11.05 - Ruimtelijke onderbouwing
Tekst van het document
Capelle aan den IJssel Fascinatio Boulevard Ruimtelijke onderbouwing
Fascinatio Boulevard Capelle aan den IJssel
ruimtelijke onderbouwing
identificatie
planstatus
projectnummer
datum:
status:
80516.20180920
04‐09‐2019 13‐05‐2020
concept definitief
projectleider:
ir. L.C. Snel
Delftseplein 27b
aangesloten bij:
RBOI - Rotterdam postbusbv150 Delftseplein 27b 3000 AD Rotterdam Postbus 150 T: 010-20 18 555 3000 AD Rotterdam telefoon (010) E-mail: 201 85info@rho.nl 55 E-mail: info@rboi.nl
© Rho Adviseurs bv Niets uit dit drukwerk mag door anderen dan de opdrachtgever worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Rho Adviseurs bv, behoudens voorzover dit drukwerk wettelijk een openbaar karakter heeft gekregen. Dit drukwerk mag zonder genoemde toestemming niet worden gebruikt voor enig ander doel dan waarvoor het is vervaardigd.
3
Inhoudsopgave
Ruimtelijke onderbouwing Hoofdstuk 1
Inleiding
7
1.1.
Aanleiding
7
1.2.
Ligging projectgebied
7
1.3.
Planologische regeling
8
1.4.
Leeswijzer
9
Hoofdstuk 2
Projectbeschrijving
11
2.1.
Huidige situatie
11
2.2.
Beoogde ontwikkeling
12
Hoofdstuk 3
Ruimtelijk beleidskader
17
3.1.
Rijksbeleid
17
3.2.
Provinciaal beleid
21
3.3.
Gemeentelijk beleid
23
Hoofdstuk 4
Omgevingsaspecten
29
4.1.
Verkeer en parkeren
29
4.2.
Wegverkeerslawaai
31
4.3.
Water
33
4.4.
Bedrijven en milieuhinder
36
4.5.
Luchtkwaliteit
37
4.6.
Externe veiligheid
39
4.7.
Kabels en leidingen
41
4.8.
Bodem
41
4.9.
Archeologie en cultuurhistorie
42
4.10.
Ecologie
43
4.11.
Licht en bezonning
45
4.12.
Vormvrije‐mer
45
4.13.
Eindconclusie
46
Hoofdstuk 5
Uitvoerbaarheid
47
5.1.
Economische uitvoerbaarheid
47
5.2.
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
47
Rho adviseurs voor leefruimte
80516.20180920
4
Bijlagen
49
Bijlage 1
Verkeersstudie Fascinatio ‐ Rivium
51
Bijlage 2
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
53
Bijlage 3
Kwantitatieve risicoanalyse N210
55
Bijlage 4
Actualiserend bodemonderzoek
57
Bijlage 5
Archeologisch advies BOOR
59
Bijlage 6
Archeologisch advies heipalenplan
61
Bijlage 7
Stikstofberekening Fascinatio Boulevard
63
Bijlage 8
Quickscan flora en fauna
65
Bijlage 9
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.‐beoordeling
67
Rho adviseurs voor leefruimte
80516.20180920
Ruimtelijke onderbouwing
6
Rho adviseurs voor leefruimte
80516.20180920
7
Hoofdstuk 1
1.1.
Inleiding
Aanleiding
De gemeente Capelle aan den IJssel heeft het voornemen om de wijken Fascinatio (ten noorden van de N210) en Rivium (ten zuiden van de N210) een impuls te geven. De wijk Fascinatio kenmerkt zich door woongebied in het midden en bedrijvigheid in de schil. De kantorenstrip aan de zuidzijde van de Fascinatio Boulevard is nooit helemaal ontwikkeld en bevat verschillende open plekken. De gemeente Capelle aan den IJssel wil op deze plekken meer woningen toestaan door middel van nieuwbouw en transformatie zoals vastgelegd in de transformatieleidraad. Onderdeel van de (her)ontwikkeling is een nieuw appartementengebouw aan de Fascinatio Boulevard. Het bouwplan is in strijd met het geldende bestemmingsplan 'Fascinatio‐Capelsebrug' omdat de woonfunctie niet past binnen de geldende bedrijfsbestemming. Op basis van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) kan de ontwikkeling mogelijk worden gemaakt door middel van een omgevingsvergunning (uitgebreide Wabo‐procedure). Bij deze vergunning behoort een ruimtelijke onderbouwing, waarin wordt aangetoond dat het voornemen om af te wijken van het vigerende bestemmingsplan niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Deze ruimtelijke onderbouwing voorziet hierin.
1.2.
Ligging projectgebied
Het projectgebied (kavel 3674) ligt aan de zuidkant van de wijk Fascinatio in Capelle aan den IJssel tussen de Fascinatio Boulevard aan de noordzijde en de afrit van de N210 (Abram van Rijckevorselweg) aan de zuidzijde. Het kavel heeft een oppervlakte van 3.017 m2. Figuur 1.1 geeft de ligging van het projectgebied weer.
Rho adviseurs voor leefruimte
80516.20180920
8
Figuur 1.1
1.3.
Ligging projectgebied (bron: Luchtfoto Kadaster Nederland)
Planologische regeling
Ter plaatse van het projectgebied geldt het bestemmingsplan 'Fascinatio‐Capelsebrug'. Dit bestemmingsplan is door de gemeenteraad vastgesteld op 25 juni 2013. Ter plaatse van het projectgebied vigeert de bestemming 'Bedrijf'. Binnen deze bestemming zijn bedrijven, kantoren, maatschappelijke voorzieningen en horeca toegestaan. Vanwege de functieaanduiding 'woon‐werkwoning' zijn ook woon‐ werkwoningen toegestaan. Gebouwen mogen alleen binnen het aangegeven bouwvlak worden gebouwd. Voor dit bouwvlak geldt een bebouwingspercentage van 85%. De maximum bouwhoogte bedraagt 22 meter. Voor het projectgebied geldt ook de dubbelbestemming 'Waarde ‐ Archeologie 1'. In figuur 1.2 is een uitsnede van de verbeelding van het bestemmingsplan 'Fascinatio‐Capelsebrug' weergegeven.
Rho adviseurs voor leefruimte
80516.20180920
9
Figuur 1.2
Uitsnede geldend bestemmingsplan 'Fascinatio‐Capelsebrug'
De beoogde ontwikkeling is in strijd met het vigerende bestemmingsplan 'Fascinatio‐Capelsebrug' omdat de woonfunctie niet past binnen de geldende bedrijfsbestemming.
1.4.
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 wordt een beschrijving gegeven van de huidige situatie, de gewenste ontwikkeling en de ruimtelijke inpassing daarvan. In hoofdstuk 3 worden de uitgangspunten getoetst aan het, voor het project relevante, beleid op de verschillende niveaus. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de omgevingsaspecten. Vervolgens wordt in hoofdstuk 5 de uitvoerbaarheid (maatschappelijk en economisch) van het project besproken.
Rho adviseurs voor leefruimte
80516.20180920
10
Rho adviseurs voor leefruimte
80516.20180920
11
Hoofdstuk 2
2.1.
Projectbeschrijving
Huidige situatie
Omgeving projectgebied Het projectgebied ligt aan de zuidrand van de wijk Fascinatio. Fascinatio is de nieuwste wijk in Capelle aan de IJssel en bestaat sinds 2001. De wijk grenst in het noorden aan de metrolijnen (lijnen A, B en C) en de gemeentegrens met Rotterdam. Aan de zuidzijde wordt de wijk begrensd door de Abram van Rijckevorselweg. De gemeentegrens van Rotterdam vormt ook de grens van de wijk in het westen. Rondom de woonwijk Fascinatio is een strook met kantoor‐ en bedrijfsruimten verrezen als buffer voor het omliggende wegennet en de metro. Zo ook langs de Fascinatio Boulevard. De voornamelijk langwerpig gevormde bestaande gebouwen kenmerken zich door een gevarieerde architectuur en een hoogte van 4‐ 5 bouwlagen. Tussen de gebouwen bevinden zich parkeerterreinen. Het perceel aan westzijde van het projectgebied is momenteel onbebouwd. Op het perceel aan de oostzijde is recentelijk een verzamelgebouw met opslagruimtes voor particuliere verhuur gerealiseerd.
