09.04 - Concept ontwerp begroting MRDH 2027 2457669
Tekst van het document
Risicoreservering financiering regionale OV-bedrijven per jaar (euro's) Financiering aan HTM, RET en EBS (inclusief garanties) boekwaarde MVA HTM, RET en EBS Economische waarde MVA (65% boekwaarde) Dekkingstekort economische waarde versus financiering
Voorlopige Jaarrekening 2025 1.184.742.342 1.401.298.446 910.843.990 273.898.352
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
Begroting 2030
1.144.225.064 1.333.489.593 866.768.235 277.456.829
1.296.777.673 1.393.333.016 905.666.460 391.111.213
1.351.742.105 1.439.416.102 935.620.467 416.121.639
1.436.702.503 1.364.702.503 887.056.627 549.645.876
1.363.129.667 1.295.129.667 841.834.284 521.295.383
Weging risico
8%
8%
8%
8%
8%
8%
Netto/gewogen risico Netto/gewogen risico (ondergrens € 44 miljoen) Risicoreserve financieringen aanvang jaar cumulatief In rekening gebrachte marktconformiteits-opslag per jaar Toevoeging opslag aan risicoreserve Dekkingstekort risicoreserve ultimo jaar Beschikbaar voor exploitatie
21.911.868 40.000.000 36.000.000 7.923.011 4.000.000 0 3.923.011
22.196.546 44.000.000 40.000.000 8.769.301 4.000.000 0 4.769.301
31.288.897 44.000.000 44.000.000 6.743.819 0 0 6.743.819
33.289.731 44.000.000 44.000.000 11.755.872 0 0 11.755.872
43.971.670 44.000.000 44.000.000 11.925.642 0 0 11.925.642
41.703.631 44.000.000 44.000.000 11.760.304 0 0 11.760.304
Ondergrens tot en met boekjaar 2025 conform jaarrekening 2025: € 40 miljoen
In 2026 wordt de benodigde weerstandscapaciteit voor de financieringsactiviteiten bereikt. Er is dan geen dekkingstekort op de vereiste reserve. De meerjarenbegroting geeft aan dat er na 2026 geen toevoegingen aan de reserve nodig zijn om de benodigde weerstandscapaciteit te bereiken.
49
Samenvatting weerstandsvermogen-ratio begroting 2027: Beschikbare weerstandscapaciteit Weerstandsvermogen ratio = Benodigde weerstandscapaciteit
Beschikbare weerstandscapaciteit Financiering ov-bedrijven: Benodigde weerstandscapaciteit Financiering ov-bedrijven: Weerstandsvermogen ratio:
€ 44 miljoen € 44 miljoen 1 (voldoende)
Vennootschapsbelasting Per 1 januari 2016 is de MRDH belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting (Vpb) voor zover hij een onderneming drijft voor activiteiten. In samenwerking met het Fiscaal Team van de gemeente Den Haag verrichtte de MRDH hiervoor grondig onderzoek. Wij namen het standpunt in dat er geen sprake is van enige belastingplicht voor de MRDH. In de afgelopen jaren is er veelvuldig overleg gepleegd met de Rijksbelastingdienst. Eind februari 2022 sloten de MRDH en de Belastingdienst een vaststellingsovereenkomst. Hierbij wordt uitgegaan van een cost-plusmethode waarbij de treasuryfunctie wordt uitgedrukt in een waarde. Over deze waarde wordt dan 5% berekend om op een belastbaar resultaat uit te komen. Kengetallen
Kengetal Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Grondexploitatie Structurele exploitatieruimte Belastingcapaciteit
Voorlopige Jaarrekening 2025 163,7% -7,2% 2,4% n.v.t. 1,0% n.v.t.
Begroting 2026 121,4% -5,9% 2,7% n.v.t. 1,0% n.v.t.
Begroting 2027 123,0% -5,2% 2,7% n.v.t. 0,0% n.v.t.
Begroting 2028 130,2% -5,2% 2,7% n.v.t. 0,0% n.v.t.
Begroting 2029 145,3% -5,4% 2,7% n.v.t. 0,0% n.v.t.
Begroting 2030 134,1% -5,3% 0,0% n.v.t. 0,0% n.v.t.
De kengetallen grondexploitatie en belastingcapaciteit zijn voor de MRDH niet van toepassing. De netto schuldquote moet inzicht geven in de ontwikkeling van het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft zodoende een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen de quote inclusief en exclusief doorgeleende gelden. Dit maakt inzichtelijk wat het aandeel is van de verstrekte leningen in de exploitatie. Daarnaast welke invloed de verstrekte leningen hebben op de schuldenlast. De solvabiliteitsratio drukt het eigen vermogen uit als een percentage van het totale vermogen. Het geeft daarmee inzicht in de mate waarin de MRDH in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. De VNG hanteert als richtlijn een minimum omvang van 20% als norm. Bij de beoordeling van de in bovengenoemde tabel opgenomen kengetallen voor netto schuldquote en solvabiliteitsratio dient het volgende in aanmerking te worden genomen. Ongeveer 99% van de exploitatie van de MRDH vindt plaats binnen het fonds BDU verkeer en vervoer. Het per balansdatum aanwezige fondssaldo is daarnaast conform de bepalingen in het BBV als een vlottende schuld te beschouwen.
Als gevolg daarvan zijn voornoemde kengetallen niet voor elk in de tabel opgenomen (begrotings-)jaar zonder meer te beschouwen als een realistische weergave van de financiële positie van de MRDH. 50
Het kengetal structurele exploitatieruimte geeft inzicht in welke mate de structurele lasten gedekt zijn door structurele baten. Dit is van belang om te beoordelen welke structurele ruimte de MRDH heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Een positief percentage betekent dat incidentele lasten deels uit structurele middelen worden gedekt. Een negatief percentage betekent dat structurele lasten deels uit incidentele baten worden gedekt. De in de tabel weergegeven positieve percentages betekenen dat de structurele lasten van de MRDH tenminste volledig worden gedekt door structurele baten.
4.4 Onderhoud kapitaalgoederen Investeringen Toekomstige investeringen worden gepland en begroot op basis van een investeringsplan. Investeringsplannen maken integraal deel uit van de begroting en begrotingswijzigingen die bestuurlijk worden vastgesteld. Afschrijvingen Voor zover niet bij wettelijke bepaling geregeld, gelden de volgende uitgangspunten voor het afschrijvingsbeleid voor de materiële vaste activa, zoals vastgelegd in de Financiële verordening 2025 van de MRDH. Afschrijvingsbeleid materiële vaste activa met economisch nut Activa met economisch nut en een verkrijgingsprijs van minder dan € 10.000 worden niet geactiveerd, met uitzondering van gronden en terreinen. Gronden en terreinen worden altijd geactiveerd. Op gronden en terreinen wordt niet afgeschreven. De volgende materiële vaste activa met economisch nut worden lineair afgeschreven over de volgende termijnen: a. maximaal tien jaar: verbouwing, inrichting, renovatie en restauratie van kantoren en bedrijfsgebouwen; b. maximaal tien jaar: technische installaties in bedrijfsgebouwen; c. vijf jaar: telefooninstallaties; d. drie jaar: automatiseringsapparatuur; e. tien jaar: kantoormeubilair; f. maximaal tien jaar: straatmeubilair. De eerste afschrijving van activa met economisch nut start op 1 juli in het jaar van aanschaf.
Bedrijfsgebouw Westersingel Eind oktober 2017 is de nieuwe huisvesting van de ambtelijke organisatie van de MRDH aan de Westersingel 12 in Rotterdam in gebruik genomen. Dit pand is gehuurd voor een periode van tien jaar. In 2017 is € 1,2 miljoen geïnvesteerd voor de verbouwing en herinrichting van dit pand. In 2019 is er geïnvesteerd in het parkeerterrein op de Westersingel. Deze investeringen worden in tien jaar afgeschreven. De MRDH is zelf verantwoordelijk voor het onderhoud hiervan en sloot daarvoor contracten af met gespecialiseerde marktpartijen.
51
Overige materiële vaste activa De kantoorinventaris en ICT-hardware zijn bij de start van de MRDH in 2015 kosteloos overgenomen van het Stadsgewest Haaglanden. Naar aanleiding van de verhuizing naar het nieuwe pand in 2017 is een nieuw datanetwerk aangelegd en is nieuw meubilair aangeschaft, met een totale investering van € 457.000. In 2018 zijn aanvullende ICT-investeringen gedaan. Deze hadden betrekking op de noodzakelijke vervanging van werkplekhardware in combinatie met de overstap naar een nieuwe provider, de doorontwikkeling van het financiële systeem (inclusief projectadministratie en verdere digitalisering van werkprocessen) en de digitalisering van de voorbereidings- en autorisatieprocessen van bestuurlijke voorstellen. Ook in de daaropvolgende jaren bleken investeringen noodzakelijk. Technologische ontwikkelingen volgen elkaar in hoog tempo op en de manier van werken blijft voortdurend veranderen. Investeringen in kantoormeubilair worden in tien jaar afgeschreven, ICT-hardware in drie jaar en software en ICT-investeringen in verbeterprocessen in zeven jaar. De MRDH is zelf verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van deze activa en heeft dit uitbesteed aan meerdere gespecialiseerde marktpartijen. Vanaf 2019 hebben onder meer de volgende grotere investeringen plaatsgevonden.
