CConstaterende datCapelle aan den IJssel
Koppel je AI →
Document · PDF

13.02 - Ruimtelijke Onderbouwing ON7 De Bermhof, Capelle ad IJssel 2041776 (1)

Gemeenteraad 6 oktober 2025, gemeente Capelle aan den IJsselBij agendapunt: Definitieve verklaring van geen bedenkingen De Bermhof24.694 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Diversiteit aan bomen en struiken Voor het vergroten van de biodiversiteit wordt er gekozen voor een diversiteit aan inheemse soorten; zwarte els, wilg, eenstijlige meidoorn, zachte berk, wilde lijsterbes, iep en vlier. Allen bestand tegen een vochtige tot natte bodem op veen. Deze soorten komen o.a. grenzend aan het fietspad naast de natte zone. De bomenrij aan de westzijde bestaat uit smal groeiende zuiliepen met open kroon, zodat er zicht vanuit de woningen blijft. Nog belangrijker is dat deze soort verharding verdraagt, gezien de ligging naast het fietspad en de breedte van de groenstrook beperkt is. Deze iep is het best bestand tegen de standplaatscondities. Wel moet in acht worden genomen dat de boom minder hoog zal worden dan wanneer deze volledig de ruimte krijgt. Tevens

8

ECOLOGISCH HOOFDSTUK ADVIES BIODIVERSITEIT HOOFDSTUK dient er een wortelscherm geplaatst te worden om worteldruk tegen te gaan. In de omgeving zijn veel wilgensoorten te zien, deze komen terug als solitaire boom maar ook in

andere ecologische waarde wat het geheel versterkt. Verder kan hiermee een zachtere overgang worden gemaakt naar de beplanting, waardoor de entree en het terras een uitnodigende uitstraling krijgen.

de robuuste groene zone. De kronen van de bomen

Plaatsen voorzieningen Om het plangebied

zullen een foerageergebied zijn voor vleermuizen.

geschikt te maken, zodat de vleermuis, gierzwaluw

Hagen voor vogels en egels De hagen rondom zijn zeer geschikt om een schuilplaats te creëren voor vogels. Daarnaast vormen de hagen een verbindingszone voor amfibieën en kleine

Voor de gierzwaluw en huismus kan dit de Vivaro

kasten. Deze dienen op een noord- of oostgevel te

worden, vanwege de onderbrekingen door de iepen. Deze zullen elkaar afwisselen zodat er voor beide voldoende ruimte is om te groeien. Voor de haag die de siertuin omlijst is gekozen voor

en/of hagen bevinden.

geplaatst.

De ligusterhagen geven jaarrond dekking aan

aan de westzijde kan geen aaneengesloten zone

gepositioneerd dat ze zich in de buurt van bomen

dienen er nestkasten en vleermuiskasten te worden

Pro IB GZ 05 of 06 zijn (of een vergelijkbaar type).

kwetterplek of slaapplaats in de winter. De haag

genoemde nestkasten aangegeven. Deze zijn zo

en huismus hier kunnen verblijven en voortplanten,

grondgebonden zoogdieren als bijvoorbeeld egel.

huismussen en kunnen gebruikt worden als

Op de volgende pagina is de plaatsing van de

Zowel gierzwaluwen als huismussen gebruiken deze komen. Voor vleermuizen is er geschikte ruimte op de

Vivaro Pro IB GZ 05 Vivaro Pro IB VL 11

linkergevel (zuidwest) en achtergevel (noord). Door het inbouwen van kraamkasten krijgen deze verblijfplaatsen meteen een dubbele functie. Dit kan met de Vivaro Pro IB VL 11.

een lossere soort; de bittere wilg. De wilg heeft een Vivaro Pro IB GZ 06

9

ECOLOGISCH HOOFDSTUK ADVIES BIODIVERSITEIT HOOFDSTUK voorgevel (zuidoost)

rechtergevel (noordoost)

gierzwaluwkast (wordt ook gebruikt door huismussen) vleermuiskast

achtergevel (noordwest)

linkergevel (zuidwest)

10

1

vochtige tot natte zone

2

kleurrijke binnentuin

3

kleurrijke siertuin

4

kleurrijke beplantingsvakken

5

Ulmus ‘Columella’ (iep)

6

Salix cinerea (grauwe wilg)

7

Sambucus nigra (vlier)

8

Alnus glutinosa (zwarte els)

9

Betula pubescens (zachte berk)

10

Crataegus monogyna (eenstijlige meidoorn)

11

Sorbus aucuparia (wilde lijsterbes)

12

haag Ligustrum ovalifolium (haagliguster)

13

haag Salix purpurea (bittere wilg)

14

haag Hedera helix hibernica (klimop)

INDELING 12

6

7

5

5

12 ENTR

EE

12

30m

5

14 'Verhoogd maaiveld ' t.b.v. tuin

2

(grond)

11

EE

4

4

4

ENTREE

ENTR

ENTR

EE

12

8

1 10

T-01

1.500

EN TR EE

4.500

Bebouwd oppervlak Dijklichaam 777,6 m2 (grond)

8

8.000

4 3

ENTREE

13

9 -01. Situatie | Bermweg (zonder info)

9

BERMWEG

Schaal 1:300

-02. Situatie | Souterrain (zonder info) Schaal 1:300

BGT | 1:1000, uitsnede (nieuw) Schaal 1:300

11

binnentuin 3

Hamamelis mollis ‘Pallida’ (toverhazelaar)

4

Aronia arbutifolia (appelbes)

5

Hedera helix hibernica (klimop)

ENT

REE

30m

4 5

1

2

'Verhoogd maaiveld ' t.b.v. tuin (grond) 4

3

ENTREE

Sambucus nigra (gewone vlier)

ENT REE

2

REE

Koelreuteria paniculata (lampionboom)

ENT

1

INDELING

12

BOOM- EN STRUIKLAAG VOCHTIGE/NATTE ZONE

Vogels zijn in de nazomer dol op de besjes

Zwarte els Alnus glutinosa

Zuiliep Ulmus ‘Columella’

Zachte berk Betula pubescens

Wilde lijsterbes Sorbus aucuparia

Gewone vlier Sambucus nigra

Eenstijlige meidoorn Crataegus monogy

Van alle bomen/ struiken komen op wilgensoorten de meeste insecten af; tot wel 450 soorten

Klimop Hedera helix hibernica

Waardplant voor de kleine ijsvogelvlinder

Grauwe wilg Salix cinerea

Geoorde wilg Salix aurita

Laurierwilg Salix pentandra

Bittere wilg Salix purpurea

Zwarte bes Ribes nigrum

De lichte wilgenzandbij en de grote zijdebij zijn afhankelijk van deze struik

Wilde kamperfoelie Lonicera periclymenum

13

Nectarplant voor 3 solitaire bijen, o.a. de slobkousbij

Nectar- en stuifmeelplant voor 7 solitaire bijen, o.a. kattenstaartdikpoot, maar ook voor hommels, honingbijen en vlinders

