16.03 - Was-wordt lijst wijzigingen Financiële Verordening
Tekst van het document
Was-wordt lijst Financiële Verordening 2025 Bijlage bij collegebesluit Wijziging van Financiële Verordening Capelle aan den IJssel Nr
Artikel
Onderwerp
Huidige verordening
Nieuwe verordening
Toelichting
Algemene wijziging 1 2 3
De nummering van de artikelen is aangepast vanwege het toevoegen van de paragraaf rechtmatigheids- verantwoording. Vanaf 2025 is de inrichting van de P&C-cyclus gewijzigd. Ten behoeve van de nieuwe indeling zijn er op diverse plekken aanpassingen gedaan. De voorjaar- en najaarsnota zijn geen onderdeel meer van de cyclus en de kadernota en slotwijziging hebben hier een plek in gekregen. Vanaf vorig jaar rapporteren we niet meer over de eerst volgende zeven jaar, maar vier jaar, dit is waar van toepassing aangepast in de verordening.
Aanpassing artikelen 4
1 lid 4,5,6
Begripsbepaling
vervallen
5
3 lid 2
Financiële positie
6
3 lid 3
Bij de uiteenzetting van de financiële positie in de Begroting wordt van de nieuwe investeringen per investering het benodigde investeringskrediet weergegeven en wordt van de lopende investeringen het geautoriseerde investeringskrediet en de raming van de uitputting van het investeringskrediet in het lopende boekjaar weergegeven. In de Jaarrekening wordt van de investeringen de uitputting van de geautoriseerde investeringskredieten en het verschil tussen raming en realisatie weergegeven. Aanvullend wordt in de tussenrapportages naast deze informatie ook een prognose van de verwachte uitgaven opgenomen op einde looptijd van de investering.
Bij de uiteenzetting van de financiële positie in de Begroting wordt van de nieuwe investeringen per investering het benodigde investeringsbudget weergegeven en wordt van de lopende investeringen het geautoriseerde investeringsbudget en de raming van de uitputting van het investeringsbudget in het lopende boekjaar (verdicht) weergegeven. In de Jaarrekening wordt van de investeringen de uitputting van de geautoriseerde investeringsbudgetten en het verschil tussen raming en realisatie weergegeven.
7
3 lid 4
Jaarstukken
vervallen
-
Nieuwe P&C-cyclus
8
3 lid 5
Tussentijdse rapportages
Het college informeert de raad door middel van tussentijdse rapportages over de realisatie van de begroting van de gemeente over de eerste drie maanden en de eerste acht maanden van het lopende boekjaar. Dit gebeurt als onderdeel van de Voorjaarsnota en de Najaarsnota.
3 lid 4 Het college informeert de raad door middel van tussentijdse rapportages over de realisatie van de begroting
Nieuwe P&C-cyclus
9
3 lid 6
Tussentijdse rapportages
Nieuwe P&C-cyclus
De tussenrapportages bevatten een uiteenzetting over de uitvoering en het bijstellen van het beleid en een overzicht met de bijgestelde raming van: a. de baten en de lasten per programma; b. het totale saldo van de baten en lasten volgend uit onderdeel a; c. de (beoogde) toevoegingen en onttrekkingen aan reserves per programma; d. het resultaat, volgend uit de onderdelen b en c; en e. alleen de Najaarsnota bevat de uitputting van de geautoriseerde investeringskredieten, het verschil tussen raming en realisatie en de prognose op einde looptijd.
3 lid 5 De tussenrapportages bevatten inhoudelijke en cijfermatige verantwoording voor het monitoren en bijsturen. De tussentijdse rapportage bestaat uit: f. de baten en de lasten per (deel)programma; g. dashboard per (deel)programma h. Tekstuele toelichting op de voorgang van het gevoerde beleid i. Tekstuele toelichting op beleidsmatige/financiële afwijkingen
Investeringsbudgetten
Toegevoegd in nieuwe verordening
3 lid 6 De geautoriseerde investeringsbudgetten in de Begroting en de tussentijdse rapportages geeft het college inzicht in de ontwikkeling van de meerjarenraming per programma. De meerjarenbegroting bestaat uit het huidige begrotingsjaar, alsook de drie jaren erna.
