CConstaterende datCapelle aan den IJssel
Koppel je AI →
Document · PDF

10.07 - Was-wordt lijst Verordening rechtspositie van raadsleden en burgerraadsleden Capelle aan den IJssel 2026

Commissie Bestuur, Veiligheid en Middelen 22 juni 2026, gemeente Capelle aan den IJsselBij agendapunt: Verzamelvoorstel evaluatie fractie- en scholingsgelden en wijzigingen verordeningen gemeenteraad m.b.t. de financiële aangelegenheden van de raad3.839 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

6 alinea's met “politiek”: 6 7 10 15 19 24

Verordening rechtspositie raadsleden en burgerraadsleden Capelle aan den IJssel 2026 WAS Artikel 1 – Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder:

commissie: commissie ingesteld op grond van de artikelen 82, 83 of 84 van de Gemeentewet en zoals die zijn beschreven in artikel 3, lid 1 van de Verordening op de raadscommissies Capelle aan den IJssel 2018; subcommissie: de door een raadscommissie uit zijn midden ingestelde commissie die ten doel heeft de voorbereiding van een raadscommissiestandpunt; commissielid: deelnemer aan een raadscommissie of diens vervanger.

Artikel 2 – Vergoeding voor de werkzaamheden voor raadsleden Aan het raadslid wordt een vergoeding voor de werkzaamheden toegekend die gelijk is aan het bedrag, vermeld in artikel 3.1.1., lid 1 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, zoals dit bedrag jaarlijks door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties wordt herzien (artikel 3.1.1., lid 4).

WORDT Artikel 1. Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: - burgerraadslid: door de gemeenteraad benoemde burger, die bij de gemeenteraadsverkiezingen op de kieslijst van zijn partij heeft gestaan en die na zijn beëdiging op voordracht van betreffende fractie mag deelnemen aan vergaderingen van de commissies; - commissie: commissie als bedoeld in de artikelen 82, 83 en 84 van de Gemeentewet; - fractie: groep van een of meerdere raadsleden als bedoeld in artikel 8 van het Reglement van Orde gemeenteraad Capelle aan den IJssel 2026; - Rechtspositiebesluit: Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers en; - Regeling: Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers. Artikel 2. Vergoeding voor de werkzaamheden van raadsleden Een raadslid ontvangt een vergoeding voor de werkzaamheden conform artikel 3.1.1 van het Rechtspositiebesluit, ongeacht het aantal bijgewoonde vergaderingen.

TOELICHTING Overbodige begripsbepalingen zijn geschrapt. Definities van burgerraadslid, Rechtspositiebesluit en Regeling zijn toegevoegd.

Dit artikel is redactioneel aangepast. De vergoeding voor raadsleden is dwingend geregeld in artikel 3.1.1 van het Rechtspositiebesluit. Raadsleden krijgen een vaste vergoeding. Hoeveel dat is, hangt af van het aantal inwoners van de gemeente (de inwonersklasse). Hiervan mag de gemeente niet afwijken. Het bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd. Wel bestaat de mogelijkheid bij verordening te bepalen dat een deel van de vergoeding wordt uitbetaald als presentiegeld. Dit kan maximaal 20% van de vergoeding zijn. In het verleden heeft de raad van Capelle aan den IJssel ervoor gekozen geen gebruik te maken van die mogelijkheid. Een raadslid heeft dus recht op de 1

Artikel 3 – Verzekering raadsleden voor arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden 1. Een raadslid wordt eenmaal per jaar een bedrag toegekend ter hoogte van het bedrag van de vergoeding voor de werkzaamheden voor één maand, bedoeld in artikel 3.1.1, eerste lid, Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, waarmee het raadslid voorzieningen kan treffen ter zake van arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op een raadslid dat is benoemd in een plaats die is opengevallen als gevolg van tijdelijk ontslag van een raadslid wegens zwangerschap en bevalling of ziekte, op grond van artikel X12 van de Kieswet. Artikel 4 – Toelage lid vertrouwenscommissie, onderzoekscommissie en bijzondere commissie 1.1. Aan een raadslid dat lid is van de vertrouwenscommissie als bedoeld in artikel 61, lid 3, van de Gemeentewet wordt, overeenkomstig artikel 3.1.2, eerste lid van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, voor de duur van de activiteiten van die commissie ten laste van de gemeente een toelage verleend per maand. Deze toelage is gelijk aan het in Rechtspositiebesluit genoemde bedrag. 2.1. Aan een raadslid dat lid is van een onderzoekscommissie als bedoeld in artikel 155a, lid 3 , van de Gemeentewet wordt, overeenkomstig artikel 3.1.3 van het