KRUIDLAAG VOCHTIGE/NATTE ZONE

Moerasspirea Filipendula ulmaria jun-sep

Bitterzoet Solanum dulcamara jun-sep

Gele lis Iris pseudacorus Gele apr-mei

Grote wederik Lysimachia vulgaris jun-aug

Melkeppe Peucedanum palustre jul-aug

Grote kattenstaart Lythrum salicaria jun-sep

Moeraswolfspoot Lycopus europaeus jun-aug

Moeraswalstro Galium palustre apr-sep

Hennegras Calamagrostis canescens jun-jul

Pluimzegge Carex paniculata mei-jun

Elzenzegge Carex elongata mei-jun

Brede stekelvaren Dryopteris dilatata

Smalle stekelvaren Dryopteris carthusiana

Moerasvaren Thelypteris palustris

Koninginnekruid Eupatorium cannabinum jul-sept

Groot hoefblad Petasites hybridus mrt-apr

Nectar- en stuifmeelplant voor solitaire bijen o.a. de breedbandgroefbij, maar ook hommels honingbijen en vlinders

14

KRUIDLAAG VOCHTIGE/NATTE ZONE

Nectar- en stuifmeelplant voor 6 solitaire bijen, waaronder de tuinbladsnijder, maar ook hommels, honingbijen en vlinders

Moeraswolfsmelk Euphorbia palustris mei-jun

Monnikskap Aconitum napellus jul-okt

Moerasrolklaver Lotus pedunculatus jun-aug

Moerasandoorn Stachys palustris jul-aug

Poelruit Thalictrum flavum jun-jul

15

De vroege bloei geeft de binnentuin alvast wat kleur

BOOM- EN STRUIKLAAG BINNENTUIN

Trekt veel bijen aan, heeft gele bloemen, in het najaar bronskleurige lampionnen

Voor tegen de muur van de keerwand, die grenst aan de binnentuin, bloeit in de herfst, trekt veel bijen aan en vogels eten de besjes Toverhazelaar Hamamelis mollis ‘Pallida’ dec-feb

Lampionboom Koelreuteria paniculata 00-00

Appelbes Aronia arbutifolia mei-jun

Gewone vlier Sambucus nigra juni-aug

Klimop Hedera helix hibernica sep-okt

Heeft een rode herfstkleur (in de foto nog een jonge struik)

16

Met tussentijds snoeien kan deze meerdere keren bloeien

Trek veel hommels aan

KRUIDLAAG BINNENTUIN Waardplant van de kuifvlinder, nectarplant voor o.a. roodharige zandbij, gamma-uil, zwartkamwolvenuil, de zaden zijn geliefd bij putters, vinken en sijzen

Lange ereprijs Veronica longifolia juni-aug

Wilde marjolein Organum vulgare jul-sep

Wilde cichorei Cichorium intybus jul-okt

Zwarte toorts Verbascum nigrum jun-sep

Beemdkroon Knautia arvensis jun-okt

Gewone brunel Prunella vulgaris juni-sep

Betonie Stachys officinalis juni-aug

Peen Daucus carota jun-nov

Duizendblad Achillea millefolium ‘Taygetea’ jun-sep

Stijf ijzerhard Verbena bonariensis jul-sep

Zonnehoed Rudbeckia Nitida ‘Herbstsonne’ aug-okt

Russische salie Perovskia abrotanoides ‘Little Spire’

Kleine ruit Thalictrum minus jun-juli

Mottenkruid Verbascum blattaria mei-sep

Groenblijvend, nectarplant voor o.a. de steenhommel, aardhommel, bruin zandoogje, icarusblauwtje

Nectarplant voor hommels, honingbijen, vlinders, wintersilhouet

Heeft een mooi silhouet in de winter

17

KENMERKEN BOOM- & STRUIKLAAG soort

inheems/uitheems

bloeiperiode

standplaats

bodem

herfst/winter

hoogte in cm

ecologische waarde

Alnus glutinosa Zwarte els

inheems

2-3

zon

nat

niet wintergoen, sierwaarde

2400

Stikstofbinder, bodemverbeteraar, zaden voedsel voor vogels (sijsjes)

halfschaduw

vochtig

door elzenpropjes

Betula pubescenes

inheems

zon

nat

niet wintergroen

2000

Waardplant voor talloze insecten

vochtig

lichte stammen

halfschaduw

droog

silhouet

250

Nectarplant, trekt verschillende vlinders aan

zon

vochtig

zon

vochtig

niet wintergroen

800

8 solitaire bijen (waaronder meidoorn zandbij), hommels, honingbijen, vlinders

zon

droog

wintergroen

300

Voedselbron in het najaar, bessen voor vogels, nectar voor bijen en vlinders,

halfschaduw

vochtig

bessen

zon

vochtig

blad gele herfstkleur

2000

zon

droog

(half) wintergroen

300

Nectarplant, komen veel insecten op af

halfschaduw

vochtig

bessen

zon

vochtig

niet wintergroen

600

Voedselplant voor veel insecten, nectarplant voor hommels, honingbijen en vlinders,

4-5

Zachte berk Buddleja davidii ‘Dartmoor’

uitheems

7-8-9-10

Vlinderstruik Crataegus monogy

inheems

5-6

Eenstijlige meidoorn Hedera helix hibernica

halfschaduw inheems

9-10

Klimop Ulmus ‘Columella’

inheems, cv

3-4

Iep Ligustrum ovalifolium

halfschaduw inheems

5-6-7-8

Haagliguster Lonicera periclymenum

inheems

6-7-8-9

Wilde kamperfoelie Ribes nigrum

halfschaduw inheems

4-5

Zwarte bes Salix aurita

overwinteringsplaats voor insecten, kevers spinnen

zon

stuifmeelplant voor vlinders en bijvoorbeeld de breedbandgroefbij nat

niet wintergroen

150

Bessen zijn voedselbron voor vogels

schaduw inheems

4

zon

vochtig

niet wintergroen

300

Komen veel hommels en bijen op af

inheems

3-4

zon

nat

niet wintergroen

500

Belangrijke plant voor bijen

vochtig

niet wintergroen

1000

Belangrijke waardplant voor insecten, belangrijke nectarbron, nestplaats voor voor vogels

Geoorde wilg Salix cinerea Grauwe wilg Salix pentandra

half schaduw inheems

4

zon

Laurierwilg Salix purpurea

nat inheems

3-4

Bittere wilg Sambucus nigra

uitheems

6-7-8

zon

droog

niet wintergroen

halfschaduw

nat

purperkleurige twijgen

zon

vochtig

niet wintergroen

droog

bessen

zon

droog

niet wintergroen

schaduw

vochtig

bessen

Gewone vlier Sorbus aucuparia Wilde lijsterbes

inheems

5

zoals zanglijster en koolmees 400

Belangrijke waardplant voor insecten, belangrijke nectarbron, nestplaats voor voor vogels zoals zanglijster en koolmees