10
11
4 lid 1
Kadernota
Het college biedt in de eerste helft van het begrotingsjaar aan de raad een Voorjaarsnota aan met een voorstel voor het beleid en de financiële kaders van de begroting voor het volgende begrotingsjaar en de meerjarenraming. Ook mutaties in het beleid en de financiën van het lopende begrotingsjaar worden hierin opgenomen. De raad stelt uiterlijk in zijn laatste vergadering voor het zomerreces deze Voorjaarsnota vast.
Het college biedt voor 31 juli van het begrotingsjaar aan de raad een Kadernota aan met een voorstel voor het beleid en de financiële kaders van de begroting voor het volgende begrotingsjaar en de meerjarenraming. Alleen autonome ontwikkelingen van het lopende begrotingsjaar worden hierin opgenomen. De raad stelt uiterlijk in zijn laatste vergadering voor het zomerreces deze Kadernota vast.
Nieuwe P&C-cyclus
12
4 lid 2
Slotwijziging
Het college biedt in de tweede helft van het begrotingsjaar aan de raad een Najaarsnota aan met een voorstel voor wijzigingen van het beleid en de financiële kaders van de Begroting en de meerjarenraming. De raad stelt uiterlijk in zijn laatste vergadering van het begrotingsjaar deze Najaarsnota vast.
4 lid 4 Het college biedt aan het einde van het jaar een
Nieuwe P&C-cyclus
slotwijziging aan met een voorstel voor wijzigingen van het lopende boekjaar. De raad stelt uiterlijk in zijn laatste vergadering van het begrotingsjaar de slotwijziging vast.
.
13
Kaders begroting
Toegevoegd in nieuwe verordening
4 lid 2/3
Nieuwe P&C-cyclus
2. Bijstelling van beleid gedurende het jaar wordt gedaan door middel van aparte raadsvoorstellen die worden verwerkt in een eerstvolgend P&C product. 3. Gedurende het jaar worden tussentijdse rapportages aangeboden aan het college ter vaststelling. Als de tussentijdse rapportages aanleiding geven tot wijziging van de programmabaten en – lasten wordt de rapportage voorzien van een raadsvoorstel.
14
5 lid 1 t/m 12
Autorisatie
1.De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de baten en de lasten per programma. Wettelijk gezien stelt de raad alleen het eerste jaar van de begroting vast, conform artikel 190 lid 1 Gemeentewet, en niet de zeven jaren van de meerjarenraming daarna. Echter, de meerjarenraming vormt wel telkens het startpunt van de nieuw te maken begroting en valt als zodanig onder de begrotingsautorisatie van de raad. 2.In afwijking van het eerste lid kan de raad bij de programma-indeling deelprogramma’s vaststellen waarbij de autorisatie van de baten en lasten plaatsvindt op het niveau van het deelprogramma. 3.Bij de begrotingsbehandeling geeft de raad aan van welke nieuwe investeringen hij op een later tijdstip een apart voorstel voor autorisatie van het investeringskrediet wil ontvangen. De overige nieuwe investeringen worden bij de begrotingsbehandeling met het vaststellen van de financiële positie geautoriseerd. 4.Het college informeert de raad als ze verwacht, dat de lasten van een programma of deelprogramma de geautoriseerde lasten dreigen te overschrijden met meer dan € 250.000, de investeringsuitgaven van een investeringskrediet het geautoriseerde investeringskrediet dreigen te overschrijden met meer dan € 250.000, of de baten van een programma of deelprogramma de geautoriseerde baten dreigen te onderschrijden met meer dan € 250.000.
