CConstaterende datCapelle Ad Ijssel
Koppel je AI →
Document · PDF

10.05 - Bijlage 2. Memo AERIUS-berekening (03-10-2024)

Gemeenteraad 10 maart 2025, gemeente Capelle Ad IjsselBij agendapunt: Adviesrecht buitenplanse omgevingsplanactiviteit Bermweg 1392.666 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Berekening stikstofdepositie Bermweg 139, Capelle aan den IJssel

Colofon Gegevens over het project: Plannaam:

Bermweg 139, Capelle aan den IJssel

Datum:

3 oktober 2024

Projectnummer Buro SRO:

SR230274

Projectmedewerkers

Dhr. K. Lodewijks

Gegevens projectbetrokkenen: Opdrachtgever:

Dhr. Benard, M.

Gegevens Buro SRO: Bezoekadres:

’t Goylaan 11 3525 AA Utrecht

Telefoon:

030-2679198

E-mail:

utrecht@buro-sro.nl

Internet:

www.buro-sro.nl

pagina 2 van 13

Inhoudsopgave 1

2

3

4

Inleiding

4

1.1

Aanleiding

4

1.2

Projectbeschrijving

5

1.3

Wettelijk kader

5

1.4

Leeswijzer

5

Ruimtelijke gegevens en uitgangspunten

6

2.1

Ruimtelijke gegevens

6

2.2

Aanlegfase

6

2.3

Gebruiksfase

9

Berekeningen en resultaten

10

3.1

Aanlegfase

10

3.2

Gebruiksfase

11

Samenvatting en conclusies

pagina 3 van 13

12

1

Inleiding

1.1

Aanleiding

Initiatiefnemer is voornemens om achter de bestaande woning aan de Bermweg 139, te Capelle aan den IJssel, een grondgebonden woning te realiseren. Het voorgenomen plan brengt stikstofuitstoot met zich mee tijdens zowel de aanleg- als gebruiksfase. Daarom is het noodzakelijk om de mogelijke gevolgen van de ontwikkeling op de instandhoudingsdoelstellingen van omliggende Natura 2000-gebieden te onderzoeken. In deze rapportage worden de potentiële effecten in kaart gebracht. De onderzoekslocatie is niet gelegen binnen de grenzen van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000. Het dichtbijgelegen stikstofgevoelig Natura 2000-gebied ‘Biesbosch’ bevindt zich op ca. 17,9 km afstand van de onderzoekslocatie. Tevens ligt op circa 13,5 km afstand het Natura 2000-gebied ‘Broekvelden, Vettenbroek & Polder Stein’. De onderstaande afbeelding laat de locatie zien ten opzichte van de omliggende Natura 2000-gebieden.

Ligging plangebied (rood) ten opzichte van omliggende Natura 2000-gebieden (bron: AERIUS Calculator)

pagina 4 van 13

1.2

Projectbeschrijving

De initiatiefnemer is voornemens om op de bestaande tuin van de woning aan de Bermweg 139 een grondgebonden woning te realiseren. De woning krijgt een maximum oppervlak van circa 123 m² met een maximum bouwhoogte van 7,5 meter. Zie hieronder voor een afbeelding van de beoogde woning. NIEUWE TEKENING OPNEMEN

1.3

Wettelijk kader

Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 is de Wet natuurbescherming komen te vervallen. Artikel 5.1 van de Omgevingswet schrijft voor dat het zonder omgevingsvergunning verboden is een Natura 2000activiteit uit te voeren. Deze activiteit omvat het realiseren van een project dat niet direct gerelateerd is aan of noodzakelijk voor het beheer van een Natura 2000-gebied, maar opzichzelfstaand of in combinatie met andere plannen of projecten aanzienlijke gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied. Gevolgen worden als significant beschouwd als ze een bedreiging vormen voor de instandhoudingsdoelstellingen van het betreffende natuurgebied. In de Omgevingswet is opgenomen dat eenieder zorg dient te dragen aan de fysieke leefomgeving. De specifieke zorgplicht voor Natura 2000-gebieden is opgenomen in artikel 11.6 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). In dit artikel is voorgeschreven dat voor alle activiteiten die mogelijk verslechterende of significant verstorende gevolgen voor een Natura 2000-gebied hebben een vergunning vereist is. Verzuring en vermesting is één van de mogelijk verstorende gevolgen. Voor ieder habitattype binnen een Natura 2000-gebied dat gevoelig is voor verzuring en/of vermesting is een kritische depositiewaarde (KDW) vastgesteld.

