CConstaterende datCapelle Ad Ijssel
Koppel je AI →
Document · PDF

09.06 - Burap Q1 2021 AB 2 juli versie 14 juni

Gemeenteraad 8 november 2021, gemeente Capelle Ad IjsselBij agendapunt: Begrotingswijziging Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rotterdam Rijnmond 202110.035 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Eerste Bestuursrapportage 2021

Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond Versie 14 juni 2021

Inhoudsopgave

.................................................................................................................................................1 1. VOORWOORD ...................................................................................................... 3 2. LEESWIJZER ......................................................................................................... 4 3. SAMENVATTING .................................................................................................. 5 4. FINANCIEEL OVERZICHT................................................................................... 6 5. TOELICHTING ALGEMEEN EN PER PERCEEL ............................................... 9 6. PROJECTEN EN INNOVATIES......................................................................... 25 6.1 Inkoop ....................................................................................................................... 25 6.2 Transformatie ........................................................................................................ 25 6.3 Verbeterplan........................................................................................................... 25 6.4 Project optimalisatie AO / IB .......................................................................... 27 6.5 Project Dossiers Documenten Relaties en Processen (DDRP).........

27 6.6 Informatievoorziening ....................................................................................... 27 7. ANALYSE CLIENTADMINISTRATIE .............................................................. 30 8. BETALINGSGRAAD + OPENSTAANDE VORDERINGEN GEMEENTEN .. 31

2

1. Voorwoord Voor u ligt de eerste bestuursrapportage van de Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond (GRJR) van 2021. Deze bestuursrapportage geeft een overzicht van de actuele ontwikkelingen in de specialistische jeugdhulp bij de samenwerkende gemeenten in de regio Rijnmond. Verwachtingenmanagement Het Dagelijks Bestuur van de GRJR legt deze rapportage in de eerste plaats aan het Algemeen Bestuur voor om de verwachtingen te managen ten aanzien van de resultaten over het jaar 2021. De afgelopen jaren bleek steeds een hoger beroep op de specialistische jeugdzorg nodig dan in de begroting was voorzien. Een druk die des te meer voelbaar was doordat vaak pas laat zichtbaar worden. Een belangrijke functie van deze rapportage is dan ook verwachtingenmanagement met behulp van de financiële jaareindeverwachting met toelichting. Deze prognose is tot stand gekomen met de voor dit moment maximaal haalbare zorgvuldigheid. Dergelijke berekeningen worden idealiter gebaseerd op realisatiecijfers van zorgtoewijzing, zorgverlening, zorgdeclaratie en zorgbetaling.

In de huidige situatie echter moet worden gewerkt met onvolledige, niet actuele en deels niet betrouwbare gegevens over: • Wel door gemeenten toegewezen maar nog niet gestarte en/of gedeclareerde jeugdhulp; • Wel gestarte maar nog niet toegewezen en gedeclareerde jeugdhulp; • Realisatie van niet ingekochte maar gesubsidieerde vormen van jeugdhulp. Voor het verkleinen van onzekerheden moet nog steeds veel werk verzet worden in nauwe samenwerking met aanbieders en deelnemende gemeenten. Deze eerste bestuursrapportage van 2021 kent een aanzienlijk tekort in de jaareindeverwachting van € 10,5 mln. ten opzichte van de begroting. Omdat deze prognose op het eerste kwartaal is gebaseerd en met de nodige slagen om de arm tot stand is gekomen moet deze uitkomst voorzichtig vertaald worden in een aantal conclusies en vervolgstappen:  Een deel van het verwachte tekort ontstaat doordat (nog) niet zichtbaar is, dat het plan van aanpak taakstellingen voor 2021 het gewenste effect (€2,7 miljoen) krijgt op de uitgaven. De komende tijd is aandacht nodig voor de vraag of de maatregelen daadwerkelijk zijn /worden geïmplementeerd en effectief zijn.  Er is in de prognose rekening gehouden met €2 miljoen Coronakosten omdat de regelingen die zijn getroffen in 2020 ongewijzigd noodzakelijk en van toepassing blijven in 2021.

 Er is een ontwerpbegrotingswijziging in voorbereiding waarin voor een aantal onderdelen een onderbouwd voorstel voor budgetverhoging is opgenomen. Dit beslaat bij elkaar bij €3,0 miljoen extra budget.  Voor diverse budgetten is de risicoparagraaf aangescherpt. Behalve de budgetten voor de percelen A t/m F gaat het bijvoorbeeld om de uitgaven voor LTA waar het landelijke 3

contractmanagement van de VNG niet mag betekenen dat de (gemeenten in de) GRJR geen grip op de uitgaven hebben. In de risicoparagraaf 2. Leeswijzer In hoofdstuk 3 wordt een managementsamenvatting gegeven van de belangrijkste zaken uit deze rapportage. In hoofdstuk 4 is een vergelijking gemaakt tussen de begroting 2020 en de jaareindeverwachting voor dit jaar. De grootste verschillen tussen beide worden toegelicht. In het volgende hoofdstuk is op het niveau van GRJR een beeld gegeven van de ontwikkelingen en de onderlinge relaties tussen de percelen. Ook is per perceel aangegeven welke ontwikkelingen er zijn. In dit hoofdstuk is nu ook de kwantitatieve en kwalitatieve informatie en de wachttijden per perceel opgenomen. In hoofdstuk 6 staat een beknopt overzicht van de projecten en innovaties die binnen de GRJR opgepakt zijn. Hoofdstuk 7 bevat de klantenanalyse. Hierbij is de informatie die ontvangen is van de zorgaanbieders vergeleken met de klantenadministratie van de gemeenten. Ten slotte wordt in hoofdstuk 8 informatie gegeven over de betalingsgraad en de openstaande bedragen van de deelnemende gemeenten.

4

3. Samenvatting Jaareindeverwachting De financiële prognose op basis van cijfers tot en met maart 2021 is als volgt: • •

•

• •

De totale zorgkosten worden naar verwachting € 7,7 mln. hoger dan actueel begroot. In de begroting is een taakstelling opgenomen van € 2,7 mln. Hierbij was verondersteld dat deze gerealiseerd zou worden door lagere zorgkosten op de percelen A t/m E. Op dit moment zijn de verwachte kosten op de percelen A t/m E bijna € 4,5 mln. hoger dan begroot. In het resultaat van deze bestuursrapportage is de voorziening / risico reserve a € 3,6 mln. conform begroting volledig opgenomen. Hieruit worden onder andere de extra Coronakosten betaald. Op dit moment worden deze ingeschat op € 2 mln. Na deze verwachte Coronakosten van € 2 mln. resteert er dus nog € 1,6 mln. in deze voorziening. Indien gedurende het jaar blijkt dat dit niet nodig is om in te zetten voor risico’s kan het vrijvallen en heeft dat een positief effect op het resultaat. In het eerste kwartaal van 2021 zijn er nog geen ontwikkelingen uit vorige boekjaren die effect hebben op het resultaat. In de volgende bestuursrapportage wordt u geïnformeerd over de stand van zaken met betrekking tot dit onderwerp. Op basis van de huidige informatie koersen we af op een negatief resultaat van € 10,5 mln.

Nadere inhoudelijke toelichting op de begrotingsrealisatie is te vinden in hoofdstukken 4 en 5.

5

4. Financieel overzicht Onderstaande tabel geeft de actuele begroting, actuele verwachting en het verschil weer voor de totale baten en lasten en het resultaat van zowel de exploitatie en de voorzieningen. Begroting 2021 AB 1 juli 2020

JEV 2021

Verschil JEV versus Begroting

Totale baten

246.686.158

246.686.158

0

Zorglasten (incl. risico) Uitvoeringslasten Totale lasten

245.374.410 3.996.445 249.370.855

253.126.847 4.035.814 257.162.661

7.752.437 39.369 7.791.806

Saldo baten en lasten

-2.684.697

-10.476.503

-7.791.806

Taakstelling

2.684.697

0

-2.684.697

0

-10.476.503

-10.476.503

Saldo na taakstelling

Uit bovenstaand overzicht blijkt dat de verwachte zorgkosten € 7,7 mln. hoger zijn dan begroot. In de begroting 2021was de verwachting dat de taakstelling van € 2,7 mln. ingevuld zou worden door lagere zorglasten. Aangezien de zorgkosten € 7,7 mln. hoger dan begroot dit leidt tot een verwacht negatief resultaat van € 10,5 mln. Hieronder volgt een toelichting op de berekening van de Jaareindeverwachting van de percelen A t/m E. Deze berekening bestaat uit 3 stappen: 1. Berekening van de JEV op basis van de door de gemeenten aangeleverde indicaties*) 2. Berekening van de verwachte instroom en herindicaties na het eerste kwartaal. Hierbij is een vergelijking tussen de indicaties uit het eerste kwartaal van 2020 en 2021 en de realisatie over 2021. 3. Aanpassingen aan de berekende JEV. De JEV die berekend is op basis van de eerste twee stappen was voor de percelen A + B dermate laag dat deze verhoogd zijn. Voor perceel A is de jaareindeverwachting aangepast naar het niveau van de jaarrekening 2020. Voor perceel B is op basis van de verwachting van contractmanagement de JEV aangepast. *) De ontvangen indicaties van de gemeenten Maassluis, Vlaardingen en Schiedam zijn niet compleet. Om een realistische prognose te maken is de ontvangen informatie van MVS over het eerste kwartaal 2021 vervangen door de indicaties van MVS over het eerste kwartaal 2020.

