09.03 - Kaderstelling Warmtetransitie
Tekst van het document
Kaderstelling Warmtetransitie
0
Inhoudsopgave Samenvatting
2
1
Aanleiding
3
2
Randvoorwaarden
4
3
Uitgangspunten
5
4
Criteria
9
5
Overige gebieden en isolatieaanpak
11
Bijlage 1: Definitie woonlastenneutraal
12
1
Samenvatting Gemeenten hebben een regierol in de warmtetransitie. Op 15 april 2019 heeft de gemeenteraad als eerste stap de Warmtetransitieagenda vastgesteld. Nu werken we aan het opstellen van de Transitievisie Warmte. Voorafgaand aan deze visie leggen we in deze notitie eerst de kaders voor de warmtetransitie in Capelle aan den IJssel vast. Algemeen CO2 reductie is het doel. We houden daarom vast aan de doelstellingen voor energiebesparing en duurzame energieopwekking voor 2030 zoals opgenomen in Koersdocument Duurzaam Capelle. Het aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving is een middel om daar te komen. Als einddoel houden we vast aan het koersdocument waarin is afgesproken dat in de 2050 de uitstoot van CO2 bijna nul is. Randvoorwaarden We zien ook dat de randvoorwaarden – financieel, juridisch – om buurten/wijken daadwerkelijk aardgasvrij te maken op dit moment nog ontbreken. We maken ons samen met andere (regio)gemeenten, hard richting de Rijksoverheid om ons de juiste randvoorwaarden te geven. Uitgangspunten Tegelijkertijd blijven we in beweging op weg naar ons doel. Daarbij hanteren we de volgende uitgangspunten die we willen vastleggen in de Transitievisie Warmte: A. we gaan zo efficiënt mogelijk met energie om; B. alternatieven voor aardgas moeten woonlastenneutraal* zijn; C.
in gebieden waar stadsverwarming voor de hand ligt, voert de gemeente regie én blijft ruimte voor individuele oplossingen; D. initiatieven van Capellenaren die aan de slag willen met aardgasvrij krijgen ondersteuning; E. de warmtetransitie pakken we aan in samenwerking en afstemming met (regio)gemeenten. Criteria Gelet op de randvoorwaarden en de uitgangspunten gaan we na hoe we extra energiebesparing kunnen realiseren uit andere oplossingen dan aardgasvrij, zoals isolatie en het stimuleren van hybride oplossingen, om de vastgestelde ambities voor 2030 te behalen. Een eerste verkenning laat zien dat de opgave fors is: 133 TJ. We werken uit welke acties en maatregelen mogelijk/nodig zijn om dit te realiseren. Daarbij houden we rekening met knelpunten in de huidige isolatieaanpak. Verder brengen we in beeld of deze strategie risico’s heeft voor het kunnen aanhaken van Capelle aan den IJssel op ontwikkelingen rondom regionale warmte. Pas als aan de gestelde randvoorwaarden is voldaan, pakken we door met het aardgasvrij maken van buurten/wijken. Om te komen tot logische plekken hanteren we daarbij de volgende (selectie)criteria: a. de meest robuuste wijken/buurten uit analysemodellen; b. wijken/buurten waar koppelkansen met andere opgaven liggen; c. wijken/buurten met ‘energie’ van Capellenaren.
Overige zaken Daarnaast vinden wij overige zaken nog van belang in de warmtetransitie, maar dit regelen we op andere plekken dan in de TVW of dit wordt geregeld door landelijke regelgeving. In de afspraken met de huidige (en toekomstige) exploitant(en)** van stadsverwarming nemen we de volgende zaken mee waarbij landelijke regelgeving leidend is: 1. De bestaande stadsverwarming wordt vergroend (100% duurzame warmte in 2050); 2. Er wordt geen houtige biomassa gebruikt als warmtebron voor stadsverwarming (dit geldt ook voor initiatieven van Capellenaren: die ondersteunen we niet als houtige biomassa de warmtebron is). * **
Zie definitie woonlastenneutraal in bijlage 1. Wat betreft de marktordening volgen we de kaders die de Rijksoverheid hier wettelijk aan stelt.