De KDW geeft de grens aan waarboven het risico bestaat dat de kwaliteit van het habitat significant wordt aangetast door de verzurende en/of vermestende invloed van atmosferische stikstofdepositie. Door middel van het rekeninstrument AERIUS Calculator wordt de stikstofdepositie berekend als gevolg van projecten en plannen op Natura 2000-gebieden.

1.4

Leeswijzer

Na dit inleidende hoofdstuk worden in hoofdstuk 2 de ruimtelijke gegevens beschreven. Hierin wordt ook ingegaan op de uitgangspunten voor de aanlegfase en de gebruiksfase. De uitgevoerde berekening en resultaten worden beschreven in hoofdstuk 3. Ten slotte wordt in hoofdstuk 4 de conclusie getrokken.

pagina 5 van 13

2

Ruimtelijke gegevens en uitgangspunten

2.1

Ruimtelijke gegevens

Bij een stikstofdepositieberekening wordt rekening gehouden met de Natura 2000-gebieden binnen een straal die relevant is voor de omvang van het plan. In de directe omgeving van het plangebied bevinden zich geen Natura 2000-gebieden. Binnen een straal van 10 km bevinden zich geen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden. De onderstaande afbeelding laat de locatie zien ten opzichte van de omliggende Natura 2000-gebieden.

Ligging plangebied ten opzichte van de omliggende Natura 2000-gebieden, plangebied rood omkaderd (bron: AERIUS Calculator)

2.2

Aanlegfase

Tijdens de aanlegfase zullen tijdelijk voertuigen en mobiele werktuigen op de bouwplaats aanwezig zijn, wat gepaard gaat met verkeer van werklieden en materialen van en naar de locatie. Daarnaast zal zwaar vrachtverkeer dat stationair draait ook bijdragen aan de stikstofuitstoot. De voertuigen en mobiele werktuigen die door verbrandingsmotoren worden aangedreven veroorzaken een tijdelijke toename van stikstofemissies. De hoeveelheid emissies hangt af van de emissienormen (stageklassen) die gelden voor de specifieke werktuigen. Voor de berekening van de NOx-emissies van de mobiele werktuigen moet het brandstofverbruik per stageklasse worden opgegeven, evenals het aantal draaiuren en, indien van toepassing, het verbruik van AdBlue (bij aanwezigheid van een SCR-systeem). Het dieselverbruik is berekend op basis van het TNO-rapport R12305, waarin rekening wordt gehouden met factoren zoals de aandrijfconfiguratie (vaste as, transmissie, hydrauliek), de stand-by tijd bij de soort inzet

pagina 6 van 7

(wisselend en constant) en de verliezen. Voor werktuigen met wisselende inzet wordt uitgegaan van een gemiddelde ‘typische motorlast’ van 35%, zoals aangegeven in de bijbehorende tabel.

Voor werktuigen met een constante inzet is 35% een onderschatting en wordt uitgegaan van een gemiddelde motorbelasting van (37,0+45,6+47,3)/3= 43,3%. Het brandstofverbruik kan berekend worden met behulp van de formule afkomstig uit Ligterink et al 2021. Met behulp van de navolgende formule is het mogelijk het brandstofverbruik per uur te berekenen: B =0.095* Pmax +0.54. Hier is B het brandstofgebruik per uur en Pmax het maximale vermogen van het werktuig [kW]. Inzet mobiele werktuigen De exacte inzet van mobiele werktuigen is nog onbekend, waardoor op basis van ervaring een inschatting is gedaan. Hierbij is uitgegaan van ouder materieel (Stage IV, bouwjaar 2015). Voor Stage IV en V werktuigen, waarmee gerekend is, kan worden uitgegaan van het normale AdBlue-verbruik dat door TNO is gegeven. Dit is 6% van het brandstofverbruik (Ligterink et al 2021). In de navolgende tabel is een overzicht weergegeven van de door brandstof aangedreven mobiele werktuigen die ingezet worden bij de aanlegfase. Werktuig

