CConstaterende datCapelle Ad Ijssel
Koppel je AI →
Document · PDF

09.02 - Bijlage 1 RRAW Regio Rotterdam 20230307 1086816

Commissie Stadsontwikkeling en -Beheer 28 maart 2023, gemeente Capelle Ad IjsselBij agendapunt: Realisatieagenda regio Rotterdam12.464 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Realisatieagenda regio Rotterdam

Partijen: Meetekenen: College van GS van de Provincie Zuid-Holland Colleges van B&W van de Gemeenten: -

Albrandswaard Barendrecht Capelle a/d IJssel Krimpen a/d IJssel Lansingerland Maassluis Nissewaard Rotterdam Ridderkerk Schiedam Vlaardingen Voorne aan Zee

Maaskoepel, federatie van woningcorporaties -

3B wonen Habion (BVOW) De Leeuw van Putten Havensteder Maasdelta Groep MaasWonen Mooiland Patrimonium Barendrecht QuaWonen Ressort Wonen Samenwerking Vlaardingen SOR Hef Wonen Hef Wonen Waterweg Wonen Wbv Poortugaal Woonbron Wooncompas Woonplus Schiedam Woonstad Rotterdam Woonstad Rotterdam Woonstichting De Zes Kernen Woonzorg Nederland WVH

Minister voor VRO

1

Overwegingen •

De woningbouwopgave in Nederland is in de afgelopen jaren ingrijpend veranderd. Prijzen van koopwoningen en particuliere huurwoningen zijn flink gestegen. Het aantal huishoudens is sterk gegroeid en de verwachting is dat deze groei komende jaren doorzet. De vraag naar woningen is groot, het aanbod beperkt. Het oplossen van het woningentekort vraagt om de bouw van nieuwe toekomstbestendige woningen. Om het woningtekort terug te dringen tot een gezonder evenwicht, wordt met het “Programma Woningbouw” nationaal ingezet op de realisatie van 900.000 woningen tot en met 2030. Om dit te realiseren wordt in de “Nationale Woon- en Bouwagenda” gestreefd naar de groei tot 100.000 nieuwbouwwoningen per jaar vanaf 2024. Daarbij is het streven dat ten minste twee derde van de nieuwbouwwoningen betaalbaar zijn vanaf 2025, waarvan de helft door corporaties wordt gebouwd.

•

Tussen de minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (hierna minister voor VRO) en het college van GS van de provincie Zuid-Holland zijn “Samenwerkingsafspraken woningbouw Zuid-Holland: 2022 t/m 2030 (13 oktober 2022) gemaakt over het provinciale aandeel in de nationale woningbouwopgave. Het college van GS spant zich in om in de periode 2022 t/m 2030 bruto 235.460 woningen toe te voegen1. Dit is ruim 26% van de landelijke woningbouwambitie en een toename van 14% ten opzichte van de huidige woningvoorraad in Zuid-Holland. Daarnaast heeft het college van GS de ambitie uit de samenwerkingsafspraken onderschreven dat vanaf 2025 de programmering bestaat uit 2/3e betaalbare woningen, waarvan de helft door corporaties wordt gebouwd. Het betaalbare segment bestaat uit sociale huur, middenhuur en betaalbare koop onder de grens van € 355.000. Het streven van GS is dat elke gemeente minimaal 30% sociale huur in de woningvoorraad heeft. In de geactualiseerde inzet voor de woonopgave Zuid-Holland (versie 29 september 2022) geeft het college van GS aan dat de 11 kritische succesfactoren voorwaardelijk zijn.

•

In deze regionale realisatieagenda wordt de inzet uit de Samenwerkingsafspraken door vertaald naar de regio Rotterdam. Met deze realisatieagenda worden de krachten van de verschillende overheidslagen gebundeld met als doel een (t)huis voor iedereen, waarbij partijen kijken naar de woningbouw in de regio en de te nemen maatregelen en investeringen in de bestaande voorraad en wijken. De gemeenten, corporaties (Maaskoepel), de provincie Zuid-Holland en het Rijk bevestigen gezamenlijk alle benodigde inspanningen te verrichten ter realisatie van een (T)huis voor Iedereen en zullen daartoe oplossingen vinden voor de kritische succesfactoren. Tezamen met de steunverklaringen wordt maximaal ingespannen op het hierboven beschreven doel.

•

Het doel van de steunverklaring is om gezamenlijk commitment uit te spreken over een goede samenwerking en betrokkenheid van de partijen bij de totstandkoming en uitvoering van de regionale realisatieagenda. Onderdeel van die samenwerking is ook de erkenning van elkaars verschillende posities en verantwoordelijkheden. De steunverklaring is geen akkoord van deze partijen op de gehele inhoud van de regionale realisatieagenda.

•

De langere horizon van deze realisatieagenda (tot en met 2030) bevestigt de langjarige inspanning die nodig is om het woningtekort terug te dringen en samen te bouwen aan vitale samenlevingen. Gedurende deze periode zullen de omstandigheden blijven veranderen. Bijvoorbeeld door de gevolgen die voortkomen uit toekomstig kabinetsbeleid, provinciaal en gemeentelijk beleid, maar ook door veranderende economische omstandigheden.

•

Voorliggende realisatieagenda is onder grote tijdsdruk tot stand gekomen en zien partijen als een momentopname, te weten een "een startdocument op hoofdlijnen". Het is een

1 Het betreft hier oplevering van de woningen.

2

vertrekpunt om gezamenlijk het gesprek te starten over een uitwerking van de ambities en te komen tot concrete afspraken om (regio) specifieke knelpunten op te lossen t.b.v. het behalen van de ambities. In 2023 wordt deze realisatieagenda nader uitgewerkt. •

De realisatieagenda betreft een wederzijdse inspanning: waar alle partijen zich inspannen om voldoende betaalbare woningen voor mensen met uiteenlopende inkomens en behoeftes te bouwen, moeten het Rijk en de provincie ondersteuning bieden en knelpunten opheffen. In deze wederkerigheid zijn de kritische succesfactoren die in hoofdstuk 6 worden geformuleerd van belang. De afspraken in deze realisatieagenda zijn alleen realistisch als oplossingen worden gevonden voor de kritische succesfactoren.

•

In deze realisatieagenda ligt het accent op de bouwopgave, maar ook wordt de verbinding gelegd met de bredere opgaven. Het gaat niet alleen om het bouwen van woningen, maar ook om de bestaande voorraad verbeteren, een fundamentele aanpak van de woningmarkt, en het bouwen en versterken van de samenleving, rekening houdend met opgaven zoals water en bodem sturend, klimaat, werkgelegenheid, kansengelijkheid, bereikbaarheid, energie, natuurinclusiviteit, voorzieningen.

•

Het ondertekenen van deze realisatie agenda is onder voorbehoud van de behandeling in de gemeenteraden, de provinciale staten en de Federatieraad.

Rollen en verantwoordelijkheden Een handtekening van Rijk, provincies en gemeenten in regionaal verband onder deze realisatieagenda heeft implicaties. Duidelijk moet zijn wat de rol van eenieder is in de realisatieagenda. Overheden werken samen vanuit hun eigen rol en verantwoordelijkheid en zetten gezamenlijk en gecoördineerd hun instrumenten en middelen in. De minister voor VRO is de trekker voor de nationale opgave voor versnelling van de woningbouw. De nationale opgave is vastgesteld in de Nationale Woon- en Bouw Agenda en de onderliggende programma’s en wordt uitgewerkt in wederkerige bestuurlijke afspraken op provinciaal en regionaal niveau. In de opsomming hieronder is door BZK aangesloten bij bestaande wet- en regelgeving. Er worden geen nieuwe taken en/of bevoegdheden toebedeeld. •

Eén overheid: Gemeenten, waterschappen, provincies en Rijk zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor de versterking van de regie op de woningbouw en het realiseren van de woningbouwopgave. Alle overheidslagen dragen bij aan de woningbouwopgave vanuit hun specifieke rol in aansluiting bij het huis van Thorbecke, en wet- en regelgeving zoals de Woningwet, de Huisvestingswet, de Wet op de Ruimtelijke Ordening en de Omgevingswet. In aansluiting daarop herbevestigen we het volgende:

•

De gemeente is als eerste bestuursorgaan verantwoordelijk voor de zorg voor de fysieke leefomgeving. In aansluiting daarop zetten de gemeenten zich in voor voldoende bouwlocaties in ruimtelijke plannen voor de realisatie van de woningbouwafspraken uit de regionale realisatieagenda’s. Met inzet van de wettelijke instrumenten zorgen gemeenten voor de benodigde (harde) plancapaciteit in de verschillende prijssegmenten (sociale huur, middenhuur en betaalbare koop) en voor verlening van omgevingsvergunningen. De gemeenteraden stellen de beleidskaders vast zoals Woonvisies en omgevingsplannen. Colleges van B&W voeren binnen deze kaders het beleid uit waaronder vergunningverlening en handhaving.

