08.09 - Conceptverslag raadsbrede commissie stadsvisie 15-09-2021
Tekst van het document
Raadsbrede commissie woensdag 15 september 2021
Pagina:
1
Verslag van de vergadering van de raadsbrede commissie, gehouden op woensdag 15 september 2021 in de raadzaal van het gemeentehuis, Rivierweg 111 Capelle aan den IJssel, aanvang 20.30 uur Aanwezig zijn als: voorzitter
:
volksvertegenwoordigers :
de heer C.A.J. Schaatsbergen; mevrouw J.W. Lauw-Schouten, raadslid Leefbaar Capelle; de heer drs. M.G. Jaliens, raadslid Leefbaar Capelle; mevrouw V. King-de Hoog, raadslid Leefbaar Capelle; de heer drs. S. van Loef, raadslid VVD; de heer H.E. Tiesma, burgerraadslid D66; de heer prof. dr. M.W. van Buuren, raadslid SGP; de heer mr. P.M.D. Weijers, burgerraadslid SGP; mevrouw C.W.J. Weemhoff MA, raadslid PvdA; de heer ing. J. Breepoel, raadslid SP; de heer ing. P. Eilander, raadslid ChristenUnie; mevrouw J. den Engelsman, raadslid CDA; de heer E.C. Raadsen, raadslid GroenLinks;
secretaris griffier
: :
de heer drs. A.J.M.C. Schoenmakers; mevrouw. drs. T.A. de Mik;
college
:
de heer M.J.W. Struijvenberg, wethouder;
notulist
:
de heer A. de Krom (Notuleerservice Dictum).
Op de publieke tribune is bij aanvang van de vergadering 1 persoon aanwezig.
1. Opening, mededelingen en vaststelling agenda. De VOORZITTER opent de raadsbrede commissievergadering en heet allen welkom. De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld. 2. Spreekrecht inwoners Mevrouw WINKELS spreekt de commissie als volgt toe: “Goedenavond dames en heren, luisteraars. Dank, voorzitter, voor de mogelijkheid om te kunnen inspreken. Ik laat u hierbij weten dat ik mede namens een collega het woord zal voeren. Hij is niet in de gelegenheid vanavond aanwezig te kunnen zijn. Vanavond is de Stadsvisie aan de orde, plannen maken voor de toekomst van Capelle aan den IJssel. Zo hebben bewoners van Capelle gebruik kunnen maken van hun grondrecht om hun meningen, voorstellen en ideeën aan de gemeente mee te geven voor ontwikkelingen van hun eigen woonwijk. Spijtig is dat beantwoording als reactie op hun inzet uitblijft en dat dit niet past binnen de regels die hiervoor in Capelle gelden voor beantwoording van brieven en mails van bewoners. Binnen de nota van beantwoording zijn veel vragen enz. terug te vinden, maar niet alle alle vragen en opmerkingen zijn opgenomen. Hierdoor geeft dit een onvolledig beeld van de gedachten van de Capellenaren over de toekomst van Capelle. In de nota van beantwoording is vermeld dat deze zienswijze niet leidt tot aanpassing van de Stadsvisie. Daarbij wordt eraan voorbij gegaan dat er ideeën bij zitten die zeker het overwegen waard zijn.
Ik kom hierbij op het verzoek van mijn collega over de woonwijk Schenkel en dan met name de Florabuurt. De bewoners hebben op grond van artikel 3.15 tweede lid van de Algemene wet bestuursrecht in samenhang met artikel 13.3 van de Wet milieubeheer een zienswijze ingediend. Ter informatie aan u, het indienen van een zienswijze binnen een termijn is vermeld in artikel 3.18 Awb. Er zijn plusminus 280 zienswijzen ingediend. Voor reageren op de inspraakreacties of zienswijzen door de gemeente geldt ook een termijn van zes weken, tenzij een andere termijn bekend is gemaakt. En dan is het nu met zorg en stress wachten op een antwoord. Een antwoord of een reactie die tot heden is uitgebleven. Een antwoord dat nu eenmaal nodig is, en niet alleen wenselijk, maar ook juridisch noodzakelijk om stappen te kunnen ondernemen. Ik verzoek u hierbij erop toe te zien dat alle mails/ brieven met reacties en de zienswijzen uiterlijk 25 november a.s. worden beantwoord. Dat is
Raadsbrede commissie woensdag 15 september 2021
Pagina:
2
gelijk aan de beantwoording op mijn brief die op de LIS van de aanstaande raadsvergadering van 27 september is geplaatst. 3. Stadsvisie, met het oog op de toekomst De VOORZITTER laat weten dat het traject van de Stadsvisie al halverwege 2019 is gestart. Er zijn de nodige trajecten doorlopen, zowel bestuurlijk als ambtelijk. De raad was daar ook intensief bij betrokken, onder meer met stadsgesprekken en een werkgroep. Er was al een commissieronde over de stadsronde en vandaag vindt raadsbrede commissiebehandeling plaats. Mevrouw DEN ENGELSMAN merkt op dat het CDA enorm veel waardering heeft voor het proces, dat met veel inwoners, maatschappelijke organisaties en bedrijven is doorlopen. Er is een speciale raadswerkgroep ingericht, die constructief heeft overlegd. Er was een samenspel tussen de ambtelijke organisatie en het college, waardoor de Stadsvisie nu in definitieve vorm voorligt. Zij gaat in op de aspecten van een visie per wijk, de woningbouw, de buitenruimte, de zachte kant, de bedrijvigheid en de vaart erin houden. De Stadsvisie is een overkoepelend concept. Liever zou het CDA een visie per wijk zien, omdat bijvoorbeeld de blik op een winkelstrip in Capelle-West niet hetzelfde is als het stadshart in Middelwatering. Er is weinig dorps aan het stadshart en weinig stedelijks aan de Doormanstraat. Toch probeert het stuk deze gedachte vol te houden.
Er lijkt niet te kunnen worden gekozen tussen stad en dorp. Capelle is in haar ogen echter een woonplaats met stadse en dorpse wijken. Zoek daarom geen overkoepelende thema’s, maar schrijf per wijk een visie. Wellicht kunnen op de visie per wijk nog andere domeinen aanhaken, zoals maatschappelijke ontmoeting en ondersteuning en gezondheid. Wellicht komt er dan een mooie integrale visie per wijk. Vervolgens gaat zij in op het woningbouwaspect. 5.000 te realiseren woningen in Rivium leveren een enorme bijdrage aan het nakomen van gemaakte afspraken met de regio. Die afspraken behelzen momenteel slechts 1.530 woningen. Daarnaast worden er naast 5.000 woningen nog eens 2.800 extra woningen gerealiseerd. Het CDA wil in de wijken liever voor het steen-voor-steenprincipe gaan en wil in de toekomst geen verdichting, die druk op de mobiliteit en voorzieningen kan betekenen. Blij is zij met de gevoerde goede discussie over hoogbouw. Er komt geen hoogbouw, tenzij. Zij vraagt of de raad nog iets terugziet over de nota over verdichting. De heer VAN BUUREN constateert gezien de opmerking over het steen-voor-steenprincipe dat grote delen van de Stadsvisie voor het CDA onacceptabel zijn. Mevrouw DEN ENGELSMAN bevestigt dat. Zij heeft er grote moeite mee om hele grasvelden dicht te bouwen en raadt aan verdichting te heroverwegen.
