CConstaterende datCapelle Ad Ijssel
Koppel je AI →
Document · PDF

11.02 - BBV Kaders voor aanwending Eneco-gelden

Commissie Bestuur, Veiligheid en Middelen 17 mei 2021, gemeente Capelle Ad IjsselBij agendapunt: Kaders voor aanwending Eneco-gelden1.971 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Collegevoorstel Openbaar Behandelaar: A. van Dijk Afdeling / Unit: FIN - Beleid en Advies Portefeuillehouder: N.C. van Veen

Vergaderdatum: 13 april 2021 Behandelwijze: Bespreekstuk Documentnummer: 441090

ONDERWERP Kaders voor aanwending Eneco-gelden

SAMENVATTING Het college is voornemens om bij het vaststellen van de jaarrekening 2020 een voorstel aan de raad aan te bieden om een bestemmingsreserve Enecogelden in te stellen. Conform het door de raad aangenomen amendement “Bestemmingsreserve Eneco: eerst de kaders” heeft het college conceptkaders opgesteld voor de in te stellen bestemmingsreserve en de aanwending van de middelen uit deze reserve. Op 19 november 2020 en 17 februari 2021 heeft er een consultatie plaats gevonden met de Raadswerkgroep SIR over de concept kaders. Het college stelt de raad voor om deze conceptkaders vast te stellen.

ADVIES OM TE BESLISSEN 1. Het concept kader voor de nieuw te vormen bestemmingsreserve “besteding verkoop Enecoaandelen” vast te stellen; 2. Dit collegebesluit ter informatie te delen met de raadswerkgroep SIR; 3. Het concept raadsvoorstel en -besluit inzake de kaders inclusief toelichting voor de aanwending van de Eneco-gelden vast te stellen; 4. Het concept raadsvoorstel en -besluit inzake de kaders inclusief toelichting voor de aanwending van de Eneco-gelden ter besluitvorming voor te leggen aan de gemeenteraad; 5. Een informatieve bijeenkomst te organiseren voor de raadswerkgroep SIR voor het onderwerp “Venture capital”.

BESLUIT: 13 april 2021 1. Met inachtneming van een aanvulling het concept kader voor de nieuw te vormen bestemmingsreserve “besteding verkoop Eneco-aandelen” vast te stellen; 2. Dit collegebesluit ter informatie te delen met de raadswerkgroep SIR; 3. Het concept raadsvoorstel en -besluit inzake de kaders inclusief toelichting voor de aanwending van de Eneco-gelden vast te stellen; 4. Het concept raadsvoorstel en -besluit inzake de kaders inclusief toelichting voor de aanwending van de Eneco-gelden ter besluitvorming voor te leggen aan de gemeenteraad; 5. Een informatieve bijeenkomst te organiseren voor de raadswerkgroep SIR voor het onderwerp “Venture capital”.

1

INHOUD/STREKKING Inleiding In de concept Begroting 2021, zoals door het college aangeboden aan de raad, was een voorstel opgenomen voor het vormen van een bestemmingsreserve “besteding verkoop Eneco-aandelen”. Voorgesteld werd om € 20,0 mln te doteren aan deze reserve en een aantal incidentele onttrekkingen uit deze reserve te doen in de komende jaren. Bij de behandeling van de Begroting 2021 in de gemeenteraad is het amendement “Bestemmingsreserve Eneco: eerst de kaders” aangenomen. Daarmee is besloten om op dat moment nog geen bestemmingsreserve “besteding verkoop Enecoaandelen” te vormen en zijn onder andere de volgende besluiten genomen: − Voor de voorgestelde uitgaven ten laste van de Bestemmingsreserve Eneco-gelden met betrekking tot de jaren 2021 tot en met 2024 zoals opgenomen in de begroting 2021 de dekking te vervangen door deze ten laste van de exploitatie te brengen; − In aanloop naar de Voorjaarsnota 2021 de kaders te formuleren voor de in te stellen bestemmingsreserve ENECO gelden en deze kaders aan de raad voor te leggen; − Bij het vaststellen van de Jaarrekening 2020, rekening houdend met de vastgestelde kaders, aan de raad een voorstel voor te leggen voor de vorming van een bestemmingsreserve Enecogelden.