2
1
Aanleiding
Vanuit de klimaatopgave en de aardbevingenproblematiek in Groningen heeft de Rijksoverheid besloten dat we duurzame alternatieven moeten vinden voor de verwarming van gebouwen, warm tapwater en koken. Gemeenten vervullen een regierol in deze warmtetransitie. Elke gemeente dient hiervoor in 2021 een eerste Transitievisie Warmte (TVW) vast te stellen. Uiterlijk elke vijf jaar wordt deze visie herzien om aan te blijven sluiten op actuele ontwikkelingen. Op 15 april 2019 heeft de gemeenteraad de Warmtetransitieagenda vastgesteld. We werken nu aan het opstellen van de TVW. Deze willen we voor de zomer van 2021 in concept gereed hebben en eind 2021 ter besluitvorming voorleggen aan de gemeenteraad. In het warmteakkoord van 16 september 2019 hebben we afgesproken dat te doen in overleg met Stedin, Havensteder, het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard (HHSK), Eneco en het Energiecollectief Capelle (ECC). Inhoud Transitievisie Warmte Een TVW bestaat vrijwel altijd uit een aantal vaste pijlers. In onderstaand figuur zijn deze samengevat.
Eén van de pijlers van de TVW is een set gedragen uitgangspunten waarop de keuzes die worden gemaakt in het proces worden gebaseerd. Ze zijn te beschouwen als de leidende principes in het samenwerken ofwel de succesfactoren voor een gedragen visie. Daarnaast zijn ook (prioriterings- of selectie)criteria van belang. Dit zijn concrete criteria voor het bepalen van de fasering en prioritering van wijken/buurten waar het logisch is om de warmtetransitie te starten. Daarnaast bieden ze, samen met de uitgangspunten, ook een handvat voor de koers die we willen volgen. In deze notitie worden deze uitgangspunten en criteria beschreven, evenals de randvoorwaarden voor de warmtetransitie in Capelle aan den IJssel en enkele overige zaken.
3
2
Randvoorwaarden
Voordat we tot de uitgangspunten en criteria overgaan, leggen we eerst de randvoorwaarden vast waaraan voldaan moet worden om verder te werken aan de overstap naar een aardgasvrije gebouwde omgeving in Capelle aan den IJssel. Met het Programma Duurzaamheid en de Warmtetransitieagenda heeft de gemeenteraad op 15 april 2019 besloten om de warmtetransitie in Capelle aan den IJssel op te starten. Op basis hiervan is gestart met haalbaarheidsonderzoeken in Rivium en de Florabuurt e.o. en het in beeld brengen hoe een mogelijk hoofdtracé van een collectief warmtenet in de stad eruit kan zien. Zo leren we en doen we ervaringen met de warmtetransitie op. Ook is een isolatieaanpak gestart. Maar om verder in de stad te werken aan de warmtetransitie in Capelle aan den IJssel moet eerst worden voldaan aan de volgende randvoorwaarden: 1. Capelle aan den IJssel onderschrijft het landelijke doel om onze CO 2 uitstoot drastisch te verminderen. Aardgasvrij is daarin geen doel op zich, maar een middel. We zetten daarom maatregelen in die relatief snel veel resultaat boeken, waar we achteraf geen spijt van hebben en het meest kostenefficiënt zijn (de hoogste CO 2 reductie per €). Daarbij denken we voor de gebouwde omgeving met name aan gebouwen isoleren om aardgasverbruik te reduceren.
We hebben daarnaast oog voor de (technologische) ontwikkelingen rondom kernenergie en waterstof, maar zijn ons bewust dat inzet hiervan in de gebouwde omgeving voor 2030 niet aan de orde is. 2. Het Rijk moet gemeenten de juiste condities geven om aardgasvrij te kunnen realiseren met en voor onze inwoners. Daarbij staat voor het college ‘woonlastenneutraal’ met stip op één. Dit sluit ook aan bij de voorwaarden die de VNG heeft gesteld aan het zetten van haar handtekening (mede namens Capelle aan den IJssel) onder het klimaatakkoord: I. II.
III.
Gemeenten en hun partners krijgen de juiste bevoegdheden om hun regierol ook daadwerkelijk te kunnen uitvoeren; Het tempo waarin gemeenten met de uitvoering aan de slag kunnen, is afhankelijk van de mate waarin de energietransitie haalbaar en betaalbaar is voor de samenleving (hier voegen we voor Capelle aan den IJssel aan toe dat alternatieven voor aardgas woonlastenneutraal moeten zijn op het moment van overstappen); Een vergoeding voor de toename in uitvoeringslasten voor gemeenten.
Wij willen de samenwerking opzoeken met andere (regio)gemeenten voor lobby richting het Rijk om bovenstaande punten te bereiken. Zo heeft Capelle aan den IJssel in de zomer van 2020 al, samen met andere gemeenten in de regio Rotterdam-Den Haag en de regio Drechtsteden, haar zorgen geuit over het onderzoek naar de toename in uitvoeringslasten voor gemeenten.
