CConstaterende datCapelle Ad Ijssel
Koppel je AI →
Document · PDF

10.05 - Bijlage 4 - Was-wordt tabel verzamelvoorstel technische wijzigingen

Commissie Bestuur, Veiligheid en Middelen 19 januari 2026, gemeente Capelle Ad IjsselBij agendapunt: Verzamelvoorstel technische wijzigingen verordeningen gemeenteraad14.483 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

22 alinea's met “verslag”: 29 30 42 45 46 48 49 59 62 63 69 73 75 77 122 123 124 126 174 176 203 204

Was/wordt tabel behorende bij Verzamelvoorstel technische wijzigingen verordeningen gemeenteraad Reglement van Orde gemeenteraad Capelle aan den IJssel 2026 WAS Artikel 1 Begripsomschrijvingen In dit reglement wordt verstaan onder: a. agendacommissie: overleg van de (plaatsvervangende) voorzitters van de raadscommissies; b. amendement: voorstel van een raadslid tot wijziging van een ontwerpverordening of ontwerpbeslissing, naar de vorm geschikt om direct te worden opgenomen in de ontwerpverordening of ontwerpbeslissing, waarop het betrekking heeft; i. presidium: overleg van de voorzitter, de plaatsvervangend voorzitter en alle fractievoorzitters van de gemeenteraad; j. subamendement: voorstel van een raadslid tot wijziging van een aanhangig amendement, naar de vorm geschikt om direct te worden opgenomen in het amendement, waarop het betrekking heeft; Artikel 2 De voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter 1. De voorzitter is belast met: a. het leiden van de vergadering; b. het handhaven van de orde; c. het doen naleven van het reglement van orde. 2. De voorzitter wordt, op grond van artikel 77, eerste lid, van de wet, vervangen door een plaatsvervangend voorzitter of tweede plaatsvervangend voorzitter van de raad.

WORDT Artikel 1. Begripsomschrijvingen In dit reglement wordt verstaan onder: a. agendacommissie: door de raad ingestelde commissie als bedoeld in artikel 5 en de Verordening op de agendacommissie Capelle aan den IJssel 2022. b. amendement: voorstel van een raadslid tot wijziging van een ontwerpverordening of ontwerpbeslissing;

TOELICHTING In de definities van agendacommissie en presidium is verduidelijkt dat het gaat om door de raad ingestelde commissies. Zie ook de toelichting bij artikel 3. Verder zijn de definities van amendement en subamendement aangepast. Dat deze naar de vorm geschikt moeten zijn in de ontwerpverordening of ontwerpbeslissing is al geregeld in artikel 38, tweede lid. Dit hoort niet thuis in een begripsbepaling.

i. presidium: door de raad ingestelde commissie als bedoeld in artikel 3; j. subamendement: voorstel van een raadslid tot wijziging van een aanhangig amendement; Artikel 2. De voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter 1. De voorzitter is belast met: a. het leiden van de vergadering; b. het handhaven van de orde; c. het doen naleven van het reglement van orde. 2. De voorzitter wordt, op grond van artikel 77, eerste lid, van de wet, vervangen door een plaatsvervangend voorzitter of tweede plaatsvervangend voorzitter van de raad.

Het vierde lid komt te vervallen. De benoeming van de plaatsvervangend voorzitters van de raad vindt niet altijd plaats in de eerste vergadering van de nieuwe raad. Bovendien is het niet noodzakelijk het moment van benoeming specifiek te regelen.

1

3. De raad benoemt uit zijn midden de plaatsvervangend en tweede plaatsvervangend voorzitter van de raad. 4. De benoeming van de eerste en tweede plaatsvervangend voorzitter van de raad vindt in principe plaats in de eerste vergadering van een nieuwe zittingsperiode en bij het tussentijds openvallen van een plaats. Artikel 3 Het presidium 1. De raad heeft een presidium dat bestaat uit de voorzitter, de plaatsvervangend voorzitter van de raad en de fractievoorzitters. 2. Het presidium wordt voorgezeten door de voorzitter van de raad en bijgestaan door de griffier en indien nodig een of meer door hem/haar aan te wijzen functionarissen. 3. Fractievoorzitters wijzen uit hun fractie elk een raadslid aan dat hen bij afwezigheid in het presidium vervangt. 4. De voorzitter roept, minstens zes keer per jaar, het presidium bijeen uiterlijk drie dagen voorafgaand aan een raadsvergadering. 5. Het presidium heeft als taak aanbevelingen te doen aan de raad inzake de organisatie van de werkzaamheden van de raad voor zover het niet betreft de taken van de agendacommissie. 6. Onder werkzaamheden van het presidium moet in ieder geval worden verstaan: a. het voorbereiden en vaststellen van voorlopige agenda’s voor de raadsvergadering; b. het vaststellen van de wijze van afdoening van de ingekomen stukken van de raad; c. het vaststellen van de vergadercyclus van de raad en van de raadscommissies;

3. De raad benoemt uit zijn midden de plaatsvervangend en tweede plaatsvervangend voorzitter van de raad.

Artikel 3. Het presidium 1. De raad heeft een presidium dat bestaat uit de plaatsvervangend voorzitter van de raad en de fractievoorzitters. Het presidium is een commissie als bedoeld in artikel 84 van de wet. 2. Het presidium wordt voorgezeten door de voorzitter van de raad en bijgestaan door de griffier en indien nodig een of meer door hem/haar aan te wijzen functionarissen. 3. Fractievoorzitters wijzen uit hun fractie elk een raadslid aan dat hen bij afwezigheid in het presidium vervangt. 4. De voorzitter roept, minstens zes keer per jaar, het presidium bijeen uiterlijk drie dagen voorafgaand aan een raadsvergadering. 5. Het presidium heeft als taak aanbevelingen te doen aan de raad over de organisatie van de werkzaamheden van de raad voor zover het niet betreft de taken van de agendacommissie. 6. Onder werkzaamheden van het presidium moet in ieder geval worden verstaan: a. het voorbereiden en vaststellen van voorlopige agenda’s voor de raadsvergadering; b. het doen van voorstellen over de wijze van afdoening van de ingekomen stukken van de raad; c. het vaststellen van de vergadercyclus van de raad en van de raadscommissies;

In het eerste lid van dit artikel is toegevoegd dat het presidium is ingesteld als commissie op grond van artikel 84 van de Gemeentewet. Hiermee wordt de juridische status van het presidium formeel vastgelegd, zodat duidelijk is dat het wettelijk kader voor dit soort commissies van toepassing is. In de Gemeentewet (artikel 84 lid 3 in samenhang met artikel 83 lid 2) is bepaald dat de burgemeester geen lid mag zijn van een door de raad ingestelde commissie. In het zevende lid van dit artikel was al geregeld dat de voorzitter van de raad geen stemrecht heeft. Het eerste lid is hiermee in overeenstemming gebracht. In het zesde lid van dit artikel staan de taken van het presidium. Hierin wordt verduidelijkt dat het presidium de raad voorstelt hoe om te gaan met ingekomen stukken en dit niet zelf beslist (zie artikel 32). Verder wordt het voorbereiden van de functioneringsgesprekken met de burgemeester geschrapt. Het houden van klankbordgesprekken met de burgemeester is geregeld in de Verordening op de vertrouwenscommissie 2024. De vertrouwenscommissie houdt die gesprekken en is ook verantwoordelijk voor de voorbereiding (en niet het presidium). In verband hiermee wordt ook het zevende lid geschrapt (en de rest van het artikel vernummerd).