De raad geeft aan of hij een voorstel wil voor het wijzigen van de geautoriseerde lasten van het programma of deelprogramma, voor het wijzigen van het geautoriseerde investeringskrediet, of voor het bijstellen van het beleid. Daarnaast zal bij voorzienbare prijsstijgingen van toekomstige nationale en Europese
1.De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de baten en de lasten per programma. 2.In afwijking van het eerste lid kan de raad bij de programma-indeling deelprogramma’s vaststellen waarbij de autorisatie van de baten en lasten plaatsvindt op het niveau van het deelprogramma. 3.Bij de begrotingsbehandeling geeft de raad aan van welke nieuwe investeringen hij op een later tijdstip een apart voorstel voor autorisatie van het investeringsbudget wil ontvangen. De overige nieuwe investeringen worden bij de begrotingsbehandeling met het vaststellen van de financiële positie geautoriseerd. 4.Het college informeert de raad als ze verwacht, dat de lasten van een programma of deelprogramma de geautoriseerde lasten dreigen te overschrijden met meer dan € 500.000 en 3%, de investeringsuitgaven van een investeringsbudget het geautoriseerde investeringsbudget dreigen te overschrijden met meer dan € 500.000, of de baten van een programma of deelprogramma de geautoriseerde baten dreigen te onderschrijden met meer dan € 500.000 en 3%. De raad geeft aan of hij een voorstel wil voor het wijzigen van de geautoriseerde lasten van het programma of deelprogramma, voor het wijzigen van het geautoriseerde investeringsbudget, of voor het bijstellen van het beleid. 5.De bevoegdheid tot doen van uitgaven ten laste van de post Onvoorzien is aan het college gemandateerd.
6.Bij de behandeling van de tussenrapportages in de raad, doet het college indien nodig voorstellen voor het wijzigen van de geautoriseerde baten en lasten, het wijzigen van de geautoriseerde investeringsbudgetten en het bijstellen van het beleid.
Nieuwe P&C-cyclus
aanbestedingen groter is dan 100.000 of 25% van het beschikbare budget of krediet de raad geïnformeerd worden. 5.De bevoegdheid tot doen van uitgaven ten laste van de post Onvoorzien is aan het college gemandateerd. 6.Bij de behandeling van de tussenrapportages in de raad, doet het college voorstellen voor het wijzigen van de geautoriseerde baten en lasten, het wijzigen van de geautoriseerde investeringskredieten en het bijstellen van het beleid. 7.In geval van investeringen met een meerjarig karakter doet het college indien nodig ook bij iedere begroting op grond van geactualiseerde ramingen voorstellen voor het wijzigen van de geautoriseerde investeringskredieten. 8.In de tussenrapportages worden afwijkingen op de actuele ramingen van de baten en lasten van (deel)programma’s groter dan € 100.000 toegelicht. In de tussenrapportages en begroting wordt voor nieuw beleid een grens van € 25.000 gehanteerd. Tevens worden afwijkingen op de actuele raming van investeringskredieten groter dan € 25.000 toegelicht. 9.Voor een investering waarvan het investeringskrediet niet met het vaststellen van de begroting is geautoriseerd, legt het college voorafgaand aan het aangaan van verplichtingen een investeringsvoorstel met een voorstel voor het vaststellen van een investeringskrediet aan de raad voor.
Bij investeringen groter dan € 2.500.000 informeert het college de raad in het voorstel over het effect van de investering op de schuldpositie van de gemeente. 10.Bij meerjarige investeringskredieten levert overschrijding van een jaarschijf geen onrechtmatigheid op, zolang aannemelijk is dat het totaal van de uitgaven binnen het totaal gevoteerde investeringskrediet blijft. 11.Bij strategische verwerving van grondposities wordt afgeweken van de normale budgetautorisatie als bepaald in het eerste lid. In deze gevallen wordt de Nota Strategisch Verwerven nageleefd. 12.Elk jaar bij de Voorjaarsnota wordt er een nieuw jaar toegevoegd aan de meerjarenraming. Dit nieuwe laatste jaar is gelijk aan het oude laatste jaar bij de Najaarsnota.