4
3
Uitgangspunten
Op verzoek van de raad zijn we voor het bepalen van de uitgangspunten uitgegaan van de leidende principes uit de Warmtetransitieagenda. Deze houden we hieronder één voor één tegen het licht in het kader van de hierboven beschreven randvoorwaarden en andere ontwikkelingen. De uitgangspunten samen geven antwoord op de vraag: wat streeft de gemeente Capelle aan den IJssel na in de warmtetransitie in het licht van de doelstelling CO 2-neutraal in 2050? 1. Isolatie staat altijd voorop Dit uitgangspunt sluit aan bij randvoorwaarde 1. We willen zo efficiënt mogelijk met energie omgaan en dus blijft isolatie voorop staan. Met isoleren kunnen we relatief snel en kostenefficiënt de uitstoot van CO2 verminderen. De TVW geeft, met de kennis van nu, inzicht in het kansrijke alternatief voor aardgas per wijk/buurt. Dat gebeurt met name op basis van een financieel-technische analyse van het aanwezige vastgoed. Onderdeel van het resultaat is dan ook inzicht in wat aan het vastgoed in die wijk/buurt qua isolatiemaatregelen optimaal is in relatie tot de alternatieve warmtevoorziening. Daarmee geeft het houvast voor een op maat gesneden isolatieaanpak en weten vastgoedeigenaren waar ze van uit kunnen gaan. Omdat we gebouwen zo efficiënt mogelijk van energie willen voorzien geldt verder: 1.
Bij nieuwbouw gaan we uit van een zo laag mogelijke temperatuur voor verwarmen (dit biedt tevens kansen om het gebouw te koelen); 2. In lijn met de Regionale Energiestrategie gaan we in principe er van uit dat de bestaande én nieuwe stadsverwarming op midden temperatuur zal zijn (70 graden een gebouw in en 40 graden retour). Praktisch gezien kan ook gekozen worden voor een fasering van hoge temperatuur naar midden temperatuur. Om de overstap naar midden temperatuur in Schollevaar mogelijk te maken, dient uiteraard de isolatie van gebouwen geschikt te zijn. De stadsverwarming in Fascinatio is al op midden temperatuur. 3. Waar mogelijk (financieel, technisch en ruimtelijk) maken we gebruik van lokale bronnen. De afweging tussen de inzet van lokale- en regionale bronnen maken we in lijn met de Regionale Energiestrategie op het niveau van Capelle aan den IJssel in de Transitievisie Warmte en in de uitvoeringsplannen per warmtekavel. VOORSTEL: vasthouden als uitgangspunt voor de TVW vanuit breder perspectief om efficiënt gebruik te maken van energie. Uitvoering isolatieaanpak (Programma Duurzaamheid) in overeenstemming brengen met uit te stippelen strategie in de TVW. Zie verderop in deze notitie.
2. Warmtekoude opslag gaat voor alles bij invulling van de koude vraag Naast alternatieven voor aardgas en het bieden van handelingsperspectief, wordt in de warmtetransitie ook het aspect koeling meer en meer van belang met oog op een comfortabele, gezonde en duurzame gebouwde omgeving. Recent heeft de raad hier ook extra aandacht voor gevraagd in de Regionale Energiestrategie. Warmtekoudeopslag (WKO) is één van de technieken om hierin te voorzien, maar er zijn meer mogelijkheden. Ook voor koelen gaan we uit van het zo efficiënt mogelijk gebruik maken van energie. Het is daarom verstandiger om eerst te voorkomen dat gebouwen verregaand opwarmen (bijvoorbeeld door meer groen in de wijk), vervolgens te zoeken naar manieren om warmteoverlast met gebouwgebonden maatregelen tegen te gaan (bijvoorbeeld nachtventilatie) en indien dit niet kan, pas actief te koelen. In die stap heeft WKO dan de voorkeur omdat het een lager energiegebruik kent dan bijvoorbeeld een airco. De meest duurzame energie blijft immers de energie die we niet nodig hebben en dus niet hoeven op te wekken, noch te besparen. We verkennen of het nodig is een bodemenergieplan voor heel Capelle aan den IJssel vast te stellen. Dit is voor het Rivium al gedaan, mogelijk is het wenselijk om dit voor de hele stad te doen gelet op de verwachte toename van WKO’s.