Figuur 2.1
Omgeving projectgebied (bron: Luchtfoto Kadaster Nederland)
Rho adviseurs voor leefruimte
80516.20180920
12
Het projectgebied wordt van het woongebied aan de noordzijde gescheiden door de Fascinatio Boulevard en een watergang. De afstand van de kavelgrens tot de eerste bebouwing van de ten noorden gelegen woonwijk bedraagt ongeveer 50 meter. Aan de zuidzijde grenst het projectgebied aan een smalle groenstrook (talud) langs de afrit van de N210 (Abram van Rijckevorselweg). Verder naar het westen staat 'Braingate Building', het poortgebouw over de Rivium Boulevard dat als toegang fungeert tot de wijk Fascinatio. Projectgebied Het projectgebied zelf is momenteel braakliggend. Toegang tot het perceel wordt verkregen vanaf de Fascinatio Boulevard. De bestaande inrit kruist het tweerichtingen fietspad langs de Fascinatio Boulevard.
Figuur 2.2
2.2.
Huidige situatie projectgebied (bron: Google Earth)
Beoogde ontwikkeling
Bouwkundig ontwerp Het bouwplan heeft betrekking op de realisatie van een appartementengebouw. Het gebouw is geprojecteerd binnen het bouwvlak zoals aangegeven in het geldende bestemmingsplan 'Fascinatio‐ Capelsebrug'. De uitgangspunten zijn geformuleerd door architectenbureau diederendirrix. Het gebouw bestaat uit twee langwerpige volumes parallel aan de N210 en de Fascinatio Boulevard. Door ze achter elkaar te zetten ontstaat een geluidluwe binnentuin. Aan de korte zijden (oost‐ en westzijde) zijn de trappenhuizen voorzien zodat vanaf de buitenkant sprake is van één gebouw. De geluidluwe binnentuin is ontworpen vanwege de hoge geluidbelasting op de zuidgevel van de woningen aan de kant van de N210. In paragraaf 4.2 wordt de woonkwaliteit van deze woningen nader onderbouwd in relatie tot het aspect wegverkeerslawaai.
Rho adviseurs voor leefruimte
80516.20180920
13
Figuur 2.3
Stedenbouwkundige visie situering appartementengebouw (bron: diederendirrix)
Omdat een leeflaag is aangebracht op een vervuilde ondergrond zijn verdiepte bouwlagen niet rendabel. Daarom is gekozen voor een parkeerlaag op de begane grond. Een nieuw maaiveld wordt toegevoegd op circa 3 meter hoogte waar ook de binnentuin zich bevindt (zie figuur 2.4). De binnentuin heeft een oppervlakte van circa 570 m2.
Figuur 2.4
Impressie 1e verdieping met binnentuin
Rho adviseurs voor leefruimte
80516.20180920
14
Er zal sprake zijn van zes bouwlagen met een maximale bouwhoogte van circa 20 meter boven maaiveld. De bebouwing in de omgeving is globaal te onderscheiden in laagbouw tot 12 meter ten noorden van de projectlocatie en middelhoge bebouwing tot 22 meter ten oosten en westen. De hoogte van het appartementengebouw voegt zich daarom goed in de omgeving en past ruimschoots binnen de maximale bouwhoogte zoals aangegeven in het geldende bestemmingsplan (22 meter). Invulling In totaal worden 55 appartementen gerealiseerd met oppervlaktes variërend tussen de 75 m2 en 117 m2 gebruiksoppervlak. Elke woning in de zuidvleugel heeft een buitenruimte van mimimaal 4 m2 gekoppeld aan de galerij en grenzend aan de binnentuin. De woningen in de noordvleugel beschikken elk over een balkon van circa 9 m2 aan de zijde van de Fascinatio Boulevard. Aan de buitenkant kenmerkt het gebouw zich door metselwerk en een sterke verticale geleding in het ontwerp.
Figuur 2.5
Situatietekening
De eerste bouwlaag van het complex (begane grond) betreft de parkeerlaag (zie figuur 2.5). Deze laag biedt ruimte aan 67 parkeerplaatsen, bereikbaar door middel van een schuifdeur richting de Fascinatio Boulevard. Ook voor het gebouw worden nog minimaal 8 parkeerplaatsen gerealiseerd op eigen terrein. Verder is op de begane grond voorzien in twee ruimtes waar 80 fietsen kunnen worden gestald. Ook buiten het gebouw zijn opstelplaatsen voor fietsen voorzien. Hier is ook de hoofdentree van het gebouw beoogd. Via trap en lift kunnen de verdiepingen worden bereikt. Op de elk van de vijf verdiepingen worden 11 appartementen gerealiseerd.
Rho adviseurs voor leefruimte
80516.20180920
15
Duurzaamheid en energie Overeenkomstig de Wet Voortgang Energietransitie (wet VET) heeft de nieuwbouw geen aardgasaansluiting en is het gebouw zeer energiezuinig. De ontwikkelaar houdt zich aan het bouwbesluit, maar daarnaast wordt ook rekening gehouden met de energieprestatie‐eisen voor bijna energieneutrale gebouwen (BENG). Alle landen van de EU zullen in de toekomst (vanaf 2020) hun energieprestatie‐eisen in de vorm van BENG‐indicatoren gaan uitdrukken. BENG‐eisen zijn opgebouwd uit drie indicatoren, waarbij het energieverbruik op drie aspecten wordt vastgelegd: de maximale energiebehoefte in kWh per m² gebruiksoppervlak per jaar: dit is de energiebehoefte voor verwarming, koeling, ventilatie en warm tapwater. De eis aan de maximale energiebehoefte is opgenomen om te stimuleren dat gebouwen zo ontworpen worden dat zij zo min mogelijk energie verbruiken; het primaire energieverbruik in kWh per m² gebruiksoppervlak per jaar, inclusief systeemverliezen, hulpenergie (pompen) en rendementsverlies, na aftrek van opgewekte energie uit hernieuwbare energie bronnen; het aandeel hernieuwbare energie in het totaal van het primaire energieverbruik en opgewekte energie. Onder hernieuwbare energie wordt in dit geval de opbrengst verstaan van PV‐panelen, zonnecollectoren, windenergie, biomassa en overige duurzame bronnen.
Daarnaast heeft de Capelle aan de IJssel haar eigen doelstelling verwoord in het programma Duurzaamheid (zie paragraaf 3.3). De ontwikkeling wordt aangesloten op de stadsverwarming en is compleet gasloos. Door het parkeren zoveel mogelijk intern te regelen kunnen de gronden rondom het gebouw zoveel mogelijk groen worden ingepast. Ook de realisatie van een (schaduwrijke) binnentuin draagt bij aan een aangenamer klimaat voor de bewoners in een warme stadse zomer. Omdat het gaat om nieuwbouw en het perceel braak ligt, is hergebruik van materialen van voormalige bebouwing geen optie. Wel kan architectenbureau diederendirrix als partner van Madaster het gebouw invoeren in dit materialenpaspoort, zodat bekend is welke materialen zich in het gebouw bevinden om zodoende de herbruikbaarheid te stimuleren. Aanpasbaar bouwen Aanpasbaar bouwen is het realiseren van woonruimte die niet op voorhand bestemd, bedoeld of ontworpen is voor personen met een handicap, maar die zodanig is ontworpen en gebouwd dat latere aanpassingen eenvoudig en daardoor relatief goedkoop kunnen plaats vinden wanneer een bewoner functiebeperkingen krijgt. Naast aanpasbaarheid zijn nog twee kwaliteiten te onderscheiden, namelijk bereikbaarheid en bezoekbaarheid. Woningen heten bereikbaar als de toegangsdeur van de woning zonder hulp van derden bereikbaar is voor gehandicapten.
Woningen heten bezoekbaar indien een gehandicapte zonder problemen de voordeur binnen kan, minimaal de woonkamer en keuken kan bereiken en eventueel met enige hulp gebruik kan maken van de toiletten. Voor een groot deel wordt het aspect aanpasbaar bouwen via het Bouwbesluit geregeld. In aanvulling hierop zullen de appartementen, in overeenstemming met het gemeentelijke beleid voor nieuwbouw zoals vastgelegd in de Nota aanpasbaar bouwen 2014, levensloopbestendig worden uitgevoerd.
Rho adviseurs voor leefruimte
80516.20180920
16
Rho adviseurs voor leefruimte
80516.20180920
17
Hoofdstuk 3
3.1.