600

Bessen voor vogels, eetbaar voor mens, waardplant voor nachtvlinders

1500

Oranjerode bessen zijn voedsel voor de lijster

18

KENMERKEN BOOM- & STRUIKLAAG soort

inheems/uitheems

bloeiperiode

standplaats

bodem

herfst/winter

hoogte in cm

ecologische waarde

Aronia arbutiofolia Appelbes

uitheems

5-6

zon

vochtig

niet wintergroen

200

Bijenplant, vogels houden van de rode bessen

halfschaduw

nat

rode herfstkleur en bessen

Hamamelis mollis ‘Pallida’ Toverhazelaar

uitheems

zon

vochtig

bloeit in de winter met gele,

400

Mezen, vinken en boomklevers eten de zaden, nectarboom (minimaal) voor

Koelreuteria paniculata Lampionboom

uitheems

12-2

halfschaduw 7-8

zon

geurende bloemen droog

niet wintergroen, geel/oranje

vochtig

herfstkleur, lampionnen

overwinterende vlinders (dagpauwoog en kleine vos) bij zachte winters 500-1700

Drachtboom voor bijen, waardboom voor vlinders

19

Bijlage 2 Resultaat berekening

Juust

65

groen-blauwe

De Bermhof, Capelle aan den IJssel

Bijlage 3 Waterberging en verharding

Juust

70

De Bermhof, Capelle aan den IJssel

EN

TREE

30m

'Verhoogd maaiveld' t.b.v. tuin

TREE

ENTREE

EN

EN

TREE

(grond)

8.000

4.500

-01. Situatie | Bermweg (zonder info)

1.500

ENTREE

T-01

Bebouwd oppervlak Dijklichaam 777,6 m2 (grond)

ENTREE

BERMWEG

Schaal 1:300

-02. Situatie | Souterrain (zonder info)

Schaal 1:300

BGT | 1:1000, uitsnede (nieuw) Schaal 1:300

1:300

SITUATIE | Situatietekening

Gew.: - | 09.04.2025 Projectnummer 0109 Ontwikkeling Bermweg 9-11 Capelle a/d IJssel

Groen en verharding Groenstroken (tuin) met bomen, beplanting en struiken Groendak Verharding Bebouwing Drainage en waterreservoirs Drainage hemelwater, gekoppeld aan de waterreservoirs Waterdoorlatende verharding Waterreservoirs

: ca. 671m² : ca. 435m²

: ca. 228m² : capaciteit, ca. 64m³

Verharding

BERMWEG

Schaal 1:300

BGT | 1:1000, uitsnede (nieuw) Schaal 1:300

1:300

SITUATIE | Waterberging en verharding

Gew.: - | 09.04.2025 Projectnummer 0109 Ontwikkeling Bermweg 9-11 Capelle a/d IJssel

Bijlage 4 Advies Rotterdam (BOOR)

Juust

73

Archeologie

De Bermhof, Capelle aan den IJssel

Onderwerp: A2023213 Gemeente Capelle aan den IJssel, Bermweg 11 Bezoek-/postadres: Archeologie Rotterdam (BOOR) Ceintuurbaan 213b 3051 KC Rotterdam Website: www.rotterdam.nl/archeologie Retouradres: Ceintuurbaan 213b, 3051 KC Rotterdam

Juust B.V. t.a.v. heer M. Waterman Goessestraatweg 17a 4421 AD KAPELLE

Ons kenmerk: AS23/07762-23/0015526 Datum: 21 augustus 2023

Geachte heer Waterman, De afdeling Archeologie van de gemeente Rotterdam (Archeologie Rotterdam, BOOR) heeft op uw verzoek de eventuele noodzaak van het uitvoeren van een archeologisch (voor)onderzoek in het kader van de voorgenomen grondwerkzaamheden ter plaatse van de Bermweg 11 te Capelle aan den IJssel beoordeeld. Aan de hand van de beoordeling is onderstaand advies opgesteld. De beslissing of dit advies wordt omgezet in een verplichting richting opdrachtgever ligt bij de bevoegde overheid, de gemeente Capelle aan den IJssel. Advies Op basis van de archeologische verwachtingswaarde van het gebied en de aard en omvang van de voorgenomen werkzaamheden wordt het uitvoeren van een archeologisch vooronderzoek op de planlocatie noodzakelijk geacht. Archeologie Rotterdam adviseert de gemeente om in het plangebied een bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek door middel van grondboringen (verkennende fase) uit te voeren. De onderzoeken dienen voorafgaand aan de grondverstorende werkzaamheden te worden uitgevoerd conform de gemeentelijke richtlijnen met betrekking tot archeologisch onderzoek. Het laten uitvoeren van dit onderzoek is verplicht de Erfgoedverordening van de gemeente (2018l) en de regels in het bestemmingsplan ‘SchenkelZuid’. De kosten van het archeologisch onderzoek komen voor rekening van de veroorzaker van de bodemverstoring.

Onderbouwing Het plangebied maakt deel uit van een archeologisch kansrijk gebied. In het bestemmingsplan ‘Schenkel-Zuid’ is voor de locatie een bouwregeling en een omgevingsvergunning opgenomen voor bouw- en graafwerkzaamheden die dieper reiken dan 1,0 meter beneden maaiveld en die tevens een oppervlakte beslaan van meer dan 200 vierkante meter. De grondroerende werkzaamheden bestaan uit de bouw van zorgappartementen. Het hoofdgebouw beslaat al een oppervlakte van 519 vierkanten meter en heeft een souterrain van meer dan 2 m onder het maaiveld. De toegestane marges van diepte en oppervlakte van het bestemmingsplan worden overschreden. De werkzaamheden vormen daarmee een bedreiging voor eventueel in de ondergrond aanwezige archeologische waarden.

Blad:2/2

Opstellen Programma van Eisen voor het onderzoek Als de gemeente besluit tot een onderzoekseis, dan zal Archeologie Rotterdam, als archeologisch adviseur van de gemeente, een Programma van Eisen opstellen, waarin de algemene en gebiedsspecifieke richtlijnen voor de uitvoering van het veldonderzoek worden verwoord. Een verzoek tot het opstellen van een PvE-boren kan worden gericht aan de contactpersoon genoemd in het colofon van deze brief. Tenslotte wil ik u erop wijzen dat het proces van archeologische monumentenzorg gefaseerd plaatsvindt. Dit betekent dat het nu voorgeschreven onderzoek, afhankelijk van de resultaten, kan leiden tot een verplichting tot nader inventariserend onderzoek (karterende en/of waarderende fase). Na beoordeling van het vooronderzoek zal bepaald worden of een nader onderzoek noodzakelijk is of dat het perceel wordt vrijgegeven. Indien uit het inventariserend onderzoek blijkt dat een behoudenswaardige archeologische vindplaats aanwezig is, dan kunnen burgemeester en wethouders aan de bouwvergunning voorschriften verbinden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van archeologisch onderzoek (een opgraving); c. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een archeologisch deskundige.

Met vriendelijke groet, DIRECTEUR STADSBEHEER OPENBARE WERKEN (voor deze)

Hoofd Archeologie Rotterdam (BOOR)

Bijlage 5 Archeologisch onderzoek

Juust

76

De Bermhof, Capelle aan den IJssel

RAAP-RAPPORT 6753

Plangebied Bermweg 11 te Capelle aan den IJssel, gemeente Capelle aan den IJssel Archeologisch vooronderzoek: een inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Colofon Titel: Plangebied Bermweg 11 te Capelle aan den IJssel, gemeente Capelle aan den IJssel. Archeologisch vooronderzoek: een inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek). Versie: 17-10-2023 Auteur: drs. C. Kruidhof, S. Bakker MA Projectcode: CABM Bestandsnaam: RAAPrap_6753_CABM_20231017 Autorisatie: dr. D. Peeters

ISSN: 0925-6229

RAAP Leeuwenveldseweg 5b

Telefoon: 0294-491 500

1382 LV Weesp

E-mail: raap@raap.nl

Postbus 5069

Website: www.raap.nl

1380 GB Weesp © RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V., 2023 RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V. aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit het gebruik van de resultaten van dit onderzoek of de toepassing van de adviezen.