Zij vraagt zich ook af of Oeverrijk bebouwd moet worden of dat men dat gebied groen zou moeten laten. De buitenruimte is essentieel bij verdichten. Het CDA wil een fijne en beweegvriendelijke buitenruimte, die bewoners enorm waarderen. Recreatiegroen en recreatiegrijs, zoals schoolpleinen, kunnen daar ook toe behoren. Zij wil haast laten maken met het opstellen van het plan voor de buitenruimte. De kwaliteitsimpulsen voor groen en het water liggen namelijk al jaren stil. Gedegen beleid of regels voor de omgang met bomen ontbreekt en ook daarvoor vraagt zij binnen de Stadsvisie aandacht. Grote bomen zijn betekenis- en waardevol voor de stad. Geen goede omgang daarmee betekent dat het jaren duurt eer er na kappen weer grote bomen terug zijn. Vervolgens vraagt zij aandacht voor de zachte kant vanuit het sociaal domein, die voor het CDA enorm belangrijk is. De visie gaat namelijk nu wel heel erg over bouwen en hoogte en daarom is zij blij met het toevoegen van het belang van oog voor de kwaliteit van het wonen bij hoogbouw. Er moet naar haar mening meer aandacht zijn voor ontmoeten en de sociale functies. De gemeente kan inspelen op de behoeften in de wijk. Voorts breekt zij een lans voor de bedrijvigheid in de stad, dat steeds vaker aan het kortste eind lijkt te trekken. Bedrijvigheid is van belang voor de Capelse ambachtelijkheid van vmbo’ers, mbo’ers en hbo’ers.
Bedrijvigheid kan aan de randen blijven en behouden blijven met buitendijkse hoogbouw, zoals in Capelle-West. Daar zit de maakindustrie, zoals de IJsselmolen, met nu al ingeperkte geluidscontouren. De industriezone van de Stormpolder maakt het niet makkelijker om woningen te realiseren. Te sterke verweving van bedrijvigheid en wonen leidt tot klachten, zoals bij de Roer. Het CDA ziet voor Capelle XL bedrijvigheid weggelegd en wellicht ook het toevoegen van recreatieve functies of horeca. De shopkaart gaat ook over Capelle XL. Tegelijkertijd ziet zij in het programma Economie een zoekkaart voor het Hoofdweggebied voor meer leisure. Zij vraagt hoe de verbindingen gelegd met het programma Economie. Tot slot wil zij de vaart erin houden, ook voor Fascinatio, het Rivium en het Roer.
Raadsbrede commissie woensdag 15 september 2021
Pagina:
3
De heer TIESMA meent dat men niet oneens met een mooier en beter Capelle kan zijn, zoals vermeld in de Stadsvisie. In april was er nog een extra vergadering om tot een aanscherping te kunnen komen. Die aanscherping zit nu deels in de voorliggende visie, maar anderszins lijkt die visie nog veel op geschudde dubbelvla, wat wellicht niet helemaal is te voorkomen. Veel van de onderwerpen vinden hun uitwerking in andere programma’s en het belang daarvan is eigenlijk des te groter. In de vergadering van 17 mei jl. heeft de wethouder toegezegd vergrijzing als apart aandachtspunt op te nemen en dat is gebeurd, waarvoor hij dank zegt. Voor D66 zijn verdichting en hoogbouw grote zorgpunten, welke zorgen de meeste commissieleden delen. Daarover zijn ook veel zienswijzen ingediend. Om de zorg weg te nemen is een aantal bezwerende formules gedefinieerd, waarvoor hij eveneens dank zegt. D66 blijft scherp op het voorkomen van een meer versteende leefomgeving. Voor D66 blijft steen voor steen het uitgangspunt, maar hij is echter niet tegen bouwen. Fijn om te lezen vond hij dat bij hoogbouw het accommoderen van afvalstromen standaard wordt meegenomen. In de Stadsvisie wordt voor het bouwen van huizen verwezen naar een provinciale opdracht of een andere afspraak.
Ook D66 vindt woningbouw uiterst belangrijk, maar onder verwijzing naar de uitbreiding van het Nieuwe Rivium is het voor hem wel klaar met de uitbreiding van woningbouw op een hoog bestuursniveau. Met zoveel woningen erbij voldoet Capelle zijns inziens aan elke norm. Hij vraagt wat de visie van de wethouder is op enige afspraak in de toekomst. In het op bladzijde 9 benoemen van de afnemende tolerantie als zorgpunt kan hij zich vinden. Dat onderwerp moet in andere programma’s speciale aandacht krijgen, zoals de invloed van de bebouwde omgeving op tolerantie, drukte, lawaai, overlast et cetera. Al deze aspecten dragen bij aan minder tolerantie. Wellicht is het een idee om bij nieuwe ontwikkelingen daaraan extra aandacht te schenken. Daarna gaat hij in op de Capelse economie in de toekomst. Het heeft zijn voorkeur om een focus richting bepaalde sectoren aan te brengen. De gemeente kan daarin niet sturen, maar kan wel kijken welke bedrijven ze aantrekt. Daarbij denkt hij aan zaken die met de toekomst te maken hebben, zoals artificial intelligence, robotica et cetera. Hij vraagt wat de wethouder daarvan vindt. Opslag voor energie vraagt ruimte en hij wil weten of daar zoekgebieden voor zijn. In het deel van samenwerken wordt gesproken over veel meer overlaten aan de wijk, waarmee hij het volledig eens is. Graag zou hij zien dat uit te breiden naar wijken en buurten.
