20260511 Inspreektekst Van Vliet
Tekst van het document
Capelle aan den IJssel, 11-5-2026 Geachte aanwezigen, Graag maak ik gebruik van mijn spreekrecht om een reactie te geven op de nota van beantwoording inzake het Stationsgebied Schollevaar.
Stelt u zich voor...
Het is zondagochtend, u zit thuis op de bank en uit uw raam ziet u de dakrand van een gebouw met daarboven de blauwe lucht en de zon die heerlijk de kamer in schijnt Ineens bekruipt u een claustrofobisch gevoel, omdat u zich beseft dat dit over enige tijd niet meer het geval zal zijn. Er zal namelijk een aanzienlijk hoger appartementengebouw verschijnen. Dit claustrofobische gevoel is precies wat mij laatst overkwam en niet voor de eerste keer! Die dakrand is namelijk van het gezondheidscentrum aan de Spoorlaan op slechts 30 meter uit mijn zijtuin. Dit centrum (in het plan bekend als blok 1) moet plaatsmaken voor een appartementengebouw en de Spoorlaan moet er achterlangs gaan lopen.
In mijn zienswijze (nr. 17 in de nota van beantwoording) ben ik uitgebreid ingegaan op de consequenties hiervan voor mijn woongenot. Zoals het aanmerkelijk verlies van zon en privacy. Maar ook, dat bij het verplaatsen van de Spoorlaan het gebouw nóg dichterbij mijn woning zal komen te staan. Verder heb ik zorgen over de veiligheid van het beoogde parkje. Wordt dit een plek voor de buurt, of een ongure hangplek? Via de nota van beantwoording heb ik op mijn zienswijze een uitgebreide reactie ontvangen. Dank hiervoor! In de reactie wordt verwezen naar de Stadsvisie, de Omgevingsagenda en het Toetsingskader Hoogbouw en dat pas in de vólgende ontwerpfasen wordt bepaald hoe het gebouw wordt vormgegeven en hoe het gebouw precies op de kavel komt te staan. En dat de bewoners erbij betrokken zullen worden.
Maar toch ben ik nog niet gerustgesteld. Het geeft mij namelijk op dit moment nog geen enkele zekerheid over de werkelijke inbreng die ik straks nog heb, of over de bouwhoogte - mijn grootste bezwaar! Het valt mij op, dat aanpassingen tot nu toe wel gaan over de inrichting van de wegen maar niet over de woningen. Mijn vragen zijn dan ook:
Op welke wijze worden omwonenden precies betrokken? Is het alleen informeren, of is er werkelijk inspraak mogelijk? Welke concrete afstandsnormen, privacyrichtlijnen en bezonningsnormen worden er gehanteerd? Hoe wordt objectiviteit van de onderzoeken geborgd?
Hoewel mijn zorgen zich vandaag specifiek richten op de impact van blok 1 op mijn directe woonomgeving, besef ik dat dit blok slechts één onderdeel is van een groter geheel van de beoogde 450-650 woningen die samen een enorme druk op de wijk zullen leggen. Begrijp me niet verkeerd: ik ben niet tegen verandering en ik begrijp de opdracht van de gemeente. Er moeten woningen bij. Het liefst wordt het plan voor 1 juli goedgekeurd, zodat het geen vertraging oploopt door de netcongestieregels die daarna ingaan.
Maar tegelijkertijd lees ik in de nota van beantwoording dat er nog enorm veel onderzocht moet worden, zoals:
Schaduwwerking en wind Akoestiek en trilling Openbare ruimte, mobiliteit en maatschappelijke voorzieningen Verplaatsen Irado en school Accent Inrichting P+R en Burg.Bakkerlaan
Gezien deze lange lijst aan openstaande vragen is het voortijdig afsluiten van de conceptfase niet wenselijk. Woningbouw is immers meer dan stenen stapelen. De inpassing in een bestaande woonwijk vereist een zorgvuldige aanpak met oog voor de leefomgeving en de impact op de huidige bewoners. Laat ik vooropstellen: ik ben niet tegen de woningbouw en er is zeker ruimte voor uitbreiding.
Maar 450 tot 650 woningen op zo'n klein gebied rond het station is simpelweg te veel. Dit dwingt tot hoogbouw die niet passend is binnen de bestaande omgeving. De aanblik verandert hierdoor ingrijpend en de verkeersdrukte zal aanzienlijk toenemen. Gaat dit de leefbaarheid dienen? Ik vrees van niet! Ik pleit dan ook voor kleinschaligheid die sociale verbinding stimuleert, in plaats van de anonimiteit die hoogbouw vaak met zich meebrengt. Daarom verzoek ik het college en de raadscommissie met klem om het plan te heroverwegen en de geplande bouwhoogte te halveren, zodat het project beter aansluit bij de bestaande bebouwing en de menselijke maat behouden blijft.
Anders zal er geen sprake zijn van verdichting, maar van verstikking.
Dank voor uw aandacht. Henny van Vliet