In 2019 zijn werkzaamheden uitgevoerd aan de parkeerplaats, het terras en de fietsenstalling. In 2022 is in het kader van Het Nieuwe Werken geïnvesteerd in kantoormeubilair en vergaderfaciliteiten, waarbij zorgvuldig is gekeken naar maximaal hergebruik van bestaand meubilair. In 2023 is geïnvesteerd in nieuwe koffiemachines. In 2024 is gestart met de implementatie van diverse veiligheidsmaatregelen, zijn investeringen gedaan voor live-uitzendingen en is geanticipeerd op technologisch noodzakelijke verbeteringen. In 2025 zijn de resterende veiligheidsmaatregelen geïmplementeerd en is in enkele ruimtes vergadermeubilair en ICT-middelen vervangen. In 2026 staan meerdere investeringen gepland. Bij de start van de MRDH zijn de bureaus kosteloos overgenomen. Deze zijn inmiddels dusdanig verouderd dat vervanging noodzakelijk is. De totale kosten hiervoor zijn geraamd op € 100.000. Op ICT-gebied investeren we in nieuwe laptops en mobiele telefoons. In de afgelopen jaren is gebruikgemaakt van laptops via een bruikleenovereenkomst met de gemeente Den Haag. Deze overeenkomst loopt af, waardoor een eigen investering noodzakelijk wordt. De aanschaf van mobiele telefoons is daarnaast ook nodig om vervolgstappen te kunnen zetten op het gebied van informatieveiligheid. De totale ICTinvestering is geraamd op € 151.000.
52
Momenteel zijn wij bezig met het herzien en actualiseren van de meerjarige investeringsbegroting. Eventuele wijzigingen worden meegenomen in de eerste bestuursrapportage. Haltevoorzieningen Volgens de overeenkomst heeft de MRDH vanaf medio 2014 het economisch eigendom van alle bestaande en nieuwe haltevoorzieningen (zogenaamde abri’s) in de gemeenten Den Haag, Delft, Westland en Midden-Delfland. Alle investeringen en het beheer en onderhoud zijn voor rekening van de MRDH. De investeringen worden in vijf jaar afgeschreven. De jaarlijkse kosten worden geheel gedekt door reclameopbrengsten. De MRDH heeft hiervoor zelfstandig een contract aanbesteed. Het beheer en onderhoud zijn uitbesteed aan HTM. De haltevoorzieningen zijn per 31 december 2021 volledig afgeschreven. Gronden De MRDH bezit diverse percelen grond of heeft daarop een recht van opstal gevestigd voor de aanleg van tramlijnen. Volgens een actuele kadasteropgave gaat het daarbij om de volgende percelen: Perceel 1 Rijswijk A 3914 2 Rijswijk D 8010 3 Rijswijk D 8011 4 Rijswijk D 8015 5 Rijswijk D 8038 6 Rijswijk G 2984 7 Rijswijk G 2985 8 Rijswijk G 2989 9 Rijswijk G 2994 10 Rijswijk G 2999 11 Rijswijk G 3001 12 Rijswijk G 3002 13 Rijswijk G 3009 14 Rijswijk G 3050 15 Rijswijk G 3054 16 Rijswijk I 2128 17 Rijswijk I 2131 18 Rijswijk I 2134 19 Rijswijk I 2137 20 Rijswijk I 2139 21 Veur B 9432
Adres Burgemeester Elsenlaan Burgemeester Elsenlaan/Van Vredenburchweg 77B Burgemeester Elsenlaan Sir Winston Churchilllaan Sir Winston Churchilllaan Limpqergstraat/Limpergstraat 11 Burgemeester Elsenlaan Veraartlaan/Visseringlaan Visseringlaan/Volmerlaan Volmerlaan Sir Winston Churchilllaan Lange Kleiweg/Lange Kleiweg 2A Generaal Eisenhowerplein Sir Winston Churchilllaan Sir Winston Churchilllaan Prinses Beatrixlaan Weidedreef Florence Nightingalestraat Eikelenburglaan/Eikelenburglaan 4 Eikelenburglaan Burgemeester Banninglaan
Eigenaar Gemeente Rijswijk Gemeente Rijswijk Gemeente Rijswijk Gemeente Rijswijk MRDH Gemeente Rijswijk Gemeente Rijswijk Gemeente Rijswijk Gemeente Rijswijk Gemeente Rijswijk Gemeente Rijswijk Gemeente Rijswijk Gemeente Rijswijk/Railinfratrust MRDH MRDH Gemeente Rijswijk Gemeente Rijswijk Gemeente Rijswijk Gemeente Rijswijk Gemeente Rijswijk St. Medisch Centrum Haaglanden
Gerechtigde MRDH (opstal) MRDH (opstal) MRDH (opstal) MRDH (opstal) geen MRDH (opstal) MRDH (opstal) MRDH (opstal) MRDH (opstal) MRDH (opstal) MRDH (opstal) MRDH (opstal) MRDH (opstal) geen geen MRDH (opstal) MRDH (opstal) MRDH (opstal) MRDH (opstal) MRDH (opstal) MRDH (erfpacht)
Omschrijving wegen bedrijvigheid (nutsvoorziening) wegen wegen wegen bedrijvigheid (nutsvoorziening) wegen wegen wegen wegen wegen bedrijvigheid (nutsvoorziening) wegen wegen wegen wegen wegen wegen bedrijvigheid (nutsvoorziening) wegen openbaar vervoer
Er zijn geen financiële verplichtingen voor deze gronden.
53
4.5 Bedrijfsvoering MRDH-organisatie Vanaf 1 januari 2026 onderging de MRDH-organisatie een verdere doorontwikkeling naar integraal werken, waarbij bepaalde taken en verantwoordelijkheden zijn gewijzigd. De vaste formatie van de MRDH is gewijzigd van 95,60 fte naar 106,67 fte, na vaststelling door het dagelijks bestuur op 30 juni 2025 en het algemeen bestuur op 11 juli 2025. De ambtelijke organisatie van de MRDH staat onder leiding van de secretaris-algemeen directeur. Alle lijntaken zijn ondergebracht in de afdelingen Exploitatie en Subsidies, Beleid en Onderzoek en Projecten en Programma’s. Alle stafzaken zijn centraal georganiseerd binnen de afdelingen Bedrijfsvoering en Strategie en Omgeving. De MRDH-organisatie ziet er als volgt uit:
Secretaris-algemeen directeur De secretaris-algemeen directeur is eindverantwoordelijk voor de organisatie en stuurt zes leidinggevenden aan. De salarislasten van de secretaris-algemeen directeur wordt op dezelfde manier verdeeld als de salarislasten van alle andere staffuncties. Dit betekent dat de salarislasten voor 16% worden bekostigd uit de inwonerbijdrage EV en voor 84% worden bekostigd uit de BDU. Zie voor een verdere toelichting op deze verdeelsleutels hoofdstuk 3.2 Overhead. Afdeling Exploitatie en Subsidies De afdeling Exploitatie en Subsidie is de schakel tussen beleid en uitvoering. De afdeling is verantwoordelijk voor het organiseren, financieren en verantwoorden van ov-concessies en mobiliteits- en economische projecten. Zij verzorgt subsidieverlening en -verantwoording, bewaakt de bekostiging en prestaties, en zorgt voor betrouwbare rapportages richting het Rijk en andere belanghebbenden. Er is één manager verantwoordelijk en geeft dagelijks leiding aan 19 fte. De ambtelijke inzet wordt voor 16% betaald uit de inwonerbijdrage EV en voor 84% uit de BDU.