Indien hier grote verschillen tussen zitten, heeft dit effect voor de berekende JEV. Dit kan zichtbaar worden in volgende rapportages. Met deze gemeenten is overleg om dit bij de volgende bestuursrapportage te voorkomen.

6

Hieronder een overzicht met per perceel de drie onderdelen van de JEV. Exploitatie

Begroting 2021 AB 1 juli 2020

JEV Indicatie Q1

JEV Instroom 2021

JEV 2021

Aanpassing berekende JEV

JEV 2021

Verschil JEV versus Begroting

A

Gewoon opgroeien buiten gezin (Pleeghulp)

21.845.040

17.437.847

4.444.106

21.881.952

1.540.853

23.422.805

1.577.765

B

Weer naar huis (Opname)

62.247.659

31.684.007

23.812.301

55.496.308

6.187.699

61.684.007

-563.652

Opgroeien met blijvende ondersteuning (Langdurig verblijf) Steun, hulp of behandeling overdag (Daghulp)

9.342.676

6.949.529

4.077.745

11.027.275

0

11.027.275

1.684.599

14.513.379

10.866.601

5.938.765

16.805.366

0

16.805.366

2.291.986

C D E

Pakket thuis (Ambulante hulp)

43.880.862

28.810.561

14.603.984

43.414.544

0

43.414.544

-466.318

Totaal percelen A t/m E

151.829.617

95.748.546

52.876.900

148.625.445

7.728.552

156.353.998

4.524.381

7

De financiële prognose is in onderstaand overzicht uitgesplitst per balansonderdeel weergegeven. Baten

Producten

Begroting 2021 AB 1 juli 2020

JEV 2021

Verschil JEV versus Begroting

% Verschil

Exploitatie

1. Programma Bestuur en algemeen management 246.686.158 Bijdrage deelnemende gemeenten 246.686.158 Totaal Baten Lasten A B

Exploitatie Gewoon opgroeien buiten gezin (Pleeghulp) Weer naar huis (Opname)

Begroting 2021 AB 1 juli 2020

246.686.158

0

0,0%

246.686.158

0

0,0%

JEV 2021

Verschil JEV versus Begroting

% Verschil

21.845.040

23.422.805

1.577.765

7,2%

62.247.659

61.684.007

-563.652

-0,9%

Opgroeien met blijvende ondersteuning (Langdurig verblijf) Steun, hulp of behandeling overdag (Daghulp)

9.342.676

11.027.275

1.684.599

18,0%

14.513.379

16.805.366

2.291.986

15,8%

E

Pakket thuis (Ambulante hulp)

43.880.862

43.414.544

-466.318

-1,1%

F

Crisishulp

9.467.944

8.431.459

-1.036.485

-10,9%

G

Gecertificeerde instellingen

48.637.712

48.637.712

0

0,0%

1. JB/JR m aatregelen dwang & drang/ Crisis Interventie Team

46.296.388

46.296.388

0

0,0%

834.381

834.381

0

0,0%

3. KSCD

1.506.943

1.506.943

0

0,0%

H.

Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond (VTRR)

16.375.541

16.375.541

0

0,0%

I.

Overige

15.436.758

19.701.299

4.264.541

27,6%

C D

2. Buitenregionale plaatsingen (GI)

1. Buitenregionale plaatsingen (incl pleegzorg)

J.

K.

1.736.000

2.840.000

1.104.000

63,6%

2. Extra ASR

1.147.800

2.500.000

1.352.200

117,8%

3. Landelijke inkoop

12.148.598

13.949.821

1.801.223

14,8%

4. Acute dienst GGZ

404.360

411.478

7.118

1,8%

Uitvoeringskosten

3.996.445

4.035.814

39.369

1,0%

Organis atiekosten GR

3.521.445

3.560.814

39.369

1,1%

Specifieke ICT-kosten

100.000

100.000

0

0,0%

Accountantskosten

75.000

75.000

0

0,0%

Werk en Onderzoek

300.000

300.000

0

0,0%

Risico's Jeugdhulp

3.626.839 249.370.855

3.626.839 257.162.661

0 7.791.806

0,0% 3,1%

Saldo van baten en lasten

-2.684.697

-10.476.503

-7.791.806

Taakstelling

2.684.697

0

-2.684.697

0

-10.476.503

-10.476.503

Totaal Lasten Saldo

Saldo

Saldo na taakstelling

8

5. Toelichting algemeen en per perceel Algemene ontwikkelingen in het eerste kwartaal van 2021 Vanaf medio 2020 is er in de regio een trend van verzwaring van zorgtrajecten waarneembaar zonder dat dit gepaard gaat met een significante toename van jeugdigen in de specialistische jeugdhulp. Deels is dit te verklaren doordat lichtere trajecten lokaal door bijvoorbeeld wijkteams worden afgevangen, maar ook doordat de wachtlijsten aan het begin van de specialistische zorgketen (opdracht E) zorgen voor uitstel van het verlenen van tijdige en passende zorg. Zie ook onderstaande grafiek 1 met de gemiddelde wachttijd voor alle opdrachten samen: de hoge wachttijd van de jeugdigen op de wachtlijst wordt met name gedreven door de lange wachttijd en grote aantallen wachtenden voor opdracht E. Hierdoor verergeren de situaties waar jeugdigen zich in bevinden en ontstaat de noodzaak voor zwaardere en intensievere specialistische zorg. Grafiek 1. Huidige wachttijd* per kwartaal en aantal wachtenden aan het eind van het kwartaal Aantal wachtenden alle opdrachten einde kwartaal

Gemiddelde huidige wachttijd alle opdrachten samen

2500 2000 1500 1000 500 0

40 30 20 10 0 Q1 Q2 Q3 Q4 Q1 2020 2020 2020 2020 2021

Q1 Q2 Q3 Q4 Q1 2020 2020 2020 2020 2021

*De huidige wachttijd meet de tijd dat jeugdigen op de wachtlijst staan op de laatste dag van het kwartaal. Deze jeugdigen zijn op dat moment nog niet gestart met hulp. De maatschappelijke gevolgen van Covid-19 zijn hier ook van invloed op. Er wordt een grotere toestroom van jeugdigen gezien met ernstige problematiek die met spoed hulp nodig heeft. Zo is er bijvoorbeeld een forse toename van jeugdigen met (meervoudige) complexe problematiek in een levensbedreigende situatie (suïcidepoging of ernstige zelfdestructie door anorexia, zware zelfbeschadiging, etc.). De betreffende jeugdigen en hun gezin waren in sommige gevallen ook niet eerder bij de jeugdhulpverlening in beeld. Oorzaken kunnen zijn oplopende spanningen in gezinnen door de lockdown, dat jongeren langdurig niet naar school of naar bijvoorbeeld sportclubs zijn geweest waardoor betrokkenheid bij het welzijn van de kinderen ontbrak. De wachttijden lopen ook vanaf Q2 2020 op en blijven hoog: gelijklopend met de pandemie. Zie hiervoor grafiek 1. hierboven en grafiek 2. met de retrospectieve wachttijden hieronder. In onderstaande tabel 3. staat het verloop van de wachttijd per opdracht.

