantelzorgers, met extra aandacht voor jonge mantelzorgers en het voorkomen van overbelasting. • ChristenUnie: werkt mantelzorg breed uit met mantelzorgondersteuning, respijtzorg en het vroeg signaleren van overbelasting; nadruk op steun rond gezinnen en kwetsbaren. 16
• •
•
VVD: wil mantelzorgers beter in beeld krijgen en respijtzorg beter organiseren; ondersteuning moet praktisch zijn en tijdig ontlasten. EVC: wil ondersteuning en ouderenzorg dichter bij de wijk organiseren, met structurele respijtzorg en ondersteuning van vrijwilligers als aanvulling op professionele zorg. Leefbaar Capelle: noemt concrete mantelzorgondersteuning en respijtzorg naast buurtzorg en waardering; koppelt dit aan ontmoeting en ondersteuning dichtbij.
Meer via ontmoeting, samenredzaamheid en informele netwerken • CDA: benadrukt mantelzorg en gemeenschapszin; steun via ontmoeting, wijkvoorzieningen en het tegengaan van eenzaamheid, met een belangrijke rol voor vrijwilligers en verenigingen. • SP: legt de nadruk op toegankelijke zorg in de wijk en kleinschalige voorzieningen die mantelzorgers ontlasten; ondersteuning moet dichtbij en zonder drempels zijn. • WKC: benadrukt dat ondersteuning beter moet aansluiten op wat inwoners nodig hebben, met inzet van professionals én informele steun, zodat mensen niet verdwalen in het systeem. • SGP: legt nadruk op samenredzaamheid, ontmoeting en steun voor mantelzorgers, met meer verbinding tussen formele en informele zorg en steun vanuit de gemeenschap.
Sport en bewegen Sport en bewegen wordt door meerdere partijen expliciet gekoppeld aan gezondheid en preventie (jeugd, mentale weerbaarheid), maar partijen verschillen in hoe concreet zij dit uitwerken: van voorzieningen en verenigingsondersteuning tot vooral toegankelijk ‘meedoen’. Sport als beleidsdossier met concrete maatregelen (voorzieningen + verenigingen) • VVD: sport als basisvoorziening; inzet op samenwerking school–sport–zorg, sportaccommodaties benutten en deelname stimuleren. • CDA: investeren in sportvoorzieningen en ondersteuning van sportverenigingen/vrijwilligers; sport en bewegen als onderdeel van gezondheid en preventie. • ChristenUnie: sport als verbindend onderdeel van de wijk; nadruk op laagdrempelige sportdeelname en samenwerking met onderwijs/gezondheidsdomein. • SGP: sport en recreatie worden als apart beleidsdossier uitgewerkt, met nadruk op goed onderhouden voorzieningen, veilige en schone speelplekken in iedere wijk, ruimte voor recreatie en het stimuleren van meer bewegen door de jeugd; de uitwerking is wel duidelijk normatiever dan bij sommige andere partijen. • EVC: sport en bewegen expliciet als middel voor gezondheid en saamhorigheid; aandacht voor voorzieningen en sportdeelname in de wijk.
17
Sport vooral als toegankelijk ‘meedoen’ en gelijke kansen (drempels omlaag) • GL-PvdA: sportdeelname voor iedereen, nadruk op gelijke kansen voor kinderen/jongeren en een gezonde leefstijl. • SP: sport toegankelijk maken en deelname stimuleren, vooral voor jeugd; gekoppeld aan gezondheid en meedoen. • D66: sport vooral vanuit toegankelijkheid en deelname; verbinden aan jeugd en preventie. • WKC: sport als onderdeel van meedoen en leefbaarheid; nadruk op toegankelijkheid en laagdrempelig aanbod. Sport genoemd, maar minder uitgewerkt als apart subthema • Leefbaar Capelle: sport komt terug, maar meer als onderdeel van leefbaarheid/voorzieningen dan als uitgewerkt sportbeleid.