Plangebied Bermweg 11 te Capelle aan den IJssel, gemeente Capelle aan den IJssel . Archeologisch vooronderzoek: een inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Samenvatting In opdracht van JUUST heeft RAAP in oktober 2023 een archeologisch vooronderzoek in de vorm van een inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek) uitgevoerd voor het plangebied Bermweg 11 te Capelle aan den IJssel in de gemeenten Capelle aan den IJssel en Rotterdam ( figuur 1). Binnen het plangebied zal de bestaande bebouwing uit de 20 e eeuw gesloopt worden, en zal een woontoren van vier verdiepingen met zorgwoningen worden gerealiseerd. De oppervlakte van het plangebied bedraagt circa 2000 m 2 . Het nieuwe gebouw heeft een oppervlakte van 519 m 2 . Onder het gebouw komt een souterrain tot 2,01 meter onder het peil van de begane grond. De fundering wordt op palen uitgevoerd. Het onderzoek vond plaats in het kader van een omgevingsvergunning. Op grond van de onderzoeksresultaten en onder verwijzing naar de doelstellingen, kunnen de volgende uitspraken worden gedaan: -

Tijdens het booronderzoek zijn geen stroomgordelafzettingen (Afzettingen van Gorkum; Formatie van Echteld) aangetroffen binnen de maximale boordiepte van 400 cm -mv. Tussen aanwezig veen zijn wel enkele kom- en verlandings-/restgeulafzettingen (Afzettingen van Gorkum; Formatie van Echteld) aangetroffen, echter zullen deze zijn ontstaan in natte condities die zich slecht lenen voor bewoning. Zodoende geldt een lage archeologische verwachting voor het aantreffen van (bewoning)resten uit de periode van het neolithicum t/m bronstijd.

-

In het aanwezige Hollandveen zijn tevens geen trajecten met veraard veen aangetroffen, die duiden op een lokaal verbeterde afwatering. Voor de periodes ijzertijd, Romeinse tijd en de vroege en late middeleeuwen geldt zodoende een lage archeologische verwachting.

-

Dekafzettingen uit de late middeleeuwen en nieuwe tijd (Afzettingen van Tiel III; Formatie van Echteld) zijn niet aangetroffen tijdens het booronderzoek. Mogelijk zijn deze afzettingen verstoord tijdens de aanleg van de ringvaart en de vergravingen nadien. Wel is in twee boringen een oude bouwvoor aangetroffen boven het Hollandveen. Vermoedelijk is dit de bouwvoor die aan het oppervlak heeft gelegen na het droogmaken van dit deel van de Prins Alexander Polder omstreeks 1873 en vlak voor de aanleg van een telefooncentrale in 1939. In een van de twee boringen zijn in de oude bouwvoor houtskoolspikkels aangetroffen. Het voorkomen van houtskool in lagen uit deze periode wordt echter niet per se als indicato r van een vindplaats gezien. Op basis van het ontbreken van andere indicatoren/aanwijzingen is deze laag dan ook niet als cultuurlaag geïnterpreteerd. Op basis van historisch kaartmateriaal is het tevens onwaarschijnlijk dat in deze bouwvoor structuren of sporen aanwezig zijn die te relateren zijn aan het nabijgelegen stoomgemaal Jan Anne Beijerinck.

Op basis van de resultaten van dit onderzoek blijkt de kans gering dat in het plangebied archeologische resten bedreigd worden: tot de maximale boordiepte (400 cm -mv) zijn geen lagen met een middelhoge of hoge archeologische verwachting in het onderzoeksgebied aanwezig. Daarom wordt in het kader van de voorgenomen bodemingrepen geen vervolgstap uit het proces van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ) noodzakelijk geacht. Indien bij de uitvoering van de gespecificeerde werkzaamheden (of andere werkzaamheden) onverwacht archeologische resten worden aangetroffen, dan is conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet

RAAP-rapport 6753 / versie 17-10-2023

[3]

Plangebied Bermweg 11 te Capelle aan den IJssel, gemeente Capelle aan den IJssel . Archeologisch vooronderzoek: een inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

aanmelding van de desbetreffende vondsten bij de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap c.q. de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed verplicht (vondstmelding via ARCHIS). Dit rapport geeft (selectie)adviezen. Het is aan de bevoegde overheid , de gemeenten Capelle aan den IJssel en Rotterdam, deze al dan niet over te nemen in de vorm van een (selectie)besluit.

RAAP-rapport 6753 / versie 17-10-2023

[4]

Plangebied Bermweg 11 te Capelle aan den IJssel, gemeente Capelle aan den IJssel . Archeologisch vooronderzoek: een inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Inhoud Samenvatting ................................................................................................................................... 3 Inhoud ............................................................................................................................................. 5 1 Inleiding ........................................................................................................................................ 6 1.1 Kader .................................................................................................................................................. 6 1.2 Administratieve gegevens ..................................................................................................................... 9 1.3 Doel- en vraagstelling .......................................................................................................................... 9

2 Archeologische verwachting ......................................................................................................... 11 3 Veldonderzoek ............................................................................................................................ 15 3.1 Methode ............................................................................................................................................ 15 3.2 Resultaten ......................................................................................................................................... 15 3.3 Archeologische relevantie .................................................................................................................. 22

4 Conclusies en advies ................................................................................................................... 23 4.1 Conclusie .......................................................................................................................................... 23 4.2 Advies ............................................................................................................................................... 23 4.3 Tot slot .............................................................................................................................................. 23

Literatuur ....................................................................................................................................... 24 Websites/Digitale bronnen .............................................................................................................. 24 Overzicht van figuren, tabellen en bijlagen ....................................................................................... 25

RAAP-rapport 6753 / versie 17-10-2023

[5]

Plangebied Bermweg 11 te Capelle aan den IJssel, gemeente Capelle aan den IJssel . Archeologisch vooronderzoek: een inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

1 Inleiding 1.1 Kader Aanleiding In opdracht van JUUST heeft RAAP in oktober 2023 een archeologisch vooronderzoek in de vorm van een inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek) uitgevoerd voor het plangebied Bermweg 11 te Capelle aan den IJssel in de gemeenten Capelle aan den IJssel en Rotterdam (figuur 1). Binnen het plangebied zal de bestaande bebouwing uit de 20 e eeuw gesloopt worden, en zal een woontoren van vier verdiepingen met zorgwoningen worden gerealiseerd. De oppervlakte van het plangebied bedraagt circa 2000 m 2 . Het nieuwe gebouw heeft een oppervlakte van 519 m 2 . Onder het gebouw komt een souterrain tot 2,01 meter onder het peil van de begane grond. De fundering wordt op palen uitgevoerd. Het onderzoek vond plaats in het kader van een omgevingsvergunning. Juridisch en beleidskader Het uitgangspunt voor dit onderzoek wordt gevormd door het wettelijk en beleidsmatig kader voor de ruimtelijke ordening en monumentenzorg. De gemeente is de bevoegde overheid die een besluit zal nemen over hoe om te gaan met de eventueel aanwezige archeologische waarden.