Heel veel zaken die voor inwoners van belang zijn spelen zich namelijk op buurtniveau af. Het mee bepalen van wat er in je omgeving gebeurt brengt je dan tot een niveau waar de meeste mensen een relatie mee voelen. Hij vraagt of de wethouder het met hem eens is dat juist de buurt van groot belang is voor inwoners. Wellicht is het mogelijk deze aanpassing door te voeren. Het heeft zijn voorkeur om gezien de snelle ontwikkelingen sneller dan pas na vier jaar weer naar de Stadsvisie te kijken en te bezien of die bijstelling behoeft. Waarschijnlijk moet al na drie jaar naar eventuele bijstelling worden gekeken. De heer VAN BUUREN ziet wat betreft woningbouw een enorm dilemma, gezien de grote behoefte aan woningen. Het CDA en D66 lijken de keuze te maken dat de gemeente met het Rivium ruimschoots aan haar verplichtingen voldoet, wat qua woningbouw grote terughoudendheid elders in Capelle betekent. Dat is een keuze. Dat roept veel vragen op hoe de gemeente met alle ontwikkelingen in de rest van Capelle wil omgaan en hij is benieuwd hoe dat zich uitkristalliseert in het standpunt die deze partijen gaan innemen bij nog te nemen besluiten. De heer TIESMA heeft steen voor steen als uitgangspunt genoemd en heeft woningbouw niet uitgesloten. Het gaat erom of je de groene omgeving wel steeds verder moet inperken.
De heer VAN BUUREN denkt dat de uitdrukking ‘steen voor steen‘ dan ongelukkig is. De heer VAN BUUREN memoreert dat het steen-voor-steenprincipe een lange historie heeft in de Capelse gemeenteraad, welk principe toentertijd vooral is bedacht om de ’s-Gravenweg te behoeden voor extra bebouwing, wat overigens niet helemaal is gelukt. Hij kijkt terug op een mooi en een best leuk traject om te komen tot de Stadsvisie. Het mooie resultaat vindt hij wel passen bij hoe de SGP tegen de stad aan kijkt. De metafoor van een geschudde dubbelvla vindt hij mooi. De verhouding tussen dorp en stad, groen en steen en hoogbouw en laagbouw is een heel fragiel evenwicht. Op visieniveau worden deze zaken aardig met elkaar verenigd. Bij uitwerking in concrete initiatieven en projecten zal echter blijken dat het heel lastig is om deze zaken met elkaar te verzoenen. Daarvoor zijn pijnlijke keuzen nodig als men van het niveau van de visie afdaalt naar concrete projecten. Dat vereist heel veel transparantie en behoedzaamheid, ook richting de Capellenaar. Wat de SGP betreft blijft Capelle wat vaker aan de kant van het dorpse, het groene en de laagbouw en wordt uitgekeken met het ruim interpreteren van de mogelijkheden om te verdichten, te verstenen en te verstedelijken.
Raadsbrede commissie woensdag 15 september 2021
Pagina:
4
De SGP is blij met uitdrukkelijke aandacht voor de menselijke maat en het naar elkaar omzien in Capelle. Dat is om meer dan een reden belangrijk, zoals ook voor veiligheid. Met elkaar kennen en elkaar herkennen (publieke familiariteit) is de veiligheidsbeleving erg gebaat. Mensen zien dan naar elkaar om op buurt- en wijkniveau. Elkaar kennen en elkaar herkennen is ook belangrijk om in het veiligheidsbeleid een plek te geven en bij de inrichting van de buitenruimte daarop in te spelen. Hij is benieuwd naar de op te stellen leidraad voor de omgang met hoogbouw en verdichting. Het stuk is daarover heel genuanceerd en daarmee is hij blij. Hij is benieuwd wanneer de raad iets gaat zien van die concretisering. Er is een tekort aan betaalbare woningen voor starters en jonge gezinnen. Ouderen zitten vast in hun woning en kunnen daar niet weg. De SGP pleit al jaren voor veel meer creativiteit op dat gebied. Soms moet men op buurtniveau toch courante woningen slopen teneinde een klein appartementenbouw terug te kunnen plaatsen om ouderen uit die buurt te verleiden om te verhuizen, maar wel om in hun eigen buurt te blijven. De overgebleven eensgezinswoningen kunnen dan voor jonge gezinnen beschikbaar komen. De SGP hecht er heel erg aan dat in elke wijk basisvoorzieningen in stand worden gehouden.
Het stuk vermeldt nu dat het de uitdaging is hoe de voorzieningen in de winkelcentra in de buurt betekenis blijven houden (bladzijde 17), wellicht is dat een klein beetje een bezweringsformule. De SGP spreekt zich klip en klaar uit voor het in stand houden van basisvoorzieningen op wijkniveau. Daarvoor moet er dan wel voldoende draagvlak zijn. Het stuk agendeert terecht de onrust en overlast in de wijk door allerhande pakketbezorgers, een punt dat aandacht verdient en waarvoor er nog geen oplossing is. Wellicht kan daarmee slimmer worden omgegaan. Het gaat om de omgang met de mobiliteitsvraag op buurtniveau. Hij maakt zich wel een beetje zorgen over de teksten over verstedelijking. Enerzijds is nadrukkelijk vermeld verstedelijking rondom OV-knooppunten te concentreren. Anderzijds is verwezen naar plekken langs de IJsseloever. Daarmee kan de maakindustrie op sommige plekken in gevaar komen. De SGP is echt beducht voor een Manhattan aan de IJssel. Juist aan de IJssel wil hij het historische en dorpse karakter van Capelle proberen te behouden en versterken. Wel ziet hij kansen voor hoogbouw aan de IJssel ter hoogte van Rivium en Kralingseveer. Verder afdalend naar het centrum van Capelle wordt die ruimte steeds kleiner en ziet hij veel meer kansen voor woningbouw die past bij het historische karakter van de betreffende plek.
Misschien is het goed om samen met Krimpen aan den IJssel na te denken over de ontwikkeling van de IJsseloevers. Men is daar namelijk heel erg afhankelijk van wat er aan de overkant gebeurd. Vervolgens viel hem een tweede passage over verstedelijking op. Er is vermeld: “de mogelijkheden van nieuwe, aanvullende, gemengde stedelijke milieus langs de metrolijnen of indirect daaraan gekoppeld...” Hij denkt dat heel Capelle indirect is gekoppeld aan het gebied langs de metrolijn. De vraag is daarom hoe ruim of hoe krap die passage is te interpreteren en of heel Capelle inmiddels zoekgebied is voor aanvullende, gemengde stedelijke milieus of het beschreven gebied langs de metrolijnen toch wat nader is te bepalen. Hoofdstuk 5 geeft veel aandacht aan een uitnodigende overheid, waarvan hij op zich geen tegenstander is. Dat vraagt wel om een organisatie die daarop kan inspelen. Hij is daarom benieuwd hoe het met de organisatieontwikkeling staat en wellicht is het goed om de raad daarover bij te praten. Gevraagd wordt ook of de WOP’s daarin meer een betekenisvolle rol kunnen spelen. De wethouder heeft tot zijn genoegen een meer strategische verkenning op een aantal thema’s toegezegd, zoals voor mobiliteit en parkeren. Hij is benieuwd hoe het daarmee staat en wanneer de raad daarvan iets gaat zien.