Het is namelijk van belang dat de gemeente regie heeft op de ondergrond, om zorg te dragen dat er 5
zorgvuldig mee omgegaan wordt en om te kunnen voorkomen dat het “gatenkaas” wordt en ontwikkelingen elkaar in de weg zitten. VOORSTEL: niet vasthouden als uitgangspunt voor de TVW maar onderdeel uit laten maken van één uitgangspunt over het zo efficiënt mogelijk omgaan met energie. Wel belangrijk om in de TVW ook aandacht te besteden aan de koude vraag/koeling. In de TVW vastleggen dat in de uitvoeringsplannen per wijk naast warmte ook expliciet aandacht moet worden besteed aan koude vraag/koeling.
3. In de wijkuitvoeringsplannen wordt de afweging gemaakt tussen lokale warmtebronnen en warmtebronnen op afstand De TVW schetst een tijdspad waarin de gebouwde omgeving aardgasvrij wordt. Het biedt inzicht in kansrijke alternatieven voor aardgas op wijk/buurtniveau. Het uiteindelijke besluit over welke alternatieve warmte-infrastructuur in een wijk/buurt komt, wordt genomen in het (wijk)uitvoeringsplan na verder onderzoek en gesprek met alle belanghebbenden. Toch is het verstandig om op TVW-niveau ook deze afweging te maken, omdat een collectieve oplossing voor een groot deel van Capelle volgens alle modellen voor de hand ligt én de regio Rotterdam een gunstig perspectief op warmtebronnen (restwarmte én geothermie én aquathermie) kent met deels al bestaande warmteinfrastructuur. Vanuit de regio is gemeenten gevraagd in hun TVW vast te leggen of en hoeveel regionale warmte gemeenten willen inzetten. Op basis daarvan kan de Regionale Structuur Warmte (RSW) tot stand worden gebracht. De raad heeft de wens geuit dat er een goede RSW wordt ontwikkeld waar Capelle aan den IJssel op kan aansluiten. Lokale warmtebronnen gebruiken ligt in Capelle aan den IJssel minder voor de hand omdat vooral sprake is van lage temperatuur bronnen met daarmee een forsere isolatieopgave voor de gebouwde omgeving.
VOORSTEL: geen uitgangspunt, maar afweging maken in de TVW en afweging op niveau Capelle aan den IJssel in relatie tot de regio. Enerzijds is het dubbelop, anderzijds is het gezien de Capelse situatie in relatie tot de regio onverstandig/niet mogelijk om alleen in wijkuitvoeringsplannen dergelijke afwegingen te maken.
4. Het bestaande stadsverwarmingsnet wordt vergroend Uiteindelijke doel is om de huidige CO 2 uitstoot in 2050 naar bijna nul te krijgen. Daarvoor moet op allerlei fronten hard gewerkt worden. Voor de energietransitie geldt, naast forse besparing, het vinden van alternatieven voor aardgas. We werken toe naar duurzame warmtebronnen in 2050 en dat betekent dat ook het bestaande stadsverwarmingsnet moet worden ‘vergroend’. De TVW is als strategische visie geen logische plek om dit te regelen. Dat is beter op zijn plek binnen de huidige (en toekomstige) afspraken met de exploitant van de stadsverwarming. Uitbreiding en verduurzaming gaan hand in hand, dit nemen we mee als voorwaarde in aanbestedingen. Waarschijnlijk wordt dit ook wettelijk vastgelegd in de nieuwe warmtewet. VOORSTEL: niet vasthouden als uitgangspunt voor de TVW, maar meenemen in de huidige (en toekomstige) afspraken met de exploitant(en) van de stadsverwarming (waarbij landelijke regelgeving leidend is) en dit zo beschrijven in de TVW.
5. Alternatieven moeten haalbaar en betaalbaar zijn Uit onderzoeken blijkt dat er veel steun is de energietransitie, maar de steun voor aardgasvrij is minder. Dat heeft vooral te maken met het feit dat aardgasvrij betekent dat achter de voordeur verandering plaats moet vinden. Dat brengt kosten en inspanning met zich mee. Daarom is haalbaarheid en 6
betaalbaarheid van de transitie voor inwoners in alle gemeenten én in het Klimaatakkoord één van de belangrijkste aandachtspunten. Wij scherpen dit in lijn met recente moties van de Tweede Kamer aan tot woonlastenneutraal (voor definitie zie bijlage 1). Risico is dat woonlastenneutraal op gespannen voet komt te staan met de kwantitatieve doelstellingen uit het Koersdocument Duurzaam Capelle (zie onderdeel B), maar ook hiervoor geldt dat eerst aan de randvoorwaarden moet zijn voldaan. VOORSTEL: aanscherpen als uitgangspunt voor de TVW naar woonlastenneutraal. De TVW geeft in samenhang met Rijksbeleid handelingsperspectief voor zoveel mogelijk bewoners en bedrijven. De gemeente gaat ervan uit dat het volgende kabinet zorgt voor een woonlastenneutrale overstap van aardgas naar een alternatief op het moment van overstappen. De Tweede Kamer heeft hier recent ook een motie over aangenomen. Als het Rijk hier niet voor zorgt, zullen Capellenaren langer gebruik maken van aardgas en halen we de kwantitatieve doelstellingen uit het Koersdocument niet. Als Capellenaren bereid zijn om het verschil zelf te dragen dan is een overstap naar aardgasvrij uiteraard mogelijk. Capellenaren kunnen hier zelf voor kiezen (zie ook uitgangspunt 6). 6.