54
Afdeling Beleid en Onderzoek Deze afdeling werkt met gemeenten en partners aan beleidsontwikkeling en onderzoek voor mobiliteit en het economisch vestigingsklimaat en ondersteunt bestuurlijke besluitvorming. Er is één manager verantwoordelijk en geeft dagelijks leiding aan 23 fte. De ambtelijke inzet wordt voor 16% betaald uit de inwonerbijdrage EV en voor 84% uit de BDU. Afdeling Projecten en Programma’s Deze afdeling werkt met gemeenten en partners aan programma's en projecten voor mobiliteit en het economisch vestigingsklimaat. Er is één manager verantwoordelijk en geeft dagelijks leiding aan 24 fte. De ambtelijke inzet wordt voor 16% betaald uit de inwonerbijdrage EV en voor 84% uit de BDU. Afdeling MRDH Support Voor het behalen van de doelen uit de Strategische Agenda biedt de MRDH extra ondersteuning aan gemeenten: MRDH Support. Via MRDH Support kunnen gemeenten tijdelijk een beroep doen op medewerkers om hen te helpen bij de uitvoering van de regionale opgaven uit de strategische agenda. Zo boeken we met elkaar de gewenste resultaten uit de Strategische Agenda. De teamleider is verantwoordelijk voor de dagelijkse aansturing. Deze afdeling beschikt niet over een eigen begroting. Op 16 december 2022 heeft het algemeen bestuur vastgesteld dat voor dit onderdeel het budgetneutrale principe geldt voor de personeelslasten.
De personeelslasten van de medewerkers van MRDH Support worden gedekt uit de opbrengsten die de MRDH ontvangt van haar opdrachtgevers. Afdelingen Bedrijfsvoering en Strategie en Omgeving De uitvoering van stafzaken is op centraal niveau georganiseerd in twee afdelingen. Bedrijfsvoering bevat de bedrijfsvoeringsfuncties financiën & control, juridische zaken, HRM, informatiebeheer en facilitaire zaken/huisvesting. Strategie en Omgeving bevat de bedrijfsvoeringsfuncties strategie/public affairs, bestuurszaken, griffie, secretariaat en communicatie. De ambtelijke capaciteit voor deze afdelingen is samen 39,67 fte. De salarissen van de medewerkers komen voor 16% ten laste van de inwonerbijdrage EV en voor 84% ten laste van de BDU. Zie voor een verdere toelichting op deze verdeelsleutels hoofdstuk 3.2 Overhead. Van de inwonerbijdrage voor EV van € 3,11 (prijspeil 2027) wordt in lijn met de afspraken (Kadernota MRDH begroting 2027) maximaal € 1,27 (prijspeil 2027) ingezet voor apparaatslasten. De werkelijke begroting voor apparaatslasten bedraagt in 2027 € 2.719.327 (zie tabel kostenverdeling hierna), dat is € 1,09 per inwoner (voor aantal inwoners zie hoofdstuk 7). Voor de salarislasten volgt de MRDH de bedrijfseigen cao, die de Cao Gemeenten volgt (inclusief uitzonderingen gemeente Rotterdam) De huidige cao betreft de periode tot en met 31 maart 2027.
Voor het jaar 2027 houden we rekening met een loonstijging van 3,5%. Dit percentage is gebaseerd op de Loonvoet sector overheid uit de concept MEV2026-publicatie van het CPB die in juli 2025 is verschenen en is opgenomen in de Kaderbrief begroting 2027 gemeenschappelijke regelingen. Naast deze indexering voert de MRDH geen correcties uit over het voorgaande jaar (2026).
55
Onderstaande tabel bevat de begrote personele formatie en de salariskosten die daaraan verbonden zijn (inclusief sociale lasten). Onderdeel
fte's 2027
Begroting 2027 (euro’s)
Secretaris-algemeen directeur
1,00
243.338
Afdeling Bedrijfsvoering
21,44
2.539.744
Afdeling Strategie en Omgeving
18,23
2.240.319
Afdeling Exploitatie en Subsidies
19,00
2.334.007
Afdeling Beleid en Onderzoek
23,00
3.062.567
Afdeling Projecten en Programma’s
24,00
3.162.817
Afdeling MRDH Support
0,00
0
106,67
13.582.792
Totalen * De MRDH begroot op formatie en werkgeverslasten
In combinatie met de materiële apparaatslasten en de uitgangspunten voor de bepaling en de verdeling van de overhead (zie hoofdstuk 3.2) levert dit de volgende kostenverdeling op van de personele en materiële apparaatslasten.
De materiële apparaatslasten betreffen de materiële budgetten voor HRM (zoals ondersteuning, advies en opleidingen), financiën (zoals accountantskosten), facilitair (zoals huur en servicekosten en afschrijvingskosten huisvesting), ICT/DIV (zoals licenties voor het document-managementsysteem), communicatie (zoals de kosten voor de website), bestuurszaken (zoals vergaderkosten, bekendmakingen, besluiten) en juridische zaken (zoals juridisch advies, bezwaar en beroepskosten). Informatiemanagement De komende jaren staat de implementatie en uitvoering van informatiebeveiliging centraal binnen het IT-team van de MRDH. Deze prioriteit volgt uit de naderende wet- en regelgeving rondom informatiebeveiliging (NIS2/BIO2). Uit het archiefinspectierapport van 2024 blijkt dat de MRDH op dit gebied achterloopt. De organisatie erkent deze constatering. Om dit te verbeteren is er in 2025 formatieruimte vrijgemaakt en in 2026 een Chief Information Security Officer (CISO) aangesteld. Hiermee worden er in 2026 stappen gezet om te voldoen aan de eisen van de BIO2 met een doorloop in 2027. In 2026 vindt een nieuwe archiefinspectie plaats.
56
Naast deze focus op informatiebeveiliging blijven de lopende IT-projecten doorgaan. Hieronder volgt de planning voor 2027. Informatiebeveiliging, AVG en informatiebeheer Op basis van de BIO2 worden beleid en maatregelen ontwikkeld en geïmplementeerd, waaronder: het ontwikkelen en actueel houden van een informatiebeveiligingsbeleid; het vaststellen van rollen, verantwoordelijkheden en toegangsrechten; het uitvoeren van risicoanalyses en het implementeren van bijbehorende maatregelen; het opstellen van een Information Security Management System (ISMS) volgens de Plan-Do-Check-Act-cyclus; het opzetten van een Incident Response Plan (IRP); het implementeren van Business Continuity Management (BCM); het vergroten van bewustzijn bij medewerkers en managers over informatiebeveiliging.
Daarnaast wordt het informatiebeheerplan (IBP) geactualiseerd en breed bekendgemaakt binnen de organisatie. Dit plan is de leidraad voor het informatiebeheer binnen de MRDH. Prestatie indicatoren Informatiebeveiliging & AVG 2027 De MRDH is gevraagd om een aantal prestatie-indicatoren op te nemen als het gaat om informatiebeveiliging en gegevensbescherming. Deze zijn in de tabel hieronder opgenomen. Streefwaarde Prestatie-indicator Toelichting / Acties 2027 Percentage medewerkers dat Met de aanstelling van de CISO jaarlijks security awareness training ≥ 75% wordt hier meer aandacht aan voltooit besteed. Het streven is om minimaal 1 Aantal uitgevoerde penetratietests 1 penetratietest per jaar uit te voeren. Opvolgingspercentage van ≥ 80% binnen 3 Extra capaciteit binnen IT om bevindingen uit penetratietests maanden opvolging te versnellen. Percentage kritieke systemen met Back-upmonitoring en test100% up-to-date back-ups herstelacties per kwartaal. Percentage leveranciers dat voldoet ≥ 80% aan gestelde beveiligingseisen Aantal uitgevoerde en ≥2 bijgewerkte DPIA's Monitoring op preventie, Max. 5 (intern & Aantal gemelde datalekken bewustwording en tijdige extern gemeld) afhandeling. IT-projecten
Digitaliseren van het besluitvormingsproces Vanwege de uitloop van het SharePoint-project is de start van het project voor het digitaliseren van het besluitvormingsproces uitgesteld naar 2026. Het doel is om in 2027 het besluitvormingsproces volledig gedigitaliseerd te hebben.
57
Digitale handtekening Als onderdeel van het digitaliseren van het besluitvormingsproces wordt ook de implementatie van de digitale handtekening verder uitgebreid in 2027.
Implementatie van een CRM-systeem Met het oog op netwerkvorming wordt in 2026 een pilot uitgevoerd voor de implementatie van een CRM-systeem. Deze pilot wordt in 2026 geëvalueerd. Bij positieve resultaten zal het CRM-systeem in 2027 verder worden uitgerold.
4.6 Paragraaf Wet open overheid (Woo) Zoals de Wet open overheid vereist maakt de MRDH veel documenten al actief openbaar. Dit betreft: agenda’s; vergaderstukken van alle openbare vergaderingen van de bestuursorganen; vergaderverslagen; besluitenlijsten van alle vergaderingen van de bestuursorganen (bestuurscommissies, adviescommissies, dagelijks bestuur, algemeen bestuur); beleidsstukken en reglementen; persberichten; overige relevante documenten. Verder kwamen er sinds januari 2025 enorm veel Woo-verzoeken binnen bij de MRDH. Dit betreft: Woo-verzoeken gericht aan de MRDH; zienswijzeverzoeken, waarbij het Woo-verzoek is gericht aan een andere overheid. Deze overheid verzoekt de MRDH dan om een zienswijze van stukken waarbij de MRDH betrokken is. Om efficiënter te kunnen reageren op Woo-verzoeken heeft de MRDH in 2024 een digitaal programma in gebruik genomen, dat het weglakken van bepaalde informatie (bijvoorbeeld in verband met privacy) vergemakkelijkt. In januari 2026 is extra formatie toegevoegd voor het afhandelen van de toenemende Woo-verzoeken. 2026 stond in het teken van het opstellen van een actieplan voor uitgebreidere actieve openbaarmaking van stukken. 2027 wordt gebruikt voor de implementatie hiervan.