Het belangrijkste argument voor het indienen en aannemen van het amendement was dat de raad een concreet kader wil stellen voor de besteding van deze reserve. Het college heeft vervolgens een concept voor dit kader opgesteld dat deels ontleend is aan het kader zoals dit door de gemeente Rotterdam wordt gehanteerd en op 10 november in het college behandeld (348970). Op 19 november 2020 heeft er een eerste consultatie plaats gevonden met de Raadswerkgroep SIR over het concept kader. Op basis van deze consultatie is op 17 februari 2021 een gewijzigd kader behandeld in de Raadswerkgroep SIR. Daarbij zijn enkele aanpassingen doorgevoerd en heeft de Raadswerkgroep SIR aangegeven het op hoofdlijnen eens te zijn met het geformuleerde kader. Kaders en toelichting Het definitieve concept kader is hieronder opgenomen. Leidend principe Het leidend principe van het kader is dat de inzet van de middelen vanuit de in te stellen bestemmingsreserve “besteding verkoop Eneco-aandelen” een daadwerkelijk bijdrage moet leveren aan (de ontwikkeling van) Capelle aan den IJssel en/of een maatschappelijk belang moet dienen. Permanente voorwaarden: De hieronder geformuleerde permanente voorwaarden zijn op elk voorstel voor onttrekking van middelen uit de reserve van toepassing. Elk voorstel moet dus voldoen aan alle drie deze voorwaarden. 1.

De te vormen reserve uit de verkoopopbrengst wordt niet gebruikt voor het oplossen van begrotingsknelpunten; 2. De bestedingen worden altijd in het grotere geheel van het cyclisch P en C document afgewogen, gezien de effecten op de ratio’s en de exploitatie (rentenadeel). Het voorstel voor een onttrekking is dus altijd onderdeel van een voorjaarsnota, najaarsnota of de begroting. 3. De te vormen reserve wordt niet gebruikt voor investeringen waardoor er op termijn een verplichting ontstaat die niet geheel in de begroting is verwerkt. Facultatieve voorwaarden: Voor de facultatieve voorwaarden geldt dat bij elk voorstel aan ten minste één van deze voorwaarden moet zijn voldaan. 4. De te vormen reserve uit de verkoopopbrengst wordt gebruikt om investeringen te doen waardoor de gemeente extra besparingen of extra inkomsten realiseert, of om een investering te doen met een hoog maatschappelijk rendement (stap zetten voor onze stad). Het financieren van onderzoek kan daarbij ook gezien worden als vorm van investering.

2

De (eventueel) hieruit voortvloeiende lasten moeten worden opgenomen in de exploitatie. Eenmalige investeringen om de effecten van de Corona-crisis te verzachten en te komen tot maatschappelijk herstel na de crisis worden eveneens aangemerkt als investering met een hoog maatschappelijk rendement; 5. De te vormen reserve wordt ingezet om een bijdrage te leveren aan een investering van derden in de stad waaraan deze derde partijen gezamenlijk voor minimaal 50% financieel bijdragen en de investering ook gewenst is voor de verdere ontwikkeling van de gemeente. Toelichting op de kaders Hieronder volgt ter verduidelijking een nadere toelichting op de hierboven geformuleerde voorwaarden. 1. Het uitgangspunt is om een solide begroting te hebben. Begrotingsknelpunten behoren dan ook niet opgelost te worden door de inzet van deze reserve. Een incidenteel begrotingstekort kan bijvoorbeeld ook opgelost worden door de inzet van de algemene reserve vrij besteedbaar. Structurele begrotingstekorten dienen op een structurele wijze te worden opgelost. Het inzetten van een reserve is per definitie een incidenteel dekkingsmiddel, ook naar het oordeel van onze toezichthouder, de provincie. 2. Het wegvallen van de dividendopbrengst van Eneco alsook de ontvangst van de verkoop van de aandelen is bij de Voorjaarsnota 2020 in de begroting verwerkt.

Elke euro die nu vanuit de te vormen reserve wordt uitgegeven heeft een rente-effect en heeft ook invloed op de verschillende ratio’s. Vanuit dat licht bezien kan een besteding niet op zichzelf beoordeeld worden, maar moet altijd in het grotere geheel gezien worden. 3. Deze voorwaarde is gesteld om te voorkomen dat een (nieuw) college en raad wordt geconfronteerd met het aflopen van een termijn van een eerder gemaakte keuze. Dit is ook in lijn met het besluit in de Begroting 2018 om eerder opgenomen incidentele pilots structureel in de begroting te verwerken (pagina 28). Bij gebleken succes van de pilot is er dan ook structureel ruimte in de begroting om de pilot te continueren. 4. Hierbij gaat het over investeringen waarbij op termijn de investering wordt terugverdiend. De termijn die hiervoor in principe gehanteerd wordt is 20 jaar, maar daar kan onderbouwd van afgeweken worden. Denk bijvoorbeeld aan besparingen op energielasten, subsidielasten of uitkeringslasten of extra huurinkomsten die direct en aanwijsbaar voortvloeien uit investeringen die met de verkoopopbrengst Eneco zijn gedaan. Ook kan gedacht worden aan de periodieke ontvangst van bedragen waarmee een door de gemeente verstrekte lening wordt afgelost. Hiermee is het dus bijvoorbeeld mogelijk om een duurzaamheidsfonds te vormen. Incidentele kosten voor Corona behoort ook tot de mogelijkheden.