Artikel 3. Verzekering raadsleden voor arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden Een raadslid als bedoeld in artikel 3.1.9 van het Rechtspositiebesluit ontvangt eenmaal per jaar een bedrag conform dat artikel, waarmee het raadslid voorzieningen kan treffen ter zake van arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden.

vergoeding, ongeacht het aantal bijgewoonde vergaderingen. Dit artikel is alleen redactioneel aangepast. De betreffende vergoeding is dwingend geregeld in artikel 3.1.9 van het Rechtspositiebesluit. Dit artikel biedt de raad de ruimte om te bepalen of het bedrag in maandelijkse delen of jaarlijks in één keer wordt uitbetaald. Ongewijzigd blijft dat de vergoeding eenmaal per jaar wordt uitbetaald. In de praktijk vindt uitbetaling in de maand december plaats.

De regels over de toelage voor een lid van de vertrouwenscommissie zijn geschrapt. Deze toelage is al uitputtend geregeld in artikel 3.1.2 van het Rechtspositiebesluit. Ook de regels over de toelage van een raadslid dat lid is van een onderzoekscommissie of een bijzondere commissie zijn verwijderd. Er is geen onderzoekscommissie ingesteld of bijzondere commissie aangewezen. De betreffende regels hebben daarom tot dusver een slapend bestaan geleid. Op het moment dat de raad kiest voor het instellen van een onderzoekscommissie of het aanwijzen van een bijzondere commissie, kan tegelijkertijd een besluit worden genomen over de hoogte van de toelage.

2

Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, voor de duur van de activiteiten van die commissie ten laste van de gemeente een toelage toegekend ter hoogte van maximaal 3 maal de maandelijkse vergoeding voor de werkzaamheden, bedoeld in artikel 3.1.1, lid 1, van het Besluit rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers. 3.1. Aan een raadslid dat lid is van een door de gemeenteraad ingestelde bijzondere commissie waarvan de gemeenteraad vaststelt dat deze commissie een zodanig belang dient dat de belasting en tijdsbeslag redelijkerwijs niet geacht kunnen worden te behoren tot het reguliere werk van een raadslid, wordt ten laste van de gemeente een toelage € 120 per maand toegekend voor de duur van de activiteiten van de commissie. 4. Als de bezoldiging van het personeel in de sector Rijk wijziging ondergaat, wordt het bedrag in lid 1.1. en 2.1. gewijzigd overeenkomstig de ministeriële regeling bedoeld in artikel 3.1.4 van het Besluit rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers. 5. Voor de toepassing van lid 1.1., lid 2.1. en lid 3.1. stelt de raad de duur van de activiteiten vast. Zie artikel 6.

Artikel 4. Reis- en verblijfkostenvergoeding raadsleden 1. Een raadslid ontvangt voor het reizen ten behoeve van het bijwonen van vergaderingen van de gemeenteraad en commissies een vaste maandelijkse vergoeding woonwerkverkeer. Deze vaste vergoeding wordt berekend op basis van het Handboek loonheffingen, waarbij wordt uitgegaan van twee reisdagen per week.

Op de reis- en verblijfskostenvergoeding voor raadsleden is artikel 3.1.7 van het Rechtspositiebesluit en artikel 3.1 van de Regeling van toepassing; hiervan mag niet worden afgeweken. Dit artikel is inhoudelijk gewijzigd voor zover het gaat om de vergoeding voor het reizen ten behoeve van het bijwonen van raads- en commissievergaderingen. In de oude verordening 3

2. Voor andere reizen binnen en buiten de gemeente gemaakt voor de uitoefening van de functie worden aan een raadslid de kosten op declaratiebasis vergoed conform artikel 3.1 van de Regeling.