•

De minister voor VRO is de trekker voor de nationale opgave voor versnelling van de woningbouw. De nationale opgave is vastgesteld in de Nationale Woon- en Bouw Agenda en de onderliggende programma’s en wordt uitgewerkt in wederkerige bestuurlijke afspraken op provinciaal en regionaal niveau. De minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening is verantwoordelijk voor de realisatie van de nationale opgave en stelselverantwoordelijk voor de versterking van het wettelijk instrumentarium voor de medeoverheden om de woningbouwopgave te realiseren en voor ondersteuning van de uitvoering via inzet van (financiële) middelen. De minister stuurt actief op de realisatie van de nationale opgave door intensief en periodiek overleg met medeoverheden en monitoring van de woningbouw. Daarnaast coördineert de minister de opgaven die 3

samenhangen met de woningbouw met de medeoverheden en andere departementen. Zo nodig hakt de minister voor VRO samen met collega-bewindspersonen knopen door. •

De Provinciale Omgevingsvisie, omgevingsverordening en het omgevingsprogramma vormen het bovenliggende beleidskader en bevat de regels en voorwaarden voor de regionale woonvisies en regionale woningbouwprogramma’s. Vanuit deze wettelijke bevoegdheid is de provincie Zuid-Holland verantwoordelijk voor de gebiedsgerichte coördinatie van de (ruimtelijke) doorvertaling van de provinciale woningbouwopgave in regionaal verband met de gemeenten. Het college van Gedeputeerde Staten stuurt actief op de kwantitatieve en kwalitatieve woningbouwprogrammering. De provincie bevordert door actieve sturing de evenwichtige verdeling tussen en in de regio’s. Het college van GS heeft de afgelopen collegeperiode sterk gestuurd op voldoende betaalbare woningbouw met inzet van de beschikbare instrumenten en subsidies. De provincie zorgt voor actueel omgevingsbeleid waarin deze doelstellingen zijn opgenomen. Rijk en provincie spannen zich gezamenlijk vanuit vertrouwen in om de doelstellingen te bereiken. Om dit te bereiken zorgt het Rijk zoals afgesproken in de Samenwerkingsafspraken Woningbouw, onder andere voor extra noodzakelijk juridisch instrumentarium voor provincies dat onderdeel zal onderdeel uitmaken van het wetsvoorstel Versterken Regie Volkshuisvesting.

•

Woningcorporaties hebben vanuit de Woningwet de kerntaak om te zorgen voor betaalbare en goede huisvesting voor mensen met een laag inkomen. Het bestuur van een woningcorporatie maakt een goede afweging binnen de brede volkshuisvestelijke opgave en spant zich in om de beschikbare investeringscapaciteit voor de korte termijn zo optimaal mogelijk in te zetten voor het realiseren van kwalitatief goede en betaalbare sociale huurwoningen.

Regio specifieke context •

Het Regioakkoord 2022, getekend op 27 januari 2023 door de colleges van B&W, het college van GS, directie van Maaskoepel, de corporaties en het Samenwerkingsverband Wonen regio Rotterdam (SvWrR), vormt de basis voor deze realisatieagenda. Elke gemeente heeft daarbij getekend voor de eigen bijdrage aan de regionale afspraken.

•

Het Regioakkoord 2022 bevat zes doelstellingen die de ondertekende partijen onderschreven. Dit zijn: 1. Het realiseren van voldoende woningen in de totale voorraad; 2. Het realiseren van voldoende woningen in de sociale voorraad; 3. Het realiseren van voldoende woningen in de middeldure voorraad; 4. Het realiseren van een meer evenwichtige spreiding van de sociale woningvoorraad; 5. In de regio voldoende beschikbaarheid van woningen op lokaal niveau en een regionaal gelijkmatiger toegang tot de sociale voorraad van huurtoeslaggerechtigden; 6. In de regio voldoende betaalbare woningen met een huur onder de bovenste aftoppingsgrens op lokaal niveau en meer balans van deze voorraad in de regio.

•

De provincie Zuid-Holland onderschrijft de doelstellingen van het Regioakkoord 2022. Vanuit de rol en positie van de provincie bij dit akkoord, toetst zij onder meer of de individuele bijdragen van de gemeenten maximale inspanning tonen ten opzichte van de doelstellingen van het akkoord. De resultaten daarvan en van de beoordeling van het regionale woningbouwprogramma door de provincie kunnen daarom mogelijk gevolgen hebben voor onderdelen van het akkoord.

•

Een groot deel van de woningbouwopgave in Zuid-Holland wordt gebouwd in de regio Rotterdam. Conform de biedingen die door gemeenten zijn gedaan voor de actualisatie van het Regioakkoord is de ambitie om 98.000 woningen te realiseren. Om de aantallen daadwerkelijk te realiseren vraagt de regio het Rijk en de provincie om oplossingen voor de kritische succesfactoren te vinden om de gestelde ambities waar te kunnen maken.

4

•

Gemeenten en corporaties in de regio Rotterdam hebben te weinig middelen en instrumentarium om de realisatie van de betaalbare woningbouwopgave te realiseren, dan wel te versnellen, tot en met 2030. Dit terwijl de noodzaak voor betaalbare woningen in de regio zeer aanwezig is.

•

Vooral voor lage en middeninkomens is de kans om een betaalbare huur- of koopwoning te vinden een stuk kleiner gevonden. Dit uit zich o.a. door meer ingeschreven woningzoekenden in de regio en een langere gemiddelde inschrijfduur voor woningen die verhuurd worden door corporaties.

•

Ondanks de inzet van gemeenten in de regio Rotterdam om het aanbod in het middensegment te vergroten, blijkt uit de praktijk dat dit nog onvoldoende oplevert. Dit segment verdwijnt door prijsstijging sneller dan kan worden bijgebouwd. Het is niet goed mogelijk om het middensegment betaalbaar te houden. Indien betaalbare huurwoningen of koopwoningen worden gebouwd, zijn het door de hoge m2 prijzen vaak kleine studio’s die niet geschikt zijn voor gezinnen.

•

De prijzen in de vrijesector zijn de afgelopen jaren steeds verder gestegen, ondanks dat er fors meer aanbod is bijgekomen. Hierdoor neemt het prijsverschil met het gereguleerde aanbod toe.

•

De afschaffing van de verhuurderheffing zorgt ervoor dat de financiële positie van corporaties verbetert, ook in de regio Rotterdam. De regio Rotterdam heeft een grote sociale opgave, waar de corporaties aan bij willen dragen. Partijen erkennen dat de financiële positie van de corporaties in de regio om aandacht blijft vragen.

•

Naast de grote opgave in de regio Rotterdam om voldoende, betaalbaar en divers aanbod te bouwen en te behouden, zijn er ook grote inspanningen nodig om de kwaliteit van bestaande woningen en wijken te versterken zoals de gebieden Rotterdam-zuid, Schiedam-oost en Vlaardingen-West., Het rijksbeleid eist bijvoorbeeld dat in 2028 geen woningen meer worden verhuurd met een E, F of G-label. Dit vraagt veel inzet en grote investeringen in de bestaande bouw, die van invloed zijn op de inzet en investeringen in de nieuwbouw van corporaties en marktpartijen.

1. Woningbouwopgave: Van provinciale naar regionale opgave We hebben een gezamenlijke opgave. Om het huidige woningtekort aan te pakken is het noodzakelijk om de komende jaren de bouwstroom te continueren, het bouwtempo flink te verhogen en sneller en meer woningen bij te bouwen. De ambitie voor de regio Rotterdam is circa 98.000 woningen te realiseren. Het Rijk, de provincie, de gemeenten, de woningbouwcorporaties en de Maaskoepel, zetten zich, in samenwerking met woonregio’s, bouwers, ontwikkelaars netbeheerders en drinkwaterbedrijven in voor de realisatie van deze ambitie (tabel 1). • In de regionale realisatieagenda worden afspraken gemaakt over mogelijke oplossingen van knelpunten voor de woningbouw, woningbouw eventueel te versnellen en om daarbij het aandeel betaalbaarheid te vergroten. Dit om invulling te geven aan de ambitie uit het Nationaal programma Bouwen en Wonen dat vanaf 2025 de programmering bestaat uit 2/3 betaalbare woningen, waarvan de helft door woningcorporaties wordt gebouwd in de segmenten sociale huur, middenhuur en betaalbare koop onder de grens van €355.000 én het streven dat elke gemeente toegroeit naar minimaal 30% sociale huur in de woningvoorraad. Tabel 1 vormt het startpunt van het gesprek hierover. De tabellen 2 en 3 (hoofdstuk 2) zijn opgenomen ter aanvulling.