9

Grafiek 2. Retrospectieve wachttijd* alle opdrachten samen

Retrospectieve wachttijd alle opdrachten samen 20

weken

15 10 5 0 Q1 2020

Q2 2020

Q3 2020

Q4 2020

Q1 2021

Astitel

*De retrospectieve wachttijd toont de wachttijd tot aan de start van de behandeling. Tabel 3. Gemiddelde retrospectieve wachttijd in weken, per opdracht per kwartaal Q1 2020 Q2 2020 Q3 2020 Q4 2020 Q1 2021 A 6,6 6,9 2,0 1,3 3,2 B 3,8 9,8 10,7 6,8 7,0 C 14,7 6,1 4,7 16,1 4,5 D 9,0 5,9 11,4 8,5 10,9 E 3,1 5,1 14,5 10,5 12,3 Niet ingevuld* 5,8 17,6 21,9 32,2 21,3 Gemiddelde alle opdrachten 3,8 8,5 14,6 15,5 12,6

Door Covid-19 was er eerder sprake van verminderde daghulp (opdracht D). Dit heeft zorgaanbieders gestimuleerd om als aanvulling op het bestaande aanbod alternatieve/ digitale vormen van hulpverlening te ontwikkelen. Deze innovaties hebben geresulteerd in meer kosten dan begroot. Ook is er op opdracht D een waarneembare trend van een groeiende cliëntpopulatie, maar Covid-19 lijkt geen direct effect te hebben op de groei daarvan. Veilig Thuis is dit jaar gestart met een toename van advies- en ondersteuningsvragen. Deze stijging was al zichtbaar vanaf de invoering van de verscherpte meldcode in 2019, maar diverse mediacampagnes tijdens de coronaperiode hebben er mogelijk ook voor gezorgd dat vaker advies wordt gevraagd. Naast toenemende aantallen meldt Veilig Thuis toenemende ernst en complexiteit van de vragen en meldingen. In 2020 heeft JBRR veel last gehad van de situatie rond corona waardoor cliëntonderzoeken vertraging opliepen. Inmiddels is de gemiddelde doorlooptijd in het eerste kwartaal van 2021 van afgeronde beslissingsondersteunende onderzoeken afgenomen. Ook is er een lichte afname in de wachtlijst waarneembaar.

10

Opvallend is dat het aantal beslissingsondersteunende onderzoeken, door het Kennis en Service Centrum voor Diagnostiek (KSCD), ruim boven de geraamde productie zit met vooral de aanvragen crisis-ambulant (opdracht F), dagbehandeling (opdracht D), en de gesloten jeugdzorg (opdracht B), als oorzaken. Het crisis interventie team (CIT) van JBRR meldt een toename van het aantal crisisinterventies. Vanaf eind 2020 zien we het aantal crisisinterventies al toenemen en deze lijn zet zich het eerste kwartaal 2021 voort. Dit aantal is met 492 interventies in het eerste kwartaal van dit jaar sinds 2019 niet meer zo hoog geweest. Een positieve ontwikkeling is dat in toenemende mate een steeds betere samenwerking tussen zorgaanbieders onderling en de bereidheid om gezamenlijk problemen op te lossen, waarneembaar is.

De instroom in de specialistische jeugdhulp Er zijn forse wachttijden voor het verlenen van ambulante hulp (opdracht E). Specifiek voor opdracht E geldt dat de financiële krapte en werkdruk inmiddels door alle zorgaanbieders wordt ervaren. Er is sprake van een grote werkvoorraad en de budgetplafonds zijn in belangrijke mate bereikt. Zie ook bovenstaande grafieken en tabel met wachttijden en aantal wachtenden. De stijging op de dagbehandeling wordt waarschijnlijk veroorzaakt doordat jongeren langdurig niet naar school konden. De stijging op de crisis op ambulante zorg sluit aan bij de toename van het beroep op het CIT in dit kwartaal. We zien ook een stijging van de residentiele jeugdhulp (B1, B3 en B4). Dit is een zorgelijke ontwikkeling die mede veroorzaakt wordt door de druk op de opdracht E en F en de moeizame uitstroom naar C. Vanwege toenemende crisis en de beperkte capaciteit van bedden heeft het zorgbemiddelingsteam (ZBT) van JBRR samen met de zorgaanbieders een serieuze uitdaging om ieder kind tijdig een passende plek en zorg te bieden. Binnen JeugdzorgPlus (B2) is een dalende trend in het aantal toewijzingen zichtbaar. Stagnatie in de doorstroom Binnen de specialistische jeugdhulp stagneert de doorstroom ook in het eerste kwartaal van 2021.

Omdat er onderling allerlei verbanden en afhankelijkheden zijn tussen de opdrachten neemt de zorgduur in zijn algemeenheid toe en is het vinden van oplossingen hiervoor binnen de opdrachten niet eenvoudig. Door de hieronder beschreven situatie en ontwikkelingen raakt de keten verstopt, maar wordt vooral de problematiek waarmee de jeugdigen te maken hebben complexer. Een korte situatieschets: Vanuit opdracht E is, mede door de lange wachttijden voor reguliere hulp, een verzwaring te zien van de hulp waardoor er meer jeugdigen gebruik moeten maken van hulp die met spoed wordt ingezet. 11

Vanuit opdracht B (Opname) is afschalen naar opdracht C (Langdurig verblijf), het organiseren van ambulante hulp thuis of zelfstandig wonen, moeilijk. Oorzaken hiervan zijn te vinden in de capaciteit van opdracht C (door beperkte mogelijkheden voor uitstroom van C naar bijvoorbeeld (Wmo-)woonruimten) en de lange wachttijden voor ambulante hulp in opdracht E. Door het gebrek aan mogelijkheden voor jeugdigen in opdracht C om uit te stromen naar zelfstandig wonen of ambulante hulp thuis of naar een pleeggezin, verblijven jeugdigen ook hier langer dan nodig is. Omdat jongeren in opdracht B (noodgedwongen) langer opgenomen blijven dan nodig, is het resultaat dat bij een gelijkblijvend aantal jeugdigen de kosten wel zijn gestegen. Vanuit opdracht F (Crisishulp) kan daardoor moeilijk worden uitgestroomd naar opdrachten B en E vanwege het genoemde tekort aan capaciteit. Hierdoor verblijven jongeren ook ongewenst langer in de crisisopvang. Ook in opdracht A (Pleegzorg) zijn gevolgen van stagnatie in de doorstroom te zien: wanneer kinderen en hun pleeggezin vanwege hun problematiek extra ambulante ondersteuning nodig hebben, is dit niet op korte termijn beschikbaar. Daardoor is er voor kinderen met een bovengemiddelde hulpvraag minder vaak een geschikt pleeggezin.

Tot slot laten sommige jeugdigen die langdurig in opdracht C verblijven zien dat er nog behandeling nodig is, terwijl de veronderstelling is dat de zorg in opdracht B toereikend was. Het resultaat hiervan is terugval naar opdracht B of naar crisiszorg waardoor de druk op die opdrachten verder toeneemt.

Uitstroom uit de specialistische jeugdhulp voor 18+ers Jeugdigen die een toewijzing hebben voor opdracht B en niet kunnen terugkeren naar huis of naar een pleeggezin, stromen door naar een plek in opdracht C langdurig verblijf. Doordat de uitstroom van kinderen vanuit opdracht C naar het eigen netwerk, een zelfstandige woning of de Wmo achterblijft, blijven ze echter langer in opdracht B dan voor henzelf noodzakelijk. Ook is er een behoorlijk aantal kinderen dat eigenlijk in de Wlz thuishoort, maar die door de strenge toelating door het CIZ onder de Jeugdwet blijft vallen. Binnen opdracht C zijn de opdrachtcoördinatoren met regiogemeenten in gesprek en op zoek naar alternatieven om jeugdigen door te laten stromen. Zo’n alternatief is het project ‘Boekholt’ van de gemeente Rotterdam. Dit initiatief biedt echter een beperkte oplossing omdat 50 kinderen uit de jeugdhulp met beperkte begeleiding vanuit de Wmo niet allemaal in één complex kunnen wonen. Daarnaast is de capaciteit van dit project onvoldoende toereikend. Duurzame uitstroom blijft zeer noodzakelijk, maar er zijn veel beperkingen. Het niet beschikbaar hebben van passende huisvesting voor jongeren die klaar zijn om uit te stromen is allereerst een probleem. Daarnaast is om die uitstroom te bevorderen een betere aansluiting op de Wmo en andere wetten noodzakelijk, waardoor 18-plus jongeren 12

(adolescenten) meer en beter gebruik kunnen maken van bijvoorbeeld de Wmoondersteuningsarrangementen. Hiermee wordt de specialistische jeugdhulp ontlast. Van belang is dat de ondersteuningsarrangementen wel aansluiten bij de fase en behoefte van de adolescent. Ook de Zorgverzekeringswet is één van de wetten die voorliggend is op de Jeugdwet voor 18+ers. Dit gaat met name over jongeren die nog ggz-behandeling nodig hebben. Hier wordt met regelmaat gemeld dat de eigen bijdrage in de Zorgverzekeringswet een obstakel is voor de doorstroom.