Artikel 5 – Vergoeding voor het bijwonen van commissievergaderingen 1. Aan door de raad benoemde burgerraadsleden wordt een vergoeding voor het bijwonen van de vergaderingen van een raadscommissie en haar subcommissies toegekend die gelijk is aan het voor de van toepassing zijnde inwonersklasse vastgestelde bedrag, zoals bepaald in de tabel bij art. 3.4.1., lid 1 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. 2. De bedragen zoals bedoeld in lid 1 worden jaarlijks door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties herzien (artikel 3.4.1., lid 3). Artikel 6 – Reis- en verblijfskostenvergoeding raads- en commissieleden

Artikel 5. Vergoeding voor het bijwonen van commissievergaderingen Een burgerraadslid ontvangt voor het bijwonen van een vergadering van een commissie een vergoeding conform artikel 3.4.1 van het Rechtspositiebesluit.

Artikel 6. Reis- en verblijfskostenvergoeding burgerraadsleden

werd hiervoor een vaste vergoeding van € 50 toegekend. Fiscaal is het evenwel niet toegestaan alle raadsleden een gelijke vaste reiskostenvergoeding toe te kennen, ongeacht de woonafstand tot het gemeentehuis. Daarnaast is deze vergoeding niet in overeenstemming met het Rechtspositiebesluit, dat uitgaat van een vergoeding voor daadwerkelijk gemaakte reis- en verblijfkosten. Daarom wordt voorgesteld een vaste woon-werk vergoeding toe te kennen op basis van de woonafstand tot het gemeentehuis, waarbij wordt uitgegaan van gemiddeld twee reisdagen per week. De regels over de overige reis- en verblijfkosten zijn ingekort. Regels die al in het Rechtspositiebesluit of de Regeling staan, worden nier herhaald. Inhoudelijk is niets gewijzigd. De betreffende kosten worden op declaratiebasis vergoed. Dit artikel is redactioneel aangepast. De vergoeding aan commissieleden, niet zijnde raadsleden, voor het bijwonen van vergaderingen van de commissie is dwingend geregeld in artikel 3.4.1 van het Rechtspositiebesluit. Hiervan mag niet worden afgeweken. De vergoeding bedraagt op dit moment € 133,74 (peildatum 1 januari 2026). Het bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd.

Op de reis- en verblijfskostenvergoeding voor burgerraadsleden is artikel 3.4.3 van het Rechtspositiebesluit en artikel 3.1 van de 4

1.a Voor het bijwonen van vergaderingen van de gemeenteraad en/of commissies alsmede voor reizen binnen de gemeente, gemaakt voor de uitoefening van de functie, wordt aan een raadsof commissielid jaarlijks een vast bedrag van € 50 uitgekeerd. 1.b In gebroken kalenderjaren en bij tussentijds aanvang/beëindiging van het raads- of commissielidmaatschap wordt dit bedrag naar rato uitgekeerd. 1. Voor reizen als bedoeld in artikel 3.1 van de Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers en artikel 3.1.7 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers worden aan een raads- of commissielid vergoed: a. de kosten voor het gebruik van openbaar vervoer; b. bij gebruik van een eigen vervoersmiddel het maximumbedrag dat door een werkgever aan een werknemer per afgelegde kilometer onbelast kan worden verstrekt alsmede de parkeer- of stallingskosten, veerkosten en tolkosten. 2. Boetes en naheffingsaanslagen voor parkeren worden niet vergoed. 3. Als een raadslid of commissielid een tijdelijke functionele beperking heeft, kan voor reizen als bedoeld in het eerste lid en tweede lid, een voor de beperking geschikte vervoersvoorziening worden vergoed of ter beschikking gesteld. 4.