In gebieden waar collectieve oplossingen voor de hand liggen, blijft ruimte voor individuele oplossingen Regie op collectief Naar verwachting liggen collectieve oplossingen (zoals stadsverwarming) in veel gebieden van Capelle aan den IJssel voor de hand. In deze gebieden voeren we als gemeente regie. Om regie te kunnen voeren dient de Rijksoverheid uiteraard eerst de condities zoals beschreven onder randvoorwaarden te hebben ingevuld. Regie voeren betekent: verleiden, enthousiasmeren, samenwerking organiseren, participatie organiseren en onderzoeken uitvoeren. Ruimte voor individuele oplossingen De transitie naar een aardgasvrije gebouwde omgeving is (op dit moment) volledig op basis van vrijwilligheid. Mogelijkerwijs biedt in de toekomst de nieuwe Warmtewet aanvullende condities om ook op een andere manier de uitvoering ter hand te nemen. De huidige constellatie is in lijn met de wens van het college om in te zetten op het verleiden/enthousiasmeren van inwoners om mee te doen én het bieden van een vrije keuze in alternatieven. In wijken/buurten waar collectieve oplossingen voor de hand liggen, is dus ruimte voor individuele oplossingen. Deze zorgen immers ook voor het realiseren van de transitie.
Tegelijkertijd moet worden geborgd dat de transitie voor iedereen in een wijk/buurt (nu of op termijn) te realiseren is en collectieve oplossingen in wijken/buurten waar dit voor de hand ligt mogelijk blijven. Het betreft namelijk de oplossing met de laagste nationale kosten op basis van de huidige kennis. In de gesprekken met Capellenaren rond het opstellen van de Warmtetransitieagenda kwam dit onderwerp ook terug: sommige bewoners willen individueel (of misschien met hun directe buren) aan de slag, maar veel bewoners kijken toch vooral naar de gemeente voor een collectieve oplossing. Dilemma is welke mate van inspanning (capaciteit, budget) de gemeente wenst te verbinden aan het ondersteunen van individuele oplossingen vs. regie op het organiseren van collectiviteit. Hier ligt ook een duidelijke relatie met onderdeel B en C. Dit is niet zwart-wit, maar vraagt wel om zorgvuldigheid. Er zal steeds de afweging gemaakt moeten worden wat voor de samenleving als geheel verstandig is. Initiatieven van Capellenaren Naast Capellenaren die individuele oplossingen kiezen, zien we ook dat er (groepen) Capellenaren met elkaar aan de slag willen met aardgasvrij. Deze initiatieven ondersteunen we als gemeente zo goed mogelijk. We willen deze energie vanuit de maatschappij namelijk niet belemmeren, maar maken daarbij wel steeds de afweging wat voor de samenleving als geheel verstandig is.
VOORSTEL: vasthouden als uitgangspunt voor de TVW waaraan wordt toegevoegd dat de gemeente regie voert op collectieve oplossingen met blijvende aandacht voor het geschetste dilemma. Vastgoedeigenaren kunnen individueel de overstap naar aardgasvrij maken, maar kunnen ook meedoen met een collectieve oplossing. Initiatieven van (groepen) Capellenaren die met elkaar aan de slag willen met aardgasvrij ondersteunen we als gemeente zo goed mogelijk. Daarbij maken we wel steeds de afweging wat voor de samenleving als geheel verstandig is. Dit voegen we toe als een nieuw uitgangspunt. 7
7. De inzet van biomassa wordt niet actief gestimuleerd Rondom de inzet van biomassa in de energietransitie is landelijk regelgeving in principe leidend. Bovendien is een afweging in het wel of niet gebruiken van een bepaalde bron meer het domein van de Regionale Energiestrategie (RES). Biomassa is bovendien een zeer breed begrip (van hout in pelletkachels tot mest voor groengas). Waarschijnlijk heeft de raad bedoeld dat het gaat om de verbranding van hout in pelletkachels en niet het volledige scala aan biomassa. Uitgangspunt is dat we niet willen dat de overstap naar aardgasvrij een negatieve impact heeft op de luchtkwaliteit. VOORSTEL: niet vasthouden als uitgangspunt voor de TVW, maar meenemen in de afspraken met de (huidige/toekomstige) exploitant(en) van de stadsverwarming: er wordt geen houtige biomassa gebruikt als warmtebron voor stadsverwarming (zie uitgangspunt 4). Als we als gemeente initiatieven van Capellenaren ondersteunen (zie uitgangspunt 6) dan doen we dat niet voor oplossingen met houtige biomassa als warmtebron. In beide gevallen is landelijke regelgeving leidend. 8. Samenwerking en afstemming met omliggende gemeenten vindt plaats Voor de regio Rotterdam waar Capelle toe behoort is het vanuit het oogpunt van de warmtetransitie zeer verstandig goed samen te werken en af te stemmen met omliggende gemeenten.