Toelichting ontwikkelingen per perceel/ opdracht in het eerste kwartaal 2021 Perceel A: Gewoon opgroeien buiten gezin (Pleeghulp) Binnen opdracht A (pleegzorg) is vanwege inhoudelijke afwegingen geen budgetplafond ingesteld. Opdracht A is licht gegroeid. Dit komt door de combinatie van een kleine toename van het aantal jeugdigen dat in een pleeggezin geplaatst is en doordat jeugdigen langer in pleegzorg blijven. Een andere ontwikkeling is dat pleegzorgaanbieders steeds meer inzetten op het voorkomen van het voortijdig beëindigen van een pleegzorgplaatsing. Desalniettemin groeit opdracht A niet sterk. Dit komt o.a. door een tekort aan pleeggezinnen. Daarom wordt door aanbieders, gemeenten en de uitvoeringsorganisatie een campagne uitgevoerd om de werving van pleegouders een impuls te geven. Daarnaast wordt actief ingezet op het behoud van pleegouders. Binnen pleegzorg is bovendien behoefte aan het versterken van pleegouders om ook in zwaardere vormen van hulp en begeleiding te voorzien. Zo kan pleegzorg voor meer jeugdigen mogelijk gemaakt worden. Hiertoe is in 2020 een transformatiesubsidie uitgevoerd welke voor 2021 middels de subsidie pleegzorg maatwerk is verleend voor de maanden mei tot en met december 2021.

Binnen een lopende pleegzorgplaatsing is regelmatig ambulante hulp noodzakelijk, dit geldt zowel voor de pleegzorgplaatsingen binnen de regio Rijnmond als de buitenregionale pleegzorgplaatsingen. Hierbij loopt men echter aan tegen de budgetplafonds en wachttijden in opdracht E. Gezocht wordt naar een oplossing voor deze problematiek. Lasten A

Exploitatie Gewoon opgroeien buiten gezin (Pleeghulp)

Begroting 2021 21.845.040

JEV 2021

23.422.805

Verschil JEV versus

% Verschil

1.577.765

7,2%

Voor de jaareindeverwachting zijn de gerealiseerde kosten uit 2020 als basis genomen. De begroting 2021 is hier (nog) niet op aangepast.

13

Opdracht A

gem. # clienten in Indicatieduur in gem. zorg Q1 2021 dagen weektarief 1.626 412 249

Wachttijden opdracht A

Waarden

Percentage geholpen binnen Treeknorm* 90% Gemiddelde retrospectieve wachttijd weken** 3 weken Gemiddelde huidige wachttijd weken*** 34 weken Aantal jeugdigen op wachtlijst 31-3-2021 45 (aantal) *Start behandeling binnen 14 weken **Gemiddelde wachttijd tot start behandeling ***Gemiddelde wachttijd tot einde kwartaal (31-3-2021), nog niet in zorg Perceel B: Weer naar huis (opname) & Perceel C: Opgroeien met blijvende ondersteuning (langdurig verblijf) De opdrachten B en C zijn met elkaar verweven. Jeugdigen die een toekenning hebben voor opdracht B en niet terug kunnen keren naar huis of opgenomen kunnen worden in een pleeggezin, stromen door naar opdracht C. Doordat de uitstroom van kinderen vanuit opdracht C naar het eigen netwerk, naar een zelfstandige woning of naar de Wmo achterblijft, blijven jeugdigen langer in opdracht B. Tevens doet zich het feit voor dat een behoorlijk aantal kinderen eigenlijk in de Wlz thuishoort. Maar door de strenge toelating door het CIZ in het reguliere/ regionale zorgcircuit van opdracht B langdurig blijft hangen. Dit terwijl de specialisten aangeven dat het kind een Wlz indicatie behoort te krijgen om meer passende zorg te bieden. Binnen opdracht B is geen krimp te zien, de vraag naar bedden blijft onverminderd groot. Kinderen die in opdracht C langdurig verblijven laten zien dat er regelmatig nog behandeling nodig is.

Terwijl de veronderstelling is dat in opdracht B toereikend is geweest. Dit zorgt regelmatig weer voor terugval naar opdracht B of crisiszorg. Door bovenstaande ontwikkelingen raakt de keten verstopt naast dat de problematiek waarmee de jeugdigen te maken hebben complexer wordt. Binnen opdracht C zijn we met regiogemeenten in gesprek en op zoek naar alternatieven om jeugdigen door te laten stromen. Duurzame uitstroom blijft zeer noodzakelijk. In 2019 is door aanbieders extra capaciteit toegevoegd aan opdracht C, perceel C2. Nog meer capaciteit toevoegen bleek geen haalbare optie te zijn voor aanbieders. Dit zou immers alleen een noodverband binnen de jeugdzorg betekenen. Terwijl de capaciteit uit de Wmo moet komen. Die ook moet aansluiten bij de fase en behoefte van de adolescent om ze daadwerkelijk een volwassen plek in de maatschappij te gaan bieden.

14

Met diverse zorgaanbieders hebben we afspraken gemaakt over ambulant hulp verlenen zonder opname. Het doel is om een opname in opdracht B of C daadwerkelijk te voorkomen. We zien dat deze vorm van hulp groeiend is. In de afgelopen jaren wordt steeds vaker getracht het kind binnen het systeem van thuis te stabiliseren, te behandelen en het systeem met ouders te verbeteren. Dit door de producten Intensieve Behandeling Thuis en Intensieve Hulp Thuis in te zetten. Ook wordt in een aantal gevallen “gezin totaal” ingezet. Een situatie waarin het gezin tijdelijk residentieel verblijft en alle drie de resultaatsgebieden de juiste aandacht krijgen. Door de oplopende wachtlijsten in opdracht E zien we een toename in de crisisopname, waarbij de capaciteit hiervoor bereikt is. Dit is zorgwekkend, omdat de wachtlijsten voor opdracht B en C ook toenemen. Het duurt daardoor langer voordat een jeugdige geplaatst kan worden en ook hier de problematiek complexer wordt en logischerwijs de verblijfsduur langer worden en de weekbudgetten hoger. Met andere woorden: de keten lijkt op slot te zitten. Ten opzichte van 2020 zien we een stijging van de weekbudgetten op beide opdrachten. Als we iets meer inzoomen zien we op sommige percelen (B4, C2 en C3) een lichte daling ten opzichte van 2020. Het is overigens niet ongebruikelijk dat de weekbudgetten erg schommelen.

Wat betreft de indicatieduur zien we ook een stijging ten opzichte van 2020. In 2020 hebben we aanbieders gevraagd extra capaciteit te organiseren voor perceel C2. Deze capaciteit is ook in 2021 onverminderd hard nodig. Echter de druk op Opdracht F en E, zorgt ervoor dat de bij de inkoop beoogde krimpopdracht voor B niet gerealiseerd kan worden. Lasten

Exploitatie

Begroting 2021 AB 1 juli 2020

JEV 2021

Verschil JEV versus Begroting

% Verschil

B

Weer naar huis (Opname)

62.247.659

61.684.007

-563.652

-0,9%

C

Opgroeien met blijvende ondersteuning (Langdurig verblijf)

9.342.676

11.027.275

1.684.599

18,0%

De Jaareindeverwachting voor opdracht B is verhoogd naar € 61,7 mln. De reden hiervoor is dat de Jaareindeverwachting van de zorgaanbieders hoger is dan de berekende kosten op basis van de indicaties van de gemeenten. Dit wordt onder andere veroorzaakt door missende beschikkingen bij de gemeenten. In het kader van de zachte kwartaalafsluiting worden de administraties van de gemeenten en zorgaanbieders met elkaar vergeleken en indien nodig wordt de administraties hierop aangepast.

15

# cliënten in zorg Q1 Perceel B1 Perceel B2 Perceel B3 Perceel B4 Perceel C1 Perceel C2 Perceel C3

68 97 346 16 48 141 9

Gem. indicatieduur in dagen 234 170 174 106 271 229 158

Gem. weektarief 1.617 3.063 2.318 3.808 1.171 1.149 1.781

Wachttijden

Opdracht B

Opdracht C

Percentage geholpen binnen Treeknorm* Gemiddelde retrospectieve wachttijd weken** Gemiddelde huidige wachttijd weken*** Aantal jeugdigen op wachtlijst 31-3-2021

86% 7 weken 11 weken 24 (aantal)

90% 5 weken 16 weken 10 (aantal)

*Start behandeling binnen 14 weken **Gemiddelde wachttijd tot start behandeling ***Gemiddelde wachttijd tot einde kwartaal (31-3-2021), nog niet in zorg

Perceel D: Steun, hulp of behandeling overdag (Daghulp) Binnen opdracht D is het doel om de zaken die nu goed gaan vooral te bewaken en door te ontwikkelen. De zorgaanbieders in opdracht D zijn bezig met een notitie over een dekkend zorglandschap, waarin zij aangeven waar de knelpunten liggen en wat zij nodig hebben van gemeenten om hier een verbeterslag in te maken. Daarnaast richten we ons op de aansluiting en samenwerking van de lokale en regionale hulp/inkoop. Om de verbinding tussen onderwijs en jeugdhulp te verbeteren is er naar aanleiding van het adviesrapport onderwijs en jeugdhulp een programmateam opgezet om de aanbevelingen uit het rapport op te pakken. Lasten

D

Exploitatie

Steun, hulp of behandeling overdag (Daghulp)

Begroting 2021 AB 1 juli 2020 14.513.379

JEV 2021

16.805.366

Verschil JEV versus Begroting

% Verschil

2.291.986

15,8%

De prognose voor opdracht D op basis van de Q1-cijfers bedraagt ca. € 16,8 mln. Dat is ongeveer € 2,3 mln. hoger dan de begroting. Deze jaareindeverantwoording is gebaseerd op de ontvangen indicaties van de gemeenten.