5

Jaartal

20214 20225 2023 2024 20256 2026 2027 2028 2029 2030 Totaal

Tabel 1: Indicatieve weergave woningbouwprogramma 2022 Aantallen Regio Rotterdam Bruto Beschikbar Aantal Betaalbaarheid nieuwbouw e netto woningen (te plancapacit in harde Sociale Huurwoning realiseren eit (aantal plancapacit huurwoninge en vanaf de woningen) woningen) eit n (aantal sociale bruto huurgrens nieuwbouw tot €1.0002 per maand 4.857 7.603 10.741 14.666 10.129 10.129 10.129 10.129 10.129 10.129 98.641

3.699 6.959 10.332 13.921 8.827 8.827 8.827 8.827 8.827 8.827 87.871

Nvt 6.719 8.870 5.177 6.318 4.525 4.446 2.795 3.592 3.041 45.483

1.541 2.224 2.454 2.961 3.055 3.055 3.055 3.055 3.055 3.055 27.509

478 342 1.742 3.512 1.644 1.644 1.644 1.644 1.644 1.644 15.938

Koopwoning en tot aan de grens van €355.000

735 651 635 1.410 1.643 1.643 1.643 1.643 1.643 1.643 13.289

Aantal woningen door woningcorporaties Sociale Midden huurwoninge huurwo n ningen3

1.541 2.254 2.347 2.347 2.347 2.347 2.347 2.347 2.347 2.347 22.541

•

Tabel 1 is een weergave van de verwachte programmering in de regio Rotterdam op basis van het Regioakkoord 2022. Met als prijsgrenzen /definities zoals die in het Regioakkoord 2022 zijn gehanteerd7. Deze cijfers worden beschouwd als een indicatie. Dat betekent dat dit de meest actuele cijfers zijn o.b.v. de planningen, maar dat nu al met zekerheid is te zeggen dat aantallen de komende jaren gaan wijzigen. Dit omdat de realisatie van woningbouwplannen altijd onzeker is. Het realiseren van de woningbouwaantallen in tabel 1 is afhankelijk van ontwikkelingen in de markt en de mate waarin oplossingen worden gevonden voor de kritische succesfactoren. Indien dit (nog) niet het geval is, is de programmering niet haalbaar en valt de jaarlijkse productie lager uit.

•

Uit tabel 1 is te concluderen dat met de huidige programmering voldoende aantallen woningen worden gerealiseerd. De opgave ligt met name in het opharden van zachte plannen en het programmeren van voldoende aandeel sociale en betaalbare woningbouw. Voor de opgaven m.b.t. betaalbaarheid, zie daarvoor hoofdstuk 2 Betaalbaarheid. Ophogen van het aandeel betaalbare woningbouw zal extra investeringen vergen.

•

In tegenstelling tot de andere Regionale Realisatieagenda’s in Zuid-Holland, zijn de cijfers in de tabellen 1, 2 en 3 overgenomen uit het Regioakkoord 2022 en niet uit het door GS vastgestelde regionale woningbouwprogramma. Het vastgestelde programma van de regio Rotterdam omvat bruto 99.853 woningen en netto 95.105 woningen voor de periode 2022 t/m 2030.

2 De prijsgrens van het Regioakkoord 2022 wordt aangehouden en is in deze regio €1.075. 3 De aantallen middenhuur door woningcorporaties zijn op dit moment niet beschikbaar. 4 2021: Bron van bruto en netto capaciteit: realisatie volgens CBS. Bron: aantal sociale huurwoningen en middeldure huur- en koopwoningen: Planregistratie PZH. 5 2022 t/m 2024: Bron: Planregistratie PZH, met uitzondering van de aantallen woningen door corporaties. 6 2025 t/m 2030: Restant van de afspraken uit het Regioakkoord 2022. Totalen: Bron: Regioakkoord 2022. 7 Totdat de Wet regie volkshuishuisvesting is vastgesteld.

6

n.t.b. n.t.b. n.t.b. n.t.b. n.t.b. n.t.b. n.t.b. n.t.b. n.t.b. n.t.b. n.t.b.

2. Betaalbaarheid •

Er is een grote behoefte aan betaalbare woningen in Nederland en dus ook in ZuidHolland. Om aan te sluiten bij die grote behoefte streven we ernaar dat vanaf 2025 2/3e van de nieuwe woningen betaalbaar zijn op landelijk, provinciaal en regionaal niveau. Onder het betaalbare segment vallen: o Sociale huurwoningen o Middenhuur: huurwoningen vanaf de sociale huurgrens tot een max van €1.0758 per maand o Betaalbare koopwoningen: koopwoningen tot onder de €355.000

•

In het Regioakkoord 2022 zijn de prijsgrenzen voor de Rotterdamse regio vastgelegd. Vooralsnog wordt vastgehouden aan deze (licht afwijkende) prijsgrenzen. Bijvoorbeeld middenhuur is tot een max van €1.075 i.p.v. €1.000. Op het moment dat landelijk andere prijsgrenzen worden vastgelegd in de Wet versterken regie Volkshuisvesting, gelden deze ook voor de Rotterdamse regio. Dat is na consultatie en vaststelling van deze nieuwe wetgeving. Voor het invullen van de Planregistratie van de provincie dient rekening te worden gehouden met de landelijke vastgestelde definities.

•

Naast tabel 1 zijn hieronder de tabellen 2 en 3 opgenomen. Deze tabellen geven meer inzicht in de precieze segmentering en het vertrekpunt per gemeente. In bijlage 1 zijn twee figuren opgenomen die de ontwikkeling van de sociale huur per gemeente laten zien. •

TABEL 2: Bouwproductie (opleveringen), onderverdeeld naar prijssegment • regio Rotterdam 2021 tot en met 2030 • Gemeente Sociale Sociale Middeldure Dure huur- en Bouwcorporatieparticuliere huur- en koopwoningen productie huurwoningen huur- en koopwoningen koopwoningen % % % % Albrandswaard 511 33% 0 0% 490 31% 566 36% 1.567 Barendrecht 1.201 33% 0 0% 1046 29% 1.375 38% 3.622 Capelle a/d 320 4% 1.021 14% 2.986 40% 3.089 42% 7.416 IJssel Krimpen a/d 175 24% 99 14% 210 29% 249 34% 733 IJssel Lansingerland 3.090 28% 0 0% 2.250 20% 5.764 52% 11.104 Maassluis 1.544 31% 0 0% 1.010 20% 2.467 49% 5.021 Nissewaard 1.200 26% 100 2% 2.000 43% 1.400 30% 4.700 Ridderkerk 1.050 39% 164 6% 858 32% 638 24% 2.710 Rotterdam *) 8.880 20% 2.220 5% 14.200 32% 18.800 43% 44.100 Schiedam 2.200 31% 700 10% 1.500 21% 2.800 39% 7.200 Vlaardingen 1.000 19% 584 11% 1.354 25% 2.450 45% 5.388 Voorne aan 1.370 27% 239 5% 1.161 23% 2.310 45% 5.080 Zee Regio 22.541 23% 5.127 5% 29.065 29% 41.908 42% 98.641 *) De bouwprognoses voor Rotterdam hebben betrekking op de periode 2020 t/m. 2030

8 In de regio Rotterdam wordt voorlopig voor middenhuur een max van €1.075 gehanteerd totdat de Wet versterken regie Volkshuisvesting in werking is getreden.