Op basis van een reeds opgesteld Programma van Eisen (Schoonhoven, 2023) is de volgende informatie bekend omtrent het beleidskader: De Archeologische Waardenkaart (AWK) Capelle aan den IJssel bestaat uit twee kaarten: de Archeologische Kenmerkenkaart en de hierop gebaseerde Archeologische Waarden - en Beleidskaart (2005). Volgens de Archeologische Waarden- en Beleidskaart is het plangebied gelegen in een gebied met middelmatige trefkans op bewoningssporen uit de Nieuwe Steentijd en op bewoningssporen uit de IJzertijd, Romeinse tijd (begin jaartelling-450 na Christus) en Middeleeuwen (450-1500 na Christus) en Nieuwe tijd. Er is sprake van veenwinningsgebieden met voor een deel klastische (klei-, zand-) afzettingen en voor een deel (rest)veen aan de oppervlakte of onder ophogingen. Grondwerkzaamheden (incl. heien) met een oppervlak van meer dan 200 m 2 en die tevens dieper reiken dan 1 meter beneden maaiveld dienen getoetst te worden op de noodzaak van een archeologisch (voor)onderzoek. Deze voorschriften zijn verankerd in het bestemmingsplan Schenkel-Zuid (2015). Vanuit dit bestemmingsplan geldt voor het plangebied een bouwregeling en een omgevingsvergunning voor werken, geen bouwwerk zijnde, voor bouw- en graafwerkzaamheden met een oppervlak groter dan 200 m² en die tevens dieper reiken dan 1,0 m beneden maaiveld.

De omvang van de bodemingrepen is naar verwachting 519 m 2 , en onder het gebouw komt een souterrain tot 2,01 meter onder het peil van de begane grond. De fundering wordt op palen uitgevoerd, waardoor diepere bodemtrajecten eveneens zullen worden verstoord. De ingrepen zijn daarmee groter dan de genoemde vrijstellingsgrenzen. Een archeologische onderbouwing met betrekking tot de eventuele aanwezigheid van archeologische waarden is daarom verplicht conform het vigerend beleid.

RAAP-rapport 6753 / versie 17-10-2023

[6]

Plangebied Bermweg 11 te Capelle aan den IJssel, gemeente Capelle aan den IJssel . Archeologisch vooronderzoek: een inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Kwaliteitsborging De werkzaamheden zijn uitgevoerd onder certificaat BRL SIKB 4000, conform artikel 5.4 van de Erfgoedwet. Het onderzoek is uitgevoerd volgens de normen van de archeologische beroepsgroep. De Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA, versie 4.1), beheerd door de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer (SIKB; www.sikb.nl), is door de minister aangewezen als norm. Voorafgaand aan het onderzoek is een Programma van Eisen (PvE) opgesteld door Archeologie Rotterdam (voorheen BOOR; Schoonhoven, 2023). Dit PvE diende als uitgangspunt voor het onderzoek. RAAP is gecertificeerd voor de protocollen 4001 Programma van Eisen, 4002 Bureauonderzoek, 4003 Inventariserend veldonderzoek (landbodems), onderdelen proefsleuven en overig, alsmede 4004 Opgraven (landbodems). Zie bijlage 1 voor de dateringen van de in dit rapport genoemde archeologische perioden.

RAAP-rapport 6753 / versie 17-10-2023

[7]

Plangebied Bermweg 11 te Capelle aan den IJssel, gemeente Capelle aan den IJssel . Archeologisch vooronderzoek: een inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Figuur 1. Aanduiding plangebied (rood). Inzet: ligging in Nederland (ster).

RAAP-rapport 6753 / versie 17-10-2023

[8]

Plangebied Bermweg 11 te Capelle aan den IJssel, gemeente Capelle aan den IJssel . Archeologisch vooronderzoek: een inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

1.2 Administratieve gegevens Type onderzoek

Inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Opdrachtgever

JUUST

Bevoegde overheid

Gemeente Capelle aan den IJssel & Gemeente Rotterdam

Plaats

Capelle aan den IJssel

Gemeente

Capelle aan den IJssel, Rotterdam

Provincie

Zuid-Holland

RD-coördinaten plangebied (perceel)

98.426/438.214 (noordwest) 98.450/438.232 (noordoost) 98.477/438.189 (zuidoost) 98.441/438.162 (zuidwest)

Toponiem

Bermweg 11

Kadastrale gegevens

CPL01 A 5434, KLG00 C 3662 & 5681

Oppervlakte plangebied

2000 m²

Afbakening plangebied

Tijdens onderhavig onderzoek is het plangebied onderzocht.

Onderzoeksperiode

Oktober 2023

Uitvoerder

RAAP West

Projectleider

dr. D. Peeters

Projectmedewerkers

S. Bakker MA

RAAP-projectcode

CABM

Archis-onderzoeksmeldingsnummer

5465965100

Beheer en plaats documentatie

RAAP regio West te Leiden en op termijn het provinciaal depot, Archis en e-depot.

Tabel 1. Administratieve gegevens.

1.3 Doel- en vraagstelling Het inventariserend veldonderzoek (verkennende fase) heeft tot doel de archeologische verwachting voor het gebied te toetsen door de geo(morfo)logische en/of bodemkundige opbouw en eventuele bodemverstoringen in kaart te brengen. Deze onderzoeksfase is onderdeel van het traject van archeo logisch vooronderzoek dat als einddoel heeft de archeologische waarde van het terrein, dan wel de archeologische vindplaats vast te stellen. Hiertoe is een aantal onderzoeksvragen geformuleerd: •

Hoe ziet de geo(morfo)logische en bodemkundige opbouw van het plangebied eruit?

•

Komt de geo(morfo)logische en/of bodemkundige opbouw in het plangebied overeen met hetgeen op basis van de gespecificeerde archeologische verwachting verwacht werd?

•

Dient op basis van de resultaten van het veldonderzoek de gespecificeerde archeologische verwachting te worden bijgesteld?

•

Waar en op welke diepte bevinden zich de archeologisch interessante lagen?

RAAP-rapport 6753 / versie 17-10-2023

[9]

Plangebied Bermweg 11 te Capelle aan den IJssel, gemeente Capelle aan den IJssel . Archeologisch vooronderzoek: een inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

•

Is de bodemopbouw in het plangebied zodanig (intact) dat archeologisch vervolgonderzoek zinvol is?

•

Zijn er aanwijzingen voor (grotere) archeologische nederzettingen?

•

Wat is de invloed van de toekomstige inrichting op eventuele archeologische resten?

•

Op welke wijze kan bij de planvorming met archeologische resten worden omgegaan?

•

Met de inzet van welke zoekmethoden kunnen verwachte resten systematisch opgespoord worden (zoeksleuven, booronderzoek, veldkartering, geofysisch etc.)?