16

Opdracht D

gem. # clienten in Indicatieduur in zorg Q1 2021 dagen 553 176

gem. weektarief 672

Voor opdracht D zien we in het eerste kwartaal een afname in de bovenstaande indicatoren. Deze afname is nog niet terug te zien in de JEV 2021. De instroom in de JEV 2021 is gebaseerd op de realisatie 2020. Het effect van de afname van het aantal cliënten, gemiddelde indicatieduur en gemiddelde weektarief is nog gering in de berekende JEV 2021. Het is mogelijk dat dit effect vanaf het tweede kwartaal zichtbaarder zal worden. Wachttijden opdracht D

Waarden

Percentage geholpen binnen Treeknorm* 69% Gemiddelde retrospectieve wachttijd weken** 11 weken Gemiddelde huidige wachttijd weken*** 13 weken Aantal jeugdigen op wachtlijst 31-3-2021 73 *Start behandeling binnen 14 weken **Gemiddelde wachttijd tot start behandeling ***Gemiddelde wachttijd tot einde kwartaal (31-3-2021), nog niet in zorg

Perceel E Pakket thuis (Ambulante Hulp) Het eerste kwartaal van 2021 stond in het teken van de grote druk die bij de aanbieders in opdracht E werd ervaren als het gaat om de fors toegenomen hoeveelheid jeugdigen die met spoed hulp nodig hebben in combinatie met het dan al knellende budget en de wachtlijsten. Naar aanleiding van deze ontwikkelingen heeft het AB hierover met de 15 gecontracteerde aanbieders begin februari van dit jaar een brief richting staatssecretaris Blokhuis verzonden, met het verzoek om extra structurele middelen. Vervolgens is een bestuurlijke en ambtelijke vertegenwoordiging van de GRJR en aanbieders met VWS onder leiding van het Ondersteuningsteam Zorg voor de Jeugd (OZJ) in intensief wekelijks gesprek over nadere probleemduiding, ondersteunende data en mogelijke oplossingen op korte en lange termijn, waaronder extra middelen vanuit het rijk. Dit traject loopt parallel aan de landelijke onderhandelingen vanuit de VNG met VWS over het structureel toekennen van extra middelen aan gemeenten, in verband met de oplopende jeugdhulpbudgetten naar aanleiding van het landelijke AEF-rapport. Inmiddels is duidelijk dat er voor 2021 landelijk € 613 miljoen voor gemeenten beschikbaar is gekomen en ligt er een arbitrageadvies voor het nieuwe kabinet dat insteekt op structureel extra budget van € 1,9 miljard in 2022 aflopend tot € 0,8 miljard in 2028.

17

In de cijfers is te zien dat de jaareindeverwachting met de huidige en verwachte instroom rond het budgetplafond komt. Echter, er is een dermate grote wachtlijst dat deze jeugdigen lang niet allemaal geholpen kunnen worden binnen dit budget, temeer omdat de nieuwe instroom door blijft lopen. Waar de indicatieduur in Q2 en Q3 van 2020 een sterk dalende trend liet zien ten opzichte van het jaar ervoor, is deze weer flink opgelopen in het vierde kwartaal van 2020. In Q1 van 2021 neemt deze weer gemiddeld met 42 dagen af. Het gemiddeld weektarief is echter sinds Q4 flink gestegen ten opzichte van de maanden hiervoor, dit zien we ook in het eerste kwartaal van 2021 terug. De zwaarte van de problematiek en daarmee de intensiteit van de ingezette hulp is toegenomen. Lasten

E

Exploitatie

Pakket thuis (Ambulante hulp)

Opdracht E

Begroting 2021 AB 1 juli 2020 43.880.862

gem. # clienten in Indicatieduur in zorg Q1 2021 dagen 5.213 217

JEV 2021

43.414.544

Verschil JEV versus Begroting

% Verschil

-466.318

-1,1%

gem. weektarief 233

Wachttijden: De gemiddelde wachttijden zijn iets afgenomen ten opzichte van Q4 2020. In de tabel “Retrospectieve wachttijd tot start behandeling” is te zien dat de spreiding van de wachttijd heel groot is, waarbij 72% binnen de Treeknorm van 14 weken in behandeling is genomen. Ook te zien is dat er een groot percentage van de jeugdigen niet of nauwelijks heeft moeten wachten. Dit zijn kinderen die met spoed in behandeling genomen moesten worden. Als we kijken naar de spreiding “wachttijd tot start behandeling” is een ander beeld te zien. 46% van de jeugdigen wacht langer dan 14 weken op hulp. In Q1 is vanuit de Zorglandschapstafel E (gemeenten, aanbieders en uitvoeringsorganisatie) gestart met de voorbereiding van een plan rondom de wachtlijstaanpak in opdracht E. Wachttijden opdracht E en onbekend* Waarden Percentage geholpen binnen Treeknorm** 72% Gemiddelde retrospectieve wachttijd weken*** 14 weken Gemiddelde huidige wachttijd weken**** 26 weken Aantal jeugdigen op wachtlijst 31-3-2021 1505 (aantal) *Onbekend zijn arrangementen waar nog geen toewijzing voor is. Dit betreft hoofdzakelijk opdracht E. **Start behandeling binnen 14 weken ***Gemiddelde wachttijd tot start behandeling ****Gemiddelde wachttijd tot einde kwartaal (31-3-2021), nog niet in zorg

18

Retrospectieve wachttijd tot start behandeling < 1 week 1-4 weken 4-8 weken 8-13 weken 3-6 maanden 6-12 maanden 12-18 maanden 18-24 maanden

Percentage 22% 18% 14% 17% 14% 9% 4% 1%

Eindtotaal

100%

Wachttijd tot start behandeling

Percentage

< 1 week 1-4 weken 4-8 weken 8-13 weken 3-6 maanden 6-12 maanden 12-18 maanden 18-24 maanden Eindtotaal

4% 12% 16% 23% 13% 9% 19% 5% 100%

Perceel F Crisishulp Opdracht F betreft een beschikbaarheidsvoorziening, waarbij de hoofdaannemer verplicht is een bepaalde capaciteit aan crisishulp beschikbaar te hebben om te voorkomen dat wachtlijsten ontstaan. Daarom ontvangt de opdrachtnemer bij een realisatie van ten minste 80%, 100% bekostiging. Crisishulp is enkel toegankelijk via het crisisinterventieteam (JBRR) of de acute dienst (GGZ). Het aantal kinderen in crisishulp daalt sinds 2018. Wel loopt de doorlooptijd van jeugdigen in de crisisopvang op. Dit komt vooral omdat het soms lastig blijkt om doorstroom naar behandeling of begeleiding te realiseren. In het eerste kwartaal 2021 is het signaal dan ook afgegeven dat de crisishulp zo goed als vol zit. De oorzaak hiervan is niet een toename van het aantal crises, maar vooral een blokkade in de doorstroom naar opdracht B. Gezamenlijk met de zorgaanbieders in opdracht B/C en E wordt naar een oplossing gezocht. Perceel G Gecertificeerde instellingen 1. JB/JR-maatregelen dwang en drang en Crisis Interventie Team a. In het eerste kwartaal van 2021 zien we een onderproductie van de justitiële maatregelen ten opzichte van de beschikte productie. Ook ten opzichte van de realisatie 2020 is er sprake van een lichte onderproductie. Een reden hiervoor is de wachtstapel van de Raad van de Kinderbescherming. Deze wachtlijst 19

wordt momenteel door RvdK met een flexteam aangepakt. Dit zal naar verwachting bij de GI’s leiden tot een extra toename van de instroom van nieuwe maatregelen later dit jaar. Dit is momenteel in de productiecijfers dus nog niet zichtbaar. In het eerste kwartaal zien we dat de stijgende lijn die we in 2020 zagen op de resultaten op het eerste face to face contact met ouders en kinderen binnen 7 kalenderdagen na de start van een maatregel, wordt vastgehouden. Er zijn (structureel) geen wachtlijsten bij de uitvoering van de justitiële maatregelen. Een belangrijk resultaat omdat daardoor direct een eerste risico-inventarisatie gemaakt kan worden en indien noodzakelijk snel een interventie kan worden inzetten. Ook het inzetten van een eerste teamtafel samen met het gezin, collega’s van het lokale team en andere betrokkenen binnen 14 dagen, laat een voorzichtig stijgende lijn zien maar minder dan we willen. Voor de gezinsplannen geldt een KPI van realisatie binnen 42 kalender dagen. Het resultaat op deze prestatie blijft achter. Er zijn in het eerste kwartaal veel achterstallige zaken weggewerkt wat de prestatie voor dit kwartaal drukt. De verwachting is dat in het volgende kwartaal er een positieve ontwikkeling zichtbaar is. b. Crisis Interventie Team In het eerste kwartaal van 2021 zien we een forse overproductie van het aantal crisisinterventies.

