CConstaterende datCapelle aan den IJssel
Koppel je AI →
Document · PDF

2025-12-01 Inspreken WMO verordening Paula van der Poel

Commissie Samenleving en Economie 1 december 2025, gemeente Capelle aan den IJsselBij agendapunt: Spreekrecht inwoners829 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Voorzitter, leden van de commissie, Ik wil uw aandacht vragen voor een belangrijk knelpunt in het voorliggende raadsvoorstel: verordening maatschappelijk ondersteuning 2026. In de Wmo-verordening 2026 functioneren de artikelen 6, 11 en 12 als een soort beslisboom. De verordening maakt de weigeringsgronden van artikel 11 discretionair en in artikel 12 worden ook de uitzonderingen op de weigeringsgronden discretionair gemaakt. Daarom is het woord “kan” in artikel 12 van essentieel belang. Door het gebruik van het woord “kan” blijft de verlening van Wmo-maatwerkvoorzieningen aan Wlz-gerechtigden discretionair, uitsluitend vanwege het feit dat zij een Wlzindicatie hebben. En juist dát zou niet het geval mogen zijn. De aanwezigheid van een Wlz-indicatie mag geen reden zijn om de aanspraak op Wmo-ondersteuning afhankelijk te maken van beleidsvrijheid, zeker wanneer de voorziening noodzakelijk is op grond van het compensatiebeginsel In de praktijk is bovengenoemde echter onvoldoende helder voor inwoners en zullen praktische problemen ontstaan.

Thuiswonende inwoners met een Wlz-indicatie kunnen denken dat ze geen Wmo-voorziening kunnen aanvragen wegens artikel 11. Ambtenaren kunnen artikel 12 verschillend interpreteren, wat leidt tot: - niet-uniforme besluiten - reflexmatige verwijzing naar de Wlz - inwoners die afzien van Wmo-aanvragen uit angst dat zij de Wlz-indicatie moeten verzilveren en dus worden opgenomen in een instelling. Dit druist in tegen de bedoeling van de Wmo én Wlz namelijk, dat inwoners zo lang mogelijk thuis kunnen blijven wonen. In mijn eigen zaak bij de Centrale Raad van Beroep kreeg mijn moeder, met een Wlz-indicatie én thuiswonend, recht op individuele vervoervoorzieningen. De gemeente heeft dit 1

afgewezen, maar de Centrale Raad van Beroep bevestigde dat een Wlz-indicatie geen automatische uitsluiting van Wmovoorzieningen betekent. Er moet gekeken naar de hulpvraag!

Het college heeft altijd de onderzoeksplicht (artikel 2.3.2 Wmo 2015). De gemeente onderzoekt zelf of de gevraagde voorziening onder de Wlz of Wmo valt. De cliënt hoeft niet aan te tonen dat de Wlz iets niet kan leveren. Artikel 12 verplicht het college zorgvuldig te motiveren wanneer Wmo-inzet nodig is.

Wat is onduidelijk in de verordening?

Deze onduidelijkheid is ontstaan door de uitzonderingen van artikel 12 en aanpalende wetgeving, de huidige tekst is onvoldoende zichtbaar en maakt uitsluitend referentie naar artikel 8.6 lid a zonder de rechten te benoemen. Doordat in lid 3 van artikel 12 opgenomen uitzondering op de weigeringsgronden wel kan worden toegepast maar niet noodzakelijkerwijs moet worden toegepast, ontstaat er feitelijk een discretionaire toetsing voor thuiswonende Wlz-geïndiceerde. Dit is in strijd met artikel 8.6.a van de Wmo 2015, waarin juist is bepaald dat deze groep inwoners niet mag worden uitgesloten van maatwerkvoorzieningen op grond van hun Wlz-indicatie.

Waarom is verduidelijking nodig? Een Wlz-indicatie mag nooit leiden tot verlies van autonomie of toegang tot de Wmo.

Een mogelijke oplossing is het herformulering van Artikel 12 2

1. Bij aanvragen van cliënten met een Wlz-indicatie rust de onderzoeksplicht bij het college. 2. De cliënt hoeft niet aan te tonen dat de Wlz iets niet kan leveren. 3. Indien de hulpvraag buiten de Wlz valt, verstrekt het college passende Wmo-voorzieningen. 4. Artikel 12 doorbreekt de weigeringsgronden van artikel 11 waar Wmo-inzet noodzakelijk en passend is. 5. Het college motiveert in elk besluit of en hoe artikel 12 is toegepast, zodat rechtszekerheid en uniformiteit gewaarborgd zijn.

Een andere oplossing is om de weigeringsgronden van artikel 11 lid b te laten vervallen, de aanwezigheid van een Wlz-indicatie vormt geen grond voor weigering. Het schrappen van de weigeringsgrond uit artikel 11 is naar mijn oordeel de meest zuivere en rechtmatige oplossing om meerdere redenen: Ten eerste brengt het de uitvoering van de Wmo terug naar het compensatiebeginsel, het kernprincipe van de wet. De ondersteuning moet aansluiten bij de individuele beperkingen en behoeften van inwoners, ongeacht de aanwezigheid van een Wlz-indicatie. Ten tweede voorkomt het schrappen van deze weigeringsgrond mogelijke spanningen met het Europees recht op zelfstandig wonen en maatschappelijke participatie. Inwoners met een Wlzindicatie die thuis blijven wonen, hebben evenzeer recht op ondersteuning die hun zelfredzaamheid waarborgt. Ten derde voorkomt deze aanpassing dat artikel 12 telkens opnieuw op verschillende manieren moet worden geïnterpreteerd. Door de weigeringsgrond te verwijderen, ontstaat er een heldere en eenduidige verordening zonder tegenstrijdigheden. 3

Tot slot sluit deze wijziging volledig aan bij artikel 8.6a van de Wmo, waarin expliciet is bepaald dat Wlz-gerechtigden die thuis wonen bepaalde Wmo-maatwerkvoorzieningen kunnen aanvragen, zoals hulpmiddelen of woningaanpassingen. Met deze wijziging wordt de verordening inhoudelijk en juridisch consistent:

4

Concluderend Onafhankelijk of artikel 11 of 12 wordt aangepast leidt dit tot: - beschermen kwetsbare inwoners - voorkomen van willekeur en misverstanden - versterken van vertrouwen dat een Wlz-indicatie geen reden is om ondersteuning te mijden

Naschrift: Na afloop van behandeling van dit agendapunt is nog met de ondersteunende ambtenaar gesproken. De ambtenaar zag na enige tijd in dat artikel 8.6 lid a welke altijd moet gelden met de huidige tekst niet hoeft te gelden. Het zal aan de juridische afdeling worden voorgelegd.

5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16319675/2