Deze regio kent een gunstig perspectief op verschillende alternatieve warmtebronnen (restwarmte én geothermie én aquathermie). Het is vooral de vraag hoe, waar en wanneer deze in te zetten; een verdelingsvraagstuk. Er lopen verschillende ontwikkelingen voor regionale warmteinfrastructuur. Aangezien de analysemodellen voor het grootste deel van Capelle een collectieve oplossing als meest optimaal aanwijzen, is het verstandig goed voor te bereiden op en positie te kiezen in deze regionale ontwikkelingen. Dus weten wat je kan halen en brengen als Capelle met oog op het regionaal warmtenetwerk. Gemeenten zijn gevraagd in hun TVW vast te leggen of en zo ja hoeveel regionale warmte zij willen inzetten. Er ligt voor Capelle een belangrijke relatie tussen de lokale TVW en de RES. De RES is georganiseerd op het niveau van de MRDH. Het is voor Capelle zaak aanwezig te zijn op dit regionale speelveld. We zorgen dat we ambtelijk en bestuurlijk aan tafel zitten bij de voor Capelle relevante ontwikkelingen rond (regionale) warmte om kansen niet te missen. We benutten de samenwerking en afstemming met (regio)gemeenten ook om invulling te geven aan de randvoorwaarden. VOORSTEL: vasthouden als uitgangspunt voor de TVW. We zorgen dat Capelle ambtelijk en bestuurlijk aan tafel zit bij alle relevante ontwikkelingen rondom (regionale) warmte.
Samenvattend Bovenstaande leidt tot de volgende uitgangspunten: A. We gaan zo efficiënt mogelijk met energie om; B. Alternatieven voor aardgas moeten woonlastenneutraal zijn; C. In gebieden waar stadsverwarming voor de hand ligt, voert de gemeente regie én blijft ruimte voor individuele oplossingen; D. Initiatieven van Capellenaren die aan de slag willen met aardgasvrij krijgen ondersteuning; E. De warmtetransitie pakken we aan in samenwerking en afstemming met (regio)gemeenten.
8
4
Criteria
In de kaders van de warmtetransitieagenda en het koersdocument is op dit moment nog beperkt aandacht geweest voor (prioriterings- of selectie)criteria. Daarom zijn onderstaand enkele voorstellen gedaan. De criteria samen geven antwoord op de vraag: wanneer – of onder welke voorwaarden – moet de gemeente in een wijk/buurt in beweging komen? 1. Kwantitatieve doelstelling Koersdocument Duurzaam Capelle Het doel voor 2030 is minder fossiele energie gebruiken in de gebouwde omgeving ten opzichte van nu met als middel 20.000 woningequivalenten (WEQ) aardgasvrij (WEQ: een definitie om woningen en utiliteitsgebouwen op te kunnen tellen, het PBL hanteert daarbij 1 woning en 130 m2 bruto vloer oppervlakte utiliteit = 1 woningequivalent). Omgerekend is dat circa 49% van de totale gebouwde omgeving in Capelle aan den IJssel. De totale gebouwde omgeving in Capelle aan den IJssel telt circa 39.900 WEQ. Op dit moment is circa 32% (rond de 12.800 WEQ) van de gebouwde omgeving aardgasvrij. Als de Florabuurt en Rivium in 2030 de overstap hebben gemaakt naar aardgasvrij, komen we uit op 41%. Dan mist nog 8% ofwel circa 3.500 WEQ om de doelstelling voor 2030 te halen. Als in de Florabuurt en omgeving niet aan de gestelde randvoorwaarden kan worden voldaan is die opgave groter. Dat betekent dat we nog in extra wijken/buurten in beweging moeten komen / extra energie moeten besparen.