2

d. het vaststellen van vergaderingen als bedoeld in artikel 17, tweede lid, van de wet. e. het voorbereiden van de functioneringsgesprekken met de burgemeester; f. hetgeen vermeld staat in artikel 35 (opheffen geheimhouding) van dit reglement; g. het doen van voordrachten voor functies t.b.v. deelname vanuit de gemeenteraad aan gemeenschappelijke regelingen en andere functies; h. het bespreken van eventuele verzoeken aan de raad om deel te nemen aan (externe) activiteiten. 6. Bij de voorbereiding van de functioneringsgesprekken met de burgemeester zoals bedoeld in lid 6 sub e wordt de voorzitter vervangen door de plaatsvervangend raadsvoorzitter. 7. In het presidium heeft de voorzitter géén stemrecht. Elke fractievoorzitter heeft één stem. De plaatsvervangend voorzitter van de raad heeft géén stemrecht, tenzij deze ook de functie van fractievoorzitter bekleed. Artikel 4 Het seniorenconvent 1. De raad heeft een seniorenconvent bestaande uit de voorzitter van de raad, de plaatsvervangend voorzitter van de raad en de fractievoorzitters. 2. Het seniorenconvent wordt voorgezeten door de voorzitter van de raad en bijgestaan door de griffier. 3. Een fractievoorzitter kan zich niet laten vervangen in het seniorenconvent. Indien een fractievoorzitter afwezig is, wordt hij door de

d. het vaststellen van vergaderingen als bedoeld in artikel 17, tweede lid, van de wet. e. het doen van voordrachten voor vertegenwoordigers van de raad in besturen van gemeenschappelijke regelingen en andere functies; f. het bespreken van eventuele verzoeken aan de raad om deel te nemen aan (externe) activiteiten.

7. In het presidium heeft de voorzitter géén stemrecht. Elke fractievoorzitter heeft één stem. De plaatsvervangend voorzitter van de raad heeft géén stemrecht, tenzij deze ook de functie van fractievoorzitter bekleedt. Artikel 4. Het seniorenconvent 1. De raad heeft een seniorenconvent bestaande uit de plaatsvervangend voorzitter van de raad en de fractievoorzitters. Het seniorenconvent is een commissie als bedoeld in artikel 84 van de wet. 2. Het seniorenconvent wordt voorgezeten door de voorzitter van de raad en bijgestaan door de griffier. 3. Een fractievoorzitter kan zich niet laten vervangen in het seniorenconvent. Als een fractievoorzitter afwezig is, wordt hij door de

Vanwege aanpassing van de regels over het opheffen van geheimhouding in artikel 35, vervalt ook onderdeel f. In het zevende lid (nieuw) is een spelfout hersteld.

In het eerste lid van dit artikel is toegevoegd dat het seniorenconvent is ingesteld als commissie op grond van artikel 84 van de Gemeentewet. Hiermee wordt de juridische status van het presidium formeel vastgelegd, zodat duidelijk is dat het wettelijk kader voor dit soort commissies van toepassing is. In de Gemeentewet (artikel 84 lid 3 in samenhang met artikel 83 lid 2) is bepaald dat de burgemeester geen lid mag zijn van een door de raad ingestelde commissie. In het zesde lid van dit artikel was al geregeld dat de voorzitter van de 3

voorzitter geïnformeerd over het verloop van de vergadering van het seniorenconvent. 4. Het seniorenconvent heeft tot taak het bespreken van zaken van vertrouwelijke aard die (nog)niet in het openbaar behandeld kunnen worden en/of zaken waarbij de privacy van personen in het geding is. 5. Het seniorenconvent vervult een klankbordfunctie in die gevallen waarin de voorzitter het nodig oordeelt nadere vertrouwelijke en/of spoedeisende informatie te delen ter bescherming van persoonlijke belangen, bedrijfsbelangen of die om financiële of andere reden het belang van de gemeente, andere overheidsinstanties, bedrijven, verenigingen, stichtingen of van natuurlijke personen kunnen schaden als deze in het openbaar aan de orde komen. 6. In het seniorenconvent heeft de voorzitter géén stemrecht. Elke fractievoorzitter heeft één stem. De plaatsvervangend voorzitter van de raad heeft géén stemrecht, tenzij deze ook de functie van fractievoorzitter bekleed. 7. Het seniorenconvent kan anderen uitnodigen deel te nemen aan zijn vergaderingen. 8. De vergaderingen van het seniorenconvent zijn niet openbaar. Artikel 7 Onderzoek geloofsbrieven en beëdiging raadsleden 1. Bij elke benoeming van nieuwe leden van de raad stelt de raad, op voorstel van de voorzitter, een geloofsbrievencommissie in bestaande uit drie raadsleden.

Uit deze drie leden wordt tevens op, voorstel van de voorzitter van de raad, een voorzitter van de commissie benoemd. 2. Deze onderzoekt de geloofsbrieven en de daarop betrekking hebbende stukken van de

voorzitter geïnformeerd over het verloop van de vergadering van het seniorenconvent. 4. Het seniorenconvent heeft tot taak het bespreken van zaken van vertrouwelijke aard die (nog) niet in het openbaar behandeld kunnen worden en/of zaken waarbij de privacy van personen in het geding is. 5. Het seniorenconvent vervult een klankbordfunctie in die gevallen waarin de voorzitter het nodig oordeelt nadere vertrouwelijke en/of spoedeisende informatie te delen ter bescherming van persoonlijke belangen, bedrijfsbelangen of die om financiële of andere reden het belang van de gemeente, andere overheidsinstanties, bedrijven, verenigingen, stichtingen of van natuurlijke personen kunnen schaden als deze in het openbaar aan de orde komen. 6. In het seniorenconvent heeft de voorzitter géén stemrecht. Elke fractievoorzitter heeft één stem. De plaatsvervangend voorzitter van de raad heeft géén stemrecht, tenzij deze ook de functie van fractievoorzitter bekleedt. 7. Het seniorenconvent kan anderen uitnodigen deel te nemen aan zijn vergaderingen. 8. De vergaderingen van het seniorenconvent zijn niet openbaar. Artikel 7. Onderzoek rechtmatigheid verkiezingen en geloofsbrieven 1. Na een raadsverkiezing stelt de raad, op voorstel van de voorzitter, een geloofsbrievencommissie in bestaande uit de fractievoorzitters uit de raad in oude samenstelling.

Uit deze fractievoorzitters wordt ook een voorzitter van de commissie benoemd. 2. De commissie onderzoekt: a. de processen verbaal van de stembureaus; en

raad geen stemrecht heeft. Het eerste lid is hiermee in overeenstemming gebracht.

Het artikel over het onderzoek van de geloofsbrieven is opgesplitst in drie artikelen over respectievelijk het onderzoek direct na een raadsverkiezing (artikel 7), het onderzoek bij een tussentijdse vacature (artikel 7a) en de installatie van nieuwe leden (artikel 7b). In overeenstemming met de bestaande praktijk is vastgelegd dat de geloofsbrievencommissie na een raadsverkiezing bestaat uit de fractievoorzitters uit de raad in oude samenstelling. Bij een tussentijdse vacature

4

3.

4.

5. 6.

7.

8.

nieuw te benoemen raadsleden en de processen verbaal van de stembureaus. De voorzitter van de commissie brengt bij monde, zo mogelijk staande de vergadering verslag uit en brengt vervolgens advies uit aan de raad over de toelating van de nieuw te benoemen raadsleden tot de raad. Indien van toepassing, wordt van een minderheidsstandpunt melding gemaakt in dit advies. De raad besluit daarna in dezelfde vergadering over de toelating van de benoemde, of, indien uitstel nodig wordt geacht, op een daartoe door de raad op voorstel van de voorzitter te bepalen tijdstip. Nadat de commissie verslag heeft uitgebracht en zijn taken heeft uitgevoerd wordt deze van rechtswege ontbonden. Na een raadsverkiezing roept de voorzitter de toegelaten raadsleden op om in de eerste raadsvergadering in nieuwe samenstelling de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen. In geval van een tussentijdse benoeming zal in de commissie als bedoeld in lid 1 geen lid zitting hebben, behorende tot de fractie van het nieuw te benoemen lid. In geval van een tussentijdse benoeming roept de voorzitter een nieuw benoemd lid van de raad op voor de vergadering van de raad waarin over diens toelating wordt beslist om de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen.

b. de geloofsbrieven en de daarop betrekking hebbende stukken van de nieuw benoemde raadsleden. 3. De commissie brengt verslag uit en vervolgens advies uit aan de raad over de toelating van de nieuw benoemde raadsleden tot de raad. Van een eventueel minderheidsstandpunt wordt melding gemaakt in dit advies. 4. De raad besluit daarna in dezelfde vergadering over de toelating van de benoemde raadsleden of, als uitstel nodig wordt geacht, op een daartoe door de raad op voorstel van de voorzitter te bepalen tijdstip. 5. Nadat de commissie verslag heeft uitgebracht en haar taken heeft uitgevoerd wordt deze van rechtswege ontbonden.

bestaat de geloofsbrievencommissie uit drie fractievoorzitters.