7.In geval van investeringen met een meerjarig karakter doet het college indien nodig ook bij iedere begroting op grond van geactualiseerde ramingen voorstellen voor het wijzigen van de geautoriseerde investeringsbudgetten. 8.In de tussenrapportages en de jaarrekening worden afwijkingen op de actuele ramingen van de baten en lasten van (deel)programma’s groter dan € 500.000 en 3% toegelicht. In de begroting wordt voor nieuw beleid een grens van € 100.000 gehanteerd. Tevens worden afwijkingen op de actuele raming van investeringsbudgetten groter dan € 100.000 toegelicht. 9.Voor een investering waarvan het investeringsbudget niet met het vaststellen van de begroting is geautoriseerd, legt het college voorafgaand aan het aangaan van verplichtingen een investeringsvoorstel met een voorstel voor het vaststellen van een investeringsbudget aan de raad voor. Bij investeringen groter dan € 2.500.000 informeert het college de raad in het voorstel over het effect van de investering op de schuldpositie van de gemeente. 10.Bij meerjarige investeringsbudgetten levert overschrijding van een jaarschijf geen onrechtmatigheid op, zolang aannemelijk is dat het totaal van de uitgaven binnen het totaal gevoteerde investeringsbudget blijft. 11.Bij strategische verwerving van grondposities wordt afgeweken van de normale budgetautorisatie als bepaald in het eerste lid.
In deze gevallen wordt de Nota Grondbeleid nageleefd. 12.Elk jaar bij de Kadernota wordt er een nieuw jaar toegevoegd aan de meerjarenraming.
15
6
Informatieplicht
Artikel 6. Informatieplicht Het college besluit niet over: a. het verstrekken van leningen of borgstellingen groter dan € 2.500.000; en b. het verstrekken van kapitaal aan instellingen en ondernemingen, dan nadat de raad is geïnformeerd over het voornemen en hiertoe in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen.
16
Nieuw Hoofdstuk
Rechtmatigheidsverantwoording
Hoofdstuk 3 toegevoegd in nieuwe verordening
Vervallen
Hoofdstuk 3. Rechtmatigheidsverantwoording Artikel 7. Verantwoordings- en rapportagegrens rechtmatigheidsverantwoording 1. De raad stelt vast op welke wijze hij door middel van de paragraaf bedrijfsvoering van de begroting en de jaarstukken, naast de verplichte onderdelen van deze paragraaf, wil worden geïnformeerd over rechtmatigheid. 2. In de rechtmatigheidsverantwoording bij de jaarrekening rapporteren burgemeester en wethouders aan de raad over afwijkingen met een verantwoordingsgrens, deze grens wordt jaarlijks vastgelegd in het normenkader rechtmatigheid. 3. In de paragraaf bedrijfsvoering worden de geconstateerde afwijkingen (fouten of onduidelijkheden) groter dan € 250.000 nader toegelicht. Artikel 8. Voorwaardencriterium 1. Het voorwaardencriterium is het criterium van rechtmatigheid, dat betrekking heeft op de eisen die worden gesteld bij de uitvoering van de financiële beheershandelingen. De eisen/voorwaarden zijn afkomstig uit diverse wet- en regelgeving en hebben betrekking op aspecten als doelgroep, termijn, grondslag, administratieve bepalingen, normbedragen, bevoegdheden, bewijsstukken, recht, hoogte en duur. 2. Burgemeester en wethouders bieden de raad jaarlijks ter vaststelling een normenkader aan. Dit kader bestaat uit alle relevante (interne) wet- en regelgeving waaruit financiële beheershandelingen kunnen voortvloeien.