Aangezien voor een groot deel van Capelle een collectieve oplossing voor de hand ligt, is het verstandig niet alleen wijk voor wijk te werken maar ook na te denken vanuit een bredere warmtenet-strategie. Dit hangt ook samen met het volgende criterium 2. Daarnaast vraagt het ook wat richting de ambtelijke organisatie. In het koersdocument is één van de doelstellingen voor 2022 om een stevige coördinerende uitvoeringsorganisatie neer te zetten. Om de kwantitatieve doelstellingen uit het Koersdocument Duurzaam Capelle te kunnen realiseren moet echter eerst worden voldaan aan de gestelde randvoorwaarden. VOORSTEL: Gelet op de gestelde randvoorwaarden en de uitgangspunten hebben we verkend hoeveel energie we moeten besparen om dezelfde TJ reductie te halen als 3.500 aardgasvrije WEQ (indien de Florabuurt niet voor 2030 de overstap maakt naar aardgasvrij gaat het om circa 4.850 WEQ). Een eerste verkenning laat zien dat de opgave forst is: 133 TJ. Dat is ongeveer 9% van het huidige energieverbruik voor warmte. Om een dergelijke besparing te realiseren moet gedacht worden aan forse isolatiestappen bij 7.000 tot 10.000 WEQ gecombineerd met 5.000 tot 7.000 WEQ die een hybride warmtepomp plaatsen. We werken uit welke acties en maatregelen mogelijk/nodig zijn om dit te realiseren. Daarbij houden we rekening met knelpunten in de huidige isolatieaanpak.
Daarnaast brengen we in beeld of deze strategie risico’s heeft voor het kunnen aanhaken van Capelle aan den IJssel op ontwikkelingen rondom regionale warmte. 2. Koppeling van logische plekken aan een mogelijk hoofdtracé van een collectief warmtenet In opdracht van de raad hebben we in 2019 in beeld gebracht hoe een hoofdtracé voor een collectief warmtenet kan worden ontwikkeld in de wijken Oostgaarde, Middelwatering, West en ’s-Gravenland. Met de aanleg van een hoofdtracé kunnen logische plekken in deze wijken los van elkaar overstappen. Schenkel en Rivium kunnen zonder een hoofdtracé de overstap maken. Voor Schenkel geldt dat hiervoor een koppeling met ontwikkelingen in Rotterdam noodzakelijk is. VOORSTEL: Pas als aan de gestelde randvoorwaarden is voldaan komen we in deze gebieden voor 2030 in beweging. Daarbij houden we onze ogen en oren open voor regionale ontwikkelingen. Als aan de gestelde randvoorwaarden is voldaan kiezen we bij het maken van een fasering en prioritering voor logische plekken om in beweging te komen: a. de meest robuuste wijken/buurten uit analysemodellen. Hier ligt ook een relatie met het uitgangspunt ‘woonlastenneutraal’ want de modellen kijken naar laagste nationale kosten. 9
b. wijken/buurten waar koppelkansen met andere opgaven liggen (bijv. rioolonderhoud, gasnetvervanging, renovatie, sociale opgaven, etc.) c. wijken/buurten met ‘energie’ van inwoners. Waar zijn mensen gemotiveerd (te krijgen)? Waar zijn mensen al bezig (bijv. in collectief verband)? Zie ook uitgangspunt 6. Daarbij geldt voor Capelle, zoals eerder beschreven, dat ook over wijken/buurten heen moet worden gekeken. Allereerst vanwege schaalgrootte en ontwikkelperspectief voor collectieve oplossingen, ten tweede omdat wijken/buurten niet altijd homogeen zijn. In de praktijk kan het prima zijn dat een deel van buurt A samen met een stuk van wijk B samen goede kansen biedt. Wat betreft het hoofdtracé zal de gemeente deze niet zelf aanleggen, niet financieren en geen garanties verstrekken aan marktpartijen die het hoofdtracé willen aanleggen ten aanzien van het aantal woningen wat aansluit op het hoofdtracé.