Onderwijs/ontwikkelkansen Onderwijs wordt door partijen vooral neergezet als sleutel voor kansengelijkheid en ontwikkeling, met verschillen in hoe expliciet zij dit uitwerken als eigen beleidslijn. • ChristenUnie, CDA, VVD, GL-PvdA, SP, D66: onderwijs als duidelijk beleidsdossier rond kansengelijkheid en ontwikkelen; nadruk op een kansrijke start, het verkleinen van achterstanden en school als ankerpunt voor vroegsignalering en ondersteuning; vaak ook aandacht voor de aansluiting school–jeugdhulp–werk/stage. • WKC, EVC, Leefbaar: onderwijs meer indirect via jeugd/sociaal domein; ontwikkelkansen vooral gekoppeld aan preventie en ondersteuning in de wijk, minder uitgewerkt in een aparte onderwijsagenda met concrete instrumenten. • SGP: onderwijs een duidelijk beleidsdossier, met aparte standpunten over onderwijsbeleid, onderwijsachterstanden en onderwijshuisvesting; de partij legt daarbij extra nadruk op vrijheid van onderwijs, vroege signalering van achterstanden, passend leerlingenvervoer, samenwerking met schoolbesturen en kwalitatief goede huisvesting, vanuit een duidelijk normatieve en identiteitsgebonden benadering.
18
6. Duurzaamheid en leefomgeving Duurzaamheid en leefomgeving gaan in de verkiezingsprogramma’s niet alleen over klimaat en energie, maar ook over de vraag hoe Capelle groen, gezond en leefbaar blijft zonder dat maatregelen onhaalbaar of onbetaalbaar worden. Partijen delen in grote lijnen het belang van een schonere en toekomstbestendige leefomgeving, maar het schuurt vooral op de mate van ambitie, de rol van gemeentelijke sturing en de vraag hoe ver de energietransitie mag ingrijpen in kosten, keuzevrijheid en de inrichting van de stad.
Ambitie, regie en betaalbaarheid van verduurzaming Meer ambitie en actieve gemeentelijke regie • GL-PvdA: zet het meest expliciet in op klimaatneutraliteit, wijkgerichte verduurzaming en actieve sturing via normen, plannen en zichtbare voortgang. • D66: werkt duurzaamheid ambitieus en planmatig uit, met nadruk op meetbaarheid, wijkgerichte keuzes en concrete voortgang. • SP: wil klimaatneutraliteit, maar nadrukkelijk met gemeentelijke regie, collectieve ondersteuning en een grote rol voor corporaties en energiecoöperaties. Wel verduurzamen, met nadruk op haalbaarheid en draagvlak • ChristenUnie: wil dat de gemeente de leiding neemt in de energietransitie, systeemkeuzes maakt en tegelijk zorgt dat de overstap haalbaar en betaalbaar blijft. • CDA: ziet duurzaamheid als gedeelde verantwoordelijkheid, werkt wijkgericht en wil vooral faciliteren en lokaal draagvlak organiseren. • SGP: werkt verduurzaming concreet uit, met een ambitie van een energieneutraal Capelle in 2040 en instrumenten zoals een dakenscan, een lokale energiecoöperatie, extra ondersteuning van buurtacties en bindende afspraken over verduurzaming van woningbezit; de partij benadert dit wel vooral praktisch, betaalbaar en vanuit haalbaarheid en draagvlak • WKC: duurzaamheid praktisch en betaalbaar, met aandacht voor milieu én portemonnee; wijkgericht waar mogelijk.
• EVC: benoemt duurzaamheid wel, minder concreet en minder instrumenteel uitgewerkt. Meer vrijwillig en kostenbewust • VVD: wil verduurzaming vooral vrijwillig houden; geen extra lokale eisen bovenop landelijke regels en geen extra kosten voor de gemeente buiten de eigen gebouwen. • Leefbaar Capelle: zet meer in op een realistische, betaalbare en woonlastenneutrale transitie, met terughoudendheid bij extra verplichtingen.