Een voorbeeld hiervoor is het doen van een onderzoek naar de negatieve effecten van Corona op het bijstandsbestand en welke (beleids)maatregelen er te treffen zijn om deze negatieve effecten teniet te doen. Een ander voorbeeld kan zijn om een vernieuwend onderzoek te doen naar de uitvoering van de Wmo, waarbij het onderzoek dan ook bedoeld is om de beleidsdoelen scherper in beeld te krijgen zodat meer effectiviteit behaald kan worden. Ook incidentele bijdragen aan (maatschappelijke) partners inzake geleden schade door Corona onder deze eenmalige investeringen zouden kunnen vallen. − Het tweede deel van de voorwaarde gaat het over investeringen met een “hoog maatschappelijk rendement” die niet (direct) terugverdiend worden door lagere lasten of hogere baten, maar waarbij duidelijk geldt dat er een grote maatschappelijke bijdrage wordt geleverd aan de ontwikkeling van Capelle. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan de verhuizing van de kinderboerderij, eenmalige investeringen in het Schollebos en investeringen in sportaccommodaties of cultureel erfgoed. Belangrijk hierbij is dat als hier structurele lasten mee gemoeid zijn, dit opgenomen moet worden in de begroting. Als dus bijvoorbeeld met de verhuizing van de kinderboerderij afschrijvingslasten zijn gemoeid, dan moeten deze opgenomen worden in de begroting.

De hier genoemde voorbeelden wijken af van het genoemde voorbeeld bij de toelichting op kader drie, doordat de lasten hiervoor onderdeel zijn van de reguliere begroting (en dus niet gedekt worden vanuit een dekkingsreserve).

3

−

De term “hoog maatschappelijke rendement” laat zich lastig aan de voorkant definiëren. De definitie van maatschappelijk rendement is de verhouding tussen de benodigde investering in geld, mensen en/of middelen (input) enerzijds en het maatschappelijk effect dat wordt bereikt (outcome) anderzijds. De afweging of er sprake is van een hoog maatschappelijk rendement zal situationeel bepaalt moeten worden bij het voteren van het voorstel door de raad 5. Met de nieuw te vormen reserve kunnen (bijdragen aan) investeringen gedaan worden in de stad, waaraan andere partijen gezamenlijk voor minimaal 50% financieel bijdragen. Het kan om investeringen van de gemeente zelf gaan of om bijdragen aan investeringen van derden. Een voorbeeld hiervan kan een bijdrage zijn van het rijk. In tegenstelling tot kader 4 hoeft er dus geen besparing of extra inkomst gerealiseerd te worden danwel een hoog maatschappelijke rendement te zijn. Dit kader richt zich met name op investeringen die financieel (zeer) aantrekkelijk zijn, omdat er dus voor ten minste 50% wordt bijgedragen wordt door een derde partij. Een hypothetisch voorbeeld hierbij zou bijvoorbeeld de ontsluiting van het Rivium zijn.

Als het niet strikt noodzakelijk is om hierop te investeren, maar omdat het rijk of de provincie het merendeel van de investering voor haar rekening wil nemen, kan het toch wenselijk zijn deze investering wel te doen. Een ander voorbeeld kan een woningbouwimpuls zijn. Venture capital In de raadswerkgroep SIR is gesproken over investeringen in venture capital. Tijdens de bespreking van 17 februari in de raadswerkgroep SIR is afgesproken dat we de gemeente Rotterdam gaan uitnodigen om een toelichting te laten geven op hoe zij omgaan met investeringen hierin, alsmede een algemene toelichting op de kaders die ook door de gemeente Rotterdam worden gehanteerd. Mocht de uiteindelijke conclusie zijn dat het ook voor ons wenselijk is om te investeren in Venture capital vanuit de Eneco gelden, dan kan een aanvullend kader op een later moment ter besluitvorming worden voorgelegd aan de gemeenteraad. Door de raadswerkgroep SIR is uitgesproken om terughoudend in investeringen in venture capital op te treden. Vervolg Bij de vaststelling van de jaarstukken 2020 zal een voorstel gedaan worden voor een gedeeltelijke resultaatbestemming voor de vorming van de reserve “besteding verkoop Eneco-aandelen” voor een bedrag van € 20,0 mln., in lijn met het eerdere voorstel bij de Begroting 2021.

Bij voorstellen voor onttrekking aan deze reserve zal telkenmale de voorgestelde onttrekking worden gespiegeld met de kaders.

FINANCIEN Dit besluit heeft geen directe financiële consequenties. Bij de vaststelling van de jaarstukken 2020 zal een voorstel gedaan worden voor het vormen van een bestemmingsreserve “besteding verkoop Eneco-aandelen”. Voorstellen voor onttrekkingen aan deze reserve zullen volgen in de reguliere P en C cyclus.

JURIDISCH ADVIES N.v.t.

ONDERNEMINGSRAAD N.v.t.

COMMMUNICATIE N.v.t.

4

BIJLAGEN −

Conceptraadsvoorstel -besluit.

5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10084791/1