STAGE-

Bouwjaar

klasse

Vermogen

Brandstofverbruik

(KW)

totaal

Draaiuren/j

AdBlue verbruik (l/j)

Shovel

Stage-IV

2015

100

421

40

25

Mobiele kraan

Stage-IV

2015

200

1641

80

98

Betonpomp

Stage-IV

2015

70

75

10

5

Heistelling

Stage-IV

2015

200

164

8

10

Graafmachine

Stage-IV

2015

125

729

56

44

Trilplaat Graafmachine Sloop

Stage-IV

2015

8

12

8

n.v.t.

Stage-IV

2015

125

521

40

31

De beoogde ontwikkeling zal geleidelijk plaatsvinden in verschillende fasen. De exacte duur van elke fase is momenteel niet nauwkeurig vastgesteld. In de berekening is rekening gehouden met het rekenjaar 2025. In het geval dat de ontwikkeling een periode van meer dan een jaar in beslag neemt, wordt dit als een positief aspect beschouwd in vergelijking met de stikstofdepositie. Dit komt doordat de jaarlijkse uitstoot dan afneemt, wat gunstig is voor de totale stikstofdepositie. Deze berekening kan derhalve gezien worden als een worstcasescenario.

pagina 7 van 8

In de voorliggende berekening wordt uitgegaan van een wisselende inzet van de mobiele werktuigen en daarmee van een typische motorlast van 35%. Het is namelijk niet te verwachten dat deze werktuigen continu onder hoge belasting worden ingezet. Verkeersgeneratie Voor de berekening van verkeersgeneratie is een inschatting gemaakt van het aantal voertuigbewegingen dat tijdens de aanleg plaatsvindt. De navolgende tabel tonen de verkeersgeneratie van de beoogde ontwikkeling voor het rekenjaar 2025. Vervoer personeel en materiaal Licht verkeer Zwaar vrachtverkeer

1.200 500

per jaar per jaar

Bij de invoer in AERIUS is uitgegaan één route. Deze route loopt over de Bermweg richting de Capelseweg. Volgens het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit (CIMLK) beschikt de Bermweg over een verkeersintensiteit van ongeveer 1.469 voertuigbewegingen per etmaal. Daarmee betreft de verkeersgeneratie in de aanlegfase minder dan 1 % van de totale verkeersintensiteit. Hierdoor kan er gesteld worden dat het verkeer overgaat in het heersende verkeersbeeld. Koude starts verkeer Als de motor van een voertuig 2 uur of langer niet heeft gedraaid, is de motor afgekoeld en is er sprake van extra emissies door deze koude start. In de AERIUS Calculator moet de emissie van voertuigen met een koude start als een aparte bron worden gemodelleerd. Het is aan de initiatiefnemer om te bepalen hoeveel koude starts er per uur, etmaal, maand of jaar plaatsvinden. Bij deze berekening wordt aangenomen dat al het verkeer in de aanlegfase met een koude start wegrijdt. Dit komt overeen met de helft van de totale verkeersgeneratie. Dit kan worden beschouwd als een worstcase benadering, aangezien in de praktijk niet al het verkeer met een koude motor (> 2 uur niet-draaiende motor) zal starten of een deel van het verkeer (vrijwel) direct wegrijdt. De onderstaande tabel toont het aantal koude starts per jaar. Aantal koude starts Licht verkeer Zwaar vrachtverkeer