De noodzakelijke en redelijkerwijs gemaakte werkelijke verblijfkosten die een raadslid of commissielid maakt in verband met reizen buiten het grondgebied ter uitvoering van een beslissing van het gemeentebestuur worden ten laste van de gemeente vergoed.

1. Een burgerraadslid ontvangt voor het reizen ten behoeve van het bijwonen van commissievergaderingen een vaste maandelijkse vergoeding woon-werkverkeer. Deze vaste vergoeding wordt berekend op basis van het Handboek loonheffingen, waarbij wordt uitgegaan van één reisdag per week. 2. Voor andere reizen binnen en buiten de gemeente gemaakt voor de uitoefening van de functie worden aan een burgerraadslid de kosten op declaratiebasis vergoed conform artikel 3.1 van de Regeling.

Regeling van toepassing; hiervan mag niet worden afgeweken. Zie ook de toelichting bij artikel 6 (nieuw). De regels over de reis- en verblijfkostenvergoeding voor respectievelijk raadsleden en burgerraadsleden zijn in de nieuwe verordening opgesplitst. Artikel 6 van de verordening regelt de vergoeding voor raadsleden; artikel 8 betreft de burgerraadsleden. Waar bij de raadsleden wordt uitgegaan van woon-werkverkeer gedurende twee reisdagen per week, is bij de burgerraadsleden gekozen voor één dag per week.

5

5. Aan raadsleden en commissieleden, die zijn benoemd in (sub-)commissies van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en/of de Nederlandse Vereniging van Raadsleden, alsmede voor deelname aan het jaarlijks congres van de Vereniging Nederlandse Gemeenten worden de reis- en verblijfkosten vergoed voor zover die niet worden vergoed door de genoemde verenigingen. 6. Een aanvraag om een vergoeding van de onkosten als bedoeld in dit artikel gaat vergezeld van een declaratieformulier en bewijsstukken. Het vereiste om bewijsstukken te overleggen geldt niet wanneer de vergoeding een forfaitair bedrag betreft, zoals bedoeld in artikel 6, lid 1.a. Artikel 7 – Informatie- en communicatievoorzieningen raads- en commissieleden 1. Aan raads- en commissieleden wordt voor de duur van hun functie informatie- en communicatievoorzieningen ter beschikking gesteld. Zij tekenen hiervoor een bruikleenovereenkomst met de Gemeenschappelijke regeling IJSSELgemeenten. 2. Een raads- of commissielid levert na beëindiging van zijn functie de ter beschikking gestelde informatie- en communicatievoorzieningen in bij de Gemeenschappelijke regeling IJSSELgemeenten. Overname van de informatie- en communicatievoorzieningen na schoning is mogelijk tegen vergoeding van de resterende waarde van de voorzieningen in het economisch verkeer.

Artikel 7. Informatie- en communicatievoorzieningen raadsleden en burgerraadsleden 1. Een raadslid of burgerraadslid tekent een bruikleenovereenkomst met de bedrijfsvoeringsorganisatie IJSSELgemeenten voor de informatie- en communicatievoorzieningen die conform artikel 3.3.2 van het Rechtpositiebesluit ter beschikking worden gesteld. 2. Het raadslid of burgerraadslid levert na beëindiging van zijn functie de ter beschikking gestelde informatie- en communicatievoorzieningen in bij de bedrijfsvoeringsorganisatie IJSSELgemeenten. Overname van de voorzieningen is niet mogelijk.

Het eerste lid van dit artikel is redactioneel gewijzigd. Regels die al in het Rechtpositiebesluit staan, worden niet herhaald. Het tweede lid wordt inhoudelijk gewijzigd. IJSSELgemeenten biedt niet langer de mogelijkheid een laptop na beëindiging van de functie over te nemen tegen vergoeding van de restwaarde. Als maatregel voor informatiebeveiliging wordt de harde schijf uit de laptop verwijderd. Bij hergebruik moeten een nieuwe harde schijf en een Microsoft Windowslicentie worden aangeschaft. Overname is in dat geval niet opportuun; het aanschaffen van een nieuw apparaat is goedkoper. Uit een oogpunt van gelijkheid wordt geen uitzondering gemaakt voor het overnemen van een tablet.