Wanneer we de aantallen crisisinterventies 2020 vergelijken met 2019, dan lijkt er sprake van een dalende trend. Vanaf Q4 2020 zien we het aantal crisisinterventies echter helaas weer toenemen en deze lijn zet zich het eerste kwartaal 2021 voort met het hoge aantal van 492 interventies. Dit aantal is sinds het eerste kwartaal 2019 niet meer zo hoog geweest. De stijging is met name zichtbaar in maart en april. In een volgende Q-rapportage kunnen we de trend beter duiden en komen we hierop terug. 2. Buitenregionale plaatsingen (GI) Ten opzichte van Q4 2020 is het totaalaantal aanvragen in Q1 met 31 gestegen. Dat verschil zit vooral in de aanvragen crisis-ambulant (F), dagbehandeling (perceel D) en gesloten jeugdzorg. De stijging op dagbehandeling wordt waarschijnlijk veroorzaakt doordat jongeren langdurig niet naar school zijn geweest vanwege de coronamaatregelen. De stijging op de crisis ambulant sluit aan bij de toename van het beroep op het crisisteam dit kwartaal. Ook de stijging van de gesloten jeugdzorg is zeer zorgelijk: we hebben een verdubbeling in gesloten plaatsing in vergelijking Q4 2020. Wanneer we Q1 2020 vergelijken met Q1 2021, dan zien we een groot verschil van 102 meer aanvragen in het afgelopen kwartaal. We merken dat het minder goed gaat in de gezinnen waardoor er specialistische jeugdhulp nodig is. De coronacrisis lijkt hierbij een belangrijke factor.

20

3. KSCD Van de KSCD-producten zijn de beslissingsondersteunende onderzoeken het meest complex en arbeidsintensief. Het betreft onderzoek naar alle betrokken gezinsleden, vaak in opdracht van de rechtbank en de resultaten worden benut voor ingrijpende besluitvorming, bijvoorbeeld uithuisplaatstingen. Aan deze onderzoeken worden dus zeer hoge kwaliteitseisen gesteld en ook tijdigheid is van belang. In 2020 heeft JBRR vanwege corona veel last gehad van stagnatie op de doorlooptijden: onderzoeken konden niet tijdig worden afgerond. Eind 2020 heeft JBRR deze achterstand in kunnen halen. De doorlooptijd van in Q1 afgeronde beslissingsondersteunende onderzoeken is gemiddeld 160 dagen. We zien daarbij een duidelijk dalende lijn: de gemiddelde doorlooptijd was in maart teruggelopen naar 142 dagen. Deze doorlooptijd wordt ook nog eens flink vertroebeld door 2 onderzoeken die, door met name no show van ouders en een corona infectie in het betreffende gezin, een extra lange doorlooptijd hadden. Wanneer we deze twee onderzoeken buiten beschouwing zouden laten, dan is er sprake van een gemiddelde doorlooptijd van de beslissingsondersteunende onderzoeken van 99 dagen. Daarnaast zien we dat het aantal zaken op de wachtlijst nu 22 is tegenover 54 eind december, dus ook daar zien we een positieve ontwikkeling.

Tevens is opvallend dat JBRR ten aanzien van de beslissingsondersteunende onderzoeken ruim boven de geraamde productie zit. Perceel H Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond (VTRR) Nog niet eerder is VTRR het jaar gestart met een grote(re) toename van advies en ondersteuningsvragen (inclusief chats). Per maand zijn 875 vragen begroot, terwijl in het eerste kwartaal per maand 1351 (waarvan 143 chats) vragen zijn gesteld. De stijging van de adviesvragen was al zichtbaar vanaf de invoering van de verscherpte meldcode in 2019. Ook hebben diverse mediacampagnes tijdens de coronaperiode er mogelijk voor gezorgd dat vaker advies wordt gevraagd. Ook is er sprake van een stijging van het aantal meldingen. In maart zijn 1.319 meldingen binnengekomen, dat in aantal hoger is dan begroot (per maand 1.130). Behalve de toename in aantallen, maakt VTRR zich nog steeds zorgen over de toename van de ernst en complexiteit van adviesvragen en meldingen die binnenkomen. De toenemende ernst en complexiteit van de casuïstiek vraagt wel om meer handelingen en maatwerk, waardoor het verwerken van de meldingen meer tijd kost. Mede door de toename van het aantal adviesvragen is het VTRR in het eerste kwartaal niet gelukt om minimaal 80% van de veiligheidsbeoordelingen binnen de wettelijke termijn af te handelen (wel in 62,5%).

Daarnaast is het verzuim van medewerkers, die zich bezighouden met de adviesvragen én de veiligheidsbeoordelingen, relatief hoog vanwege psychosociale klachten als gevolg van Coronamaatregelen. Tijdens de coronamaatregelen is in heel Nederland bij Veilig Thuis-organisaties de chatfunctie ingevoerd, ook in de regio Rotterdam Rijnmond. Een chatgesprek is vergelijkbaar met een adviesgesprek. Uit landelijk onderzoek is gebleken dat de VT-

21

organisaties de chatfunctie graag permanent willen uitvoeren. In verband hiermee wordt op dit moment onderzocht wat de financiële impact is van de chatfunctie.

Perceel I Overige onderdelen 1. Buitenregionale plaatsingen (BRP) Deze begrotingspost bestaat uit twee vormen van buiten regionale plaatsingen, namelijk buiten regionale pleegzorgplaatsingen via Enver en individuele maatwerkcontracten met niet-gecontracteerde jeugdhulpaanbieders van buiten de regio. Wat betreft de verwachting m.b.t. de buiten regionale pleegzorgplaatsingen via Enver zijn geen bijzonderheden te melden. De realisatie van de individuele maatwerkovereenkomsten was in 2020 €1,6 mln. Dit houden we ook aan voor 2021. In Q1 zijn er al 32 lopende maatwerkovereenkomsten. Op basis daarvan zijn de verwachte kosten op dit moment ca. € 0,8 mln. voor 2021. Hoeveel maatwerkovereenkomsten er in de rest van het jaar nog bijkomen is onbekend. Dit hangt af van externe partijen. Bijvoorbeeld een bepaling van de jeugdbescherming, waarin wordt verwezen naar een niet-gecontracteerde aanbieder of een wijziging in het Woonplaatsbeginsel. Om het aantal maatwerkovereenkomsten te beperken proberen we bij een aanvraag in eerste instantie te sturen op hoofd- en onderaannemerschap. Ook letten we extra op of het gaat om lokale of regionale zorg. 2. Extra ASR (adolescentenstrafrecht) Zorgaanbieder Prokino verzorgt de organisatie, coördinatie en bekostiging van residentiële plekken in het kader van het adolescentenstrafrecht.