4.7 Subsidies Op grond van de Financiële verordening van de MRDH geven we in deze paragraaf een overzicht van de verleende subsidies aan instellingen en ondernemingen. Deze subsidies zijn niet op grond van een bestaande verordening verleend. De Subsidieverordening Vervoersautoriteit bevat de spelregels voor subsidieverlening van de MRDH. Vrijwel alle subsidies van de MRDH worden op grond van deze verordening verstrekt. Er zijn enkele uitzonderingen op deze regel. Voor zover subsidieaanvragen niet op basis van de genoemde subsidieverordening worden gehonoreerd, baseert de MRDH zich bij de besluitvorming op de bepalingen rondom subsidieverlening in de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Die wet biedt de volgende mogelijkheden voor subsidieverlening buiten de subsidieverordening (Awb 4:23): lid 3 onderdeel c: indien de begroting de subsidieontvanger en het bedrag waarop de subsidie ten hoogste kan worden vastgesteld, vermeldt, of; lid 3 onderdeel d: in incidentele gevallen, mits de subsidie voor ten hoogste vier jaren wordt verstrekt.
58
In het eerste geval wordt ook wel gesproken van een begrotingspostsubsidie, in het tweede geval van een incidentele subsidie. Voor de begroting 2027 worden de volgende subsidies begroot: Soort subsidie
Begrotingsprogramma Begunstigde
Begrotingspostsubsidie Mobiliteit
Begrotingspost- Economisch subsidie Vestigingsklimaat
Bedrag 2027 (€) toelichting Subsidie voor het uitvoeren van het Kennisprogramma Verkeer en Vervoer (KpVV). Het KpWprogramma is gericht op het ondersteunen van de gezamenlijke decentrale overheden bij het ontwikkelen en realiseren van hun integrale verkeers- en vervoerbeleid door middel van kennisproducten en het organiseren van netwerken. Op 28 februari 2024 heeft de bestuurscommissie Vervoersautoriteit een meerjarige subsidie verleend voor de periode 2024 tot en met 2027. Voor de periode na 2027 dienen nog subsidie afspraken te worden gemaakt. Voor deze nog te maken afspraken wordt in de begroting een bedrag van € 900.000 CROW 900.000 per jaar opgenomen, gelijk aan de huidige jaarsubsidie. InnovationQuarter is sinds de oprichting van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) een belangrijke partner in het realiseren van doelstellingen van de MRDH als het gaat om versterking van het Economisch Vestigingsklimaat en het innovatie-ecosysteem. De afgelopen jaren heeft de MRDH jaarlijks subsidie verleend aan InnovationQuarter op de onderwerpen Innoveren, Investor Relations en het Secretariaat van de Economic Board ZuidHolland (EBZ).
Op 28 februari 2024 heeft de bestuurscommissie Economisch vestigingsklimaat een meerjarige subsidie verleend aan InnovationQuarter voor de jaren 2024 tot en met 2026 voor de activiteiten die IQ jaarlijks middels een activiteitenlijst ter goedkeuring voorlegt aan de bestuurscommissie Economisch vestigingsklimaat. Vanaf begrotingsjaar 2027 zijn er nog geen subsidieafspraken gemaakt. Voor deze nog te maken afspraken wordt in de begroting een bedrag van € 1.061.424 per jaar opgenomen. Dat betreft de subsidie voor het jaar 2026, verhoogd met een indexering van 3,8%, gelijk aan de InnovationQuarter 1.061.424 indexering van de inwonerbijdrage EV.
Het algemeen bestuur verstrekt voor het verlenen en vaststellen van deze subsidies een mandaat aan de betreffende bestuurscommissies. Dit mandaatbesluit maakt integraal onderdeel uit van deze begroting.
59
Hoofdstuk 5
FINANCIËLE BEGROTING 5.1 Overzicht baten en lasten In het hierna opgenomen overzicht zijn de baten en lasten per programma verantwoord. Voorlopige jaarrekening 2025
Programmabegroting 2027 (euro's)
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
2026
2027
2028
2029
2030
Lasten per programma 1. Mobiliteit
623.637.251
813.813.125
933.484.156
926.609.125
889.838.919
913.998.190
2. Economisch Vestigingsklimaat
5.432.010
6.365.689
6.589.712
6.501.247
6.401.247
6.301.247
Overhead
8.197.851
8.908.921
9.217.176
9.217.176
9.217.176
9.217.176
0
0
0
0
0
0
637.267.112
829.087.735
949.291.044
942.327.548
905.457.343
929.516.613
Onvoorzien Totaal Baten per programma 1. Mobiliteit
627.637.251
817.813.125
933.484.156
926.609.125
889.838.919
913.998.190
2. Economisch Vestigingsklimaat
5.949.350
6.091.189
6.351.247
6.301.247
6.301.247
6.301.247
Dekking overhead uit BDU en Inwonerbijdrage EV
8.197.851
8.908.921
9.217.176
9.217.176
9.217.176
9.217.176
Totaal
641.784.452
832.813.235
949.052.579
942.127.548
905.357.342
929.516.613
4.517.340
3.725.500
-238.465
-200.000
-100.000
0
Saldo van baten en lasten Onttrekking aan reserves
87.035
274.500
238.465
200.000
100.000
0
Toevoeging aan reserves
-4.000.000
-4.000.000
0
0
0
0
604.375
0
0
0
0
0
Resultaat
De cijfers voor het jaar 2026 bestaan uit de vastgestelde begroting 2026 en de tot nu toe bekende wijzigingen, die bij de eerste bestuursrapportage 2026 ter besluitvorming worden voorgelegd.
Voor een toelichting op de fluctuaties in de baten en lasten per jaar verwijzen we naar hoofdstuk 2, waar de genoemde programma’s inhoudelijk worden beschreven. De baten en lasten van de treasuryfunctie worden inhoudelijk toegelicht in hoofdstuk 4.1 (Financiering). Lasten en dekking van de Overhead worden inhoudelijk toegelicht in hoofdstuk 3.2. De gespecificeerde onttrekking en toevoeging aan reserves is opgenomen in hoofdstuk 6 (Staat van reserves en fondsen 20252030).
60
Per taakveld is de begroting als volgt te rubriceren: Voorlopige Jaarrekening 2025
Begroting 2027 per taakveld (euro's)
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
2026
2027
2028
2029
2030
Lasten per taak veld 2.1 Verkeer en vervoer
42.826.268
80.192.312
95.500.174
80.356.991
55.842.145
63.933.098
2.5 Openbaar vervoer
562.445.677
714.893.294
813.481.554
818.687.363
802.765.952
817.047.655
0.5 Treasury
18.365.054
18.727.119
24.502.028
27.564.372
31.230.422
33.017.038
3.1 Economische ontwikkeling
5.432.010
6.365.689
6.589.712
6.501.247
6.401.247
6.301.247
0.4 Overhead
8.197.851
8.908.921
9.217.176
9.217.176
9.217.176
9.217.176
251
400
400
400
400
400
637.267.111
829.087.735
949.291.044
942.327.548
905.457.343
929.516.613
0.9 Vennootschapbelasting (Vpb) Totaal Baten per taakveld 2.1 Verkeer en vervoer
38.717.484
80.192.312
95.500.174
80.356.991
55.842.145
63.933.098
2.5 Openbaar vervoer
541.707.270
710.124.394
806.738.135
806.931.890
790.840.710
805.287.751
0.5 Treasury
47.212.496
27.496.419
31.245.846
39.320.244
43.156.064
44.777.341
3.1 Economische ontwikkeling
5.949.350
6.091.189
6.351.247
6.301.247
6.301.247
6.301.247
Dekking overhead uit BDU en Inwonerbijdrage EV
8.197.851
8.908.921
9.217.176
9.217.176
9.217.176
9.217.176
Totaal
641.784.451
832.813.235
949.052.579
942.127.548
905.357.342
929.516.613
4.517.340
3.725.500
-238.465
-200.000
-100.000
0
Saldo van baten en lasten Onttrekking aan reserves
87.035
274.500
238.465
200.000
100.000
0
Toevoeging aan reserves
-4.000.000
-4.000.000
0
0
0
0
604.375
0
0
0
0
0
Resultaat
De cijfers voor het jaar 2026 bestaan uit de vastgestelde begroting 2026 en de tot nu toe bekende wijzigingen, die bij de eerste bestuursrapportage 2026 ter besluitvorming worden voorgelegd.