6

Artikel 9 – Nadere regels niet-partijpolitiek georiënteerde scholing raads- en commissieleden 1. Het raadslid of commissielid dat wil deelnemen aan scholing als bedoeld in artikel 13, eerste lid van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden, die niet door of namens de Gemeente wordt aangeboden of verzorgd, dient daartoe een gemotiveerde aanvraag in bij de voorzitter van zijn fractie. De aanvraag gaat vergezeld van inhoudelijke informatie en een kostenspecificatie. 2. Kosten van scholing die wordt georganiseerd door de beroepsvereniging van raadsleden of door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten komt altijd voor vergoeding in aanmerking als voldaan wordt aan de voorwaarden genoemd in het eerste lid. 3. De fracties, bedoeld in artikel 7 van het Reglement van Orde voor de vergaderingen van de raad, ontvangen jaarlijks een financiële bijdrage als tegemoetkoming in de kosten als bedoeld in het eerste lid. 4. De in het derde lid bedoelde jaarlijkse bijdrage bedraagt € 250 per raadszetel en € 250 per commissielid. 5. De in het derde lid bedoelde bijdrage bedraagt in een verkiezingsjaar € 190 per raadszetel en € 190 per commissielid. Artikel 9.1. – Bevoorschotting bijdrage 1. De bijdrage voor deelname aan scholing bedoeld in artikel 9, lid 3 wordt als voorschot per kalenderjaar verstrekt. 2. Uitbetaling van de in art.

9, lid 4 genoemde bijdrage vindt plaats vóór 31 januari van een kalenderjaar. 3. Uitbetaling van de in art. 9, lid 5 genoemde bijdrage vindt plaats op of rond 1 april van het verkiezingsjaar.

Artikel 8. Niet-partijpolitiek georiënteerde scholing raadsleden en burgerraadsleden 1. Een raadslid of burgerraadslid dat een vergoeding wil ontvangen in verband met het deelnemen aan niet-partijpolitiek georiënteerde scholing voor de uitvoering van zijn functie, zoals bedoeld in artikel 3.3.3 van het Rechtspositiebesluit, dient daarvoor vooraf een gemotiveerd verzoek in bij de griffier. 2. Bij dit verzoek worden documenten met de benodigde inhoudelijke informatie meegestuurd. Ook wordt een kostenspecificatie meegestuurd, waaruit blijkt dat de prijs-kwaliteitverhouding van de desbetreffende scholing redelijk is, en dat de kosten ervan niet al op een andere basis kunnen worden betaald. 3. De fracties ontvangen jaarlijks een financiële bijdrage als tegemoetkoming in de kosten als bedoeld in het eerste lid. 4. De in het derde lid bedoelde jaarlijkse bijdrage bedraagt € 250 per raadszetel en € 250 per burgerraadslid. 5. De in het derde lid bedoelde bijdrage bedraagt in een verkiezingsjaar € 190 per raadszetel en € 190 per burgerraadslid.

Uit de evaluatie is gekomen dat een gelijktijdige verantwoording met de fractiegelden niet mogelijk is, gelet hierop is de verantwoording met betrekking tot de scholingsgelden ongewijzigd overgenomen (behalve dat de artikelen zijn vernummerd).

Artikel 9. Bevoorschotting bijdrage 1. De bijdrage voor deelname aan scholing bedoeld in artikel 8, derde lid, wordt als voorschot per kalenderjaar verstrekt. 2. Uitbetaling van de in art. 8, vierde lid, genoemde bijdrage vindt plaats vóór 31 januari van een kalenderjaar. 3. Uitbetaling van de in art. 8, vijfde lid, genoemde bijdrage vindt plaats op of rond 1 april van het verkiezingsjaar.

Idem

7

4. De fracties openen voor de toekenning van de bijdrage voor scholing deelname aan cursussen, congressen, seminars en symposia een aparte bank- of girorekening. Dit kan dezelfde bank- of girorekening zijn die is geopend voor de fractieondersteuning.