Ruimtelijk beleidskader
Rijksbeleid
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) staan de plannen voor ruimte en mobiliteit van de rijksoverheid beschreven. Het kabinet schetst in de SVIR hoe Nederland er in 2040 uit moet zien: concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig. Voor de doorwerking van de rijksbelangen in plannen van andere overheden, is het Barro opgesteld. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) bevat alle ruimtelijke rijksbelangen die juridisch doorwerken op het niveau van bestemmingsplannen. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Barro is de juridische vertaling van het beleid dat geschetst is in het SVIR. Dit beleidsdocument bevat regels die doorwerken naar lagere overheden. Dit betekent dat de regels uit het Barro ook geïmplementeerd moeten worden in provinciale en gemeentelijke ruimtelijke plannen. Evenals de SVIR wordt het Barro gekenmerkt door een hoog abstractie‐ en schaalniveau. Het Barro bevat regels voor bijvoorbeeld de mainportontwikkeling van Rotterdam, het kustfundament, defensie en de ecologische hoofdstructuur. Voor het projectgebied is het uitgangspunt van duurzame verstedelijking van belang (zie ladder voor duurzame verstedelijking).
Artikel 3.1.6 Bro: Ladder voor duurzame verstedelijking (SVIR/Bro) De 'ladder voor duurzame verstedelijking' is in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) geïntroduceerd en vastgelegd als procesvereiste in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het Bro bepaalt dat voor onder meer bestemmingsplannen die nieuwe woningen mogelijk maken, de laddertoets moet worden uitgevoerd wanneer er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening in de vorm van een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Toetsing rijksbeleid Het planinitiatief raakt geen rijksbelangen als genoemd in de SVIR en het Barro. Een zorgvuldige benutting van de beschikbare ruimte voor verschillende functies vraagt om een goede onderbouwing van nut en noodzaak van een nieuwe stedelijke ruimtevraag en een zorgvuldige ruimtelijke inpassing van de nieuwe ontwikkeling. Ruimtelijke besluiten moeten aandacht besteden aan de ladder voor duurzame verstedelijking. Bij de ladder moet de behoefte aangetoond worden en of deze behoefte in bestaand stedelijk gebied opgevangen kan worden. Stedelijke ontwikkeling Uit de handreiking ladder voor duurzame verstedelijking (bron: Infomil) blijkt dat voor wonen de lijn is, dat er vanaf 12 woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling.
Omdat in dit geval meer woningen mogelijk worden gemaakt, wordt geconcludeerd dat sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Bestaand stedelijk gebied
Rho adviseurs voor leefruimte
80516.20180920
18
In de algemene bepalingen van het Besluit ruimtelijke ordening (1.1.1 lid 1 onder h) is de volgende definitie opgenomen voor bestaand stedelijk gebied: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'. De locatie is onderdeel van het bestaand stedelijk gebied door de ligging nabij Rotterdam. Het gebied is omsloten door bebouwd gebied. Ladder voor duurzame verstedelijking De beoogde ontwikkeling voorziet in het toevoegen van maximaal 55 nieuwe woningen en betreft daarmee een nieuwe stedelijke ontwikkeling in het kader van de ladder voor duurzame verstedelijking. De locatie is onderdeel van het bestaand stedelijk gebied. Beschrijving behoefte Het programma gaat uit van 55 woningen in diverse prijsklassen: 47 driekamerappartementen van circa 75 m2 tot 95 m2 met een V.O.N. van circa € 275.000,‐ tot circa € 400.000,‐; 8 vierkamerappartementen van circa 104 m2 tot 117 m2 met een V.O.N. van circa € 380.000,‐ tot circa € 500.000,‐. De behoefte blijkt uit de provinciale woningbehoefteraming (WBR).
Bij de bepaling van de behoefte (gewenste woningvoorraadgroei) wordt gewerkt met twee demografisch gestuurde ramingen: 'binnenlands migratiesaldo nul' (WBR) en 'binnenlands migratiesaldo trendmatig' (TR). De provincie stelt eens in de drie jaren het hoogste aantal woningen per regio vast als standaard voor de onderbouwing van de woningbehoefte. De Trendraming gaat voor de woonregio Rotterdam uit van een behoefte van ruim 44.600 woningen in de periode 2020‐2030. De prognose voor de gemeente Capelle aan den IJssel komt uit op 950 woningen.
Figuur 3.1
Woningbehoefte regio Rotterdam (Trendraming, bron Provincie Zuid‐Holland 2019)
De gemeente houdt zelf een woningbouwplanning bij om zicht te houden op de verhouding tussen de plancapaciteit en de behoefte.
Rho adviseurs voor leefruimte
80516.20180920
19
Op 30 januari 2019 zijn er nieuwe woningmarktafspraken gemaakt in de regio Rotterdam (Regioakkoord Nieuwe Woningmarktafspraken Regio Rotterdam 2018‐2030). Deze zijn ondertekend door alle veertien gemeenten, corporaties uit de regio én de provincie Zuid‐Holland. Onderdeel van deze woningmarktafspraken is het woningbouwprogramma van de regio Rotterdam, dat is opgebouwd uit het voorgelegde woningbouwprogramma van alle veertien gemeenten. Hierin is afgesproken dat Capelle zich inzet om 1.350 woningen aan de voorraad toe te voegen en daarmee een bijdrage te leveren aan de grote regionale woningbehoefte. Vanaf 2020 zal een nieuwe regionale woonvisie aan de orde zijn. Een cijfermatige actualisatie was wel aan de orde en die is in 2017 aan de provincie aangeboden. Het 'Regioakkoord' kan als opmaat worden gezien voor de nieuwe woonvisie vanaf 2020.
Figuur 3.2
Woningmarktafspraken (bron: Regioakkoord Rotterdam 2019)
Het sociale woningbouwprogramma had bij alle ondertekende partijen nadrukkelijk de aandacht. Er moesten voldoende sociale woningen zijn, maar er wordt ook gestreefd naar een evenwichtiger verspreide sociale woningvoorraad over de regio Rotterdam. Om tot een beter evenwicht te komen is in Capelle aan den IJssel geen toename in de sociale voorraad gewenst.
Rho adviseurs voor leefruimte
80516.20180920
20
Figuur 3.3
Gewenst aantal woningen in de sociale voorraad (bron: regioakkoord Rotterdam 2019)
De Woningmarktverkenning Capelle aan den IJssel (2018) en het gemeentelijke Programma Wonen 2019 ‐ 2022 (2019) gaan nader in op de kwalitatieve woningbehoefte. Strategische speerpunten zijn het vergroten van huisvestingsmogelijkheden voor jongeren (18 tot 27 jaar) en het vergroten van huisvestingsmogelijkheden voor ouderen in de AOW‐gerechtigde leeftijd. Binnen de regio telt Capelle aan den IJssel relatief veel starters die op zoek zijn naar een woning. Een groot deel van deze doelgroep bestaat uit jongeren in de leeftijd tot 27 jaar. Gemeten over meerdere jaren is dit ongeveer een kwart van de totale vraag (bron: Socrates 2017). In de gemeente blijft het jaarlijkse aantal woningvragende starters tot 2030 naar verwachting ongeveer 1.000 tot 1.100 starters bedragen. Hiervan is 50% op zoek naar een sociale huurwoning, 15% naar vrijesectorhuurwoning en 35% naar een koopwoning (bron: Woningmarktverkenning 2017 ‐ 2030). Op basis van de huidige bevolkingsprognoses zal Capelle aan den IJssel de komende 20 jaar te maken krijgen met meer dan een verdubbeling van de 80‐plussers. Het aantal 65‐plussers neemt met circa 37 procent toe. Uit het onderzoek Woonvoorkeuren van 50‐plussers in Capelle aan den IJssel (Companen, 2017) blijkt dat circa 70% van de 50‐plussers op dit moment in een (potentieel) geschikte woning woont. Circa 30% van de 50‐plussers woont in een niet geschikte woning.
Het woningbouwprogramma geeft specifiek invulling aan de behoefte aan meer woningen bij hoogwaardige OV‐punten, transformatie van gebieden en het vergroten van huisvestingsmogelijkheden voor jongeren en ouderen.