10
5
Overige gebieden en isolatieaanpak
In de TVW schetsen we een tijdspad waarin de gebouwde omgeving aardgasvrij wordt. De gemeente benoemt wijken/buurten waar het logisch is om voor 2030 in beweging te komen. Ook voor de overige wijken/buurten is het goed om in de TVW handelingsperspectief te bieden, zodat Capellenaren / vastgoedeigenaren weten wat ze kunnen doen. 1. Een isolatieaanpak Een isolatieaanpak maakt nu al onderdeel van het Programma Duurzaamheid. Daarbij zetten we in op buurtacties, collectieve inkoopacties, samenwerking via het regionaal energieloket, een VvE Helpdesk en acties gericht op bedrijven. We merken dat het nu lukt om circa 15% van de Capellenaren te bereiken en in beweging te krijgen. Deze Capellenaren weten ons te vinden, zijn steeds beter geïnformeerd en nemen maatregelen. We merken ook dat er steeds meer Capellenaren zijn die van ons informatie verwachten over de energietransitie: wat doet de gemeente, waar kunnen ze zelf mee aan de slag, wanneer gebeurt er iets in hun buurt, welke subsidies zijn er, etc. Knelpunten in de huidige aanpak: 1. Een groep Capellenaren is aan de slag, maar een grote groep ook nog niet. Het vraagt extra en ook andere inzet om deze groep te benaderen en te activeren. 2. Capellenaren zijn gevoelig voor financiële prikkels. Dat zien we met de subsidieregeling groene daken.
Voor isolatie/energiebesparing kunnen we Capellenaren nu geen financiële prikkels aanbieden anders dan regelingen van de Rijksoverheid. 3. Energiearmoede is een thema waar we extra aandacht aan besteden en op inzetten. Hoe voorkomen we dat er groepen bewoners zijn die geen geld hebben om te investeren in hun woning en straks met een slecht geïsoleerd huis en hoge energierekening zitten? Wat willen we voor die groep betekenen? We werken momenteel aan een Actieplan Energiearmoede. 4. Duidelijkheid kunnen bieden over isolatie: wat is er voor mijn woning nodig gelet op het verwachte alternatief voor aardgas? Hoe kan ik stap voor stap aan de slag? Naar welke schillabel moet ik isoleren? 5. Ontzorging: veel Capellenaren hebben behoefte aan één (liefst lokaal en online) informatiepunt, een beperkt aantal uitvoerende partijen waar ze uit kunnen kiezen, geen gedoe/overlast rond de uitvoering, rekening betalen en klaar. 6. Flexibiliteit regels rondom welstand, ruimtelijke ordening en het gebruik van gemeentegrond. VOORSTEL: We vergroten de inzet op de isolatieaanpak om de benodigde besparing in TJ te realiseren. Zowel de besparing we die sowieso willen realiseren als de extra opgave van 133 TJ. Daarbij houden we rekening met bovenstaande knelpunten in de huidige isolatieaanpak. We kijken tevens naar koppelkansen met de onderwerpen klimaatadaptatie en circulaire economie. 2.
Ondersteunen van bewoners en bedrijven die individueel aan de slag gaan In de warmtetransitieagenda is vastgelegd dat we bewoners en bedrijven in gebieden, waar een individuele oplossing voor de hand ligt, ondersteunen. Dit hebben we nog niet geoperationaliseerd. VOORSTEL: We informeren Capellenaren in gebieden waar een individuele oplossing voor de hand ligt pro-actief over deze alternatieven en wat dit concreet voor hun situatie betekent. We ondersteunen een stapsgewijze aanpak op dezelfde wijze als de isolatieaanpak. Capellenaren in gebieden waar een collectieve oplossing voor de hand ligt, informeren we niet pro-actief over individuele oplossingen. 3. Ondersteunen van initiatieven van Capellenaren (zie uitgangspunt 6). VOORSTEL: We zorgen voor professionele ondersteuning voor initiatieven van (groepen) Capellenaren die met elkaar aan de slag willen met de overstap naar aardgasvrij. Zo ondersteunen we de energie in de samenleving.
11
Bijlage 1 definitie woonlastenneutraal Woonlastenneutraal wil zeggen dat bij huurders een verhoging van de huur gecompenseerd wordt door lagere energielasten. Voor eigenaar/bewoners zien wij dat als aantrekkelijke financierbaarheid en subsidieerbaarheid van benodigde verduurzamingsmaatregelen. Dit betekent bij een eigen investering een terugverdientijd binnen 15 jaar. Bij het aangaan van een lening gaat het om een terugbetaaltermijn van maximaal 20 jaar voor particulieren, maximaal 30 jaar voor VvE’s en voor overige partijen binnen sectorspecifieke afspraken. De kosten voor verduurzaming kunnen zo naar verwachting steeds vaker via een lagere energierekening worden terugverdiend. Wij zijn hiervoor wel afhankelijk van de besluiten die de Rijksoverheid neemt over bijvoorbeeld de kosten voor energie, subsidiemogelijkheden en het aanbieden van financieringsmogelijkheden. Omdat ieders persoonlijke situatie anders is, kan niet met zekerheid worden gezegd dat de veranderingen voor iedereen woonlastenneutraal zullen zijn.
12