Op bladzijde 19 staat: “Je bent dus sneller in de Markthal of zelfs op het NS station voor een internationale trein dan de tijd die een korte trip naar de supermarkt kost!” Hij vraagt zich af of die opmerking empirisch correct is. Misschien moet men zich in de visie onthouden van dergelijke marketingpraat. Over hoogbouw is vermeld: “De effecten en oplossingen voor bereikbaarheid, mobiliteit en parkeren moeten inzichtelijk worden gemaakt.” Dat is volgens hem niet voldoende. De te maken afweging moet transparant zijn en ook uit te leggen aan de Capellenaar. Alleen inzichtelijk maken van effecten levert nog steeds heel veel discussie op. Bladzijde 15 heeft het over de mogelijkheid om voor jezelf te zorgen en dat die voor iedereen verschillend is. Dat zou te maken hebben met individuele kenmerken, zoals erfelijkheid, opleidingsniveau en inkomen. Die zin is naar zijn mening tamelijk discutabel. Vaak zijn het groepskenmerken en sociaaleconomische kenmerken die maken dat kansen verschillend zijn, zoals de buurt en het milieu waarin mensen opgroeien. Zijn advies is daarom nog eens te kijken naar de formulering van die zin. Bij deze opmerkingen over de taal van het stuk geeft hij overigens aan dat ze een teken zijn dat de hoofdlijn van het stuk best heel aardig is.
Raadsbrede commissie woensdag 15 september 2021
Pagina:
5
Mevrouw WEEMHOFF ziet de Capellenaar in het stuk voorop staan die fijn wil leven, wonen en werken. De raadswerkgroep heeft ook over het tot stand komen van de Stadsvisie mogen meedenken. De PvdA ziet in haar perspectief dat op de hoofdlijn verbeteringen in de voorliggende visie zijn ontstaan. Zij begreep uit de grote lijn dat volgens de visie de hoogbouw wordt gesitueerd rondom stations. Daarmee kan zij meevoelen, omdat de bereikbaarheid redelijk is opgelost. Tot haar verdriet staat er echter nog steeds in de visie dat er op een beperkt aantal plekken langs de IJssel hoogbouw zal komen, waarmee zij heel grote moeite heeft. Er staat namelijk al behoorlijk wat bebouwing langs de IJssel, waardoor het zicht op de rivier is weggenomen. Zij ziet daarom niet hoe het meer betrekken van de IJssel bij Capellenaren met meer hoogbouw zal verbeteren en is benieuwd naar de reactie van de wethouder daarop. De inspreekster vroeg naar de reactie op ingediende zienswijzen op de Stadsvisie. Zij vraagt of er reacties op de Stadsvisie zijn ingediend die niet in de nota van beantwoording zijn meegenomen. Bij een visie zoekt men naar een wenkend perspectief, waarvan haar ogen gaan twinkelen. Dat leest zij door bijvoorbeeld het willen promoten van langzaam verkeer.
Capelle zou volgens haar onorthodox gezien zodanig ingericht kunnen worden dat fietsers, voetgangers en OV-gebruikers daar waar mogelijk in heel Capelle voorrang krijgen. Het eerste perspectief is daardoor op de fietser, voetganger en OV-gebruiker gericht. Zonnepanelen langs de snelweg betekenen ook het inleveren van groen en daarover zijn de meningen verdeeld. Zij is benieuwd hoe die zonnepanelen langs de weg zich in het kader van duurzaamheid verhouden. Zij vraagt vervolgens of bij de Barbizon-locatie niet meer voor wonen wordt gekozen. Capelle wil een groene gemeente zijn en vandaag kreeg zij weer appjes toegestuurd over het snoeien van groen en omhakken van bomen. Er worden dus in allerlei wijken in Capelle bomen omgehakt. Wellicht kan de wethouder over het realiseren van groen iets zeggen. Mevrouw Den Engelsman gaf aan dat duurzame, mooie grote bomen worden ingewisseld voor kleine bomen en zij vraag of dat in het kader van de visie echt de bedoeling is. De heer RAADSEN meent dat met het bomenbeleid niets mis is en dat daar het probleem niet ligt. Het probleem zit volgens hem in de uitvoering. Hij hoopt dat hetzelfde probleem zich niet ook met de Stadsvisie gaat voordoen, op zich een prachtig verhaal waar veel behartenswaardige dingen in staan. Hij beperkt zich tot het benoemen van zaken waarover discussie mogelijk is en zaken die er niet in staan.
De term ‘stadsdorp’ is een contradictie en maakt dat Capelle worstelt met haar identiteit binnen een stadsregio, een suburb of voorstad. Het is op zichzelf een loffelijk streven om een eigen identiteit binnen een regio te zoeken. Hij mist in Capelle eigenlijk een echt centrum, een cultureel en verblijfsgebied. Er staat niet nadrukkelijk in de visie dat er hard aan de bak moet worden gegaan om te zorgen dat in 2030 alle gebouwen goed geïsoleerd zijn. Dat is de opgave die er is wil de gemeente een serieuze bijdrage leveren aan het niet onnodig erger maken van de problematiek die eraan komt. Vermeld is dat verharding en vergroening van tuinen van invloed zijn op hittestress. Er zijn ondanks gesubsidieerde projecten meer groene tuinen versteend dan omgekeerd. Aangegeven is dat waar eerst de gemeente de regie voerde op zaken zij nu meer de bewoners zelf dingen laat bedenken en uitvoeren. Hij wil dat omdraaien. Wil Capelle echt de problemen van de toekomst tegemoet treden, dan zou de gemeente daarop veel nadrukkelijker bewustmakend en regievoerend mogen insteken. Mevrouw KING-DE HOOG stelt dat mensen dat ook moeten willen en doen. Zij schrikt soms namelijk van wat zij aantreft voor de huizen van mensen: verharde tuinen. Deze mensen willen dus geen gedoe. De vraag is hoe men vergroening wil opleggen. De heer RAADSEN zit met hetzelfde probleem en ziet dat met lede ogen aan.
De toon en de uitstraling van het gemeentebestuur kan daarop enige invloed hebben. Dat kan bewoners oproepen iets moois te maken van hun tuin. Mevrouw KING-DE HOOG herinnert eraan dat de gemeente dat ook heeft geprobeerd door groene schuttingen te plaatsen. De heer VAN BUUREN wijst op gemeenten in Nederland die experimenteren met het laten betalen van meer rioolbelasting door mensen die hun tuin helemaal verharden. Mevrouw KING-DE HOOG neemt die suggestie mee terug naar haar fractie. De heer TIESMA weet dat luchtfoto’s kunnen laten zien hoe groot de bebouwde oppervlakte van percelen is. De gemeente kan de ozb verhogen naarmate men een groter percentage van een tuin verhard heeft.