Rho adviseurs voor leefruimte
80516.20180920
21
Conclusie Geconcludeerd wordt dat er binnen de gemeente Capelle aan den IJssel behoefte is aan het type woningen, dat binnen de ontwikkeling aan de Fascinatio Boulevard gerealiseerd gaat worden. De ontwikkeling bestaat uit 55 koopappartementen met oppervlaktes variërend tussen de 75 m2 en 117 m2 gebruiksoppervlak. Qua oppervlakten wordt daarmee rekening gehouden met woningdifferentiatie. De ontwikkeling richt zich op stellen die hun eerste woning kopen en senioren die hun bestaande grondgebonden woning verlaten omdat ze gelijkvloers willen wonen. Door de doorstroming die plaatsvindt als gevolg van deze laatste groep komen grotere woningen in de koopsector vrij. Daarmee past het project tevens binnen het vastgestelde programma Wonen (zie paragraaf 3.3). Aangezien de afgelopen jaren is gebleken dat de locatie niet ingevuld kan worden met kantoren ligt een woningbouwontwikkeling voor de hand op basis van de huidige vraag. De kantorenmarkt is de afgelopen jaren sterk beïnvloed door de economische crisis. Er is onder andere sprake van overaanbod, een toenemende leegstand en een afnemende nieuwbouwbehoefte. Zowel in provinciaal (paragraaf 3.2) als rijksbeleid wordt de voorkeur gegeven aan het benutten van locaties voor herstructurering, intensivering of transformatie binnen stedelijk‐ en/of dorpsgebied.
Uit het oogpunt van optimaal benutten van de locatie en zorgvuldig ruimtegebruik, is het gebruiken van de locatie voor woningbouw gewenst. Met de ontwikkeling van 55 koopappartementen draagt Capelle aan den IJssel bij aan de strategische speerpunten uit het gemeentelijk Programma Wonen 2019‐2022 en aan de doelstellingen van het Regioakkoord met betrekking tot het realiseren van voldoende woningen in de totale voorraad (berekende netto groei van 53.700 woningen tot 2030).
3.2.
Provinciaal beleid
Omgevingsvisie Zuid‐Holland (2019) De provincie zet in op het beter benutten van het bestaand stads‐ en dorpsgebied. Beter benutten van de bebouwde ruimte krijgt ruimtelijk invulling door verdichting, herstructurering en binnenstedelijke transformatie. Indien een gemeente een ruimtelijke ontwikkeling wil realiseren, wordt de Ladder voor duurzame verstedelijking doorlopen. In de nationale wet‐ en regelgeving (artikel 3.1.6 lid 2 Bro) is opgenomen dat 'de toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving bevat van de behoefte aan die ontwikkeling'. Toepassing is van provinciaal belang, daarom is in de verordening een verwijzing opgenomen naar de Rijksladder. Uitgangspunt van de Ladder is dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte en in beginsel in bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd. Het doel is een zorgvuldig gebruik van de ruimte. Omgevingsverordening Zuid‐Holland (2019) In samenhang met de Omgevingsvisie is de Omgevingsverordening opgesteld. De regels in deze verordening zijn bindend en werken door in gemeentelijke plannen. Voor de beoogde ontwikkeling zijn onderstaande artikelen relevant. Artikel 6.9 Ruimtelijke kwaliteit 1.
Een omgevingsvergunning met ruimtelijke onderbouwing kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit: a. de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart (inpassen); b. als de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar wijziging op structuurniveau voorziet (aanpassen), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door: zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart; en; het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen als bedoeld in het derde lid;
Rho adviseurs voor leefruimte
80516.20180920
22
c.
als de ruimtelijke ontwikkeling niet past bij de bestaande gebiedsidentiteit (transformeren), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door: een integraal ontwerp, waarin behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht is besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd, alsmede rekening is gehouden met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart; en het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen zoals bedoeld in het derde lid.
Lid 2 tot en met 6 zijn in dit geval niet relevant omdat sprake is van 'inpassen' en de projectlocatie niet ligt in een gebied met een beschermingscategorie. Artikel 6.10 Stedelijke ontwikkelingen 1. Een omgevingsvergunning met ruimtelijke onderbouwing dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt voldoet aan de volgende eisen: a. de ruimtelijke onderbouwing gaat in op de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking overeenkomstig artikel 3.1.6, tweede, derde en vierde lid van het Besluit ruimtelijke ordening; b. indien in de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stads‐ en dorpsgebied kan worden voorzien en voor zover daarvoor een locatie groter dan 3 hectare nodig is, wordt gebruik gemaakt van locaties die zijn opgenomen in het Programma ruimte. 2. Gedeputeerde staten kunnen bij de aanvaarding van een regionale visie aangeven in hoeverre de ladder voor duurzame verstedelijking op regionaal niveau geheel of gedeeltelijk is doorlopen. In de toelichting van het bestemmingsplan kan in dat geval worden verwezen naar de regionale visie bij de beschrijving van de behoefte aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling, als bedoeld in artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening. 3. Gedeputeerde staten kunnen een regionale visie voor wonen of bedrijventerreinen vaststellen.
Een bestemmingsplan bevat geen bestemmingen die in strijd zijn met de door gedeputeerde staten vastgestelde regionale visie. Toetsing provinciaal beleid De provincie kiest ervoor om stedelijke functies zoveel mogelijk in bestaand stedelijk gebied te concentreren. Hiermee wordt de leefkwaliteit van het bebouwde gebied behouden en versterkt. Het projectgebied ligt op de kwaliteitskaart binnen het 'rivierdeltacomplex' (Laag van de ondergrond). Op de Laag van de stedelijke occupatie ligt het projectgebied binnen stads‐ en dorpsgebied ('steden en dorpen').
Rho adviseurs voor leefruimte
80516.20180920
23
Figuur 3.1
Uitsnede kwaliteitskaart (bron: provincie Zuid‐Holland)
Met betrekking tot artikel 6.9 lid 1 betreft het onderhavige plan een gebiedseigen ontwikkeling (inpassen). Het appartementengebouw wordt gerealiseerd binnen bestaand bebouwd gebied. Richtlijnen van de kwaliteitskaart zijn niet in het geding en de locatie is niet aangemerkt als een gebied met een beschermingscategorie. Overeenkomstig de stedenbouwkundige uitgangspunten is aansluiting gezocht bij de schaal van de bebouwing in de directe omgeving. De hoogtematen passen binnen de maten zoals opgenomen in het geldende bestemmingsplan. Ook past het appartementengebouw binnen het bestaande bouwvlak zoals dat is opgenomen in het geldende bestemmingsplan 'Fascinatio‐Capelsebrug'. Door de nieuwe invulling van de binnenstedelijke locatie wordt voldaan aan de voorkeursvolgorde voor verstedelijking: allereerst het benutten van locaties voor herstructurering, intensivering of transformatie binnen bestaand stedelijk gebied en daarna het benutten van locaties aansluitend aan stedelijk gebied. Om in te spelen op de marktwensen van de huidige woningmarkt zijn 55 appartementen beoogd. Hiermee wordt aangesloten op de marktwensen van de provinciale woningbehoefteraming. De ontwikkeling is in paragraaf 3.1 getoetst aan de ladder voor duurzame verstedelijking.
3.3.
Gemeentelijk beleid
Structuurvisie 2030 ‐ Parkstad naast economische motor De gemeente Capelle aan den IJssel heeft op 10 juni 2013 de Structuurvisie 2030 vastgesteld. Deze structuurvisie biedt een kader voor toekomstige ontwikkelingen. Het doel van de structuurvisie is het weergeven van de toekomstige inrichting van de gemeente in 2030. De structuurvisie dient als leidraad en toetsingskader voor toekomstige plannen en is voorzien van een (wettelijk verplicht) uitvoeringsprogramma. In de structuurvisie is de ambitie vastgelegd dat Capelle aan den IJssel in 2030 een aantrekkelijke en duurzame parkstad is met een gedifferentieerd woonaanbod en veel groen en water. Het karakter van de Parkstad wordt bepaald door de groene randen van de stad, de groene hoofdstructuren in de stad en het groen en water midden in de woongebieden.
