20210405 CDA tech vragen Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs
Tekst van het document
CDA Technische vragen Commissie SLE 7 april 2021, punt 7.Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs Capelle2021 Amtelijk behandelaar: J. van Zwoll Afdeling / Unit: SL - Samenleving Opsteller : Jolanda den Engelsman (7 technische vragen) Datum 5 april 2021. 07.02 BBV: Concept Beleidsregel bekostiging bewegingsonderwijs 2021 (=Collegebesluit) Vraag 1 : In 2015 was de beleidsregel toegevoegd bij de raadsstukken, kan dit ook nu worden toegevoegd! Antwoord: Het vaststellen van de beleidsregel bekostiging bewegingsonderwijs is een bevoegdheid van het college. Deze maakt geen onderdeel uit van de raadsbundel (maakt geen onderdeel uit van het voorstel van het college aan de raad). De beleidsregel is nu nog een concept en wordt definitief na vaststelling van de verordening door gemeenteraad. De vaststelde concept beleidsregel is openbaar. Ik zal zorgen dat deze apart aan u toegezonden wordt.
Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs Capelle2021 Pagina 6 Hoofdstuk 2. Programma en overzicht Paragraaf 2.1. Aanvragen programma Artikel 6. Indienen aanvraag 1. Een aanvraag om opname van een voorziening op het programma wordt door het bevoegd gezag bij het college ingediend en moet uiterlijk [datum (bijvoorbeeld 31 januari)] van het jaar waarin van het betreffende programma wordt vastgesteld zijn ontvangen. Hierbij wordt gebruik gemaakt van een door het college vastgesteld formulier. Vraag 2: Dient hier nog een specifieke datum te worden ingevuld! Antwoord: Ja, de datum hiervoor is 31 januari. Dit zal worden aangepast en correct worden weergegeven. Pagina 9. Artikel 16. Vervallen aanspraak op bekostiging Punt 1……………………………….. De aanspraak op bekostiging vervalt als niet aan deze verplichtingen wordt voldaan. Bij de Verordening 2015 (BBV 15-12-2014) is voor Capelle afgeweken van het standaard model VNG
In artikel 16, 1e lid is het woord 'vervalt' geschrapt en gewijzigd in 'kan vervallen'. Argument is dat partijen met elkaar in overleg zijn en weten waarom een voorziening niet tijdig kan worden uitgevoerd. Als aanvrager verzuimt uitstel aan te vragen vervalt de beschikking en is er sprake van onrechtmatig handelen als het proces wordt voortgezet. Door er een 'kan-bepaling' van te maken is rechtmatigheid gegarandeerd. Evenzo is artikel 20, 2e lid aangepast
Vraag 3: Is deze afwijking nog van toepassing en dient deze dan nog opgenomen te worden!
Antwoord: Vanuit de VNG is hiernaar gekeken en artikel 16.3 en 16.4 garanderen dat de mogelijkheid is tot verlenging, maar hier dient wel een schriftelijke aanvraag voor gedaan worden; ; het is zorgvuldig om dit ook vast te leggen. De huidige passage is conform de modelverordening. Ten zij; maar waar de verordening niet voorziet is artikel 30 aanvullend altijd van toepassing. Pagina 11 Artikel 25. Vergoeding (= standaard tekst VNG model) De betrokken bevoegde gezagsorganen stellen in onderling overleg de vergoeding voor het medegebruik vast. Hierbij wordt als uitgangspunt genomen dat de vergoeding kostendekkend dient te zijn. Als geen overeenstemming wordt bereikt stellen partijen in onderling overleg vast welke handelswijze wordt gevolgd . Bij de Verordening 2015 (BBV 15-12-2014) is voor Capelle afgeweken van het standaard model VNG
In artikel 25 van de modelverordening staat: 'De betrokken bevoegde gezagsorganen stellen in onderling overleg de vergoeding voor het medegebruik vast. Hierbij wordt als uitgangspunt genomen dat de vergoeding kostendekkend dient te zijn.' Voorgesteld wordt de zin 'Indien dit overleg niet tot overeenstemming leidt, geldt het bedrag dat voor elke groep bij meer dan zes groepen ter beschikking wordt gesteld binnen de groepsafhankelijke programma's van eisen voor het basisonderwijs, zoals jaarlijks wordt bekendgemaakt door het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen' toe te voegen. De situatie is gelijk aan wat in het verleden werd toegepast.