Raadsbrede commissie woensdag 15 september 2021
Pagina:
6
De heer RAADSEN constateert dat eenieder op dit punt oplossingen zoekt. In het algemeen hanteert hij het uitgangspunt dat met honing meer vliegen te vangen dan met azijn. Ozb-verhoging kan als laatste redmiddel misschien nodig zijn, maar liever vermijdt hij dat. De voorbeeldrol van de gemeente kan een rol spelen. Wat betreft biodiversiteit wordt in het Schollebos het gemaaide gras afgevoerd en dat is al een goede stap richting verbetering. De bezuinigingen op het maaibeleid in het algemeen zijn echter nog niet afgeschaft. Mooie voornemens kan men ook doorvertalen naar de begroting. In de begroting staat wat beleid is. Capelle beschikt over heel veel mooie beleidsnota’s, maar in de begroting moet zij met de billen bloot. Vervolgens gaat hij nog in op de woningmarkt en verdichting. Er is een enorme woningnood, waaraan het een en ander gedaan moet worden, maar er zijn grenzen. Vroeger was er het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening. Door het aanpakken van woningcorporaties zit het land nu met een enorm woningtekort opgescheept. Men zal naar zijn mening iets meer moeten doen aan het creëren van meer woningen in het oosten van het land. Capelle is namelijk al een van de dichtst bevolkte gemeenten van Nederland en de vraag is of zij ook nog meer woningen moet realiseren.
Hij wil niet te veel concessies doen aan de leefbaarheid van de gemeente, die al heel erg onder druk staat. Aan de IJssel kunnen woningen komen, maar bij iedere toren moeten ook andere voorzieningen komen, zoals parkeerplaatsen en scholen. Men kan niet eindeloos doorgaan met hoogbouw om bij te dragen aan het oplossen van de woningnood. Nee zeggen tegen verzoeken is dus soms ook gewoon nodig. Aan de zin “De druk op de woningmarkt is groot door de toestroom van mensen uit niet-Westerse landen…’ op bladzijde 48 heeft hij zich gestoord. In een goed functionerende economie past het aanbod aan de vraag aan, maar op de woningmarkt gebeurt dat niet. De woningmarkt is een slecht functionerende markt, zodat het erg nodig is dat de overheid daarin correctief ingrijpt, wat ook na de Tweede Wereldoorlog is gebeurd. De heer VAN BUUREN was ook een klein beetje verbaasd over die zin, die in het verslag van het participatieproces staat. Wellicht is die in dat proces naar voren gekomen. De heer RAADSEN kan zich niet voorstellen dat het woningtekort in Capelle vooral het gevolg is van de toestroom van mensen uit niet-Westerse landen, hoewel die ontwikkeling ongetwijfeld een rol zal hebben gespeeld. Hij zou daarom graag zien dat die opmerking zal worden bijgesteld.
De opmerking dat middengroepen moeilijk hun weg vinden in de koopwoningmarkt is niet onjuist, maar naar zijn mening liggen de belangrijkste problemen zijns inziens toch bij starters. Mevrouw KING-DE HOOG merkt op dat de visie een paraplu is van uitgewerkte punten van de raadswerkgroep. Zij wil meer ingaan op de zienswijzen, waarvan er een aantal in de Stadsvisie verwerkt is. Het compliment over hoe de participatie is gegaan vond zij prettig om te lezen. Zij vraagt zich af wanneer het afwegingskader voor verdichting is te verwachten, de basis voor hoogbouw. Verdichten an sich is mooi om dat bij de OV-punten te doen. In het centrum is geen ruimte meer, evenals bij De Terp en Capelsebrug. Belangrijk is wonen, ook betaalbaar wonen, zoals in starters-, middelhuur- en betaalbare woningen. De tegenstelling tussen dorps en stads is ter sprake gekomen. Wellicht is het stadse en dorpse wel het mooie aan Capelle. Ook wil zij rekening houden met groen en leefbaarheid. Daarnaast is zij het ermee eens dat de tuinen meer groener moeten worden. De heer VAN BUUREN is voorstander van bewoners meer rioolrecht laten betalen bij verharde tuinen. Mevrouw KING-DE HOOG vindt verbindingen met de wijken maken belangrijk om Capelle als dorpse stad te zien. Ook het OV is belangrijk om verbindingen te houden. Voorzieningen in de wijken zijn eveneens belangrijk.
Er ligt dus een mooi stuk voor, waardoor helaas niet iedereen tevreden te stellen is. Mevrouw DEN ENGELSMAN vraagt hoe Leefbaar Capelle de verdere uitwerking van de Stadsvisie voor zich ziet en of er een visie per buurt of wijk moet komen. Mevrouw KING-DE HOOG ziet de Stadsvisie over heel Capelle uitstralen en beschouwt die als een overall stuk. De heer EILANDER is blij dat de commissie nu hier staat, omdat al twee jaar aan de Stadsvisie wordt gewerkt. De Stadsvisie voelt voor hem als een stuk van de raad. Veel opmerkingen gaan over de uitwerking van het stuk in de toekomst, wat goed is. De Stadsvisie is een paraplu die richting geeft voor de toekomst bij het maken van keuzes. Het is dan typisch Capels om geen keuzes te maken. Capelle is geen dorp en geen stad. De kracht zit in de wijk, wat typisch bij Capelle past. Iemand zei dat men in Capelle geen nummer is, maar gekend en herkend wordt. Daaraan heeft de Capellenaar behoefte en dat ademt de Stadsvisie ook uit.
Raadsbrede commissie woensdag 15 september 2021
Pagina:
7
De heer TIESMA heeft opgemerkt niet naar de wijk, maar naar de buurt te kijken. De wijk waar hij woont telt 6.000 mensen. De mensen uit de buurt herkennen hem, maar mensen die verderop wonen waarschijnlijk niet. De heer EILANDER bevestigt dat elke wijk verschillend is en wil dat ook behouden. Dat kan met de Stadsvisie, door geen uitspraken te doen over wat wel en niet kan, bijvoorbeeld over hoogbouw. De heer VAN LOEF heeft begrepen dat er een afwegingskader hoogbouw komt en is benieuwd welk standpunt de heer Eilander daarover inneemt. De heer EILANDER erkent dat keuzen maken nodig is, maar niet in de Stadsvisie. Dat is niet erg, maar dan moeten er in de toekomst wel keuzen volgen. Mevrouw WEEMHOFF benadrukt dat de werkgroep het niet met elkaar eens was. De heer EILANDER bevestigt dat. De Stadsvisie is een stuk dat met polderen te maken heeft en geeft richting, maar niet het precieze te volgen pad. Wat hem betreft is die richting voldoende. Steen voor steen is voor hem een belangrijk principe, dat misschien moet worden losgelaten. Belangrijk is dat er wordt gezocht in bepaalde gebieden. Mevrouw DEN ENGELSMAN vraagt of de heer Eilander vindt dat de Stadsvisie niet helemaal is dichtgetimmerd. De heer EILANDER meent dat er nog keuzen te maken zijn, zoals over woningen. Groen is de verbindende component in het sociale leven, waarvan het Blinkertgebied het voorbeeld is.