19
Energietransitie en energiekeuzes Actief op collectieve en wijkgerichte energietransitie • GL-PvdA: ziet warmtenetten, isolatie, buurtbatterijen en collectieve zonneprojecten als duidelijke versnellers van de energietransitie. • ChristenUnie: koppelt warmte en energie expliciet aan wijkgerichte systeemkeuzes, energiecoöperaties, energiecoaches en ondersteuning voor minder draagkrachtigen. • D66: staat open voor collectieve oplossingen als warmtenetten, maar nadrukkelijk gekoppeld aan betaalbaarheid, betrouwbaarheid en bewonersparticipatie. • SP: ziet isolatie als eerste stap, ondersteunt collectieve verduurzaming en wil bewoners in samenspraak laten kiezen tussen alternatieven. Praktisch en voorwaardelijk • CDA: ondersteunt energieprojecten en buurtinitiatieven, vooral via samenwerking, wijkgericht werken, haalbaarheid en draagvlak. • WKC: stimuleert zonne- en warmtecollectoren en aardgasvrij maken, maar expliciet alleen zolang dat niet ten koste gaat van groen en betaalbaarheid. • EVC: benoemt de energietransitie vooral als praktische duurzaamheidsopgave, maar werkt warmtenetten en systeemkeuzes minder expliciet uit. • SGP: erkent verduurzaming en energie, maar werkt warmtenetten of andere systeemkeuzes minder uit als apart instrument.
Terughoudender bij dwang of zware ingrepen • VVD: houdt vast aan vrijwillige verduurzaming en keuzevrijheid; warmtenetten of aardgasvrij maken mogen niet leiden tot hogere woonkosten of extra lokale verplichtingen. • Leefbaar Capelle: is terughoudend bij warmtenetten en zwaardere energiemaatregelen als die onbetaalbaar, onbetrouwbaar of te dwingend worden. Opvallende scheidslijnen binnen dit subthema • Windenergie: ChristenUnie is het meest expliciet pro-wind, mits bewoners tijdig worden betrokken en kunnen meeprofiteren; SP wijst nieuwe windmolens af; WKC is terughoudend; Leefbaar Capelle is expliciet tegen grootschalige windmolens. • Zon op dak: dit krijgt bij veel partijen relatief meer steun dan wind op land, vooral bij GL-PvdA, ChristenUnie, SP en WKC.
20
Groene en gezonde leefomgeving Sterk op klimaatadaptatie, vergroening en schone lucht • GL-PvdA: koppelt vergroening, waterberging, biodiversiteit, circulair bouwen en luchtkwaliteit expliciet aan gezondheid; ook het strengst op houtrook en luchtmeting. • ChristenUnie: zet stevig in op klimaatadaptatie, biodiversiteit, schoon luchtbeleid en natuurvriendelijk beheer; wil houtkachels alleen nog met filter toestaan. • D66: legt veel nadruk op klimaatadaptatie, meetbaarheid, schone lucht en structurele vergroening per wijk. Praktisch groen en leefbaarheid als kern • CDA: verbindt duurzaamheid sterk aan leefbaarheid, vergroening, wateroverlast en hittestress, met veel nadruk op wijkgericht en samen met bewoners. • SP: zet sterk in op groenbeheer, bomen, minder verstening, buurttuinen en minder restafval, maar benadert dit vooral praktisch en wijkgericht. • WKC: ziet een gezonde leefomgeving als kern van duurzaamheid, met nadruk op groen, afvalscheiding en hergebruik. • SGP: werkt een groene en gezonde leefomgeving concreet uit, met aandacht voor klimaatbestendigheid, wateropvang, gescheiden regenwaterafvoer, waterveiligheid, lucht- en waterkwaliteit en bescherming van bestaande groene gebieden tegen verdere verstening en verdichting; de partij benadert dit wel vooral praktisch, behoudend en vanuit leefbaarheid en rentmeesterschap.
• EVC: benoemt leefbaarheid, groen en een nette wijk, maar werkt klimaatadaptatie en luchtkwaliteit minder concreet uit. Meer terughoudend en kostenbewust • VVD: wil groen behouden en water vasthouden; maatregelen moeten praktisch en betaalbaar zijn, zonder extra lokale eisen. • Leefbaar Capelle: legt veel nadruk op een schone en prettige leefomgeving, maar is terughoudender met extra verboden, prikkels of kostbare verplichtingen. Opvallende scheidslijnen binnen dit subthema • Afval en prikkels: GL-PvdA staat het meest open voor financiële sturing op restafval; SP wijst Diftar expliciet af; ChristenUnie wil eerst pilots en evaluatie; VVD wil afvalscheiding vooral haalbaar en betaalbaar houden.