4. De fracties openen voor de toekenning van de bijdrage voor scholing deelname aan cursussen, congressen, seminars en symposia een aparte bank- of girorekening. Dit kan dezelfde bank- of girorekening zijn die is geopend voor de fractieondersteuning.

Artikel 9.2. – Reserve 1. De raad reserveert het in enig jaar niet gebruikte gedeelte van de bijdrage toekomend aan een fractie ter besteding door de fractie in de volgende jaren. 2. De reserve is niet groter dan 30% van de bijdrage die de fractie in het voorgaande kalenderjaar toekwam ingevolge artikel 9, lid 4 of lid 5. 3. De aanspraak in enig kalenderjaar op de opgebouwde reserve, komt tot uitdrukking in de verantwoording als bedoeld in artikel 10.3, lid 1 over dat jaar. 4. De reserve blijft na verkiezingen beschikbaar voor de fractie die onder dezelfde naam terugkeert, dan wel voor de fractie die naar het oordeel van de raad als rechtsopvolger daarvan kan worden beschouwd. 5. Als bij zetelverlies de reserve voor een fractie hoger zou worden dan aangegeven in het tweede lid, vervalt het recht op dat meerdere. 6. Bij splitsing van een fractie, wordt de reserve verdeeld over de betrokken fracties naar evenredigheid van het aantal bij de splitsing betrokken leden.

Artikel 10. Reserve 1. De raad reserveert het in enig jaar niet gebruikte gedeelte van de bijdrage toekomend aan een fractie ter besteding door de fractie in de volgende jaren. 2. De reserve is niet groter dan 30% van de bijdrage die de fractie in het voorgaande kalenderjaar toekwam ingevolge artikel 8, vierde of vijfde lid. 3. De aanspraak in enig kalenderjaar op de opgebouwde reserve, komt tot uitdrukking in de verantwoording als bedoeld in artikel 11, eerste lid, over dat jaar. 4. De reserve blijft na verkiezingen beschikbaar voor de fractie die onder dezelfde naam terugkeert, dan wel voor de fractie die naar het oordeel van de raad als rechtsopvolger daarvan kan worden beschouwd. 5. Als bij zetelverlies de reserve voor een fractie hoger zou worden dan aangegeven in het tweede lid, vervalt het recht op dat meerdere. 6. Bij splitsing van een fractie, wordt de reserve verdeeld over de betrokken fracties naar evenredigheid van het aantal bij de splitsing betrokken leden.

Idem

Artikel 9.3. – Verantwoording 1. Elke fractie legt, binnen drie maanden na het einde van het kalenderjaar, aan de raad verantwoording af over de besteding van de bijdrage voor scholing onder overlegging van

Artikel 11. Verantwoording 1. Elke fractie legt, binnen drie maanden na het einde van het kalenderjaar, aan de raad verantwoording af over de besteding van de bijdrage voor scholing onder overlegging van

Idem

8

2.

3.

4.

5.

een verslag, conform het daarvoor geldende model. Indien de verantwoording over het vorige kalenderjaar vóór de in het eerste lid genoemde termijn niet is ingediend, wordt de over het lopende kalenderjaar resterende vergoeding en eventueel volgende kalenderjaar vastgestelde vergoeding niet uitbetaald. De griffie toetst of de uitgaven in overeenstemming zijn met hetgeen in de verordening is vastgelegd als zijnde toegestaan en rapporteert over haar bevindingen aan de kascommissie. Deze commissie bestaat uit drie voor de gehele zittingsperiode van de raad door de raad benoemde (burger)raadsleden. Dit zijn dezelfde leden als die welke de kascommissie vormen in het kader van verantwoording over de besteding van de financiële bijdrage fractieondersteuning, als bedoeld in artikel 12, lid 3 van de Verordening op de ambtelijke bijstand en de fractieondersteuning gemeente Capelle aan den IJssel 2019. De kascommissie toetst de bevindingen van de griffie en rapporteert – in de vorm van een conceptraadsvoorstel en – besluit – aan de commissie tot welke het aandachtsgebied Algemene Beleidscoördinatie behoort. Deze commissie brengt advies uit aan de raad. De raad stelt na ontvangst van het advies de bedragen vast van: a. de uitgaven van een fractie die in het vorige kalenderjaar uit de bijdragen bekostigd zijn; b. de wijziging van de reserve; c. de resterende reserve;

2.