Artikel 7a. Onderzoek geloofsbrieven bij tussentijdse vacature 1. Bij een tussentijdse vacaturevervulling stelt de raad, op voorstel van de voorzitter, een geloofsbrievencommissie in bestaande uit drie fractievoorzitters. Uit deze drie fractievoorzitters wordt ook een voorzitter van de commissie benoemd. 2. De fractievoorzitter van de fractie van het nieuw benoemde lid heeft geen zitting in de commissie. 3. De commissie onderzoekt de geloofsbrieven en de daarop betrekking hebbende stukken van het nieuw benoemde raadslid. 4. De commissie brengt advies uit aan de raad over de toelating van het nieuw benoemde raadslid tot de raad. Van een eventueel minderheidsstandpunt wordt melding gemaakt in dit advies. 5

5. De raad besluit daarna in dezelfde vergadering over de toelating van het benoemde raadslid of, als uitstel nodig wordt geacht, op een daartoe door de raad op voorstel van de voorzitter te bepalen tijdstip. 6. Nadat de commissie haar taken heeft uitgevoerd wordt deze van rechtswege ontbonden.

Artikel 8 Fracties 4. Indien, gedurende de zittingsperiode van de raad: a. Één of meer leden van een fractie als zelfstandige fractie gaan optreden; b. Twee of meer fracties als één fractie gaan optreden; c. Één of meer leden van een fractie zich aansluiten bij een andere fractie; Wordt hiervan zo spoedig mogelijk schriftelijke mededeling gegaan aan de voorzitter. 5. Met de onder lid 4 beschreven veranderde situatie wordt rekening gehouden in de eerstvolgende raadsvergadering na de

Artikel 7b. Installatie nieuwe leden 1. Na een raadsverkiezing roept de voorzitter de toegelaten raadsleden op om in de eerste raadsvergadering in nieuwe samenstelling de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen. 2. In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter een nieuw benoemd raadslid op voor de raadsvergadering waarin over diens toelating wordt beslist om de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen. Artikel 8. Fracties 4. Als gedurende de zittingsperiode van de raad: a. één of meer leden van een fractie als zelfstandige fractie gaan optreden; b. twee of meer fracties als één fractie gaan optreden; c. één of meer leden van een fractie zich aansluiten bij een andere fractie; wordt hiervan zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling gedaan aan de voorzitter. 5. Een nieuwe naam van een fractie voldoet aan de eisen uit artikel G 3, vierde lid, van de Kieswet en wordt gebruikt met ingang

De tekst van dit artikel is aangepast op basis van het model van de VNG. De regels over de naamvoering bij splitsing van een fractie of samenvoeging van twee of meer fracties zijn geschrapt. De fracties hebben in die situatie het recht een eigen fractienaam te kiezen. Ook kan een fractie besluiten om haar naam te veranderen. Toegevoegd is dat de fractienaam moet voldoen aan de eisen uit artikel G 3, vierde lid, van de Kieswet. Dit is een logische voorwaarde: deze toetsing vindt ook plaats wanneer een politieke groepering zich voor het eerst wil laten registreren. Het komt erop neer dat de naam van de nieuwe fractie onder meer wordt geweigerd als deze in strijd is met de openbare orde of als deze overeenkomt met of erg lijkt op 6

mededeling daarvan, mits dit ook zo spoedig uitvoerbaar is. 6. Indien de onder lid 4 bedoelde mededeling uitblijft, maar de gedragingen van een lid of de leden van de fractie wel van dien aard zijn, dat het wordt ervaren alsof de fractie is gesplitst kan de voorzitter van de raad besluiten, na overleg in het presidium, dat de ontstane situatie niet wenselijk is en dat de fractie moet worden beschouwd als te zijn gesplitst. 7. Met de onder lid 6 beschreven situatie wordt rekening gehouden in de eerstvolgende raadsvergadering na de mededeling daarvan door de voorzitter aan de betreffende fractie en het presidium, mits dit ook zo spoedig uitvoerbaar is. 8. Fracties die ontstaan door splitsing als bedoeld in lid 4 onder a of door samenvoeging als bedoeld in lid 4 onder b worden bij de eerstvolgende raadsvergadering aangeduid met de aanduiding fractie gevolgd door de naam van de persoon of door één van de namen van de personen die de fractie vormt/vormen. 9. Fracties die ontstaan door samenvoeging als bedoeld in lid 4 onder b worden bij de eerstvolgende raadsvergadering aangeduid door samenvoeging van de namen van fracties zoals zij direct vóór de samenvoeging werden aangeduid. De keuze welke van de namen van de samenvoegende fracties als eerste, tweede, etc. wordt aangehaald dient direct bij de mededeling als bedoeld in lid 4 te worden medegedeeld. 10.

De nieuwe fractie die ontstaat door de situatie zoals beschreven in lid 6 wordt in de eerstvolgende raadsvergadering aangeduid met de aanduiding fractie gevolgd door de

van de eerstvolgende raadsvergadering na naamswijziging.

de naam van een andere politieke groepering, én daardoor verwarring te duchten is. Voor het overige is de nieuwe fractie vrij in het kiezen van een naam.

7

naam van de persoon of één van de namen van de personen die de fractie vormt/vormen, mits dit ook zo spoedig uitvoerbaar is. Het deel van de oorspronkelijke fractie die niet geacht wordt te zijn afgesplitst behoudt de oorspronkelijke fractienaam. Artikel 9 Benoeming wethouders 2. De commissie, bedoeld in het eerste lid bestaat uit vier leden van de raad, die uit hun midden een voorzitter aanwijzen. Tevens is de voorzitter van de raad als adviseur aanwezig en is de griffier als secretaris van de commissie aanwezig. Bij tussentijdse benoeming van (een) wethouder(s) zal in deze commissie geen raadslid zitting hebben behorende tot de fractie waaruit de kandidaat wordt voorgedragen. 3. De commissie kan van de kandidaatwethouder een verklaring omtrent het gedrag vragen als bedoeld in artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens. 4. Nadat de commissie verslag heeft uitgebracht en zijn taken heeft uitgevoerd wordt deze van rechtswege ontbonden. 5. De burgemeester geeft voor aanvang van iedere ambtstermijn opdracht om de kandidaat-wethouders aan een risicoanalyse integriteit te onderwerpen door een daartoe aan te wijzen onafhankelijke organisatie. 6. De burgemeester brengt over het eindresultaat van de in lid 5 benoemde integriteitstoets verslag uit aan de commissie als bedoeld in lid 1 en daarna aan de raad. De risicoanalyse en de eindconclusie zijn niet openbaar. 7.

De kandidaat-wethouder(s) is/zijn gehouden medewerking te verlenen aan de in lid 5 bedoelde integriteitstoets.

Artikel 9. Benoeming wethouders 2. De commissie, bedoeld in het eerste lid, bestaat uit vier fractievoorzitters, die uit hun midden een voorzitter aanwijzen. Ook is de voorzitter van de raad als adviseur aanwezig en is de griffier als secretaris van de commissie aanwezig. Bij tussentijdse benoeming van een of meer wethouders heeft de fractievoorzitter van de fractie die de kandidaat voordraagt, geen zitting in deze commissie.