Tekst verordening Raad 15-12-2014 Verordening Artikel 25. Vergoeding De betrokken bevoegde gezagsorganen stellen in onderling overleg de vergoeding voor het medegebruik vast. Hierbij wordt als uitgangspunt genomen dat de vergoeding kostendekkend dient te zijn. Indien dit overleg niet tot overeenstemming leidt, geldt het bedrag dat voor elke groep bij meer dan zes groepen ter beschikking wordt gesteld binnen de groepsafhankelijke programma's van eisen voor het basisonderwijs, zoals jaarlijks wordt bekendgemaakt door het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen.
Vraag 4: Is deze afwijking nog van toepassing en dient deze dan nog opgenomen te worden! Antwoord: Nee, deze hoeft niet opgenomen te worden. Dit betreft een vereenvoudiging van de verordening t.o.v. de vorige verordening en deze vereenvoudiging is tevens passend bij de juridische eigendomsverhoudingen (medegebruiksvergoeding wordt bepaald tussen de juridische eigenaren van de gebouwen – in de meeste gevallen zijn dit de schoolbesturen). Pagina 12 Hoofdstuk 5. Einde gebruik gebouwen en terreinen Artikel 28. Staat van onderhoud 1. Als het bevoegd gezag aan het college schriftelijk meldt dat een gebouw of terrein niet meer nodig is voor het huisvesten van een school Pagina 19-20 Bijlage III – Criteria vaststellen capaciteit, ruimtebehoefte en aanvullende ruimtebehoefte A.1.3. Rangorde hoofdgebouwen en dislocaties Als een schoolbestuur voornemens is een hoofdvestiging, nevenvestiging of dislocatie af te stoten, wordt in overleg met het college vastgesteld welk gebouw wordt afgestoten.
Vraag 5: Hoe verhoudt dit zich tot artikel 159 WPO informeren gemeenteraad! (*)Artikel 159 van de Wet op het primair onderwijs (WPO) is vastgelegd dat een schoolbestuur voor openbaar onderwijs bij opheffing van een school (hoofd- of nevenvestiging) de gemeenteraad uiterlijk op 1 augustus van het schooljaar voorafgaand aan de beoogde datum van opheffing moet informeren. Indien de gemeenteraad voor 1 februari daaropvolgend besluit dat hij de school in stand wenst te houden, wordt deze niet opgeheven, maar wordt de instandhouding daarvan overgedragen aan de gemeente.
Antwoord: Artikel 159 WPO betreft opheffing van een school (dan bestaat school echt niet meer als juridische hoofd- of nevenvevestiging). Dit artikel uit de verordening gaat over het niet meer nodig hebben nodig hebben van een gebouw of terrein, maar dan kan een school of nevenvestiging (bijvoorbeeld op een andere locatie) nog wel blijven bestaan. Pagina 30 A.3.6. Toeslag paalfundering school voor voortgezet onderwijs 1. Voor de school voor voortgezet onderwijs is het bedrag van de normkosten gebaseerd op een standaardlocatie. Voor de volgende aanvullende investeringskosten wordt, indien noodzakelijk, een aanvullend bedrag beschikbaar gesteld: a. paalfundering en b bemaling. Vraag 6: Is dit voor basis onderwijs niet nodig of is dit elders in een artikel opgenomen, kindcentrum Florabuurt wordt straks drie/vier verdiepingen hoog! Antwoord: Er is ook een toeslag paalfundering voor het basisonderwijs in deze verordening opgenomen. Pagina 60 Bijlage III – Beoordelingscriteria capaciteit, ruimtebehoefte en aanvullende ruimtebehoefte Deel A – Vaststellen capaciteit A.1.5. Inventaris Het vaststellen van het aantal leerlingen waarvoor eerste inrichting is bekostigd is noodzakelijk voor het beoordelen van een aanvraag voor het bekostigen uitbreiding van eerste inrichting.
Evenals geldt voor het schoolgebouw is de uitbreiding van de eerste inrichting gekoppeld aan de uitbreiding met het aantal m2 bruto vloeroppervlakte.
Uitgangspunt is dat op [datum (bijvoorbeeld 1 januari 2015)] de eerste inrichting is bekostigd waarop het bevoegd gezag tot die datum aanspraak maakte. Vraag 7: Dient hier nog een specifieke datum te worden ingevuld! Antwoord: De datum is 1 januari 2015, dit zal worden aangepast en correct worden weergegeven.