600 250

per jaar per jaar

Stationair draaien Met betrekking tot het laden en lossen zal er op de planlocatie zwaar vrachtverkeer aanwezig zijn dat stationair draait. Gedurende de periode dat het zwaar vrachtverkeer op de planlocatie aanwezig is zal er sprake zijn van stikstofuitstoot. De uitstoot die ontstaat tijdens het stationair draaien kan berekend worden met de kencijfers beschreven in bijlage 1 van de ‘Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2024’. In de bijlage zijn kencijfers opgenomen voor de NOx en NH3 uitstoot. De uitstoot dient handmatig in AERIUS ingevoerd te worden. Voor het rekenjaar 2025 geldt voor ‘Vrachtauto's > 20 ton GVW en trekkers’ een uitstoot van 0,90 NH3 g/uur en 74,57 NOx g/uur. De gemiddelde laad/lostijd per vracht is ingeschat op circa 15 minuten. Uitgaande van 2.600 vrachten is er in totaal sprake van 187,5 stationaire draaiuren.

pagina 8 van 9

De onderstaande tabel toont de totale uitstoot van het stationair draaien voor NOx en NH3. Type Vrachtauto's > 20 ton GVW en trekkers 2025

2.3

Aantal draaiuren 62,5

NOx uitstoot kg/j 4,66

NH3 uitstoot kg/j 0,06

Gebruiksfase

Verkeersgeneratie Het gebruik van het plangebied neemt in de gebruiksfase verkeersbewegingen met zich mee. Voor de berekening van verkeersgeneratie is gebruik gemaakt van de CROW publicatie 744 ‘Parkeerkencijfers - basis voor parkeernormering’ en het rapport ‘Nota Parkeernormen 2023’ van de gemeente. Het initiatief voorziet in het realiseren van een vrijstaande woning, dus wordt er aangesloten op de functie ‘koop, huis, vrijstaand’. Het plangebied heeft volgens de nota de gebiedskenmerken ‘overig stedelijk gebied’ en ‘sterk stedelijk’. Hierbij geldt een gemiddelde van 8,2 motorvoertuigbewegingen per etmaal voor één woning. Bij de beoogde ontwikkeling is tevens sprake van een verkeersgeneratie aan zwaar vrachtverkeer. Uitgaande van de CROW-publicatie ‘Parkeerkencijfers - basis voor parkeernormering’ geldt er per woning een verkeersgeneratie van 0,02 voertuigbewegingen aan zwaar vrachtverkeer. De beoogde ontwikkeling ziet toe op de realisatie van één woning. Daarmee is er sprake van een totale verkeersgeneratie van 0,02 aan zwaar verkeer per etmaal. Dit is meegenomen in de AERIUS berekening. Bij de invoer van de AERIUS is uitgegaan van twee verkeersroutes. Voor beide verkeersroutes wordt van uitgegaan dat het verkeer ontsloten wordt via de Bermweg.

Voor de eerste route rijdt het verkeer richting de Capelseweg en voor de tweede route rijdt het verkeer richting de Klaas Klinkertweg. Koude starts verkeer Ook tijdens de gebruiksfase moet de emissie van voertuigen met een koude motor als een aparte bron worden gemodelleerd. AERIUS maakt onderscheid tussen ‘Koude start: parkeergarage’ en ‘Koude start: overig’. Aangezien er geen parkeergarage aanwezig is, wordt de categorie ‘Koude start: overig’ gehanteerd. Het is aan de initiatiefnemer om te bepalen hoeveel koude starts er per uur, etmaal, maand of jaar plaatsvinden. Bij deze berekening wordt aangenomen dat al het licht verkeer met een koude start wegrijdt. Dit betreft de helft van de totale verkeersgeneratie. Dit kan worden beschouwd als een worst-case benadering, aangezien het voor de hand ligt dat niet al het verkeer met een koude motor wegrijdt. Tijdens de gebruiksfase zal het vrachtverkeer doorgaans af- en aanrijden met een warme motor, omdat zij de woonlocatie slechts kort bezoeken. De onderstaande tabel toont het aantal koude starts per etmaal. Aantal koude starts Licht verkeer

4,1

per etmaal

Gasverbruik De nieuwe woningen worden niet aangesloten op het gas, waardoor deze niet meegenomen wordt in de berekening.

pagina 9 van 10

3

Berekeningen en resultaten

De berekeningen zijn verricht met het web-based programma AERIUS versie 2024 op 10 oktober 2024. Onderstaand zijn de berekeningen weergegeven waarbij de beoogde situatie (gebruiksfase) en de aanlegfase zijn berekend. In navolgende paragrafen zijn de uitkomsten van de berekening weergegeven.