5.2 Overzicht incidentele baten en lasten Inzicht in de incidentele baten en lasten is nodig om in beeld te brengen of de begroting materieel in evenwicht is. Dat wil zeggen dat de structurele lasten worden gedekt door structurele baten. De incidentele baten en lasten tellen niet mee voor het materiële evenwicht van de begroting. Onder incidentele baten en lasten verstaan we onder meer de volgende posten: stortingen in en onttrekkingen aan reserves; bijzondere ontvangen en verstrekte subsidies en (specifieke) uitkeringen. Verdere kaders zijn opgenomen in de Notitie structurele en incidentele baten en lasten van 1 december 2025 van de commissie BBV. De grootste geldstroom, de Brede doeluitkering verkeer en vervoer (BDU) betreft een structurele geldstroom en daarmee een structurele baat. De projectkosten die met deze baten worden gedekt, zijn daarmee ook structurele lasten. Met ingang van het begrotingsjaar 2024 worden de incidentele toevoegingen door het Rijk aan de BDU als structureel gekenmerkt, omdat ze niet van invloed zijn op het structurele begrotingssaldo (baten = lasten). Ook de Inwonerbijdrage Economisch Vestigingsklimaat en de daaraan gerelateerde uitgaven worden als structureel gekenmerkt. De volgende tabel geeft voor de programma’s en het onderdeel Overhead de incidentele lasten en baten weer.
61
Voorlopige Jaarrekening 2025
Incidentele baten en lasten (euro's) Incidentele lasten per programma 1. Mobiliteit 2. Economisch Vestigingsklimaat Overhead Totaal Incidentele baten per programma 1. Mobiliteit 2. Economisch Vestigingsklimaat Overhead Totaal Saldo van incidentele baten en lasten
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
Begroting 2030
4.476.584 87.035 0
11.371.083 274.500 0
5.214.652 238.465 0
3.788.440 200.000 0
0 100.000 0
0 0 0
4.563.619
11.645.583
5.453.117
3.988.440
100.000
0
2.480.277 87.035 0
7.371.083 274.500 0
5.214.652 238.465 0
3.788.440 200.000 0
0 100.000 0
0 0 0
2.567.312
7.645.583
5.453.117
3.988.440
100.000
0
1.996.307
4.000.000
0
0
0
0
Toelichting incidentele baten en lasten Mobiliteit lasten De incidentele lasten in 2025 en 2026 betreffen de toevoeging aan de risicoreserve financieringen (€ 4,0 miljoen, zie bijlage 1 Staat van reserves en fondsen). Daarnaast ontvangt de MRDH een specifieke uitkering van het Rijk voor verkeersveiligheidsmaatregelen. Dit zijn middelen die in twee tranches door het Rijk ter beschikking zijn gesteld en waarvoor de maatregelen uiterlijk in 2028 moeten zijn uitgevoerd. Ook zijn er bijdragen van derden ontvangen ter dekking van onderzoekskosten en projectuitgaven, voor zover daar in de betreffende jaren lasten tegenover staan, zijn deze lasten opgenomen. Voorlopige jaarrekening
Specificatie Mobiliteit (euro's) Toevoeging aan risicoreserve financieringen Specifieke uitkering verkeersveiligheidsmaatregelen Bijdragen derden aan onderzoek en projecten Totaal
2025 4.000.000 320.047 156.537 4.476.584
Begroting 2026 4.000.000 7.371.083 0 11.371.083
Begroting 2027 0 5.214.652 0 5.214.652
Begroting 2028
Begroting 2029
0 3.788.440 0 3.788.440
Begroting 2030 0 0 0 0
0 0 0 0
Mobiliteit baten Vanuit de Regeling Specifieke Uitkering Transitievergoeding zijn in 2023 subsidies verleend en verkregen voor de Transitievergoeding Openbaar Vervoer. De vervoerders hebben deze verantwoord in 2024. In 2025 heeft de afrekening plaatsgevonden. Daarnaast ontvangt de MRDH een specifieke uitkering van het Rijk voor verkeersveiligheidsmaatregelen. Dit zijn middelen die in twee tranches door het Rijk ter beschikking zijn gesteld en waarvoor de maatregelen uiterlijk in 2028 moeten zijn uitgevoerd. Ook zijn er bijdragen van derden ontvangen ter dekking van onderzoekskosten en projectuitgaven. Specificatie Mobiliteit (euro's) Beschikbaarheidsvergoeding/ Transitievergoeding (TVOV 2023) Specifieke uitkering verkeersveiligheidsmaatregelen Bijdragen derden aan onderzoek en projecten Totaal
Voorlopige jaarrekening 2025 1.727.259 320.047 432.971 2.480.277
Begroting 2026 0 7.371.083 0 7.371.083
Begroting 2027 0 5.214.652 0 5.214.652
Begroting 2028 0 3.788.440 0 3.788.440
Begroting 2029
Begroting 2030 0 0 0 0
0 0 0 0
Economisch Vestigingsklimaat Incidentele last betreft de inzet voor de Versnellingsaanpak. In totaal heeft het algemeen bestuur voor de Versnellingsaanpak bij de resultaatbestemming van de jaarrekening 2024 € 900.000 beschikbaar gesteld. Deze uitgaven worden gedekt uit de Egalisatiereserve vestigingsklimaat, een incidentele baat.
62
De commissie BBV adviseert in haar Notitie structurele en incidentele baten en lasten 2025 het structureel begrotingssaldo volgens een voorgeschreven format te presenteren. Hiermee wordt inzicht gegeven of de begroting en meerjarenbegroting structureel in evenwicht zijn. Presentatie van het structureel begrotingssaldo (euro's) Geraamde lasten
Geraamde baten Saldo baten en lasten (begrotingsssaldo voor bestemming) Beoogde toevoegingen aan reserves Beoogde onttrekkingen aan reserves Begrotingssaldo na bestemming (geraamd resultaat) Waarvan incidentele lasten en incidentele toevoegingen aan reserves Waarvan incidentele baten en incidentele onttrekkingen aan reserves Saldo incidentele baten en lasten Structureel begrotingssaldo (geraamd structureel resultaat)
Voorlopige Jaarrekening 2025 637.267.112 641.784.452 4.517.340 -4.000.000 87.035 604.375 4.563.619 -2.567.312 1.996.307 2.600.682
Begroting 2026 829.087.735 832.813.235 3.725.500 -4.000.000 274.500 0 11.645.583 -7.645.583 4.000.000 4.000.000
Begroting 2027 949.291.044 949.052.579 -238.465 0 238.465 0 5.453.117 -5.453.117 0 0
Begroting 2028 942.327.548 942.127.548 -200.000 0 200.000 0 3.988.440 -3.988.440 0 0
Begroting 2029 905.457.343 905.357.342 -100.000 0 100.000 0 100.000 -100.000 0 0
Begroting 2030 929.516.613 929.516.613 0 0 0 0 0 0 0 0
Uit het overzicht blijkt geen negatief saldo, en dat betekent dat de begroting structureel in evenwicht is. 5.3 Uiteenzetting van de financiële positie en de toelichting Inleiding De begroting 2027 is opgesteld volgens het Besluit begroting en verantwoording (BBV) voor provincies en gemeenten. Materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de verkrijgingsprijs, verminderd met de cumulatieve afschrijvingen. De afschrijvingen zijn lineair en berekend volgens de percentages van de Financiële verordening. De geraamde baten en lasten zijn toegerekend aan het verslagjaar waarop zij betrekking hebben, ongeacht of zij tot ontvangsten en uitgaven in het jaar hebben geleid. Rijksbijdragen zijn geraamd volgens het principe van Single information, Single audit op basis van het baten- en lastenstelsel. Financiële gevolgen bestaand en nieuw beleid Financiering ov-bedrijven Eind 2016 besloot de MRDH om de financiering van activa en nieuwe investeringen voor railvoertuigen en -infrastructuur van HTM en de RET over te nemen van de gemeenten Den Haag en Rotterdam. Dit doet de MRDH voor zover de samenhangende kapitaallasten via de railconcessie worden vergoed. Hiervoor zijn vanaf 2016 de bestaande leningen en borgstellingen overgenomen van de gemeenten Den Haag en Rotterdam.