7

TABEL 3: Ontwikkeling sociale corporatiewoningen regio Rotterdam 2021 tot en met 2030 Gemeente

Stand 11-2021

Nieuwbouw

Sloop

VerschuiAankoop PrognoOntwikving DAEB en se 31keling <–> nietverkoop 12-2031 2021DAEB 2030 Albrandswaard 2.527 511 -141 10 0 2.907 380 Barendrecht 3.945 1.201 -88 10 0 5.068 1.123 Capelle a/d IJssel 10.672 320 -339 -193 -75 10.385 -287 Krimpen a/d IJssel 4.235 175 -117 20 -50 4.263 28 Lansingerland 4.388 3.090 -130 0 -50 7.298 2.910 Maassluis 5.645 1.544 -642 100 -20 6.627 982 Nissewaard 14.118 1.200 -940 0 -80 14.298 180 Ridderkerk 7.456 1.050 -800 0 -70 7.636 180 Rotterdam *) 127.504 8.880 -4.000 -640 220 131.964 4.460 Schiedam 11.480 2.200 -1.300 -100 -100 12.180 700 Vlaardingen 14.785 1.000 -979 -2009 -154 14.652 -133 Voorne aan Zee 7.827 1.370 -30 26 0 9.193 1.366 Regio 214.582 22.541 -9.506 -767 -379 226.471 11.889 *) De beginstand voor Rotterdam is per 1-1-2020; de bouwprognoses hebben betrekking op de periode 2020 t/m 2030. •

Uit tabel 1 is te concluderen dat de doelstellingen van het Rijk en provincie m.b.t. het betaalbare segment (nog) niet worden gehaald. Met de kanttekening dat er voor 20% nog geen financieringscategorie is bepaald. • M.b.t. de doelstelling om 2/3e betaalbaar te realiseren is de regio er nog niet. Dit ligt nu op 57%. Er is wel een stijgende lijn in de aantallen na 2025; • M.b.t. de doelstelling om 1/3e van de woningen te realiseren door corporaties vanaf 2025 is de regio er nog niet. Ook hier is een stijgende lijn zichtbaar vanaf 2025; • Sommige gemeenten dienen nog toe te groeien naar het streven dat minimaal 30% van de totale woningvoorraad sociale huur is; • De aantallen middenhuur door corporaties zijn nog niet bekend. Dit wordt in 2023 bepaald. • De provincie heeft het regionale woningbouwprogramma van de regio Rotterdam vastgesteld d.d. 24 januari 2023 met uitzondering van de locaties Bleizo-West (Lansingerland) en Achterweg (Voorne aan Zee). De provincie is over deze locaties met de gemeenten in gesprek in verband met het provinciale omgevingsbeleid, andere opgaven en de totale programmering.

•

Zodra bekend is wat de Wet versterken regie volkshuisvesting inhoudt, wordt door partijen opnieuw gekeken naar de precieze opgave in de regio en de gemeentelijke bijdrage daaraan in relatie tot de ambities.

•

(Regio)gemeenten onderschrijven de ambitie om toe te groeien naar 2/3 e betaalbaarheid in de bouwproductie in de regio. We verwachten een maximale inspanning, maar vragen niet het onmogelijke. Indien nodig is maatwerk op gemeenteniveau mogelijk.

•

Om een betrouwbare partner te zijn en de gewenste versnelling niet te frustreren worden contracten (anterieure overeenkomsten en bestemmingsplannen) niet opengebroken. In de overige plannen wordt de programmering bijgestuurd in lijn met de betaalbaarheidsambities.

•

Gemeenten in de regio Rotterdam onderschrijven ook het streven toe te groeien naar minimaal 30% sociale huur per gemeente in de voorraad. De 30% sociale huur is geen bovengrens: gemeenten hebben de ruimte om een hoger percentage sociale huur aan te

9 Dit aantal wijkt af van het aantal dat in het Regioakkoord 2022 staat. Dat komt omdat het definitieve bod van gemeente Vlaardingen nog niet was verwerkt in het Regioakkoord.

8

houden. Gemeenten die onder de grens zitten, zetten zich in voor het maximaal haalbare binnen hun mogelijkheden om toe te groeien naar 30% sociale huur. Dit is in het nationale beleidsprogramma “een thuis voor iedereen” opgenomen. •

Gezien het Regioakkoord 2022 de basis, streeft elke gemeente naar ‘Meer Evenwicht’ zoals is afgesproken in het Regioakkoord 2022. Hiermee wordt bevorderd dat er in de regio een meer evenwichtige spreiding ontstaat van de sociale woningvoorraad.

•

Een aantal gemeenten en corporaties ziet naast toevoeging door nieuwbouw ook mogelijkheden om de bestaande voorraad beter te benutten en/of meer (sociale) woningen toe te voegen in de bestaande voorraad of onderzoekt creatieve oplossingsrichtingen hiervoor. Het kan dan gaan om bijvoorbeeld het splitsen van woningen, het optoppen van woningen, het toevoegen van extra flexwoningen of woningdelen. Daarvoor zijn de oplossingen voor de randvoorwaarden/kritische succesfactoren soms cruciaal. Om aan de totale opgaaf voor de regio te kunnen voldoen is het nodig dat alle partijen zich gezamenlijk (blijven) inzetten om te zoeken naar creatieve oplossingsrichtingen.

•

In het beleidsprogramma ‘Een thuis voor iedereen’ is opgenomen dat via de regionale woningbouwprogrammering de nieuwbouw van sociale huurwoningen zo wordt ingepland dat wordt toegewerkt naar een meer evenwichtige verdeling van de woningvoorraad met een streven naar 30% sociale huurwoningen in de woningvoorraad in elke gemeente. Dit is een ingroeimodel, het streven naar 30% sociale huur in de woningvoorraad hoeft niet per 2030 bereikt te zijn. Oftewel het maximale wordt gevraagd, maar niet het onmogelijke.

•

Gemeenten hebben tijd en oplossingen voor de KSF's nodig om de betaalbaarheidsambities uit de samenwerkingsafspraken te realiseren. Bestaande afspraken kunnen niet zomaar, zonder instrumenten of extra middelen, worden opengebroken. Wel worden in projecten waar al afspraken over zijn, de mogelijkheden benut om het aandeel betaalbaar te verhogen. Omdat 20% van de segmentering/invulling van de plancapaciteit nog niet bekend is, is hier ruimte om vanaf 2025 op het gewenste aandeel van twee derde betaalbaarheid in de programmering te komen, rekening houdend met de ‘fair share’ doelstelling van 30% sociale huurwoningen in de voorraad in elke regio en gemeente.

•

De minister voor VRO zal in de in voorbereiding zijnde Wet versterken regie volkshuisvesting zorgen voor versterking van het instrumentarium dat nodig is voor gemeenten, provincies en Rijk.

•

Partijen zetten zich in voor voldoende steun en locaties om de afgesproken aantallen sociale huurwoningen en middenhuur woningen en betaalbare koop daadwerkelijk te realiseren. Gemeenten zetten de ruimtelijke instrumenten in die ze hiervoor tot hun beschikking hebben. In geval gemeenten geen eigen grondposities hebben kunnen zij gebruik maken van de doelgroepenverordening. Voor de realisatie zijn zij alsnog afhankelijk van de medewerking van marktpartijen.

•

De corporaties in de regio zetten zich in voor de realisatie van 22.541 DAEB corporatiewoningen. In lijn met het Regioakkoord 2022 blijven gemeenten en corporaties de komende jaren zoeken naar mogelijkheden voor de bouw van meer sociale- en middeldure huurwoningen in de Rotterdamse regio. De regio Rotterdam vraagt het Rijk om mogelijkheden voor het toekennen van de DAEB-status aan middeldure huurwoningen door corporaties van te onderzoeken. Het aantal middenhuurwoningen door corporaties is op dit moment nog niet exact bekend. Deze aantallen zijn wat betreft de nieuwbouwopgave, richtinggevend voor de lokale prestatieafspraken die gemeenten, corporaties en huurders maken.

•

Om provincies, gemeenten en corporaties te ondersteunen bij het realiseren van versnelling van de nieuwbouw van sociale woningen, kunnen de expertteams, de Taskforce Nieuwbouw Woningcorporaties en de Taskforce versnellen tijdelijke huisvesting worden 9

ingezet. De Taskforce Nieuwbouw Woningcorporaties, die bestaat uit leden namens alle betrokken partijen, kan bestuurlijk hulp bieden wanneer er belemmeringen worden geconstateerd bij het realiseren van de gemeentelijke bouwopgave voor sociale huurwoningen, waaronder flexwoningen. •

Om te zorgen dat er voldoende woningen zijn voor starters en mensen met een middeninkomen zijn tot en met 2030 nationaal 350.000 betaalbare koop- en midden huurwoningen nodig. In het beleidsprogramma ‘betaalbaar wonen’ is dan ook opgenomen dat bijna 40% van de nieuwbouw dient plaats te vinden in deze segmenten. Het provinciale aandeel in deze nationale opgave is 43.560 middenhuurwoningen en 43.560 betaalbare koopwoningen. De regio zet zich in voor de realisatie van circa 13.000 betaalbare koopwoningen. Het aandeel middenhuur door corporaties wordt bepaald in 2023.