Er is nog heel veel werk te doen bij concretiseringen. Ook zijn vraag is of de organisatie klaar is om met de Stadsvisie aan de slag te gaan. De heer VAN LOEF had liever gezien dat er wat meer focus was gelegd op hoogbouw en had daarover graag al wat meer knopen doorgehakt gezien. Mevrouw KING-DE HOOG vraagt die opmerking te verduidelijken. De heer VAN LOEF vindt groen belangrijk, omdat mensen na corona meer de ruimte opzoeken. Daarbij gaat het om de IJssel meer bij de gemeente te betrekken. Capelle zal in zijn visie een beheergemeente worden, met aandacht voor kwaliteit van de leef- en woonomgeving, met een adequaat voorzieningenniveau, een bibliotheek, een theater, een bruisend stadscentrum en een groen- en waterrijke omgeving. Hij is verder benieuwd naar het programma Buitenruimte en het afwegingskader rondom verdichting. Verdichting moet zijns inziens op een goede manier gebeuren, zodat Capelle het predicaat groene stad en groen dorp blijft behouden, met name voor de starters. De heer VAN BUUREN memoreert het benoemen van drie kansengebieden in de Structuurvisie 2030, Landelijk Capelle, Centraal Capelle en de Bongerd en de Wingerd (Florabuurt).
Wellicht kan de Stadsvisie helpen om de raad te dwingen locaties aan te wijzen waar er een kans is voor grootschalige transformatie en om te verdichten, zoals het gebied rondom De Linie, waar misschien wel duizend woningen gebouwd kunnen worden. Ook suggereert hij woningbouw bij Hitland, met nu allemaal incourante huisjes. Er kan in een tweede sessie gesproken worden over kansrijke locaties die voor verdichting in aanmerking kunnen komen. De heer VAN LOEF wil precies daarover een discussie voeren. Zijn voorstel om binnen het afwegingskader daarop een antwoord te geven. Schorsing (21.51 – 22.01 uur). Wethouder STRUIJVENBERG merkt op dat de Stadsvisie richtingen en zoekgebieden bevat, maar nog geen concrete woningbouwlocaties. Er zijn vervolgens allerlei programma’s om richtingen en zoekgebieden uit te werken. Hij denkt echter wel dat het mogelijk zal zijn in sommige gevallen concrete kansenlocaties aan te wijzen, maar ook dat er gevallen zijn waarbij men dat à priori niet kan doen, omdat dat onderdeel is van een zoektocht. Voorbeelden van locaties waarmee de gemeente iets wil zijn bijvoorbeeld Barbizon en Blinkert. Hij is het ermee eens dat hoogbouw langs de IJssel richting het Rivium logischer is dan richting het stadscentrum. Een grenslijntje is niet te trekken en dat zal een onderdeel zijn van het proces van een zoektocht.
Als het concreet gaat worden vindt een gesprek met de gemeenteraad plaats. Wat betreft verdichting is het college terughoudend, maar het zegt niet altijd nee daartegen. Er is niet altijd een tegenstrijdigheid tussen groen en woningbouw. Het kan ook zijn dat woningbouw de kwaliteit van het groen juist doet verbeteren. Zo ook dat door woningbouw groen te creëren is dat ontmoeting stimuleert. Groen dat er niet zo mooi bij staat en niet gebruikt wordt kan getransformeerd worden in minder groen dat er wel mooi bij staat. Van het volbouwen van al het groen zal zeker geen sprake zijn. Hij snapt dat bouwen en groen tegenstrijdig voelen, maar dat hoeven ze niet altijd te zijn. Het combineren van functies komt allemaal terug in het programma Buitenruimte.
Raadsbrede commissie woensdag 15 september 2021
Pagina:
8
De heer RAADSEN stelt dat de dichtheid nooit wordt uitgerekend en verzoekt de wethouder nogmaals die dichtheid standaard uit te rekenen en een vergelijking te maken met andere gebieden aan de hand van een vloerindex. Daardoor wordt de dichtheid expliciet. Wethouder STRUIJVENBERG wil dat concreet een keer doen, maar vraagt zich af of dat standaard moet gebeuren. Ook vraagt hij hoe andere fracties daartegenover staan en tot waar men met de dichtheid gaat. De heer RAADSEN stelt voorlopig voor om op zijn minst de dichtheid per buurt uit te rekenen tot op het hart van de omliggende wegen. Wethouder STRUIJVENBERG noemt die oproep helder, maar wil daarop wel een reactie van de andere partijen. Hij kan zich voorstellen dat de dichtheid nabij een OV-locatie hoger is en dat niet erg wordt gevonden. De VOORZITTER suggereert dat de heer Raadsen over dichtheid een motie overweegt, zodat de raad daarover een uitspraak kan doen. Wethouder STRUIJVENBERG twijfelt vooralsnog aan het nut en de noodzaak van het altijd uitrekenen van de dichtheid. Hij wil kijken hoe het werkt als de dichtheid eenmalig een keer wordt uitgerekend. Het afwegingskader voor hoogbouw verwacht hij in de eerste helft van volgend jaar. Aan het plan voor de buitenruimte wordt gewerkt. De oproep van mevrouw Den Engelsman om daarmee haast te maken begrijpt hij, maar hij wil ook graag met bewoners in de wijken in gesprek gaan.
Zijn collega Buitenruimte kan de commissie daarover bijpraten. Mevrouw DEN ENGELSMAN wil de vaart in alles houden. Wethouder STRUIJVENBERG vervolgt dat alle onderdelen van de organisatie betrokken zijn bij het opstellen van de Stadsvisie. Hij denkt dat er een organisatie in ontwikkeling is en dat de raad daarover met de portefeuillehouder het gesprek voert. Voor Capelle XL zou men aan de zuidzijde van de Hoofdweg kunnen kijken naar combinaties van functies. Voor de noordzijde ligt dat anders, maar dat betreft het programma Economie. Hij dankt de heer Tiesma voor diens opmerkingen over vergrijzing. Als er meer discussie over het steen-voor-steenprincipe gewenst is hoort hij dat graag in tweede termijn. Over de aantallen woningen kan het gesprek gevoerd worden als die weer geactualiseerd worden, misschien begin volgend jaar of later, maar dat is geen doel op zich. Het Rivium wordt nu regionaal in kaart gebracht en op tafel gelegd. Er moet ook worden gekeken naar categorieën woningen, zoals sociaal en middelduur. De heer VAN BUUREN vraagt in hoeverre de wethouder het waarschijnlijk vindt dat de komende tien jaar in Capelle transformatie plaatsvindt, zoals in de Hoven fase 2. In het verleden werd gedacht het gehele 747-gebied te herstructureren. De Hoeken zijn genoemd om op termijn te worden gesloopt.