Rechtmatigheidsverantwoording was nog niet opgenomen in huidige verordening
Artikel 9. Begrotingscriterium 1. Het begrotingscriterium is een criterium van rechtmatigheid dat betrekking heeft op de grenzen van de baten en lasten in de door de raad geautoriseerde begroting van exploitatie en investeringsbudgetten en de hiermee samenhangende programma’s, waarbinnen de financiële beheershandelingen tot stand moeten zijn gekomen; 2. De begrotingsrechtmatigheid wordt beoordeeld op het niveau waarop de begroting door de raad is geautoriseerd, zoals is opgenomen in artikel 5. 3. Bij investeringsprojecten wordt de begrotingsrechtmatigheid beoordeeld op het niveau van het totaal gevoteerde kredietbedrag. Een overschrijding van het jaarbudget, passend binnen het totaal bedrag van het krediet, wordt daarmee als rechtmatig beschouwd. 4. Uitgangspunt is dat iedere afwijking van de begroting als onrechtmatig wordt beschouwd. Afwijkingen worden als acceptabel aangemerkt in de volgende situaties: a. Er is sprake van een overschrijding waarbij direct gerelateerde inkomsten de overschrijding compenseren. b. Er is sprake van een overschrijding op een open-einde regeling. 5. Begrotingsonrechtmatigheden die passen binnen het bestaande beleid van de raad, worden opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording (voor zover de verantwoordingsgrens voor afzonderlijke fouten of onduidelijkheden is overschreden), maar worden niet nader toegelicht in de paragraaf bedrijfsvoering.
Artikel 10 Misbruik en oneigenlijk gebruik-criterium 1. Het misbruik en oneigenlijk gebruik-criterium is het criterium van rechtmatigheid, dat betrekking heeft op het voorkomen, detecteren en corrigeren van misbruik en oneigenlijk gebruik van overheidsgelden en gemeentelijke eigendommen bij financiële beheershandelingen. 2. Burgemeester en wethouders zorgen voor en leggen vast de regels voor het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen en eigendommen.
17
8 lid 1,2,3
Vaste activa
1.Immateriële en materiële vaste activa worden afgeschreven volgens de methodiek en de termijnen zoals vermeld in de bijlage afschrijvingsbeleid bij deze verordening. 2.Kosten voor het afsluiten van geldleningen worden direct 3.ten laste van de exploitatie gebracht. Nadere afspraken over de wijze van activeren zijn gemaakt in de nota Vaste Activa.
11 lid 1,2 1.Materiële vaste activa worden afgeschreven volgens de methodiek en de termijnen zoals vermeld in de bijlage afschrijvingsbeleid bij deze verordening. 2.Kosten voor het afsluiten van geldleningen worden direct ten laste van de exploitatie gebracht.
Binnen Capelle wordt geen gebruik gemaakt van het activeren van immateriële vaste activa.
18
10 lid 5,6,7
Reserves en Voorzieningen
5.Het college verstrekt jaarlijks gelijktijdig met de in artikel 3 genoemde Kadernota informatie over de stand van zaken met betrekking tot reserves en voorzieningen. De Algemene reserve en de Bestemmingreserve eenmalige uitgaven vormen daarin een standaard onderdeel. Nadere informatie wordt bovendien bekend gemaakt in de Begroting en de Jaarstukken. 6.Voor mutaties in de reserve éénmalig wordt een ondergrens van € 50.000 gehanteerd. 7.Mutaties in reserves die direct in verband staan met hiermee samenhangende lasten en/of baten vinden plaats op basis van de werkelijke lasten en baten in enig jaar.
13 lid 5,6,7
Nieuwe P&C-cyclus
Financieringsfunctie
2. Bij het verstrekken van leningen, het verstrekken van borgstellingen en het verstrekken van risicodragend kapitaal bedingt het college indien mogelijk zekerheden.