Dit betreft jongvolwassenen die onder het jeugdstrafrecht zijn veroordeeld en/of jeugdreclassering hebben. Vanwege hun leeftijd is plaatsing bij een Wmozorgaanbieder of andere zorgaanbieder voor volwassenenzorg aangewezen. Omdat de te bieden zorg jeugdhulp betreft, moet de instelling voldoen aan de eisen die de Jeugdwet hieraan stelt. Prokino sluit hiertoe maatwerkcontracten af met betrokken zorgaanbieders en verzorgt het traject van het zoeken naar de best passende zorgaanbieder, aanmelding, plaatsing, zorg en monitoring tot de doorgeleiding. Op basis van de Q1-cijfers wordt een overschrijding van het budget verwacht. Deze overschrijding wordt veroorzaakt door een hogere instroom van jongeren in het adolescentenstrafrecht en een toename van complexere problematiek hetgeen leidt tot intensievere trajecten en langduriger trajecten. Prokino en de GRJR monitoren de kosten/aanmeldingen nauwkeurig. 3. Landelijke Transitie Arrangement In het eerste kwartaal is er met de twee grootste LTA partijen in de regio, namelijk Erasmus Medisch Centrum en De Viersprong, een kwartaal gesprek geweest. Deze gesprekken gingen voornamelijk over de afrekening 2019, welke knelpunten er 22

werden ervaren en hoe we deze kunnen omzetten in oplossingen voor de toekomst. Ook is er in het eerste kwartaal een slag gemaakt om het contact met de VNG te intensiveren. Er zijn afspraken gemaakt om aan te sluiten bij de halfjaarlijkse overleggen met VNG en zorgaanbieder over de ontwikkelagenda VNG, het ontvangen van kwartaalcijfers van zorgaanbieders en de kennisdeling voor de landelijke inkoop van de VNG. Het streven is om de benadering van de kwartaalcijfers zoveel mogelijk aan te laten sluiten bij de manier waarop we dat doen bij de gecontracteerde aanbieders. Over het eerste kwartaal is geen informatie ontvangen over de door LTAaanbieders gemaakte kosten. Derhalve zijn de kosten van 2020 opgenomen als verwachting voor 2021. 4. Acute Dienst GGZ Parnassia en GGZ Delfland hebben ieder een crisisdienst GGZ. Voor de realisatie ontvangen zij ieder een subsidie. De hoogte van de subsidie is gebaseerd op de cijfers van 2020. Beide zorgaanbieders zien in Q1 een toename in het aantal crisisbeoordelingen. Dit leidt tot de prognose dat men voor 2021 ongeveer 10 % hoger verwacht uit te komen dan in de subsidieaanvraag vanuit gegaan. Een jaareindeverwachting op basis van de Q1 cijfers is onzeker, omdat het aantal crisisbeoordelingen van veel factoren afhankelijk is (bijvoorbeeld de ontwikkelingen rondom Corona en het verbeterplan crisishulp).

Volgens planning wordt op 1 mei 2021 gestart met het uitvoeren van het “Verbetertraject Acute Keten Jeugd Rijnmond”. Doelstelling is een verbeterde samenwerking in de Acute Jeugdhulpketen, zodat een jeugdige/gezin met een crisishulpvraag de juiste hulp, op het juiste moment en door de persoon met de juiste expertise ontvangt. Onderdeel van het verbeterplan is het realiseren van een monitoringsinstrument. Perceel J Uitvoeringskosten 1. Risico’s Jeugdhulp – Corona Het risicobudget in de begroting 2021 bedraagt ca. € 3,6 mln. Ook in 2021 maken aanbieders meerkosten om de zorg te continueren in deze coronacrisis. De VNG heeft met het Rijk afspraken gemaakt over de vergoeding van deze meerkosten. De afspraken gelden in principe voor heel 2021. Voor 2021 is er met het Rijk geen generieke landelijke continuïteitsregeling afgesproken. Wel doet de VNG de oproep aan gemeenten om maatwerk te verlenen als de continuïteit van een instelling in het geding is. De samenwerkende gemeenten in de jeugdhulpregio Rijnmond hebben op 15 december 2020 besloten om omzetderving in 2021 a.g.v. Corona niet declarabel te verklaren. Dit betreft de regionale contractpartijen. Voor LTA-partijen zijn landelijk afspraken gemaakt waaraan het bestuur van de GRJR zich volgens besluit van 19 februari 2021 bestuurlijk gebonden acht.

23

De omstandigheden en overwegingen bij de eerdere besluiten rond corona omzetderving zijn ongewijzigd. Het declarabel verklaren van meerkosten (jan-dec 2021) en van omzetderving bij LTApartijen leidt (onder voorbehoud van definitieve indiening, onderbouwing, beoordeling en verantwoording van specifieke declaraties) tot naar schatting ca. € 2,0 mln. lasten die achteraf worden verantwoord in de jaarrekening 2021. Voorzichtigheidshalve is het totale bedrag van het risicobudget vooralsnog opgenomen in de verwachte kosten. 2. Overige uitvoeringskosten Voor de uitvoeringskosten zijn op dit moment nog geen grote afwijkingen zichtbaar ten opzichte van de begroting. Taakstelling In de begroting 2021 is een taakstelling opgenomen van € 2,7 mln. De realisatie van deze taakstelling zou zichtbaar worden door lagere zorgkosten dan begroot bij de percelen A t/m E. Echter op dit moment zijn de zorgkosten in de percelen A t/m E € 4,5 mln. hoger dan begroot. Hierdoor is deze taakstelling in de Jaareindeverwachting opgenomen voor € 0.

Resultaat vorige boekjaren Indien gedurende 2021 wijzigingen bekend worden met betrekking tot vorige boekjaren wordt dit opgenomen in de volgende rapportages.

24

6. Projecten en Innovaties 6.1 Inkoop Uitwerking inkoopstrategie GRJR In april heeft het AB de inkoopstrategie vastgesteld. Een belangrijk onderdeel van de inkoopstrategie is de uitwerking van de regiovisie op het punt van versterking van de lokale infrastructuur. Aangezien op het moment van het opstellen van deze rapportage de inkoopstrategie nog niet openbaar is, is dit hier niet opgenomen. Wijzigingen samenstelling Inkoopteam GRJR Door het vertrek van de projectleider zijn er per 1 april een aantal wijzigingen in het inkoopteam. Zijn taken zijn overgenomen door een externe projectleider met nieuwe ondersteuning. Vanuit de uitvoeringsorganisatie en gemeenten is er extra inhoudelijke expertise georganiseerd 6.2 Transformatie In de derde bestuursrapportage van 2020 is uitgebreid stilgestaan bij de werkwijze rondom de transformatiesubsidies. Ook is aangegeven dat de resterende gelden voor 2020 deels zijn overgeheveld naar 2021. De meeste projecten lopen dan ook dit jaar af. De formele verantwoording hiervan geschiedt in 2022. In maart is een themasessie geweest over de voortgang van de transformatie. Hierbij hebben bestuurders van de GRJR met de bestuurders van de aanbieders gesproken over de transformatie binnen de GRJR. De projectleiders werken toe naar een gezamenlijke afsluitende themasessie met het AB in oktober 2021.

In voorbereiding hierop wordt in Q2 een inspiratiesessie georganiseerd over integraal en regelvrij werken en een bijeenkomst voor de projectleiders over de resultaten van de projecten en de borging hiervan. Tevens is in Q1 gestart met het vormgeven van het programmateam, zowel qua bemensing als voor wat betreft de inhoudelijke taken. In dit kader was een eerste taak het bewaken van de voortgang van het vaststellen van de regiovisie door de gemeenteraden. Vaststelling door alle raden is in mei afgerond. Op basis van de regiovisie stelt het programmateam een jaarlijkse regioagenda op. 6.3 Verbeterplan Het verbeterplan dat het AB in 2019 heeft vastgesteld is de leidraad voor de verbeteringen die de uitvoeringsorganisatie stap voor stap doorvoert. De opdracht die het AB in juli 2020 aan de secretaris heeft meegegeven bevat de vier belangrijkste verbeterpunten uit het verbeterplan. Hieronder een update. Inkoop Een van de belangrijkste focuspunten voor 2021 is de publicatie van de nieuwe inkoopopdracht. Met de ontwikkelde regiovisie door de vijftien samenwerkende gemeenten in samenwerking met aanbieders en onderwijs, ligt er in de regio Rijnmond een goede basis voor de inkoopstrategie die leidend is bij de volgende inkoopronde. Ondertussen zijn de huidige contracten verlengd t/m 31 december 2022.

Hieraan zijn voorwaarden verbonden die moeten leiden tot betere handhaving van de contracten. Deze 25

voorwaarden hebben impact voor zowel voor de aanbieders als de gemeenten. Een voorbeeld hierbij: als gemeenten niet tijdig de juiste gegevens beschikbaar stellen, is het voor aanbieders niet mogelijk de afgesproken deadline te halen. Ondanks deze wederzijdse afhankelijkheid op onderdelen wordt er door contractmanagement uiteraard gestuurd op de voorwaarden waar aanbieders zich aan kunnen en moeten houden. In het eerste kwartaal is ook het project aanscherping Arrangementenmodel afgerond. Dit heeft enerzijds geleid tot een aantal praktische aanscherpingen die direct zijn doorgevoerd. Daarnaast zijn de bevindingen die niet direct doorgevoerd kunnen worden, door bijvoorbeeld contractuele afspraken, input voor het inkooptraject. Informatievoorziening Dit onderwerp wordt hieronder toegelicht onder 6.6 Contractmanagement Het derde verbeterpunt betreft het contractmanagement. Sinds de zomer van 2020 is de bezetting van het team Contractmanagement op orde gebracht. Begin 2021 zijn de laatste vacatures vervuld en wordt er systematisch gewerkt aan het vergroten van de slagkracht van het team. Hierin heeft het verbeteren van de samenwerking met gemeenten een prominente plek. Ook is gestart met een gezamenlijke opleiding. Hierdoor is het team steeds beter in staat om te sturen op, en het aanscherpen van, afspraken richting aanbieders en gemeenten.