3. Nadat de commissie verslag heeft uitgebracht en haar taken heeft uitgevoerd wordt deze van rechtswege ontbonden. 4. De burgemeester geeft voor aanvang van iedere ambtstermijn opdracht om de kandidaat-wethouders aan een risicoanalyse integriteit te onderwerpen door een daartoe aan te wijzen onafhankelijke organisatie. 5. De burgemeester brengt over het eindresultaat van de integriteitstoets verslag uit aan de commissie, bedoeld in het eerste lid, en daarna aan de raad.

In overeenstemming met de bestaande praktijk is vastgelegd dat de commissie die bij de benoeming van wethouders onderzoekt of de kandidaten aan de wettelijke eisen voldoen, bestaat uit vier fractievoorzitters. De regel dat de commissie van een kandidaat een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) kan vragen is geschrapt. In artikel 36a, tweede lid, van de Gemeentewet is namelijk al vastgelegd dat de kandidaat in het bezit moet zijn van een VOG. Verder is in het vijfde lid (nieuw) de zinsnede geschrapt dat de risicoanalyse en de eindconclusie van de integriteitstoets niet openbaar zijn. Op dit punt wordt het model van de VNG gevolgd. Deze aanpassing volgt uit de Wet bevorderen integriteit en functioneren decentraal bestuur. De burgemeester krijgt zicht op de volledige rapportage van de risicoanalyse. De burgemeester brengt verslag uit aan de raad. De raad kan de risicoanalyse en de conclusie als een geheim document ontvangen. Hiervoor moet de burgemeester formeel geheimhouding opleggen. Voor het overige zijn enkele tekstuele correcties aangebracht.

6. De kandidaat-wethouder is gehouden medewerking te verlenen aan de integriteitstoets. 8

8. De commissie verricht zijn werkzaamheden in een niet openbare vergadering waarvan geen verslag wordt gelegd. 9. De kandidaat wethouder wordt in de gelegenheid gesteld de documenten en aangedragen informatie mondeling toe te lichten. 10. Op basis van de beoordeelde informatie, waaronder inbegrepen het eindresultaat van de risicoanalyse, formuleert de commissie een schriftelijk, beargumenteerd, advies aan de raad ten aanzien van de benoembaarheid van de voorgedragen wethouder(s). 11. Indien de commissie niet unaniem is in zijn oordeel wordt hiervan melding gemaakt in het advies. 12. Alvorens wordt overgegaan tot de benoeming van de kandidaat-wethouder houdt de commissie een openbare zitting waarbij de kandidaat in de gelegenheid wordt gesteld een toelichting te geven op de aan de commissie verstrekte informatie en inhoudelijke vragen van de commissie te beantwoorden. Tevens worden de raadsleden in de gelegenheid gesteld om aanvullende inhoudelijke vragen aan de kandidaatwethouder te stellen. Artikel 11 Oproep 1. De voorzitter zendt ten minste tien dagen vóór een vergadering de leden van de raad een schriftelijke oproep onder vermelding van dag, tijdstip en plaats van de vergadering. 2. Het concept van de voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken worden via het raadsinformatiesysteem op dezelfde dag van de schriftelijke oproep met de raad gedeeld.

7. De commissie verricht haar werkzaamheden in een niet openbare vergadering waarvan geen verslag wordt gelegd. 8. De kandidaat-wethouder wordt in de gelegenheid gesteld de documenten en aangedragen informatie mondeling toe te lichten. 9. Op basis van de beoordeelde informatie, waaronder het eindresultaat van de risicoanalyse, formuleert de commissie een schriftelijk, beargumenteerd, advies aan de raad over de benoembaarheid van de voorgedragen wethouder. 10. Als de commissie niet unaniem is in haar oordeel wordt hiervan melding gemaakt in het advies. 11. Alvorens wordt overgegaan tot de benoeming van de kandidaat-wethouder houdt de commissie een openbare zitting waarbij de kandidaat in de gelegenheid wordt gesteld een toelichting te geven op de aan de commissie verstrekte informatie en inhoudelijke vragen van de commissie te beantwoorden. Ook worden de raadsleden in de gelegenheid gesteld om aanvullende inhoudelijke vragen aan de kandidaatwethouder te stellen. Artikel 11. Oproep 1. De voorzitter zendt ten minste tien dagen vóór een vergadering de leden van de raad een schriftelijke oproep onder vermelding van dag, tijdstip en plaats van de vergadering. 2. Het concept van de voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken worden via het raadsinformatiesysteem op dezelfde dag van de schriftelijke oproep met de raad gedeeld. 3.

Als na het verzenden van de oproep stukken in het raadsinformatiesysteem worden toegevoegd, wordt hiervan

Het derde lid is toegevoegd. Dit stond eerder in artikel 13.

9

3. Indien sprake is van een vergadering die tot stand komt op basis van artikel 17, tweede lid, van de wet hoeft geen rekening te worden gehouden met de termijn zoals genoemd in het eerste lid. Artikel 13 Ter inzage leggen van stukken 1. Stukken, die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op een voorlopige agenda dienen, worden gelijktijdig met de oproep voor eenieder op het raadsinformatiesysteem beschikbaar gesteld. 2. Indien na het verzenden van de oproep stukken beschikbaar worden gesteld, wordt hiervan mededeling gedaan aan de leden van de raad en worden de stukken via het raadsinformatiesysteem en via de website van de gemeente ter beschikking gesteld. Als op stukken op grond van artikel 87 van de wet geheimhouding is opgelegd, worden deze stukken in afwijking van het eerste lid niet voor eenieder beschikbaar gesteld. Artikel 14 Openbare kennisgeving 1. De vergadering wordt door aankondiging op de in de gemeente gebruikelijke wijze ter openbare kennis gebracht. 2. De openbare kennisgeving vermeldt: a. de datum, aanvangstijd en plaats, alsmede de voorlopige agenda van de vergadering; b. de wijze waarop en de plaats waar eenieder de bij de vergadering behorende stukken kan inzien. Artikel 23 Spreekrecht derden 1. Als tweede agendapunt na opening kunnen aanwezige burgers en belanghebbenden het woord voeren over op de agenda vermelde

mededeling gedaan aan de leden van de raad. 4. Als sprake is van een vergadering die tot stand komt op basis van artikel 17, tweede lid, van de wet hoeft geen rekening te worden gehouden met de termijn zoals genoemd in het eerste lid. Artikel 13. Ter inzage leggen van stukken 1. Stukken die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op een voorlopige agenda dienen, worden gelijktijdig met de oproep via het raadsinformatiesysteem gepubliceerd op de website van de gemeente. 2. Informatie van de raad of aan de raad verstrekte informatie waaromtrent op grond van hoofdstuk Va van de wet geheimhouding is opgelegd, wordt in afwijking van het eerste lid niet gepubliceerd op de website.

Artikel 14. Openbare kennisgeving 1. De vergadering wordt aangekondigd op de website van de gemeente en in een lokaal huis-aan-huisblad. 2. De openbare kennisgeving vermeldt: a. de datum, aanvangstijd en plaats, alsmede de voorlopige agenda van de vergadering; b. de wijze waarop en de plaats waar eenieder de bij de vergadering behorende stukken kan inzien. Artikel 23. Spreekrecht derden 1. Burgers en belanghebbenden kunnen in de vergadering het woord voeren over op de agenda vermelde onderwerpen. De totaal

In dit artikel is verduidelijkt dat iedereen de vergaderstukken kan inzien op de website. De formulering van het tweede lid is in overeenstemming gebracht met de Gemeentewet. Daarbij is het model van de VNG aangehouden.

In dit artikel is de wijze waarop vergaderingen van de raad worden aangekondigd concreter verwoord, namelijk op de website van de gemeente en in een huis-aan-huisblad.