21
7. Cultuur, gemeenschap en samenleven Cultuur, gemeenschap en samenleven gaan in de verkiezingsprogramma’s niet alleen over voorzieningen of evenementen, maar ook over de vraag wat inwoners met elkaar verbindt en welke waarden, tradities en ontmoetingsplekken daarbij centraal staan. Partijen erkennen breed het belang van ontmoeting, verenigingen en meedoen, maar verschillen duidelijk in de nadruk die zij leggen op traditie en gemeenschap, inclusie en toegankelijkheid, of juist normen en gedeelde waarden.
Cultuur, tradities en evenementen Cultuur en evenementen als duidelijke identiteitsdrager • Leefbaar Capelle: zet sterk in op tradities, evenementen en lokale identiteit; cultuur is hier ook een vorm van stadstrots en samenhang. • EVC: werkt evenementen en ontmoeting expliciet uit als middel om wijken en inwoners te verbinden; stadsevenementen zijn hier echt beleid. • CDA: koppelt cultuur en traditie expliciet aan gemeenschap en identiteit, met concrete verwijzingen naar tradities als de Sinterklaasintocht en de kermis. Cultuur vooral als toegankelijk aanbod en ontmoeting • ChristenUnie: benadrukt cultuur als toegankelijk, betaalbaar en verbindend, met veel nadruk op erfgoed, cultuuronderwijs en ontmoeting. • GL-PvdA: legt meer nadruk op inclusieve cultuur, ontmoeting en laagdrempelige wijkactiviteiten dan op traditie als identiteitspolitiek. • D66: cultuur vooral als toegankelijkheid, meedoen en stedelijke voorzieningen; minder nadruk op tradities als beleidskern. • VVD: cultuur vooral als aanbod dat toegankelijk moet blijven, met behoud van erfgoed en voorzieningen; minder nadruk op tradities als identiteitslijn. • WKC: cultuur en ontmoeting vooral praktisch en verbindend, minder expliciet uitgewerkt als traditie- of evenementendossier. • SP: cultuur vooral als meedoen en toegankelijk aanbod, minder als afzonderlijk identiteitsthema.
Cultuur/traditie als normatief en behoudend dossier • SGP: cultuur, erfgoed en evenementen worden uitgewerkt, met nadruk op behoud van bestaande cultuur, lokale gewoonten, bibliotheekvoorzieningen, monumentenzorg en strenge voorwaarden aan evenementen; de invalshoek is daarbij vooral behoudend, normatief en gericht op leefbaarheid en orde, meer dan op cultuur als breed toegankelijk vrijetijdsaanbod.
Gemeenschap, verenigingen en ontmoeting Gemeenschap als dragende structuur • ChristenUnie: het meest expliciet over samenleven via gemeenschappen, met duidelijke ruimte voor verenigingen en kerken als maatschappelijke verbanden.
22
•
•
SGP: legt sterk de nadruk op gemeenschap, samenredzaamheid en een meer normatief gedragen samenleving, met verenigingen en sociale verbanden als vanzelfsprekende pijlers CDA: zet zwaar in op gemeenschap, vrijwilligers, verenigingen en ontmoetingsplekken; dit is echt een kern van het programma.
Gemeenschap vooral via ontmoeting en sociale samenhang • EVC: legt veel nadruk op saamhorigheid, ontmoeting in de wijk en het versterken van het dorpse gevoel. • Leefbaar Capelle: zet sterk in op wijksamenhang, verenigingen en praktische ontmoeting, maar minder vanuit een religieuze of ideologische grondslag. • GL-PvdA: werkt gemeenschap uit via ontmoetingsplekken, vrijwilligerswerk, wijkactiviteiten en sociale cohesie. • WKC: legt nadruk op sociale cohesie en een prettige, inclusieve leefomgeving, meer praktisch dan institutioneel. Meer via voorzieningen en toegankelijk meedoen • D66: benadert samenleven vooral via meedoen, toegankelijkheid en publieke voorzieningen, minder via verenigingen of traditionele verbanden als kern. • VVD: erkent het belang van verenigingen en vrijwilligers, maar legt minder nadruk op een breed samenlevingsmodel rond gemeenschap als beleidsprincipe. • SP: legt het accent meer op deelname en bereikbare voorzieningen dan op gemeenschap als dragende structuur.