•

Om, het aandeel betaalbaar en daarbinnen sociaal in de regio Rotterdam op het gewenste niveau te brengen en te houden én te borgen dat de projecten met een hoog aandeel betaalbaar tot realisatie komen, is het voorwaardelijk dat de ondersteuning hiervoor vanuit het Rijk en provincie ondersteuning blijft bestaan en mogelijk wordt versterkt. Partijen spreken af dat er op 1 mei 2023 een tabel gemaakt kan worden van de aantallen bruto toe te voegen woningen per gemeente, naar de betaalbaarheidscategorieën en de opleverjaren. Voor die tabel is nodig dat alle projecten in de Planregistratie Wonen in lijn worden gebracht met het gemeentelijke bod voor het Regioakkoord 2022 en de ingediende en vastgestelde woningbouwprogrammering (voorbehoud op projecten in het kader van instemming van de provincie). De tabel wordt na 1 mei uit de Planregistratie Wonen geëxporteerd en betreft daarmee een momentopname van het regionale woningbouwprogramma van de regio op gemeenteniveau. Het betreft alleen de locaties, die zijn opgenomen in het door GS vastgestelde regionale woningbouwprogramma.

3. Woningbouwplannen en locaties In de realisatieagenda worden de locaties van de huidige woningbouwplannen zo concreet mogelijk opgenomen. Er wordt een ‘foto’ gemaakt van de huidige plannen, aangevuld met een overzicht van locaties. Locaties die op dit moment nog vertrouwelijk zijn, zijn nog niet opgenomen. Naast de opgenomen locaties zijn er kleinere of minder complexe woningbouwplannen verspreid over de regio. Ook deze zijn van waarde voor het realiseren van de doelstelling. Om aan de doelstellingen uit de samenwerkingsafspraken te voldoen is ook op projectniveau inzet nodig van partijen. 1. In tabel 4 zijn de bouwlocaties MIRT10 en WBI11 locaties opgenomen. Deze locaties zijn in de regio Rotterdam noodzakelijk voor de realisatie van de regionale opgave. 2. In tabel 5 staan de belangrijkste woningbouwprojecten met 200 woningen of meer, of het grootste project van de gemeente opgenomen. Deze lijst is niet uitputtend en heeft niet direct financiële of juridische consequenties. Het betreft een overzicht van de huidige stand van zaken. De aangegeven aantallen kunnen in de loop der tijd nog worden aangepast. In bijlage 2 is een lijst te vinden met alle projecten boven met 200 woningen of meer opgenomen.

Partijen spreken met elkaar af om via de Regionale Bouwtafel Rotterdam continue het gesprek te voeren over welke projecten nog meer in aanmerking komen voor de WBI, over gesignaleerde knelpunten/kritische succesfactoren ten behoeve van de realisatie, en over nieuwe knelpunten.

10 MIRT= Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport 11 WBI= Woningbouwimpuls

10

Tabel 4: MIRT en WBI projecten regio Rotterdam MIRT-projecten WBI-projecten • MIRT-verkenning Oude Lijn en • Barendrecht: De Stationstuinen regionale HOV-corridors (NOVEX12 • Maassluis: De Kade Oude Lijn Zone) • Rotterdam: Noordrand Zuiderpark • Oeververbindingen Rotterdam • Rotterdam: Ontwikkeling Codrico-terrein (NOVEX Oostflank Rotterdam • Rotterdam: Feyenoord City Versnellingsprojecten: • Rotterdam: Merwehaven • Barendrecht: Stationstuinen • Schiedam: Schieveste • Capelle aan den Ijssel: Rivium • Vlaardingen: Rivierzone • Lansingerland: Wilderszijde • Voorne aan Zee: Oude Goote • Maassluis: Hoekse Lijn • Nissewaard: Haven Noord • Rotterdam: Alexanderknoop • Rotterdam: Brainpark I • Rotterdam: MerweVierhavens (M4H) • Schiedam: Nieuw Mathenesse • Vlaardingen: Rivierzone

Tabel 5: sleutelprojecten – groter dan 200 woningen, of het grootste project in een gemeente13 Gemeente Project Aantal Krimpen a/d Ijssel Centrum-Zuid 277 Capelle a/d Ijssel Rivium Ca. 5.000 Lansingerland Vlaardingen Rivierzone 2.500-3.100 Rotterdam Alexanderknoop 1.000-9.000 Brainpark 3.000 Centrumplan IJsselmonde >500 Codrico 1.500 Feyenoord City 3.500 Feyenoord XL >1.500 Kop van Feijenoord >2.000 Lombardijenknoop 1.000 M4H >2.500 Noordrand Zuiderpark 2.500 Pompenburg 1.000 Schiekadeblok >500 Schiebroek Zuid >500 Maassluis Gebiedsontwikkeling Hoekselijn 2.450 Albrandswaard De Omloop 300 Ridderkerk Retiefstraat 325 Nissewaard De Dijk 2 1.138 Schiedam Schieveste 3.000 Glasfabriek 1.200 Voorne aan Zee Oude Goote 800 Barendrecht Stationstuinen 3.500

12 NOVEX = Nationale Omgevingsvisie Extra 13 Het opnemen van de projecten in deze tabel betekent niet dat deze worden besproken op de Regionale Bouwtafel.

11

4. Afspraken ter continuering van de bouwproductie en eventuele versnelling •

Vanwege de grote urgentie van de opgave is het nodig dat woningen sneller worden gerealiseerd. Het is daarom cruciaal dat er wordt gewerkt aan het sneller, slimmer en efficiënter inrichten van de processen en procedures die bij de realisatie van woningbouw van toepassing zijn. Hierbij bezien we het gehele bouwproces tot en met de bezwaarprocedure. Ook is het van belang samen een goed participatieproces in te richten, informeel en formeel. Door het ministerie van BZK is in overleg met medeoverheden en marktpartijen een actieplan Versnellen Processen en Procedures opgesteld.

•

Partijen zetten in op voldoende harde plancapaciteit14 voor de realisatie van de woningbouwproductie de komende vijf jaren. Partijen continueren daarbij de afspraak om in de gebieden met een groot tekort in te zetten op max 130% plancapaciteit. o

o

Om tegelijkertijd te kunnen anticiperen op wijzingen in voorkeuren en de woningvraag, is adaptief programmeren het uitgangspunt. Dat betekent dat de plancapaciteit voor vijf jaar en verder deels zacht blijft, zodat er binnen de planvoorraad ruimte is om adaptief programmeren mogelijk te maken. Het opharden van de zachte plannen hangt nauw samen met de invulling van de gemaakte afspraken over de kritische succesfactoren en de ondersteuning. De Regionale Bouwtafel kan hierbij een belangrijke rol spelen.

•

Door het hebben van voldoende plancapaciteit, kunnen vertragingen in ontwikkeling van locaties ook worden opgevangen door de ontwikkeling van andere locaties naar voren te halen. Ook kunnen gemeenten locaties hiervoor aandragen, die nog niet de status hebben van “aanvaarde” locaties. Eerste toetssteen in deze discussies is of deze locaties kunnen bijdragen aan de woningbouwopgave tot en met 2030, En uiteraard gelden voor zulke locaties de normale afwegingscriteria waaronder ruimtelijke criteria als de ladder voor duurzame verstedelijking, de benodigde investeringen in infrastructuur, water en bodem leidend en leefbaarheid. We gaan over dergelijke locaties in gesprek met elkaar. Dit gesprek over deze locaties is ook van belang voor de borging van de woningbouw na 2030. Het Rijk is overigens voornemens de ladder voor duurzame verstedelijking te evalueren.

•

De gemeenten spannen zich in voor het afgeven van voldoende vergunningen voor de realisatie van het regionale aandeel van de provinciale woningbouwopgave en betrekken vroegtijdig de waterschappen in het planproces (verkenning/initiatiefase).

•

Alle partijen spannen zich in om de kritische succesfactoren ‘water en bodem sturend’ en ‘toekomstbestendig bouwen’ tijdig in te brengen in het planproces waardoor de kans op vertraging op een later moment beperkt is.