RAAP-rapport 6753 / versie 17-10-2023

[10]

Plangebied Bermweg 11 te Capelle aan den IJssel, gemeente Capelle aan den IJssel . Archeologisch vooronderzoek: een inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

2 Archeologische verwachting Op basis van een reeds opgesteld Programma van Eisen (Schoonhoven, 2023) geldt de volgende archeologische verwachting: In de top van de Afzettingen van Gorkum (Formatie van Echteld, onder veen) zijn op eventuele stroomgordelafzettingen mogelijk vindplaatsen uit het neolithicum en de bronstijd aanwezig. Opvallend zijn de verschillende dieptes waarop deze afzettingen voorkomen in de omgeving van het plangebied. Relatief dichtbijgelegen archeologisch onderzoek (circa 300 m afstand) ten zuiden van het plangebied laat een hogere ligging zien van deze afzettingen (rond 4 m -NAP), dan verder weg gelegen onderzoek (1 km afstand) ten noorden van het plangebied (rond 8 m -NAP). Wellicht kan dit een aanwijzing zijn voor de aanwezigheid van oevers en vindplaatsen nabij het plangebied. Bo ven deze afzettingen kan, zeker gezien de ligging op een grensgebied tussen wel en niet uitgeveend gebied, nog Hollandveen aanwezig zijn, met een archeologische verwachting voor de periodes ijzertijd, Romeinse tijd en de vroege en late middeleeuwen. Op en in de jongere Afzettingen van Tiel III (Formatie van Echteld) kunnen resten uit de periodes van de late middeleeuwen en nieuwe tijd aanwezig zijn.

Voor de nieuwe tijd moet men volgens het PvE bedacht zijn op structuren of sporen die mogelijk te relateren z ijn aan het nabijgelegen stoomgemaal Jan Anne Beijerinck, welk omstreeks 1869 in gebruik werd genomen. Aanvulling op de archeologische verwachting: Het grote verschil in hoogte van stroomgordelafzettingen binnen een straal van 1 kilometer vanaf het plangebied is vermoedelijk eerder te wijten aan het gegeven dat hier sprake zal zijn van afzettingen uit verschillende stroomgordels die niet binnen hetzelfde landschap zijn gevormd. Zodoende vormt de ondiepere ligging van stroomgordelafzettingen ten zuiden van het plangebied niet direct een aanwijzing voor de aanwezigheid van oevers en vindplaatsen nabij het plangebied. Op basis van historisch kaartmateriaal valt verder op te merken dat er waarschijnlijk geen bijgebouwen van het stoomgemaal Jan Anne Beijerinck in het plangebied te verwachten zijn (figuur 2). Het is echter niet geheel uit te sluiten dat er tijdelijke bebouwing aanwezig is geweest dat in gebruik was tijdens de aanleg van het gemaal (zie figuur 3 en figuur 4). Op topografische kaarten vanaf 1958 is voor het eerst bebouwing zichtbaar binnen het plangebied. Vermoedelijk betreft het hier de aanleg van een telefooncentrale uit 1939 op basis van een vermelding in het archief en briefmateriaal van de Historische Vereniging Capelle aan den IJssel.

1 Al snel volgt hier meer verandering op wanneer omstreeks 1963 een weg door het gebied is aangelegd, de huidige bebouwing is tevens zichtbaar op topografische kaart en vanaf 1963. Omstreeks 1986 volgt de laatste zichtbare verandering in het plangebied, de weg door het plangebied is aangepast en er ligt nu een spoor naast het plangebied.

1

Zie vermelding bermweg 11 op: https://hvc-capelle.nl/wp-content/uploads/2015/11/Nieuwsbrief-1994-12-december.pdf en vermelding CAPHV-285 binnen Stadsarchief Rotterdam (in 4100 Fotocollectie algemeen - deel 1, 1860 – heden) https://stadsarchief.rotterdam.nl/zoek -en-ontdek/archieven.

RAAP-rapport 6753 / versie 17-10-2023

[11]

Plangebied Bermweg 11 te Capelle aan den IJssel, gemeente Capelle aan den IJssel . Archeologisch vooronderzoek: een inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Figuur 2. Overzicht historisch kaartmateriaal.

RAAP-rapport 6753 / versie 17-10-2023

[12]

Plangebied Bermweg 11 te Capelle aan den IJssel, gemeente Capelle aan den IJssel . Archeologisch vooronderzoek: een inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Figuur 3. De bouw van het stoomgemaal Jan Anne Beijerinck aan de Bermweg 13 in Capelle aan den IJssel. Bron: Stadarchief Rotterdam, CAPHV-286 in 4100 Fotocollectie algemeen - deel 1, 1860 – heden.

RAAP-rapport 6753 / versie 17-10-2023

[13]

Plangebied Bermweg 11 te Capelle aan den IJssel, gemeente Capelle aan den IJssel . Archeologisch vooronderzoek: een inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Figuur 4. De bouw van het stoomgemaal Jan Anne Beijerinck aan de Bermweg 13 in Capelle aan den IJssel. Op de achtergrond zijn enkele (bij)gebouwen te zien. De oriëntatie van de foto is echter niet te achterhalen en zodoende is niet te bepalen waar deze gebouwen hebben gestaan. Bron: Stadarchief Rotterdam, CAPHV-286 in 4100 Fotocollectie algemeen - deel 1, 1860 – heden.

RAAP-rapport 6753 / versie 17-10-2023

[14]

Plangebied Bermweg 11 te Capelle aan den IJssel, gemeente Capelle aan den IJssel . Archeologisch vooronderzoek: een inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

3 Veldonderzoek 3.1 Methode Het inventariserend veldonderzoek (IVO) bestond uit een verkennend booronderzoek. De gevolgde onderzoeksmethode voor het veldwerk is bepaald op basis van de bevindingen binnen het PvE van Archeologie Rotterdam (Schoonhoven, 2023). Het veldonderzoek is uitgevoerd op 03-10-2023. Vanwege de geringe omvang van het plangebied is een afwijkend boorgrid uitgezet waarbij de boringen zo goed mogelijk over het terrein zijn verspreid. Om een goede dekking van het gehele plangebied te krijgen is een onderlinge afstand van circa 20 m tussen de boringen gehanteerd. Er is geboord tot maximaal 400 cm -mv met een Edelmanboor (7 cm) en een gutsboor (3 cm). De boringen zijn tijdens het veldwerk lithologisch conform NEN 5104 (Nederlands Normalisatie -instituut, 1989) digitaal beschreven in het boorbeschrijvingssysteem van RAAP (Deborah3) en met behulp van een RTK-GPS ingemeten. Van alle boringen is de hoogte bepaald met behulp van een RTK-GPS. Hoewel het onderzoek een verkennend onderzoek betreft, is het opgeboorde materiaal in het veld door middel van verbrokkeling en versnijding gecontroleerd op de aanwezigheid van archeologische indicatoren (zoals houtskool, vuursteen, aardewerk, metaal, bot, verbrande leem en fosfaatvlekken).