Inclusie, normen en samenleven Normatief en meer op gedeelde waarden • SGP: het meest normatief; samenleven gekoppeld aan gedeelde waarden, morele kaders en begrenzing in de openbare ruimte. • ChristenUnie: ook normatief, maar vooral vanuit zorg, verbondenheid en bescherming van kwetsbaren; nadruk op verantwoordelijkheid en omzien naar elkaar. • CDA: legt nadruk op inclusie én verantwoordelijkheid en gemeenschapszin; normerend, maar minder scherp dan SGP/ChristenUnie. Inclusie en toegankelijkheid als kern • D66: nadruk op inclusie, toegankelijkheid en meedoen, meer dan op morele leefstijlregels. • GL-PvdA: samenleven via inclusie, toegankelijkheid, ontmoeting en ruimte voor diversiteit. • WKC: benadrukt dat iedereen zich welkom moet voelen en legt de nadruk op verbinding en inclusie in de wijk. Leefbaarheid, orde en praktische ruimte • VVD: laat meer ruimte voor keuzevrijheid in leefstijl en verbindt normen vooral aan orde, veiligheid en een toegankelijke openbare ruimte.
23
• • •
Leefbaar Capelle: koppelt normen vooral aan leefbaarheid, netheid, veiligheid en lokale identiteit, minder aan religieuze normstelling. EVC: benadert samenleven vooral praktisch via saamhorigheid, wijkgevoel en sociale rust. SP: legt nadruk op meedoen en solidariteit, minder op expliciete morele normstelling.
24
8. Economie, begroting en lokale lasten Economie, begroting en lokale lasten draaien in de verkiezingsprogramma’s om de vraag hoeveel financiële ruimte de gemeente heeft om te investeren, en wie de lasten daarvan draagt. Partijen delen het belang van een sterke lokale economie, steun voor ondernemers en een financieel houdbare koers, maar verschillen vooral in hoe terughoudend of actief de gemeente financieel moet sturen, hoeveel ruimte er is voor lastenverhoging en of heffingen alleen kostendekkend zijn of ook als beleidsinstrument mogen worden ingezet.
Lasten en financiële discipline Lage lasten als harde lijn • VVD: lasten zo laag mogelijk; eerst naar eigen uitgaven kijken; stevige begrotingsdiscipline, weinig subsidies en heffingen kostendekkend. • Leefbaar Capelle: “laagste lasten” als kernprioriteit. • SGP: financieel prudent; gezonde begroting en terughoudend met lastenverhoging. Beheerst/prudent (inflatieplafond, risico’s beheersen) • CDA: expliciet inflatieslot op OZB; heffingen/leges met duidelijke relatie tot kosten; sober financieel beleid. • ChristenUnie: prudent en risicobewust; voorzieningen met “nood van inwoners” ontzien bij bezuinigingen; OZB in dit kader genoemd. • WKC: nadruk op solide financiële positie en betaalbare lokale heffingen; terughoudend met risicovolle investeringen. Meer investeringsruimte, ook als dat (gericht) extra inkomsten vraagt • GL-PvdA: expliciet: OZB mag omhoog om voorzieningen overeind te houden en investeringen te doen (armoede, isolatie, zorg), met “eerlijk verdelen”. • D66: “dekking eerst”: investeren kan, maar structureel sluitend en onderbouwd.
Heffingen en prikkels Kostendekkend, geen verdienmodel • VVD: heffingen/leges zoveel mogelijk gelijk aan werkelijke kosten; “wie gebruikt, betaalt”; afwijzend op brede kwijtschelding. • CDA: heffingen eerlijk en besteed aan het doel waarvoor ze zijn geheven; leges gekoppeld aan kosten. • WKC: heffingen betaalbaar en kostendekkend; voorzichtig dat lasten niet onevenredig bij minder draagkrachtigen landen. Prikkels/beleid gebruiken om gedrag te sturen • GL-PvdA: wil sturen op afval/restafval (meer betalen bij veel restafval). • D66: wil Diftar onderzoeken, maar alleen als het aantoonbaar effectief én eerlijk is.
25
Tegen Diftar / individuele tariefprikkels (wel handhaving tegen dumping) • SP: wijst Diftar expliciet af; wel stevige aanpak afvaltoerisme en betere toegangscontrole containers. • Leefbaar Capelle: liever handhaving en kostendekkendheid dan individuele tariefprikkels. • CDA: Diftar alleen als het goed uitvoerbaar is; wel stevig tegen dumping (camera’s/boetes).