Na de opbouw van de nodige risicoreserve blijven hierdoor structureel extra middelen beschikbaar voor de verkeer- en vervoeropgave in onze regio. Op 10 februari 2025 heeft het algemeen bestuur van de MRDH de Verordening verstrekking leningen voor bussen en stallingen Vervoersautoriteit MRDH vastgesteld en is de Verordening bussenleningen ingetrokken. In de Verordening verstrekking leningen voor bussen en stallingen Vervoersautoriteit MRDH is het nu ook mogelijk voor vervoerbedrijven om naast leningen voor zero-emissiebussen en bijbehorende laadinfrastructuur leningen aan te trekken voor de financiering van strategische busstallingslocaties. De financiële gevolgen hiervan worden toegelicht in hoofdstuk 4.1 (Financiering) en de daaraan verbonden risico’s in hoofdstuk 4.3 (Weerstandsvermogen en risico’s).
63
Overbesteding De kaders voor een tijdelijk tekort op de BDU-middelen voor verkeer en vervoer voldoen aan de wettelijke vereisten. Dit betekent dat overbestedingstekorten zijn gelimiteerd op een maximale periode van drie achtereenvolgende kalenderjaren. De begroting 2026 laat geen overbestedingstekorten zien. Hiermee voldoet de begroting aan het genoemde kader. Een verdere toelichting op de overbesteding is opgenomen in de hoofdstukken 4.1 (Financiering) en 4.3 (Weerstandsvermogen en risico’s).
64
Geprognosticeerde balanscijfers ACTIVA
Voorlopige Jaarrekening 31-12-2025
Vaste activa (art. 33) Materiële vaste activa (art. 35) Investeringen met economisch nut
Raming
Raming
Raming
Raming
Raming
31-12-2026
31-12-2027
31-12-2028
31-12-2029
31-12-2030
555.221 555.221
430.531 430.531
341.653 341.653
293.072 293.072
257.927 257.927
236.717 236.717
Financiële vaste activa (art. 36) Kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen Leningen aan deelnemingen en overige langlopende leningen
1.096.743.349 1.001 1.096.742.348
1.060.226.065 1.001 1.060.225.064
1.216.778.674 1.001 1.216.777.673
1.275.743.106 1.001 1.275.742.105
1.364.703.504 1.001 1.364.702.503
1.295.130.668 1.001 1.295.129.667
Totaal vaste activa
1.097.298.570
1.060.656.596
1.217.120.327
1.276.036.178
1.364.961.431
1.295.367.385
Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar (art. 39)
795.950.359
739.529.678
610.648.259
515.691.971
457.586.846
376.934.773
Vorderingen op openbare lichamen Verstrekte kasgeldleningen aan openbare lichamen Uitzettingen in 's Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Overige vorderingen
41.025.285 30.000.000 723.505.567 1.419.507
47.500.000 0 690.029.678 2.000.000
47.500.000 0 561.148.259 2.000.000
47.500.000 0 466.191.971 2.000.000
47.500.000 0 408.086.846 2.000.000
47.500.000 0 327.434.773 2.000.000
50.128 50.128
50.000 50.000
50.000 50.000
50.000 50.000
50.000 50.000
50.000 50.000
54.908.859
26.000.000
26.000.000
26.000.000
26.000.000
26.000.000
Vlottende activa (art. 37)
Liquide middelen (art. 40) Banksaldi
Overlopende activa (art. 40a) De van Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen Overige nog te ontvangen bedragen en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen
21.314.645
6.000.000
6.000.000
6.000.000
6.000.000
6.000.000
33.594.214
20.000.000
20.000.000
20.000.000
20.000.000
20.000.000
850.909.346
765.579.678
636.698.259
541.741.971
483.636.846
402.984.773
1.948.207.917
1.826.236.273
1.848.598.277
1.698.352.158
Totaal vlottende activa Totaal activa PASSIVA
Vaste passiva (art. 41) Eigen vermogen (art. 42/43) Algemene reserve Bestemmingsreserves Gerealiseerde resultaat
Voorlopige Jaarrekening 31-12-2025
1.853.818.585
1.817.778.150
Raming
Raming
Raming
Raming
Raming
31-12-2026
31-12-2027
31-12-2028
31-12-2029
31-12-2030
46.551.943 0 45.947.568 604.375
49.673.069 0 49.673.069 0
49.434.604 0 49.434.604 0
49.234.603 0 49.234.603 0
49.134.603 0 49.134.603 0
49.134.603 0 49.134.603 0
1.075.544.243 1.074.762.993 781.250 1.122.096.186
1.060.225.064 1.060.225.064
1.216.777.673 1.216.777.673
1.275.742.105 1.275.742.105
1.364.702.503 1.364.702.503
1.295.129.667 1.295.129.667
1.109.898.133
1.266.212.277
1.324.976.709
1.413.837.106
1.344.264.270
Netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar (art. 48)
25.384.953
37.000.000
37.000.000
37.000.000
37.000.000
37.000.000
Overige schulden
25.384.953
37.000.000
37.000.000
37.000.000
37.000.000
37.000.000
800.726.778
679.338.140
550.606.308
455.801.441
397.761.171
317.087.889
146.033.716
71.537.281
71.686.868
71.838.289
71.903.144
71.881.935
639.276.748
605.800.859
476.919.440
381.963.152
323.858.027
243.205.954
15.416.314
2.000.000
2.000.000
2.000.000
2.000.000
2.000.000
826.111.731
716.338.140
587.606.308
492.801.441
434.761.171
354.087.889
1.948.207.917
1.826.236.273
1.853.818.585
1.817.778.150
1.848.598.277
1.698.352.158
Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer (art. 46) Onderhandse leningen van binnenlandse banken en overige financiële instellingen Waarborgsommen Totaal vaste passiva Vlottende passiva (art. 47)
storting plus, ontrekking min) Overlopende passiva (art. 49) Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen, met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume De van de Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren Overige vooruit ontvangen bedragen die ten bate van het volgende begrotingsjaar komen
Totaal vlottende passiva Totaal passiva
65
EMU-saldo Voorlopige Jaarrekening
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
2025
2026
2027
2028
2029
2030
4.517.340
3.725.500
-238.465
-200.000
-100.000
0
Afschrijvingen ten laste van de exploitatie
244.536
251.790
153.815
51.931
36.821
21.210
Investeringen in (im)materiële vaste activa die op de balans worden geactiveerd
-97.503
-251.000
0
0
0
0
4.664.373
3.726.290
-84.650
-148.069
-63.179
21.210
EMU saldo (euro's)
Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves
Berekend EMU-saldo
Het berekende EMU‑saldo is in een aantal begrotingsjaren negatief als gevolg van onttrekkingen uit reserves. Deze onttrekkingen worden binnen het EMU‑kader aangemerkt als uitgaven en leiden daarmee tot een verslechtering van het EMU‑saldo, zonder dat sprake is van een negatief begrotingsresultaat. Het betreft een tijdelijk en verklaarbaar effect, samenhangend met de inzet van eerder gevormde middelen, en geen structureel tekort in de exploitatie. Het EMU‑saldo herstelt zich in latere jaren weer naar een neutrale positie. Arbeidskosten gerelateerde verplichtingen Het BBV schrijft voor dat er inzicht wordt gegeven in de jaarlijks terugkerende arbeidskosten en gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, waarvoor geen voorziening is getroffen. Sinds de verplichte invoering van het Individueel Keuzebudget worden de verschuldigde bedragen voor vakantietoeslag, eindejaars- en levensloopuitkeringen vanaf 2017 geheel toegerekend aan het begrotingsjaar waarin zij verschuldigd zijn. Sinds 2022 biedt de cao de mogelijkheid om verlof te sparen. Vanwege het geringe bedrag worden er vooralsnog geen voorzieningen opgenomen. Bij het opstellen van deze begroting 2027 waren er geen afspraken of regelingen bekend, die leiden tot ontslag- of afvloeiingsuitkeringen in 2027. De MRDH is aangesloten bij het bedrijfstakpensioenfonds Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP).
Er zijn geen aanvullende pensioenverplichtingen behalve door hogere premies. Investeringen Een overzicht van de waardering en het onderhoud bestaande en toekomstige materiële vaste activa is te vinden in hoofdstuk 4.4 (Onderhoud kapitaalgoederen). Financiering Een uitgebreide toelichting hierover staat in hoofdstuk 4.1 (Financiering). Reserves Het verloop van de reserves in de periode 2025 t/m 2030 staat in hoofdstuk 6 (Staat van reserves en fondsen).