•

De rijksoverheid en woningcorporaties hebben Nationale prestatieafspraken gemaakt. Deze afspraken zien toe op een zeer forse ambitie in verduurzaming, nieuwbouw én betaalbaarheid. o Het afschaffen van de verhuurderheffing is een goede en zeer belangrijke stap om corporaties aan investeringsruimte te helpen die nodig is voor het realiseren van de opgave. De afschaffing van de verhuurderheffing zorgt er namelijk voor dat de investeringscapaciteit van woningcorporaties op landelijk niveau toeneemt. De extra investeringscapaciteit die de afschaffing van de verhuurderheffing oplevert gebruiken woningcorporaties voor het realiseren van de opgaven uit de Nationale prestatieafspraken. Uit een doorrekening van de Nationale prestatieafspraken blijkt dat de opgaven landelijk financieel haalbaar zijn. Hierbij is rekening gehouden met de afschaffing van de verhuurderheffing en een stijging van de vennootschapsbelasting (incl. ATAD1). In het geval van de regio Rotterdam geldt de afschaffing van de heffing ook als een stap voorruit. Wel is al bekend dat op de (middel)lange termijn woningcorporaties in de regio Rotterdam een zeer lage investeringscapaciteit hebben.

14 Harde woningbouwplannen zijn plannen waarvoor een bestemmingsplan (of Omgevingsplan), zonder wijzigingsbevoegdheid, door de gemeenteraad is vastgesteld en/of onherroepelijk is geworden.

12

o

In de Nationale prestatieafspraken is ook afgesproken dat de (fiscale) lastendruk van corporaties actief zal worden gemonitord, in het licht van de financiële haalbaarheid van de maatschappelijke opgaven van corporaties. Er is afgesproken om de financiële haalbaarheid van de maatschappelijke opgaven door corporaties in 2024 integraal in beeld te brengen. Vanwege de sterk veranderende macroeconomische omstandigheden wordt deze geplande update een jaar naar voren gehaald en reeds in 2023 uitgevoerd. Daarin worden ook de fiscale aspecten meegenomen waar de woningcorporaties in de voorbereiding van deze realisatieagenda hun zorgen over hebben geuit.

•

De woningcorporaties spannen zich in om de beschikbare investeringscapaciteit voor de korte termijn zo optimaal mogelijk in te zetten voor het realiseren van kwalitatief goede en betaalbare sociale huurwoningen, in balans met andere investeringsopgaven die voortkomen uit de Nationale prestatieafspraken.

•

Partijen erkennen dat het bouwen van woningen momenteel onzeker is, o.a. vanwege de hoge bouwkosten en de stikstofproblematiek. Het op peil houden van de bouwproductie is al een uitdaging, laat staan het versnellen van woningbouwplannen. Op de Regionale Bouwtafel wordt, tijdens lastige tijden, ook gekeken naar maatregelen om de bouwproductie op gang te houden.

5. Hoe gaan we samen verder •

Om aan de ambities van de Rotterdamse regio te kunnen voldoen is er veel inzet nodig van alle partijen om de belemmeringen/kritische succesfactoren aan te pakken. Als de partners er gezamenlijk niet in slagen om oplossingen te vinden voor de belemmeringen/kritische succesfactoren, dan gaan ze de richtinggevende woningbouwambities niet halen. De ambities zijn hoog, maar de partners blijven tegelijkertijd ook realistisch. Zij beseffen dat de omstandigheden op dit moment ongunstig zijn. Zij zullen continu samenwerken aan de oplossingen die nodig zijn om de ambities waar te kunnen maken.

•

Met deze realisatieagenda wordt, verder bouwend op het Regioakkoord 2022, de basis gelegd voor een langjarige (t/m 2030) samenwerking tussen Rijk, provincie, gemeenten woningbouwcorporaties en Maaskoepel. Dit partnerschap is van groot belang om op een toekomstbestendige manier uitvoering te geven aan versnelling van de complexe woningbouwopgave. De uitvoering vraagt daarnaast om een nauwe betrokkenheid van marktpartijen, netbeheerders, drinkwaterbedrijven en huurdersorganisaties.

•

De samenhang met reeds bestaande afspraken en samenwerkingsstructuren wordt geborgd. Dit zijn het Regioakkoord 2022, de Bestuursovereenkomst Samenwerkingsverband Regio Rotterdam, het Bouwmanifest regio Rotterdam, de verordening Woonruimtebemiddeling, de Woonvisie regio Rotterdam en de Verstedelijkingsstrategie Zuid-Holland en het Provinciaal Omgevingsbeleid.

•

Twee keer per jaar wordt de uitvoering van de regionale realisatieagenda geagendeerd op het bestaande overleg, de Regiotafel Wonen. Naast de provincie, Maaskoepel en gemeenten, wordt ook BZK hiervoor uitgenodigd.

•

In de regio Rotterdam bestaat sinds 2020 de Regionale Bouwtafel Rotterdam. In relatie tot deze realisatieagenda is de Bouwtafel er ter ondersteuning voor de versnelling van de woningbouwopgave in de regio. Het is de tafel waar gekeken wordt naar concrete mogelijkheden om knelpunten op te lossen en woningbouwprojecten te versnellen. Er vindt geen besluitvorming plaats. Ook komt de regionale samenwerking aan bod. Voor de toekomstige werkwijze van de Regionale Bouwtafel gaan de deelnemers binnenkort nadere afspraken maken. Voorgesteld zal worden dat: A. Na ondertekening van deze realisatieagenda standaard deelnemen: o Het Samenwerkingsverband regio Rotterdam; o Maaskoepel; o Het ministerie BZK; o Provincie Zuid-Holland; 13

o o o a.

Neprom; Bouwend Nederland regio Rijnmond; VNO-NCW regio West.

Indien onderwerpen worden behandeld waarbij er raakvlakken zijn met de taken en bevoegdheden van organisaties zoals hieronder benoemd worden zij ook uitgenodigd dan wel zijn ze agendalid, waarbij zij ook onderwerpen kunnen agenderen: o Waterschap Hollandse Delta, o Hoogheemraadschap van Delfland, o Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard; o Drinkwaterbedrijf Evides, o Netbeheerders.

•

De voortgang ten aanzien van de wederkerige bestuurlijke afspraken wordt gemonitord met de interbestuurlijke landelijke monitor voortgang woningbouw. o Woningbouwaantallen worden elk jaar geactualiseerd in het provinciale registratiesysteem wonen t.b.v. het vaststellen van de jaarlijkse woningbouwprogrammering, waarbij kansen worden verzilverd en woningbouwplannen worden bijgesteld op basis van de meest recente inzichten o De woningbouwaantallen worden conform de landelijke interbestuurlijke afspraken planmonitoring geactualiseerd in het provinciale registratiesysteem, de Planregistratie Wonen. Provincie stelt jaarlijks geactualiseerde woningbouwprogramma’s per regio vast op basis van de door gemeenten aangeleverde gegevens via het provinciale planregistratiesysteem. De vastgestelde woningbouwprogramma’s worden gebruikt voor de aanlevering van gegevens voor de landelijke monitoring woningbouw. Na een half jaar actualiseren de gemeenten de vastgestelde woningbouwprogramma’s op basis van actuele gegevens in het provinciale planregistratiesysteem en levert de provincie deze aan voor de landelijke monitoring woningbouw. Deze gegevens gebruikt de provincie al enige tijd om te sturen op versnellen en kwalitatieve doelen en zet dat graag in partnerschap met elkaar voort.

o Hierbij is het belangrijk aandacht te blijven houden voor de administratieve lasten, die samenhangen met het bijhouden van de planregistratie; verbetering blijft bespreekbaar. o Over de communicatie en openbaarheid van de gegevens worden onder andere in het gebruikersprotocol van de landelijke interbestuurlijke planmonitoring nadere afspraken gemaakt. o De woningcorporaties worden betrokken bij de onderliggende data die leidt tot de monitoringsoverzichten. o Doel van de monitoring is onder andere om besprekingen over bijsturing te kunnen voeren. Zoals: wat kunnen we doen om projecten niet te laten vertragen en is het nodig om eerder geplande projecten te vervangen door projecten van de reservelijst met woningbouwplannen? o Gemeenten kunnen reserve of nieuwe locaties voorleggen om te streven naar de gestelde doelen. Als projecten van de reservelijst naar voren gehaald worden als vervanging van projecten wordt daarbij ook afgewogen hoe die projecten bijdragen aan de kwalitatieve, betaalbaarheidsdoelen en de leefbaarheid van gemeenten. o De woningbouwproductie per jaar tot en met 2030 wordt bijgewerkt op basis van de gerealiseerde woningbouwproductie en ontwikkeling van de woningvoorraad. Deze bijstelling kan leiden tot bijstelling van de voorliggende realisatieagenda.

o Deze realisatie wordt periodiek (jaarlijks) herzien mede op basis van de nieuwste inzichten die volgen uit het Woningbouwprogramma en de woningbehoefteverkenning Zuid-Holland en in ieder geval na de publicatie van de uitkomsten van het Woon Onderzoek Nederland. Indien partijen vinden dat deze frequentie niet meer past, wordt een nieuwe afspraak gemaakt over de frequentie van herziening.