In dit artikel stond vermeld dat het spreekrecht altijd als tweede punt op de agenda aan bod komt. Soms is een andere agendavolgorde logischer. Daarom is het artikel neutraler 10

onderwerpen. De totaal beschikbare spreektijd bedraagt maximaal 30 minuten. 2. Het woord kan niet worden gevoerd over: a. een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar en beroep openstaat of heeft opengestaan; b. benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen; c. een gedraging waarover een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend. Artikel 30 Herstemming over personen 1. Wanneer bij de eerste stemming niemand de volstrekte meerderheid heeft verkregen, wordt in dezelfde vergadering tot een tweede stemming overgegaan. 2. Wanneer ook bij deze tweede stemming niemand de volstrekte meerderheid heeft verkregen en de stemmen staken, dan beslist terstond het lot. Artikel 31 Verslag en besluitenlijst 1. De griffier draagt zorg voor het verslag en de besluitenlijst van de raadsvergadering. 2. Een conceptverslag wordt, zo mogelijk, aan de leden van de raad toegezonden gelijktijdig met de schriftelijke oproep. Het conceptverslag wordt gelijktijdig aan de overige personen die het woord gevoerd hebben, toegezonden. 3. De leden van de raad, de voorzitter, de wethouders en de griffier hebben het recht, een voorstel tot verandering aan de raad te doen, indien het conceptverslag onjuistheden bevat of niet duidelijk weergeeft hetgeen gezegd of besloten is. Een voorstel tot verandering dient tenminste 24 uur vóór de

beschikbare spreektijd bedraagt maximaal 30 minuten. 2. Het woord kan niet worden gevoerd over: a. een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar of beroep openstaat of heeft opengestaan; b. benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen; c. een gedraging waarover een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend. Artikel 30. Herstemming over personen [vervallen]

geformuleerd. Verder is een verschrijving in het tweede lid gecorrigeerd.

Artikel 31. Verslag en besluitenlijst 1. De griffier draagt zorg voor het verslag en de besluitenlijst van de raadsvergadering. 2. Een conceptverslag wordt, zo mogelijk, aan de leden van de raad toegezonden gelijktijdig met de schriftelijke oproep voor de eerstvolgende raadsvergadering. Het conceptverslag wordt gelijktijdig aan de overige personen die het woord gevoerd hebben, toegezonden. 3. De leden van de raad, de voorzitter, de wethouders en de griffier hebben het recht, een voorstel tot verandering aan de raad te doen, als het conceptverslag onjuistheden bevat of niet duidelijk weergeeft hetgeen gezegd of besloten is. Een voorstel tot verandering dient tenminste 24 uur vóór de

In het tweede lid wordt verduidelijkt dat het conceptverslag van de vergadering gelijktijdig met de oproep voor de eerstvolgende vergadering wordt gedeeld. Verder wordt in het vierde lid een verwijzing naar een ander artikel gecorrigeerd. In het zevende lid wordt vermeld dat de verslagen en besluitenlijsten openbaar worden gemaakt via het raadsinformatiesysteem. De raad is wettelijk verplicht de besluitenlijst van zijn vergaderingen openbaar te maken (artikel 23 lid 6 Gemeentewet). Voor besluitenlijsten waarop een verplichting tot geheimhouding rust, geldt een uitzondering. Dit is geregeld in artikel 34 van het RvO. Publicatie van de besluitenlijsten van de raad zal worden ingevoerd per februari 2025.

Dit artikel is een herhaling van wat in artikel 31 van de Gemeentewet staat. Herhaling van regels uit hogere regelgeving moet worden vermeden. Het RvO moet altijd in samenhang met de Gemeentewet worden gehanteerd.

11

4.

5.

6. 7.

betreffende vergadering bij de griffier te worden ingediend. Uit het verslag blijkt in ieder geval: a. de namen van de voorzitter, de griffier, de wethouders en de ter vergadering aanwezige leden, alsmede van de leden die afwezig waren en overige personen die het woord gevoerd hebben; b. een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest; c. een weergave van het gesprokene met vermelding van de namen van de aanwezigen die het woord voeren; d. een overzicht van het verloop van elke stemming, met vermelding bij hoofdelijke stemming van de namen van de leden die voor of tegen stemden, onder aantekening van de namen van de leden die zich overeenkomstig artikel 28 van de wet van stemming hebben onthouden of zich bij het uitbrengen van hun stem hebben vergist; e. bij het desbetreffende agendapunt de naam en de hoedanigheid van die personen aan wie het op grond van het bepaalde in artikel 17 door de raad is toegestaan deel te nemen aan de beraadslagingen. Als bijlage van het verslag wordt de tekst van de in de vergadering ingediende initiatiefvoorstellen, voorstellen van orde, moties, amendementen en subamendementen gevoegd. Vastgestelde verslagen worden ondertekend door de voorzitter en de griffier. Als verslagen en besluiten beschikbaar zijn, worden ze op de website van de gemeente geplaatst.

4.

5.

6. 7.

betreffende vergadering bij de griffier te worden ingediend. Uit het verslag blijkt in ieder geval: a. de namen van de voorzitter, de griffier, de wethouders en de ter vergadering aanwezige leden, alsmede van de leden die afwezig waren en overige personen die het woord gevoerd hebben; b. een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest; c. een weergave van het gesprokene met vermelding van de namen van de aanwezigen die het woord voeren; d. een overzicht van het verloop van elke stemming, met vermelding bij hoofdelijke stemming van de namen van de leden die voor of tegen stemden, onder aantekening van de namen van de leden die zich overeenkomstig artikel 28 van de wet van stemming hebben onthouden of zich bij het uitbrengen van hun stem hebben vergist; e. bij het desbetreffende agendapunt de naam en de hoedanigheid van die personen aan wie het op grond van het bepaalde in artikel 21 door de raad is toegestaan deel te nemen aan de beraadslagingen. Als bijlage van het verslag wordt de tekst van de in de vergadering ingediende initiatiefvoorstellen, voorstellen van orde, moties, amendementen en subamendementen gevoegd. Vastgestelde verslagen worden ondertekend door de voorzitter en de griffier. Verslagen en besluitenlijsten worden via het raadsinformatiesysteem gepubliceerd op de website van de gemeente.

12

Artikel 32 Ingekomen stukken 1. Bij de raad ingekomen stukken, voor zover deze niet geheim zijn aangemerkt, worden op een lijst geplaatst. Deze lijst wordt aan de leden van de raad via het raadsinformatiesysteem bekend gemaakt. 2. Na de vaststelling van het verslag stelt de raad, op voorstel van het presidium, of in geval van onverwijlde spoed op voorstel van de voorzitter, de wijze van afdoening van de ingekomen stukken vast. Artikel 34 Verslag 1. Op verslagen en besluitenlijsten van besloten raadsvergaderingen is artikel 31 ook van toepassing met inachtneming van: a. De verslagen worden in de eerstvolgende raadsvergadering vastgesteld, tenzij raadsleden hierover willen spreken. In dat geval wordt het verslag in een besloten raadsvergadering besproken en vastgesteld. b. Zolang de verslagen en besluitenlijsten geheim zijn en de geheimhouding niet is opgeheven worden deze ook niet voor eenieder beschikbaar gesteld. Artikel 35 Opheffing geheimhouding 1. Als de raad op grond van artikel 89, vierde lid, van de wet het voornemen heeft de geheimhouding van aan de raad verstrekte informatie op te heffen, wordt, als het orgaan dat geheimhouding heeft opgelegd daarom verzoekt, daarover in een besloten raadsvergadering met het desbetreffende orgaan overleg gevoerd. 2. Een raadslid kan de raad gemotiveerd voorstellen over te gaan tot opheffen van geheimhouding.