Vervallen
19
14 lid 2
5.Het college verstrekt jaarlijks gelijktijdig met de in artikel 3 genoemde Kadernota informatie over de stand van zaken met betrekking tot reserves en voorzieningen. De Algemene reserve en de Bestemmingreserve eenmalige uitgaven vormen daarin een standaard onderdeel. Nadere informatie wordt bovendien bekend gemaakt in de Begroting en de Jaarstukken. 6.Voor mutaties in de reserve éénmalig wordt een ondergrens van € 50.000 gehanteerd. 7.Mutaties in reserves die direct in verband staan met hiermee samenhangende lasten en/of baten vinden plaats op basis van de werkelijke lasten en baten in enig jaar.
20
15 lid 4. d.
Rentebeleid
21
16 a.
Lokale heffingen
22
17
Financiering
23
24
18 lid 1
19 lid 1,5
In de begroting bepalen we het renteomslagpercentage van het begrotingsjaar en de zeven daaropvolgende jaren. In de Najaarsnota, en eventueel in de Voorjaarsnota, actualiseren we deze berekening en vergelijken deze met de begroting. Indien de afwijking groter is dan 25% herberekenen we het percentage en de toerekening aan de taakvelden. a.
de berekening van het rentepercentage voor de omslagrente voor het bepalen van de kostprijzen, bedoeld in artikel 12, vijfde lid;
18 lid 4.d.
Nieuwe P&C-cyclus
In de Kadernota bepalen we het renteomslagpercentage van het begrotingsjaar en de drie daaropvolgende jaren. Indien de afwijking groter is dan 25% herberekenen we het percentage en de toerekening aan de taakvelden.
Vervallen
In de paragraaf financiering bij de begroting en de jaarstukken neemt het college tenminste de verplichte onderdelen op grond van artikel 13 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten op.
20
Weerstandsvermogen & risicobeheersing
In de paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing bij de Begroting en de Jaarstukken neemt het college naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 11 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten in ieder geval op: a. de ontwikkeling van de Debt Service Coverage Ratio; b. de ontwikkeling van de afschrijvingslasten, in verhouding tot de totale lasten voor mutaties reserves (afschrijvingsratio).
21 lid 1
Onderhoud Kapitaalgoederen
1.Bij de begroting en de jaarstukken neemt het college in de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 12 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten in ieder geval op: a. de voortgang van het geplande onderhoud; b. de omvang van het achterstallig onderhoud 5. De raad stelt een Nota Vaste Activa vast, met kaders over investeringen, activeren, waarderen en afschrijven.
1.Bij de begroting en de jaarstukken neemt het college in de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen de verplichte onderdelen op grond van artikel 12 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten in ieder geval op. 5.De raad stelt de bijlage afschrijvingsbeleid samen met de verordening vast, met kaders over investeringen, activeren, waarderen en afschrijven.
Nieuwe P&C-cyclus
Bij de begroting en de jaarstukken neemt het college in de paragraaf financiering naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 13 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten in ieder geval op: a. de berekening van het rentepercentage voor de omslagrente voor het bepalen van de kostprijzen, bedoeld in artikel 15, vijfde lid;
Nieuwe P&C-cyclus
In de paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing bij de Begroting en de Jaarstukken neemt het college de verplichte onderdelen op grond van artikel 11 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten in ieder geval op.
Nieuwe P&C-cyclus
25
20
Bedrijfsvoering
In de paragraaf bedrijfsvoering bij de begroting en de jaarstukken neemt het college naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 14 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten in ieder geval op: a. De omvang, opbouw en ontwikkeling van het personeelsbestand en de loonkosten; b. De kosten van inhuur derden; c. De huisvestingskosten; d. De automatiseringskosten; e. De budgetten voor de raad, de griffie, de rekenkamer en de accountant; f. De rechtmatigheidsverantwoording met nadere toelichting conform de actuele kadernota rechtmatigheid van de commissie BBV, met inachtneming van een rapportagegrens van € 250.000, met daarin: 1. het totaal aan afwijkingen met betrekking tot het begrotingscriterium voor zover die (samen met eventuele andere financiële onrechtmatigheden) boven de door de raad in het normenkader vastgestelde grens uitkomen; 2. het totaal aan afwijkingen met betrekking tot het voorwaardencriterium voor zover die (samen met eventuele andere financiële onrechtmatigheden) boven de door de raad in het normenkader vastgestelde grens uitkomen; 3. het totaal aan afwijkingen met betrekking tot het misbruik en oneigenlijk gebruik criterium voor zover die (samen met eventuele andere financiële onrechtmatigheden) boven de door de raad in het normenkader vastgestelde grens uitkomen; 4.