66
Hoofdstuk 6
STAAT VAN RESERVES EN FONDSEN 2025-2030 Raming saldo 31-12-2025
Raming toevoeging 2026
Raming onttrekking 2026
Raming saldo 31-12-2026
Raming toevoeging 2027
Raming onttrekking 2027
Raming saldo 31-12-2027
Reserves Egalisatiereserve EV Risicoreserve financieringen Subtotaal reserves
5.947.569 40.000.000 45.947.569
0 4.000.000 4.000.000
274.500 0 274.500
5.673.069 44.000.000 49.673.069
0 0 0
238.465 0 238.465
5.434.604 44.000.000 49.434.604
Fondsen BDU Subtotaal fondsen
639.276.748 639.276.748
749.534.911 749.534.911
783.010.800 783.010.800
605.800.859 605.800.859
768.207.414 768.207.414
897.088.833 897.088.833
476.919.440 476.919.440
685.224.317
753.534.911
783.285.300
655.473.928
768.207.414
897.327.298
526.354.044
Omschrijving
TOTAAL-GENERAAL Omschrijving Reserves Egalisatiereserve EV Risicoreserve financieringen Subtotaal reserves Fondsen BDU Subtotaal fondsen TOTAAL-GENERAAL
Raming saldo 31-12-2027
Raming Raming toevoeging onttrekking 2028 2028
Raming saldo 31-12-2028
Raming toevoeging 2029
Raming onttrekking 2029
Raming saldo 31-12-2029
Raming Raming toevoeging onttrekking 2030 2030
Raming saldo 31-12-2030
5.434.604 0 200.000 5.234.603 44.000.000 0 0 44.000.000 49.434.604 0 200.000 49.234.603 0 0 476.919.440 788.609.329 883.565.617 381.963.152 476.919.440 788.609.329 883.565.617 381.963.152 0 526.354.044 788.609.329 883.765.617 431.197.756
0 0 0
100.000 0 100.000
5.134.603 44.000.000 49.134.603
0 0 0
5.134.603 44.000.000 49.134.603
0 0 0
788.642.906 846.748.031 323.858.027 788.633.952 869.286.025 243.205.954 788.642.906 846.748.031 323.858.027 788.633.952 869.286.025 243.205.954 788.642.906 846.848.031 372.992.630 788.633.952 869.286.025 292.340.557
67
Toelichting staat van reserves en fondsen Egalisatiereserve EV Deze reserve bevat de nog niet financieel afgewikkelde bijdragen aan gemeenten per jaareinde, op grond van de Bijdrageregeling versterking economisch vestigingsklimaat MRDH. Risicoreserve financieringen Meer informatie over de opbouw van deze reserve en het geraamde verloop daarvan staat in hoofdstuk 4.3 (paragraaf Weerstandsvermogen en risico’s). Fonds BDU Jaarlijks ontvangt de MRDH een rijksbijdrage in het kader van de Wet Brede doeluitkering verkeer en vervoer (BDU). Deze toevoegingen aan het fonds worden toegelicht in hoofdstuk 3.1. De onttrekkingen hebben betrekking op de BDU-bijdragen aan de exploitatie in het programma Mobiliteit zoals opgenomen in 2.1.2 (Wat gaat het kosten? programma Mobiliteit). Daarnaast vindt er jaarlijks een onttrekking plaats om de kosten voor de overhead gerelateerd aan verkeer en vervoer te dekken (zie hiervoor hoofdstuk 3.2).
68
Hoofdstuk 7
INWONERBIJDRAGEN PER GEMEENTE Alle deelnemende gemeenten aan de gemeenschappelijke regeling Metropoolregio Rotterdam Den Haag betalen in 2027 een bijdrage voor het versterken van het economisch vestigingsklimaat. In onderstaande tabel staan de bijdragen per gemeente.
Gemeente
Aantal inwoners 1 januari 2026 (*)
Bijdrage per inwoner
Totaal inwonerbijdrage 2027
Albrandswaard
26.560
3,11
82.602
Barendrecht
48.678
3,11
151.389
Capelle aan den IJssel
69.644
3,11
216.593
Delft
110.044
3,11
342.237
Den Haag
569.076
3,11
1.769.826
Krimpen aan den IJssel
29.869
3,11
92.893
Lansingerland
66.613
3,11
207.166
Leidschendam-Voorburg
78.915
3,11
245.426
Maassluis
37.136
3,11
115.493
Midden-Delfland
19.359
3,11
60.206
Nissewaard
89.111
3,11
277.135
Pijnacker-Nootdorp
58.749
3,11
182.709
Ridderkerk
48.070
3,11
149.498
Rijswijk (ZH.)
61.874
3,11
192.428
Rotterdam
674.485
3,11
2.097.648
Schiedam
82.055
3,11
255.191
Vlaardingen
77.462
3,11
240.907
Voorne aan Zee
75.000
3,11
233.250
Wassenaar
27.975
3,11
87.002
Westland
118.795
3,11
369.452
Zoetermeer
130.850
3,11
406.944
Totaal
2.500.320
7.775.995
(*) bron: CBS StatLine info van 26-3-2026.
De inwonerbijdrage stijgt ten opzichte van de Begroting 2026 met € 0,11 per inwoner (volgens Kadernota MRDH begroting 2027) naar € 3,11 per inwoner. De inwonerbijdrage EV bedraagt in 2027 € 7.775.995 en wordt voor € 6.301.247 verantwoord als baten voor de dekking van de lasten binnen het programma Economisch Vestigingsklimaat (Wat mag het kosten? hoofdstuk 2.2.2). Daarnaast wordt er voor de dekking van de kosten van overhead gerelateerd aan het versterken van het economisch vestigingsklimaat (hoofdstuk 3.2) € 1.474.748 ingezet.
69
Hoofdstuk 8
BESLUIT Het algemeen bestuur van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag; gelet op artikel 35 van de Wet gemeenschappelijke regelingen; gelezen het voorstel van het dagelijks bestuur van 11 september 2026; besluit: -
-
-
de begroting 2027 van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag vast te stellen, de in de programma’s opgenomen budgetten vast te stellen op subtotalen en kennis te nemen van de meerjarenbegroting 2028-2030; de bestuurscommissie Vervoersautoriteit te mandateren om begrotingspostsubsidies te verlenen en vast te stellen en dit mandaat te begrenzen tot de genoemde begunstigden en de daarbij behorende bedragen op het begrotingsprogramma Mobiliteit; de bestuurscommissie Economisch Vestigingsklimaat te mandateren om begrotingspostsubsidies te verlenen en vast te stellen en dit mandaat te begrenzen tot de genoemde begunstigden en de daarbij behorende bedragen op het begrotingsprogramma Economisch Vestigingsklimaat.
Aldus besloten in de openbare vergadering van het algemeen bestuur van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag van 11 september 2026,
de secretaris,
de voorzitter,
Christel Mourik
Jan van Zanen
70
Bijlage 1 INDICATOREN In het Besluit begroting en verantwoording provincie en gemeenten (BBV) is bij ministeriële regeling een set van verplichte beleidsindicatoren vastgesteld. De insteek van deze set is dat de hiervoor benodigde informatie met een zo gering mogelijke inspanning beschikbaar is (via de website Waarstaatjegemeente.nl). De ministeriële regeling bevat voor het taakveld Economie de volgende indicatoren: ‘Functiemenging’ en ‘Vestigingen (van bedrijven)’. Voor deze begroting gaan we ervan uit dat de deelnemende gemeenten zelf verantwoording afleggen over deze indicatoren, omdat dit geen wettelijke taak is van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag. De regeling bevat geen indicatoren voor Mobiliteit. In deze begroting worden wel de indicatoren met betrekking tot bestuur en bedrijfsvoering opgenomen. Zie hiervoor onderstaande tabel. # 1 2 3 4 5
Taakveld 0. Bestuur en ondersteuning 0. Bestuur en ondersteuning 0. Bestuur en ondersteuning 0. Bestuur en ondersteuning 0. Bestuur en ondersteuning
Indicator Formatie
Apparaatskosten
Periode 2027 per 1000 inwoners 1 januari 2026 per 1000 inwoners 2027
Externe inhuur
2025
Overhead
2027
Bezetting
Waarde B2027 0,043 fte per 1000 inwoners 0,036 fte per 1000 inwoners € 6,80 per inwoner 12,81% van de totale loonsom 0,97% van de totale lastenbegroting
Waarde B2026 0,038 fte per 1000 inwoners 0,036 fte per 1000 inwoners € 6,10 per inwoner 12,77% van de totale loonsom 1,02% van de totale lastenbegroting
Ad 1) In de begroting 2027 bedraagt de formatie 106,67 fte. Het aantal inwoners van de metropoolregio Rotterdam Den Haag bedraagt per 1 januari 2026 2.500.320 (zie hoofdstuk 7). Ad 2) De bezetting per 1 januari 2026 bedraagt 91,14 fte. Dit betreft de medewerkers met een aanstelling bij de Metropoolregio Rotterdam Den Haag en niet de externe inhuur. Deze inhuur wordt verantwoord binnen de indicator Externe inhuur. Het aantal inwoners van de metropoolregio Rotterdam Den Haag bedraagt per 1 januari 2026 2.500.320 (zie hoofdstuk 7). Ad 3) De totaal begrote apparaatskosten bedragen in 2027 € 16.995.792 (zie hoofdstuk 4.5). Het aantal inwoners van de metropoolregio Rotterdam Den Haag bedraagt per 1 januari 2026 2.500.320 (zie hoofdstuk 7). Ad 4) De totale loonsom bedroeg in 2025 € 10.587.255. De kosten voor externe inhuur bedroegen in 2025 € 1.356.719. Voor 1,9% betreft deze inhuur medewerkers van de aangesloten gemeenten. Ad 5) In de begroting 2027 bedraagt de overhead € 9.217.176 (zie hoofdstuk 3.2 Overhead). De totale lasten bedragen € 949.291.044 (zie hoofdstuk 1). De indicator is voornamelijk afhankelijk van de totale lasten van de begroting. Die kan schommelen vanwege de realisatie van grote infrastructurele projecten. De kosten van overhead volgen de Notitie Overhead 2026 van de commissie BBV en de verwachte materiële en personele prijsontwikkeling.