Hij heeft de indruk dat het perspectief dus heel erg snel verandert en vraagt de wethouder daarover iets te zeggen. De vraag is dus of er veel transformatiepotentie is wat betreft de sociale huurwoningvoorraad. Wethouder STRUIJVENBERG heeft op dit moment voor sloop en nieuwbouw geen grootscheepse plannen. De heer VAN BUUREN vindt het goed om daarover tussen de commissie en Havensteder een gesprek te voeren om daarin meer inzicht te krijgen. Wethouder STRUIJVENBERG vindt dat prima. Dat gesprek kan ook met hem plaatsvinden. Wel wil hij zoeken naar een goede balans in de woningvoorraad per wijk. Niet is gezegd dat sloop en nieuwbouw de enige manier is, maar dat kan hij ook niet uitsluiten. De vraag over de economie stimuleren met robotica en artifical intelligence wil hij aan zijn collega Economische Zaken meegeven. Nieuwe bedrijvigheid is een belangrijke ontwikkeling, maar 90% tot 95% van de huidige werkgelegenheid zit in de huidige economie en niet in de nieuwe economie. Er zijn ongetwijfeld kansen, maar het moet niet alleen over de nieuwe economie gaan, zodat de gemeente ook goed voor de huidige economie moet zorgen. De heer TIESMA verwacht dat de werkgelegenheid van de huidige industrie over tien jaar met 50% zal zijn afgenomen. Daarom heeft hij zorg over het behoud van werkgelegenheid in Capelle.
Wethouder STRUIJVENBERG vervolgt dat de buurt van belang is voor inwoners, in ieder geval wat betreft de herkenbaarheid. School en werk zijn ook belangrijk. De heer TIESMA vraagt of de wethouder de tekst aanvult met ‘wijken en buurten’. Wethouder STRUIJVENBERG ziet dat op de vraag met welke onderdeel van Capelle bewoners zich het meest verbonden voelen ‘mijn wijk in Capelle’ het hoogste scoort en hoger dan de keuzes ‘Capelle in de stad’, ‘Capelle in de regio’, ‘mijn straat’ en ‘mijn buurt’. De zorg over betaalbare woningen voor jonge gezinnen en starters deelt hij. Het slopen van courante woningen om appartementen toe te voegen kan hij niet uitsluiten, maar daarvoor is er geen program-
Raadsbrede commissie woensdag 15 september 2021
Pagina:
9
ma of zijn er geen locaties. Maatregelen als een zelfbewoningsplicht en een anti-speculatiebeding kunnen ook helpen bij het lenigen van de nood. De heer VAN BUUREN meent dat ouderen in hun eigen buurt kunnen worden geaccommodeerd om een verhuisbeweging te maken. Wethouder STRUIJVENBERG vindt dat een goede suggestie. Voor voorzieningen in de wijk moet ook draagkracht bestaan. Met het behoud van het dorpse en historische is hij het eens. Bij stedelijke milieus langs de metrolijnen denkt hij aan gebieden van waaruit men makkelijk binnen drie minuten te voet een metrostation kan bereiken. De heer VAN BUUREN vindt de zin daarover wat mystificerend en pleit ervoor een slag te maken in het definiëren van plekken. Wethouder STRUIJVENBERG is bereid daarover het gesprek te voeren. Hij vervolgt dat het onderzoek voor de lange termijnvisie dit jaar moet opstarten. De zinsnede over erfelijkheid moet hij nakijken. De weergave van de ingediende zienswijzen is opgenomen, zoals te doen gebruikelijk in de nota van beantwoording. Voorrang geven aan fietsers, voetgangers en OV wil hij niet als standaard opnemen, maar wel de wenselijkheid daarvan. Mevrouw WEEMHOFF vindt dat een voorbeeld van een echte visie met een wenkend perspectief voor de Capellenaar. Dit zou iets moeten zijn waar Capelle bekend om staat. Wethouder STRUIJVENBERG wil dan overeenstemming hebben over dat dat het perspectief is.
Er kan altijd aanleiding zijn voor het kappen van bomen, bijvoorbeeld ziekte van bomen, en de vraag daarover van mevrouw Weemhoff wil hij bespreken met de wethouder Buitenruimte. Hij kan niet zeggen dat er nooit een boom zal worden gekapt, maar wel dat het belangrijk is om die te herplanten als dat nodig is. Als de locaties waarover mevrouw Weemhoff het had bekend zijn kan hij die met zijn collega uitzoeken en daarop terugkomen. Voor de Barbizon-locatie wordt gekozen voor een combinatie van wonen en werken. Met de provincie is afgesproken ook voor voldoende werken-locaties te zorgen. Het centrum van Capelle kent een theater, een bibliotheek, horeca, de wens voor een bioscoop en een metrostation. New York city wordt het echter niet. De heer RAADSEN suggereert een bankje op het Stadsplein te maken en vraagt of Capelle wel een identiteit heeft en meer is dan een verzameling van buurten en wijken met een nauwelijks overtuigend centrum. Wethouder STRUIJVENBERG begrijpt de oproep om de regie als gemeente te nemen. Voor sommige dingen is er meer regie nodig. Hij wil ervoor waken passages, zoals over toestroom van mensen uit niet-Westerse landen, niet op te nemen in een verslag. Rioolrecht heffen voor versteende tuinen zal voor de gemeente geen cashcow worden en volgens hem mag dat ook niet, maar wel via de ozb.
Als uitwerking van de visie moeten er concrete en uitvoeringsprogramma’s en keuzes volgen, met wellicht een aantal woningbouwlocaties. Tweede termijn Mevrouw DEN ENGELSMAN wil zeer terughoudend met verdichting en hoogbouw omgaan en ziet dat nog een aantal zaken uitwerking behoeven in nota’s en leidraden. Zij houdt zich aan het steen-voorsteenprincipe, dat kan uitdagen om naar creatieve oplossingen te kijken. Havensteder heeft dat ook gedaan bij 747 door er een stukje aan te bouwen, waardoor er liften mogelijk zijn. De directeur van Havensteder heeft een grote visie op Rotterdam gegeven in het kader van de woningnood. Wellicht kan die directeur ook een visie op Capelle geven. Het schuurt voor haar tussen stadsontwikkeling en economie. Naar de zoekgebieden wil zij kijken. De heer TIESMA roept op terughoudend te zijn om woningen toe te zeggen, omdat andere gemeenten daarvoor meer ruimte hebben en Capelle op drie of vier na de dichtst bevolkte gemeente van Nederland is. Bladzijde 32 vermeldt de opslag voor energie, die ook ruimte kost. Hij vraagt of er daarvoor een zoekgebied is. Bladzijde 48 vermeldt een opmerking over niet-Westerse migranten. Het woord ‘niet-Westerse’ zou hij weglaten, omdat dat een andere beteken is heeft. De heer EILANDER meent dat het gaat om een conclusie uit de verslaglegging van een participatiebijeenkomst.