Een toelichting op de geconstateerde fraude van eigen medewerkers; 5. verbetermaatregelen die zij gaat treffen om rechtmatig handelen in de toekomst te borgen.
23 In de paragraaf bedrijfsvoering bij de begroting en de jaarstukken neemt het college naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 14 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten in ieder geval op: j. De omvang, van het personeelsbestand en de loonkosten; In de jaarstukken neemt het college naast bovengenoemde onderdelen de rechtmatigheidsverantwoording op met daarin: a. het totaal aan afwijkingen met betrekking tot het begrotingscriterium, voorwaardencriterium en misbruik en oneigenlijk gebruik criterium, zoals toegelicht in hoofdstuk 3 rechtmatigheid. voor zover die (samen met eventuele andere financiële onrechtmatigheden) boven de door de raad in het normenkader vastgestelde grens uitkomen; b. Een toelichting op de geconstateerde fraude van eigen medewerkers; c. Verbetermaatregelen die zij gaat treffen om rechtmatig handelen in de toekomst te borgen. d. Een rapportage indien er niet-financiële onrechtmatigheden zijn in verband met het niet naleven van bepalingen in de wet Fido en bijbehorende regelingen.
g.
h.
i.
De onder lid f genoemde onderdelen worden, waar nodig, voorzien van beheersmaatregelen om deze afwijkingen in de toekomst te voorkomen; Een rapportage indien de normen uit de gids proportionaliteit veelvuldig niet nageleefd worden of slecht gedocumenteerd en/of gemotiveerd zijn; Een rapportage indien er niet-financiële onrechtmatigheden zijn in verband met het niet naleven van bepalingen in de wet Fido en bijbehorende regelingen.
26
25 lid 3,4,5
Interne Controle
3.De raad stelt een verantwoordingsgrens, inclusief rapportagegrens, vast voor de jaarlijkse rechtmatigheidsverantwoording van het college aan de raad. De Rechtmatigheids-verantwoording maakt deel uit van de paragraaf Bedrijfsvoering van het Jaarverslag. 4.Het college stelt ten minste eenmaal per twee collegeperioden een Regeling Budgethouderschap vast, met kaders over de taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden voor het budgetbeheer. 5.Indien er gedurende het begrotingsjaar sprake is van een geconstateerde onrechtmatigheid groter dan € 500.000 per individueel geval, informeert het college de raad actief door middel van een collegebrief.
Vervallen
27
Bijlage Afschrijvings - beleid
Immateriële vaste activa
Afschrijvingsbeleid immateriële vaste activa
-
Bijlage Afschrijvings - beleid
Materiele vaste activa
28
Binnen Capelle wordt geen gebruik gemaakt van het activeren van immateriële vaste activa.
De volgende immateriële vaste activa worden lineair afgeschreven in: Categorie Afschrijvingstermijn Kosten voor onderzoek en 4 jaar ontwikkeling Kosten vooragio of disagio 4 jaar bovengrondse container ondergrondse container – binnenbak ondergrondse container – buitenbak
10 jaar 15 jaar 30 jaar
bovengrondse container Minicontainers Rolcontainers ondergrondse container – binnenbak ondergrondse container – buitenbak
10 jaar 12 jaar 15 jaar 15 jaar 30 jaar
Toevoegen van twee afschrijvingstermijnen waarin het beleid nog niet voorzag.