3.1

Aanlegfase

Met behulp van de AERIUS-calculator is de uitstoot op de Natura-2000 gebieden van de aanlegfase berekend. De aanleg vindt naar verwachting plaats in 2025. Derhalve is bij de stikstofberekening uitgegaan van het rekenjaar 2025. De navolgende afbeelding toont de ingevoerde bronnen.

Ingevoerde bronnen (bron: AERIUS Calculator)

De totale stikstofemissie is berekend aan de hand van de stikstof die plaatsvindt als gevolg van de te gebruiken mobiele werktuigen, de uitstoot als gevolg van de verkeersgeneratie van het plangebied en de uitstoot als gevolg van het stationair draaien van het zwaar vrachtverkeer op het terrein. Resultaten Uit de berekening volgt dat er in totaal sprake is van een uitstoot van 33,4 kg/j voor NOx en 1,0 kg/j voor NH3. Uit de berekening van de AERIUS Calculator blijkt dat er in de aanlegfase geen rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j zijn op Natura 2000-gebieden. Voor nadere informatie over de invoer en de rekenresultaten wordt verwezen naar de pdf-uitvoer van de AERIUS Calculator; deze is als separate bijlage beschikbaar.

pagina 10 van 11

3.2

Gebruiksfase

et behulp van de AERIUS-calculator is de uitstoot op de Natura-2000 gebieden van de gebruiksfase berekend. Er is uitgegaan van het rekenjaar 2026, aangezien de verwachting is dat de woning in dit jaar in gebruik wordt genomen. De navolgende afbeelding toont de verschillende bronnen waarmee gerekend is.

Ingevoerde bronnen (bron: AERIUS Calculator)

In de gebruiksfase is enkel sprake van de uitstoot als gevolg van de verkeersgeneratie van het plangebied. Resultaten Uit de berekening volgt dat de totale uitstoot voor NOx >1,0 kg/j en voor NH3 >1,0 kg/j bedraagt. Uit de berekening van de AERIUS Calculator blijkt dat er in dit geval geen rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j zijn op omliggende Natura 2000-gebieden. Voor nadere informatie over de invoer en de rekenresultaten wordt verwezen naar de pdf-uitvoer van de AERIUS Calculator; deze is als separate bijlage beschikbaar.

pagina 11 van 12

4

Samenvatting en conclusies

De initiatiefnemer is voornemens om aan de Bermweg 139 één nieuwe woning te realiseren. Voor de beoogde ontwikkeling is ten behoeve van de Omgevingswet een AERIUS-berekening voor de aanleg- en gebruiksfase uitgevoerd. Voor de stikstofemissie van de aanlegfase is gerekend met de uitstoot die ontstaat als gevolg van de te gebruiken mobiele werktuigen, de voertuigbewegingen van personeel en materialen van en naar de bouwplaats en het stationair draaien van het vrachtverkeer op het terrein. Uit de berekening voor deze aanlegfase volgt dat er geen resultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j voor de Natura 2000-gebieden zijn. Bij het berekenen van de stikstofemissie van de gebruiksfase is gerekend met de emissie die ontstaat als gevolg van de verkeersgeneratie van het plangebied. Uit de berekening voor de gebruiksfase volgt dat er geen resultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j voor de omliggende Natura 2000-gebieden zijn. Er kan geconcludeerd worden dat de stikstofdepositie vanwege de beoogde ontwikkeling geen significante gevolgen heeft voor Natura 2000-gebieden. Met het oog op de bepalingen omtrent Natura 2000-gebieden uit de Omgevingswet en AMvB’s is geen vergunning benodigd.

pagina 12 van 13

pagina 13 van 13

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15185504/2