Als het een uitspraak is op een avond gedaan, mag die volgens hem overgenomen worden. Die maakt dan echter geen onderdeel uit van een conclusie.
Raadsbrede commissie woensdag 15 september 2021
Pagina:
10
De heer TIESMA begrijpt dat en wil de tekst ongewijzigd laten als die opmerking op een avond is gedaan. De heer RAADSEN beveelt dan aan te vermelden dat een deel van de insprekers van mening was dat… Hij vraagt zich af of het vermelde de doorslaggevende mening van de insprekers was, wat hij zich niet kan voorstellen. De heer VAN BUUREN meent dat het participatieverslag correct is en denkt niet dat het goed is om achteraf verslagen te gaan herschrijven. De uitwerking op detailniveau vraagt heel veel zorgvuldigheid en dan lost ook de voorliggende visie heel veel dilemma’s niet op, wat ook niet kan. Hij is gestaafd in zijn idee om de raad een inventarisatie te laten maken van plekken, waarbij ook de investeringsagenda’s van vastgoedeigenaren inzichtelijk worden gemaakt. Dan kan worden bezien waar de komende twintig, dertig jaar dynamiek mag worden verwacht. Verder vraagt hij nog naar zijn taalkundige opmerkingen te kijken en een toelichting te krijgen op de organisatieontwikkeling. Mevrouw WEEMHOFF is blij en verrast van zovele fracties te horen dat zij zich hard willen maken voor betaalbare woningen in Capelle. Daarvoor heeft de PvdA al jaren gepleit met niet al te groot succes. Mevrouw KING-DE HOOG is verrast over het neerleggen van die vragen bij de overige fracties, omdat bekend is hoe Leefbaar Capelle daarin staat.
De PvdA doet nu net alsof zij voor betaalbare woningen zou strijden en dat anderen dat niet zouden doen. Leefbaar Capelle heeft daarover ook meerdere malen duidelijkheid gegeven. Mevrouw WEEMHOFF wijst op wat de afgelopen jaren aan betaalbare woningen is gerealiseerd. Zij is het ermee eens dat ook Leefbaar Capelle altijd heeft gesproken over middeldure woningen en woningen voor starters. Zij is blij dat de uitleg van de wethouder nadrukkelijk is dat er bij woningen ook betaalbare woningen zouden moeten zijn, De hoogbouwplannen doen pijn, maar bij OV-punten kan zij daaraan nog een positieve uitleg geven. Bij de IJssel is dat echter pijnlijk en zij weet niet of zij daar overheen kan komen, wat zij met haar fractie moet afstemmen. De heer EILANDER proeft in het antwoord van de wethouder dat die weet waar de visie over gaat en dat die voorzichtig is in diens beantwoording, wat hij goed vindt. De IJssel is een enorme puzzel. Na de paraplu begint het pas. Daarom raadt hij aan met een aantal thema’s in buurten aan de slag te gaan, zoals in de Florabuurt. De heer VAN LOEF ziet uit naar de verdere uitwerking en steunt het voorstel van de heer Van Buuren om na te gaan waar er kansen liggen. De woningbouwcorporatie kan daarin ook mee worden genomen, omdat de bestaande woningbouw ook aandacht behoeft.
Mevrouw DEN ENGELSMAN vraagt aandacht voor de buurtmonitor die nog aangepast zou worden met huurprijzen. Dan is ook per buurt te zien welk soort woningen er is. Wellicht is in de monitor ‘Capelle bouwt aan de stad’ ook de buurtmonitor bijgewerkt. Wethouder STRUIJVENBERG wil de vraag van mevrouw Den Engelsman over de visie van Havensteder op Capelle betrekken bij de vragen van de heren Van Loef en Van Buuren over kansenlocaties. Op de vraag over de buurtmonitor komt hij later terug. Hij weet niet dat er een zoekgebied is voor energieopslag. Het gaat om een gebied dat daarvoor de beste oplossing is. Wat betreft de term ‘niet-Westers’ wil hij ervoor waken een verslag aan te passen, omdat dat niet zou stroken met de mening van de raad. Naar de zin genoemd door de heer Van Buuren over de afstand tot de Markthal en de plaatselijke supermarkt zal hij nog kijken, zodat die klopt. Naar de vervoersopgave moet de gemeente kijken als zij woningen laat bouwen. De VOORZITTER constateert dat: fracties veel zaken hebben benoemd waar hun belang naar uitgaat; een raads- en college-uitspraak gewenst is en hij vermoedt dat bij raadsbehandeling een motie aan de orde zal komen; de wethouder goed heeft gereflecteerd op hetgeen is ingebracht;
Raadsbrede commissie woensdag 15 september 2021
-
Pagina:
11
er voldoende materiaal is voor nadere besluitvorming als over specifieke onderwerpen wordt gediscussieerd; de vraag over de buurtmonitor nog wordt beantwoord. de wethouder nog kijkt naar enkele zinnen in het stuk; de wethouder de vragen van D66 over bedrijvigheid meeneemt naar de portefeuillehouder Economie.
4. Rondvraag Mevrouw WEEMHOFF wijst op de vele werkzaamheden op veel verschillende plekken in Schollevaar met veel autoverkeer, waarbij er behoorlijk hard wordt gereden en niet wordt gehandhaafd op de maximumsnelheid van 30 km per uur. Er staan ook geen borden met de duur van de werkzaamheden. Misschien kan de wethouder de organisatie bevragen over de werkzaamheden, de duur ervan en dat borden neergezet worden, zodat inwoners weten waaraan ze toe zijn. Wethouder STRUIJVENBERG vindt het goed aldaar te handhaven op de maximumsnelheid van 30 km per uur en vindt het plaatsen van een bord over snelheid en de werkzaamheden een goede suggestie. 5. Sluiting De VOORZITTER sluit de vergadering om 23.04 uur. Aldus vastgesteld in de vergadering van de commissie Samenleving en Economie van 12 oktober 2021, de secretaris, de voorzitter,
Aldus vastgesteld in de vergadering van de commissie Stadsontwikkeling en -beheer van 11 oktober 2021, de secretaris, de voorzitter,
Aldus vastgesteld in de vergadering van de commissie Bestuur, Veiligheid en Middelen van 11 oktober 2021, de secretaris, de voorzitter,