Daarnaast is de organisatiestructuur per 1 januari 2026 gewijzigd.
71
Bijlage 2 DETAIL PROJECTEN EN PROGRAMMA’S MEERJARENBEELD BDU
Hierna volgt het overzicht van de projecten en programma’s uit het meerjarenbeeld. Zoals in hoofdstuk 1 is aangegeven neemt het financieel commitment van de MRDH toe naarmate het project verder is uitgewerkt. De fase waarin een project zich bevindt, bepaalt of het wordt opgenomen in de (meerjaren)begroting (uitwerkings- en realisatiefase) of in de werkvoorraad (fase van onderzoek/initiatief, verkenningsfase, planstudiefase). Soms is het nodig om de financiële inzet van de MRDH eerder vast te leggen in de begroting om te voldoen aan het budgetrecht van het algemeen bestuur. Dat geldt bijvoorbeeld voor MIRT-projecten (Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport), waarbij afspraken worden gemaakt tussen Rijk en regio. Ongeacht de fase waarin een MIRT-project zich bevindt, wordt zo nodig een reservering gemaakt in de (meerjaren)begroting. In het overzicht wordt dat met een sterretje vermeld bij de projectfase, wat betekent dat het project is opgenomen in de begroting. In het meerjarenbeeld is daarnaast rekening gehouden met de gevolgen die infrastructurele projecten hebben op de exploitatielasten van het ov (zie laatste regel in het overzicht). Grote projecten (> € 10 miljoen subsidiabele kosten) hebben over het algemeen een lange doorlooptijd, waardoor het risico op prijsstijgingen bestaat.
Vergelijkbaar met de begroting 2026 indexeren we deze projecten standaard volgens de methode die bij het project is vastgesteld (zoals IBOI of GWW). Als er geen expliciet besluit is genomen over de indexering, indexeren we volgens de indexering van de BDU. De mutaties in het overzicht ten opzichte van de begroting 2026 hangen verder samen met besluitvorming in de bestuurscommissie. Het gaat dan bijvoorbeeld om besluitvorming over Metropolitane fietsroutes (MFR) en besluitvorming over de toevoeging van projectbudget aan MIRTprojecten in aanloop naar het BO MIRT van januari 2026. Op basis van het uitgangspunt dat de begroting realistisch moet zijn is een enkel project verschoven van begroting naar meerjarenbeeld, bijvoorbeeld de fietsroute N14 Sijtwende, waarvoor het realisatiemoment onzeker is vanwege de koppeling met een gepauzeerd wegenproject van het Rijk. De inzet van de MRDH bij de N57 betreft de invulling van het voormalige budget ‘Gebiedsuitwerking overig’. Het restant van dit budget valt nu vrij.
72
Projectnaam Lijn 19 Zoetermeer ontwikkeling Entreegebied AVLM (Pilot MARTHA) INTHR Aanpassing Schiedam ivm 4 sporigheid Busstation Nissewaard Metrostation Nissewaard Move- CID Binckhorst no regret R-net Ridderkerk-Rotterdam (HOV Ridderkerk) Schiedam Fietscorridor Spaanse Polder - M4H fase 1 Plan toekomstvast tramnet Rotterdam Metronet MFR Westland - Rotterdam MFR Rotterdam - Zoetermeer MFR Delft - Rotterdam Alexander Gekoppeld rijden RandstadRail, Spoorbeveiliging en Beurs MFR Rotterdam - Ridderkerk Nieuwe fietsbrug over de Vliet Beatrixlaan fase 1 Kruising Erasmusweg-Lozerlaan Move - Gebiedsuitwerking Greenport 3.0. Westland:
Subproject
MRDH bijdrage Fase 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032 2033 2034 2035 2036 2037 2038 2039 2040 2041 2042 2043 2044 2045 na 2045 92 Realisatie 9 5 Realisatie 3 3 8 Realisatie 0 0 156 Realisatie 15 19 23 12 16 8 Realisatie 0 10 Realisatie 2 7 Realisatie 3 31 Realisatie 4 12 2 8 Realisatie 4 2 9 Realisatie 3 4 2 58 Realisatie 9 10 10 10 18 2 113 Realisatie 15 34 13 13 13 13 6 25 Realisatie 3 1 2 2 3 5 7 19 Realisatie 4 2 1 1 3 4 2 29 Realisatie 4 2 6 11 7 120 Uitwerking 4 10 10 20 30 20 10 10 5 32 Planstudie* 14 8 1 1 2 6 3 Planstudie* 3 9 Planstudie* 1 4 4 25 Planstudie* 6 6 6 6 MFR Naaldwijk-Den Haag CID 18 Planstudie* 5 3 1 1 8 MFR Naaldwijk-Delft 19 Planstudie* 5 3 4 4 4 Greenport 3.0 13 Verkenning* 1 4 4 4 Move – Gebiedsuitwerking - Voorne-Putten en Haven Rotterdam 9 Uitwerking 3 3 3 Move - Regionale inzet restbudget weginfra (N57) 5 Planstudie* 1 1 1 1 Move - Vlietlijn 143 Uitwerking 3 32 32 32 41 1 Move - Stadsbrug & HOV Stadsbrug Rotterdam 228 Uitwerking 5 4 14 50 50 50 52 HOV Maastunnel 8 Onderzoek/Initiatief* 1 2 3 2 Algeracorridor 10 Uitwerking 0 2 2 2 2 Move - Oude Lijn - Knooppunt Schiedam Centrum 17 Planstudie* 1 1 2 6 7 Move - Oude Lijn - Knooppunt Laan van NOI 17 Planstudie* 1 1 2 6 6 Move - Oude Lijn - Landschapsversterking Bijzonder Provinciaal Landschap 21 Verkenning* 4 4 4 4 4 Programma kleine projecten 590 Uitwerking 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30
30 30 30 30 30 30 30 Hobbemaplein Planstudie Toekomstvast OV Zoetermeer Verkenning Fietsroute N14 Sijtwende Onderzoek/Initiatief P+R Onderzoek/Initiatief Movv ZoRo Onderzoek/Initiatief HOV-verkenning Den Haag-Naaldwijk-Maassluis-Delft-Rotterdam Onderzoek/Initiatief Movv Koningscorridor oost (excl Binckhorst) Onderzoek/Initiatief Movv Koningscorridor west (CS - Madurodam) Onderzoek/Initiatief Movv Koningscorridor west (Telderstracé) Onderzoek/Initiatief Beatrixlaan fase 2 Onderzoek/Initiatief HOV Ridderkerk fase 2 Onderzoek/Initiatief Complexe schakels Onderzoek/Initiatief Spoorbeveiliging Onderzoek/Initiatief Uitvoeringsprogramma Onderzoek/Initiatief Weerbaarheid Onderzoek/Initiatief Exploitatie OV Exploitatie
bedragen x € 1.000.000, prijspeil 2026)
73
Bijlage 3 Investeringsprogramma Vervoersautoriteit 2027 Inhoudsopgave 1.
Inleiding, achtergronden en kaders .......................................................................................... 76 1.1. Inleiding ............................................................................................................................ 76 1.2. Werkgebied van de Vervoersautoriteit ............................................................................... 77 1.3. Uitgangspunten en randvoorwaarden ................................................................................ 78 1.4. Budgetten.......................................................................................................................... 80
2. 3.
Integrale programma’s ............................................................................................................. 82 Afspraken BO MIRT .................................................................................................................. 83 3.1. Oeververbindingen en HOV Oostflank Rotterdam .............................................................. 83 3.2. De Vlietlijn (voorheen Bereikbaarheid Central Innovation District (CID)-Binckhorst) ......... 85 3.3. Oude Lijn, knooppunten, Metronet/RandstadRail en LeiZo ................................................ 85 3.4. Gebiedsuitwerking Greenport 3.0. Westland ...................................................................... 86 3.5. MIRT Maatregelenpakket Bereikbaarheid Voorne-Putten en Haven Rotterdam .................. 86 3.6. Mobiliteitspakketten........................................................................................................... 86