Ook zijn de eerste stappen gezet om zowel met gemeenten onderling als met aanbieders de sturing op het totale zorglandschap te verbeteren. Governance Het AB heeft in februari 2021 ingestemd met een aantal standpunten rondom de organisatie van de GRJR. De organisatievorm voor de regionale samenwerking Jeugdhulp Rijnmond blijft een Gemeenschappelijke Regeling Openbaar Lichaam, de positionering van de Uitvoeringsorganisatie blijft bij de uitvoerende gemeente Rotterdam en de rollen van secretaris GRJR en directeur UO worden in één functie verenigd. Hierbij wordt veel waarde gehecht aan de onafhankelijke positie voor de functie van secretaris/directeur binnen de Rotterdamse organisatie. Vooruitlopend op de verwerking van de wijziging van de gemeenschappelijke regeling op het punt van het combineren van de rollen secretaris GRJR en directeur UO is een gerede kandidaat procedure gestart voor invulling van deze functie. De secretaris a.i. heeft deze procedure doorlopen en is benoemd voor deze functie. In het eerste kwartaal is ook de start gemaakt van ‘Governance deel III’ (in AB van september 2020 zijn voor deel I de uitgangspunten voor de samenwerking vastgesteld, in AB van februari 2021 zijn de organisatievorm, de ophanging binnen Rotterdam en de invulling van de functie secretaris vastgesteld).

In dit deel III wordt gewerkt aan besluitvorming rondom de thema’s:  Reikwijdte van de GRJR  Verhouding AB – AB Platform - DB  Rolopvatting en mandaat AB en DB  Stemverhoudingen van gemeenten 26

Zodra hier duidelijke besluiten over genomen zijn worden de GR teksten of de toelichting daarbij hierop aangepast. Het doel is de gewijzigde teksten, incl. mandaatbesluit, in 2021 ter vaststelling voor te leggen aan de colleges van de deelnemende gemeenten. 6.4 Project optimalisatie AO/ IB Naar aanleiding van de verbeterpunten uit de Management Letter 2020 is het project optimalisatie AO/IB (administratieve organisatie/interne beheersing) gestart. Dit project heeft als doen dat de GRJR in control is tijdens primair proces en de verbetering van de herleidbaarheid en betrouwbaarheid data van het IB en verantwoordingsproces. Uiteindelijk moet dit leiden tot optimalisatie van het bedrijfsproces en de gelieerde applicaties AO/ IB. Dit project heeft nauwe afstemming met het project DDRP (Dossiers Documenten Relaties & Processen). Zie hieronder bij punt 6.5. 6.5 Project Dossiers Documenten Relaties en Processen (DDRP) Het project DDRP heeft als doelstelling om de administratieve organisatie en interne procesgang te verbeteren. Daarmee zal de interne beheersing van processen, het tijdig beschikbaar maken/hebben van belangrijke informatie en daarmee de interne en externe communicatie en de dienstverlening van de GRJR als geheel verbeteren. De belangrijkste stappen worden voor de zomer 2021 gezet, in deze periode worden processen verbeterd en beschreven en gebruikers getraind.

Daarna zal, mede afhankelijk van technische mogelijkheden, steeds een volgende stap gezet worden in de verbetering van de interne procesgang. 6.6 Informatievoorziening In onderstaande paragraaf wordt u geïnformeerd over de laatste ontwikkelingen op het gebied van informatievoorziening voor de GRJR. Strategisch informatieplan Tijdens het AB van 19-2-2021 is het strategisch informatieplan voor de GRJR vastgesteld. Zoals in de agendapost toen is aangegeven zouden diverse acties snel worden opgepakt. Hieronder wordt gerapporteerd over de voortgang. 1. Dashboard In mei zijn de dashboards retrospectieve wachttijden en huidige wachttijden opgeleverd aan gemeenten die zich hiervoor hebben opgegeven. Hierdoor kunnen gemeenten te allen tijde bij de wachttijdgegevens die ieder kwartaal door aanbieders worden verstrekt. De oplevering van het dashboard financiën en cliëntstromen volgt rond einde Q2 2021, maar is vertraagd rondom diverse problemen met de datakwaliteit. De verdere ontwikkeling van de diverse dashboards is een doorgaand proces, waarbij gewerkt wordt aan het toevoegen van nieuwe indicatoren. 2. Datakwaliteit Voor de informatievoorziening van de GRJR worden diverse databronnen gebruikt. Veruit de meest belangrijke databron is de upload van gemeenten in de 27

betaaltoolzorg (BTZ). Gemeenten delen middels de BTZ een deel van hun administratie met de uitvoeringsorganisatie (UO) van de GRJR. De bron van deze bestanden is het berichtenverkeer dat door gemeenten en aanbieders gehanteerd wordt om te voorzien in toewijzingen van zorg en aanverwante processen. De UO gebruikt deze informatie vervolgens voor de informatievoorziening binnen de GRJR. Enkele voorbeelden hiervan zijn de jaareinde verwachting (JEV), aantal cliënten in zorg, aantal openstaande toewijzingen en op termijn mogelijk ook wachttijden. Om deze informatie betrouwbaar in beeld te brengen is het belangrijk dat de databestanden die door gemeenten geleverd worden:  Compleet zijn (er ontbreken geen gegevens)  Eenduidig zijn (betekent bij elke gemeenten/zorgaanbieder een datapunt hetzelfde)  Tijdig zijn (er wordt geleverd conform de afgesproken termijnen) Eind april jl. is het project datakwaliteit van start gegaan waarin deze drie punten worden opgepakt. Controllers van gemeenten en aanbieders zijn in mei geïnformeerd over de verdere aanpak van dit project. Betrokkenheid en inzet van gemeente, aanbieders en UO is cruciaal voor het slagen van dit project. Deze inzet sluit één op één aan bij de afspraken tussen Rijk en VNG over de extra middelen voor Jeugdhulp die in april zijn toegezegd.

In die afspraken wordt genoemd dat landelijke wachtlijstmonitoring moet gaan plaatsvinden via het berichtenverkeer en dat hiervoor allereerst door gemeenten en aanbieders ingezet moet worden op het verbeteren van de kwaliteit van het berichtenverkeer.

3. Frequenter aanleveren van data Het streven is om de toewijzingsdata (berichtenverkeer) frequenter door gemeenten aan te leveren bij de UO, zodat de cijfers in het dashboard actueel zijn. Momenteel wordt er gewerkt aan het automatisch inlezen van deze gegevens vanuit de upload portal BTZ in het datawarehouse van de UO. Wanneer dit geautomatiseerd is kunnen gemeenten frequenter dan maandelijks gegevens aanleveren. Een voorwaarde hiervoor is echter dat de kwaliteit van de data goed is, zodat er niet op wekelijkse basis herstelwerkzaamheden uitgevoerd moeten worden. Data-aanlevering De aanlevering van gegevens door gemeenten en aanbieders verloopt steeds beter, maar er zijn ook nog enkele knelpunten. Zo hebben diverse gemeenten incomplete of foutieve gegevens opgeleverd en leveren aanbieders hun productieverantwoording soms te laat aan. Dit zorgt voor herstelwerkzaamheden die door de UO uitgevoerd moeten worden, 28

waardoor er vertraging in de geplande processen ontstaat. Tijdige en juiste aanlevering zal ook een onderdeel uitmaken van het project datakwaliteit (zie hierboven). Aanvullende monitoring spoed Aanbieders in opdracht E leveren sinds eind april 2021 maandelijks informatie aan over in- en uitstroom in spoed hulp en aantal wachtenden en wachtduur per maand. Zo kan de druk op opdracht E frequenter gemonitord worden. Deze informatie wordt op geaggregeerd niveau aangeleverd en kan hierdoor niet uitgesplitst worden op gemeenteniveau. Eens per kwartaal blijven aanbieders wachttijdinformatie aanleveren die per gemeente inzichtelijk wordt gemaakt (in het dashboard, zie hierboven). Ook wordt aanbieders gevraagd bij de volgende productie-uitvraag inzichtelijk te maken welke cliënten spoedhulp ontvangen in opdracht E.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10720417/1