•

Het Rijk en de provincie informeren de gemeenten in de regio indien er nieuwe regelingen of subsidiemogelijkheden worden opengesteld. Ook dient het Rijk als vraagbaak bij eventuele onduidelijkheden omtrent de aanvraag van financiële middelen. De provincie informeert gemeenten in de regio indien er nieuwe regelingen of subsidiemogelijkheden worden opengesteld.

•

Partijen beseffen dat er ook ontwikkelingen zijn waar zij beperkt invloed op hebben zoals de hoogte van de hypotheekrente en/of nieuwe inzichten rond bv. klimaatscenario’s. Het is 14

daarom goed mogelijk dat er de komende maanden of jaren weer nieuwe, nu nog onbekende ontwikkelingen kunnen optreden die van invloed zijn op de realisatie. Voor de omgang met deze ontwikkelingen vervult de Regionale Bouwtafel Rotterdam een belangrijke functie. •

Partijen spreken af om na ondertekening van deze regionale realisatieagenda gezamenlijk te werken aan een uitwerking c.q. aanscherping (SMART) van het sturingsmechanisme; o.a. escalatieladder, monitor en rapportages.

6. Kritische succesfactoren Onderstaand wordt een overzicht gegeven van de kritische succesfactoren. Het realiseren van de kwantitatieve en kwalitatieve woningbouwdoelstellingen slaagt alleen als partijen in staat zijn om gezamenlijk naar oplossingen te zoeken en in staat zijn om de kritische succesfactoren op te lossen. We gaan tijdens het uitvoeringstraject van de regionale realisatieagenda (Woondeal) in gesprek over de kritische succesfactoren in relatie tot de versnelling van de woningbouw. Daarvoor biedt dit overzicht de basis om knelpunten in relatie tot de woningbouw aan de woondealtafel en regionale versnellingstafel te adresseren. Vanaf het tweede kwartaal wordt benut om oplossingsrichtingen aan te dragen en/of nader uit te werken en afspraken te maken over eenieders bijdrage aan de oplossingen. Alle partijen zijn van mening dat concrete afspraken en oplossingen nodig zijn die alle partijen het vertrouwen geven/geeft dat ze de ambities ook waar kunnen gaan maken. Partijen werken samen om oplossingen te vinden voor de genoemde kritische succesfactoren. De minister voor VRO committeert zich aan de coördinatie door BZK voor de opgaven die samenhangen met woningbouw waarvoor de inzet van het Rijk nodig is en aan het fungeren als eerste aanspreekpunt (en indien nodig als toegangspoort) richting andere departementen.

En de minister voor VRO zal zich maximaal inzetten om samen met de verantwoordelijke collegaministers oplossingen te vinden voor de problemen die de woningbouw- en betaalbaarheidsambities in de weg zitten. Indien een kritische succesfactor niet opgelost kan worden doordat een genoemde oplossingsrichting niet of niet voldoende haalbaar is of als er nog geen oplossingsrichting voor een KSF is gevonden, committeren partijen zich aan het vinden van een (andere) oplossing die er wel toe leidt dat de volkshuisvestelijke doelen (aantallen, kwaliteit en betaalbaarheid) worden behaald. Gemeenten kunnen reserve of nieuwe locaties voorleggen om te streven naar de gestelde doelen. Als dat onmogelijk blijkt kunnen partijen niet op de doelen worden afgerekend. •

Rijk en medeoverheden zorgen ervoor dat knelpunten om te kunnen voldoen aan randvoorwaarden voor woningbouw zoveel mogelijk worden weggenomen. Dit met oog voor een gezond, veilig en schoon leefmilieu voor nu en in de toekomst. Het gaat om knelpunten op het vlak van de financiering van sociale en betaalbare woningbouw, het water- en bodemsysteem, capaciteitstekorten in de gehele keten van woningbouw, schaarste aan materialen, geluid, klimaatbestendig bouwen, natuurinclusief bouwen, verduurzaming, stikstof, luchtkwaliteit, nutsvoorziening en erfgoed. We scheppen duidelijkheid, door het maken van afspraken en het stellen van kaders. Het streven is om onder andere onduidelijkheden in beleid, die belemmerend kunnen werken op het besluitvormingsproces en de bouw van woningen, weg te nemen.

•

Locatie of regiospecifieke knelpunten dienen op dat niveau te worden opgelost. Waar nodig, worden ze landelijk besproken. o De meeste van de belemmeringen kunnen locatie specifiek worden opgelost. In sommige gevallen kan hierbij gebruik worden gemaakt van de landelijke regelingen die er zijn voor bijdragen aan de realisatie van woningbouw. Daar waar nodig kan de Regionale Bouwtafel en/of het expertteam woningbouw worden ingezet. o De landelijke versnellingstafel is opgericht voor alle bovenregionale problematiek waar een oplossing voor moet worden gevonden. Dit team zorgt ervoor dat de juiste experts en ministeries worden aangesloten om gezamenlijk de problematiek te analyseren en zoeken naar een oplossing. 15

o

Voor een aantal van de kritische succesfactoren is al een governance structuur ingericht en wordt naar besluitvorming toegewerkt. Daarbij zal worden aangesloten.

•

Door MinVRO wordt ingezet op ondersteuning van de regio via onder meer: o Het verstrekken van financiële middelen via diverse regelingen en subsidies waar de regio aanspraak op kan maken. Het gaat hierbij om middelen die generiek beschikbaar zijn, ook andere regio’s kunnen hier aanspraak op maken (denk aan WBI, VHF, regeling huisvesting aandachtsgroepen, expertteams). o Het verstrekken van kennis en expertise wanneer projecten vastlopen, bijvoorbeeld via het Expertteam woningbouw of één van de taksforces. Ook wordt met de flexpoolregeling een bijdrage geleverd aan extra capaciteit voor provincies en gemeenten. o Wet- en regelgeving voor de realisatie van de woningbouwopgave. Voor versterking van dit instrumentarium wordt het wetsvoorstel versterken regie op de volkshuisvesting voorbereid. o Partijen blijven in contact als de middelen (geld of instrumentarium) onvoldoende blijken te zijn.

•

Alle partijen onderschrijven dat concrete afspraken en een robuust maatregelenpakket nodig is dat alle partijen het vertrouwen geven/geeft dat ze de ambities ook waar kunnen gaan maken. Na ondertekening van deze realisatieagenda gaan partijen in 2023 een nadere analyse maken van de kritische succesfactoren in deze regio. Er wordt eerst bekeken op welk niveau een kritische succesfactor speelt (lokaal, regionaal of nationaal), en welke partijen nodig zijn, om vervolgens toe te werken naar wederkerige afspraken.

•

Naar aanleiding van de reality-check en de bestuurlijke gesprekken die gevoerd zijn over de opgave waar we gezamenlijk voor staan, zijn onder meer de onderstaande kritische succesfactoren geïdentificeerd om tot versnelling te komen: o Mobiliteit en infrastructuur o Stikstof o Geluid o Water en bodem sturend o Voldoende middelen en sturing voor meer sociale en betaalbare woningen o Beperken schaarste van middelen en menskracht en stijgende kosten o Toekomstbestendige bouw (inclusief klimaatadaptief, duurzaam en circulair bouwen, energieneutraliteit) o Streven naar complete steden en dorpen o Aansluiting op nutsvoorzieningen (energie en drinkwater) o Procedures Naast bovenstaande punten is het goed mogelijk dat er de komende maanden of jaren weer nieuwe, nu nog onbekende ontwikkelingen kunnen optreden die van invloed zijn op de realisatie. Daarom hebben we afspraken opgenomen over voortdurend het gesprek met elkaar om huidige en nieuwe knelpunten aan te pakken. In aanvulling hierop staat hieronder een nadere beschrijving van knelpunten waarvoor de regio aandacht vraagt.