Hiervoor dient diegene, uiterlijk de vrijdag voorafgaand aan de

Artikel 32. Ingekomen stukken 1. Bij de raad ingekomen stukken worden met de leden van de raad gedeeld via het raadsinformatiesysteem. De stukken worden ook geanonimiseerd op de website van de gemeente geplaatst met inachtneming van de Wet open overheid. 2. De raad stelt elke raadsvergadering op voorstel van het presidium, of in geval van onverwijlde spoed op voorstel van de voorzitter, de wijze van afdoening van de ingekomen stukken vast. Artikel 34. Verslag besloten vergadering 1. Op verslagen en besluitenlijsten van besloten raadsvergaderingen is artikel 31 ook van toepassing met inachtneming van het bepaalde in het tweede en derde lid. 2. De verslagen worden in de eerstvolgende raadsvergadering vastgesteld, tenzij raadsleden hierover willen spreken. In dat geval wordt het verslag in een besloten raadsvergadering besproken en vastgesteld. 3. Zolang de verslagen en besluitenlijsten geheim zijn en de geheimhouding niet is opgeheven worden deze niet gepubliceerd op de website. Artikel 35. Opheffing geheimhouding Als de raad op grond van artikel 89, vierde lid, van de wet het voornemen heeft de geheimhouding van aan de raad verstrekte informatie op te heffen, wordt het orgaan dat geheimhouding heeft opgelegd in de gelegenheid gesteld daarover zijn standpunt naar voren te brengen.

In dit artikel is toegevoegd dat de ingekomen stukken (geanonimiseerd) op de website worden gepubliceerd. Dit is in overeenstemming met artikel 3.3, tweede lid, onder a, van de Wet open overheid (zoals dat zal luiden na inwerkingtreding van tranche 2 van die wet), waarin is bepaald dat bij de raad ingekomen stukken openbaar worden gemaakt. Uiteraard blijft openbaarmaking achterwege als de uitzonderingsgronden uit de Wet open overheid van toepassing zijn.

De tekst van dit artikel is aangepast op basis van het model van de VNG. Overbodige regels zijn geschrapt.

13

3.

4. 5.

6.

7.

vergadering van het presidium, een verzoek in bij het presidium. Het presidium draagt zorg voor het opstellen van een raadsvoorstel voor opheffing van de geheimhouding en wint daarbij ambtelijk advies in over: a. De juridische grondslag voor het opheffen, dan wel in stand houden van de geheimhouding. b. De gevolgen en risico’s die opheffing met zich meebrengen voor de gemeente en derden. Het presidium draagt zorgt voor de agendering van het raadsvoorstel tijdens de eerstvolgende raadsvergadering. Het college wordt voorafgaand aan deze raadsvergadering in de gelegenheid gesteld zijn zienswijze op het voorgenomen besluit aan de raad over te brengen. Informatie waarop geheimhouding rust wordt alleen gedeeld met derden indien: a. De raad dit noodzakelijk acht voor het uitoefenen van zijn taken en hiertoe besluit; b. Het college dit noodzakelijk acht voor het uitoefenen van de taken als dagelijks bestuur van de gemeente en hiertoe besluit. Indien het college op grond van het zesde lid, aanhef en onder b, besluit informatie waarop geheimhouding rust met derden te delen brengt hij dit ter kennis van de raad. Artikel 35a. Uitbreiding kring van geheimhouders 1. Als het college, de burgemeester of een commissie informatie verstrekt aan de raad ten aanzien waarvan zij een verplichting tot geheimhouding hebben opgelegd, wordt deze informatie door de

Dit artikel is nieuw. In het eerste lid is de bestaande praktijk vastgelegd dat informatie waarop geheimhouding rust ook aan burgerraadsleden wordt verstrekt. Zodra het college geheime informatie heeft gedeeld met de raad, is alleen de raad nog 14

Artikel 37 Geluid- en beeldregistraties Degenen die van een openbare raadsvergadering geluid- dan wel beeldregistraties willen maken doen hiervan mededeling aan de voorzitter en gedragen zich naar zijn aanwijzingen.

Artikel 40 Initiatiefvoorstel 1. Een initiatiefvoorstel moet, om in behandeling te kunnen worden genomen, schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend. Tevens wordt er een afschrift van het voorstel aan de griffie verstuurd. De voorzitter brengt een ingediend voorstel zo spoedig mogelijk ter kennis van het college. 2. Het voorstel bevat een toelichting op het besluit dat van de raad wordt gevraagd en is voorzien van een conceptraadsbesluit. 3. Het college kan, binnen vier werken nadat het is geïnformeerd over een initiatiefvoorstel, schriftelijk wensen en bedenkingen met

raad ook aan de burgerraadsleden verstrekt op grond van artikel 88, zesde lid, van de wet. 2. Het college is alleen bevoegd om informatie, ten aanzien waarvan geheimhouding is opgelegd en die aan de raad is verstrekt, met anderen dan de organen van het gemeentebestuur te delen als dit noodzakelijk wordt geacht in het kader van het dagelijks bestuur. Het college informeert de raad zo spoedig mogelijk over welke informatie aan wie is verstrekt en de reden daarvan. Artikel 37. Geluid- en beeldregistraties 1. Openbare raadsvergaderingen worden rechtstreeks uitgezonden via het raadsinformatiesysteem op de website van de gemeente. De opnamen blijven daar beschikbaar. Aanwezigen kunnen in beeld komen. 2. Degenen die van een openbare raadsvergadering geluid- dan wel beeldregistraties willen maken doen hiervan mededeling aan de voorzitter en gedragen zich naar zijn aanwijzingen. Artikel 40. Initiatiefvoorstel 1. Een initiatiefvoorstel moet, om in behandeling te kunnen worden genomen, schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend. Ook wordt er een afschrift van het voorstel aan de griffie verstuurd. De voorzitter brengt een ingediend voorstel zo spoedig mogelijk ter kennis van het college. 2. Het voorstel bevat een toelichting op het besluit dat van de raad wordt gevraagd en is voorzien van een conceptraadsbesluit. 3.

Het college kan binnen vier weken nadat het is geïnformeerd over een initiatiefvoorstel, schriftelijk wensen en bedenkingen met

bevoegd die informatie aan anderen te verstrekken. Wel kan de raad regels stellen om het (alsnog) voor het college mogelijk te maken die informatie met anderen te delen (artikel 88 lid 6 Gemeentewet). Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan een advocaat of extern adviseur. In het tweede lid van dit artikel is geregeld dat het college de kring van geheimhouders mag uitbreiden als dit noodzakelijk is voor het dagelijks bestuur van de gemeente. Daarbij geldt de eis dat het college de raad zo spoedig mogelijk informeert, als die situatie zich voordoet. Aan dit artikel is een lid toegevoegd. Hierin is in overeenstemming met de bestaande praktijk vastgelegd dat openbare raadsvergaderingen rechtstreeks worden uitgezonden en de opnamen beschikbaar blijven.

In het derde lid wordt een kleine verschrijving hersteld. Verder komt het vijfde lid te vervallen. Dit staat ook niet in het model van de VNG. Het is niet nodig expliciet te regelen op welke plek op de agenda een initiatiefvoorstel wordt geplaatst. Het presidium bereidt de voorlopige agenda voor de raadsvergadering voor en buigt zich daarbij over de volgorde van behandeling.

15

betrekking tot dit voorstel aan de raad voorleggen. 4. Een voorstel wordt op de agenda van de eerstvolgende commissie- en raadsvergadering geplaatst, tenzij: a. het college nog geen schriftelijke wensen of bedenkingen ter kennis van de raad heeft gebracht en de in lid 2 genoemde termijn nog niet is verstreken; b. de schriftelijke oproep voor de eerstvolgende commissie- en raadsvergadering verzonden is. In dat geval wordt het voorstel op de agenda van de daaropvolgende commissie- en raadsvergadering geplaatst. 5. De behandeling van het voorstel vindt plaats nadat alle op de agenda voorkomende voorstellen en onderwerpen zijn behandeld, tenzij de agendacommissie oordeelt dat het voorstel met het oog op de orde van de vergadering tezamen met een ander geagendeerd voorstel of onderwerp dient te worden behandeld. Artikel 42 Interpellatie 3. Raadsleden dienen verzoeken tot het houden van een interpellatie schriftelijk in bij de voorzitter. Tevens wordt er een afschrift van het verzoek aan de griffie verstuurd. 4. Een verzoek dient uiterlijk op de vrijdag voorafgaand aan de raadsvergadering vóór 12.00 uur te zijn ingediend of in het oordeel van de voorzitter spoedeisende gevallen. 5. Het verzoek bevat een duidelijke omschrijving van het onderwerp waarover inlichtingen worden verlangd, alsmede de te stellen vragen. 6.