Rho adviseurs voor leefruimte
80516.20180920
24
In de structuurvisie komen de ruimtelijke claims vanuit wonen, economie, verkeer en vervoer, buitenruimte, sport, recreatie, welzijn, onderwijs en zorg samen. Daarbij worden de hoofdlijnen geformuleerd en afwegingen en keuzen gemaakt. Het bedrijventerrein dat als een lint om de woningbouw van Fascinatio ligt (zie figuur 3.2) krijgt geen bijzondere aandacht, anders dan het uitgeven van de kavels en het bebouwen van de braakliggende kavels.
Figuur 3.2
Structuurvisiekaart Capelle aan den IJssel (projectgebied aangeduid met rode cirkel)
Naar vernieuwende verstedelijkingsafspraken Zuid‐Holland staat voor een grote opgave. Tussen 2018 en 2030 zijn er zo'n 150.000 woningen extra nodig en tussen 2030 en 2040 nog eens aanvullend zo'n 60.000 woningen. De uitdaging is om de juiste woningen op de juiste plek te bouwen. Om aan de woningbehoefte te voldoen, moet de bouwproductie in bestaande plannen op korte termijn worden versneld én moeten plannen worden gemaakt voor de middellange en lange termijn. De provincie vervult een belangrijke rol in de regionale verbindingen en afstemming hierin. Provincie Zuid‐Holland heeft inmiddels een proces ingezet om te komen tot vernieuwende verstedelijkingsafspraken die richting kunnen geven aan de invulling van deze groeiopgave.
Rho adviseurs voor leefruimte
80516.20180920
25
De provincie heeft de volgende richtinggevende principes voor verstedelijkingsopgave ingebracht: 1. Bouw binnen bestaand stedelijk gebied; 2. Differentieer de woningvoorraad; 3. Bouw nabij hoogwaardig openbaar vervoer; 4. Benut de potentie van groen en water; 5. Koester en ontwikkel gebieden voor de nieuwe economie; 6. Draag bij aan de energietransitie. Transformatieleidraad Op 20 maart 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders de transformatieleidraad vastgesteld vanwege de structurele leegstand van kantoorvastgoed en de vraag op de woningmarkt. Dit document geeft richting aan transformatie initiatieven in de gemeente Capelle aan den IJssel. Voor transformaties zijn vijf ambities beschreven: 1. Doe mee!: het betrekken van de directe omgeving en andere belanghebbenden bij het initiatief. 2. Duurzaamheid: ook bij transformatie wordt verwacht dat een gebouw duurzaam wordt (gemaakt). 3. Bereikbaarheid en mobiliteit: ingezet wordt op mobiliteit via het openbaar vervoer of andere alternatieven. Uitgangspunt is dat parkeren op eigen terrein wordt opgelost en ondergeschikt is. 4. Woningbehoefte: er moet goed worden ingespeeld op de vraag uit de markt. 5. Ruimtelijke kwaliteit: de uitstraling van een gebouw, buitenruimte en omgeving moet passen bij de nieuwe functie.
Programma Wonen 2019‐2022 Het programma Wonen betreft een actualisatie van de Woonvisie 2013‐2020 en is op 15 april 2019 vastgesteld door de gemeenteraad. In het programma Wonen staan vier pijlers centraal: Duurzaam wonen met kwaliteit, Voor iedereen een (t)huis, Wonen met zorg en welzijn en Samen wonen in de wijk. Duurzaam wonen met kwaliteit: de focus van de gemeente ligt op het verduurzamen en verbeteren van de kwaliteit van de woningvoorraad en het benutten van duurzame ontwikkelingsmogelijkheden. Er wordt onder andere ingezet op het realiseren van woningen bij OV‐punten (circa 1.350 woningen tot 2025), herstructureren en functiewijziging van gebieden en gebouwen naar wonen en werken (circa 7.000 woningen toevoegen tot 2025) en het verduurzamen van de bestaande woningvoorraad. Voor iedereen een (t)huis: het uitgangspunt is dat het aanbod van woningen in eerste instantie zo veel mogelijk aansluit bij de woonwensen van de inwoners omdat mogelijkheden om de woningvoorraad uit te breiden beperkt zijn. Speerpunten zijn onder andere het creëren van meer woonmogelijkheden voor jongeren (18 tot 27 jaar) en ouderen (in de AOW‐gerechtigde leeftijd). Wonen met zorg en welzijn: omdat Capelle in sterke mate vergrijst wordt steeds meer een beroep gedaan op wonen met zorg waarbij voorwaarden worden gesteld aan het woonaanbod.
Samen wonen in de wijk: inwoners worden gestimuleerd om mee te praten en mee te doen om de leefbaarheid in buurten en wijken te borgen. Programma Economie 2019‐2022 Ook het programma Economie is na een intensief proces op 15 april 2019 door de gemeenteraad vastgesteld. Uit dit proces zijn zes thema's gekomen die centraal staan in het programma: 1. kansen bieden door werkgelegenheid, onderwijs en arbeidsmarkt aan elkaar te verbinden; 2. werk en bedrijvigheid maximaal bereikbaar maken; 3. toewerken naar moderne, flexibele, duurzame en aantrekkelijke werklocaties; 4. winkelen in, en genieten van, een levendige detailhandel en horeca; 5. kansen voor vrijetijdseconomie benutten; 6. duurzaamheid en energietransitie stimuleren bij bedrijven. De zes thema's zijn uitgewerkt in een Uitvoeringsprogramma.
Rho adviseurs voor leefruimte
80516.20180920
26
Programma Duurzaamheid 2019‐2022 Het programma Duurzaamheid is op 15 april 2019 door de gemeenteraad vastgesteld. In het programma staan de projecten en activiteiten die de komende jaren worden uitgevoerd binnen drie pijlers: energie, klimaat en circulair. Energie: als het gaat om energietransitie wordt ingezet op energiebesparing door betere isolatie, aardgasvrij bouwen en duurzame energie (zonne‐energie). Klimaat: inwoners van de gemeente worden gestimuleerd om te vergroenen om zich voor te bereiden op een veranderend klimaat door maatregelen te treffen om wateroverlast en een tekort aan water te voorkomen. Circulair: in het kader van circulaire economie worden particulieren en bedrijven gestimuleerd om grondstoffen her te gebruiken en restafval te verminderen. Toetsing gemeentelijk beleid De planlocatie is in de structuurvisie aangeduid als 'kantoren/ bedrijven'. Deze functie is als zodanig in het geldende bestemmingsplan 'Fascinatio‐Capelsebrug' vertaald. Het perceel ligt al enige tijd braak. Door de stagnerende kantorenmarkt en de toenemende vraag naar woonruimte is ook woningbouw een optie op dit perceel in de kantoren‐ en bedrijvenstrook rondom de wijk Fascinatio.
Hoewel het niet gaat om de transformatie van een bestaand gebouw, maar om de transformatie van de geldende bestemming, zijn op basis van de Transformatieleidraad de mogelijkheden bekeken om een appartementengebouw te realiseren: 1. In november 2018 is een inloopavond georganiseerd voor de buurt. Op deze avond is positief gereageerd op de beoogde ontwikkeling, met name doordat de realisatie van appartementen in plaats van kantoren de verkeersdruk op bepaalde momenten van de dag kan verlichten. 2. Op basis van het programma Duurzaamheid is in paragraaf 2.2 beschreven op welke wijze invulling wordt gegeven aan de pijlers uit het programma Duurzaamheid. Zo worden de woningen gasloos gebouwd, is aandacht besteed aan groen binnen de ontwikkeling door middel van een binnentuin en zal inzicht worden gegeven in de herbruikbaarheid van materialen die zich in het gebouw bevinden. 3. De beoogde bouwlocatie sluit aan op de bestaande woonwijk. Het dichtstbijzijnde metrostation ligt op circa 800 meter. Alle parkeren wordt op eigen terrein opgelost. Ook is er ruim voldoende gelegenheid voor fietsparkeren. 4. De bouw van nieuwe woningen voldoet aan de huidige vraag en de uitgangspunten zoals omschreven in het programma Wonen (zie paragraaf 3.1). Capelle aan den IJssel heeft geen uitleggebieden waar nieuwe woningbouwontwikkelingen kunnen worden gerealiseerd.