3.2 Resultaten 3.2.1 Veldwaarnemingen Het maaiveld nabij de ringsloot (boringen 1, 5 en 8) loopt steil af richting het noorden, en is tot wel 4 meter hoger dan de boringen aan de noordkant van het plangebied (figuur 5). In het westen van het plangebied zijn nog gebouwresten aanwezig van recent gesloopte bebouwing (figuur 6). De contouren hiervan zijn tevens zichtbaar op het AHN en een recente luchtofoto (figuur 6, figuur 8). Tijdens de uitvoer van boring 8 is rond 95 cm -mv een waterleiding geraakt. Deze leiding stond niet op de door KLIC aangeleverde shapefiles, en op basis van een meegeleverde huisaansluitingsschets kon eveneens niet worden opgemaakt dat ter plaatse een leiding zou liggen. Na contact m et Evides is de waterleiding op dezelfde dag nog gemaakt (figuur 7). Boring 8 is vanwege dit incident gestaakt, en een nieuwe boring (108) is vlakbij uitgezet. Boring 108 is echter eveneens gestaakt op een diepte van 180 cm -mv, vanwege de aanwezigheid van ondoordringbaar puin op deze diepte.

RAAP-rapport 6753 / versie 17-10-2023

[15]

Plangebied Bermweg 11 te Capelle aan den IJssel, gemeente Capelle aan den IJssel . Archeologisch vooronderzoek: een inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Figuur 5. Boorpuntenplan op het AHN3. De contouren van de gesloopte gebouwen in he t westelijke gedeelte van het plangebied zijn nog zichtbaar.

RAAP-rapport 6753 / versie 17-10-2023

[16]

Plangebied Bermweg 11 te Capelle aan den IJssel, gemeente Capelle aan den IJssel . Archeologisch vooronderzoek: een inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Figuur 6. Aanwezigheid gebouwresten nabij boring 2.

Figuur 7. Reparatie van de waterleiding ter plaatse van boring 8.

RAAP-rapport 6753 / versie 17-10-2023

[17]

Plangebied Bermweg 11 te Capelle aan den IJssel, gemeente Capelle aan den IJssel . Archeologisch vooronderzoek: een inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

3.2.2 Geologie en bodem De aangetroffen bodemopbouw wordt gekenmerkt door een afwisseling van veen - en kleipakketten, die lokaal relatief sterk kan verschillen. Deze afwisseling van veen en klei komt met name tot uiting in zones waar veenstroompjes het gebied zullen hebben doorsneden , waar elders weinig afwisseling van veen en klei aanwezig is. De aangetroffen bodemopbouw bestaat uit de volgende lagen en lithogenetische eenheden (grofweg van beneden naar boven): Veen (Formatie van Nieuwkoop, Hollandveen Laagpakket) In alle boringen zijn lagen met mineraalarm tot sterk kleiig veen aanwezig. Dit veen is bruin tot donker bruingrijs van kleur en bevat sporen van hout-, zegge- en rietresten. Met name houtresten zijn veelvuldig aangetroffen in het veen, en een groot aantal veenlagen is dan ook als bosveen geïnterpreteerd. Tijdens het veldonderzoek zijn geen trajecten veraard veen aangetroffen. De pakketten met sterk of zwak kleiig veen, en mineraalarm veen wisselen elkaar onregelmatig af en worden bovendien regelmatig onderbroken door dikke kleilagen. Deze lokaal sterk wisselende opeenvolging van veen en klei zal samenhangen met toe- en afnames van invloed van nabijgelegen rivieren. Naast inspoeling van kleideeltjes uit rivieren, zullen ook kleine veenstroompjes zeer lokaal klei hebben afgezet tussen het veen (zie ook volgende paragrafen).

Het ondiepste voorkomen van de top van het veen is aangetroffen in boring 5 (55 cm -mv, 2,74 m NAP). Verlanding/veenstroomafzettingen (Afzettingen van Gorkum; Formatie van Echteld) In boringen 2, 4, 5 en 6 zijn onder en tussen het veen relatief slappe, kalkrijke kleilagen aangetroffen. Deze bestaan uit sterk tot uiterst siltige klei met hierin enkele of veel dunne zandlaagjes en humuslagen, plantenresten of humusaanreiking (zwak humeus). Plaatselijk zijn me er zandlagen, humeuze lagen en/of schelpenfragmenten waargenomen. De overgangen naar het veen zijn meestal geleidelijk of diffuus, Deze overgangen illustreren een geleidelijke toenemende invloed van nabijgelegen rivieren in het plangebied. Deze lagen zijn n het veld als verlandings-/restgeulafzettingen geïnterpreteerd, maar vermoedelijk betreft het vullingen van veenstromen op basis van de dikte van de lagen en lithologische kenmerken. Deze lagen zijn vanaf 70-230 cm -mv aangetroffen (vanaf 1,7-3,37 m -NAP). Komafzettingen (Afzettingen van Gorkum; Formatie van Echteld) In boringen 2, 3, 5, 6 en 9 zijn in of onder het veen kalkloze kleilagen aangetroffen. Deze lagen bestaan uit matig- of sterk siltige klei met een (matig) slappe consistentie. De klei bevat ho ut- of andere plantenresten en is in boring 2 zwak humeus. De overgangen naar onderliggende veenlagen zijn geleidelijk of diffuus.

Deze kleilagen zijn als komafzettingen geïnterpreteerd, die op enige afstand van rivieren zijn afgezet. De diepte waarop deze komklei is aangetroffen varieert aanzienlijk: vanaf 4,94 m NAP in boring 5 tot maximaal vanaf 8,33 m -NAP in boring 9. Deze komkleiafzettingen zullen in verschillende perioden zijn afgezet, waarschijnlijk door verschillende stroomgordels die in de omgev ing actief waren. Oude bouwvoor In boringen 2 en 5 is een oude bouwvoor (Ab-horizont) aangetroffen, die illustreert dat de bodemopbouw hier, onder een recent ophogingspakket, mogelijk goeddeels intact is. Deze boringen zijn relatief dichtbij de huidige ringsloot gelegen.

RAAP-rapport 6753 / versie 17-10-2023

[18]

Plangebied Bermweg 11 te Capelle aan den IJssel, gemeente Capelle aan den IJssel . Archeologisch vooronderzoek: een inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

In beide boringen bestaat de oude bouwvoor uit zwak kleiig veen met enige zandbijmenging, vermoedelijk van de bovengelegen opgebrachte grond. In boring 2 zijn in deze bouwvoor puinfragmenten en spikkels houtkool waargenomen (figuur 9). Deze oude bouwvoor is op deze locaties vanaf 40-45 cm -mv aangetroffen (vanaf 2,64 m -NAP in boring 5, vanaf 3,58 m -NAP in boring 2). Op basis van de lagere ligging van de oude bouwvoor in boring 2, kan gesteld worden dat de natuurlijke top van het veen hier zeker is weggegraven. Ter plaatse van boring 5 is de natuurlijke top van het veen mogelijk nog goeddeels intact, gezien de hogere ligging van het maaiveld op deze locatie. De bouwvoor die zich in deze twee boringen heeft gevormd zal het niveau van het maaiveld zijn geweest na de inpoldering in de 19e eeuw. Opgebrachte lagen en verstoorde grond In nagenoeg alle boringen is direct vanaf het maaiveld of onder verharding een opgebracht pakket grond aanwezig dat wordt gekenmerkt door de aanwezigheid van fragmenten puin en zand- en kleibrokken. Dit pakket bestaat uit lagen met zwak siltig zand of matig tot sterk zandige klei. Deze lagen zijn in enkele boringen zwak tot matig humeus en hierin zij n vaak zand- en/of kleibrokken, fragmenten puin en kleine hoeveelheden grind aanwezig.