Over verzoeken wordt tijdens de eerstvolgende raadsvergadering gestemd. In

betrekking tot dit voorstel aan de raad voorleggen. 4. Een voorstel wordt op de agenda van de eerstvolgende commissie- en raadsvergadering geplaatst, tenzij: a. het college nog geen schriftelijke wensen of bedenkingen ter kennis van de raad heeft gebracht en de in lid 2 genoemde termijn nog niet is verstreken; b. de schriftelijke oproep voor de eerstvolgende commissie- en raadsvergadering verzonden is. In dat geval wordt het voorstel op de agenda van de daaropvolgende commissie- en raadsvergadering geplaatst.

Artikel 42. Interpellatie 1. Raadsleden dienen verzoeken tot het houden van een interpellatie schriftelijk in bij de voorzitter. Ook wordt er een afschrift van het verzoek aan de griffie verstuurd. 2. Het verzoek bevat een duidelijke omschrijving van het onderwerp waarover inlichtingen worden verlangd, alsmede de te stellen vragen. 3. De voorzitter brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden van de raad en het college. 4. Over verzoeken die uiterlijk op de vrijdag voorafgaand aan de raadsvergadering vóór 12.00 uur zijn ingediend of in naar het

Volgorde van het artikel is aangepast. Verder zijn verschrijvingen gecorrigeerd.

16

andere gevallen tijdens de daaropvolgende raadsvergadering. 7. De voorzitter brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden van de raad en het college. 8. De raad bepaalt op welk tijdstip tijdens de vergadering de interpellatie zal worden gehouden. 9. De interpellant voert niet vaker dan tweemaal het woord. De overige raadsleden, de burgemeester en de wethouders niet meer dan eenmaal, tenzij de raad hen hiertoe verlof geeft. Artikel 43 Technische vragen 1. Technische vragen handelen over verduidelijking (feiten, harde gegevens) van een onderwerp, zijn informatief van aard en hebben geen politieke lading. De vragen worden kort en duidelijk geformuleerd en kunnen van een toelichting worden voorzien. 2. De vragen mogen zowel de bij griffie als bij de betrokken ambtenaar worden ingediend. Indien de vraag rechtstreeks bij de betrokken ambtenaar wordt ingediend wordt er tevens een afschrift van de vraag aan de griffie verstuurd. 3. Technische vragen over een onderwerp op de agenda van een eerstvolgende commissie- of raadsvergadering worden binnen één werkdag (acht werkuren) beantwoord, zodat het antwoord kan worden betrokken bij de advisering/besluitvorming. 4. Technische vragen over een onderwerp dat niet op de agenda van de eerstvolgende commissie- of raadsvergadering staat worden binnen vijf werkdagen beantwoord.

oordeel van de voorzitter spoedeisende gevallen, wordt tijdens de eerstvolgende raadsvergadering gestemd. In andere gevallen tijdens de daaropvolgende raadsvergadering. 5. De raad bepaalt op welk tijdstip tijdens de vergadering de interpellatie zal worden gehouden. 6. De interpellant voert niet vaker dan tweemaal het woord. De overige raadsleden, de burgemeester en de wethouders niet meer dan eenmaal, tenzij de raad hen hiertoe verlof geeft. Artikel 43. Technische vragen 1. Technische vragen handelen over verduidelijking (feiten, harde gegevens) van een onderwerp, zijn informatief van aard en hebben geen politieke lading. De vragen worden kort en duidelijk geformuleerd en kunnen van een toelichting worden voorzien. 2. De vragen mogen zowel bij de griffie als bij de betrokken ambtenaar worden ingediend. Als de vraag rechtstreeks bij de betrokken ambtenaar wordt ingediend wordt er ook een afschrift van de vraag aan de griffie verstuurd. 3. Technische vragen over een onderwerp op de agenda van een eerstvolgende commissie- of raadsvergadering worden binnen één werkdag (acht werkuren) beantwoord, zodat het antwoord kan worden betrokken bij de advisering of besluitvorming. De vragen en antwoorden worden in het raadsinformatiesysteem geplaatst bij het betreffende onderwerp. 4.

Technische vragen over een onderwerp dat niet op de agenda van de eerstvolgende commissie- of raadsvergadering staat worden binnen vijf werkdagen beantwoord. De vragen en antwoorden worden niet in het

Aan dit artikel is toegevoegd dat de antwoorden op technische vragen over een onderwerp op de agenda van de eerstvolgende commissie- of raadsvergadering bij dat onderwerp in het raadsinformatiesysteem worden geplaatst. Hierdoor hebben alle leden van de raad toegang tot dezelfde informatie. Antwoorden op vragen over een niet geagendeerd onderwerp worden in principe niet in het raadsinformatiesysteem geplaatst, tenzij de indiener dat uitdrukkelijk wenst. Dit geeft een raadslid ruimte om vrijelijk te leren over een onderwerp of in stilte het gebruik van een politiek instrument, zoals een initiatiefvoorstel of motie, voor te bereiden.

17

Artikel 44 Schriftelijke vragen 2. De vragen worden, door tussenkomst van de griffie, bij de voorzitter van de raad ingediend. Deze draagt er zorg voor dat de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden van de raad en het college of de burgemeester worden gebracht. Artikel 45 Inlichtingen 1. Indien een raadslid over een onderwerp inlichtingen als bedoeld in de artikelen 169, derde lid, en 180, derde lid, van de wet verlangt, wordt een verzoek daartoe schriftelijk ingediend bij het college.

raadsinformatiesysteem geplaatst, tenzij de indiener aan de griffie kenbaar maakt dat dit wel moet gebeuren. Artikel 44. Schriftelijke vragen 2. De vragen worden, door tussenkomst van de griffie, bij het college of de burgemeester ingediend. De griffie draagt er zorg voor dat de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden van de raad worden gebracht. Artikel 45. Inlichtingen 1. Als een raadslid over een onderwerp inlichtingen als bedoeld in de artikelen 169, derde lid, of 180, derde lid, van de wet verlangt, wordt een verzoek daartoe schriftelijk ingediend bij het college of de burgemeester.

In overeenstemming met de bestaande praktijk is in dit artikel opgenomen dat schriftelijke vragen via de griffie bij het college of de burgemeester worden ingediend (en niet bij de voorzitter van de raad).

Toegevoegd is dat een verzoek om inlichtingen aan de burgemeester bij de burgemeester zelf wordt ingediend (en niet bij het college).