Capelle aan den IJssel richt zich wel sterk op de stadstransitie via herstructurering en transformatie van gebouwen en gebieden. Met de realisatie van 55 koopappartementen wordt ondermeer ingespeeld op de vraag van ouderen die hun bestaande grondgebonden woning inruilen voor een gelijkvloerse woning. 5. Zowel de hoogte als de uitstraling van het gebouw voegen zich goed in de bestaande omgeving. Door de toevoeging van balkons aan de zijde van de Fascinatio Boulevard krijgt de ontwikkeling de uitstraling van een woongebouw. Parkeren vindt hoofdzakelijk intern plaats. Mede vanwege de geluidbelasting op de buitengevels van het gebouw is een groene binnentuin beoogd waar alle bewoners gebruik van kunnen maken. Het woningbouwprogramma geeft specifiek invulling aan de eerste twee pijlers in het programma Wonen: 1. Toekomstbestendig ontwikkelen: woningen realiseren met name in nabijheid hoogwaardige OV‐ punten. 2. Stadstransitie via transformatie van gebieden. 3. Vergroten huisvestingsmogelijkheden voor jongeren (18 tot 27 jaar) en ouderen in de AOW‐ gerechtigde leeftijd. Het programma Economie is minder van toepassing op de beoogde ontwikkeling. Wonen en werken wordt gecombineerd door woningbouw te realiseren in de strip aan de zuidzijde van de Fascinatio Boulevard die oorspronkelijk als kantoorlocatie bedoeld was. In paragraaf 2.2 is beschreven op welke
Rho adviseurs voor leefruimte
80516.20180920
27
wijze invulling wordt gegeven aan de pijlers uit het programma Duurzaamheid: woningen worden gasloos gebouwd, er is aandacht besteed aan groenvoorzieningen in de binnentuin om hittestress zoveel als mogelijk te elimineren en inzicht zal worden gegeven in de herbruikbaarheid van materialen die zich in het gebouw bevinden. Op basis van het voorgaande kan worden geconcludeerd dat de ontwikkeling goed aansluit op het gemeentelijke (woon)beleid.
Rho adviseurs voor leefruimte
80516.20180920
28
Rho adviseurs voor leefruimte
80516.20180920
29
Hoofdstuk 4
4.1.
Omgevingsaspecten
Verkeer en parkeren
Verkeersgeneratie en ‐afwikkeling Het projectgebied wordt ontsloten direct ontsloten op de Fascinatio Boulevard. Via de Rivium Boulevard is snel de provinciale weg (N210) richting het centrum van Capelle aan den IJssel en Rotterdam te bereiken. De beoogde ontwikkeling bestaat uit de realisatie van 55 appartementen op de plek waar volgens het geldende bestemmingsplan bedrijven en kantoren zijn toegestaan. Op basis van kencijfers uit publicatie 381 van het CROW bedraagt de verkeersgeneratie per woning maximaal 6 mvt/etmaal. Het totaal aantal verkeersbewegingen zal door de komst van het appartementengebouw toenemen met ongeveer 330 mvt/etmaal. De gemeente Capelle aan den IJssel heeft Royal HaskoningDHV gevraagd inzicht te geven in het verschil tussen het wel of niet toestaan van meer woningbouw in de wijken Fascinatio en Rivium. Deze verkeersstudie is bijgevoegd als bijlage 1. In de verkeersstudie wordt geconcludeerd dat meer woningen leidt tot een betere spreiding van het verkeer over de dag en minder in de spitsen. Wel is in 2030 sprake van een overbelast netwerk op de N210 en A16 wat de bereikbaarheid van de wijken Fascinatio en Rivium ernstig belemmert. Deze overbelasting treedt op los van de ontwikkelingen in de wijk Fascinatio. Parkeren Autoparkeernormen Het parkeerbeleid van de gemeente Capelle aan den IJssel is vastgelegd in de nota Parkeerbeleid 2015.
Uit het parkeerbeleid zijn met name de parkeernormen van belang. Gelijktijdig met het Parkeerbeleidsplan is de aangepaste Nota Parkeernormen 2015 opgesteld. De nieuwe parkeernormen zijn op 14 december 2015 door de gemeenteraad vastgesteld. Deze parkeernormen vormen een doorvertaling van de landelijke parkeercijfers naar de Capelse situatie. Het parkeerbeleid is in de bestemmingsplannen van de gemeente Capelle aan den IJssel opgenomen door middel van de parapluherziening 'Parkeren' (vastgesteld 9 juli 2018). Deze herziening geldt ook voor de planlocatie aan de Fascinatio Boulevard. In tabel 4.1 is per zone de parkeernorm weergegeven in aantallen parkeerplaatsen. Bezoekersparkeren is reeds opgenomen in de normering.
Rho adviseurs voor leefruimte
80516.20180920
30
Tabel 4.1
Parkeernormen 'Wonen (inclusief bezoekers)'
Binnen het projectgebied wordt een appartementengebouw met 55 woningen gerealiseerd. Het betreft 47 appartementen kleiner dan 100 m2 en 8 appartementen tussen de 100 m2 en 160 m2. In tabel 4.2 is de parkeerbehoefte van het projectgebied op basis van de parkeernormen van de gemeente Capelle aan den IJssel weergegeven. Daarbij is van belang dat de woningbouwlocatie op basis van de zone‐indeling binnen de 'schil/ rest bebouwde kom' ligt. aantal appartement < 100 m 47 appartement > 100 m2 en < 160 m2 8 totaal 55 Tabel 4.2 Parkeerbehoefte projectgebied 2
parkeerbehoefte per woning totale parkeerbehoefte 1,5 parkeerplaats 70,5 parkeerplaatsen 1,8 parkeerplaats 14,4 parkeerplaatsen 84,9 parkeerplaatsen
De parkeerbehoefte van het projectgebied bedraagt in 85 parkeerplaatsen. Echter omdat deze nooit allemaal tegelijkertijd aanwezig zullen zijn is er gekeken naar het piekmoment in de parkeerbelasting. Aan de hand van de aanwezigheidspercentages is de toekomstige parkeerbehoefte naar dagdeel toebedeeld (zie tabel 4.3). werk ochtend middag
avond
koop‐ avond 54,99
nacht
appartement 29,61 2,82 62,04 56,4 < 100 m appartement 6,24 0,48 12,72 11,28 12 > 100 m2 en < 160 m2 totaal 35,85 3.3 74,76 66,27 68,4 Tabel 4.3 Parkeerbehoefte projectgebied naar dagdeel
weekend za‐mi za‐av
zo‐mi
zo‐av
42,3
59,22
49,35
49,35
8,64
12
10,08
10,08
50,94
71,22
59,43
59,43
In de toekomstige situatie geldt een maatgevende parkeerbehoefte van 75 parkeerplaatsen op een werkdag avond. Ook op zaterdagavond is de parkeerbehoefte redelijk hoog (72 parkeerplaatsen). Op de andere dagdelen is de parkeerbehoefte lager.
Rho adviseurs voor leefruimte
80516.20180920
31
Op de begane grond van het appartementengebouw worden 67 parkeerplaatsen gerealiseerd en op het voorterrein nog minimaal 8 parkeerplaatsen (totaal 75 parkeerplaatsen). Op basis van de uitgevoerde berekening blijkt dat hiermee kan worden voorzien in de maatgevende parkeerbehoefte van 75 parkeerplaatsen. Fietsparkeernormen Voor fietsparkeren wordt verwezen naar het Bouwbesluit. Het Bouwbesluit schrijft een berging voor bij woningen groter dan 50 m2. Omdat de woningen geen gemeenschappelijke buitenberging hebben wordt gebruik gemaakt van het gelijkwaardigheidsprincipe. De oppervlakte van de gemeenschappelijke bergruimte voor het stallen van fietsen wordt op basis van het gelijkwaardigheidsprincipe bepaald met de formule: Oppstalling per woning = (GBOwoning / 25) x 0,75. In het plan wordt 4.569,2 m2 GO wonen gerealiseerd. Conform de genoemde formule dient er 137,1 m2 aan gemeenschappelijke fietsenberging gemaakt te worden. De inpandige gemeenschappelijke fietsenstallingen (geen open gevels, waardoor deze conform NEN2778 regenwerend uitgevoerd worden) hebben bij elkaar een oppervlakte van 137,3 m2. Hiermee wordt voldaan aan de gestelde eisen met betrekking tot fietsparkeren.
4.2.