•

Het realiseren van de kwantitatieve en kwalitatieve woningbouwdoelstellingen slaagt alleen als partijen in staat zijn om gezamenlijk naar oplossingen te zoeken en in staat zijn om de kritische succesfactoren op te lossen. De kritische succesfactoren zoals opgenomen in de ‘Samenwerkingsafspraken woningbouw Zuid-Holland’ tussen het Rijk en de provincie ZuidHolland zijn door de gemeenten en woningcorporaties binnen de Rotterdam vertaald naar de regio. Volgens gemeenten en woningcorporaties in de regio zijn de onderstaande punten van belang als het gaat om de kritische succesfactoren voor de regio Rotterdam. Zij vragen daar aandacht voor via deze realisatieagenda t.b.v. de realisatie van de ambities. Gezien de tijdsdruk om tot de realisatieagenda te komen, is het aantal kritische succesfactoren en benoemde knelpunten niet uitputtend. Het gaat om ten minste de volgende punten:

16

•

Middelen en sturing voor verhogen aandeel betaalbaarheid Het realiseren van voldoende betaalbare woningen is in de regio Rotterdam een grote opgave. Dit ligt enerzijds aan het feit dat er bij corporaties en gemeenten een gebrek is aan eigen grondposities, en middelen voor en een juridische instrumentarium om te sturen op het realiseren van de gewenste betaalbare woningen tot en met 2030. Anderzijds kost bouwen van betaalbare woningen op stedelijke locaties geld. Uit een rapport van Rebel (2021, in opdracht van BZK) werd de publieke onrendabele top (PORT) voor woningbouwprojecten in Zuid-Holland als volgt ingeschat; 90% van alle binnenstedelijke woningbouw kent een PORT en 45% van de woningbouw in de uitleggebieden kent een PORT15. Ten opzichte van het rapport uit april 2021 zijn de omstandigheden aanzienlijk verslechterd. Voor marktpartijen lijkt het onmogelijk om een sluitende exploitatie te krijgen indien sociale en betaalbare woningen moeten worden gerealiseerd. Sommige gemeenten in de regio hebben weinig of geen eigen grond waardoor zij afhankelijk zijn van marktpartijen. Naast dat marktpartijen vanuit economisch perspectief de voorkeur hebben om woningen te realiseren in de vrije sector, zorgen de stijgende (bouw)kosten regelmatig voor een herbeoordeling van de segmentverdeling. Dit is vaak niet ten gunste van het aandeel sociale of betaalbare woningen.

Een ander knelpunt is dat gemeenten niet meer kunnen bijsturen op bestaande afspraken. Tot slot, is een belangrijk knelpunt voor gemeenten de huidige systematiek van de Woningbouw Impuls (WBI). De gemeenten vinden de huidige systematiek ongewenst omdat de WBI projectgebonden is, een hoge administratieve last kent, vraagt om een stevige cofinanciering die voor veel gemeenten moeilijk op te brengen is, een tijdelijk karakter heeft en toekenning van de middelen is onzeker.

•

Schaarse materialen en menskracht en stijgende kosten De regio Rotterdam heeft net zoals andere regio’s te maken met een schaarste aan materialen, capaciteitstekorten en stijgende kosten. Het gaat hierbij om personeelstekorten in de gehele keten van de woningbouw (van planvorming tot realisatie). Het gaat dan o.a. om de tekorten bij (a) overheden en corporaties, (b) rechterlijke macht en (c) bouwende en ontwikkelende partijen. De capaciteitsproblemen zorgen ervoor dat woningbouwplannen langere procedures hebben, o.a. doordat de termijnen van vergunningenprocedures niet worden gehaald en gerechtelijke procedures uitlopen. Met name de lange procedures bij de Omgevingsdiensten worden veelvuldig genoemd. Ook is er een groot tekort aan werknemers in de bouwsector. Voor marktpartijen leiden de hoge kosten ertoe dat de financiële haalbaarheid van woningbouwprojecten in het geding komt en dat er verzoeken worden gedaan om het woningbouwprogramma aan te passen. Ook woningcorporaties hebben te maken met de stijgende kosten.

•

Mobiliteit en infrastructuur Een goede mobiliteitsoplossing is zonder meer randvoorwaardelijk voor woningbouw- en gebiedsontwikkeling. Zonder garanties op een goede bereikbaarheid kunnen plannen stranden bij de Raad van State. In de regio Rotterdam staat de bereikbaarheid op veel plekken al onder druk. Die bereikbaarheid en leefbaarheid komt nog verder onder druk te staan als er niet aansluitend op de groei van inwoners en arbeidsmaatregelen voldoende mobiliteitsmaatregelen worden genomen. Voor de verstedelijkte gebieden in de regio vraagt het ook om de bereikbaarheid van het OV te verbeteren. Zeker omdat het OV een belangrijke rol kan spelen in de mobiliteitstransitie. Ook zijn de investeringen in het OV nodig omdat de auto een minder prominente rol krijgt in de openbare ruimte, bijvoorbeeld vanwege de parkeernormen die gelden voor nieuwe woningbouw. Ook gebiedsinfra blijft een belangrijk aandachtspunt. Bovenstaand betekent dat wederkerige afspraken nodig zijn over investeringen in mobiliteitsoplossingen om zekerheid te bieden voor goede ontsluiting en verbinding van woningbouwlocaties. Met de MIRT-besluiten over MoVE, zoals de MIRT verkenning Oeververbindingen regio Rotterdam, zijn hierin al belangrijke stappen genomen. Maar we zijn er nog niet. Voor afspraken m.b.t.

mobiliteit en infrastructuur is in de regio Rotterdam een belangrijke rol weggelegd voor de MRDH en die dient betrokken te worden bij het maken van nadere afspraken over mobiliteit en infrastructuur.

15 Rebel (2021).Verkenning onrendabele toppen woningbouwprojecten.

17

De provinciale financiële middelen en fysieke inpassingsmogelijkheden om infrastructuur bij te bouwen zijn beperkt. Om de bouw niet te vertragen, is het daarom extra belangrijk de (toekomstige) mobiliteitskosten van ruimtelijke ontwikkelingen vroegtijdig te bespreken om te kunnen prioriteren om het geheel betaalbaar te houden. Daarom beoordeelt de provincie met de mobiliteitstoets (voor)ontwerp bestemmingsplannen op de verkeerseffecten. Hierover worden procesafspraken gemaakt tussen partijen. •

Geluid Een groot knelpunt in de regio Rotterdam is geluid. Dit komt o.a. door luchtvaargeluid vanwege Rotterdam The Hague Airport en door haven gerelateerd nestgeluid. De geluidshinder zorgt ervoor dat woningbouwplannen niet of in beperktere omvang kunnen doorgaan of dat er aanvullende en kostbare bouwtechnische maatregelen nodig zijn. Bovendien leggen de nieuwe rekenregels voor cumulatie van geluid een druk op de woningbouw. Naast dat het de ruimte voor woningbouw beperkt, heeft het ook een impact op de leefomgeving. De kosten voor het nemen van mitigerende en bronmaatregelen voor de omgeving zijn vaak hoog.

•

Water en bodem sturend De regio Rotterdam heeft, net zoals in meerdere gebieden in Nederland, te maken met aandachtspunten op het gebied van (hoog)water en bodemdaling. Gemeenten hebben te maken met de stijgende zeespiegel, liggen in een waterwingebied, of hebben te maken met slappe bodem/bodemdaling. Het realiseren van de realisatieagenda hangt samen met de uitwerking van het principe ‘water en bodem sturend’ in het gelijknamige programma. De richtinggevende keuzes uit dit programma geven voor woningbouw sturing aan de locatiekeuze. De manier waarop gebouwd wordt, wordt beïnvloed door de eigenschappen van het watersysteem en de bodem.

•

Procedures Het doorlopen van procedures voor woningbouwplannen kan een grote vertragende factor zijn voor het realiseren van woningbouw. In de regio Rotterdam worden verschillende knelpunten ervaren als het gaat om procedures. De wet Natuurbescherming levert vaak problemen op. Bezwaarprocedures worden soms oneigenlijk gebruikt door inwoners en bedrijven. Beroepsprocedures kunnen een heel project stilleggen, waarbij het belang van één (huidige) bewoner opweegt tegenover het belang van meerdere toekomstige bewoners of woningzoekenden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12524573/1