3.

4.

5.

een verslag, conform het daarvoor geldende model. Indien de verantwoording over het vorige kalenderjaar vóór de in het eerste lid genoemde termijn niet is ingediend, wordt de over het lopende kalenderjaar resterende vergoeding en eventueel volgende kalenderjaar vastgestelde vergoeding niet uitbetaald. De griffie toetst of de uitgaven in overeenstemming zijn met hetgeen in de verordening is vastgelegd als zijnde toegestaan en rapporteert over haar bevindingen aan de kascommissie. Deze commissie bestaat uit drie voor de gehele zittingsperiode van de raad door de raad benoemde (burger)raadsleden. Dit zijn dezelfde leden als die welke de kascommissie vormen in het kader van verantwoording over de besteding van de financiële bijdrage fractieondersteuning, als bedoeld in artikel 12, lid 3 van de Verordening op de ambtelijke bijstand en de fractieondersteuning gemeente Capelle aan den IJssel 2019. De kascommissie toetst de bevindingen van de griffie en rapporteert, in de vorm van een conceptraadsvoorstel en -besluit, aan de commissie tot welke het aandachtsgebied Algemene Beleidscoördinatie behoort. Deze commissie brengt advies uit aan de raad. De raad stelt na ontvangst van het advies de bedragen vast van de: a. uitgaven van een fractie die in het vorige kalenderjaar uit de bijdragen bekostigd zijn; b. wijziging van de reserve; c. resterende reserve; en

9

d. de verrekening tussen de in onderdeel a. genoemde uitgaven en het ontvangen voorschot en, voor zover nodig, de hoogte van de terugvordering van ontvangen voorschotten vanwege aanvragen die niet overeenkomstig de bepalingen in deze verordening zijn ingediend.

Artikel 10 – Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2024 Artikel 11 – Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening rechtspositie raadsleden en commissieleden 2024.

d. verrekening tussen de in onderdeel a. genoemde uitgaven en het ontvangen voorschot en, voor zover nodig, de hoogte van de terugvordering van ontvangen voorschotten vanwege aanvragen die niet overeenkomstig de bepalingen in deze verordening zijn ingediend. Artikel 12. Declaratie van vooruitbetaalde kosten 1. Een raadslid of burgerraadslid declareert kosten die uit eigen middelen vooruit zijn betaald met behulp van een declaratieformulier. 2. Het declaratieformulier en de bijbehorende bewijsstukken worden binnen twee maanden na factuurdatum of betaling ingediend via de griffier. Artikel 13. Betaling vaste vergoedingen burgerraadsleden De betaling van de vergoedingen van burgerraadsleden, bedoeld in de artikelen 5 en 6, eerste lid, vindt twee keer per jaar plaats. Artikel 15. Intrekking oude verordening De Verordening rechtspositie raadsleden en commissieleden 2024 wordt ingetrokken. Artikel 16. Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op de dag na die van bekendmaking en werkt terug tot 1 april 2026. Artikel 17. Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening rechtspositie raadsleden en burgerraadsleden 2026.

Dit artikel is nieuw en regelt dat voor declaraties het daartoe beschikbare formulier moet worden gebruikt.

Dit artikel is nieuw. De praktijk dat de vaste vergoedingen aan burgerraadsleden ieder half jaar worden uitbetaald, wordt hier vastgelegd. Uitbetaling vindt in principe plaats in juli en december. Dit artikel regelt dat de oude verordening wordt ingetrokken. Dit artikel regelt dat de nieuwe verordening na publicatie in werking treedt. De verordening geldt met terugwerkende kracht vanaf 1 april 2026, dus vanaf de start van de nieuwe raadsperiode. Dit artikel bevat de citeertitel van de nieuwe verordening.

10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17079971/1