Wegverkeerslawaai
Beleid en normstelling Het plan omvat de realisatie van 55 appartementen tussen de N210 en de Fascinatio Boulevard in de wijk Fascinatio in Capelle aan den IJssel. Woningen zijn op grond van de Wet geluidhinder (Wgh) geluidsgevoelige objecten waarvoor, indien deze zijn gelegen binnen de geluidzone van gezoneerde (spoor)wegen, akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd. De woningen liggen in de geluidzone van de N210 (Abram van Rijckevorselweg), Fascinatio Boulevard en Rivium Boulevard. Het plan ligt buiten de geluidzone van de A16 en de metrolijn Kralingse Zoom ‐ Capelle. Nader onderzoek naar de laatste twee geluidbronnen is niet vereist. Onderzoek Het akoestisch onderzoek is uitgevoerd door Buro Bouwfysica en opgenomen in bijlage 2. Uit de resultaten blijkt dat de voorkeursgrenswaarde van 48 dB ten gevolge van het verkeer op de Abram van Rijckevorselweg (maximaal 62 dB na aftrek) en de Fascinatio Boulevard (maximaal 54 dB na aftrek) wordt overschreden. De maximaal te verlenen ontheffingswaarde van 53 dB wordt overschreden ten gevolge van verkeer op de Abram Rijckevorselweg voor het bouwdeel direct langs deze weg zodat het toepassen van dove gevels noodzakelijk is.
Het plan voldoet echter wel aan de toekomstige grenswaarde voor gemeentewegen van 70 Lden overeenkomstig het Aanvullingsbesluit geluid Omgevingswet waardoor realisatie van het plan binnen deze kaders zelfs zonder dove gevels mogelijk zou worden. In tabel 4.4 zijn de optredende geluidbelastingen voor de onderzochte wegen weergegeven waarbij een overschrijding van de voorkeursgrenswaarde geel gearceerd is en een overschrijding van de maximale te verlenen ontheffingswaarde rood is gearceerd. Tabel 4.4
Maximaal optredende geluidbelasting
Rho adviseurs voor leefruimte
80516.20180920
32
In het onderzoek is gekeken naar maatregelen en de specifieke situatie van diverse appartementen. Het is redelijkerwijs niet mogelijk om de geluidbelasting middels bron‐ en overdrachtsmaatregelen terug te brengen tot de voorkeursgrenswaarde. Alle woningen beschikken wel over een geluidluwe gevel ter plaatse van de afgeschermde binnentuin waaraan geluidgevoelige ruimten, zoals woon‐ en slaapkamers en de buitenruimte (uitgezonderd de woningen aan de zijde Fascinatio Boulevard) is gesitueerd. Conclusie In het akoestisch onderzoek wordt geconcludeerd dat hogere waarden verleend dienen te worden. Een overzicht van de te verlenen hogere waarden is opgenomen in tabel 4.5.
Tabel 4.5
Benodigde hogere waarde
Daarnaast worden alle woningtypologieën afgestemd op de vereiste dove gevel door in het ontwerp rekening te houden met verblijfsruimten die tevens grenzen aan de niet geluidbelaste zijde. Met het toepassen van gesloten balkonschermen voor alle woningen aan de zijde Fascinatio Boulevard op alle lagen met een hoogte van 1 meter ten opzichte van balkonvloerniveau en het absorberend uitvoeren van de onderzijde van de bovenliggende balkons wordt een geluidluwe buitenruimte gerealiseerd. In figuur 4.1 (alle wegen beschouwd) is voor het plan aangegeven waar sprake is van dove gevels, gevels waar een hogere waarde (ontheffing) noodzakelijk is, de geluidluwe gevels en aanvullende maatregelen ten behoeve van spuien en geluidluwe buitenruimte.
Rho adviseurs voor leefruimte
80516.20180920
33
Figuur 4.1
Overzicht dove gevels, gevels met ontheffing, geluidluwe gevels en aanvullende maatregelen
Door het vaststellen van hogere waarden en het opnemen van de verplichting tot het realiseren van dove gevels kan worden geconcludeerd dat ter plaatse van het appartementengebouw sprake zal zijn van een acceptabele kwaliteit van de woon‐ en leefomgeving.
4.3.
Water
Waterbeheer en watertoets Het projectgebied ligt binnen het beheersgebied van het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard, verantwoordelijk voor het waterkwantiteits‐ en waterkwaliteitsbeheer. Bij het tot stand komen van dit plan wordt overleg gevoerd met de waterbeheerder. Beleid duurzaam stedelijk waterbeheer Op verschillende bestuursniveaus zijn de afgelopen jaren beleidsnota's verschenen aangaande de waterhuishouding, allen met als doel een duurzaam waterbeheer (kwalitatief en kwantitatief). Deze paragraaf geeft een overzicht van de voor het projectgebied relevante nota's, waarbij het beleid van het waterschap nader wordt behandeld.
Rho adviseurs voor leefruimte
80516.20180920
34
Europees: Kaderrichtlijn Water (KRW) Nationaal: Nationaal Waterplan (NW) Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) Waterwet Provinciaal: Provinciaal Waterplan Omgevingsvisie Zuid‐Holland Omgevingsverordening Zuid‐Holland Hoogheemraadschapsbeleid Het beleid van het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard (verder HHSK) is vastgelegd in het waterbeheerplan 2016‐2021 'Met mensen en water', Keur van het HHSK, peilbesluiten en de leggers. Het waterbeheerplan bevat de hoofdlijnen van het beleid voor de taken van het waterschap met betrekking tot de waterveiligheid, het oppervlaktewater‐ en grondwaterbeheer, het beheer van afvalwaterketen en emissies, en het wegenbeheer in de Krimpenerwaard. Met het nieuwe Waterbeheerplan staat het HHSK voor een doelmatig en duurzaam waterbeheer, in directe verbinding met de omgeving. Per 1 januari 2016 is de geactualiseerde Keur in werking getreden. De Keur geeft met verboden aan welke activiteiten in de buurt van water en waterkeringen niet zijn toegestaan. Daarnaast geeft de Keur met geboden aan welke onderhoudsverplichtingen eigenaren en gebruikers van wateren en waterkeringen hebben. Huidige situatie Het projectgebied betreft een perceel dat op dit moment al is voorzien van een bedrijfsbestemming. Binnen deze bestemming zijn bedrijven, kantoren, maatschappelijke voorzieningen en horeca toegestaan.
Vanwege de functieaanduiding 'woon‐werkwoning' zijn ook woon‐werkwoningen toegestaan. De aangegeven bouwvlakken mogen voor 85% worden bebouwd. Bodem en grondwater Op figuur 4.2 is te zien dat de projectlocatie niet is gekarteerd. De locatie ligt in bebouwd gebied. In de omgeving van het projectgebied is sprake van klei op veen, kleidek op veen en veraarde bovengrond op diep veen.
Figuur 4.2
Overzicht bodemsoort met het projectgebied zwart omcirkeld (bron: Bodemdata)
Rho adviseurs voor leefruimte
80516.20180920
35
De grondwaterstanden zijn voor het overgrote deel afhankelijk van het peil van het oppervlaktewater en de hoogteligging van het maaiveld ten opzichte van het waterpeil. Het maaiveld ligt op 3,15 meter boven NAP. Waterkwantiteit In en rond het projectgebied zijn geen primaire watergangen aanwezig. Het projectgebied valt dan ook niet binnen een beschermingszones van een primaire watergang (zie figuur 4.3).