Ondernemersklimaat, centrum en voorzieningen Ondernemersruimte + minder regeldruk • VVD: minder regels, goed bereikbaar, lokaal inkopen waar mogelijk; centrum levendiger (horeca/terrassen), markt versterken; BIZ uitbreiden. • EVC: ruimte voor initiatief; regels vereenvoudigen en procedures versnellen; bedrijventerreinen vitaal en toekomstbestendig. • Leefbaar Capelle: ondernemers ruimte geven; winkelcentra en markt versterken. Balans: ondernemers steunen, met wijk/voorzieningen en verantwoordelijkheid • CDA: ondernemersloket, onnodige vergunningen schrappen en lokale ondernemers meenemen bij aanbestedingen; regie op levensvatbare winkelgebieden en samenwerking. • ChristenUnie: ondernemers ondersteunen via samenwerking (o.a. ondernemersfonds/BIZ), bereikbaarheid OV/fiets en aandacht voor leefbaarheid en veiligheid rond winkelgebieden. • WKC: ondernemers ondersteunen via eenvoudiger procedures en een aantrekkelijk, leefbaar centrum; minder nadruk op “minder regels” als kernframe. • D66: ondernemerschap vooral via innovatie, digitalisering en toekomstbestendigheid; minder nadruk op “minder regels” als hoofdboodschap.
• SGP: is concreet uitgewerkt, met nadruk op een gunstig ondernemersklimaat, vereenvoudiging van regels, steun voor MKB en wijkwinkelcentra, terughoudendheid bij overlastgevende horeca en gerichte kwaliteitsimpulsen voor bedrijventerreinen en transformatiegebieden; de partij benadert dit wel behoudender en meer vanuit kwaliteit, leefbaarheid en verantwoordelijkheid dan vanuit een puur groeimodel. Meer voorwaarden en ‘eerlijke economie’ • GL-PvdA: koppelt economie aan eerlijkheid/duurzaamheid en sociale basis; ruimte voor investeringen in voorzieningen. • SP: kritischer op marktlogica; voorwaarden bij inkoop/aanbesteding en nadruk op bescherming van leefbaarheid en gezondheid.
26
Opvallende scheidslijn binnen dit subthema – Koopzondag en openingstijden Voor verruiming/keuzevrijheid • VVD: ondernemers bepalen; ruimte voor koopzondag en ruimere openingstijden. • Leefbaar Capelle: keuzevrijheid; koopzondag open wanneer ondernemers dat willen. Terughoudend/waardenkader • CDA: terughoudend; geen uitbreiding en geen druk richting winkeliers. • ChristenUnie: expliciet tegen uitbreiding van koopzondagen; winkeliers moeten niet gedwongen worden om op zondag open te gaan. • SGP: zondag als rustdag; 12 Capelse rustdagen per jaar en geen openbare evenementen op zondag. Niet als kernpunt uitgewerkt • D66, GL-PvdA, WKC, SP, EVC: koopzondag/openingstijden niet als apart kernpunt uitgewerkt.
Subsidies en “waar snij je wel/niet” Streng filter: alleen als nodig/ effectiviteit voorop • VVD: subsidies alleen als het echt nodig is. • WKC: subsidies alleen met duidelijke maatschappelijke meerwaarde en aantoonbaar effect; voorzichtig met risicovolle investeringen. • SGP: terughoudend met subsidies; sober en verantwoord financieel beleid. Gericht ondersteunen (verenigingen/initiatieven), met nadruk op uitvoerbaarheid • CDA: ruimte voor maatschappelijke initiatieven; regels eenvoudiger; vertrouwen en achteraf evalueren. • ChristenUnie: gericht ondersteunen van initiatieven en verenigingen; nadruk op kwaliteit, effect en uitvoerbaarheid. • EVC: praktische lijn; steun aan initiatieven/ondernemers via netwerken en snellere procedures. • D66: subsidies als beleidsinstrument kan, maar alleen onderbouwd, transparant en meetbaar. • GL-PvdA: subsidies/investeringen gericht inzetten voor sociale basis en circulaire initiatieven.
27