18

Verordening op de raadscommissies Capelle aan den IJssel 2026 WAS Artikel 1 Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder:

WORDT Artikel 1. Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder:

c. commissie: een bijeenkomst aangeduid als een raadscommissievergadering;

c. commissie: bij afzonderlijk besluit van de raad ingestelde raadscommissie als bedoeld in artikel 82 van de wet;

f. fractie: hetgeen nader is omschreven in artikel 7 van het Reglement van Orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad 2018;

f. fractie: groep van een of meerdere raadsleden als bedoeld in artikel 8 van het Reglement van Orde gemeenteraad Capelle aan den IJssel 2026;

h. voorzitter: voorzitter van een commissie of diens vervanger; i. wet: Gemeentewet. Artikel 3 Taken en soorten commissies 1. Een commissie kent verschillende werkvormen. Deze vormen zijn: opiniërend, adviserend, thema-avond, een benen op tafelsessie, een hoorzitting en een werkbezoek. 2. Een opiniërende commissie: a. voert overleg met het college of de burgemeester over in ieder geval door hen verstrekte inlichtingen en het gevoerde bestuur ten aanzien van de onderwerpen die behoren tot het taakveld van de commissie. als bedoeld in artikel 2, eerste lid; b. voert onderling overleg over aanhangig gemaakt onderwerpen;

h. presidium: presidium van de raad als bedoeld in artikel 3 van het Reglement van Orde gemeenteraad Capelle aan den IJssel 2026; i. voorzitter: voorzitter van een commissie of diens vervanger; j. wet: Gemeentewet. Artikel 3. Taken en werkwijze commissies 1. Een commissie kent de volgende soorten vergaderingen: a. oordeelsvormende vergaderingen; b. beeldvormende vergaderingen. 2. Tijdens oordeelsvormende vergaderingen: a. brengt de commissie advies uit aan de raad over onderwerpen die behoren tot het taakveld van de commissie; b. kan de commissie advies uitbrengen aan de raad over andere onderwerpen dan bedoeld onder a; c. voert de commissie overleg met het college of de burgemeester over in ieder geval door hen verstrekte

TOELICHTING De definities van commissie en fractie zijn verduidelijkt en geactualiseerd. Verwezen wordt naar het meest recente RvO. Verder is de definitie van presidium toegevoegd.

De omschrijving van de vergadervormen van de commissies is vereenvoudigd. Daarbij is een onderscheid gemaakt tussen de oordeelsvormende en beeldvormende vergaderingen. Beide soorten vergaderingen dienen ter voorbereiding van besluitvorming van de raad. De oordeelsvormende vergaderingen betreffen de ‘reguliere’ raadscommissievergaderingen, waarin overleg wordt gevoerd met het college en de burgemeester, onderling wordt gedebatteerd en advies wordt uitgebracht aan de raad over de geagendeerde onderwerpen. Op die vergaderingen zijn de regels uit hoofdstuk 3 van de verordening volledig van toepassing.

19

c.

kan advies uitbrengen aan de raad of het college over in de commissie aanhangig gemaakte onderwerpen; d. is openbaar, tenzij anders besloten: e. de vergaderingen worden uitgezonden via de online raadskalender, tenzij sprake is van een besloten vergadering, en er wordt een verslag van gemaakt van de vergadering. 3. Een adviserende commissie: a. brengt advies uit aan de raad over onderwerpen, die behoren tot het taakveld van de commissie, als bedoeld in artikel 2, eerste lid; b. kan advies uitbrengen aan de raad over andere onderwerpen dan bedoeld onder a; c. is openbaar, tenzij anders besloten: d. de vergaderingen worden uitgezonden via de online raadskalender, tenzij sprake is van een besloten vergadering, en er wordt een verslag van gemaakt van de vergadering. 4. Een thema-avond: a. heeft als doel om informatie-uitwisseling te laten plaatsvinden tussen de raadsleden, het college van burgemeester en wethouders, de ambtelijke organisatie van het college van burgemeester en wethouders en mogelijke externen over onderwerpen die behoren tot het taakveld van de commissie, als bedoeld in artikel 2, eerste lid: b. is openbaar; c. thema-avonden worden, mits technisch niet onmogelijk, zoals bijv. bij themaavonden op locatie, uitgezonden via de

inlichtingen en het gevoerde bestuur ten aanzien van de onderwerpen die behoren tot het taakveld van de commissie; d. voert de commissie onderling overleg over aanhangig gemaakte onderwerpen. 3. Tijdens beeldvormende vergaderingen vergaart de commissie informatie over onderwerpen die behoren tot het taakveld van de commissie. Er worden geen politieke uitspraken gedaan of gevraagd waar de commissie of commissieleden aan gehouden kunnen worden. 4. De vergaderingen, bedoeld in het derde lid, zijn openbaar, tenzij de aard van het onderwerp zich daartegen verzet. Er worden geen verslagen gemaakt. De artikelen 4, tweede lid, en 13 tot en met 18 zijn niet van toepassing.

Beeldvormende vergaderingen hebben tot doel informatie te vergaren en kunnen verschillende vormen hebben, zoals een themabijeenkomst, werkbezoek of werkatelier. Een politiek debat tijdens een beeldvormende vergadering is niet per se uitgesloten, maar gelet op het informatieve karakter van de vergadering is het niet de bedoeling dat commissieleden een definitief standpunt over een onderwerp afgeven. Daarvoor is de oordeelsvormende vergadering bedoeld. Om misverstanden te voorkomen is dit expliciet in het derde lid opgenomen. De agendacommissie bepaalt de inhoud en de invulling van de beeldvormende vergaderingen. Een aantal regels uit hoofdstuk 3 van de verordening is niet van toepassing op beeldvormende vergaderingen. Zo geldt er geen maximumaantal deelnemers per fractie of quorum en wordt er geen verslag gemaakt. Beeldvormende vergaderingen zijn in beginsel openbaar, tenzij de aard van het onderwerp zich daartegen verzet. Ook worden zij - net als de oordeelsvormende vergaderingen - rechtstreeks uitgezonden via de gemeentelijke website, tenzij dit om technische redenen (bijvoorbeeld vanwege de locatie van een bijeenkomst) niet mogelijk is. Dit laatste is geregeld in artikel 25 van de verordening.

20

online raadskalender; er wordt geen verslag gemaakt van de bijeenkomst. 5. Een benen op tafeloverleg (BOT): a. heeft als doel om informatie-uitwisseling te laten plaats vinden tussen de raadsleden, het college van burgemeester en wethouders. de ambtelijke organisatie en mogelijk externen over onderwerpen waarop haar werkzaamheden betrekking hebben; b. is niet bedoeld als instrument om de raad vertrouwelijk te informeren. c. is besloten. Het benen op tafeloverleg wordt niet uitgezonden en er wordt — afhankelijk van de daarover per overleg te maken afspraak — wel of niet voorzien in een beperkt, samenvattend verslag. d. In een BOT worden geen inhoudelijke besluiten genomen. 6. Een hoorzitting: a. heeft als doel inwoners, organisaties, instellingen en/of bedrijven de gelegenheid te bieden aan de raad hun opvatting(en) kenbaar te maken over voorgenomen besluiten of initiatieven; b. hoorzittingen worden, mits technisch niet onmogelijk, zoals bijv. hoorzittingen op locatie, uitgezonden via de online raadskalender; tevens wordt er voorzien in een verslag. 7. Een werkbezoek: a. heeft als doel om informatie-uitwisseling te laten plaats vinden tussen de raadsleden, het college van burgemeester en wethouders, de ambtelijke organisatie en externen over onderwerpen die de gemeenteraad aangaan; b. is openbaar, tenzij anders wordt besloten. 21

c.

De bijeenkomsten worden niet uitgezonden en er wordt een actielijst gemaakt van de bijeenkomst.

Artikel 4 Samenstelling 1. Een commissie vergadert met maximaal: a. één lid per fractie, indien de fractie maximaal vier leden telt: b. twee leden per fractie, indien de fractie meer dan vier leden telt. 2. Iedere fractie is gerechtigd niet-raadsleden voor te dragen om als burgerraadslid deel te nemen aan commissies. Fracties die maximaal twee leden tellen, mogen maximaal twee burgerraadsleden voordragen, fracties die drie of meer leden tellen, maximaal één burgerraadslid. De fracties vanwaar uit een lid door de raad is aangewezen als (plaatsvervangend) voorzitter, hebben de mogelijkheid een extra burgerraadslid voor te dragen, daarbij is de grootte van de fractie niet van belang. 3. De raad benoemt de burgerraadsleden. Deze benoeming is voor het aantal burgerraadsleden, waar de fracties op grond van de in art. 4, lid 2 genoemde getalscriteria recht hebben aan de orde in dezelfde vergadering als waarin de nieuwe raad wordt geïnstalleerd. Om als burgerraadslid benoemd te kunnen worden, moet het niet-raadslid verkiesbaar zijn geweest tijdens de meest recent gehouden gemeenteraadsverkiezing. Het

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16469766/1