Op basis van de uiteenlopende samenstelling van de grond die sterk afwijkt van de onderliggende (natuurlijke) lagen kan gesteld worden dat het opgebrachte grond betreft. De lagen met opgebrachte grond z ijn tussen 0 en maximaal 110 cm –mv aangetroffen. In boringen 1, 6, 7, 8, 9 en 108 zijn direct onder de opgebrachte grond lagen met verstoorde grond aangetroffen. In boring 3 is de verstoorde grond direct vanaf het maaiveld aanwezig. Deze lagen bestaan uit mineraalarm tot zwak kleiig of zwak zandig veen met daarin klei- en/of zandbrokken. Enkel in boring 9 bestaat de verstoorde laag aan de top uit zwak zandige klei met daarin veen en kleibrokken. Deze lagen zijn zwak tot sterk puinhoudend en in enkele borin gen zijn de lagen zwak grindig. In boringen 1, 3, 5 en 108 zijn (sub)recente insluitsels aangetroffen in de verstoorde lagen bestaande uit plastic en/of (steen)kolengruis. Ter plaatse van boring 108 is de boring op 180 cm -mv gestuit op ondoordringbaar puin. Deze lagen die gekenmerkt worden door de aanwezigheid van puin, brokken en de benoemde insluitsels zijn geïnterpreteerd als verstoorde grond. De verstoorde grond reikt gemiddeld tot 50 – 80 cm -mv (2,31-2,85 m -NAP), behalve in de vier boringen (1, 3, 9 en 108) waar de verstoringen aanzienlijk dieper gaan (tot maximaal 198 cm -mv). De maximale verstoringsdiepte op de locaties van de boringen staat weergegeven in figuur 8.

RAAP-rapport 6753 / versie 17-10-2023

[19]

Plangebied Bermweg 11 te Capelle aan den IJssel, gemeente Capelle aan den IJssel . Archeologisch vooronderzoek: een inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Figuur 8. Boorpuntenkaart met maximale verstoringsdiepte .

RAAP-rapport 6753 / versie 17-10-2023

[20]

Plangebied Bermweg 11 te Capelle aan den IJssel, gemeente Capelle aan den IJssel . Archeologisch vooronderzoek: een inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Figuur 9. Profiel van de bodem op basis van boringen 1 t/m 4.

3.2.3 Archeologische indicatoren Hoewel het verkennend booronderzoek in principe niet tot doel had archeologische vindplaatsen op te sporen, aangezien de boordichtheid en boordiameter hiertoe ontoereikend waren, zijn tijdens het veldonderzoek in boring 2 wel archeologische indicatoren aangetroffen. In deze boring zijn op een diepte van 40-45 cm -mv (3,58-3,63 m -NAP) enkele spikkels houtkool aangetroffen. Dit houtskool bevindt zich in een laag die geïnterpreteerd is als een oude bouwvoor (Ab -horizont), en welke vermoedelijk te plaatsen is in de periode na het droogleggen van de Polder Prins Alexander omstreeks 1873. Voor deze relatief recente laag wordt de aanwezigheid van enig houtskool niet direct als indicatief beschouwd voor de aanwezigheid van een vindplaats. Voor deze periode is het voorkomen van kleine hoeveelheden houtskool namelijk niet ongebruikelijk, waar een recent vuurtje of lokale afvaldump tevens dergelijk materiaal zal bevatten. Op basis van het ontbreken van enige andere archeologische indicatoren in deze laag, is deze dan verder ook niet als cultuurlaag beschouwd. De zeer kleine fragmenten houtskool zijn tijdens het veldwerk niet verzameld en zullen na oplevering van de rapportage dan ook niet worden gemeld in ARCHIS.

RAAP-rapport 6753 / versie 17-10-2023

[21]

Plangebied Bermweg 11 te Capelle aan den IJssel, gemeente Capelle aan den IJssel . Archeologisch vooronderzoek: een inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

3.3 Archeologische relevantie Op basis van het PvE (Schoonhoven, 2023) was een archeologische verwachting vastgesteld voor de periode van het neolithicum t/m bronstijd, waar mogelijk vindplaatsen uit deze periode aanwezig zouden kunnen zijn in de top van stroomgordelafzettingen (Afzettingen van Gorkum; Formatie van Echteld, onder veen). Tijdens het booronderzoek zijn dergelijke stroomgordelafzettingen niet aangetroffen binnen de maximale boordiepte van 400 cm -mv. Tijdens het veldwerk zijn wel kom- en verlandings-/restgeulafzettingen aangetroffen, waarbij laatstgenoemde afzettingen mogelijk tot een veenstroom behoorden (Formatie van Echteld, voorheen Afzettingen van Gorkum) . Deze afzettingen zullen echter in natte condities zijn ontstaan die zich slecht lenen voor bewoning. Zodoende geldt een lage archeologische verwachting voor het aantreffen van (bewoning)resten uit de periode van het neolithicum t/m bronstijd. In dergelijke milieus kunnen wel sporen van jacht, visserij of water gerelateerde archeologie aanwezig zijn. Het Hollandveen heeft zich gedurende lange tijd gevormd in dit gebied en op basis van het PvE bestond een archeologische verwachting voor de periodes ijzertijd, Romeinse tijd en de vroege en late middeleeuwen. Langdurige bewoning in het veen zal alleen mogelijk zijn geweest in delen waar lokaal verbeterde afwatering plaatsvond.

Als gevolg hiervan kunnen trajecten bewoonbaar veen aan het oppervlak hebben gelegen waar zij ‘veraarden’. Dergelijke trajecten met veraard veen zijn echter niet waargenomen tijdens het booronderzoek, waardoor de archeologische verwach ting voor de periodes ijzertijd, Romeinse tijd en de vroege en late middeleeuwen naar laag kan worden bijgesteld. Dekafzettingen uit de late middeleeuwen en nieuwe tijd (Afzettingen van Tiel III; Formatie van Echteld) zijn tevens niet aangetroffen tijdens het booronderzoek. Mogelijk zijn deze afzettingen verstoord tijdens de aanleg van de ringvaart en de vergravingen nadien. Wel is in twee boringen een oude bouwvoor aangetroffen boven het Hollandveen. Vermoedelijk is dit de bouwvoor die aan het oppervlak he eft gelegen na het droogmaken van dit deel van de Prins Alexander Polder omstreeks 1873 en vlak voor de aanleg van een telefooncentrale in 1939. In een van de twee boringen zijn in de oude bouwvoor houtskoolspikkels aangetroffen. Het voorkomen van houtskool in lagen uit deze periode wordt echter niet per se als indicator van een vindplaats gezien. Op basis van het ontbreken van andere indicatoren/aanwijzingen is deze laag dan ook niet als cultuurlaag geïnterpreteerd.

Op basis van historisch kaartmateriaal is het tevens onwaarschijnlijk dat in deze bouwvoor structuren of sporen aanwezig zijn die te relateren zijn aan het nabijgelegen stoomgemaal Jan Anne Beijerinck. .

RAAP-rapport 6753 / versie 17-10-2023

[22]

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16026350/1