Figuur 4.3
Uitsnede Legger waterkeringen en oppervlaktewatersystemen
Watersysteemkwaliteit en ecologie Binnen het projectgebied of in de nabije omgeving liggen geen oppervlaktewaterlichamen die zijn aangewezen vanuit de Kaderrichtlijn Water. Er bevinden zich ook geen natte ecologische verbindingszone zoals opgenomen in het (provinciale) Natuurnetwerk Nederland binnen of in de nabijheid van het projectgebied. Veiligheid en waterkeringen Het projectgebied is niet gelegen binnen de kern‐ en beschermingszone van een regionale/primaire waterkering. Afvalwaterketen en riolering Het projectgebied is aangesloten op het gemeentelijk rioolstelsel. Toekomstige situatie De beoogde ontwikkeling bestaat uit een appartementencomplex bestaande uit 55 appartementen met binnentuin. Waterkwantiteit Het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard stelt als eis dat 5% van de toename in verharding gecompenseerd dient te worden mits deze toename meer dan 500 m2 bedraagt. In de huidige situatie is het al mogelijk om tot maximaal 85% van het perceel te bebouwen. De waterhuishouding van
Rho adviseurs voor leefruimte
80516.20180920
36
Fascinatio is middels de Raamvergunning 2001/399 geregeld. Hierdoor hoeft er niet gecompenseerd te worden, mits de afwatering richting het noorden is met een hemelwaterafvoer onder de weg door. Daarnaast wordt in de beoogde situatie een tuin gerealiseerd. De ruimte rond het appartementencomplex wordt groen ingericht. Watersysteemkwaliteit en ecologie Ter voorkoming van diffuse verontreinigingen van water en bodem is het van belang om duurzame, niet‐ uitloogbare materialen te gebruiken, zowel gedurende de bouw‐ als de gebruiksfase. Veiligheid en waterkeringen De ontwikkeling heeft geen invloed op de waterveiligheid in de omgeving. Afvalwaterketen en riolering Conform de Leidraad Riolering en vigerend waterschapsbeleid is het voor nieuwbouw gewenst een gescheiden rioleringsstelsel aan te leggen zodat schoon hemelwater niet bij een rioolzuiveringsinstallatie terecht komt. Afvalwater wordt aangesloten op de bestaande gemeentelijke riolering. Voor hemelwater wordt de volgende voorkeursvolgorde aangehouden waarbij hemelwater niet direct wordt afgevoerd naar de noordelijke watergang: hemelwater vasthouden voor benutting, (in‐) filtratie van afstromend hemelwater, afstromend hemelwater afvoeren naar oppervlaktewater, afstromend hemelwater afvoeren naar AWZI.
Conclusie Doordat het al mogelijk is om 85% van het in het geldende bestemmingsplan aangegeven bouwvlak te bebouwen, is compensatie voor de beoogde ontwikkeling niet nodig. De waterhuishouding voor Fascinatio is middels de Raamvergunning 2001/399 geregeld. Verder ligt het projectgebied niet in de nabijheid van oppervlaktewater en of waterkeringen. De ontwikkeling heeft geen negatieve gevolgen voor het waterhuishoudkundige systeem ter plaatse.
4.4.
Bedrijven en milieuhinder
Toetsingskader In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van milieugevoelige functies zoals woningen: ter plaatse van de woningen een goed woon‐ en leefmilieu kan worden gegarandeerd; rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering en milieuruimte van de betreffende bedrijven. Voor de afstemming tussen milieugevoelige en milieuhinderlijke functies, wordt voor dit project gebruikgemaakt van de VNG‐publicatie Bedrijven en milieuzonering (editie 2009). In deze publicatie is een lijst opgenomen waarin de meest voorkomende bedrijven en bedrijfsactiviteiten zijn gerangschikt naar mate van milieubelasting. Voor elke bedrijfsactiviteit is de maximale richtafstand ten opzichte van milieugevoelige functies aangegeven op grond waarvan de categorie‐indeling heeft plaatsgevonden. De richtafstanden gelden ten opzichte van het omgevingstype 'rustige woonwijk'. Milieuzonering beperkt zich tot de milieuaspecten met een ruimtelijke dimensie: geluid, geur, gevaar en stof. Onderzoek In de beoogde situatie worden 55 appartementen gerealiseerd. Hiermee wordt een milieugevoelige functie opgericht en moet worden getoetst aan de richtafstanden zoals vermeld in de VNG‐brochure. In het gebied zijn woningen en bedrijven gevestigd, waardoor de omgeving getypeerd kan worden als 'gemengd gebied'.
Rho adviseurs voor leefruimte
80516.20180920
37
Het projectgebied ligt in een strook met de bestemming 'Bedrijf' langs de Fascinatio Boulevard (bestemmingsplan 'Fascinatio‐Capelsebrug'). Binnen deze strook zijn onder andere bedrijven uit ten hoogste categorie 3.1 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten 'Fascinatio‐Capelsebrug' en kantoren toegestaan. Op het perceel aan de oostzijde van de beoogde ontwikkeling staat een verzamelgebouw met opslagruimtes voor particuliere verhuur. Voor het overige bevinden zich uitsluitend kantoren binnen de strook langs de Fascinatio Boulevard. Opslaggebouwen voor de verhuur van opslagruimte vallen onder milieucategorie 2. De richtafstand van deze functie tot 'gemengd gebied' bedraagt 10 meter. Kantoren vallen onder milieucategorie 1 en mogen in gemengd gebied naast woningen worden gerealiseerd. De afstand tot verzamelgebouw met opslagruimtes bedraagt circa 10 meter. Daarmee wordt aan de richtafstanden voldaan. Ten zuiden van het projectgebied is het bedrijventerrein 'Rivium' gevestigd. Hier zijn bedrijven tot en met milieucategorie 3.1 toegestaan. De grootste richtafstand voor milieucategorie 3.1 ('rustige woonwijk') is 50 meter. Het bedrijventerrein ligt op een afstand van circa 100 meter en voldoet daarmee aan de richtafstanden.
Verder zijn in de omgeving geen bedrijven aanwezig die een belemmering vormen voor de milieusituatie ter plaatse van het projectgebied, of die door de beoogde ontwikkeling worden belemmerd in hun bedrijfsvoering. Conclusie Geconcludeerd wordt dat ter plaatse van het beoogd appartementengebouw sprake zal zijn van een aanvaardbaar woon‐ en leefklimaat. Het aspect bedrijven en milieuhinder staat de beoogde ontwikkeling niet in de weg en nader onderzoek is niet noodzakelijk.
4.5.
Luchtkwaliteit
Toetsingskader In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het opstellen van een ruimtelijk plan uit het oogpunt van de bescherming van de gezondheid van de mens rekening gehouden met de luchtkwaliteit. Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer. Dit onderdeel van de Wet milieubeheer (Wm) bevat grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, fijn stof, lood, koolmonoxide en benzeen. Hierbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk langs wegen vooral de grenswaarden voor stikstofdioxide (jaargemiddelde) en fijn stof (jaar‐ en daggemiddelde) van belang. De grenswaarden van de laatstgenoemde stoffen zijn in tabel 4.6 weergegeven. Tabel 4.6 Grenswaarden maatgevende stoffen Wm Stof Toetsing van stikstofdioxide (NO2) jaargemiddelde concentratie fijn stof (PM10) jaargemiddelde concentratie 24‐uurgemiddelde concentratie fijn stof (PM2,5) jaargemiddelde concentratie
Grenswaarde 40 µg/m³ 40 µg/m³ max. 35 keer p.j. meer dan 50 µg / m³ 25 µg/m³
Op grond van artikel 5.16 van de Wm kunnen bestuursorganen bevoegdheden die gevolgen kunnen hebben voor de luchtkwaliteit onder andere uitoefenen indien de bevoegdheden/ontwikkelingen niet leiden tot een overschrijding van de grenswaarden of de bevoegdheden/ontwikkelingen niet in betekenende mate bijdragen aan de concentratie in de buitenlucht.
Rho adviseurs voor leefruimte
80516.20180920
38
Besluit niet in betekenende mate In dit Besluit niet in betekenende mate is bepaald in welke gevallen een project vanwege de gevolgen voor de luchtkwaliteit niet aan de grenswaarden hoeft te worden getoetst. Hierbij worden twee situaties onderscheiden: een project heeft een effect van minder dan 3% van de jaargemiddelde grenswaarde NO2 en PM10 (= 1,2 µg/m³); een project valt in een categorie die is vrijgesteld aan toetsing aan de grenswaarden; deze categorieën betreffen onder andere woningbouw met niet meer dan 1.500 woningen bij één ontsluitingsweg en 3.000 woningen bij twee ontsluitingswegen, kantoorlocaties met een bruto vloeroppervlak van niet meer dan 100.000 m2 bij één ontsluitingsweg en 200.000 m2 bij twee ontsluitingswegen. Onderzoek Ter plaatse van het projectgebied wordt een appartementencomplex gebouwd bestaande uit 55 woningen. De beoogde ontwikkeling leidt tot een maximale toename van 330 mvt/etmaal (zie paragraaf 4.1). Een dergelijke ontwikkeling valt onder het Besluit niet in betekenende mate onder de categorie woningbouw tot 1.500 woningen aan één ontsluitingsweg. Dit betekent dat de ontwikkeling niet in betekenende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit ter plaatse, en dat nader onderzoek niet noodzakelijk is (zie tabel 4.7). Tabel 4.7